De ideale jobtitel

Daarnet zag ik een artikel op Facebook verschijnen uit de morgen. Het ging over wat misschien wel de ziekte van de 21ste eeuw genoemd zal worden door onze achterkleinkinderen: burn out. En wat daar zoal de oorzaak van kan zijn. Voor de geïnteresseerden, het artikel vind je hier.

 

Hoewel ik zelf (nog) niet ben opgebrand, vind ik het opmerkelijk hoe vaak je hoort dat mensen thuis komen te zitten, voor een langere tijd. Het gaat niet meer, de combinatie, het gebrek aan ondersteuning, en de te hoge werkdruk.

 

Bedrijven zouden hier een actieplan tegen moeten opstellen. Maar hoe vaak gebeurt er echt iets? Iets dat verder gaat dan een vrolijke poster ophangen in de keuken?

 

In het artikel komt nog een andere mogelijkheid aan het licht, waar ik nog niet van gehoord had: het aanstellen van een Chief Happiness Officer.

 

Mannekes! Ik heb mijn ideale jobtitel gevonden! Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb!

 

Stel je voor, iemand die zich structureel inzet voor het geluk van de collega’s. Die daar een budget tegenaan kan geven.

 

Wat zou ik sowieso al gaan doen?

  • Wekelijks een grote fruitmand laten leveren, en af en toe ook een gebakje
  • Geregeld een praatje gaan maken met iedereen
  • Een gezellige en zonnige plek voorzien voor de lunch, maar evengoed voor kleine pauzes
  • Heerlijk koffie voorzien
  • Kleine en grotere activiteiten organiseren waar iedereen kan aan deelnemen

 

En dan dat ene, datgene waarvan ik denk dat het bijna magisch kan gaan werken. Waarvan toch zo vaak tekort is. Ik merk het zelf, ik hoor het zo vaak.  Nee, ik ben geen Harry Potter, of ik heb geen grote psychologische inzichten.

 

Maar als iemand iets tot een goed einde bracht, eens zeggen ‘Goed gedaan, knap, hoe je dat gedaan hebt’.

 

Hoeveel zou dat waard zijn, denk je?

 

you rock

Meststoffen – de start

meststoffenvoorjouwblog

Dus. Dat blogske van u. Wat wil je daar eigenlijk mee?

Hoe zeg je? Een hobby? Klinkt als kantklossen. Wat? Zo maar iets, dat je ooit begonnen bent? Niet te enthousiast worden hé.

Ja, die stemmen in mijn hoofd… ze zijn niet altijd even sympathiek.

Maar ik vond het erg prettig om die blog te starten, uit te werken, ermee bezig te zijn. En na 152 postjes, die 9300 keer gelezen werden, wordt het misschien tijd eens even na te denken. Trouwens, met nadenken is (meestal) niks mis.

Ik was zo op dreef tijdens de ‘40 dagen bloggen’- uitdaging, dat ik wat bang was om daarna het spreekwoordelijke zwarte gat tegen te komen. Uit andere blogs, en gesprekken met de bloggende collega, bleek al snel dat ik niet alleen was daarin.

Ik zocht iets. En ik vond iets, bij de persoon die de uitdaging op poten had gezet.

Zij biedt een cursus aan, ‘Meststoffen voor je blog’. Komaan, als gediplomeerd landbouwer (hum hum) moest die titel me wel aanspreken. Eerst was ik wat terughoudend, maar toen viel er nog een kortingsbon in mijn mailbox en ging ik voor de bijl. Ik schreef me in.

Over de komende vier weken zal ik om de twee dagen een mail krijgen, met daarin een opdracht. Bedoeling is mijn blog te laten groeien. Welke richting op, daar zal ik dus over na moeten denken (to infinity… and beyond?).

Ik krijg al een beetje stress, zo elke 48u een opdracht. Wie weet wat gaat dat zijn? Op wie ga ik deze zenuwen uitwerken? Komt dat wel goed?

U weze alvast gewaarschuwd!

omg

 

Volg mijn blog met Bloglovin

Zondag Zoondag #5 – de bib

Dat zoonlief 2 jaar is geworden, is niet onopgemerkt voorbij gegaan. Ook niet voor onze plaatselijke bibliotheek. Hij kreeg een uitnodiging om eens langs te komen in het boekenpaleis, er zou een geschenkje op hem wachten en hij kreeg gratis een lidkaart.

 

Omdat de openingsuren van die bib vrij hard overlappen met mijnheers bedtijd en dutjes, ging ik alleen. Voor het allereerst naar onze gemeentelijke bib. Na zeven jaar in het dorp, een beetje schaamtelijk eigenlijk. Ik heb zelfs moeten checken waar dat precies was.

 

Zo kreeg onze 2-jarige zijn allereerste lidkaart, deze die hem lid maakt van de Belgen even buiten beschouwing gelaten. Het geschenkje was een rugzak, wat heel goed van pas kwam, want ik mocht tot 7 boeken kiezen en had geen tasje bij.

 

De keuze was op zich snel gemaakt. Ik zocht naar dierenboekjes, het liefst met foto’s, na enkele discussies over onduidelijke tekeningen (Is dat nu een geit? Sorry dat lijkt er niet op. En dit, brood? ’t Is dat het erbij staat, ik had dat nooit geraden). Ook nam ik nog twee boekjes mee in een reeks waar we er zelf al eentje van hadden, over tegenstellingen en nieuwe (korte) woordjes. Een boekje over een dag in het leven van een peuter maakte de oogst van vandaag af.

 

Ik had nu zes peuterboekjes, en wilde bij de kookboeken gaan neuzen. Tussen de rekken dwalen, langs boeken met cijfertjes en codes op, nam me onmiddellijk mee naar de bib waar ik zo vele uren spendeerde, al lezend maar ook voor mijn studies – voor een spreekbeurt een namiddag in de bib zitten: interessante boeken vinden, post-itjes plakken, de ‘goeie’ stukken en foto’s kopiëren en met een map vol info naar huis keren. Zo oud ben ik dus.

 

Bij de kookboeken aangekomen snapte ik de indeling niet. Het leek me allemaal vrij willekeurig samen geplaatst, helemaal niet alfabetisch op auteur. Ik werd er al een beetje ongemakkelijk van. Ik zag kleine plakkaatjes die de rangschikking moesten verklaren, maar mij totaal niet consequent leken zoals: ‘Aardappelen’, ‘Vegetarisch’, ‘Belgische keuken’, ‘Dieetleer’…

 

HUH? Is de Belgische keuken per definitie niet vegetarisch? Eten vegetariërs dan geen aardappelen? Zijn er zo veel kookboeken die enkel over aardappelen gaan? Waarom staat Pascale Naessens net naast deze categorie, volgens mij zou ze daar zelf niet zo mee kunnen lachen!

 

Dus goed, ik vond niet meteen waar ik naar op zoek was. Ik had wel een computer gezien, tussen de rekken. Die zou ongetwijfeld raad bieden over welke boeken aanwezig zijn of niet. Maar het bureaublad bleek leeg. En ik was nog net zo ver om te beseffen dat ‘Bibliotheek’ in computerland iets anders betekent.

 

Dan maar even navragen aan de vriendelijke bib-dame. Ze leidde me naar een andere computer, dus misschien lag het niet aan mij? In elk geval: het boek dat ik zocht, was uitgeleend. Volgende keer beter!

spruitje

Ik kwam thuis en legde de boekjes klaar bij het speelgoed, voor na het dutje.

 

Het is een groot succes. Op zaterdag werden er boekjes gelezen. En niet alleen op zaterdag.

 

Ik bracht het grootste deel van mijn zondagochtend door met zoonlief op mijn schoot, het ene na het andere boekje afwerkend, en dan de hele cyclus herhalend. Hij wees, hij vertelde, hij giechelde en schaterde. Ik deed hetzelfde en slurpte ondertussen van mijn koffie. Het was een ideale morgen.

 

Of de herhaling nog niet verveelt? Nee.

 

Soms vroeg ik wel vier keer achter elkaar ‘en welk geluid maakt dit beestje?’.

 

Want echt waar, niemand knort schattiger dan mijn varkentje.

 

varken

Nieuwe smaken #1

Toen we naar Boston verhuisden, was het voor mij niet alleen wennen aan een nieuwe stad en een nieuwe flat, maar ook aan een heel nieuwe dagstructuur. Ik was thuis, met een baby van vier maanden, en ik had tijd. Niet alle tijd, er moest wel degelijk iemand geëntertaind worden, maar toch wat tijd. Ik besloot die tijd voor een deel aan het koken te besteden.

Ik ben een laatbloeier, wat koken betreft. Ik was altijd omringd door mensen die graag of heel efficiënt kookten. Mijn inmenging als complete dummy was dus vaak niet handig of een vertragende factor.

Bovendien was ik er zelf niet zo happig op: van koken kreeg ik stress! Al die dingen die op tijd én tegelijk klaar moeten zijn, je vlees nog rozig en niet zwart aan de buitenkant en rood vanbinnen, zoals een typische steak er in mijn pan uitzag. Een kookboek dat schrijft ‘kook de aardappelen gaar’, wat heb je daaraan als je niet weet hoe lang dat duurt? En moeten die dan in kokend water of mag je ze van in het begin in de pan leggen? En loopt de klok dan al?

Ik sneed dan ook vaak de groenten, ik deed de voorbereidingen, en een kotgenote of manlief maakte het gerecht klaar. Tot hij zotte uren begon te werken, ik een keer te veel rauwe courgette met cornflakes had zitten knabbelen van pure miserie, en er dan zelf maar aan begon. Met vallen en opstaan leerde ik koken.

En ik begon het zelfs leuk te vinden. Ook geen mens zo’n enthousiast proefkonijn als mijn man. Heerlijk, hoe die van het meest eenvoudige oprecht kan genieten, en dan zeker als ik dat zelf hebt klaargemaakt.

 

Fast forward naar Boston. Meer tijd om te koken. Een supermarkt die heel wat producten aanbood die ik niet kende, of nog nooit had gebruikt. Ik besloot mezelf uit te dagen: in dat jaar wilde ik minstens 20 nieuwe ingrediënten proberen.

Een jaar later stonden er 24 op de teller. Sommigen waren alleen ‘goed geprobeerd’. Sommigen werden opgenomen in onze favorieten. Sommigen vind ik niet terug in België.

Mijn eerste lijstje van nieuwe smaken is er eentje waarbij ik de ingrediënten tot nu toe niet heb teruggevonden in ons thuislandje.

  1. Chard. Ik heb het moeten opzoeken – het is snijbiet in het Nederlands. Ik weet dat vrienden dat af en toe in hun groentenbox hebben zitten, maar zelf ben ik het nog niet tegengekomen. Het is een voorloper van spinazie, en heeft een gelijkaardige maar zachtere smaak (niet dat spinazie al zo heftig is). Het leuke was dat er vaak verschillende rassen werden samengevoegd, die elk een eigen kleur steel hebben. Dit werd dan verkocht als rainbow chard.
    rainbow chard
  2. Spaghetti squash. Pompoensoorten genoeg in Amerika. Deze is zo bijzonder dat je het vlees als spaghetti kan gebruiken na het grillen ervan.
    spaghetti squash
  3. Chayote. Ziet er ook een beetje uit als een pompoen maar is familie van de komkommers. Is fris maar heeft verder niet veel smaak.
    charyote
  4. Collard greens. Door wikipedia vertaald als boerenkool, is het dit zeker niet (boerenkool is kale trouwens in het Engels). Mergkool wordt ook als Nederlandse term gegeven. Het is verwant met broccoli en andere koolsoorten.
    220px-Collard-Greens-Bundle
  5. Liquid smoke. Uiteraard waren niet alle nieuwe ingrediënten groenten (al waren het er wel veel). Vloeibare rook zit in een flesje, en wanneer het toegevoegd wordt aan je vlees, geeft het een barbecue-smaakje zonder dat je daarvoor je kolen moet verwarmen. Ik vond het niet meteen een meerwaarde.
    liquid smoke
  6. Broccolini. Het lijkt een beetje op broccoli maar met smallere steeltjes en kleinere roosjes – je zou je dus kunnen afvragen waarom je dat dan ook zou kopen. De smaak is gelijkaardig aan broccoli en je kan het op dezelfde manier klaarmaken. Maar je bent wel hip, want ja, broccolini hoe cool klinkt dat wel niet?
    Broccolini
  7. Paarse zoete aardappel. Ik keek raar op toen ik deze zag liggen, maar qua smaak is het helemaal gelijk aan zijn oranje broertje (of zusje, wie zal het zeggen?).
    sweet potato
  8. Farro. Farro is een soort oude graansoort, die je in 40 minuten gaar kookt. Het lijkt een beetje op spelt. Het heeft een notige smaak en kan klaargemaakt worden als andere granen. Deze hoort niet helemaal in het lijstje, want ik heb recent farro gevonden in de Albert Heijn.
    farro
  9. Broccoli rabe. Deze naam in het Nederlands vertalen, lukt me niet eenduidig. Broccoli raap, ben je daar wat mee? Of met rapini? Het lijkt op steeltjes met mini-broccoli als roosjes, maar met koolachtige bladeren. Het zou heel gezond zijn… maar het was AF-SCHU-WE-LIJK! Het is mij 100% duidelijk waarom het hier niet in de winkel ligt, het halve land zou over zijn nek gaan! Ik had het in een chili gedaan en het is echt het enige gerecht dat integraal in de vuilnisbak is beland. Niet te eten. Zo bitter! Ik eet graag witloof, een beetje bitter daar is echt niets mis meer, maar dit? Alsof de natuur ons vertelde dat het gewoon… slecht was. Giftig. Megatoxisch. Ofzo. Nu ja, de natuur vertelde ons dat niet, ze gilde het ons toe. Loud and clear. Urgh!

    broccli rabe

 

Heel wat andere van mijn ontdekkingen zijn eenvoudiger in België te vinden. Sommigen maken deel uit van de klassieke Vlaamse keuken maar had ik gewoon zelf nog nooit geprobeerd. Volgende keer meer!

Toblerone cheesecake met oreo basis

Voor Pasen had de schoonfamilie een origineel concept bedacht: een Italiaans buffet. Iedereen bracht een pastaschotel mee- een beetje afgestemd op elkaar zodat we niet allemaal met Mac & Cheese zouden aankomen (al moet ik toegeven dat ik nu denk: NOT THE END OF THE WORLD).

Omdat de meeste schone dingen zoet eindigen, brachten de meesten ook nog een dessertje mee.

Ik dacht, we doen eens typisch Amerikaans. Nee, dat wilt niet zeggen dat ik een cake kocht, of een pakje deeg openscheurde. Goeie gok, dat wel.

Nee, ik maakte een cheesecake. Dat heet ‘kwarktaart’ in mooi Nederlands. Begrijp je meteen dat ik het consequent cheesecake blijf noemen, dan klinkt het tenminste niet alsof ik zure melk in een bakvorm heb gegoten.

Maar dus, een cheesecake. Met toblerone. En oreo koekjes. Kortom, een toblerone cheesecake met oreo bodem.

Beste van alles: die moet niet eens in de oven! Het is een No bake cheesecake. Alleen al voor die term blijf ik cheesecake zeggen.

Maar goed, ik dacht: ik deel deze lekkernij. Ik zeg er eerlijkheidshalve bij dat het work in progress is. Ik heb me gebaseerd op een Amerikaanse website maar heb er Vlaamse en Nederlandse recepten bijgehaald om één en ander aan te passen.

Ingrediënten

400g Philadelphia natuur

100g Alpro Mild and Creamy

140g witte suiker

2 pakjes vanillesuiker

200 ml room 30%

 

4 gelatineblaadjes

200g toblerone

200g oreokoekjes

80g boter

Chocoladeschilfers (te maken met een dunschiller)

Frambozen

De oreobodem

Doe de boter in een pannetje of in een microgolfpot en laat smelten. Verkruimel de koekjes: dit kan je doen in een plastieken zakje, een deegrol en een hoop opgekropte woede, maar een kleine blender is over het algemeen veel sneller, en grondiger.

Meng de kruimels en de boter.

Beleg de springvorm (doorsnede 26cm) met een rondje bakpapier. Dat is prutsen, zeker als je in de kleuterklas al niet zo’n knipper was, maar geloof me, je zal jezelf daarna dankbaar zijn. Schep het koekjesmengsel op de bodem en duw goed aan zodat dit één geheel vormt en de bodem helemaal vult. Plaats de vorm in de koelkast zodat de bodem kan opstijven. Dit kost minstens een half uur, wij lieten de bodem een nachtje rusten.

dsc_2501.jpg

Het kaasmengsel

Leg de gelatineblaadjes in een bordje met koud water.

Meng de philadelphiakaas met de yoghurt. Smelt de toblerone au bain-marie of voorzichtig in de microgolf (opgelet, die nootjes kunnen sneller verbranden- don’t ask how I know). Voeg de gesmolten toblerone toe aan het kaasmengsel. Je kan eventueel ook een paar stukjes melk- of fondantchocolade smelten en toevoegen, dit maakt de kleur wat donkerder.

DSC_2500

Voeg de suikers toe aan het mengsel en mix goed.

Verwarm een vierde van de room (niet laten koken) en los hier de uitgeknepen gelatineblaadjes in op. Klop de rest van de room op tot deze lobbig is. Voeg beiden bij het kaasmengsel en schep eronder tot een egaal mengsel.

DSC_2498

Haal de springvorm met oreobasis erbij en stort het kaasmengsel in de vorm (ik vind dat dus héérlijk he, dingen ‘storten’). Vergeet niet dat de kok de mengpot mag uitlikken (dit is de pot waar je eerst mee werkte, niet te verwarren met de springvorm, of toch: nog niet!).

Laat de taart minstens 3 uur opstijven in de koelkast.

Finishing touches

Als versiering kan je wat chocoladeschilfers maken met een dunschiller, rood fruit doet het ook altijd goed. Of stukjes toblerone, of halve koekjes oreo (geen idéééé wat er met de andere helft gebeurd is, pom pom pom, fwiet fwiet). Kortom, go wild. Bij een Toblerone cheesecake met oreo basis mag dat al eens.

Mjam

Ik heb deze schoonheid nu een paar keer gemaakt en mijn foto’s tonen al meteen enkele puntjes van verbetering:

  • Ik gebruikte maar 300g philadelphia en kreeg dus een vrij dunne laag kaasmengsel. Dit kan je oplossen door meer te gebruiken (zoals in het recept hierboven), of een kleinere bakvorm te gebruiken.
  • Ik gebruikte maar 2 blaadjes gelatine, wat maakte dat de vorm een beetje inzakte van zodra de taart wel aangesneden.
  • Ik heb geen bakpapier op de bodem gelegd (ja, ik was dat kindje dat niet kon knippen IK BEKEN) en het was dus vrij moeilijk de oreobodem in één geheel op je bord te krijgen.

Deze puntjes hebben in elk geval de complimentjes niet belet. De woorden ‘beste dessert dat ik ooit gegeten heb’ zijn gevallen, en ik zwéér het, ze kwamen niet van mij!

 

DSC_2510

DSC_2512

Paasmaandag haiku

Vinden jullie dat ook zoiets raar, een haiku? Ik snapte er niet veel van, moet ik toegeven. Zo drie korte zinnetjes, het gaat zelden over iets, of zo lijkt het toch – en dat zou dan regels volgen maar ik zie niet welke van toepassing zijn.

Als kind van het digitale tijdperk (nou ja…je bent maar zo oud als je je voelt, toch?) heb ik de neiging te gaan googlen als ik me iets afvraag. Mijn moeder haalde vroeger steevast een encyclopedie boven als ik weer in een stroom van ‘waarom-‘ of ‘wat-‘ vragen verzeild raakte (waarschijnlijk nog steeds de reden waarom ik wit haar krijg van een antwoord als ‘daarom‘), nu klap ik de laptop open. Zijn er andere kleuren bosbessen dan blauwe? Wat is vlier alweer in het Engels? Wat is een haiku precies? Sesam, google u.

Volgens Wikipedia (OK, geen wetenschappelijke bron, maar voldoende om een eerste idee te krijgen):

Haiku (俳句; meervoud: haiku of haiku’s) is een vorm van Japanse dichtkunst, geschreven in drie regels waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5 lettergrepen telt.

De haiku drukt een ogenblikervaring uit, soms gelinkt aan en geïnspireerd door zen. De haiku is een vingerhoed vol emotie, waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende omschrijvingen.

Een vingerhoed vol emotie, een ogenblikservaring in drie regels – de omschrijving op zich is al bijna poëzie.

Zal ik het eens proberen?

Onze paasmaandagnamiddag, bij mijn papa thuis, in mijn eerste haiku ever.

 

Paasmaandag vieren

Drie generaties samen

dutjes doen. Amen

 

zen-wallpaper3-600x338

DZV: conclusies

Meer dan 113 000 mensen deden dit jaar mee aan Dagen Zonder Vlees. Eentje daarvan was ik, enthousiaste vegetariër at interim op zoek naar nieuwe receptjes en manieren om volwaardige maaltijden op tafel te toveren zonder vlees of vis.

Ik vond de insteek van Dagen Zonder Vlees heel geruststellend: nee, je hoeft niet permanent de quorn in te duiken, elke dag telt. Het doel is minder vlees en vis eten dan daarvoor het geval was. Ik maakte sinds onze terugkeer uit Boston ongeveer 1 keer per week iets vegetarisch klaar. Doel voor deze Vasten: gemiddeld minstens 5 dagen per week voor veggie gaan. Omgerekend is dat 71,4% van de tijd, onderscheiding.

Het kostte iets meer opzoekwerk dan gewoonlijk, maar de websites van o.a. DZV, EVA (evavzw.be), Hello Fresh en Albert Heijn brachten inspiratie. Het duurde even om in het ritme te komen (de eerste week was echt geen succes) maar daarna rijgde ik de veggie dagen achter elkaar.

Het overzicht van mijn weken (een groene bol is een dag zonder vlees of vis):

 

In die 46 dagen slaagde ik erin om 33 dagen volledig vegetarisch te eten. De dagen dat dat niet lukte waren hoofdzakelijk weekenddagen (gaan eten bij de (schoon-)ouders), te wijten aan verleidelijke sushi, BBQ-weer en gebraden kippetjes. 33 gedeeld door 46 = 71,7%.

Geslaagd! Nét!

Het weekmenu van volgende week is al opgesteld. Ik vond het bijna moeilijk, om weer vlees op te nemen in dat lijstje. Het voelde…toch een beetje verkeerd. En ik deelde manlief mee dat het aantal veggiedagen vanaf nu wordt opgetrokken tot 3-4 per week. Hij protesteerde niet.

Maar maakt dat nu eigenlijk uit, dat wij wat minder vlees gaan eten?

Het blijkt van wel. Stel dat je gedurende een jaar ervoor kiest om wat minder vlees en vis te eten.

Door 1 dag per week geen vlees te eten bespaar je evenveel als 1100 km met de fiets rijden in plaats van met de auto. Je bespaart evenveel als wanneer je je huis een hele winter één graad minder warm stookt en in de zomer de airco uit laat staan. Alleen ben ik niet zo’n fietser. En ik heb het eigenlijk graag warm thuis (behalve in de zomer, ik kan niet slapen als het heel warm is).

Door 2 dagen per week geen vlees te eten bespaar je evenveel als wanneer je je woning perfect zou isoleren, zowel daken als ramen. Maar hey, ik ben niet zo handig met glaswol.

Door 3 dagen per week geen vlees te eten, bespaar je evenveel als wanneer je te voet op citytrip naar Barcelona zou gaan in plaats van met het vliegtuig (heen en terug). Maar als je maar een weekje verlof hebt, dan lijkt me dat iets te tijdrovend.

Door 4 dagen geen vlees te eten, bespaar je evenveel als wanneer je naar Tunesië zou zwemmen in plaats van te vliegen. Alleen ja… in Tunesië is nu echt niets te zien, en … ik kan niet goed zwemmen!

Kortom, ik zie het allemaal beter zitten om 3 of 4 dagen zo’n lekker veggie receptje op tafel te zetten dan kou te lijden, te isoleren, op bedevaart te gaan naar Barcelona of een ‘Michael Phelps’ke’ te doen.

En jullie? Echte vleeseters of grote groentenlovers?

Unknown

 

Paasellende vermeden

Vrijdagnamiddag, een week geleden. Het weekend lonkt, maar er moet nog een paar uur overbrugd worden. Maar het was een zware week, het energiepeil zakt.

Op zo’n moment hoor je je naam. Eerst zachtjes, bijna fluisterend. Je denkt, huh, verbeeldde ik het me?

Dan iets luider, met de nadruk op de klinkers. Je kijkt nog eens om. Ja, ik hoorde echt iets.

Dan bijna zingend, steeds luider, tot je euro valt: ik word geroepen! Het komt vanuit de keuken!

Als je het probeert te negeren, wordt het zingen steeds luider, tot het oorverdovend wordt en tussen je oren davert. Niets aan te doen: de paaseitjes roepen je naam.

Eentje maar, eentje maar, houd je jezelf voor.

Maar dan… de keuze. De blauwe? Is blauw niet meestal praliné? De gouden? Is er eentje waar het papiertje al een beetje af is, zodat je een glimp kan opvangen van de inhoud?

Als het maar niet gevuld is met zo’n slijmerig wit spul. Verder ben je niet moeilijk. Nu ja, liefst ook geen fondant. Of pistache. Tenzij met nootjes. Dan kan het wel.

 

paaseitjes

Je kiest er eentje, verwijdert het papiertje met snelle vingers en denkt ‘MELK! SCOREN!’ en neemt een hapje…. in één of andere veel te zoete vulling. URGH! Het weekend lijkt opeens nog verder weg!

Deze ellende kan nu vermeden worden! Hieronder het belangrijkste dat je dit paasweekend gaat leren, of toch minstens afprinten en ophangen.

Bedankt Libelle voor deze ontcijfering!

Screen Shot 2017-04-14 at 18.38.10

DZV: week 6, à l’improviste

Screen Shot 2017-04-13 at 13.47.36

Wow! Wow, wow, wow.

Eerlijk, het was er sneller dan ik verwacht had. De Dagen Zonder Vlees eindigen vandaag. Natuurlijk, want aangezien deze actie de Groene Vasten wordt genoemd, eindigt die met Pasen.

Vanaf 1 maart deed ik mee aan een actie die ik al verschillende jaren kende, maar nooit aan durfde beginnen: veertig dagen minder/geen vlees en vis eten. Ik weet nog steeds niet goed waarom ik er aan begonnen ben. Omdat ik in Boston al heel wat vegetarische gerechten had ontdekt en die stuk voor stuk meevielen? Omdat wij wat op ons gewicht, maar zeker ook op onze gezondheid willen letten in 2017? Omdat ik hoopte dat het me een stimulans zou geven om nieuwe recepten te proberen? Of omdat wij er als ‘mensen van de wetenschap’ niet meer omheen kunnen: vlees heeft een negatieve invloed op ons milieu en kost enorm veel water – een beetje minder zou dus meer goed dan kwaad kunnen doen, en niet alleen in eigen huis/buik.

Waarom begon ik aan Dagen Zonder Vlees? Waarschijnlijk omwille van een combinatie van alle bovenstaande redenen.

Deze laatste week was er eentje die buiten de lijntjes kleurde. Waar ik normaal gezien netjes mijn weekmenu opstel, een boodschappenlijstje maak en de boel geordend hou, was dat deze laatste vakantieweek niet echt het geval.

We trokken voor een midweek naar een vakantiepark, samen met vrienden en hun twee zoontjes. Het menu en de boodschappen werden opgemaakt op basis van enkele woorden: spaghetti – iets met vis – een wokje – zelf belegde pizza. En verder hoopte ik dat we het vlees zoveel mogelijk apart zouden houden.

Het was eigenlijk voor het eerst dat ik de enige aan tafel was die vegetarisch at. Dat vond ik wel bijzonder, vooral omdat die gebakken kip best lekker rook, en ongetwijfeld perfect had gepast bij mijn wokgroentjes met rijst. Het voelde toch wel als een ‘verstervingske’, en dat was voor het eerst sinds de start van mijn experiment.

Het gerecht met de vis was mijn toegeving van de week, en heeft me trouwens uitstekend gesmaakt.

Ook de lunch, vaak een slaatje of een broodje met zelfgemaakte soep en beleg tijdens werkweken, was nu eerder een ‘kijken van wat we nog hebben’. Uiteindelijk viel dat heel goed mee. Laat ons niet vergeten dat choco vegetarisch is!

Maar goed, 40 dagen zonder vlees. Volgens de organisatoren zouden er heel wat voordelen aan verbonden zijn. Zo zou vegetarisch eten goedkoper zijn, omdat vlees een grote hap uit het budget kan betekenen. Dat is me niet meteen opgevallen. Ik kocht meer verse groenten en fruit, en daar hangt toch ook een prijskaartje aan. Bovendien waren wij sowieso al niet de mensen die elke dag chateaubriand aten.

Ook zou je minder kilocalorieën opnemen en bijgevolg gewicht verliezen, op voorwaarde dat je dat vlees niet gaat vervangen met vette kaas of gefrituurde veggieburgers. Dat was een kleine uitdaging, want heel wat van die vervangers zijn inderdaad behoorlijk vettig. Maar ja, we zijn wat grammetjes kwijt deze veertig dagen. Eerlijkheidshalve vermeld ik erbij dat we ook weinig tot niet gesnoept hebben. We waren algemeen bezig met het opbouwen van een gezonde levensstijl, met een positief effect op ons gewicht tot gevolg.

Of mijn cholesterol gedaald is, heb ik niet laten opmeten, daar kan ik geen uitspraken over doen.

Ook wordt er overal aangehaald dat je stoelgang vlotter zou gaan verlopen als je (rood) vlees schrapt, maar er is zoiets als TMI zoals ze in het Engels zeggen (too much information) dus laat ik ook daar even geen uitspraken over doen.

Voor mij persoonlijk wilde ik vooral nieuwe receptjes uitproberen, en opvolgen of ik een verschil kon maken voor de planeet, want wat maakt dat ene kipfileetje op mijn bord eigenlijk uit?

Wat mijn 40 dagen uitdaging in cijfers betekent, en of ik mijn streefdoel van gemiddeld 5 veggiedagen op 7 gehaald heb, daar vertel ik maandag meer over!

keep-calm-and-eat-less-meat

40 dagen bloggen- challenge COMPLETED

02-40dagenbloggen

Het is altijd leuk te ontdekken dat je iets gemeen hebt met een collega die je nog niet zo goed kent. Ik volgde al een tijdje de blog van Nele/Tifosa, en was stiekem een beetje jaloers dat zij zo nauwgezet elke woensdag en elk weekje een gestructureerde tekst wist te produceren.

Mijn Boston, baby! was enigszins stilgevallen sinds onze thuiskomst. Op zeven maanden België schreef ik 20 blogposts, niet meteen een indrukwekkend cijfer. De aanpassing van opnieuw beginnen werken en hier het leven weer oppikken, kostte zeker veel energie, dat is waar – maar ik had ook het gevoel gekregen dat ik niet veel te vertellen had, dat het te druk was om een idee in een mooi tekstje te gieten.

Ik dacht, dit komt niet meer goed. Dit gaat uitdoven. Maar tegelijk miste ik het wel.

En toen vertelde de collega dat ze mee deed aan een uitdaging, een zotte challenge om 40 dagen lang te bloggen tijdens de Vasten, een idee van blogster Kathleen. Ik sprong op de kar, zonder al te veel nadenken, en ik heb er geen seconde spijt van gehad, al was het niet altijd even evident om elke dag iets te laten verschijnen.

Ik ben er geraakt, morgen is de laatste dag en er staat al een tekstje klaar om dan te verschijnen. De top van de “Blog Ventoux” is gehaald. Van de 6 ‘pasdagen’ die het concept bevatte, heb ik er maar twee nodig gehad: 1 aan de start, om de eenvoudige reden dat ik een dag te laat begonnen ben (op 2 maart in plaats van 1 maart) en 1 toen ik buikgriep had en zielig lag te wezen op de zetel.

Dat maakt een totaal van 29 posts in maart en 15 in april (op 15 april). 44 tekstjes op een rij, in een uitdaging van 40 dagen bloggen: not bad!

Mijn conclusies van dit experiment:

  • Het loont om met rubrieken te werken. Ik heb er momenteel vier lopen: op maandag gaf ik verslag over mijn week als interim vegetariër in die andere uitdaging van Dagen Zonder Vlees (dit eindigt ook morgen). Op donderdag beantwoordde ik een tijdje random vragen over vanalles en nog wat, in de rubriek Tekst en Uitleg. Met Vijf op vrijdag somde ik steeds vijf dingen op, die op één of andere manier geconnecteerd waren. Dit was een mooi excuus om een lijstje te maken, want ja, ik hou nog steeds van lijstjes. En zondag is tegenwoordig Zoondag. Voor mij is het eigenlijk alle dagen zoondag, maar dat zou me iets te ver leiden!
  • Het gaf me een gerust gevoel om steeds het blogje van de volgende dag te schrijven en dit dan in te plannen (wat wordpress, de site waarop mijn blog draait, heel eenvoudig toelaat). Ik wist dat als het écht niet zou lukken die avond te schrijven, ik nog één dag respijt had. Het is een week lang zo geweest dat ik op de dag zelf schreef. Dit maakte dat mijn postjes steeds pas na 22 uur verschenen, en dat ik toch iets meer stress ervaarde. Niet fijn, en dus te vermijden! Voor onze midweek weg met vrienden had ik zelfs vier postjes klaarstaan, en dat kwam goed van pas.
  • Het ging verrassend vlot om onderwerpen te vinden voor een tekstje. Van dag 1 had ik al een lijstje gemaakt met een tiental thema’s. Daarnaast leek het alsof ik onbewust steeds aan het uitkijken was – als ik iets las, hoorde of meemaakte, dook al gauw die gedachte op: hier kan ik over schrijven/hier kan ik iets mee. Daarom heb ik ook maar een drietal keer gebruik gemaakt van de lijst van 56 mogelijke onderwerpen die ik doorgestuurd kreeg aan de start van de uitdaging.
  • Het was voor mij ook een uitnodiging om eens wat andere blogs te gaan verkennen en lezen – om tot de conclusie te komen dat iedereen zijn/haar eigen ding doet, maar ik niet moet onderdoen.
  • Ik vond het echt een heel fijne 40 dagen, ook al vroeg het de nodige discipline om steeds achter mijn scherm te kruipen. Schrijven is toch echt me time, hersengymnastiek, letter yoga.

Volgend jaar nog een keertje?

resized_success-kid-meme-generator-challenge-completed-63dcd2

Tekst en uitleg #4

Drie weken geleden begon ik aan het beantwoorden van een aantal willekeurig gekozen vragen- in dit geval geplukt van de website Mynd-  deze week de vierde en laatste reeks: van nummer 31 tot 40, uit ’48 vragen aan jezelf die je leven (kunnen) veranderen’. De eerste reekstweede, en derde reeks liepen vlot, maar dit brengt het totaal natuurlijk niet op 48. Die laatste acht vragen heb ik steeds maar voor me uit geschoven, omdat ze me helemaal niet aanspreken. Ik geef mezelf dan ook 8 jokers, en laat deze voor wat ze zijn.

Here we go.

31 Je luncht met drie mensen die je respecteert en bewondert. Ze beginnen allemaal kritiek te geven op een goede vriend van jou te hebben, niet wetende dat hij je vriend is. De kritiek is onsmakelijk en ongerechtvaardigd. Wat doe jij?

 

Punt 1: Mensen die ik respecteer en bewonder, praten niet achter iemand anders zijn rug, en al helemaal niet op een manier die onsmakelijk en ongegrond is. Punt 2: Natuurlijk kom ik op voor deze persoon. Punt 3: De volgende lunch zal nog even op zich laten wachten.

 

32 Als je een pasgeboren kind slechts één advies zou mogen geven, wat zou het zijn?

Laat tijdig weten dat je luier vol is.

 

33 Heb je iets ooit als waanzin bestempeld, waar je het later juist creatief vond?

Je eigen kleren leren maken, al vind ik dat nog steeds creatieve waanzin (maar vind ik wel waanzinnig creatief).

 

34 Wat heb je niet gedaan dat je echt wilt doen? Wat houdt je tegen?

Mijn eigen baas worden. Omdat de onzekerheid me afschrikt en ik ook niet goed weet wat ik dan precies zou gaan doen.

 

35 Waarom ben jij wie jij bent?

Door een unieke combinatie van nature, nurture, en ervaring, ongetwijfeld.

 

36 Bestaat de waarheid zonder dat je’m ooit hebt gezocht?

Natuurlijk. Waarom zou iets alleen bestaan als ik het gezocht heb? Dat zou wel heel egocentrisch zijn.

 

37 Heb je wel eens iemand ontmoet, niets gezegd en toch na afloop het gevoel gehad het beste gesprek ooit gehad te hebben?

Niet bepaald, maar misschien praat ik wel gewoon te veel.

 

 

38 Wat zou je anders doen als je wist dat zou niemand over je zou oordelen?

Me nog minder aantrekken van wat ik draag, meer rechtuit zeggen wat ik denk en verder probeer ik me nu al niet te veel aan te trekken van het oordeel van andere mensen.

 

39 Waar houd je van? Uit welke van je laatste handelingen sprak die liefde?

Van mijn man en zoon, uiteraard. Ik hoop dat die liefde uit elke handeling  spreekt. Van het liedje dat ik zing voor ik kleine man in bed leg, tot die honderd keer dat ik klaar sta aan de glijbaan of dat kleine papiertje met een hartje op dat ik tussen manlief zijn boterhammen steek.

 

40 Herinner jij je over 5 jaar nog wat je gisteren deed? En hoe zit met met de dag daarvoor? En de dag dáárvoor?

De voorbije drie dagen waren niet heel memorabel, maar ik hou elke dag één zinnetje bij in een dagboekje, dus dat kan ik altijd opzoeken over 5 jaar. De tweede verjaardag van ons ventje vorige zondag was dan weer een dag die ik me over 50 jaar nog zal herinneren.

 

Waarom Boston, baby! Boston, baby! heet

02-40dagenbloggen

Waarom heb jij jouw blognaam gekozen? Ben je er nog altijd tevreden over of zou je het graag willen veranderen?

Die blog beginnen, ik heb daar lang moeten over nadenken. Het leek me de makkelijkste manier om foto’s en korte verhalen te delen over ons dagelijks leven in Boston. We konden uiteraard avonturen op Facebook zetten, maar een deel van de familie heeft geen ‘wall’ en zou dus uit de boot vallen.

Ik wist natuurlijk wel dat ik graag schrijf, maar het was alweer een aantal jaar geleden dat ik nog effectief tekstjes aan papier toevertrouwde. Ik schreef voor het studentenblad, ik schreef onder andere namen, er was altijd wel wat. Maar toen viel het wat stil, op gelegenheidsteksten zoals voor een/mijn huwelijk na.

Maar nu zou ik vertellen over Boston, en dat op een blog. Die blog moest een naam hebben. Iets met Boston, waar we een jaar gingen wonen. We verhuisden met ons vier-maandertje en mijn voornaamste bezigheid zou dat mannetje worden. Dus ja, iets met Boston, iets met baby…

Het werd Boston, baby! Te lezen als ‘Bostonbaby’, wat de perfecte bijnaam voor ons ventje zou worden, maar ook als Bóston, BABY! – op z’n Austin Powers.  Een woordgrapje én een verwijzing naar een onnozele film, dat kon ik toch niet laten liggen. Ik was héél tevreden met die naam.

Toen begon ik te schrijven, en het werd toch niet helemaal dat ‘liefste dagboek’ verhaal dat ik eerst voor ogen had. Soms wel, natuurlijk, er was genoeg te vertellen. Maar soms werden het andere verhalen, rond wat ik kookte, wat me opviel. Vaak waren het mijn zo geliefde lijstjes.

Maar ook een jaar gaat voorbij, en we keerden terug naar België.

Ik was heel tevreden met mijn Boston, baby! Maar wat moest ik nu? De Bostoniaanse avonturen waren voorbij. We begonnen weer aan ons ‘gewone’ leven. Heb ik nog iets te vertellen?

En niet alleen waren we niet meer in Boston…naar alle maatstaven is mijn baby ook geen baby meer.

Dus nu zit ik een beetje vast. Veertig dagen bloggen is me heel goed meegevallen, ik zou wel graag blijven schrijven. Maar die tweede vraag – moet ik op zoek naar een andere naam voor mijn blog, nu die totaal niet meer past bij mijn huidige wereld?

Ik heb er geen idee van, eerlijk gezegd….

 

sha

Je bucket list? Start eerst met een ander lijstje

Recent ben ik opnieuw bij het concept bucket list aangekomen. Dat is een lijstje maken met alle dingen die je nog wilt bereiken of beleven voor je het tijdelijke voor het eeuwige wisselt. Of zoals ze het in de taal van Shakespeare zeggen: before you kick the bucket.

 

Ja, ik vind het nuttig om daar over na te denken, maar nee, ik wil niet dat dat extra stress met zich meebrengt. Het zou dus eerder een leidraad worden, dan een lijst met ‘moetens’. Er zijn al genoeg ‘moetens’ in de wereld, reële of diegene die wij onszelf opleggen. Ik ga er dus geen dwingende opsomming aan toevoegen.

 

Zo kwam ik op het idee om ook, of misschien wel eerst, een lijst te maken met de dingen waar ik me net helemaal niet (meer) mee bezig wilt houden.

Ik heb een tijdje terug een boek gelezen dat helemaal in dat kader past: ‘The life-changing magic of not giving a f**k. Heerlijk boek. Al verschillende keren uitgeleend. Op elke bladzijde staat het F-woord een keer of veertig, maar laat dat geen belet zijn. Het is géén oproep om apathisch te gaan wezen en nergens meer om te geven. Integendeel, de ondertitel is ‘How to stop spending time you don’t have doing things you don’t want to do with people you don’t like’ – je stopt met je energie in dingen te steken die jou eigenlijk niet uitmaken, of niet gelukkig maken, zodat je die energie wél kan richten op zaken en mensen die er wel toe doen.

 

Ik dacht: voor ik aan die bucket list begin, maak ik eerst een Fuck It list. Goed gevonden van mij! Ideale woordspeling! Wat ben ik toch pittig en slim. Tot ik die Fuck It list intikte in de zoekbalk van Google: ellenlange pagina’s over het fenomeen (blijkbaar begonnen bij een blogster die ‘mijn’ geweldige idee heel wat eerder had), 1200 afbeeldingen met quotes (een korte selectie hieronder), en de beschrijving van het boekje ‘The Fuck It List Journal’.

 

Hum ja.

 

Unieke ideeën, bestaat dat nog in deze internet-doorspekte tijd?

 

En was het niet Einstein die zei: Creativity is knowing how to hide your sources.

 

Hoe dan ook, mijn Fuck It list. De dingen waar ik geen tijd meer aan wil besteden, die ik niet meer wil doen, waar ik met een gerust hart ‘neen’ tegen wil zeggen. Dan blijft er meer tijd en energie over om volmondig ‘ja’ te zeggen tegen al die dingen die er wél toe doen!

De eerste 8 puntjes van mijn lijstje heb ik alvast opgesomd.

  1. Naar elk feestje/drink/evenement gaan waar ik voor uitgenodigd word, ook al heb ik er helemaal geen zin of energie voor.
    Nope, gewoon vriendelijk zeggen dat het deze keer niet zal lukken, ik ben er 100% zeker van dat het nog steeds een topfeest wordt.
    .
  2. De 20 km van Brussel lopen. Of een halve marathon.
    Zal niet lukken. Nooit niet. Ik wil sportief zijn, maar er zijn grenzen. Ik heb nog het excuus dat mijn kinesist het mij sterk heeft afgeraden om meer dan 5k te gaan kopen, slecht voor de rug. Maar dan nog. Ik ben er niet voor gebouwd, en ik wil het dus ook niet meer willen.
    .
  3. Parachutespringen. En bunjee jumpen.
    Stond een hele tijd op mijn bucketlist. Was jaloers op manlief die effectief de elastiek aan zijn voeten liet binden en de sprong waagde. Maar nu heb ik een blond ventje rondlopen dat op mij rekent en kan ik alleen maar denken: WAAROM zou ik dat risico lopen? Ik waag me al elke dag in het verkeer, vind ik al risico genoeg. OK, ok, je kan niet risicoloos leven en dat hoeft ook niet, maar moet ik daarom meteen vanop grote hoogte ergens gaan af- of uitspringen? Ik dacht het niet.
    .
  4. Meedoen aan uitdagingen om X boeken te lezen in een jaar.
    Ooit las ik de jeugdsectie van de bib uit, maar tegenwoordig ben ik al blij dat ik 2 bladzijden haal ’s avonds. Vroeger haalde ik die ‘leesachterstand’ in tijdens de vakantie, maar nu… heb ik zandbakken te testen en glijbanen te superviseren. Boeken lezen, echt heel boeiend en interessant, maar geen must meer. De Humo heeft ook al langere artikels, toch?
    .
  5. Uitleggen waarom ik geen alcohol drink.
    Ik leg toch ook niet uit waarom ik niet rook, geen drugs gebruik of nooit op wespennesten sla met een stok?
    .
  6. Anderen hun noden, wensen en verwachtingen boven die van mezelf stellen.
    Been there, done that, got the T-shirt. Duidelijke uitzondering: man- en zoonlief.
    .
  7. Alles perfect willen doen. Tegelijk. Nu.
    Goed is goed genoeg. (Kleine toegeving aan mezelf: heel goed is ook goed genoeg).
    .
  8. Deze lijst 100% tot in de puntjes naleven.
    Zie punt 7. Amen.

 

En wat staat er op jullie Fuck It list?

DZV: week 6, veggie gaat uit eten

De zesde week van Dagen Zonder Vlees bleek onverwacht een thema te hebben: uit eten gaan. Er zijn natuurlijk ergere dingen in het leven. Met ‘onverwacht’ bedoel ik dat het niet helemaal zo gepland was. Na weken van braafjes altijd thuis eten en de lunch zelf inpakken waren er opeens wel veel gelegenheden en uitnodigingen die allemaal in de voorbije week vielen.

 

Maandag was manlief jarig, en gingen we samen lunchen. Niet ver van elkaar werken is zeker een voordeel. Zijn speksalade deed me even twijfelen, maar ik hield het bij een vegetarische pasta. ’s Avonds mocht hij uiteraard kiezen wat we zouden eten, en het werd Thaïse salade met gemarineerd rundsvlees. Héérlijk, en niet bepaald veggie te maken. Ik heb er toch van genoten, dit is steak op zijn best.

DSC_2460

 

Dinsdag ging ik een soepje eten ’s middags. ’s Avonds was de rijst met kokosmelk en spinazie een succes. Alweer een gemakkelijk, snel en verrassend gerechtje dat in onze receptenmap komt te zitten.

DSC_2461

Op woensdag was ik uitgenodigd bij een collega, die een heerlijke auberginelasagne had klaargemaakt.

 

Donderdag had ik een verrassing voor manlief in petto. Hij had er nog eentje te goed. Op 21 juli 2014 waren we op vakantie in Ijsland toen hij me plots vertelde dat we die dag 1000 dagen getrouwd waren, en dat hij een toprestaurantje had geboekt. Ik vond het een van de meest romantische dingen die hij ooit gedaan had.

Semi toevallig kwam ik er een maand geleden achter dat er sindsdien alweer 1000 dagen verstreken zijn. Op 6 april regelde ik dus een babysit en gingen we voor onze 2000 dagen huwelijk dineren in Noordoever, een vegetarisch restaurant aan de Vaart in Leuven. Ze werken met een uitgebreid warm en koud buffet en alles is even heerlijk. Echt een aanrader!

 

Vrijdag genoten we van portobello’s met geitenkaas en gebakken aardappeltjes.

DSC_2470

En zaterdag was ik alweer op ‘trot’, en ging ik met een vriendin naar een ander vegetarisch restaurantje: Funky Jungle in Mechelen.  Zogezegd alles vers en met liefde gemaakt, laat ons zeggen dat ik van beide niet veel gemerkt heb. Dit was echt geen reclame voor een vegetarische levensstijl, maar we hebben er wel een grappig verhaal bij (zoals de ‘verse’ muntthee die oude, al geweekte, blaadjes bevatte).

 

De zonnige zondag schreeuwde gewoon om een barbecue. Heeft er iemand in Vlaanderen geen vuurtje aangestoken en wat spiesjes klaargelegd? Daar heb je trouwens dé reden waarom ik nooit full time vegetariër zou worden, in 3 letters: BBQ.

Hierbij de cijfertjes tot nu toe (een groene dag is een dag zonder vis of vlees).

 

Wat er volgende week op het menu staat? Ik weet het eerlijk gezegd niet zeker. We trekken er een paar dagen tussenuit, met vrienden en hun twee zoontjes. Het wordt dus ergens een midden van gemakkelijk-smakelijk-kids proof– vrij snel – en als het even kan ook nog veggie voor mij. Ik voorspel spaghetti met veel groentjes (al dan niet gemixt haha), een wokje met rijst en ik zeul alvast 6 bloemkoolpizzabodems mee.

 

Waar ik wel zeker van ben: we gaan daar gewoon even heerlijk van rust/natuur/speeltuinen/zwembaden/niks doen genieten.

suote

Zoondag #4: peuterpraat

Je hoort het zo vaak over jonge kinderen: dat ze ofwel eerder motorisch sterk zijn, of eerst taalvaardig worden. Ons mannetje is er eentje van de motorische ontwikkeling. Op 12 maanden zette hij zijn eerste stapjes en het leek een seconde later dat hij sprintte, bochtjes nam, dingen van de grond oppikte, achteruit stapte, hurkte, en sprong. Toen hij de trap begon op te lopen, was dat meteen met één been op elke trede (en dus niet door de tweede voet ‘bij te zetten’). Als hij een bal gooit, is dat gerichter dan zijn mama dat kan (die werpt dan ook écht als een meisje, tssss, niks mee aan te vangen).

 

Zijn beste vriendje in de crèche, een goeie maand ouder dan hij, verbaasde me dan weer keer op keer met zijn uitgebreide woordenschat. Onze man begon net iets verder te raken dan ‘papa’ en deze jongen wees aan in een boekje met dieren: ik was al helemaal onder de indruk na koe, hond, kat, en paard, maar viel bijna achterover door ‘panda, koala, flamingo, olifat en neushoon’.

 

Zo zie je maar, elk kind is anders. Ik maakte me geen zorgen, maar begon wel uit nieuwsgierigheid een lijstje met de woordjes die zoonlief gebruikte. Het bleek een veelvoud te zijn dan de tien die ik spontaan zou schatten.

 

En dan opeens: de klik. Onder de douche vroeg hij ‘noh wate’ om over zijn hoofdje te gieten. Twee of drie woordjes komen plots bij elkaar te staan. Elke dag komen er nieuwe boven, het is niet meer bij te houden. Hij verrast ons keer op keer.

 

Nu kan ik de nieuwe rubriek starten waar ik al even naar uit keek: een greep uit wat ons peutertje zegt. Toddler talk, of te wel: peuterpraat.

 

  • Nog-isch, mama: dat graag opnieuw doen, mama
  • Boemetjeu pukken: met een madeliefje in elke hand, kom je door het hele land!
  • Noh pietse: het tiende toertje rond het plein op de loopfiets
  • Boempataat: ik ben gevallen maar het is niet erg
  • Tein me otto! Een t(r)ein is altijd reden tot vreugde, maar als die trein dan ook nog eens auto’s vervoert… tja, je begrijpt dat dat feest is.
  • (armen in de lucht) JEEEEEEE pasjtaa: hij is fan van spaghetti, zoveel is duidelijk
  • (half zingend) Hi hi hi , ha ha ha: mijn zoon zit af en toe duidelijk te denken aan beren die broodjes smeren.
  • (met zijn handen aan zijn voeten) Tee! Noh e tee! Nog e tee! E noh e tee!: een mens heeft nogal wat tenen.
  • (wijst op zichzelf) ‘Ti’: antwoord op ‘wie is mama’s beste vriend?’. Aangezien het deel van zijn naam is, denken we dat het eerder een afkorting is, dan een andere vorm van ‘ik’.
  • (tegen papa) Mama pipi edaan: blijkbaar belangrijke info die gedeeld moest worden. Geen mysterie meer in je relatie eens je een peuter hebt rondlopen.

 

Unknown

Lentemoeheid

Eindelijk zien we de zon weer! De bomen krijgen nieuwe blaadjes, de dagen worden langer en de krokussen en narcissen hebben bewezen dat het ook dit jaar lente wordt.

Kortom, alles is er om volop te genieten, en energiek je huis uit te komen.

 

En toch lijk ik de voorbije dagen niet vooruit te branden. Sta ik op, na een goede nachtrust – want ons ventje slaapt de laatste weken bijna het klokje rond – en ben ik na de ochtendrush alweer aan een dutje toe. Werk ik van koffie naar koffie, mijn eigen limiet van drie kopjes ruim overschrijdend. Net op tijd zie ik – meer dan eens – dat ik docenten die een vak over elektriciteit geven, heb aangeschreven als ‘beste professor Wisselstroom’. Ik begin mensen verkeerd te begrijpen, leg andere connecties dan normaal.

 

Alarmbellen in mijn hoofd. Heb ik toch tekorten door het vegetarisch eten van de voorbije weken? Sluimert er één of ander virus dat nog niet wilt toeslaan? Heb ik gewoon verschrikkelijk veel nood aan vakantie?

 

Of heb ik net als een groot deel van de bevolking, last van voorjaars- of lentemoeheid? Nee, niet ‘de lente moe’, maar moe in de lente. Last van vermoeidheid na een goeie nachtrust? Check. Futloos en wat prikkelbaar? Check. Meer drang naar suiker en vet eten? Check-edie-check. En ik ben niet alleen: manlief heeft het ook zitten! Hij wijt het dan weer vooral aan het zomeruur…

 

De belangrijkste tips om deze lentedip te boven te komen zijn:

  • Gezond eten, zoals lentegroenten, fruit en volkoren producten die vitamine B bevatten.
  • Voldoende bewegen en in de buitenlucht zijn

 

Laat ik nu net al een paar weken werken aan die groenten en fruit en zijn we net nog een klein uurtje buiten gaan wandelen met ons ventje. Goed bezig dus!

 

  • Thee drinken van paardenbloem, weegbree of brandnetel.

 

OK, een beetje speciaal, maar ik zal eens proberen. In onze tuin vind ik er al zeker 2 van de 3.

 

  • Een groentensapkuur volgen
  • Zuurkool eten

 

Eeeuhmm….? Thanks but no thanks!

 

  • Luister naar je lichaam. Ben je moe, rust dan even uit.

 

Voilà kijk. We hebben een weekje vrij en we hebben niet al te veel gepland. We trekken er op uit en ‘go with the flow‘. Sorry, niks aan te doen, doktersvoorschrift!

 

coffee

 

Vijf op vrijdag: favoriete steden

Wat is er beter dan een vrijdag? Een vrijdag voor een weekje vakantie! Hoera, daar kijken we met z’n allen naar uit.

Voor de vijf op vrijdag vandaag, een lijstje dat ook een groot vakantiegevoel met zich meedraagt: de vijf steden die mijn hart hebben gestolen, elk om eigen reden.

-Disclaimer- Er zijn zeker nog andere steden die ik heerlijk vind of heb gevonden, maar deze vijf heb ik meer dan eens bezocht, en dragen dus ook iets bekends in zich.

Leuven, Be. Ik was nog klein, en Leuven was een magische plek. Af en toe gingen we er heen, via een enorm bochtige weg waar maar geen einde aan leek te komen. Mijn zussen en ik, op pad met de papa – eigenlijk de enige uitstap die we zo deden, zonder ons ma erbij. We gingen naar de Fnac of een andere boekhandel, mijn pa zocht strips en muziek uit en wij kregen één (Of twee. Of drie.) van de pockets van Garfield, die de perfecte WC-lectuur bleken te zijn.
Waar ik zou gaan studeren, was dan ook een evidentie. Op 20 km van thuis, handig dichtbij maar net ver genoeg. Na de studies blijven plakken, er werk gevonden, en er gesetteld met het lief (die ik daar op de aulabanken gevonden heb). Toen we uiteindelijk ons eigen stekje wilden, leek het Leuvense nog steeds ideaal (behalve het prijskaartje dan): op gelijke afstand van beide ouderparen en dicht bij het werk. Loop ik nu op een zonnige dag over de Grote Markt, besef ik steeds dat ik misschien niet meer zo klein ben, maar Leuven nog steeds magisch.

De Haan, Be. Jarenlang gingen wij in de zomer een maand naar zee. Jarenlang gingen we steeds naar hetzelfde appartement, in De Haan, vlakbij het strand. Mijn groottante huurde dat appartement in juni, en liet het voor ons achter, gevuld met chocola en reuzenperziken die nét rijp genoeg waren. Het feit dat er geen hoogbouw staat op de dijk, geeft De Haan nog een heerlijk retro gevoel. Ik heb er zo’n fijne herinneringen aan, dat ik het centrum maar moet binnenrijden en weten: ‘jep, ’t is vakantie’.

Maastricht, NL. Zo dichtbij en toch weer ‘buitenland’ – de ideale en gezellige plek om in de kerstvakantie al aan soldenshopping te gaan doen. Plus, ze hebben zoute dropjes, één van mijn kleine zondes.

Valiano, It. Bepaald geen ‘stad’ te noemen, dat gehucht van 5 straten dat deel uitmaakt van Montepulciano. Met één voet in Toscane en één voet in Umbrië, zicht op de wijnranken en in de schaduw van een olijfboom, wordt duidelijk waarom Italië een ideaal vakantieland wordt genoemd. Ja, ik hou van roadtrips en avontuurlijke reizen, walvissen, watervallen en exotische bestemmingen, maar af en toe mag het ‘dolce far niente’ zijn.

Boston, USA. But of course. Onze thuis weg van huis en voor altijd de plek waar ons ventje zijn eerste stapjes heeft gezet. De helft van deze blog wordt gewijd aan deze stad, laat ik geen poging doen dit samen te vatten. Vergeet Boston gewoon niet bij een tripje naar de Oostkust, stop het vergelijken met New York en geniet gewoon van deze eigenzinnige, gezellige en gevarieerde stad.

bostoncoolidge corner

Tekst en uitleg #3

Twee weken geleden begon ik aan het beantwoorden van een aantal willekeurig gekozen vragen- in dit geval geplukt van de website Mynd-  deze week de tweede reeks: van nummer 21 tot 30, uit ’48 vragen aan jezelf die je leven (kunnen) veranderen’.

21 Ben je het soort vriend(in) die je wilt zijn?

Ik denk (en hoop) het wel: ik wil attent en geduldig en begripvol zijn.

 

22 Wat is erger: een goede vriendin die ver weg gaat wonen of contact verliezen met een vriendin die vlakbij woont?

Ik denk dat ver weg gaan wonen geen groot probleem hoeft te zijn, als de beide partijen wat moeite willen doen. Ik was zelf een jaar lang de vriendin die ‘ver weg’ ging wonen. Dat heeft in enkele gevallen zelfs geleid tot sterkere vriendschappen.

 

23 Waar ben je het meest dankbaar voor?

Dat ik de man van mijn leven op jonge leeftijd mocht leren kennen, en dat onze zoon ons elke dag toelacht (of niet lacht, ook als hij een crisisje heeft is-ie stiekem nog schattig).

 

 

24 Is je grootste angst ooit uitgekomen?

Ja.

 

25 Herinner je je die keer, 5 jaar geleden, toen je heel boos was? Maakt dat nu nog echt uit?

Ja, dat maakt uit, maar boos zijn had geen zin.

 

26 Is het mogelijk om zonder twijfel te weten wat goed en slecht is?

Ik ben ervan overtuigd dat er een aantal basisthema’s zijn waarbij dat het geval is. Gasaanvallen op een ziekenhuis of school? Vrij zeker dat dat onder ‘slecht’ valt. Boekjes lezen met de zoon? Helemaal goed. Maar er zijn een heleboel dingen die niet zo zwart/wit zijn.

 

27 Als je wist dat iedereen die je kent morgen zou sterven, wie zou je vandaag dan bezoeken?

Wat een vraag! Ik zou niemand bezoeken, maar thuis blijven bij man- en zoonlief. Ik zou via mail en telefoon familieleden en vrienden contacteren. Maar weten ze dat eigenlijk zelf, dat het hun laatste dag is? En word ik ook bij ‘iedereen die je kent’ gerekend?

 

28 Als we leren van onze fouten, waarom zijn we dan zo bang om een fout te maken?

Omdat dat pijn doet, fouten maken. En omdat het door de omgeving vaak niet als een leermomentje wordt gezien (in Amerika gaan ze daar wel anders mee om, en is pakweg een faillissement geen grote blaam- je hebt het tenminste geprobeerd).

 

29 Wanneer is je voor de laatste keer het geluid van je eigen ademhaling opgevallen?

Toen ik voor het eerst sinds lang 5 kilometer in één keer probeerde uit te lopen.

 

30 Stel: op dit moment worden DE beslissingen over jou gemaakt. De vraag is: beslis je zelf, of laat je anderen over je beslissen?

HAHAHAHAA! Dat is een heel eenvoudige vraag.

 

Ik voel me nog altijd niet bijzonder anders. En jullie, wat zijn jullie antwoorden op (sommige van) de vragen?

 

1c9d2f7d853848b49e84e880b930e1a1

Zeven hoofdzonden

 

02-40dagenbloggen

Aan de start van het 40 dagen bloggen-avontuur kregen alle deelnemers een lijstje met vragen ter inspiratie. Tot nu toe heb ik er nog niet vaak naar teruggegrepen, maar vandaag pikte ik er eentje uit, en stelde de vraag meteen aan manlief (over mezelf dan):

Aan welke van de zeven hoofdzonden maak jij je het meest schuldig?

Stap 1: Google wat die zeven hoofdzonden alweer zijn. Ja, sorry he. Ik heb de film ‘Seven’ gezien toen ik 16 was, ik herinner me alleen nog het hoofd in de doos en die dikke man met zijn spaghetti. Dus ja, even moeten opzoeken. (Btw, ‘hoofd’-zonden – zijn er dan ook ‘bij-zonden’? En wie maakt die categorieën? Zijn er naast hoofd- ook schouders -knie en teen-zonden? Alweer zoveel vragen!)

De hoofdzonden zijn, volgens wikipedia:

  1. Hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid
  2. Hebzucht – gierigheid
  3. Onkuisheid- lust – wellust
  4. Nijd – jaloezie – afgunst
  5. Onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht
  6. Woede – toorn – wraak – gramschap
  7. Gemakzucht – traagheid – luiheid

 

Het is nu niet dat ik zo’n heilig boontje ben, maar ik vond het toch een moeilijke vraag.

Ijdelheid? Ik ben al blij als mijn outfit enigszins bij elkaar past. Ik heb op dit moment 3 paar schoenen, schat ik. Ik moet echt eens gaan shoppen (argh).

Aan de andere kant wil ik er natuurlijk ook wel goed uitzien. Maar is dat dan ijdelheid? Is dat niet gewoon altruïstisch denken aan mijn medemens die op dat hoofd van mij moet kijken?

 

Hebzucht, onkuisheid – heb ik niet zoveel mee.

Jaloezie, da’s een lelijke. Enfin, ze zijn geen van allen mooi natuurlijk. Ik heb zeker momenten dat ik denk ‘waarom die wel en ik niet?’. Misschien is dat eerder zelfmedelijden dan jaloezie. Maar tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat er geen eindige hoeveelheid geluk op deze wereld is. The race is long, and at the end, it’s only with yourself.

 

Gulzigheid, zal al wel eens voorkomen, maar tegelijkertijd ben ik samen met manlief alweer een paar maanden matig aan het wezen (gezond eten, met mate…) en dit werpt ondertussen zijn vruchten af. Een zakje chips of een pot Ben&Jerry’s opnieuw in de kast zetten, is een uitdaging, dat geef ik toe – daarom koop ik ze ook niet meer.

 

Woede. Ik hoop dat ik geen boos persoon ben. Ik mompel al eens een vloek achter het stuur, bij de zoveelste wegpiraat. Maar ik kan me met moeite herinneren wanneer ik nog eens geroepen heb, uit kwaadheid dan. Met deuren slaan? Is dat niet wat melodramatisch?  Tuurlijk ben ik wel eens boos, maar het blijft zelden lang zo. Alleen kan ik me enorm opwinden bij onrecht, ongelijkheid. Wraak heb ik zelden willen nemen, maar wie me écht tegen mijn schenen trapt, mag niet vergeten; la vengence est un plat qui se sert froid… en ik heb een goed geheugen. Al zal ik dan eerder lachen als karma die mensen in hun gat bijt, dan zelf een sabotage-actie te ondernemen.

 

Blijft gemakzucht, luiheid. Ik zal schuldig pleiten. Zeker sinds ons verblijf in Boston, is de lijst van kleding die ik strijk, sterk ingekort. Opruimen? OK, even snel dan. Ook al weet ik dat een opgeruimd huis zo heerlijk is. Eigenlijk ben ik een extreme planner, maar dat is stiekem uit gemakszucht. Een weekmenu opstellen moeilijk? Ja, maar ik ga dan ook maar één keer naar de winkel. Ik ga echt niet elke dag lopen stressen over wat we gaan eten, veel te veel gedoe. Lijstjes maken van wat er in onze reiskoffer moet? Is ook gewoon om me veel zoeken en irritatie te besparen.

Soms kan ik genieten van iets uitgebreid, van een ingewikkeld plan, een uitgebreide maaltijd koken, een indrukwekkende taart maken. Maar meestal ben ik de grootste fan van ‘minimal input, maximal output’ – wie niet?

Zo blijven klusjes in het huis wel eens langer liggen. Er is ook altijd wel wat beters te doen: spelen met de zoon, bijvoorbeeld, tijd voor mezelf nemen, babbelen met de echtgenoot. Ach nee, nu kon ik het terras niet afschuren, het regende. Spijtig spijtig. Immens triest. En is het de moeite dat ik die kruidenbakken uitkuis, de katten duiken er toch weer in en de basilicum is ten dode opgeschreven. Laat ons realistisch wezen. Alleen de munt overleeft. Gelukkig is verse muntthee maken niet veel moeite.

lui

Boston bucket list- revisited

5381867-tumblr-bucket-list-quotes

Vanmiddag had ik afgesproken om te gaan lunchen. Als je in centrum Leuven werkt, is dat één van de voordelen: stap je kantoor uit en er ligt meteen een wereld aan keuzes van gezonde, lekkere lunches aan je voeten.

Het werd soep vandaag.

Met iemand die we het laatst gezien hebben toen we op een zonnige vrijdagavond pizza aten in een park in Boston, en dit een picknick noemden (Wat zeg ik? Dit was een picknick. Een perfecte picknick). Die picknick buddies waren na twee jaar Oostkust naar het Belgenlandje teruggekeerd, en hadden ook al gemerkt dat er zoiets bestaat als de omgekeerde cultuurshock.

 

En terwijl wij deze zomer braafjes een weekje naar de kust trekken, gaan zij een maand terug naar Boston en omstreken, om daar verder te verkennen waar ze nog niet de kans toe hadden. Wat een heerlijk idee!

 

Het deed me denken aan alles wat we in ons jaar Boston gedaan hebben, maar ook aan wat we (nog) niet gedaan hebben.

In augustus 2015 schreef ik een blogje over alles wat we graag wilden doen en zien: onze Boston bucket list. Nieuwsgierig ben ik dit gaan opduikelen om na te gaan wat we kunnen afstrepen, en wat we bij een volgend bezoek (want ja, dat komt er, ooit) op de planning moeten zetten.

 

Is gelukt:

  • Ongegeneerd de toerist uithangen in Boston hebben we op meer dan één gelegenheid gedaan. Van de lijst ’50 best things to do in Boston’ hebben we er geen 30 gehaald – ook al omdat een deel mij niet aansprak – maar de lentebloesems in de parken, de Freedom Trail en de Harvard Tour kan ik ondertussen dromen. We brachten ook een bezoekje aan de Museum of Science (en keken op een avond door een telescoop naar sterren en planeten), de Franklin Zoo en de schildpadden van de New England Aquarium. We wandelden over Castle Island, bezochten de Boston Public Library, en gingen schaatsen op Frog Pond (of liever; zagen mensen schaatsen).
    .
  • Hoewel we niet van alle typische Amerikaanse sporten een match of game hebben bijgewoond, was het heerlijk spannend om de Boston Celtics een basketbalmatch te zien winnen, en heerlijk on(t)-spannend om naar een Red Sox-game te gaan. Of zoals onze babysitter het zei: naar baseball gaan kijken is zo interessant als ‘watching paint dry’.
    .
  • Een jaar meer tijd hebben om te koken heeft zeker zijn vruchten afgeworpen. Ik heb meer dan 20 nieuwe ingrediënten leren kennen en werd verliefd op de handigheid van een slowcooker (over beiden later meer). De pizza’s met butternut squash, ricotta en cranberry én die met geroosterde kip, gekarameliseerde peer en fontina kaas, werden getest en goedgekeurd.
    .
  • We hebben Halloween en Thanksgiving gevierd zoals het hoort, en hebben daar enorm van genoten! Ons ventje was zonder twijfel het schattigste draakje in de wijde omtrek.

Zoals we ons hadden voorgenomen, hebben we in november 2016 ‘Friendsgiving’ naar België gehaald: we nodigden vrienden uit voor een lekker etentje en even stilstaan bij de lange lijst van dingen waar we dankbaar voor mogen zijn.

  • Ik heb me wel degelijk verdiept in het extreme couponing verhaal, en heb daar enkele kleine succesjes mee gehaald. Uiteindelijk was onze conclusie dat dit wel enorm veel tijd kost, en met onze ontdekking van de Aldi-winkel en de markt met betaalbare groenten en fruit, werden de bonnetjes enkel geknipt wanneer ik ze toevallig tegenkwam.

 

Er is zeker nog veel meer te beleven in Boston, maar vooral ook in de omstreken, waar we eigenlijk (bijna) niet geweest zijn. Maine, Vermont, Cape Cod, dat zijn zeker ook bestemmingen die ik nog niet meteen van ons lijstje wil schrappen.

 

Maar ook hier in België kan een bucket list de moeite zijn. Het kan aan mijn gekende verslaving aan lijstjes liggen, maar als je eens verder nadenkt over wat je graag wilt doen/halen/beleven, dan is de kans groter dan dat ook gebeurt. Noemen ze dat geen visualisatie of zoiets?

boston tekening