Eerste dag effect

Ik las over het ‘eerste-nacht-effect’ op vakantie. Je denkt ‘eindelijk, eindelijk, relax, lekker slapen’ (of je bent ouder van een baby/peuter en je denkt, ‘lekker slapen, ik laat het lichtje in de keuken branden want ik kan hier nog niet blindelings een flesje maken om 4u ’s nachts’).

 

Blijkbaar is het wetenschappelijk bewezen dat je die eerste nacht in een vreemd bed vaak niet fantastisch slaapt. Als een vogel of een walvis blijft de helft van je brein actiever, om mogelijk gevaar op te sporen. Bij mij resulteerde het in elk geval in ingewikkelde en uitgebreide dromen, maar ik heb dan ook altijd al geweten dat ik een vogelbrein heb. Ik zou bijna zeggen, als een kip zonder kop, maar goed, die heeft dan weer net géén vogelbrein.

 

Ik heb echter nog nooit iets gelezen over het ‘eerste-dag-effect’. Die eerste keer ontbijten met het vers stokbrood dat man- en zoonlief zijn gaan kopen in alle vroegte, terwijl ik nog een klein beetje mocht verder slapen. Dat eerste kopje koffie op het terras.

IMG_0760

 

Het strand op wandelen met 15 kg peuter in de draagzak op je rug, dat gevoel de zee terug te zien, hallo, oude vriend. De lucht blauw met wolkjes, behalve waar de vliegers kleuren.

 

Mosselen gaan eten, natuur natuurlijk. Een blos op je neus voelen. Een dutje doen. De zeebries als haardroger gebruiken.

IMG_0770

’s Avonds knispert de vloer van je appartementje onder je blote voeten. Het universele gevoel: dit was een mooie dag.

IMG_0766

Jarig!

Vandaag vier ik een kleine verjaardag. Deze blog wordt twee jaar. YAAY! Twee jaar, 198 schrijfsels, ik moet toegeven dat ik dat nooit verwacht had. Ik vind het nog steeds wat gek om mezelf een ‘blogger’ te noemen.

A birthday cupcake with two lighted candles.

Twee jaar geleden stonden we vlak voor onze trans-Atlantische verhuis. Toen ik mijn hele huishouden kritisch bekeek (Meenemen? Stockeren? Weg doen?), en daar mijn eerste blogpost aan weet, wist ik nog niet dat we exact een jaar later opnieuw zouden binnen vallen. De tickets voor onze terugkeer werden namelijk pas later aangekocht. Maar exact een jaar na die eerst post kwamen we weer thuis. Met 11 koffers en trolleys en buggy en baby en jetlag. En een verhaal.

 

Soms wordt er gezegd: what a difference a year makes. Maar ook vandaag waren we aan het inpakken. Net als toen, mja, dat nu ook weer niet helemaal.

 

In 5 punten: een korte vergelijking tussen 22 juli 2016 en 22 juli 2017

 

Inpakken van kleren, babyspullen en elektronica

 

Inpakken van kleren, peuterspullen en elektronica
Het vliegtuig wacht niet De auto vertrekt wanneer wij vertrekken, anders is er iets ernstig mis

 

Als het niet in de koffers past, kan het niet mee (stressssss) Als het niet in de koffers past, past het misschien nog aan mijn voeten, of naast de kinderstoel (no stress)

 

De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten, de rest gooien we desnoods binnen een week wel weg

 

We wisten waar we naar toe gingen, maar niet hoe we ons zouden voelen We wisten niet (helemaal) waar we naar toe gingen, maar wel dat we gaan relaxen
 

 

Het is een bijzonder jaar geweest sinds onze terugkeer naar België. Pittig, ook wel.

 

Maar vandaag hoeven we daar allemaal niet aan te denken. Vandaag kijken we vooruit.

Vandaag begint onze vakantie écht.

IMG_0758

Zomerreces

Nog één dagje werken en mijn zomervakantie staat voor de deur. Hoewel er morgen nog één en ander op het programma staat, ben ik er vrij rustig onder. De projecten lopen allemaal volgens schema, de grootste knelpunten werden de voorbije week weggewerkt en er werden afspraken gemaakt met een aantal collega’s voor die paar issues die in mijn verlof zullen opduiken.

 

We hebben er dit voorjaar wat over gepiekerd, over waar we heen zouden trekken en hoe lang. Maar uiteindelijk besloten we dat we met onze kleine man de laatste twee jaar voldoende kilometers hebben afgelegd. We gaan een weekje naar de zee, en ik kijk er enorm naar uit. De laatste weken kwamen we – meestal toevallig in het typische ‘en waar gaan jullie op congé’-praatje te weten dat echt behoorlijk wat van onze vrienden in de buurt gaan zitten aan zee. Dat is heel fijn, maar we beseffen heel goed dat we ook tijd voor ons drietjes nodig hebben.

 

Zowel manlief als ikzelf hebben ettelijke jeugdvakanties aan zee doorgebracht, en we hebben er allebei hele warme herinneringen aan, zelfs al liet de temperatuur te wensen over (hoewel, in mijn herinneringen is het echt overwegend zonnig, was er eind jaren ’80 – begin jaren ’90 toevallig geen rits van hete zomers?).

 

Daarna ben ik nog twee weken, en manlief één week thuis met zoonlief. Ook daar gaan we voor het ‘alles mag niets moet’ principe.

Natuurlijk staan er heel wat leuke dingen gepland, en natuurlijk is er weer een lijstje van dingen die ik deze zomer, en daarna, zou willen bereiken.

Maar manlief kwam met een interessante stelling: dat de zomermaanden een mooi moment zijn om te plannen voor ‘de tweede helft van het jaar’ maar ook, en zelfs misschien vooral, om samen te vatten wat je allemaal bereikt hebt in die eerste helft.

 

Dat staat dus als eerste op mijn ‘to do’-lijstje: opsommen wat er allemaal goed is gegaan de voorbije maanden.

 

Of nee, correctie! De eerste punten op mijn lijstje zijn: nu eerst lekker slapen, er morgen nog een lap op geven, en dan een mentale opruimactie om over al de rest na te denken.

quote

Nieuwe smaken #2

Het zijn drukke maanden geweest. Daardoor is mijn voornemen om elke week iets klaar te maken dat ik nooit eerder op het menu zette, een beetje op de achtergrond verdwenen. In momenten van stress keer je toch altijd terug naar de klassiekers, of tenminste gerechtjes die bewezen hebben smakelijk te zijn op minder dan 25 minuten.

 

Op zich is daar helemaal niets mis mee. Maar het doet me wel wat denken aan mijn tante en oom, die een ‘rotatie-menu’ van twee weken hebben. Elke veertien dagen eten  ze dus exact hetzelfde. Oh jee. Daar wil ik nog niet heen.

 

Misschien motiveert het me wel om nog eens te schrijven over de nieuwe ingrediënten die ik leerde kennen tijdens ons Amerikaans avontuur. Ik schreef over de eerste negen die moeilijk te vinden zijn in ons Belgenlandje (al heeft de Albert Heijn al voor wat soelaas gezorgd). Trouwens, hebben jullie al gezien dat broccolini nu wordt aangeprezen als nieuwe hippe groente in bepaalde supermarkten? En opeens merkte ik dat een kennis een grote pot met snijbiet in haar tuin had staan. Geweldig vind ik dat!

 

Er waren aan de andere kant ook heel wat ingrediënten die ik al kende van thuis, maar waar ik gewoon nog nooit mee gekookt had. Omdat ik niet wist wat ik ermee aan moest. Of omdat ik er een kindertrauma over had. Of omdat het me gewoon niet lekker leek.

 

Jammer genoeg moet ik nog steeds mijn gecrashte telefoon met al mijn foto’s van mijn Amerikaanse kooksessies binnenbrengen om alles te recupereren. Ik heb dus iets minder illustraties dan ik zou wensen.

 

Bij deze, het tweede lijstje van nieuwe smaken.

 

  1. Rode biet – Hoewel ik nog steeds niet helemaal verkocht ben aan die aardse smaak die rode biet draagt, en de vlekken die je niet van je vingers krijgt na het snijden, heb ik behoorlijk lekkere groentenchips gemaakt van die sneetjes. Ook op een pizza, in combinatie met pompoen, was het een topcombinatie.

 

  1. Rode kool – daar heb je hem, mijn kindertrauma. Om mij erover te zetten, heb ik de rode kool op totaal andere manieren klaargemaakt dan eenvoudigweg gestoofd met appeltjes. Ik heb er een hartige taart mee gemaakt, waarbij de rode kool werd gestoofd in balsamicoazijn, en ook rauw in een slaatje kon het me bekoren.

DSC_0621

 

  1. Spruitjes – Het is waarschijnlijk een cliché, maar het is kindertrauma nr. 2. Ik kon er echter niet buiten, want spruitjes zijn in Amerika waanzinnig populair. Ik maakte ze met puree en gehakt in een ovenschotel. Ik ben geen grote fan, maar kon er wel mee leven.

 

  1. Gele raap – opgepikt in een recept van Hello Fresh, vond ik gele raap een verfrissende toevoeging aan een slaatje met quinoa. Rauw of gekookt, allebei goed.

 

 

  1. Bok choy – of paksoi, zoals ik het hier vaker zie. Oosterse variant van kool (maar zonder de typische koolsmaak), en heel lekker in Koreaanse gerechten, met bijvoorbeeld wat gehakt en pikante saus.

 

  1. Polenta wel bekend vanuit de Italiaanse keuken, is polenta een soort griesmeel van maïs die los gekookt kan worden of kan samengedrukt worden en dan gebakken. Ik ben nog altijd op zoek naar een recept waar dit enigszins lekker wordt, eerlijk gezegd.

 

 

  1. Edamame – dolgelukkig was ik, toen ik merkte dat ze dit in de Albert Heijn verkochten. Deze groene verse sojabonen zijn fris, eiwitrijk en geven een lekkere bite aan een salade zonder te veel calorieën bij te dragen. Ook super bij onze Japanner, die ze gegrild en gezouten serveert.

 

  1. Cannellini bonen – Een niervormige soort witte bonen die ook heel populair is in de States. Ik gooide ze bij mijn chili en daar voelden ze zich thuis.

 

 

  1. Zwarte bonen – Had ik al vermeld dat ze nogal zot zijn van bonen in Boston? Zo veel soorten dat daar standaard werd aangeboden.

 

  1. Orzo – Ook wel Griekse pasta genoemd, terwijl het blijkbaar uit Italië komt. Platte, rijstvormige pastasoort die verder niet al te veel smaak heeft.

orzo-big

Hebben jullie ingrediënten die jullie pas recent zijn gaan gebruiken?

De collega’s

Ik verliet het restaurant waar we net een gezellige avond hadden doorgebracht met z’n zessen. Twee dames die ik nog dagelijks zie op kantoor, drie bij wie dat al even niet meer het geval is.

Ik heb al enkele jobs achter de rug, en bij elke job horen collega’s. Aangezien je die mensen gemiddeld meer ziet dan je halve trouwboek, is het niet meer dan normaal dat je daar een band mee opbouwt. Maar kijk, dat is elke keer toch héél anders gegaan.

 

planner

Mijn eerste job was een jaarcontract bij de federale overheid. Ik was 23 en de gemiddelde leeftijd van mijn collega’s was dubbel zo hoog. Uitspraken als ‘nog 11 jaar en ik mag met pensioen’ vrolijkten de koffiepauze op. Over het algemeen lieve mensen hoor, die mij aanraadden snel ander werk te zoeken. Dat heb ik dan ook gedaan.

 

Ik begon aan mijn onderzoek aan de universiteit, en daar werkten – buiten de professor – alleen mensen die ongeveer mijn leeftijd hadden. Toch was dit kleine team heel anders dan ikzelf; het was bijvoorbeeld perfect mogelijk twee weken op vakantie te vertrekken en bij terugkeer vroeg niemand hoe het geweest was. Er werd zelden samen gegeten. Pas jaren nadat ik daar vertrok, heb ik echt contact gekregen met twee collega’s van toen, die ik nu als vrienden beschouw.

 

Later had ik een job waar ik op het randje van een bore out belandde, maar de collega’s waren super. Alleen werkten we in een uithoek waar niemand echt in de buurt woonde, dus iets gaan drinken na de uren zat er helemaal niet in. Van de pakweg vijf mensen die ik toen als (bijna-) vrienden beschouwde, hoor ik er nu nog eentje geregeld. Maar da’s wel een ‘goeike’.

 

Dat is misschien wel de algemene les: waar ik werkte, had ik steeds een goeie ‘klik’ met een heel aantal mensen, maar eens je elkaar niet meer elke dag ziet, blijft er niet veel volk over. Een paar keer heb ik mij daar zwaar in vergist, dacht ik ‘wij spreken zeker nog af’ en verdwenen ze van de aardbol. Ik heb geleerd niet te veel te verwachten. Aan de andere kant mag ik niet klagen, en heb ik een handvol vrienden overgehouden aan mijn vroegere jobs.

 

Op dit moment zit ik, wat collega’s betreft, in een hele fijne situatie: het is echt een toffe bende die de leuke momenten samen viert, en elkaar steunt als het wat moeilijker gaat. Mensen die vertrekken, houden vaak toch nog contact, en melden dat ze onze hechte groep missen (of misschien horen wij dat gewoon graag, dat kan ook). Toen we een jaar in Boston woonden, kreeg ik geregeld een mailtje of een berichtje.

 

Eigenlijk is dat toch toevallig – dat je op je werk mensen tegenkomt met wie het klikt. Dat maakt de maandagochtend (en de dinsdagochtend, en de woensdag en de ….) in elk geval heel wat aangenamer!

quote

 

En jij, heb jij leuke collega’s? Zie je ze als echte vrienden?

 

(het idee van deze post kreeg ik van Samaja).

Tekst en uitleg #8

Ik vind het zelf opeens ongelooflijk verwarrend. Dat ik mijn vierde reeksje van de 1000 vragen van het magazine Flow wilde oplossen, maar dat dit toch al mijn 8ste Tekst en Uitleg rubriekje is.

Nu ja, het gaat dan ook om compleet random vragen, dus misschien maken de cijfertjes voor één keertje niet uit (moeilijk voor mij om aan te nemen, maar we probéren, écht!)

Daarom, deze week: Vragen 31 tot en met 40. Over telefoonverslavingen en centjes.

  1. Welk boek heb je het laatst gelezen?

‘Onvoorwaardelijk ouderschap’ van Alfie Kohn. Een boeiend pleidooi om je kinderen niet langer te straffen, maar ook niet te belonen. Ik geloof zelf niet zo in ‘in de hoek zetten’ bijvoorbeeld, maar dat je ook door complimentjes op een mooie tekening het zelfvertrouwen van een kind zou kunnen ondermijnen, is nog een moeilijke voor mij. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik ervan vind, en hoe ik het kan toepassen, maar ik heb het wel heel graag gelezen.

 

  1. Waarom heb je het kapsel dat je nu hebt?

Omdat er niets anders mee aan te vangen is. Ja, ik heb het geprobeerd, en neen, het viel niet mee. Er valt ook niet echt van ‘kapsel’ te spreken in het geval van een woeste krullenbos.

 

  1. Ben je verslaafd aan je telefoon?

Ik vrees het wel. Waarom kan dat ding ook zo veel?

 

  1. Hoeveel geld staat er nu op je bankrekening?

Dat weet ik niet precies, maar voldoende om aangenaam te leven.

 

  1. In welke winkel kom je graag?

In de Albert Heijn! Veel keuze, specialere producten, ik kom er heel graag. Zo jammer dat de twee dichtstbijzijnde winkels moesten sluiten.

  1. Welk drankje bestel je in een café?

Spuitwater of koffie – ik ben echt een seut wat dat betreft.

 

  1. Weet jij wanneer het tijd is om te vertrekken?

Ja, en dan ben ik nog anderhalf uur bezig om manlief dit ‘subtiel’ duidelijk te maken (wink wink hint hint nudge nudge).

 

  1. Als je voor jezelf zou beginnen, als wat zou dat dan zijn?

Als ik dat wist, kan ik je verzekeren dat ik het zou doen.

 

  1. Wil jij altijd winnen?

Als ik heel eerlijk ben, ben ik wel competitief ja. Daarom speel ik zelden mee met gezelschapspelletjes – ik kan er een behoorlijk slecht humeur van krijgen en dat wil ik mijn vrienden besparen. Het is gewoon in ieders voordeel dat ik en mijn slecht karakter niet mee speel.

 

  1. Ga je naar de kerk?

Nee, tenzij met Pasen of Kerst. Wat niet wilt zeggen dat ik nergens in geloof, maar dat was de vraag niet.

 

 

quote-Barry-Sanders-lets-just-win-it-and-go-home-31957

 

Shoe stories – part 2

In mijn vorige post had ik het al over mijn haat-liefde verhouding met schoenen.

 

Haat: je moet ze gaan kopen en liefst ook eerst passen en vaak gaan ze schuren – maar pas als je ze gekocht hebt, of anders zijn de hakken toch weer te hoog gegrepen voor mij. Of je neemt je normale maat, en dan blijkt dat je stiefzusterlijk bijna een paar tenen moet gaan afzetten om erin te kunnen.

Liefde: ze houden mijn voeten veilig, warm en droog. Ik apprecieer dat.

 

Ondanks het feit dat ik niet zo veel schoenen heb (ik denk zo’n 10 paar, sandalen, winterschoenen en sportschoenen inbegrepen), ligt er nu een paar in de koffer van mijn wagen. Daar zijn ze met een grote, welgemikte worp beland en ik ga ze doneren bij de eerste kans die ik krijg.

 

Waarom?

 

Daarvoor moet ik even wat teruggaan.

 

Het is niet zo dat ik van elk paar schoenen exact weet wanneer en waarom ik ze gekocht heb. Maar bij dit paar is dat wel het geval. In het najaar van 2010 had ik echt nood aan een nieuwe uitdaging. Ik wilde dan ook gaan solliciteren. En natuurlijk, wat doe je dan: you dress for success.

 

Een goede vriendin van mij ging met me mee, want zoals ik al bekend heb: shoppen en ik, dat gaat niet goed samen. En we kozen samen de perfecte sollicitatieschoenen: mooi afgewerkt, neutrale kleur, comfortabel, professionele look. Ik solliciteerde voor drie jobs en mocht op drie plaatsen beginnen.

 

Die vriendin meenemen was dus een goede zet geweest. Dat wist ik wel: we kenden elkaar van op de banken van de universiteit en ondertussen waren er al zo veel ladies nights, lunchkes, uitstapjes en slappe lach-momenten geweest.

 

Ik las ooit: als je langer dan 7 jaar bevriend bent, dan is dat een vriendschap voor het leven.

 

Maar niet alles wat je leest is waar … ze verhuisde wat verder weg. En langzaamaan werd contact houden steeds moeilijker. Het was altijd druk druk druk, we konden zelden afspreken. ‘De volgende zes maanden zit de agenda echt vol hoor’.

 

Ik brak er mijn hoofd over. Trok het me aan. Tot ik het losliet. Ik nam al die vrolijke avonden, die slappe lachjes, die fijne momenten, en legde ze tussen zuurvrij papier in een mooie doos. Die begroef ik ergens in een verre kamer van mijn hoofd. Ik wilde niet negeren dat we uiteindelijk meer dan 10 jaar goeie vrienden waren, maar ik hoefde er ook niet dagelijks aan herinnerd te worden.

 

Deze week trok ik die sollicitatieschoenen weer aan. Dat was jaren geleden. Ze lagen begraven onder een stapel kleren die ik had gestockeerd. Ik wandelde naar een afspraak, en toen ik daar vertrok, schoot er een pijnscheut door mijn teen. Buiten trok ik mijn linkerschoen uit, en ik had zin om ze uit te laten: mijn grote teen bloedde en mijn hiel had twee vierkante centimeter minder vel. Mijn beide voeten lagen gewoon open.

 

Ik dacht plots aan de hele geschiedenis van die marteltuigen, en strompelde naar de wagen.

 

Ik keilde de schoenen in de koffer, en besliste: genoeg is genoeg.

Iemand anders mag er een vrolijker verhaal mee schrijven.

Eentje met minder blaren. Op ziel en hiel.

 

IMG_0632

Shoe stories – part 1

shoes

 

Ik ben niet zo iemand die vaak binnen een traditioneel vakje past. Dat is helemaal niet erg, hoogstens zorg je voor wat gefronste wenkbrauwen, maar meer dan wat rimpels brengt dat ook niet met zich mee (en dan nog niet eens rimpels bij mij, dus al helemaal geen probleem).

 

Zo hou ik helemaal niet van shoppen. Not an addict. Neen, ik krijg er de kriebels van. Wat al helemaal vreselijk is: schoenen kopen.

 

Ik heb moeilijke voeten (breed, hoge wreef, halve maat verschil tussen beiden, gewoon algemeen een slecht karakter) en bovendien wil ik elegantie én comfort. Als ik dan eindelijk een mooi en lekker zittend paar gevonden heb, dan wil ik dat natuurlijk zo lang mogelijk houden.

 

Toch heb ik al een paar keer noodgedwongen stevig moeten snoeien in mijn – niet al te grote- collectie. Na mijn knie- en zeker mijn rugoperatie kon ik gewoonweg geen hakken meer aan die hoger zijn dan 3cm. Ja, ik heb het nog geprobeerd (hardleers enzo, fijn voor schoenen, minder voor mensen). Maar na drie dagen zeurende rugpijn denk je, nee bedankt. Dus adios hakjes…

 

Na de bevalling leken mijn voeten nog een maatje groter geworden. Dat blijkt niet zo uitzonderlijk te zijn, een gevolg van de ligamenten die wat soepeler worden, waardoor je iet of wat platvoeten krijgt. Heerlijk. Sayonara schoentjes die al wat niptjes waren.

 

Bij onze verhuis naar Boston namen we enkel onze koffers mee. Er moest dus een strenge selectie gemaakt worden. Op dat ogenblik had ik drie stapels: wat ik zou weggeven// wat ik zou meenemen// wat ik een jaar zou stockeren.

 

Stapel 1: check. Netjes afgeleverd voor de mensen die er misschien nog wat aan hebben.
Stapel 2: toen we terug naar België verhuisden, hadden we een meer dan acuut plaatsgebrek in onze bagage (voor het hele stressy verhaal, lees gerust hier). Ik heb dus heel wat schoenen op Amerikaanse bodem achtergelaten. Dus bye bye oude loopschoenen en sandaaltjes.

 

Stapel 3: een aantal schoenen hadden een jaar kelder niet zo goed verteerd. Ook daar zijn er weer heel wat gesneuveld. RIP pumps.

 

Als ik dus zeg dat ik zo goed als geen schoenen heb, dan is dat letterlijk zo. Het is echt geen uitspraak van iemand die daarna zuchtend in 120 paar kan gaan kijken wat er bij de outfit past.

 

Toch heb ik vandaag beslist nog een paar weg te geven. En wel nu onmiddellijk.

Waarom? Dat is best een lang verhaal. Zal ik dat volgende keer vertellen?

Microscopisch fijn #3

quote

 

Soms lopen dingen niet volgens plan. Soms is het iets van roeien en riemen. Of was het pompen en zuipen? Ik ben een beetje in de war (nochtans heb ik noch het één, noch het ander gedaan).

 

Maar net dan is het belangrijk om het fijne te blijven zien. En dat was er. Er waren zoveel mooie momenten de voorbije twee weken. We hebben veel vrienden teruggezien, en ook plannen gemaakt voor de vakantie. We hebben weer heel wat familietijd achter de rug, met een grote barbecue bij de ene familie en een doop bij de andere ‘kant’.

 

Van die grote evenementen kan ik enorm genieten, al kosten ze natuurlijk ook de nodige energie. De kleinere dingetjes kosten geen energie, maar geven een klein piekje in het geluksgevoel. Ik lijstte ze al een paar keer op (hier en hier) en wil er graag een traditie van maken.

 

Bij deze, een lijst van de microscopisch fijne dingetjes die mij blij maakten:

  • Buiten stappen na een avondvergadering en merken dat het nog licht is (21u30).
  • Zoonlief die erop staat dat we buiten op het terras eten
  • Nét thuis zijn wanneer het online bestelde pakje wordt geleverd
  • Een grote kom fruitsla, die ik niet zelf heb moeten snijden
  • Even checken of we nog goed zitten wat betreft energieleverancier, en zorgen dat we 300 euro zullen besparen volgend jaar
  • Op frisse lakens gaan liggen na die eerste koele(re) avond na een hittegolf
  • Op een familiefeest ontdekken dat de appelcake DE appelcake van mijn oma is, na 29 jaar zonder deze heerlijkheid
  • Het handgeschreven recept van die beroemde appelcake van mijn oma krijgen, schrijffoutjes en notities in een andere kleur incluis

 

Een glimlach kan ik niet onderdrukken als ik aan die momentjes denk.

Ik neem me voor geregeld zo’n boeketje samen te stellen.
Net door ze te plukken, zullen ze nooit verwelken.

 

Zondag zoondag #10: fier op jou

Lieve schat,

 

Ik moet je wat vertellen.

 

Misschien klinkt het wel heel logisch.

 

Misschien weet je het al lang.

 

Misschien is het niet cool dat ik het zeg.

 

Maar ik ben fier op jou.

 

Ik was al fier op jou van voor je werd geboren. Je denkt misschien: ‘toen had ik nog helemaal niets gedaan!’. Het tegendeel is waar. Elke dag dat je bij mij groeide, deed je oneindig veel dingen, dingen die wij ons niet meer kunnen voorstellen, zoals vingers maken en oren krijgen. En dus was ik zo fier op jou. Want oren maken, dat doe je niet elke week.

 

En sindsdien heb je zo ongelooflijk veel bijgeleerd. En al zo ongelooflijk veel gedaan op iets meer dan 2 jaar. Al volgen de mijlpalen elkaar iets minder snel op, vorige week kwam ik aan bij de crèche en zat je op een driewielertje. Ik had je nog nooit pedalen zien gebruiken. Maar daar ging je dan. Meer achteruit dan vooruit, maar wat was ik fier op jou.

 

En als je mij verrast, door plots de flamingo aan te duiden, of een ‘toala’ te benoemen, man wat ben ik dan fier op jou.

 

Soms zijn er dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn voor jou. Zoals binnenkomen in een kamer vol mensen, ook al zijn dat je liefste familieleden. Dan ben je wat verlegen, en duik je onder in mijn armen. Maar als je dan na een half uurtje toch enkele stapjes waagt, of een high five geeft aan je opa, dan ben ik zo fier op jou.

 

En als je dan bij het afscheid kiest om tóch geen kus te geven, maar enkel wilt wuiven, dan ben ik ook fier op jou. Want jij mag kiezen wie jouw liefkozingen krijgt, en zéker wie niet. Ook al vind ik dat op dat moment misschien wat jammer, dat doet er helemaal niet toe.

 

Je zoekt je grenzen op, en dat betekent dat je test wat mag en wat niet. En nog eens test, en nog eens. Heel hard huilt als blijkt dat wij vinden dat eten op de grond gooien aan de andere kant van die grens ligt. Dat kan een tikje vermoeiend zijn, maar lieve schat, jij moet je wereld uittekenen op basis van behoorlijk weinig gegevens, en daar bewonder ik je voor.

Nu klinkt het misschien alsof ik applaudisseer voor elke boer, sta te springen bij iedere lach.

 

Laat ons zeggen dat ik een behoorlijk hoge basisdosis fierheid heb, die er altijd is – gewoon omdat ik je mama mag zijn, jij jij bent, met je ontwikkelende karakter, je flinke krullenbos en je liefde voor treinen.

 

Daarnaast piekt die fierheid geregeld, zoals vorige week met die driewieler, of dit weekend toen je een voorzichtig balspelletje begon met een neef die je eigenlijk helemaal niet kende.

 

Dus vergeef het je oude mama als ze in herhaling valt, elke avond als ze je in je bedje legt.

Ze meent het, wat ze zegt.

 

Laatste schooldag

De laatste dag van het schooljaar. Dat betekent niet ongelooflijk veel voor ons. Wij staan geen van beiden in het kleuter-, lager of secundair onderwijs, en voor onze kleine reus begint dat avontuur pas in januari.

 

Toch kriebelde het een beetje. Heel wat herinneringen van die laatste week en dag kwamen naar boven. Alle nota’s en overhoringen mooi bundelen en in een doos klasseren. Weten dat je alweer een stapje verder bent geraakt. De gebouwen en banken achter je laten en er twee maanden niet aan denken.

 

Die laatste dag, 30 juni, is toch zo’n beetje de perfecte vrijdagavond? Je weet dat het werk voorbij is, maar de volledige, onaangeroerde vakantie ligt nog te blinken aan je voeten.

 

Ik stuurde een smsje naar de leerkrachten in mijn omgeving. Hen wacht twee maanden verdiende rust. Ik ga nog drie weken aftellen tot mijn drie weken.

 

1338776063923_5400305

Vijf dingen die ik leerde van mijn groottantes

Het is misschien niet ongewoon in nieuw samengestelde gezinnen, maar zo zit het niet bij ons. Toch kreeg ik vier oma’s. Zomaar, cadeau.

 

Er waren natuurlijk de moeders van mijn ouders. De mama van mijn mama heb ik nooit gekend. De mama van mijn papa, Moemoe, wel. Elke twee weken was het grote familiebijeenkomst bij haar, ik herinner me appelcake en soep met balletjes.

 

En dan waren er twee groottantes. De twee jongste zussen van mijn oma. Die twee waren nooit getrouwd geweest, en leefden nog steeds in het huis van hun ouders. Toen mijn moeder aan het uitkijken was naar een crèche voor mij, was de oudste net gepensioneerd na meer dan 40 jaar als verpleegster en vroedvrouw. De andere (7 jaar jonger), werkte van thuis uit, verkocht wat er in de serres groeide.

 

Hoe dat precies ging, weet ik niet, maar zij werden mijn crèche. En daarna mijn woensdagnamiddag. En toen ik ging studeren, en later werken, mijn zondagse bezoekje.

 

En hoewel we met drieën waren thuis, was ik op die momenten enig kind. Een geweldig kind, een kind dat niet veel verkeerd kon doen. Waarvoor ze de mooiste nectarines opzij hielden, en die zalige witte manons uit de pralinedozen. Die hun dag beter maakte, door eens te bellen of langs te komen.

 

Mijn twee extra oma’s.

 

Ze zijn er allebei niet meer, en ik mis ze. De jongste, Tante Nelly (of ‘Ta li’ in kindertaal), zou vandaag 95 jaar geworden zijn.

 

Mijn gedachten zaten in het vroeger vandaag, en bij alles wat ik van hen heb geleerd.

Een kleine bloemlezing uit de lange lijst ‘wat ik leerde van Tante Nelly en Tante Renée’:

 

  1. Wat je zelf doet, doe je meestal beter

Het mag duidelijk zijn: ten huize groottantes werd er veel zelf gedaan. Tante Nelly breide zelf de gilets (of: ‘golfkes’), stopte de kousen. Ze maakte elk jaar de lekkerste confituur en haar witloof met hesp in kaassaus is nog steeds mijn grote streven. Ik werd groot op haar wafels en haar zelf gesneden steaks (ze bestelden een halve koe en versneden deze zelf) en legendarische Provençaalse saus.

vtm koken

  1. Je scholing bepaalt niet wie je bent en wat je kan

Tante Renée had het geluk te mogen gaan studeren (en met onderscheiding af te studeren in 1937). Tante Nelly, als nakomertje, werd dat niet gegund: zij moest thuisblijven en voor haar ouders zorgen. Maar hoewel ze op haar 14de de schoolbanken verliet, sprak ze naast Nederlands (ze vertikte het dialect te spreken tegen mij), vloeiend Frans en een mondje Engels. Je moest haar niets wijsmaken. In geen enkele taal.

  1. Wees blij met wat je hebt

Ze hadden het niet breed, die tantes van me. Maar dat hoefde ook niet. Ze prezen zich gelukkig. Gelukkig dat ze in dat huis konden wonen. Gelukkig dat ze vier diepvriezers vol eten hadden (ze waren 18 en 25 toen WOII uitbrak).

Oh ja, ze konden ook een stevig zaagje spannen, dat ga ik niet ontkennen. Over de presentatrice die iets lelijks aanhad, en die alweer aan het ‘mompelen’ was. Over al die familie die niet vaak genoeg langskwam. Over de tuinman die de struiken verkeerd had gesnoeid. Ach ja…

  1. Soms moet je Elsa-gewijs ‘let it go’

In dat huis leek de tijd stil te staan. De keuken had geen dampkap, en geen warm water. Afwassen deden ze in twee teiltjes die ze vulden met gekookt water. In de kelder zat de ‘voorraad’ – kruiden, thee, koffie, plastieken zakjes. Je weet wel… voor als de oorlog opnieuw uitbreekt. Nooit werd er iets weggegooid. Die oude traploper? Misschien kan die nog dienst doen. Vaders schoenen uit 1954? Vielen in stofflarden uit elkaar toen ik ze ontdekte.

We deden wel eens pogingen om meer te weten te komen over hun leven. Maar dan leek er niets ‘noemenswaardig’ gebeurd te zijn tussen 1945 en de jaren ’80, toen hun schat geboren werd.

  1. Je hebt geen directe bloedband nodig om iemand onvoorwaardelijk graag te zien.

 

Gelukkige verjaardag, Tante Nelly.

eurobloemen

Groene vingers, deel 2

Een tijdje terug vroeg ik me af of je groene vingers kan kweken. Ik heb in elk geval mijn stinkende best gedaan. Ik heb mijn mini-kruidentuintjes omringd met liefde, frisse waterneveltjes en elke ochtend en avond met een nieuwsgierige blik over elke groene millimeter die was verschenen.

De potgrond en de grotere potjes om elk stengeltje zijn ruimte te geven, waren aangesleept. Ik begon erin te komen, googelde al enthousiast ‘hoe kweek je een avocadoplant uit een pit’ en hing nauwkeurig de pit aan drie tandenstokers boven een glaasje water.

Waarschijnlijk was eind mei niet meteen het ideale moment om aan de slag te gaan met zaden en fragiele scheutjes. Waarschijnlijk kwam de hittegolf van de voorbije dagen niet als geroepen. Waarschijnlijk heb ik het water onder de avocado toch niet voldoende ververst.

Het enige wat op de pit groeide, was schimmel.

En mijn kruidenplantjes, die zien er zo uit:

plantjes

Groene vingers? Groen lachen, ja.

Het is geen Pasen, ik verwacht geen wederopstanding.

Toch staan die potjes er zo al enkele dagen. Manlief zwijgt wijs, hij weet dat ik even tijd nodig heb. Morgen ruim ik het op, echt.

Maar weet je wat het ook is?

 

Deze vrijdagavond voel ik wel wat als mijn tijmscheut.

Microscopisch fijn #2

Ik zit op mijn terras waar het na een verzengende dag eindelijk draaglijk lijkt te worden. Laptop op schoot, voeten in het opblaaszwembadje. Twee sandaaltjes maat 25 en een klein blauw shortje getuigen nog van het prettig gespetter dat hier twee uur geleden plaats vond.

IMG_0492

Het mag duidelijk wezen: er zijn ergere plaatsen om te schrijven.

 

Ik ben één watermeloen-kokos-smoothie verwijderd van de perfecte omgeving om een ‘microscopisch fijn’ lijstje op te stellen.

 

*verdwijnt drie minuten*

 

Zoals ik al zei, de perfecte omgeving om een microscopisch fijn lijstje op te stellen *slurp*.

 

Wat waren die kleine dingetjes die de voorbije dagen de boel opvrolijkten? Die net dat tikje extra energie gaven? Die me deden vergeten dat ik de laatste dagen achtervolgd wordt door hoofdpijn?

 

Ik som ze graag op.

  • Dat de poort van de parking open stond toen ik eraan kwam, zodat ik niet moest uitstappen om de code in te geven (altijd handig!)
    .
  • Een mooi complimentje van een collega, dat echt over mij als persoon ging
    .
  • Een brief uit het buitenland, mét supercool glitter postpapier! Ik herhaal: glitter postpapier! Oh, die tijd toen je een hele verzameling postpapier had, en elkaar schrijven altijd met pen en postzegel gepaard ging.
    briefpapier
    .
  • In het maatje kleiner passen
    .
  • Een opgeruimde schuif met alle diepvriesbakjes (103 verschillende maten en vormen, schat ik)
    .
  • Toen ik zag dat er een nieuw seizoen is van ‘Grace and Frankie’ op Netflix – een serie die me aan Boston doet denken, omdat ik het daar heb leren kennen (en verslonden)
    .
  • De terraslantaarns met kaarsjes, die we als kerstcadeau kregen, eindelijk kunnen gebruiken tijdens een barbecue met vrienden – heerlijk gezelligIMG_0491

 

Waar moesten jullie om glimlachen deze week?

Of wat bracht dat mini-yes-momentje?

Vijf op vrijdag: wat ik niet snap

Screen Shot 2017-06-16 at 22.35.33

Zo. Die vijf dagen zijn achter de rug. Een zonnig weekend lacht ons toe. Alles waar ik over piekerde, werd weggewassen samen met het zand tussen zijn teentjes.

Dat ‘gaan-slapen-ritueel’ wordt hoe langer hoe meer een zenmomentje. Met de zoon in ons ‘gjote bedje’ liggen en verhaaltjes lezen, diertjes aanduiden en me verbazen dat hij het ‘nij-paajd’ en de ‘neuze-hone’ al kent.

Schateren wanneer ik doe alsof ik slaap, en hij dan zijn neus tegen die van mij drukt- beste manier om gewekt te worden, ik zweer het je, zelfs uit een fake-dutje.

 

Hoe iemand ooit een kind kan kwetsen, is één van die vele dingen die ik niet snap. Maar goed, ik snap dan ook zo veel niet – vaak ook lichtere zaken dan oorlogen, racisme en elkaar de duvel aandoen. Vandaar, voor deze vijf op vrijdag: wat ik niet snap.

 

  1. Objectief onnozele reclames. Ongetwijfeld is er heel wat marketingbudget naar die reclames gegaan. Dat idee is goedgekeurd door tientallen mensen. En dan eindig je je duurbetaalde spot met: ‘en dan ga je naar de Pearl. Duu-hhuh’. Is het de bedoeling dat dat ‘hip’ overkomt ofzo?
    Of ‘P&V. Wij delen alles met u. Zelfs onze winst’ –> Dude, ik hoef echt niet alles van je, en je bent wettelijk verplicht je winst te delen met je klanten.
    Of reclame voor de Lijn – wie neemt er nu vaker de bus omdat de Lijn reclame maakt? Dat ik niet meer 3 keer langer moet reizen met het openbaar vervoer dan met de wagen, dát zou mij overtuigen.  ‘Laat je stress thuis’ zeggen ze dan.

.

  1. Kleine pakjes pampers. Voor baby’s die maar af en toe een kakske doen? Ja, voor peutertjes die bijna zindelijk zijn, snap ik dat je geen stapels meer aansleept. Of als je kindje misschien bijna de volgende maat nodig heeft. Of als het anders niet in je fietstas past, en je écht geen reserve meer hebt. Maar dat zijn toch kleine minderheden. Je betaalt meer per stuk, en je staat vaker in de winkel. Snap er niks van.
    bol
    .
  2. Skinny zwangerschapsbroeken. Ik heb nu zelf niet meteen het model om een skinny te dragen, zwanger of niet. Maar hoe irritant was het om op zoek te gaan naar zwangerschapskledij. Eigenlijk wil je alleen iets dat aangenaam zit, en als het kan nog een beetje elegant is ook. Om je dan met je zwangere lijf in zo’n spannend geval te gaan hijsen-  wandel je buiten als een olijf op pootjes.
    .
  3. Fietsers die zonder licht fietsen, in de winter. Liefst zijn ze nog volledig zwart gekleed. Met die lichtjes van tegenwoordig moet je niet eens harder trappen zoals met een ouderwetse dynamo. Mannekes, ik weet dat de automobilisten allemaal geschifte nutcases zijn maar (1) je bent écht écht écht niet te zien en (2) ik weet dat het een zot concept is, maar voorrang van rechts GELDT OOK VOOR JOU.
    .
  4. Het nieuwe mobiliteitsplan in Leuven. Krijg er kop noch staart aan. Iedereen langs dezelfde straatjes proppen, en dan de verkeerslichten – bewust- uitschakelen. Ook heel fijn voor onze slechtziende wandelende medemens die zonder gevaar voor eigen leven het kruispunt wenst over te steken – dat kan dus niet, tenzij met hulp. En gebeurt er iets, zoals gisteren, in die enige ‘uitgangsweg’, ja dan is het hek natuurlijk helemaal van de dam. En dan is het centrum opgedeeld in verschillende gekleurde zones. Da’s toch ook alleen maar om te kunnen laten weten ‘dat je stond aan te schuiven in de blauwe zone’.

circulatieplanlus_0 

.

Hors categorie: Trump.

Maar ja, wie snapt die mens? Hijzelf in elk geval helemaal niet, zo lijkt het.

Zijn er dingen die jij echt niet snapt?

 

Vitamine K

Moeilijke gesprekken mails checken koffie tappen in de meeting stappen bijdrage bedenken water schenken nog mails antwoorden korte briefing verwoorden schetsen maken lunch laten smaken honderd lijsten nakijken verkoopscijfers vergelijken vergadering afwerken mentale schade beperken me door de file wringen een hoofdpijn bedwingen

 

 

De peutertjes hadden net een paar koekjes gekregen. Ventje zag me en lachte zijn mooiste lachje. ‘Mammmaaaa’! Ik zette me erbij en kreeg zelfs een lettertje. Toen ze allemaal op waren, kreeg ik mijn knuffel, nam hij me bij de hand en toonde de papieren bloemen die ze gemaakt hadden.  Ik droeg hem naar de auto, hij legde zijn hoofd op mijn schouder en kwebbelde vrolijk in mijn oor.

 

Mijn vitamine K.

 

quotes_vaderdag_10x15cm3

Zondag Zoondag #9: papadag

Ze liggen samen in ons bed en ‘doen alsof ze slapen’. Af en toe maakt manlief overdreven snurkgeluiden, wat keer op keer getrakteerd wordt op een klaterende schaterlach. Zoon kruipt over zijn buik, halverwege snuift manlief volleerd en besluit: even een pampertje verversen. Waarna de gekkigheid gewoon weer verder gaat.

 

Alles aan het tafereeltje doet me in een flits beseffen dat die man, mijn unief-liefje, een papa is. Hij is iemands vader. In een oogopslag, lijkt het wel.

 

We zaten samen op de banken van de universiteit, en hij was me in die zee van 360 man al opgevallen. Die knappe grote jongen met zijn blonde haren, knalblauwe ogen, en lange wimpers. Ik had het over hem tegen vriendinnen. We wisten nog niet hoe hij heette, dus we noemden hem Sven Svensson, vanwege dat bijna Scandinavische uiterlijk.

 

Niet veel later was het raak.

Ik wist van dag 1 dat hij een goeie vader zou zijn. We waren 19 toen we elkaar leerden kennen, en hij had er al een leven scouts en scoutsleider opzitten. Hij ademde rust en verantwoordelijkheid uit. Elk familielid was overtuigd dat hij een goede keuze was, na hem vijf minuten gesproken te hebben.

 

Maar goed, we waren wel studenten. En studenten leiden een studentenleven. Hij ging slapen om 3 uur en sliep een gat in de dag. Hij reed met een vriend naar het zuiden van Frankrijk, stond op een brug en sprong eraf, wetende dat de elastiek hem zou terughalen – om daarna meteen weer rechtsomkeer te maken en de nacht door naar huis te rijden.

Hij viel in slaap tijdens de dierkundeles, op de schouder van het meisje naast hem (die dat niet zo erg vond). Hij ontbeet nooit. Hij kookte zelden op kot, behalve om diepvriespizza met extra salami klaar te maken. Hij droeg t-shirts met reclameboodschappen van Frituur Rudy.

 

We leerden elkaar beter kennen. Na drie maanden was ik al zo zeker: dit is ‘em. Hij legde me uuuuuuren biochemie en informatica uit. Grote broer van drie zussen, wist hij wat (niet) te zeggen bij frustratie en niet-rationele boosheid. Hij vond het niet erg dat pastasalade het enige was dat ik kon klaarmaken. Hij bouwde mijn zelfbeeld op met een stevig fundament.

 

We bouwden een huis en namen twee katjes. We vertroetelden ze ontzettend. We gingen vaak en ver op reis, keken marathonsessie ‘House MD’, en genoten van alles wat kon. Hij vroeg me ten huwelijk en we vierden onze mooiste dag 11 maanden later. Ik vond het heerlijk hem eindelijk ‘mijn man’ te kunnen noemen. En we beseften dat we misschien ook wel iets anders wilden vertroetelen dat pluizige viervoeters.

 

Zoals zo vaak liepen plannen niet altijd helemaal volgens plan. Maar drie jaar later werd onze liefste jongen geboren. En die namiddag, opeens, werd die student die zijn haar blauw verfde voor een weddenschap, en dan naar het examen moest (oeps), die praeses was bij de ‘Foute t-shirt’-cantus, die me meenam om pitta te eten op onze eerste date, een vader.

 

Hij stond op die brug, tussen voor en na, en zonder twijfelen sprong hij. Er was geen elastiek.

 

Hij trok zijn t-shirt – dat ondertussen geen reclameboodschappen meer bevat- uit en hield dat bolletje baby tegen zich aan. Hij keek naar mij met een nieuw soort liefde, dan naar 3,5 kg gloednieuwe mens.  Ik had hem nog nooit zo gelukkig gezien.

Het plaatje klopte helemaal.

 

En zo werd dat leven dat we jaren met twee deelden, een leven met drie. Een leven waarin we soms ook om 3 uur (opnieuw) gingen slapen. Waarin studeren niet altijd het antwoord bood. Waarin routine van de baan werd geveegd.

 

Hij deed de marathonsessies rond de tafel lopen, in de hoop de krampjes te verjagen. De man die 6 minuten voor de les begon, uit zijn bed rolde, hij stond altijd mee op.  Hij viel in slaap tijdens ‘House MD’, met een baby op zijn schouder, en niemand vond het erg. Hij wilde updates over elke maaltijd die hij miste.

 

We verhuisden naar Boston, en opnieuw bouwden we een nieuwe routine op. Waarin hij een topjob had, en toch op tijd thuis was voor het badje (in een badkamer van 3 vierkante meter) en het bedje. Hij balanceerde tussen werk en gezin als een volleerd koorddanser. Hij liet ons nooit vergeten dat wij op 1 stonden.

 

Het had effect. Zoonlief is gek op hem. Na ‘bal’ was ‘papa’ het tweede woordje. Het waren en zijn vier handen op één buik.

 

Vind je dat niet erg?’, werd me soms gevraagd. Maar hoe kan ik dit erg vinden?

 

Die twee mannetjes van me, samen in een bed, aan het schateren, dat is zoals het hoort.

 

De familie Svensson, prettig gestoord.

 

Gelukkige vaderdag, mijn liefste schat.

Ik had me geen betere papa voor onze krullenbol kunnen dromen.

IMG_0363

Kan je groene vingers kweken?

 

Er werd gebeld. Onze buurvrouw stond aan de deur met twee kleine schattige komkommertjes. Of we die konden gebruiken? Want hun plant deed het zo goed dat ze het niet meer konden bijhouden. En als ik basilicum wilde, mocht ik er zeker komen plukken, want een mens kan nu eenmaal niet op álles pesto eten (al zou ik het niet eens zo erg vinden dit uit te proberen).

 

Ik zeg altijd ‘ja’ als ze vragen of ik zelfgekweekte groenten wil. Want ik wil graag zelfgekweekte groenten, heel graag. Alleen… wil ik ze niet zelf kweken.

 

Ik twijfel hier over de keuze van het werkwoord. ‘Wil’ ik geen groenten kweken, of ‘kan’ ik het niet? Wil ik het niet omdat ik het niet kan, of kan ik het niet omdat ik het niet wil? Taalkundige, maar ook bijna existentiële discussie.

 

Ik heb namelijk gestudeerd voor plantendokter. Ik scoorde op vakken als Plantenplaagkunde, Theoretische plantenteelt en Veredeling. Ik haalde mijn hoogste cijfer ooit (19/20) op … Bemestingsleer (lachen toegelaten, ik vind het eigenlijk zelf vrij hilarisch).

 

Maar die groene vingers, die heb ik niet tussen de boeken gevonden. Noch in de serres, noch in het labo, noch op het veld. Enfin, figuurlijk bedoeld, hoe creepy zou het zijn mocht ik effectief groene vingers op een veld gevonden hebben. Urgh. Die maaidorsers eisen hun tol.

 

Een paar elementen spreken in mijn voordeel.

  1. Mijn kamerplanten gaan al meer dan 10 jaar mee. Zij overleven dus met gemak onder mijn hoede.
  2. Mijn planten op het werk staan altijd groen, in tegenstelling tot de meesten van mijn collega’s, die eerder van de krokante soort zijn.
  3. Het moet ergens in mijn genetisch materiaal zitten, want mijn vader heeft sinds jaar en dag een halve tuin vol zelfgekweekte bonsais staan.

 

Helaas spreekt de realiteit mij tegen. Mijn kruidenbak viel ten prooi aan droogte en de katten die ‘op de bieslook’ een ideale plek vonden om een dutje te doen. Na de winter scheen het er maar niet van te komen de boel eens op te ruimen – recent heb ik nu toch al het onkruid verwijderd. Het enige wat mijn gebrek aan actie overleeft, is de munt.

IMG_0341

Dus toen ik een tijd geleden aan de kassa stond van de Albert Heijn en de kassierster me vroeg of ik kleine moestuintjes wilde, snapte ik het niet meteen. Maar ik zei toch ‘ja’, en al gauw had ik een zestal kleine kartonnen doosjes, met de instructies rond gewikkeld.

De doosjes beloofden het volgende te bevatten:

  • Tuinkers
  • Peterselie
  • Tijm
  • Rucola
  • Kerstomaat
  • Komkommer

 

 

Die bleven dan een aantal weken in een hoekje van de keuken liggen, tot ik met Hemelvaart besloot dat het tijd was voor actie – ik mengde water bij het droge blokje en maakte zo grond (voelde me een beetje god, want wie ‘maakt’ er nu grond?), vulde het kleine kartonnen potje tot drie vierde en legde voorzichtig het zaadmatje erop. Nog wat grond erover en klaar.

 

Als ik iets heb onthouden uit mijn cursussen, dan is het wel dat te veel water nog schadelijker kan zijn voor planten dan te weinig. Ik besloot geen risico te nemen, kocht een klein sproeiertje in de Action (eigenlijk voor haarproducten over je hoofd te verspreiden, maar ik laat me niet afleiden door details) en elke morgen en elke avond checkte ik mijn plantjes en kregen ze een kleine regendouche.

IMG_0381

Na twee dagen kwam de tuinkers al piepen. Ik heb luidop ‘YES’ geroepen. Ik begon het wat te snappen. Ik keek er echt naar uit om ’s ochtends de potjes te checken. En ’s avonds na het werk nog eens. Als manlief proactief al water had gegeven, vond ik het stiekem een beetje jammer.

 

De vorderingen:

 

Gezaaid op 25 mei 2017

IMG_0295

27 mei 2017

Na twee dagen kwamen tuinkers en rucola al piepen. Bij tuinkers groeiden de plantjes helaas niet door het zaadmatje heen, maar hing dat zaadmatje op de plantjes.

IMG_0340

29 mei 2017

Na nog eens twee dagen kwamen komkommer en kerstomaat voorzichtig kijken.

IMG_0339

 

31 mei 2017

Het duurde nog eens een dag voor er bij tijm enig groen te bespeuren viel. Ondertussen waren tomaat en komkommer echt helemaal in hun element geraakt en groeiden die bijna zienderogen.

IMG_0349

 

Jammer genoeg hielden tuinkers en rucola het op dit moment ook voor bekeken. Peterselie deed helemaal niks.

IMG_0350

 

Vandaag zijn dus vooral de kerstomaat, de komkommer en de tijm veelbelovend. De eerste twee zouden eigenlijk al mogen verpot worden (vanaf 4cm hoge plantjes, volgens de uitleg die erbij zat). Ik heb nog niet de ideale potjes in huis, maar dat zou deze week in orde moeten komen. Ik ben benieuwd… als je grond kan ‘maken’, kan je misschien ook groene vingers kweken.

 

Fingers crossed.

 

 

Microscopisch fijn

images

Doodgewone momentjes, die je helemaal een boost kunnen geven zodat je er weer tegen kan: vorige week postte ik al een lijstje. Met een verzuchting: het voornemen om elke dag die kleine pareltjes op te schrijven, is vanaf 2 januari op de klippen gelopen.

 

Maar zeggen ze niet: beter laat dan nooit? En ook: Je kan elke dag opnieuw beginnen.

 

En als ik nog even door zoek, ben ik zeker dat ik nog wel wat citaten vind die het allemaal wat kaderen en goedpraten, haha.

 

Bovendien waren er de voorbije week heel wat doodgewone dingen die mij niét blij maakten. Een halve dag stevige rugpijn. De helft van de inhoud van de koelkast die plots beslist vrolijk te beschimmelen. Werken op de steenweg naar het werk waardoor je tien minuten aan een onnozel verkeerslichtje staat te koekeloeren, terwijl je net zo goed op tijd was.

 

Eén ding is alvast zeker. Na mijn opsomming van vorige week, heb ik minstens twee keer gedacht: hey, dit is zo’n microscopisch fijn momentje. Ermee bezig zijn verhoogt mijn aandacht. En ik mag nog eens een lijstje maken. Double win.

Acht keer microscopisch fijn:

  • Op een ochtend de eerste plantjes die ik gezaaid had, zien uitkomen
  • Thuiskomen na een lange dag en ruiken dat het eten al in de oven staat
  • Aan manlief vragen om een kopje koffie en een heerlijke cappuccino krijgen (bless him)
  • Onverwacht een leuke brief krijgen
  • Én zien dat de postzegel op die brief niet afgestempeld is (ik word daar altijd blij van terwijl ik ze eigenlijk zo goed als nooit hergebruik. Toch voelt het als een extra cadeautje).
  • ’s Nachts op de wekker kijken en zien dat het 03:33 is. En dat je nog lang mag slapen.
  • Langs een veld met klaprozen lopen, met een knalblauwe lucht en wolkjes die erop geschilderd lijken. Manlief noemde het ‘Firenze wolken’, en ik vond dat zò mooi.
    foto
  • Twee overrijpe bananen ‘redden’ door bananenbrood te maken (dat man- en zoonlief er ongelooflijk smakelijk van gegeten hebben, is uiteraard extra genieten)

 

Wat ik hieruit leer is dat de week niet perfect hoeft te zijn, om perfecte momentjes te bevatten. De kunst is van ze niet over het hoofd te zien, omdat je bijvoorbeeld te hard aan het piekeren bent over …tja, die 1001 dingen waarover wij nu eenmaal piekeren.

Ik merk dat ik ook vrolijk word om te horen wat andere mensen heeft doen glimlachen. Daarom:

Wat was voor jullie microscopisch fijn deze week?

Een weekmenu opstellen: de bloopers

Screen Shot 2017-06-05 at 14.20.20

 

Ik dacht, ik begin vandaag met een citaat.

 

Een citaat dat heel mooi omschrijft dat zelfs de mooiste plannen niet perfect zijn, en bijgevolg mijn weekmenu, of liever de uitvoerder van het weekmenu (= moi) ook niet.

 

Ja, ik geloof dat het nadenken over wat je gaat eten die week, over het algemeen leidt tot minder stress, minder tijdsverlies, minder voedselafval.

 

Over het algemeen. In theorie altijd. Maar zoals we weten: in theorie is theorie en praktijk hetzelfde, maar in de praktijk is dat niet zo.

 

En omdat ik nu eenmaal niet wil doen alsof het altijd goed gaat: mijn weekmenu bloopers van de afgelopen dagen.

 

  • Misschien had ik mijn koffie nog niet gehad bij het opstellen van de boodschappenlijst. Daarom: tip van de dagdrink altijd eerst je koffie voor je daaraan begint. Als je geen koffie lust, tja, dan kan ik je ook niet helpen. Misschien kom je dan elke week in dezelfde situatie  als ik, en merk je dat je toch enkele belangrijke ingrediënten vergat te noteren.
    Geen wraps in huis voor de wraps met kip bijvoorbeeld. Dan maar rijst gemaakt, maar dat duurt natuurlijk wel langer. Te weinig prei gekocht voor de kabeljauw met prei. Manlief klaagde niet, maar viel iets sneller dan gemiddeld de koelkast aan na het eten.
    .
  • Op woensdag werden we uitgenodigd om de verjaardag van de schoonmama te gaan vieren, en uiteraard gingen we daar maar al te graag op in. De kaas-spinazieburgers had ik al laten ontdooien, maar die konden nog wel een dagje extra wachten aan. Helaas gold dat niet voor de broccoli, die tegen donderdag een nieuwe trendy kleur had aangenomen. Gevoelige groente te laat op de week gepland dus.
    .

IMG_0351

.

  • Bovendien smeedde onze koelkast een complot tegen ons: De helft van onze groenten en al het beleg besloot spontaan pootjes en haar te kweken. Daardoor kon de aspergesalade met gerookte ham niet doorgaan, want euh… geen asperges meer en geen ham. Dan maar met manlief over de middag gaan lunchen – ja, het was niet allemaal kommer en kwel.
    .
  • Ik probeerde enkele oude appels en overschotjes bloemkool te redden door er appelcake en bloemkoolsoep van te maken, maar vergat het bakpoeder en daarna ook de soep op het aanrecht.

 

Maar kijk, een nieuwe week, een nieuw menu, een nieuwe poging.

 

Lunch Diner
Maandag Varkensgebraad met patatjes en spinazie Soep met balletjes en boterham
Dinsdag Omeletje met groenten en hesp, broodje Spaghetti
Woensdag Lunch met vriendin Taco’s met koolvis
Donderdag Couscoussalade met feta Indische curry met paksoi
Vrijdag Boterham met eiersalade en sla Kip cordon bleu met krieltjes en worteltjes

Ps– tips om zo’n weekmenu op te stellen (want meestal loopt het goed, I promise):

Hebben jullie ook wel eens zo’n bloopers? Ik beloof dat ik niet (hard) zal lachen!