Onvoorspelbaar heimwee

Heimwee

Heimwee is een raar beestje. Het kan een beetje pikken, of je even doen dubbelslaan. Dat komt en gaat. Zo…onvoorspelbaar. En dat maakt het soms wel moeilijk, omdat je je er niet op kan voorbereiden.

Het zou toch praktisch zijn, als dat anders was.

Mocht Frank Deboosere elke avond om 19u een kaart tonen: in het centrum van het land is er morgen grote kans op heimwee. Verwacht je maar aan grote vlagen. 70% houdt het niet droog.

Dan kon je je wapenen, met fotoboek en zakdoek. Kon je die wee weg beginnen puffen.

Dan wist je op voorhand: OK ik lees dit artikel over de Boston marathon, ik zet me even schrap. Goed, tijd om iets leuks te plannen, want deze film speelt zich af rond Harvard.

Maar nee, het overvalt je. Op belachelijke momenten.

Bestel je nietsvermoedend in de Starbucks van Leuven station een tall decaf latte amandelmelk met suikervrije vanillesiroop

*POEF*

Sta je 1 seconde lang op Coolidge Corner met de buggy, terwijl de ‘T’ voorbij zoeft.

 

Ik geef het toe, puffen deed ik.

Boston bucket list- revisited

5381867-tumblr-bucket-list-quotes

Vanmiddag had ik afgesproken om te gaan lunchen. Als je in centrum Leuven werkt, is dat één van de voordelen: stap je kantoor uit en er ligt meteen een wereld aan keuzes van gezonde, lekkere lunches aan je voeten.

Het werd soep vandaag.

Met iemand die we het laatst gezien hebben toen we op een zonnige vrijdagavond pizza aten in een park in Boston, en dit een picknick noemden (Wat zeg ik? Dit was een picknick. Een perfecte picknick). Die picknick buddies waren na twee jaar Oostkust naar het Belgenlandje teruggekeerd, en hadden ook al gemerkt dat er zoiets bestaat als de omgekeerde cultuurshock.

 

En terwijl wij deze zomer braafjes een weekje naar de kust trekken, gaan zij een maand terug naar Boston en omstreken, om daar verder te verkennen waar ze nog niet de kans toe hadden. Wat een heerlijk idee!

 

Het deed me denken aan alles wat we in ons jaar Boston gedaan hebben, maar ook aan wat we (nog) niet gedaan hebben.

In augustus 2015 schreef ik een blogje over alles wat we graag wilden doen en zien: onze Boston bucket list. Nieuwsgierig ben ik dit gaan opduikelen om na te gaan wat we kunnen afstrepen, en wat we bij een volgend bezoek (want ja, dat komt er, ooit) op de planning moeten zetten.

 

Is gelukt:

  • Ongegeneerd de toerist uithangen in Boston hebben we op meer dan één gelegenheid gedaan. Van de lijst ’50 best things to do in Boston’ hebben we er geen 30 gehaald – ook al omdat een deel mij niet aansprak – maar de lentebloesems in de parken, de Freedom Trail en de Harvard Tour kan ik ondertussen dromen. We brachten ook een bezoekje aan de Museum of Science (en keken op een avond door een telescoop naar sterren en planeten), de Franklin Zoo en de schildpadden van de New England Aquarium. We wandelden over Castle Island, bezochten de Boston Public Library, en gingen schaatsen op Frog Pond (of liever; zagen mensen schaatsen).
    .
  • Hoewel we niet van alle typische Amerikaanse sporten een match of game hebben bijgewoond, was het heerlijk spannend om de Boston Celtics een basketbalmatch te zien winnen, en heerlijk on(t)-spannend om naar een Red Sox-game te gaan. Of zoals onze babysitter het zei: naar baseball gaan kijken is zo interessant als ‘watching paint dry’.
    .
  • Een jaar meer tijd hebben om te koken heeft zeker zijn vruchten afgeworpen. Ik heb meer dan 20 nieuwe ingrediënten leren kennen en werd verliefd op de handigheid van een slowcooker (over beiden later meer). De pizza’s met butternut squash, ricotta en cranberry én die met geroosterde kip, gekarameliseerde peer en fontina kaas, werden getest en goedgekeurd.
    .
  • We hebben Halloween en Thanksgiving gevierd zoals het hoort, en hebben daar enorm van genoten! Ons ventje was zonder twijfel het schattigste draakje in de wijde omtrek.

Zoals we ons hadden voorgenomen, hebben we in november 2016 ‘Friendsgiving’ naar België gehaald: we nodigden vrienden uit voor een lekker etentje en even stilstaan bij de lange lijst van dingen waar we dankbaar voor mogen zijn.

  • Ik heb me wel degelijk verdiept in het extreme couponing verhaal, en heb daar enkele kleine succesjes mee gehaald. Uiteindelijk was onze conclusie dat dit wel enorm veel tijd kost, en met onze ontdekking van de Aldi-winkel en de markt met betaalbare groenten en fruit, werden de bonnetjes enkel geknipt wanneer ik ze toevallig tegenkwam.

 

Er is zeker nog veel meer te beleven in Boston, maar vooral ook in de omstreken, waar we eigenlijk (bijna) niet geweest zijn. Maine, Vermont, Cape Cod, dat zijn zeker ook bestemmingen die ik nog niet meteen van ons lijstje wil schrappen.

 

Maar ook hier in België kan een bucket list de moeite zijn. Het kan aan mijn gekende verslaving aan lijstjes liggen, maar als je eens verder nadenkt over wat je graag wilt doen/halen/beleven, dan is de kans groter dan dat ook gebeurt. Noemen ze dat geen visualisatie of zoiets?

boston tekening

Wicked storm

Vanmorgen kreeg ik een berichtje van de vriendin die een jaar geleden een heel fijn weekend bij ons in Boston doorbracht. De link die ze doorstuurde, verwees naar een krantenartikel waarin een grote storm in Massachusetts werd aangekondigd.

Meer dan een halve meter sneeuw wordt er verwacht. En wij wandelden toen in een licht truitje over de Freedom Trail en maakten zonovergoten foto’s in de Harvard Yard.

‘Ik voel een blogje over het weer in Boston opkomen’, schreef iemand anders me, die de blizzard ook al aangekondigd had gezien.

Er valt inderdaad wel iets te vertellen over dat weer in New England, dat in de tussenseizoenen zo verschrikkelijk variabel kan zijn, dat je gerust temperatuursprongen van 20°C op 2 dagen kan verwachten.

Zoals toen mijn schoonouders ons kwamen bezoeken. Op vrijdag genoten we van een lentezon tijdens een wandeling, de jassen vakkundig onderin de buggy gepropt, de volgende dag vierden we de verjaardag van het kleine ventje met een matig weertje, en de dag daarop viel mijn ‘happy birthday’ voor het grote ventje stil omdat ik niet kon geloven dat er 20 cm sneeuw was gevallen.

Maar eigenlijk wilde ik helemaal niet over Boston schrijven, laat staan over het weer.

Vandaag was zo’n dag waarin je wat opgeslokt wordt door administratie, regeltjes, documenten. Ik probeerde me daardoor te worstelen én ondertussen goed gehumeurd te blijven – en niet evidente opdracht. Bij het zoveelste kopje koffie dat ik ging bijtanken, stond ik even in de keuken en keek door het raam.

En plots was het daar. Niet de tuin aan die keuken, met de hagen en het grasveld. Het verdween, het ritselde weg, zoals de vertrekuren op dat grote bord in de hal in de luchthaven van Zaventem – de bordjes kantelden en er verscheen iets anders.

Daar was ons uitzicht, vanuit ons appartement. De treurwilgen die Grigg’s Park omranden, waar ons ventje zo vele uren heeft gespeeld. De elektriciteitsdraden die de eekhoorntjes laten oversteken, de palen staan scheef, maar dat lijkt niets uit te maken.

De parking beneden aan ons gebouw. De rustige straat waar we pizza’s lieten leveren om ze in het park op te eten (want: “pizzas can’t be delivered to a park”. Dat weten we dan ook alweer). De daken van de appartementsgebouwen op Beacon street.

In de zon. Met herfstkleuren. Onder de sneeuw. Met nieuwe blaadjes.

Vandaag mis ik Boston, en mijn uitzicht. Sneeuwstorm en al.

sneeuwstorm

Boston in 10 woorden

Top 3 van vragen drie maanden na de terugkeer naar België:

  • En, hoe gaat het nu?
  • En ben je het al wat gewoon hier?
  • Mis je het niet?

 

En  ik dan maar grijnzen. Omdat ik tijd probeer te winnen. Ik probeer in te schatten of de vragensteller het korte of het lange antwoord verwacht.

 

Goed, goed.

Ja, ja dat begint te komen hé.

Bwa, met momenten.

 

het korte antwoord.

 

Het lange antwoord ga ik je besparen. Het verschilt ook van dag tot dag, soms zelfs van minuut tot minuut. Laat ons het erop houden dat ik zó blij was toen mijn neef meldde dat hij langs Boston zou passeren op zijn reis aan de Oostkust. Heb meteen enthousiast twee bladzijden reisadvies uitgeschreven, met de ‘absolute to do’s’ en de ‘optionele dingen als je meer tijd hebt’. Er blijkt een reisgids in mijn hoofd gegroeid te zijn, en ik wist het zelf niet.

 

Want ja, wij zijn Boston fans geworden. En dan mis je die stad al wel eens. Want mocht ik Boston in 10 woorden omschrijven dan waren dat:

 

 

  1. Groen
  2. Kindvriendelijk – die eerste twee waren duidelijk door de vele parkjes met speeltuintjes voor alle leeftijden (nu ja, ik zat wel klem in de buisglijbaan dus misschien moet ik dit nuanceren)
  3. Hogeropgeleid
  4. Multicultureel – deze volgende twee hangen samen met de vele, véle universiteiten en colleges die Boston rijk is
  5. Luid – dit was niet het geval waar wij woonden, maar eens in het centrum viel ons op hoe veel lawaai er was. Mensen zijn luider. De metro is luider. Zelfs de sirenes van de brandweer klonken luider.
  6. Veilig – ik ben geregeld ’s avonds alleen gaan joggen, heb me geen moment onveilig of ongemakkelijk gevoeld
  7. Engels (ze zijn toch zo trots dat ze met een iet of wat grappig accent ‘Hahvahd’ zeggen, en de gebouwen van de universiteit zijn kopiëen van wat er in Cambridge, UK staat)
  8. Oud (een huis van meer dan 100 jaar! Komt dat zien!)
  9. Onvoorspelbaar (het weer vooral – dag 1 is het 19°C, dag 2 regent het, dag 3 ligt er sneeuw)
  10. Bereikbaar – alles wat de moeite is voor een 3-daagjes-toerist is makkelijk te bereiken met het openbaar vervoer of zelfs te voet.

 

Sloeg nummertje 10 nu ook maar op de bereikbaarheid vanuit België. Dan ging ik echt elke maand een dagje shoppen, of gewoon in het park wandelen met ons ventje.

 

Want toen de neef me mailde dat hij Boston de leukste stad van zijn reis vond, was ik fier, man. Zat ik te blinken als een opgepoetst zilveren theepotje! Terwijl wij uiteraard nul komma nul hebben bijgedragen aan hoe fijn Boston is voor zijn bezoekers. Maar bel me gerust als je dat gaat testen.

boston

De grote oversteek- de laatste dag

Het stof is neergedaald en de bagage iet of wat gesorteerd. De jetlag is verteerd, samen met een goeie portie mosselen met frietjes, lekker brood en vers vleesbeleg, de beste chocoladekoek EVER, en véél snoep allerhande.

 

Voldoende rust en ruimte om terug te kijken naar de meest hectische dag van het jaar – tot dusver dan. 21 juli. De laatste dag in Boston.

 

Om die dag, die een week leek te duren en toch vooruit vloog als een specht op speed, te beschrijven, is één woord voldoende: CRAZY! Het is van een examenperiode in ver vervlogen tijden geleden dat ik nog zo gezweet heb van de stress.

 

We begonnen ’s morgens vroeg met het opruimen en uitzoeken. We hadden al ingezien dat we behoorlijk streng zouden moeten sorteren in kleren en speelgoed en… in alles eigenlijk, om alles in onze koffers te krijgen. Icelandair biedt aan transatlantische reizigers de optie om 2 grote koffers per persoon (tot 23 kg) mee te nemen. Wij kochten ook een stoel voor ons ventje, vooral om wat meer comfort te hebben, al zat hij op onze schoot. Met ons drietjes konden wij ons dus 6 grote koffers veroorloven. Daarbij kwamen de 3 trolleys van de handbagage. En na onze eerste schifting besloten we nog 1 extra grote koffer mee te nemen.

 

Voor alle wenkbrauwfronsers: bedenk wel dat wij àlles in te pakken hadden. Onze kleren, van zomerkleren tot de grote dikke donzen jassen die we hier hebben gekocht. Van sportschoenen tot stevige stappers tot sandalen. Lakens, dekentjes, bad- en keukenhanddoeken. Laptops, fototoestel, radiootje, en alle opladers en elektrische draden die je gemiddeld in huis hebt. Een groot deel van het speelgoed, van blokjes tot muzikale werkbankjes. Ik lijst het nu wel mooi op, maar het bleek dat ook wij dit VOL-LE-DIG onderschat hadden.

 

Maar goed, de laatste dag dus. Om 11u kwam Ursula langs, een kennis van me, die zo vriendelijk was ons haar hulp en auto aan te bieden voor de laatste verhuis. Want hoewel manlief het vorige weekend het grootste deel van de meubels uit elkaar had gevezen en naar onze gehuurde opslagruimte had gebracht, waren er toch die laatste spulletjes, waarmee we de voorbije dagen hadden gekampeerd: twee opklapstoelen, wat potten en pannen, een dun matrasje, één lampje… het nam nog behoorlijk wat plaats in. Om concreet te zijn: 95% van de vrije ruimte in haar auto. Met de stofzuiger op mijn schoot reden we naar de opslagplaats. Daar was ik o-zo-blij met de uren die ik vroeger aan Tetris heb verspeeld, want we kregen er alles nét in. Ook de fles champagne die we aan onze Deense kopers lieten om hen te verwelkomen in de stad die ons een jaar een thuis bood. (Dat was ook een pragmatische zet, als ik eerlijk mag zijn. Vreemd hoeveel flessen drank je krijgt op een afscheidsfeestje, terwijl het toch duidelijk is dat die niet mee over de plas gaan en wij de laatste dagen in Boston niet wilden doorbrengen in een staat van permanent delirium).

Na een stop in een supermarkt, startte Ursula’s auto niet meer. Gezien de to-do-lijst van de dag, zat er niets anders op dan afscheid nemen op de parking en te voet naar huis wandelen. Waar Het Grote Inpakken kon beginnen. Eitje, volgens manlief. Alles lag immers al òp de koffers. Alleen raakten die niet snel dicht. Wat volgde, was een urenlange dans van inpakken, uithalen, proppen, afwegen, wegleggen, …het leek eindeloos. Steeds meer spullen belandden op de ‘hier laten’-stapel. En nog geraakten de koffers niet dicht. Ondertussen diende ons ventje natuurlijk ook geëntertained te worden, want hij vond het allemaal maar raar en wilde liever rondlopen dan op een koffer zitten. De temperatuur rees met de wijzers van de klok, letterlijk en figuurlijk.

 

Ik moest het geleende reisbedje nog terugbrengen naar een kennis, en nam een Uber om er sneller te geraken. De modem moest nog terug naar de winkel, maar de overbuurvrouw bood aan dit in orde te brengen. Ja, enter onze overbuurvrouw, Maleia. Onze reddende engel.

 

Maleia’s verhaal is lang en aangrijpend. Kort gezegd: zij verhuisde een halve week voor onze laatste dag naar het appartement tegenover ons, en had meubels nodig. Jammer dus dat wij haar alleen nog maar onze zetel konden verkopen, want die verhuis naar de andere kant van de gang was nét iets makkelijker. Zij blijft een jaar in Boston, om met haar jongste dochtertje van 7 maanden dichter bij het kinderziekenhuis te zijn. Want Caroline heeft een potentieel dodelijke aandoening, die twee jaar geleden ook al het leven kostte van haar broertje.

 

En toch was Maleia een vrolijke, lieve vrouw, die aanbood ons vuilnis weg te brengen, de achtergelaten kleren te sorteren en weg te geven, en zelfs – omdat we in complete tijdsnood raakten- de koelkast leeg te maken. Ze hield zich bezig met ventje toen wij rond 17u steeds driester dingen uit onze stapels begonnen te trekken om achter te laten, meer en meer overtuigd dat we dat vliegtuig nooit zouden halen. Dat onze chauffeur die we op voorhand hadden geregeld, en die ons om 17u45 zou ophalen, om 17u40 sms’te dat hij een platte band had, hielp hoegenaamd NIET. Maar Maleia bleef rustig en verzekerde ons dat zij alles zou regelen, wat wij niet geregeld hadden gekregen. Ik vond het vreselijk om ons appartement in zo’n staat van chaos achter te laten, ik kon wel janken, maar er zat niets anders op. Maleia krijgt nog een gigantisch pak Belgische chocolade opgestuurd als bedankje.

 

We hadden uiteindelijk twee taxi’s nodig om onze berg spullen naar de luchthaven te krijgen. Die berg? Zeven grote valiezen, vier handbagage trolleys, twee rugzakken, een grote luiertas, een buggy en een autostoel. Ik zat alleen in de tweede taxi en stortte mijn hart uit bij de vrouwelijke chauffeur. Ik had een half uur tot aan de luchthaven om te stoppen met trillen.

bagage

Dat bleek voldoende. Een vriendelijk klapke met de dame aan de incheckbalie en een lachje van ons ventje, en we moesten maar voor één extra koffer betalen (de extra trolley werd door de vingers gezien). We raakten vlot door de security, konden zelfs nog een pizzaatje eten en stapten gepakt en gezakt op het vliegtuig. Dat half uur vertraging kon me zelfs al niet meer schelen. We hadden het gehaald. Wat we achterlieten, zijn maar spullen. Spullen zijn te vervangen. Herinneringen niet. En die zijn ongelimiteerd mee te nemen.

 

De Boston skyline is heel mooi, ook ’s nachts. Ik keek uit het raampje, dan naar manlief. Dat was het dan, lieve schat. Wat een crazy dag. Wat een crazy jaar. Maar wat een avontuur.

 

In de krant – deel 2

Terwijl ik de hele verhuis en reis naar huis nog aan het verteren ben – een noodzakelijke stap voor erover geschreven kan worden – heb ik het lijstje waarover Amerikanen zich in Europa verbazen, verder aangevuld. Deel 1 met de puntjes 1 t.e.m. 6 vind je hier.

 

7. Wij moeten wachten op onze rekening. Soms moeten we zelfs opstaan om ze te gaan vragen

Dat is waar, ik ben in België al een paar keer moeten overgaan tot de ‘kijk-ik-doe –mijn-jas-aan-pas-op-ik-wandel-naar-de-deur’-truc om de rekening te krijgen. In Amerika ligt die al op tafel wanneer ze het dessert brengen. Nee, er wordt niet gevraagd of je nog een koffietje wenst. Misschien omdat ze dan weer gratis refills moeten geven?

 8. Onze melk staat uit de koelkast en toch worden we niet ziek

Hier had ik helemaal niet bij stilgestaan, tot de Amerikaanse vriendin met de nodige argwaan vroeg of wij inderdaad melk gewoon in de kast lieten staan. Mijn eerste reactie was dat de bus echt wel in de frigo staat, maar toen besefte ik dat de voorraad inderdaad gewoon twee maanden in de garage kan vertoeven. Het blijkt aan het verschil te liggen tussen de Amerikaanse pasteurisatie en de Europese UHT. Tussen twee haakjes, zowel manlief als ikzelf werden lactose-intolerant in Boston. Ik dacht nog dat het aan de zwangerschap lag, maar dat zoiets ook besmettelijk zou zijn, leek me sterk. We wijten het dan ook aan de andere behandeling van melkproducten, en kopen braafjes lastosevrije melk en yoghurt, om niet verder bij te dragen aan het broeikaseffect.

9. We mogen vloeken op de radio

En ‘shit’ hoeven we niet ‘the S-word’ te noemen.

10. We hebben ongelooflijk veel betaald verlof

Een gemiddelde Amerikaan moet het rooien met 10 dagen, ofte twee miezerige weekjes per jaar. Het is dan ook niet gek dat ze nog niet veel van de wereld hebben gezien. Of Europa ‘willen doen’ op tien dagen. Zwangerschapsverlof is trouwens niet federaal geregeld, elk bedrijf mag er zelf over beslissen. Het minimum is acht weken, onbetaald. Maar, zo vertelde een Amerikaanse me, toen ze mijn verbaasde smoel zag, je krijgt dan wel je job terug als je opnieuw start, hoor. OOOOOHhhhh, maar dan is het goed! Hartelijk bedankt!

11. Sommige mensen hebben geen auto

Dit punt moet ook plaatsafhankelijk zijn – in Boston is het eigenlijk logisch dat je geen auto hebt. Om te beginnen is de verzekering enorm duur, is er amper parkeerplaats en kost een uurtje parkeren in de stad zo maar eventjes 25 dollar. En als we er niet geraakten met het degelijke openbare vervoer, huurden we een auto voor een paar uurtjes.

 

12. Bijna iedereen weet hoe zijn oven werkt

… en gebruikt die dus niet enkel om nog wat spullen in te bewaren. Een andere trend duikt dan weer wel op, nl. een ‘soevit’. Jaja, ik heb het drie keer gevraagd, het bleef klinken als ‘soevit’. Tot ik het zag, en begreep dat het om een ‘sous-vide’ ging, een warmwaterbad, zodat je je vlees zachtjes tot perfectie kan laten garen. Het is nu even hip, maar heel ver gaat die keukengekte niet. In een land waar ‘zelfgemaakt’ betekent dat je zelf het pakje hebt opengeknipt, mag het niet verbazen dat de meesten nog nooit een staafmixer ‘in ’t echt’ gezien hadden. Ze komen daar dan ook zelden voor in het wild.

In de krant – deel 1

‘Je staat in de krant’, stuurde een vriend me recent als berichtje. Met daarbij een foto van een tekst uit De Standaard. Nu was ik me niet bewust van enige heldendaad van mijnentwege, noch van krantwaardig schandelijk gedrag, dus het was met grote nieuwsgierigheid dat ik de foto bestudeerde.

Het bleek om een artikeltje te gaan, getiteld ‘Rare jongens, die Europeanen’ waarbij 12 punten werden opgesomd die Amerikanen vreemd vonden aan Europa. Neen, ik had het niet geschreven, maar ja, het was wel een onderwerp dat in mijn pen zou kunnen leven. Ik heb hier al rondgevraagd naar clichés over Europeanen namelijk, in de hoop wat stof voor een blogpost te kunnen verzamelen. Helaas kwamen de meesten niet verder dan de gewone clichés als  ‘Fransen zijn snobs’ en ‘Duitsers zijn strikt’.

Nu was deze lijst opgesteld aan de hand van blogs van Amerikanen, die door Europa reisden en zich verbaasden over die kleine dingen die telkens nét anders zijn. Nu is België niet ‘heel Europa’ en Boston niet ‘alle Verenigde Staten’ maar het loont de moeite het even af te checken met onze dagelijkse beslommeringen (hier deel 1, van 1 tot 6. Binnen enkele dagen verschijnen vragen 7 t.e.m. 12).

 

  1. Europeanen ontbijten slaapverwekkend saai.

 

Recent hoorde ik een moeder zuchten dat het niet evident was om altijd drie gezonde maaltijden op tafel te zetten. Vooral dat warm ontbijt was een ellende. Warme havermout is toch écht wel een minimum en ‘gelukkig’ bestaan er kant-en-klare oplossingen zoals wafels, wafels met een kipfilet tussen of de Kellogg’s breakfast sandwich (twee pita’s met een omelet, spek en spinazie tussen) die je allemaal in de vriesafdeling van elke supermarkt vindt.

Pardon? U eet gewoon een boterham of een koffiekoek? De Amerikaanse varianten daarvan zijn echt niet om over naar huis te schrijven, helaas. Magere vleeswaren, buiten kip- en kalkoenfilet, zijn niet te vinden en op de gekookte ham staan dingen als ‘slechts 15% water toegevoegd’. Of nog beter, op een soort rosbief voor op de boterham: ‘10% karamelkleur toegevoegd’. Geen wonder dat ze dat hun kinderen niet willen aandoen.

kellogs

  1. Onze Europese koffies zijn belachelijk klein.

En ze zijn vaak niet eens mee te nemen. Ellende troef dus! Al moet ik toegeven dat ik de gratis refills wel ga missen. Al is dat enkel en alleen omdat je drie keer moet bijvullen om een Europese hoeveelheid caffeïne binnen te krijgen. Zo goed als iedereen loopt te slurpen uit een gigantische beker, of handige waterfles-met-inklapbaar-teutje. De angst voor dehydratatie is blijkbaar reëel.

 

  1. Onze belegde broodjes zijn zo goed als onbelegd.

Inderdaad, op onze belegde broodjes ligt gemiddeld één tot twee sneetjes kaas. Of ja, een sneetje hesp. Of allebei. Dat valt in het niets tegenover het pak ham of de blok kaas die hier tussen de witte boterhammetjes worden geduwd. Elke keer moet manlief vragen om 90% van het beleg er weer af te halen. Om helemaal voor gek versleten te worden, want wie wilt er nu niet een half varken op het blaadje sla vinden?

IMG-20160526-WA0009

Manlief krijgt lunch aangeboden op een congres

  1. Onze winkels zijn zo goed als nooit open.

Oh, wat ga ik de Amerikaanse openingsuren missen! Op zondagavond 20u op het gemakje inkopen gaan doen? Geen probleem! Thuis sluit de bakker op de middag – toen beseften we dat we niet meer in een stad woonden.

 

  1. In Europa zijn geen bag boys en je groenten weeg je zelf.

Toch even nuanceren. Je kan hier ook je eigen groenten wegen. Alleen kan dat tot een acute migraine-aanval leiden. Er is geen duidelijk scherm met fotootjes van de groenten en het fruit. Er zijn codes. Die codes staan ergens, verborgen op het prijsplaatje. Of niet. Een doorwinterde schattenzoeker die het niet opgeeft na de courgettes, de paprika’s en een tomaat of drie.

Dat iemand je boodschappen voor je inpakt, kan inderdaad handig zijn. Het gaat wel vlotter. Maar hoe goed de mannen (en madammen) van de Colruyt ook leren stapelen, de bag boys (en ladies) hebben niet dezelfde cursus gevolgd. Néé alsjeblieft niet de melk bovenop mijn verse kruiden. En de eieren mogen van boven, dank je wel.

Je zal ook steeds zien dat de inpakker (of zakkenvuller? Klinkt toch verkeerd…) steeds een pauze neemt als ik aan de beurt kom. Al zal de kassier dan mee helpen inpakken, ik zie het in de Delhaize niet zo snel gebeuren.

 

  1. Onze obers verwachten geen fooi, maar zijn wel onvriendelijk

Eerlijk? Ik vind dat fooi-systeem stresserend. Wanneer wel, wanneer niet? Hoeveel? De pizzajongen die mijn bestelling brengt, die doet toch gewoon zijn werk? Moet ik hem belonen omdat hij de doos niet heeft laten vallen? En dat er zo maar even 15 tot 20% bij de rekening komt, is soms wel even slikken. Nu is het voorstel op tafel gegooid om obers gewoon beter te betalen, in plaats van echt af te hangen van fooien omdat ze ocharme $2/uur verdienen. Ik stem in elk geval al voor!

 

(hier het originele artikel)

http://www.standaard.be/cnt/dmf20160517_02293060

 

Liefdadigheid

Vrijgevigheid. Liefdadigheid. Het blijkt belangrijk in de Verenigde Staten. Heel wat research wordt gesteund door giften. Er bestaat een hele marketing rond. Soms is dat wat aan de overdreven kant. Een paar maanden geleden hebben we 50 dollar gestort voor het kankeronderzoek, en ik overdrijf niet als ik zeg dat we daarover ondertussen zes brieven hebben gekregen. Om ons te bedanken. Om ons adresstickertjes toe te sturen. Om ons nog maar eens te vragen misschien wat meer te storten. Om ons een persoonlijk verhaal van een patiënte te sturen, die geholpen door onze gift, nu richting genezing kan klauteren. Dan willen we toch nog wel eens storten?

 

Ik koop in België ook wel een sticker van het Rode Kruis en een plantje voor Kom op tegen Kanker, maar hier wordt dit alles naar een ander niveau getild. Er worden bake sales georganiseerd, loop- en wandelwedstrijden, pick nicks – allemaal voor het goede doel.

Tja, wij blijven daar niet ongevoelig voor. Wij willen ook mensen helpen. Wij willen ons inzetten, jazeker, wij steken de handen uit de mouwen.

Dus gingen we vorige week naar de Scooperbowl. Nee, niet de Superbowl (de American football-finale), de Scooperbowl. Een ‘scoop’ is een schep. Van ijscrème.

jimmy fund

Het is een evenement waar zes roomijsverkopers verschillende smaken aanbieden. En waar je voor 10 dollar à volonté van het ene naar het andere kraampje mag dwalen, van ‘zomerse kers’ naar ‘cookies and cream’, van ‘zoute karamel’ naar ‘Belgische chocolade’ en ‘blauw knispersnoep’… alles werd aan een grondig onderzoek onderworpen. Mijn absolute favoriet bleek ‘Butter crunch’ – een rijke smaak als een zachte boterkaramel waar hier en daar een knapperig nootje te ontdekken viel. Jep. Alles voor het goede doel. Mijn hemel is verdiend.

ijscreme

Blijvend verbaasd

Toen we het vliegtuig opstapten vorig jaar in juli, hebben we héél lang aan de incheckbalie gestaan. Neen, de oorzaak lag niet in onze grote koffers, die wogen wel degelijk allemaal netjes 22,9 kg. Het lag zelfs niet aan het paspoort van zoonlief, met de foto van toen hij 3 weken was (en een beetje leek op de varkentjes van bij Angry Birds – alleen op de foto hé!). Neen, het lag aan de brave man aan de andere kant van de balie. Hij kon maar niet besluiten welk vakje aan te vinken over de status van ons visum. Een green card was het niet, op vakantie gingen we niet en er werd druk heen en weer gebeld over de andere mogelijkheden. Uiteindelijk werd het ‘legal alien’. Een legaal marsmannetje dus.

 

Dit legaal marsmannetje voelt zich geregeld nog een buitenstaander. OK ik geef toe dat ik ook niet veel pogingen tot indoctrinatie heb ondernomen. Ik loop nog steeds niet elke dag in een yoga- of strakke fietsbroek op straat zonder ooit te gaan sporten. Ik loop zelden met een koffie van meer dan 750 ml rond. Ik heb nog steeds geen chips bij mijn middagmaal (of eender welke maaltijd) gegeten. Ik blijf hardnekkig op zoek naar eetbaar brood (zoektocht naar eetbare croissant is recent opgegeven, een mens moet zijn grenzen kennen).  Kortom, ik ben dik geflest voor die hele inburgering. En er zijn nog steeds zaken die me elke keer doen grinniken. Een korte top 5.

Blijvend verbaasd over

  • Het grote optimisme dat spreekt uit bepaalde voedingswaren. Vlees met 10% vet in, wordt aangekondigd als 90% vetvrij. Dat is toch geweldig? Ik ben vanaf nu dus ook volledig schuldenvrij op twee leningen na, ik ben in topvorm, op 450 km jogging na en ik ben 28. Op een paar jaar na (niet verder te specifiëren aub).
  • Elke keer zeg ik ‘ja, we kunnen oversteken, het is groen’. Maar het is helemaal niet groen. Het is wit, een wit mannetje. Of er staat ‘WALK’. Was groen te verwarrend, of al bezet voor iets anders? En ik kan ook maar niet wennen aan het feit dat alle lichten voor de voetgangers groen wit worden op hetzelfde moment, zodat je diagonaal de straat mag oversteken. Voelt nog steeds fout aan.
    walk
  • Ze zeggen dat keuze doet eten. Dat verklaart heel veel. Ik heb bijvoorbeeld nog nooit zoveel soorten M&M’s gezien. Melkchocolade. Melkchocolade met pinda. Met amandel. Met gepofte rijst. Zwarte chocolade. Met specifieke kleurtjes voor Valentijn -> dit leverde recent wel een aardige taart op!
    IMG_20160214_131400

Ook de uitgebreide selectie macaroni en kaas verbaast me elke keer. Meer dan 10 merken, en het is dus gedroogde macaroni en gedroogde kaas. Enkel te koken in water. Ik krijg al honger…or not.

DSC_0758

ik vind 7 soorten kippenvleugel toch wat mager

 

  • Jarenlang dacht ik dat het water ten zuiden van de evenaar naar de andere kant draaide in de afvoer. Recent geleerd dat dat niet klopt. Nu kan ik geen enkele reden of fysische natuurkracht meer bedenken waarom alle sleutels hier naar de ‘verkeerde’ kant gedraaid moeten worden om een deur te openen. En waarom kan ik hier maar niet aan wennen? Damn you, koppig motorisch brein!
  • Ik heb al een aantal keer over de grappige producten in de supermarkt gepraat. Maar deze zet ik met stip op nummer één. Spaghetti die ‘potvriendelijk’ is. Lees: het zijn kortere sprieten zodat die meteen in je pot passen. Denk aan wat dit de gezondheidszorg kan besparen aan stressgerelateerde aandoeningen!

 

Zeggen ze niet dat je de verwondering van een kind moet blijven delen? Ik doe in elk geval mijn best. Al is ons kleinste ventje moeilijk te evenaren – laat ons eerlijk zijn, een houten blokje is voor mij alleen de eerste 6 keer interessant.

5 keer mythe of waarheid

Het lijkt alsof er met de kalender is geknoeid, maar toch is het zo: we wonen ondertussen al zes maanden in Boston.

Op zes maanden hebben we Boston en de Bostonianen net iets beter leren kennen. Al is er nog zo veel dat onontgonnen terrein blijft. Laat ons zeggen dat als je tijdens een vakantie bovenop de toeristische ijsberg staat, wij toch al eens ons hoofd onder water hebben gestoken om te kijken wat er onder het oppervlak leeft. Nu hebben we nog een half jaar om onze innerlijke pinguin aan te spreken, en het allemaal wat dieper te gaan onderzoeken.

Ik bedacht me deze week dat ik – en waarschijnlijk iedereen wel – vooraf een heel aantal ideeën had over Boston en Amerikanen in het algemeen. Enkele van die clichés (want dat zijn ze wel) bleken te kloppen. Bij anderen sloeg ik de bal dan weer enorm mis (een beetje zoals de Patriots die recent verloren van de Bronco’s en daardoor niet in de Super Bowl zullen spelen volgend weekend, Boston in rouw).

Bij deze een kort overzicht van een aantal clichés met de analyse: mythe of waarheid? Ik heb altijd al een mythbuster willen zijn!

 

  1. Amerikanen zijn erg oppervlakkig en het is moeilijk ze beter te leren kennen

 

Mythe of waarheid?

Dat eerste kan ik niet bevestigen of ontkennen. Ik vind het eerlijk gezegd wel heel leuk dat er in de winkel wordt gevraagd hoe het met mij gaat. Natuurlijk weet ik wel dat het die man of vrouw waarschijnlijk niet veel kan schelen, maar toch, het geeft een prettig gevoel. Idem voor de standaard ‘have a nice day’ als je vertrekt.

Het tweede blijkt dan wel weer te kloppen: het is erg moeilijk om als buitenstaander echt Amerikaanse vrienden te maken. Ik ontmoet nu elke week enkele andere mama’s en hun 2015 babies, en dat is heel gezellig. Maar er zijn er weinigen waarmee ik verder nog zou afspreken. Het zijn dus misschien niet de Amerikanen, dan wel de contacten, die oppervlakkig blijven. Nu ja, ik geef de moed zeker nog niet op!

 

  1. Amerikanen kunnen niet koken

 

Mythe of waarheid?

Zeker niet voor iedereen zo, maar ergens wel waar. Ze hebben ook gewoon een ander idee over koken. Een Amerikaan is al snel onder de indruk van een zelfgekookte maaltijd of zelfgemaakt gebak. Vooral als je verduidelijkt dat de Europese betekenis van ‘zelfgemaakt’ betekent dat er bloem, suiker en andere échte ingrediënten aan te pas komen. Want ‘zelfgemaakt’ kan hier evengoed betekenen dat je zelf het pakje deeg hebt opengeknipt en het zelf in de oven hebt gezet. Recepten die je op een pakje pasta vindt, bijvoorbeeld, zijn vaak niet meer dan: doe de pot saus open. Warm op. Kook de pasta. Bedelf onder een pond kaas. Smakelijk. Dat brengt ons bij nr. 3.

 

  1. Amerikanen eten enorm ongezond en zijn dan ook allemaal te dik

 

Mythe of waarheid?

Hier vallen twee groepen van mensen op, die eigenlijk lijnrecht tegenover elkaar staan. Ja, je hebt de chubbies die chips eten als middagmaal, bovenop een pizza en met een frisdrankje van een liter erbij. En ja, die mensen denken vaak nog dat ze goed bezig zijn, want chips = aardappel = groente en op die pizza ligt ook één olijf en olijfolie = gezond.

 

Er is ook enorm veel kant-en-klaar gemaakt. En gefrituurd. En met kaas, veeeeeel kaas.

 

Aan de andere kant is het aanbod aan ‘bijzondere’ voeding/recepten ook erg groot: vegetarisch, veganistisch, kosjer, glutenvrij en vooral ORGANISCH – je vindt het allemaal gemakkelijk terug. (Btw, ik besef dat glutenvrij zeker niet hoort bij de keuze-dieten, al denken sommigen hier dat gluten de duivel zijn en dat ze 126 gaan worden als ze die vermijden). Vaak komen mensen dan ook aan met een lijst van alles wat ze niet wensen te eten.

‘Gewoon gezond en gevarieerd’ eten, is blijkbaar niet zo een optie. Ofwel bij je bij team Donut ofwel bij team Don’t.

 Oh, en in Boston valt het aantal écht dikke mensen geweldig goed mee! Dat komt misschien door nr. 4…

 

  1. Boston is de meest Europese stad van Amerika

 

Mythe of waarheid?

Dat blijkt te kloppen. Het is de oudste stad van de VS en dat zie je vooral aan wijken zoals Little Italy, met kronkelige kleine straatjes en pleintjes en niet het klassieke dambordpatroon. Boston is ook een erg groene stad, met vele parken en grasvelden. Het is niet moeilijk je hier thuis te voelen – en veilig. Er wonen veel expats en je vangt gemiddeld een 5-tal talen op als je een half uurtje gaat wandelen.

 

  1. Amerikanen zijn behoorlijk wereldvreemd

 

Mythe of waarheid?

Mja, deze kunnen we vaak toch niet ontkennen…Is België een mooie stad? Spreken jullie dan Belgisch? – OK, we kunnen nog argumenteren dat België wel echt heel klein is, dus dat dat misschien geen verplichte leerstof is. Maar dit is een land waar Spaans de tweede taal is. En waar ze in de Spaanse les ‘happy birthday’ voor mij zingen = Feliz Compleaños. En de dame naast mij dan fluistert: oh jee, de lerares denkt dat je ‘Feliz’ heet.

Ohh well… ik heb al ergere bijnamen gehad!

Groe(n)tjes uit Boston

Wat doet een mens wanneer zijn of haar dag er opeens helemaal anders uitziet? Wel honderd nieuwe dingen, zo blijkt. Eén daarvan is meer tijd besteden aan koken. Niet alleen meer tijd aan het fornuis (hoewel…), maar ook aan de voorbereidingen: het menu opstellen, het boodschappenlijstje maken – ik kan er al eens langer over nadenken. Er worden zelfs goeie voornemens aan gekoppeld, zoals elke week nieuwe ingrediënten leren kennen. Bijvoorbeeld nieuwe groenten. Nieuw, omdat ik ze echt nog nooit gezien heb (‘huh, wat is dat voor knol’ – en het dan niet over de winkelbediende hebben) of nieuw omdat ik er nog nooit mee gekookt heb door pakweg kindertrauma’s (Spruitjes! Rode kool! *rent gillend weg* ), onwetendheid (‘Hoe moet je dat eigenlijk klaarmaken, zo’n biet? Ah oei, da’s een raap?’) of omdat het er eenvoudigweg nooit van is gekomen (‘Heb ik zin in boerenkool? Meh!’).

Redenen genoeg dus om ons te beperken tot de gouwe ouwe boontjes, worteltjes, bloemkool en andere smakelijke bekenden. Maar als ons kleinste ventje nieuwe smaken moet leren kennen, zij het netjes gepureerd met een patatje of wat pasta, dan kunnen wij toch niet achterblijven? Dus hop, naar de Stop N Shop! Foto’s nemen van de onbekende groenten, thuis receptjes opzoeken en de week erna op het menu zetten. Manlief verrassen met wat er in de koelkast ligt (‘Wat zijn die groene bladeren met gele, paarse en rode steeltjes aan?’) en op zijn bord (‘Pizza met geroosterde rode biet en pompoen? Géén salami? Ben je zeker schat?’ *licht ongeruste blik*).

Maar de beoordeling van de master jury is overwegend positief. En wat blijkt; onbewust eten we nu ook vaker vegetarisch. Maar dan wel op een manier dat je het vlees echt niet mist, neen echt, zelfs mijnheer de meatlover niet. Dat is natuurlijk mooi meegenomen! Ik wilde tot nu toe best wel wat minder vlees gaan eten (ecologisch enzo), maar die maaltijden zagen er altijd uit alsof iemand het vlees gewoon vergeten was of per ongeluk had vervangen door iets dat niet anders kan omschreven worden als Spongebob Squarepants’ pants.

Hier onze top 5 (vegetarisch of not so much, maar altijd met een smakelijk groentje in de hoofdrol)

1. Hartige taart met rode kool en geitenkaas

Bij deze zijn alle kindertrauma’s in verband met rode kool gesmolten als sneeuw voor de zon! De kool wordt gekookt met balsamico azijn en wat bruine suiker, mjum mjum. Het helpt natuurlijk ook dat de korst voor een groot deel uit parmezaan bestaat – alsof je een gigantisch kaaskoekje eet! Voor het recept zie: http://etenuitdevolkstuin.nl/2014/02/23/hartige-taart-met-rode-kool-uit-delicious/ .

DSC_0621

Korst net niet groot genoeg gemaakt 🙂

2. Pasta met snijbiet en gehakt

Rainbow chard. Ik ben het moeten gaan opzoeken. Bleek het ‘snijbiet’ te betekenen. Ben ik dat ook moeten gaan opzoeken – zo blijft een mens wel bezig natuurlijk. Het wordt omschreven als de voorloper van spinazie met een mildere smaak. Hier worden verschillende rassen gemengd en dat geeft allerlei kleurtjes steel (vandaar de ‘rainbow’). Dit receptje is super snel en erg lekker: http://www.foodnetwork.com/recipes/food-network-kitchens/rigatoni-with-swiss-chard-and-sausage.html?soc=socialsharingpinterest .

IMG_20160118_144634

3. Quiche van groene asperges met een spaghetti-pompoen-korst

Van spaghettipompoen had ik nog nooit gehoord. Maar eens gegrild wordt snel duidelijk dat ie zijn naam niet gestolen heeft. Het dradige vlees kan gebruikt worden als vervanger van pasta, of in dit geval, samengeduwd worden in een quichevorm en dienst doen als smakelijke bodem. Toppie. Het recept is op dit manier glutenvrij en ook vegetarisch – al denk ik dat wat spek erbij gooien zeker lekker zal zijn. OK, dat laatste was waarschijnlijk een overbodige opmerking: ergens wat spek bij gooien is toch (bijna) altijd lekker? Voor het recept zie: http://tastykitchen.com/blog/2012/09/asparagus-quiche-with-a-spaghetti-squash-crust/ .

ps– ik moet er eerlijkheidshalve wel bijzeggen dat manlief me halverwege de maaltijd vroeg of het oorspronkelijke recept ook met groene boontjes was. Waarop ik dan schaapachtig: eeeeeeuhhh…. het zijn groene asperges. Duhuh.

4. Pasta met avocadosaus

Natuurlijk kende ik al avocado’s. Maar ik had ze nog nooit als spaghettisaus gebruikt! Enige minpuntje hierbij is dat ik het altijd zo moeilijk heb om een echt rijpe avocado te vinden. Als je ze koopt, zijn ze zogezegd ‘klaar om te eten’ maar NEEEEEE dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Als je te vroeg bent, is er geen weg meer terug, want je hebt de sucker natuurlijk al in twee gesneden. Als je dan weer wacht tot ie echt zacht aanvoelt, is de binnenkant al onsmakelijk bruin.

Maar goed, stel dat je dus toch dat fantastisch moment van het-leven-is-mooi-de-avocado-is-rijp gevonden hebt, schrap dan alles van het menu en maak dit! Het gerecht is in feite vegetarisch, maar spekjes…. Ah, you get it. http://damndelicious.net/2014/06/20/avocado-pasta/ .

DSC_0663

5. Gehaktballetjes, stoemp van groene kool en speksaus

Van onze eigen Jeroen Meus (http://www.een.be/programmas/dagelijkse-kost/recepten/kippengehaktballen-stoemp-met-savooikool-en-speksaus). Het mag dan wel dagelijkse kost heten, met die jager-achtige saus smaakt het als een feestmaal. Groene kool leek heel saai in mijn ogen, ik had het nog maar zelden klaargemaakt. Maar dit komt zéker nog eens op tafel. Ik vond het best veel werk, maar misschien word ik er wel efficiënter in. Manlief zal het in elk geval niet erg vinden dat ik oefen!

IMG_20151209_193729

 

Ik vraag me al aan af waarom oh waarom ik een top 5 heb gemaakt! Nu kan ik niets meer vertellen over de pizza met bloemkoolkorst, de pasta met bloemkoolsaus (tiens, een thema), de raapjes in de oven, de zalm met olijfjes en pistachenootjes, …en vooral: de pittige falafel met avocadosaus. Nu ja, next time!

Laat zeker weten mocht ik je overtuigd hebben een receptje te proberen. Of heb je zelf nog andere, minder alledaagse manieren om groenten klaar te maken? Ik hoor het zeker graag! En ondertussen: veel groentjes uit Boston en smakelijk!

Sneeuw

Een tijdje terug las ik een artikel waarin de vraag werd gesteld waarom stormen en orkanen altijd vrouwennamen krijgen. Hier zijn ze er in elk geval van afgestapt, want vorig weekend maakten we kennis met Jonas, de sneeuwstorm die een groot deel van Midden- en Oost-Amerika van een wit tapijt voorzag.

Mensen werden opgeroepen hun generator in de aanslag te houden, voorraden in te slaan en vooral binnen te blijven. Boston lag gelukkig enkel op de grens van het sneeuwfront, bij ons begon het op zaterdagavond te sneeuwen en lag er zondag zo’n 15 cm te blinken onder een staalblauwe hemel met zonnetje.

Geen stormtaferelen dus zoals elders in de States, of zoals hier vorig jaar. Iedereen die we hierover al hoorden, spreekt van de ergste winter in 50 jaar.

Het begon te sneeuwen in januari/februari en elk weekend was er wel een storm, wat al snel opbouwde naar sneeuwhopen van anderhalve tot twee meter hoog. Mensen zijn echt getraumatiseerd, zijn waarschijnlijk nu nog in hun slaap aan het sneeuwscheppen (want: na elke sneeuwval heb je maar een beperkt aantal uren om de stoep vrij te maken… it’s the law).

De foto’s van vorige winter zijn behoorlijk hallucinant: mensen die in witte gangen lijken voort te bewegen, waarvan je alleen de bovenste helft, in een donzen jas geduffeld, boven de sneeuwmuur ziet uitkomen.

Mensen naast een witte berg, hun auto. Auto’s die moeten uitgegraven worden. Die mensen waren op weg naar hun werk. Want de stad valt niet stil omdat er een sneeuwvlok is gespot. Het openbaar vervoer blijft rijden, en het aantal sneeuwdagen voor scholen is in die drie maanden dat alles letterlijk ondergesneeuwd was, beperkt gebleven tot zes.  Dus die 15 cm dit weekend, met temperaturen die met het vriespunt flirten… tja, dat is bijna strandweer voor de inwoners van New England he.

Wij toch blij dat we ons ook al donzen jassen hebben aangeschaft. Ik had er namelijk coupons voor*.

*Hey niet lachen, de jas van manlief, 450 dollar zo maar even, heeft er nog 85 gekost!

Jaarlijkse verrassing

Het was niet zonder waarschuwing, oh nee. De boom staat er al even, zoals dat hoort van nét na de doortocht van de Sint. Drie honderd lichtjes zitten erin, jawel 300! En een hele nieuwe uitzet aan versieringen, want die hadden we uiteraard niet in onze koffers gemoffeld deze zomer. Er hebben zich zelfs enkele pakjes onder de boom genesteld.

 

De dagen worden zoveel korter, de Amerikaanse buren slepen tonnen lichtjes naar buiten, er staan kerstbomen aan en zelfs in de winkels, Jingle Bells klinkt constant op de radio en op elke straathoek staat iemand van het Leger des Heils met een bel te zwaaien (behoorlijk irritant trouwens, dat laatste).

 

In het straatbeeld duiken rode mutsen op. Mensen vragen aan andermans kinderen of ze wel braaf geweest zijn. We hebben al twee kaartjes met besneeuwde coniferen in de bus gekregen, in de supermarkt zeggen mensen niet langer Have a good one, maar wel Merry Christmas.

 

Het was dus ALLESBEHALVE zonder waarschuwing. Het is niet komen aansluipen zoals zoonlief tegenwoordig met militaire precisie en snelheid doet.

 

En toch, en toch.

 

Toch schoot dit weekend door mijn hoofd: Volgende week is het Kerstmis. HOEZO VOLGENDE WEEK IS HET KERSTMIS? Waar komt dat opeens vandaan?

 

Als ze dat nu eens elk jaar op dezelfde dag zouden organiseren, dan zou me dat misschien niet zo overvallen…. Owww…. Wacht….

A few of my favorite things

Soms zijn uitdrukkingen een beetje vreemd. Zoals ‘nou breekt m’n klomp’. Of ‘nu komt de aap uit de mouw’. Maar soms verwoorden ze exact wat je denkt. Zoals ‘een foto zegt meer dan 1000 woorden’. Dat klopt.

Duizend woorden is dan ook niet zo veel. Een vrouw gebruikt gemiddeld 20 000 woorden per dag. Dus met die 1000 kom ik niet verder dan halfweg het ontbijt. En dan nog een doordeweeks ontbijt, met wat corn flakes en een kiwi, don’t get me started over pakweg een pannenkoekenbrunch. Of over de écht grote momenten- daar zijn vaak niet eens woorden genoeg voor. Of niet de juiste woorden. Zoals dat moment dat je mama of papa wordt. Of het moment dat je beséft dat je mama of papa bent. Want die twee vallen niet noodzakelijk samen. Bij mij toch niet, maar ik ben dan ook uitzonderlijk traag van begrip. Ik had wat tijd nodig, zoals ze het zo mooi in het Engels zeggen ‘to wrap my head around it’. Zo voelt het ook echt, dat je je hoofd, al je gedachten en emoties,  rond dat idee moet draperen, dat moet opnemen.

 

Maar we wijken af. Ik had het over foto’s. En het verhaal dat die vertellen. Of het gevoel dat ze overbrengen. Dat blijkt heel wat te kunnen zijn. Bijvoorbeeld het gevoel van een warme knuffel. En met Thanksgiving achter de rug en Kerstmis in aantocht, kreeg ik een opstoot (niet besmettelijk, doet geen pijn) van een gevoel van fluffy blij zijn. Er zijn veel mensen die me blij maken. Van hen is geen lijstje te maken, hoogstens een kunstzinnige collage. Maar daar ga ik niet aan beginnen, kunstig als een koala dat ik ben. Naast personen, zijn er veel dingen die me blij maken.  Eén van de tips uit van die geluksboeken is dat je foto’s moet maken van zaken die je opvrolijken. Elke dag 1 foto, een jaar lang. Om te beseffen dat het ook de kleine dingen kunnen zijn waar vrolijkheid in schuilt. Een mooi projectje, maar ik hou het lijstje vandaag iets korter – het doet me aan ‘The sound of music’ denken: These are a few of my favorite things.

 

    • Herfstkleuren/de eerste sneeuw/nieuwe blaadjes aan de bomen/lange avonden, kortom de charme van het seizoen

       

    • Cappuccino met tekeningetjes in de melk (ook als die wat mislukt zijn)
      2015-11-29 16.45.38
    • Brunch – in goed gezelschap. Brunch is de beste maaltijd van de dag. Je eet allerlei lekkers door elkaar en je krijgt en goeie koffie bij. Of cappuccino. Dubbel gewonnen.brunch
    • Zoetigheid bakken – cake is de perfecte wetenschap. Volg het protocol en je krijgt een goeie cake. Volg het protocol én voeg nog een snuifje eigen touch toe, en je krijgt een zalige cake.
      P1120262
    • Baby-piekhaar. Want het is een baby. Met haar dat rechtop staat. Het blijft hilarisch.
P1110729


OK, nog niet veel haar, maar dat komt nog wel.

  • De zee – ik weet niet waarom, golven zijn gelinkt aan rust en vakantie.
    P1120857
  • (Mijn) katjes – wie meent dat je geen vriendschap krijgt van katten, heeft er nog nooit eentje in huis gehad (ik zeg bewust niet: ‘heeft geen kat’ want zo werkt het niet met katten, natuurlijk).
  • All things Snoopy- Snoopy was mijn eerste knuffel en die hond met zijn apart filosofie (‘Be yourself. No one can say you are doing it wrong.’) heeft nog steeds een plekje in mijn hart.
    P1120070
  • Kaartjes/smsjes/kleine gesprekjes – ik ben zo’n zeem die dat allemaal bijhoud.

DSC_0381

Waar worden jullie blij van?

10 keer net iets anders

Elk land is anders. Dat merk je als buitenlander in de grote en kleine dingen. Die eerste oogopslag lijkt het vaak ‘zoals thuis’. Maar dan knipper je één keer, en opeens vind je het gek dat de rekening al op tafel ligt nadat je je laatste hap hebt doorgeslikt, of vraag je nog een extra glaasje water want dat wordt gratis aangeboden en kost geen 8 euro per fles.

 

  1. Soms kom je merken tegen die je herkent. Dat is wel eens fijn. Al worden die merken vaak anders genoemd. Ik had eerder al aangehaald dat het ijsjesmerk ‘Ola’ hier ‘Good Humour’ heet. Wat me ook opviel was dat ‘Oil of Olaz’, wat me toch een Engelse term lijkt, hier ‘Olay’ heet. Misschien om een Spaans publiek aan te spreken? “Je ziet er goed uit, nieuwe dagcrème?” “OLAY!”.
  2. Wat kan er nu zo anders zijn aan liften? Wel, om te beginnen gaan ze niet van 0 naar pakweg 3. Het gelijkvloers is hier niveau 1. Dus het eerste verdiep is eigenlijk al 2. En de subniveaus zijn niet -1 of -2. Neen, die zijn vaak cryptisch omschreven als L, M, LL of P. Het is vaak gokken waar je dan gaat uitkomen, want ze staan ook niet altijd onder elkaar (zodat je nog uit de plaatsing zou kunnen afleiden hoe ze zich tegenover elkaar verhouden). Maar kom, wie houdt er nu niet van verrassingen?
  3. Minder fijn verrast waren we toen we door de buggy steeds de lift moesten nemen aan metrostations. Blijkbaar worden openbare toiletten en deze liften vaak verward. De stank is soms bijna niet te harden. Zouden deze ‘gebruikers’ dat niet vreemd vinden dat het urinoir op en neer beweegt?
  4. Soms zijn liftlobbies dan weer behoorlijk ‘fancy’. Daar hoort wat uitleg bij. Wetenschappelijk onderzoek wordt in de VS erg gesteund door financiële giften. Dat merk je al snel als je een ziekenhuis bezoekt. Elk gebouw, elke afdeling, elk sportevenement, het is gesponsord en draagt de naam van de wilde weldoener. The Arthur en Linda Gelb Center for translational research –> heel rijk. The Dana-Farber Building –> heel heel rijk. En als je dan niet stinkend rijk bent, maar ‘gewoon’ rijk, en je wilt ook je steentje bijdragen, dan moet je tevreden zijn met het gangetje aan de liften dat jouw naam draagt. Officieel met een koperen plaatje! Komt toch wel een beetje lullig over, vind ik. Waar zullen we afspreken? Bij de Familie Dinges-lift? Aan de Miranda Huppeldepup-toiletten?
  5. Iedereen kent de cijfers. Je wéét de 2 op de 3 Amerikanen overgewicht hebben of obees zijn. En toch vind ik het nog steeds shockerend dat mensen in de cafetaria van een ziekenhuis, die een uitgebreid koud buffet heeft en verschillende soepjes en andere gezonde maaltijden biedt, een punt pizza kiezen (tot daar aan toe) met als bijgerecht een pakje chips. En dan alles wegspoelen met een half litertje frisdrank. De dame voor me aan de kassa claimde echter op haar lijn (streep?) te letten, dus zij ging enkel voor twee pakjes Doritos. Oh ja, die kilo’s vliegen eraf, dat kan je al zo voorspellen. Ach, het was tenminste op de middag. Want ik heb hamburger en chips ook al zien verorberd worden als ontbijt. Met een flesje sportdrank erbij. Een mens moet zich goed hydrateren he. Da’s gezond!
  6. Als je in een labo werkt, dan is één van die algemene regels dat je geen voedsel of drank meebrengt naar je werkplek. Lijkt logisch. Dat je je labojas, waar god-weet-welke-dinges nog aanhangen, ook niet meeneemt waar je gaat eten, dat lijkt ook logisch, toch? Maar hier niet. Hier wandelt het medisch personeel vrolijk met de hele operatie-outfit de cafetaria in en uit en gaan ze er de straat mee op. Ook omgekeerd vind ik dat eigenlijk niet zo’n prettig idee- dat iemand aan mijn ziekenbed komt staan met een uniform waar een halve stad aan fijn stof op ligt. Maar wel elke 5 seconden hun handen ontsmetten. OK dan.
  7. Ik krijg graag post (hint hint). Maar we vroegen ons wel even af hoe dat ooit zou lukken hier. Onze postbus heeft namelijk geen gleuf. Helemaal potdicht is-ie. Tot ik merkte dat de postbode alle brievenbussen kan openen langs de bovenkant. En dan maar zoeken naar de naam van de eigenaar. Lijkt me niet zo efficiënt, maar ik heb natuurlijk geen post gestudeerd.
  8. Wanneer de bovenburen dan even geen basketbal in huis spelen, de meubels verhuizen of een tapdanslesje vervolledigen (OK, dat laatste is waarschijnlijk niet waar maar soms zou je toch denken…), dan slaat de verwarming aan en klinkt het alsof er overal knikkertjes vallen en buizen worden aangetimmerd. Heel erg vreemd.
  9. Ik dacht dat Amerika technologisch zo vooruitstrevend was, maar op sommige vlakken valt dat erg tegen. Self scanning in de supermarkt staat nu in zijn kinderschoenen, en gaat niet bepaald zonder slag of stoot (de enige keer dat ik het probeerde, liep het fout omdat ik een item wilde verwijderen – ja, wie doe dat nu, stel je voor!). Heteluchtovens zijn ook nog niet tot over de plas geraakt, en de fax is hier nog een veelgebruikt werkinstrument, en niet de grijze bak die stof staat te vergaren naast de printer, zoals wij hem kennen. Nu ja, wij betalen de elektriciteitsfactuur met een cheque, dus wat had ik verwacht?
  10. Ze zijn dan misschien niet technologisch vooruitstrevend, zuivelgewijs worden hier nieuwe toppen bereikt. Het is culinair gesproken dat ook zowat het enige dat ik zou verkiezen boven de Belgische variant: het roomijs is ge-wel-dig! Mijn favoriet is momenteel ‘Crazy sea turtle’: karamelijs met daarin kleine pretzeltjes met chocolade rond en kleine chocoladecupjes die openbarsten en zelf weer gevuld zijn met lopende karamel. Oordeel: Vijf sterren! Jep, ijssmaak-recensent is een harde job, maar je kent me he: ik offer me wel op.

 

 

Giving thanks

De vierde donderdag van november loopt heel Amerika eens niet de hele dag te grazen, zoals hier normaal gezien gebeurt, maar gaan ze rustig aan de eettafel zitten om samen te eten. Thanksgiving day, of kortweg Thanksgiving, is  het grootste familiefeest van het jaar, en mensen reizen vele duizenden kilometers om bij hun ‘loved ones’ te zijn. De wegen en de luchthavens zijn daarom druk druk druk, de straten des te leger. De winkels, die je op een gemiddelde zondag tot 22u30 ontvangen, zijn plots vroeger dicht, of zelfs heel de dag gesloten.

 

De avond voor Thanksgiving, Thanksgiving eve, zijn het de jongeren die de bloemetjes gaan buiten zetten- en dat zijn geen chrysantjes. Overal wordt uitbundig gefeest, de alcohol vloeit rijkelijk en er is geen taxi, Uber of huurauto meer te krijgen. Wij waren uitgenodigd op een sushi-en-gin-tonic-feestje bij vrienden, en trokken er heen met het reisbedje van ons ventje, vastbesloten ons niet te laten dirigeren door iets rudimentair als ‘bedtijd’. De gin-tonics heb ik aan me voorbij laten gaan, de sushi was geweldig maar wel geïnspireerd door het ‘in America everything is bigger’ adagio (met maki’s die ik in drie moest bijten om ze op te krijgen) en de happy baby vond al die mensen toch maar wat griezelig. En het reisbedje, dat een soort tentje is met een matrasje in, vond ie nog veel griezeliger. Het was dan ook pas na heel wat heen- en weer gewieg, zingen, neuriën en knuffelen dat hij zijn oogjes niet langer kon openhouden en zich gewonnen gaf – hij zou dan wel in de tent slapen. Een zoon van zijn moeder (eveneens geen tentenfan)!

 

We vonden toch een Ubertaxi om ons naar huis te brengen. De chauffeur vertelde ons dat Thanksgiving het moment herdacht dat de pelgrims in Amerika aankwamen, en dankzij de ‘natives’ nog een oogst hadden. Ze braken samen het brood. Later bleek dat manlief en ik op dat moment aan exact hetzelfde dachten, maar wijselijk onze mond hielden, nl. dat ze na dat brood de oorspronkelijke inwoners bedankten door hen in groten getale uit te moorden en hun land af te nemen.  Maar kom, details he.

 

Op Thanksgiving zelf waren we uitgenodigd door een Amerikaanse vriendin van onze Belgische vrienden hier, wat maakte dat het gezelschap bestond uit 6 Belgen, 1 Amerikaanse, en 1 Britse. Iedereen had iets meegebracht, en de gastvrouw toverde de klassieke kalkoen wel degelijk uit de oven. En ja, er waren veenbessen, geroosterde groenten, puree van zoete aardappel, macaroni en kaas met kreeft en pompoentaart (2 soorten!).  Het eten bleek fantastisch, de sfeer gezellig, ons ventje vrolijk en deze Thanksgiving-virgins waren dankbaar dat ze het konden en mochten meemaken. Het is dan ook een jaar geweest met zoveel om dankbaar voor te zijn. Af en toe mag een mens daar wel even bij stilstaan. En als dat dan moet bij heerlijk eten en goed gezelschap, tja, wie zijn wij om daar tegenin te gaan?

DSC_0314

Stop! Turkey Time!

DSC_0319

IMG_2724

The good stuff

November update

‘I get my charms from daddy’ staat er op zijn t-shirt te lezen. Het had niet beter kunnen passen. Wild zit hij in zijn stoeltje te trappelen, terwijl hij kreetjes uitslaat die het midden houden tussen een schaterlach en een hoestbui. Hij schudt zijn hoofdje van links naar rechts – een onhoorbare ‘neen’ op mijn vraag: moet jij eigenlijk geen dutje doen, klein spookje?

Wat is hij al veranderd sinds we hier onze koffers uitpakten eind juli. De mijlpalen volgen elkaar in snel tempo op. Een kleine progress report over onze schattigste Boston baby.

Cijfertjes

Volgens onze eigen metingen is hij ondertussen ongeveer 73 cm. Aangezien een bezoekje aan de pediater 240 dollar kost en Kind en Gezin hier geen huisbezoeken doet, rollen we af en toe zelf de lintmeter uit. We schatten dat hij nu zo’n 10 kg weegt. Wat maakt dat hij dezelfde kledingmaat draagt dan één van zijn vriendjes die een jaartje ouder is. Van wie zou hij dat hebben?

 

Motoriek

Een maand geleden begon hij al aardig rechtop te zitten. Dat lukt steeds beter, maar hij is zo nieuwsgierig naar alles om zich heen dat hij vaak omvalt terwijl hij ergens naar graait. Een ‘gracht van kussens’ maakt het wat veiliger. Hoewel ik al een paar keer op handen en knieën de living was rondgekropen, in de hoop een goed voorbeeld te stellen, was het pas toen hij een andere baby zag kruipen, dat hij diezelfde dag nog zijn actieradius besloot uit te breiden. De andere baby was dan ook twee weken jonger, misschien kon hij dat niet laten gebeuren? Opeens sloop hij de kamer rond. En dan breed grijnzen als de eindbestemming – vaak een speelgoedje of een doekje- bereikt is. Het gaat ondertussen steeds sneller, en hij zit geregeld op handen en knieën, maar een voorwaartse beweging maken lukt dan nog net niet.   We hebben toch maar een hekje gekocht om printer en dergelijke af te schermen, want het is duidelijk: het/hij kan snel gaan!

 

Eten

Groentepuree was nooit echt een probleem, maar sinds ik er een beetje vlees bij doe, gaat het 2 keer zo vlot binnen. Aardje naar zijn vaartje, of hoe zeggen ze dat? Pompoen en zoete aardappel is een hit, maar ook met worteltjes, courgette en appel oogstten we al successen. Kip, kalkoen, ham, rundsvlees, of een half eitje… laat maar komen! Hij steekt de lepel het liefst nog zelf in zijn mond, maar niet voordat hij de inhoud ervan aan een grondig onderzoek heeft onderworpen. Hoe voelt de puree? Hoe werkt de middelpuntvliedende kracht erop? Hoe kan je die uitsmeren op de tafel? Ik probeer het niet tegen te houden, wij willen ook graag weten wat we op ons bord krijgen. Ook al betekent het vaak dat ik de keuken, de stoel en de baby aan een grondige poetsbeurt moet onderwerpen na de lunch. Bovendien krijg je die lepel echt niet zo maar uit zijn hand gewrikt! En dan komt manlief thuis en spreekt hij een magische zin die je BC (before child) nooit zou gebruiken, zoals ‘waarom hangt er oranje puree aan je oor’?

Happy baby heeft nu ook twee tandjes, maar hij heeft er wel wat voor moeten doorstaan – een paar daagjes niet zichzelf zijn, koorts en duidelijk ongemak.  Nu is hij gefascineerd met wat daar plots is verschenen, en hij trekt dan ook de grappigste vissenbekjes terwijl hij met zijn lippen over zijn tandjes gaat.

 

Slaap kindje slaap

We waren verwend tot nu toe, maar de laatste dagen wordt hij weer wat vaker wakker ’s nachts. Omdat hij toch weer honger heeft, maar soms ook gewoon omdat hij opschrikt. Na een knuffel en/of een flesje slaapt hij meestal weer verder, maar ma en pa zijn de onderbroken nachten duidelijk niet meer gewoon – voor zover je dat gewoon kan worden. Ach, alles is een fase, er verandert ook zo veel voor hem. Behalve dat hij nog steeds het knuffeligste monstertje is, dat schatert als je zingt en danst, of kiekeboe speelt. Daar vind ik status quo best OK.

10 keer glimlachen

A smile a day keeps the doctor away (or was that an apple?)

Lachen is gezond. Maar hoe werkt dat dan eigenlijk? Lachen verlaagt de bloeddruk en vermindert stress. Het verhoogt het zuurstofgehalte in het bloed en stimuleert de bloedsomloop. Het versterkt het immuunsysteem, doet endorfines vrijkomen waardoor je je goed gaat voelen en stress minder speelt. Lachen ontspant, maar het zet ook spieren in beweging – in je gezicht alleen al 15 stuks. Ook spieren in je buik en middenrif spannen aan – bye bye sit-ups!

Toch glimlacht een volwassen persoon maar zo’n 7 keer per dag. Is dat niet vreselijk weinig? Daarom hieronder een lijstje van 10 dingen die mijn mondhoeken hebben doen opkrullen, de voorbije weken. Wie weet werkt er ook eentje voor jou? Da’s dan meteen 15% meer gelachen vandaag!

  1. Grappige Halloweenversiering. En baby’s die verkleed zijn. Hoe kan je daar serieus bij blijven? Of waarom zou je dat überhaupt willen?
    HW2

    Verkeerde afslag genomen

    HW

     

    verklede baby

    Vlieg met me meeeeee

  2. Toen we in België waren in oktober, ben ik de Colruyt gaan leegkopen. Chocolade, mijn conditioner, vanillesuiker, thee, maar ook mijn favoriete koffie. Daar drink ik sinds we terug zijn (een goeie twee weken nu) elke dag plichtsbewust maar één kopje van – want je weet wel, te veel cafeïne, niet goed voor de baby enz. Tot ik vorige week de pot eens goed bekijk – blijkbaar voor het eerst goed wakker in 15 dagen – en zie dat het om deca koffie gaat. En dat de vijf potten die ik meegenomen heb, allemààl deca zijn. Oh welll…..
  3. Er liggen hier de vreemdste producten in de winkel. Sommigen zijn gewoon overbodig, zoals Veggie Wash – een ‘speciaal’ wasmiddel voor groenten en fruit. Anderen zijn dan weer het toppunt van gemakzucht, zoals gehalveerde en ontpitte avocado’s (voor mensen die niet met messen te vertrouwen zijn, vermoed ik), ontvelde knoflookteentjes (idem), gekookte en gepelde eieren (zo moeilijk te maken) of het totaal omgekeerde hiervan: spruiten, nog op de stok (What’s next? Appels nog aan de tak? Aardappels nog in de grond?). En ik moest zelfs lachen met een zakje zwarte-ogen-bonen (black eyed peas) omdat ik nu kan zeggen: ‘Ik heb de Black eyed peas gezien in de supermarkt’.
    blackeyed peas

    Geen handtekening gekregen

    calorievrij

    Zonder suikers, vet, koolhydraten, gluten, cholesterol of zelfs calorieën. Kortom wolk die naar honing dijon smaakt.

    hele eieren

    Een gekookt, gepeld eitje

  4. spruit

    Vanavond worst met spruitstronk

    veggie wash

    Veggie Wash, hoe nuttig!

    4. Ik was in de Stop N Shop aan het cruisen met mijn winkelkarretje tussen alle vreemde en opvallende producten door. Ik betrapte me erop dat ik ‘broem broem’-autogeluidjes aan het maken was. Zou minder vreemd geweest zijn als de baby er effectief bij was.

  5. De oudere dame aan de kassa die me zo’n drie keer per week met krakende stem over ons ventje informeert: ‘How Oooold?’ (‘Still six months’) en me vertelt over de eerste dokter die een harttransplantatie heeft uitgevoerd (en dezelfde voornaam heeft). ‘Did you know this?’ ‘Yes, you told me yesterday. And the week before. And the week before that’ — Neeuuuu grapje, ik zeg gewoon elke keer ‘nooooo, really’ met grote ogen.
  6. Er zijn behoorlijk grappige slogans en uithangborden te vinden in Boston. Maar zelfs de ingrediëntenlijst van voedingswaren kan de nodige humor bevatten, al was dat misschien niet echt de bedoeling.
    wortels

    Ingrediënten van de wortels: wortels. Ik hoop het van harte.

     

    grappige slogan

  7. Niet iedereen is zo creatief, en bij andere slogans kan je niet anders dan denken: Close, but no cigar.

    falafel

    Dat zou dus moeten rijmen blijkbaar

  8. De Bostoniaanse huizen zijn vaak van het traditionele Amerikaanse kaliber: reuzegroot, van hout en met een ‘porch’ (de open veranda, niet de auto). Sommigen wensen wat origineler of mogelijk ‘Europeser’ te gaan, maar dit is niet altijd even geslaagd. Of hebt u thuis veel kantelen te poetsen?
    DSC_0203

    ‘Europese stijl’ hmmm?

    IMG_20151104_174314

    Wie vindt nog dat dit huis op Darth Vader lijkt?

boston:tirol

Boston/Tirol

9. In België kan er al wel eens een verzonnen verhaaltje de voorpagina uitmaken van een roddelblaadje, maar dat is klein bier tegenover de populaire pers hier. Ze staan parmantig naast elkaar, de aankondiging dat bekend koppel huppeldepup uit elkaar gaat (na zwaar bedrog/een bijna-dood-ervaring/een slechte voorspelling van de huiswaarzegger), naast de melding dat zij zwanger is. Op haar 46ste. Van een tweeling. Drie maanden nu, maar ze weten al dat het meisjes zijn. Echo’s van beroemde baby’s zullen meer vertellen dan de plaatjes met witte vlekken van ons, waarschijnlijk.
kate

10. Ons ventje- behoeft geen uitleg, toch?

P1130463

Doordeweekse donderdag

Eén van de meest gestelde vragen sinds de start van het Bostonavontuur, is of ik me kan bezighouden overdag. Dat is natuurlijk een geldige vraag. Niemand wilt de oceaan oversteken om daar dan een jaar lang rondjes te rijden in hetzelfde park of elke dag papieren bootjes te vouwen (het enige wat ik origami-gewijs in de vingers heb, maar als ik me er een jaar op toeleg, zal een zwaantje ook wel lukken). Ook werd ik erop attent gemaakt dat mijn blog dan wel rake observaties bevat, maar niet duidelijk maakt hoe ik de dag nu eigenlijk vul – buiten het noteren van observaties uiteraard. Vandaar, mijn eerste post op aanvraag: de beschrijving van de doordeweekse donderdag. Met de nadruk op doordeweeks (kwestie van de verwachtingen wat te temperen, ik wil geen klachten krijgen).

Ergens tussen 7 en 8u: Opstaan met de mannen. Eigenlijk zetten we de wekker niet meer, onze happy baby wekt ons wel. Hij maakt redelijke nachtjes als er geen jetlag/tandjes/verkoudheid/groeispurt/ietsnietgedefinieerd in het spel is. Manlief geeft hem een flesje en maakt zich klaar om naar het werk te vertrekken.

Rond 9u30: Happy baby begint alweer stevig in zijn oogjes te wrijven en doet nog een ochtenddutje. In die ochtenduren kan ik dan ontbijten, douchen, de keuken opruimen (flesjes kuisen en steriliseren, afwasmachine leegmaken etc), en 1 huishoudtaak per dag (maandag stofzuigen, dinsdag de badkamers kuisen… zo kan ik mijn allergie – aan het huishouden – onder controle houden).

werk

Sinds kort een eigen bureautje!

Als er dan nog wat tijd over is, check ik mijn mailtjes, doe ik wat sociaal op de media en probeer ik wat te werken/schrijven.

hapje

Worteltjes en zoete aardappel voor ventje, portie fruit voor mama

Tussen 11 en 12u wordt ventje weer wakker met een reuzehonger. Sinds een paar weken krijgt hij een hapje groenten- of fruitpuree voorgeschoteld. Dat loopt met wisselend succes, het is een hele belevenis onze spruit aan allerlei nieuwe smaken te laten wennen.

 

 

12u – 13u We spelen/zingen/rollen/kruipen nog een uurtje, terwijl ik een boterham in mijn mond steek, of snel iets bij elkaar zoek als lunch. Soms volgt er dan nog een kort dutje. Jammer genoeg zelden door mij. Ik tokkel nog wat op de computer.

Let me take a selfie.

Let me take a selfie.

15u: Nu het nog mooi weer is, probeer ik elke dag even naar buiten te gaan, met ventje in de buggy of de draagzak.

op stap

Ready to go!

Vaak is dat inkopen doen, want zonder auto sleep je niet zoveel tegelijk naar huis, of dingen regelen zoals zaken van de bank, gsm, internet etc. Zoals al eerder aangehaald, weten verkopers of mensen aan het loket letterlijk nooit ergens van, of geven ze verkeerde info, dus een eenvoudige boodschap kan wel eens meerdere tripjes kosten. Of we gaan naar het park en ik lees een beetje.

 

 

 

Pampertjes kopen

Pampertjes kopen

17u: Thuis! Aan het eten beginnen. Manlief is meestal tussen 18u en 19u thuis en speelt dan nog wat met ventje, geeft hem een badje, nog een flesje en dan in bed – daarna kunnen wij dan rustig eten (af en toe nog eens een tutje of een knuffeltje geven) en een serietje kijken via de computer, of nog iets opzoeken, of toch nog een boodschapje doen (hier is alles tot 22u open. En op zondag. Ja, dat is wel praktisch!).
23u:  Alweer een dagje voorbij. Nog een droomvoeding voor ons ventje en dan voor alle drie oogjes dicht en snaveltjes toe. Nee, niet indrukwekkend, zoals ik had voorspeld. Maar gewoon ‘gewoon’ kan ook fijn zijn. En dat is het meestal wel.

Extreme couponing- de praktijk (slot)

Het is alweer een tijdje geleden dat ik me verdiepte in de bizarre wereld van het bonnetjes knippen. Er bleek een hele theorie achter te zitten (hier te lezen) en mijn eerste pogingen waren niet allemaal een grote hit te noemen (hier te lezen).

Maar de aanhouder wint, en er werden ondertussen toch enkele succesjes geboekt. Al ging dat ook niet zonder slag of stoot.

Free pasta

Soms loopt het vlot. Een bepaalde soort pasta stond in reclame in de Stop N Shop. Vier dozen voor 5 dollar. Dit betekent in deze winkel niet dat je sowieso vier dozen moet kopen, maar wel dat je de doos  steeds aan 1,25 dollar zal krijgen.

Nu had ik een bon voor deze pasta gevonden van 70 cent korting voor een doos. MAAR! De trouwe, aandachtige lezer (met een extreem goed geheugen) weet misschien nog dat bij de Stop N Shop je bonnen onder de 99 cent zomaar voor niks verdubbeld worden. Dus deze bon was 1,40 dollar waard. Hocus pocus: 1 doos pasta kost $1,25 minus $1,40 korting = gratis pasta!

Ik kon de bon vijf keer afdrukken dus dat heb ik ook gedaan. SCOREEEEEEN! Mijn eerste freebie! Manlief kon het niet geloven (‘Hoe, is dat nu echt gratis? Ja maar echt allemaal?’). En ik kan je verzekeren: gratis pasta smaakt toch net dat tikje beter dan euh… niet-gratis pasta. Hmmmmmm….

Aldi

En soms heb je zelfs helemaal geen bonnen meer nodig. Wij hebben namelijk een geweldige ontdekking gedaan: Een Aldi. For real. Een echte Aldi. Ze zijn hier ook! Met hetzelfde concept: goedkopere merken, en aanzienlijk lagere prijzen. Wel zijn er ook enkele merkproducten te vinden (dus is het misschien eerder het Lidl-concept). Verder vallen de Amerikanen hier bijna achterover dat ze zelf hun zakken moeten meebrengen (of ervoor betalen), dat je er niet met kredietkaart kan betalen en dat je een muntje nodig hebt om de kar te ‘lenen’. Alles wordt in Amerika uitgebreid beoordeeld, dus ook winkels. De beoordelingen van de Aldi gaan van totaal lyrisch (‘De advocado’s kosten altijd maar 69 cent, love it!’) tot grote verbazing (‘Er zijn maar een paar organische producten’) en zware verontwaardiging (‘WAT? Al mijn groenten waren na een week slecht of verslenst!’). – Btw, wie ziet er nog de grote tegenstelling in deze laatste twee beweringen?

De Aldi ligt een eindje van ons af, maar zelfs als we een auto moeten huren om er inkopen te doen, halen we dat bedrag er nog ruimschoots uit. En ze nemen geen coupons aan wegens permanent lage prijzen! Wat een rust…

Het pamperverhaal

Alleen moet een mens soms nog wel naar een andere winkel en daar is niet alles zo eenduidig.

Het was me al langer duidelijk dat je best een wakkere burger bent in de wereld van ‘extreme couponing’. Is je bon nog niet vervallen, is die wel goed afgeprint, heb je exact dàt product in je kar geladen – juiste naam, juiste verpakking -, is de kassier voldoende alert en werkt de kassa wel naar behoren? Als één van deze zaken ontbreekt, kan je je grote winst wel vergeten. Hoewel…

Zoals elk jong gezin is er één ding dat we standaard in huis hebben: luiers. And lots of them. In tegenstelling tot wat ik had gehoopt, kosten ze hier meer dan in België (wat toch vreemd is, ik dacht dat dat het allemaal Amerikaanse producten waren die baby’s billetjes droog hielden). Als er ergens een slag te slaan is wat luiers betreft, dan trek ik er dus meteen op uit.

En op een bepaalde avond bleken de reclamesterren goed te staan, want op de website van de Walgreens, een drogisterij, zag ik volgende aankondiging: ‘TODAY FAMILY AND FRIENDS DAY: 20% DISCOUNT ON EVERYTHING’ – just print this coupon. Bovendien had ik gezien dat de grote pakken Huggies luiers BO GO50% off stonden (voor de mensen zonder extreem goed geheugen: Buy one, get one at 50% off, dus 25% korting bij aankoop van 2). En daarbovenop had ik nog een bon voor 4 dollar korting bij aankoop van 2 pakken Huggies. Uiteraard waren er kleine lettertjes. Die stelden dat de korting van de familie-dag alleen gold op items waar nog geen korting op gegeven was. Maar goed, dat betekende nog altijd dat ik op dat ene pak dat niet goedkoper was, nog 20% korting kon krijgen.

Het was 21u30 toen ik aan de kassa kwam (heerlijk toch, Amerikaanse openingsuren). De oudere dame die daar werkte, was misschien … hoe zeg ik dit vriendelijk… not the sharpest pen in the box. Eigenlijk deed ze me een beetje aan een jobstudente denken. Ze scande mijn aankopen, en na 1 pak luiers, scande ze de bon van 4 dollar.

Oeps, alles blokkeert. Wat nu? Na een twintigtal pogingen en haar uitleg dat ze de ‘terug’ knop nodig had, maar geen ‘terug’ knop zag staan (‘I need to get back to ‘back”), belt ze de manager. Die komt rustig aangewaggeld, en legt haar uit dat ze eerst alle aankopen moest scannen voor ze aan de bonnen begon. Lijkt me basiskennis als je aan een kassa werkt, maar goed, wie ben ik? Ik werk niet aan een kassa dus ik hou mijn mond en glimlach lieflijk. OK, dus alles weg en opnieuw beginnen. Oei, ze heeft op een verkeerd knopje gedrukt. Op de ‘terug’ knop, ah dat lukt deze keer. Gelukkig maar. Ah, nu kan ze de bonnen beginnen scannen. Ai deze bon wilt niet scannen. Nochtans is-ie goed afgedrukt. Nee, het lukt echt niet. Even de manager bellen. Waggel waggel. What’s up? Oh, als het niet wilt scannen, geef je maar gewoon het bedrag van de bon in als korting. OK! Vier dollar afgetrokken van de rekening. Dan nu nog de bon van de familiedag. Oh, die wilt ook niet scannen. Maar wat voor bon is dit? Familiedag? Nooit van gehoord! Hoezo? Het is 21u30 en het is al de hele dag familiedag, zoals aangegeven op de website van de winkel zelf, en niemand heeft deze bon al meegebracht? OK, het zal wel kloppen van die familiedag. Dus 20% op alles? Op het totaal van 36 dollar?

Op dit moment had ik natuurlijk kunnen zeggen: nee, niet op alles 20% korting, alleen op de zaken waar nog geen korting op gegeven is – zie je, zo staat het op de bon zelf ook. Maar kom, wees eerlijk, zou jij dat gedaan hebben? Ik stond daar al zo’n tien minuten en had mijn aankopen al twee keer in en uit geladen. Dus, ik geef het toe, ik zweeg.

Toen bleek er geen rekenmachine aan de kassa te liggen. Twintig procent van 36. Wacht, een staartdeling. Ze begint er aan, en ik zeg een keer of vier dat 20% niets anders is dan een vijfde. Dus niet delen door 20, maar door 5. Dus één vijfde. Gedeeld door 10, maal 2, dat kan ook. Gestaag blijft ze verder tellen (acht optellen, 2 onthouden,…) en komt ze op een korting van… 1,6 dollar.

Nee, sorry mevrouw, dat klopt niet. Twintig procent van 36 is 7,2 ziet u – ik heb het even voorgerekend op een blaadje. Ze kijkt naar het blaadje…. en neemt een beslissing: ‘Dit moet ik even navragen’. Ze verdwijnt met het blaadje richting bureau van de manager. Ik excuseer me bij de vrouw die nu al zo’n kwartier achter me staat bij de kassa. Zij is er erg rustig onder: ‘het is vandaag volle maan’ alsof dat alles eenvoudigweg verklaart. De kassière komt terug met de mededeling dat 20% van 36 effectief 7,2 is, en rekent me deze korting door.

Wat betekent dit uitje nu precies, buiten tijdrovend te zijn?

2 pakken luiers kosten normaal gezien zo’n 12,5 dollar elk, 25 dollar in het totaal.

BO GO50%: 1 pak luiers was 50% goedkoper. 18,75 dollar voor twee.

4 dollar korting bij aankoop van twee dus 14,75 dollar voor twee.

20% korting op alles (dank u mevrouw aan de kassa): 11,8 dollar voor twee pakken luiers.

11,8 dollar in plaats van 25 dollar = 52,8 % korting.

Niet slecht! Maar vooral grappig. Nu ja, de reclamesterren stonden goed en het was volle maan, dat verklaart natuurlijk alles.