Resultaat na 4 weken

patience

Vier weken zijn verstreken sinds de start van de EMACO- behandeling.

‘Pittig’ is het liefste woord dat ik kan vinden om het te beschrijven.

Na de eerste cyclus was mijn HCG waarde 75% gedaald, van 27 000 naar 6 600.

Na de tweede cyclus is de waarde nog eens 85% gedaald, nu naar 1034.

Dat zijn waarden om tevreden over te zijn.

En dat ben ik ook. En ook weer niet. Het blijft zo ver van die ‘lager dan 2’ (en ja, ik bedoel wel duidelijk 2, zoals het getal na 1, want heel wat vrienden begrepen het als ‘lager dan 2000’. Was dat maar waar).

Het gevoel van eindeloosheid blijft. De angst dat de dalingen niet zo goed gaan blijven ook. Ze hebben zich in een hoekje van mijn hoofd genesteld en vinden het daar goed toeven.

Maar het werkt. Het werkt. Ik ben de eerste om het op te nemen voor een goeie work/life balans, maar werk wat harder alsjeblieft.

 

 

 

Advertenties

First battle

18292-Seneca-Quote-We-suffer-more-often-in-imagination-than-in-reality

We zien vaker af in onze verbeelding, dan in de realiteit.

Wow. Een waarheid als een koe, me geserveerd door manlief, die het best toepasselijk vond.

Ondertussen zijn we bijna een volledige chemocyclus verder. De eerste week is de week waarin ik drie dagen word opgenomen in het ziekenhuis, en daar continu aan een infuus hang. De tweede week kan ik het infuus, dat dan maar 50 minuten duurt, gaan halen op de oncologische dagzaal.

Omdat de rommel altijd intraveneus wordt toegediend, kreeg ik een PICK – katheder; een soort poortje in mijn rechterbovenarm die mijn aders moet sparen, maar de hele behandeling lang zal blijven zitten – dus ook als ik thuis ben.

Die eerste dag ziekenhuis, ik kan daar kort over zijn: tweede ergste dag van mijn leven. Het is dankzij mijn lieve familie dat ik nooit schreeuwend naar buiten ben gevlucht.

Toen ik aan het operatiekwartier zat te wachten om die katheder in mijn arm te laten steken, bibberde ik zo wat uit mijn stoel van de zenuwen. Ik zat daar te wachten naast manlief en hoopte vurig dat ik zou wakker worden uit de nachtmerrie. Vlak naast ons lag een oudere dame die na wat mopperen over de kou en de wachttijd, vertelde dat ze al maanden aftelde naar haar rugoperatie.

Ze hoorde dat ik een katheder kreeg en vroeg niet verder. Ze zei alleen maar, met een sappig Limburgs accent: ‘maar dat komt goed. Want kijk wie naast je zit. Je hebt nog een heel leven vol leuke dagen met die man’.

Ze zei het met zo een zekerheid. Alsof het een stelling was.

En ik dacht: ‘misschien krijg je echt de mensen op je pad die je nodig hebt’.

En hoewel ik nog steeds erg zenuwachtig was, ging het plaatsen van de katheder vlot en heb ik er amper iets van gevoeld.

De eerste week van de behandeling is duidelijk de zwaarste. Na de thuiskomst op woensdagavond heb ik naar mijn gevoel drie dagen geslapen. Ik had het fijne gezelschap van onze katjes maar voelde me als in een winterslaap.

Na een paar dagen trok de mist op. En kwamen er betere momenten. Wakkere dagen. Dagen samen met de familie. En hier en daar een dutje.

Dit hele gedoe is mindfulness with a vengeance – in het moment blijven is een must, van zodra ik iets verder kijk, krijg ik het Catalaans benauwd. Het niet kunnen plannen is echt een uitdaging voor mij. Ik vind de bezoekjes en telefoontjes zo geweldig, maar ik kan niet voorspellen wanneer het daar pakweg volgende week een goed moment voor is.

De meest gehoorde vragen en opmerkingen deze week:

  • Hoe gaat het? Tja, dat hangt heel erg van het moment af, maar dank je om het te vragen.
  • Hoe lang duurt deze behandeling nu? Mijn grote angst en frustratie, maar dat weten we nog niet. Alweer is het antwoord, tot mijn HCG op nul staat, en dan nog zes weken. Zucht.
  • Heel moedig van je. Goh, dat lijkt me wat te veel eer. Ik heb geen keuze. Er zit meer ‘moet’ in dit verhaal dan moed. En dat ik zoveel steun krijg, maakt je ruggengraat wel wat steviger.
  • Ben je moe? Dat kan ik me voorstellen. Ach nee, lieverd, dat kan je niet. En dat is helemaal OK zo. Ik ben blij dat je het je niet kan voorstellen.

De volgende berg dient zich aan. Opnieuw die hospitalisatie en het dreigende afscheid van mijn lange krullen.

Ik ga naar het ziekenhuis en ik neem mee

Een laptop

Een sjaaltje

Alle moed die ik bijeen kan schrapen.

 

Ten oorlog

Ik ben een pacifist.

Ik maak niet graag ruzie. Ik heb in m’n hele leven één keer een mep verkocht.

Ik volgde een verdedigingssport, omdat het me minder aanvallend leek.

Kortom, ik ben een doetje.

Toch sta ik voor een gevecht. Een veldslag. Een oorlog.

Vrijdagochtend was de prof heel duidelijk. Mijn scans toonden geen uitzaaiingen. Mijn HCG waarden waren echter niet voldoende gedaald, en overschakelen naar een andere behandeling leek hem nodig.

Ondertussen had ik me ingelezen, zelfs al een tweede opinie aangevraagd bij een centrum in de UK. Ik wist wat de andere behandeling inhoudt.

Het is stevige kost. Tot nu toe had ik vier keer per twee weken een injectie met een product dat over het algemeen goed verdragen wordt. Nu krijg ik een veelvoud van die hoeveelheid, en nog vier andere chemomiddelen erbij. De ene week betekent dat een infuus dat 12 uur loopt, waarbij ik één of twee nachten word opgenomen. De tweede week is het een korter infuus, dat op de dagzaal kan gebeuren.

En bovenal, het is ‘echte’ chemo. Met alles wat daarbij hoort, wat je daarbij kan verwachten. Je wordt ziek. Het maakt je ziek. Om je beter te maken, ja, zeker, die kans is zo goed als 100%. Maar hoe lang dat duurt, kan alweer niet gezegd worden. Vier maanden? Zes maanden? Omdat het geen einde heeft, lijkt het voor mij op dit moment oneindig.

Een complete mola zwangerschap komt 1 keer op 2000 voor. Bij 80% van de patiënten daalt het zwangerschapshormoon vanzelf naar nul, al kan dit lang duren. Ongeveer 1 op 5 heeft chemo nodig, waarbij er gestart wordt met methotrexaatinjecties, omdat het weinig bijwerkingen heeft. Dat middel brengt 70 à 75% van de mensen op de felbegeerde nulwaarde.

Voor de derde keer op rij beland ik bij de ‘speciallekes’. Dat merk je wel. Het boekje met uitleg over mijn therapie is geen mooie folder, maar een afgedrukt stapeltje papier waar verwezen wordt naar pagina’s die er nog niet zijn, maar waar als op een kladje staat ‘NOG IN TE VOEGEN- deel van de nieuwe brochure?’.

Wat zou ik geven om gewoon normaal, saai, gemiddeld te zijn. Wat verlang ik naar voorspelbaarheid, en een stressniveau dat er niet uitziet als de Himalaya.

Hoe ik morgen ga binnenwandelen op die afdeling, hoe ik die naald in mijn arm ga laten steken, hoe ik dat spul in mijn lijf ga laten druppelen – terwijl alles, alles, elke vezel, in vluchtmodus gaat en schreeuwt ‘WORD WAKKER OF MAAK DAT JE WEGKOMT’ – dat weet ik nog niet.

Ik kreeg een berichtje van een vriendin waarop stond:

Als wat achter je ligt je triest maakt,

Als wat voor je ligt je bang maakt

Kijk dan naast je, daar staan de mensen die van je houden.

Dus ik keek. En daar staan ze. Mijn back up, mijn team, mijn troepen. Ze staan op, ze stellen zich kandidaat. Met ovenschotels, babysithulp, berichtjes, telefoontjes, kaartjes, een oor dat luistert en een hand die toegestoken wordt. Ze scanderen: ‘YOU CAN DO IT’, en ‘wij zijn er voor jou en jullie’!

 

Het leger is klaar.

 

Alleen jammer dat de aanvoerder doodsbang is.

 

hdqwallscom

In het oog van de storm

Het was een moeilijke beslissing, om te schrijven over wat ons nu overkomt. Het verhaal  dat ik elke dag in mijn hoofd vermaal, plakt niet zo gemakkelijk op papier.

Toch heb ik er geen spijt van, integendeel.

Het bracht iets teweeg, een openheid, een aanknopingspunt. Zodat ik aan mijn nichtje kon toevertrouwen dat ze mijn laatste post even moest lezen, als ze de kans zag, toen ze me op een feestje vroeg hoe het ging en ik niet de moed had dat hele verhaal te doen. Want het is een heel verhaal. Je zegt niet even: wel het gaat niet zo goed, ik had een miskraam en krijg nu chemo voor de gevolgen daarvan.

Ik weet ondertussen dat veel lotgenoten het verhaal niet brengen. Dat is helemaal hun goed recht. Zij zijn bang voor onbegrip (al moet ik zeggen dat ik het met momenten ook zelf helemaal niet begrijp), en verkeerde of botte reacties.

Mijn eigen ervaring deze voorbije weken was er echter één van veel vriendschap, medeleven, en warmte. Ik ben daar zo ongelooflijk dankbaar om. Want nee, er zijn geen magische woorden die alles beter maken, maar al die kleine gebaren, kaartjes, smsjes, bloemetjes, telefoontjes – ze maken iéts beter.

Ik apprecieer ze allemaal. Ook als mensen mij vragen stellen of opmerkingen maken die me op dat moment net niet zo lekker vallen. Ook als ik daar dan net iets te kort op reageer. Als je me vraagt hoe het gaat, mag je een eerlijk antwoord verwachten.
Soms gaat het niet. Soms zwelgt een panisch gevoel alle ratio op. Soms kan ik niet meedoen aan clichés – neen, ik geef dit geen plaatsje (wie heeft er een ‘plaatsje’ voor chemo door het dromen van een tweede kindje?), neen ik zie soms geen ‘zon achter de wolken’, neen, soms wil ik niet vertellen over wat komt omdat ik even heel hard aan het doen ben alsof we niet in een wervelwind beland zijn.

De storm is nog niet gaan liggen. De behandeling is zwaar, eerder mentaal dan fysiek, maar hoe ik behandeld word, maakt het zwaarder. Het lijkt met momenten alsof je overal zelf aan moet denken. Dan krijg je dit soort gesprekken:

Verpleegster: Goed, ik ga je bloed prikken.
Ik: Euhm, OK, maar dat moet normaal niet vandaag denk ik.
Verpleegster: Maar jawel, het is toch de eerste spuit van de 5de cyclus?
Ik: Nee de derde spuit van de 2e cyclus.

 

Verpleegster: Ah, ik zie dat je gisteren al bloed bent komen laten trekken om alles efficiënter te laten verlopen.
Ik: Ja, ik dacht, dat spaart me vandaag 2 uur wachttijd.
Verpleegster: Ah oeps, ze hebben het HCG niet gemeten (= het enige wat van belang is). Dan moeten we maar opnieuw bloed nemen. Had je dat gezegd gisteren, dat je daarvoor kwam?

 

Verpleegster: De resultaten zijn binnen, de dokter komt het met je bespreken.
Ik: Oei, is het dan niet goed? Kan je het niet gewoon zeggen.
Verpleegster: Neen, ze komt zo hoor.

*Laat mij anderhalf uur zitten zonder nieuws tot ik bijna ontplof van de stress, om na mijn klacht hierover dan toch de dokter te sturen, die goed nieuws had.*

Maar goed, na drie cycli begon ik wat te wennen aan het ritme. Je weet ondertussen waaraan je kan verwachten, je weet dat de nevenwerkingen meevallen (ik voel me best okee, alleen wat moe en met momenten kortademig). Je denkt dat de stress eindelijk wat kan gaan zakken, dat je even kan ademen.

En dan belt de prof je op je GSM op een donderdagavond om 19u.

Om te melden dat hij toch niet zo tevreden is over de daling in je HCG.

Dat hij nieuwe scans en een echo wilt. En dat de HCG waarden van volgende week bepalend gaan zijn in de beslissing om mij over te schakelen naar een andere behandeling.

Wat die andere behandeling is, daar blijft hij vaag over. Hij vermeldt alleen dat het ‘veel zwaarder’ is, en met ‘elke keer een hospitalisatie’.

Veel zwaarder? ‘Echte’ chemo? Bijwerkingen? Haarverlies? En elke keer een hospitalisatie – maar hoe vaak en hoe lang is dat dan?

En dan heb je een week waarin je moet wachten. Want je kan niets doen. Alleen héél hard niet proberen te googlen, maar let’s face it, dat is zoals krabben aan een korstje, je weet dat het niet mag en het de boel erger maakt, maar je kan het gewoon niet laten.

Slapeloze nachten. Alweer.

Nachtmerries en donkere wolken

Zodus.

Ik maakte een facebookpagina voor mijn blog. Als je een pagina aanmaakt, moet je een categorie aanduiden. Gaat het over een zaak, een persoon, een dienst, een website? ‘Website’ leek me zo vaag. Ik heb zonder overdrijven drie uur gezocht naar hoe ik kon aanduiden dat het een ‘persoonlijke blog’ was.

Een persoonlijke blog.

Maar is het dat ook?

Ja, ik schrijf over mezelf, en de wereld dicht bij mij, maar er zijn zo veel dingen waarover ik niets vertel. Die ik mooi achterwege laat, waar ik hooguit eens naar verwijs voor de goede verstaander of de insider.

Sinds ons jaar in Boston lees ik wat vaker wat mensen op hun eigen stukje internet neerpennen. En ik merkte dat velen wél durfden waar ik voor terugkrabbel: eerlijk schrijven – ook wanneer het niet goed gaat.

Sommigen zaten thuis met een burn out. Anderen vochten tegen depressies, of zelfs psychosen. De vrouw achter mijn favoriete kookblog, verloor haar zoontje 1 dag na zijn de geboorte en haar verhaal hierover is zowel het meest trieste als het krachtigste wat ik de laatste jaren las.

De cartooniste Eva Mouton werd bijna een boegbeeld omdat ze er eerlijk voor uitkwam deel uit te maken van de ‘1 op 6’: dat ene koppel op zes voor wie een kindje krijgen niet vanzelfsprekend is.

Wat zijn die mensen sterk. Om te beschrijven dat ze dat soms niet zijn.

En wat doe ik?

Niets. Ik krijg niets geschreven. Ik krijg zelfs niet bedacht. De zinnen vormen zich niet meer in mijn hoofd, de woorden blijven haken.

Toch wil ik het niet verbergen. Toch wil ik er open over zijn, erover praten. Maar verdorie, hoe moeilijk is dat? Om te zeggen, hey, weet je, het gaat niet goed met mij? Dat is echt verdomd moeilijk. Omdat je niet wilt zeuren. Omdat je geen medelijden wilt.

Maar hey… het gaat niet goed met mij.

Deze zomer leefden we twee weken in een droom. De droom dat onze krullenbol grote broer zou worden. Dat we half maart een kindje zouden mogen verwelkomen.

We waren voorzichtig met onze hoop. Wij horen al jaren tot de 1 op 6 – zoonlief kwam er na drie miskramen en heel wat onderzoeken. Maar kijk, de issues waren ontmaskerd, de oplossingen aangereikt en ze hadden geleid tot een prachtige, gezonde zoon. Dus waarom zou het deze keer anders zijn? Die vroege miskraam dit voorjaar was toch gewoon pech? We hebben onze ellende wel gehad, niet?

Ik werd van nabij opgevolgd omwille van onze geschiedenis. De melding dat ik CMV had opgedaan vroeg in de zwangerschap leidde al tot behoorlijk wat stress. Ook was ik ontzettend misselijk en moe, veel meer dan de vorige keren. Tja kijk, dat hoort erbij.

Eindelijk kwam de dag dat ik mijn eerste echo had, op 7 weken.

Na 6 zwangerschappen kan ik echobeelden aardig ontcijferen. De dokter hoefde me niet te zeggen dat het niet goed zat, dat zag ik zo ook wel.

Ik verliet het kabinet met een sprankeltje hoop: de gynaecoloog stelde dat het best kon, dat de zwangerschap priller was dan ik dacht (heus niet hoor, dacht ik), of dat het embryo zo gelegen was dat het niet goed zichtbaar was op de echo. Want zagen we daar niets flikkeren? Leek dat niet op een hartje?

Een weekje wachten zou zekerheid bieden.

En dat was zo. Na een week was er niets te zien behalve een lege vruchtzak. De vijfde miskraam was een feit. Ik vroeg of we konden wachten tot de natuur het zelf opruimde. Ik had al drie curettages achter de rug en als het kon, wilde ik een vierde graag vermijden.

Dus wachtten we nog een week. Nog een week waarin ik van ’s morgens tot ’s avonds misselijk en moe was. Verder gebeurde er helemaal niets.

Wat je helemaal niet wilt horen tijdens een vroege echo, buiten de standaard ‘dit is niet goed’, is ‘dit is raar, euhm ik ga even de prof halen’. Opeens was er geen lege vruchtzak meer te zien, maar een grote bol cellen. Dat was verontrustend, en diende zo snel mogelijk verwijderd te worden. Ik kreeg een afspraak voor een curettage twee dagen later. Ze namen ook bloed, zodat ze zakjes van mijn bloedgroep konden bestellen, want een grote bloeding kon niet uitgesloten worden.

Ik was alleen op mijn kamer toen de dokter na de operatie binnen kwam. Hij vertelde dat mijn zwangerschapshormoon (HCG) op 440 000 stond, zo’n 4 keer hoger dan het normale maximum binnen een zwangerschap. De wildgroei van placentacellen duidde op iets dat een partiële mola wordt genoemd. Heeft niets te maken met onze voorgaande problemen of met de CMV. Het is een afwijking van bij de bevruchting die maakt dat de placenta heel vreemd uitgroeit en er veel kans is dat er cellen achter blijven na een curettage. In dat geval zou een tweede of zelfs derde curettage nodig zijn. Om dat op te volgen moest ik elke week mijn bloed laten controleren- zo lang het HCG daalde was dit een goed teken.

Thuis begon ik uiteraard te googlen. Ik merkte meteen dat een mola zo zeldzaam is dat de informatie  niet altijd even betrouwbaar is. Dat er twee soorten mola bestaan, een partiële (kans 1:25 000) en een complete (kans 1:2000). Dat de partiële de beste prognose had: in de meeste gevallen daalt het HCG vanzelf, en na een paar weken kan een volgende zwangerschap overwogen worden.

Maar als het HCG niet daalt… dan was het protocol in alle landen waar ik informatie over vond, heel duidelijk: een behandeling met Methotrexaat, dat snel delende cellen doodt. Met andere woorden: chemo.

Het duizelde me. Chemo? Ik zocht info over een afwijking bij een embryo en plots zat ik op websites met ‘oncologie’ in de naam. Wat? En waarom had niemand het over een tweede curettage? Ik dook in de wetenschappelijke literatuur.

De week erop was mijn HCG waarde gedaald naar 25 000. Ik was niet langer misselijk. Ik kon even ademen.

Alweer een week later riep de dokter me binnen vlak na mijn bloedafname. Het weefselonderzoek had aangetoond dat het een complete mola was. Dit veranderde niets aan de aanpak: nog steeds wekelijks de HCG waarde opvolgen. Maar de kans dat dat niet zou gebeuren, steeg opeens van 1% naar 20%, want een complete mola geeft meer risico op agressieve cellen.

De grond zakte weg onder mijn voeten. Ik verliet het gebouw en een ijskoude zekerheid overviel me: het is om zeep. Ik hang eraan.

Twee uur later werd ik gebeld door de verpleegkundige om me te melden dat mijn HCG gestegen was naar 35 000. Het was al zover. Een volgende curettage werd vastgelegd de woensdag erop.

Een half uur later hing de dokter ook nog eens aan de lijn. Zijn verhaal was vreemd en niet geruststellend. ‘Ik moet nog wat literatuur nalezen’, are you kidding me? Op dat ogenblik kon ik niet reageren, voelde me helemaal lamgeslagen.

Maar het weekend erna begon het te dagen: hij had hier geen ervaring mee. Hij wist niet wat het protocol was. En wat nog erger was: hij stelde volgens mij een verkeerde behandeling voor. Ik wilde graag hopen dat een curettage zou helpen, maar ik wist eigenlijk al dat dat niet het geval zou zijn.

In allerijl zochten we naar een tweede opinie. Die vonden we ook, in Gasthuisberg. Gelukkig konden we er maandag – twee dagen voor de geplande curettage – terecht voor een consult, bij een professor die dé expert bleek te zijn op het gebied van mola zwangerschappen.

Na drie uur in de wachtkamer legde hij ons stap voor stap de behandeling uit.

Het was nog erger dan ik had verwacht. En geloof me, ik verwachtte me al aan heel wat.

Een curettage had gezien mijn hoge HCG waarde inderdaad geen zin. Er moest onmiddellijk met de chemo gestart worden. Dit zou gebeuren in een schema van 1 week behandeling (met een spuit op dag 1, 3, 5 en 7) en 1 week niets. Deze cyclus wordt herhaald zo lang mijn HCG niet op nul staat (wat maanden kan/zal duren). Nadat de nulwaarde is gehaald, volgen er nog drie cycli voor de zekerheid.

Omwille van een reële kans op levensbedreigende bloedingen tijdens de eerste week van behandeling, diende ik 7 dagen te worden gehospitaliseerd.

Huh? Watte? Ik ben opeens een oncologische patiënt en kan niet eens bij mijn familie zijn? Ik mag mijn zoon niet instoppen? Wat is dit voor misselijke grap?

Maar wat mijn maag helemaal deed keren, moest nog komen. Na al die maanden van behandeling, waarvan niemand kan voorspellen hoe lang het zal duren, start de klok. Eén jaar wachttijd voor we eventueel nog eens kunnen proberen. Om van krullenbol een grote broer te maken.

U bent nog jong, mevrouw’. Voor de afdeling oncologie, wel ja. Bij de gynaecoloog val ik onder de ‘geriatrische moeders’.

Ik lig op mijn rug op een snelweg en word overreden door een slecht-nieuws-truck.

En nog eens.

En nog eens.

Dit gebeurt toch niet, toch niet echt? Hoe is onze droom op twee weken in deze nachtmerrie verandert?

Ik moet nog bloed laten trekken en een echo laten nemen. Ik word meteen doorverwezen naar die afdelingen, waar we weer in de wachtrij terecht komen.

Niemand vraagt ons of het gaat.

Niemand vraagt of we hulp nodig hebben.

Niemand die wilt weten of we een briefje nodig hebben voor ons werk,  nu ik ‘niet even’ weg ben onder de middag, maar zes uur in de gangen van het ziekenhuis heb doorgebracht.

Twee dagen later moet ik een CT-scan laten nemen om uitzaaiingen in longen en hersenen uit te sluiten. Maar ik moet me ‘geen zorgen’ maken, want zelfs als die er zouden zijn, verandert de prognose niet. En die prognose is 99,9% kans op een volledige genezing.

Pardon?

Statistiek kan me even gestolen worden. Eén kans op 1000 dat het misloopt?

De kans op een complete mola is 1 op 2000. Twintig percent van de patiënten heeft chemo nodig, dat is dus 1 op 10 000.

Je wilt me dus vertellen dat ik 10x meer kans heb dat dit slecht uitdraait, dan dat ik hier nu opgenomen moet worden op de dienst gynaecologie-oncologie? Mag ik even een teiltje?

Fuck statistiek.

 

So there you go. Dat is er aan de hand. Dat is waarom ik even niet kan schrijven over de kleinere zaken, over vijf dingen op vrijdag, over wat we gaan eten deze week. Want de kans is reëel dat het een zak Doritos is voor de lunch. De kans is reëel dat ik niet van de zetel raakte vandaag. De kans is reëel dat ik zoonlief superlang tv liet kijken omdat ik kalm word van hem knuffelen bij een aflevering van ‘Blaze en de monsterwielen’.

 

En verder;

Er waren geen uitzaaiingen.

Die week ziekenhuis is achter de rug.

Morgen start mijn tweede cyclus met spuiten.

Ik kan niet verder kijken dan een paar dagen, zonder een lichte paniekaanval te krijgen.

Ik ben al uit genoeg putten geklauterd, om te beseffen dat deze te diep is. Tenminste, om het alleen te doen.

Twee gezichten van augustus

Zo een roze plumeau met hele veertjes, samengehouden op een bamboestok.

Ik vond die vroeger onweerstaanbaar zacht, maar dat is niet de reden waarom ik er nu eentje zoek. Ik zou er de stofpluksels mee weg vegen, de webben die zich geweven hebben over mijn blog de laatste weken.

Augustus was een hele vreemde maand. Eentje met twee gezichten.

Zomer, ja, maar tijdens onze staycation in België was daar met momenten weinig van te merken. Onze nieuwe tuinmeubels werden in het begin van de maand geleverd, en hebben al meer staan verdampen dan dat ze bruikbaar waren. Soms speet het me, dat we toch niet de zekere zon hadden opgezocht.

Vakantie, ja, en daar hebben we zeker van genoten, vooral van de extra tijd met onze kleine man. Hij was het zonnetje, ook als het buiten goot. We gingen samen zwemmen, we speelden met de trein, we gingen wandelen door de velden en ontdekten daar maïs, koeien, fietsers, steentjes en ander leuks.

Maar tegelijkertijd voelde ik me niet goed. Ik was moe. Zoals ik al moe was sinds begin juni. Op een manier die me wat beangstigde, met een vermoeidheid waar ik mij niet kon ‘uit-willen’, waar geen cafeïne tegenop kon. Dus ik sliep. Samen met ons ventje deed ik vaak een dutje. Het was tenslotte vakantie…

die eindigde in nogmaals ondersteboven gehaald worden door een virus, rotzooi allerhande, lage bloeddruk en een week op de zetel. Ik voelde me soms niet meer als mezelf.

Op het werk ontplofte er een bommetje, ik kreeg dat nieuws via een berichtje en probeerde er verder niet te veel bij stil te staan. Niet piekeren, niet piekeren. Vakantie, vakantie.

Een vakantie waarin ook zo veel moois gebeurde. Kleine reusje ging met rasse sprongen vooruit. Opeens kon hij tot tien tellen – al is ‘ves’ wel een bijzonder getal tussen vijf en zes. Groen, blauw, rood, geel, paars, bruin, zwart, wit – hij benoemde dat out of the blue correct. Zijn zinnen groeiden met gemiddeld 2-3 woorden. Hij kent zonder overdrijven minstens 75 dieren. Hij sprak opeens van ‘mijn’ en ‘jij’ (toegegeven, het antwoord op de vraag “doet mama dat of ga jij dat doen”, is soms nog wel ‘jij dat doen’). Even knipperen en onze peutert leek elke dag meer op een kleutertje. Mama zo fier.

En niet te vergeten: ik werkte stevig aan mijn bucket list. In het voorjaar vertelde een vriendin me dat K’s Choice wilde optreden met een koor, en dat je je kon opgeven om daar deel van uit te maken voor twee concerten. Geen zangervaring vereist, alleen graag zingen.

Ik twijfelde. Ik zing zo graag. Alleen betekent dat onder de douche, in de wagen. Maar K’s Choice…. Al meer dan een half leven fan. ‘Cocoon crash‘ (een CD) heeft toch wel een groot deel van mijn tienerjaren ingepalmd.

Na een duwtje van manlief, schreef ik me in. Vijf dagen workshops volgden in augustus, voor we op 26 augustus effectief op het podium achter Gert en Sarah Bettens stonden, en optraden in De Singel in Antwerpen.

Ik vertel hier graag een andere keer meer over, maar HET WAS GEWELDIG. Geweldig en overweldigend. De energie die vrijkwam, bij mij, bij de 239 andere koorleden, bij de coaches, bij de leden van K’s Choice … zou drugs zo voelen?

Ja, augustus – een maand met twee gezichten.

Ik leerde minstens 1 belangrijke les: je kan niet piekeren en zingen tegelijk.

muzieknoot

Tekst en uitleg #9

Het is alweer even geleden dat ik mijn lijstje van ‘1000 vragen aan jezelf’ aanvulde. Dit leek me een uitgelezen moment: onze kleine reus ligt mooi op tijd in zijn bedje te knorren, manlief is het plafond aan het afplakken in wat de toekomstige peuterkamer wordt, en ik lig in de zetel met de laptop op schoot.

Ideaal om de vragen van nr 41 tot en met 50 te beantwoorden. Best een persoonlijk lijstje, over welke score je je gezicht zou geven, douchen en je favoriete kamer in je huis.

  1. Welk cijfer zou je aan je gezicht geven?

Oei, meteen zo confronterend. Hoewel, ik ben best tevreden met mijn gezicht (’t is elders dat de problemen zich stellen haha). ‘t Is hoekig maar daar spreekt ook weer karakter uit (hoop ik dan). En de combinatie van al jaaaaaren crèmekes smeren en de goeie genen van mijn ouders, maken dat de rimpels me nog niet helemaal hebben ingehaald, en ik standaard jonger wordt geschat dat mijn identiteitskaart beweert. Dus euh…8/10?

  1. Was je goed op school?

Ja, ik was altijd de eerste van de klas. Sorry, niet om op te scheppen, maar het was gewoon zo. Ik studeerde ook wel ijverig, stak er de nodige tijd in, maar ik geef toe dat het me allemaal wel vrij vlot afging.

  1. Hoe lang sta je gemiddeld onder de douche?

Als ik mijn haar niet was, eerder kort- ik schat echt korter dan manlief, een minuut of 5? Als ik mijn haar wel moet wassen (en vooral: kammen) dan zal het eerder 25 min zijn.

  1. Denk je dat er buitenaards leven bestaat?

Het zou eerder vreemd zijn mocht dat niet het geval zijn, in een quasi oneindig universum. Maar of die nu ook blogs aan het typen zijn….?

  1. Hoe laat sta je meestal op?

Als ik ga werken, ergens tussen 6u50 en 7u20. Of wanneer zoonlief wakker is natuurlijk.

  1. Vier je altijd uitgebreid je verjaardag?

Hangt ervan af wat je met uitgebreid bedoelt, maar ik laat het zeker niet zo maar voorbij gaan. Meestal organiseer ik het weekend ervoor of erna een brunch voor vrienden en familie, en misschien gaan manlief en ik nog eens lekker eten (of gaan we sushi halen).

IMG_20160214_131400

  1. Hoe vaak kijk je per dag op Facebook?

Te vaak, denk ik. Het is een automatisme geworden als ik even een pauze neem, bijvoorbeeld. Ik heb goeie voornemens over het afbouwen daarvan.

  1. Wat is je favoriete ruimte in je huis?

Ik ben graag thuis, dus zo overal een beetje. De living omdat het na een lange dag aangenaam toeven is in onze zetel, de keuken omdat koken ontspannend kan zijn (en onze keuken handig is ingericht), het terras op een warme zomeravond, mijn slaapkamer omdat slapen één van mijn liefste hobby’s is.

  1. Wanneer heb je voor het laatst een huisdier geaaid?

Na het eten op het terras, daarnet, Janie kwam langs wandelen.

DSC_3030

  1. Wanneer ben je op je best?

Als ik mensen kan helpen, of me echt op een project kan storten waarbij ik het verschil kan maken.

 

Of elke avond wanneer ik een verhaaltje voorlees met stemmetjes en gebaren. Dat kan ook natuurlijk.

 

Bloggers brunch

Je hebt mensen die niet ontbijten. Bed uit, douche in, hup naar het werk. Ik begrijp die mensen niet. Plunderen die stiekem de koelkast ’s nachts? Hebben die een geheime voorraad koekjes naast hun bed? Hoe hou je je suikerspiegel op peil zonder te eten ’s morgens?

 

Nu zijn energie opdoen en over het algemeen niet van je stokje gaan, niet de twee enige redenen waarom ik van ontbijten hou. Het is ook een rustmomentje voor het hectische van de dag, of dat probeer ik er toch van te maken. Als het kan, wil ik gerust ook langer aan de ontbijttafel blijven zitten. Nog een koffietje, misschien nog wat fruit, ik hou van het voedsel dat mijn metabolisme weer tot leven wekt.

 

Als ik een halve voormiddag mag blijven zitten, nog beter. Brunch is dan ook mijn aller- aller- favorietste maaltijd van de dag. Geen wonder dat ik al jaren de verjaardagsfuif achterwege laat maar vrienden en familie op zondagochtend uitnodig voor een festijn van quiche, koffiekoekjes, spek met ei, pannenkoeken, wafels, kraakverse pistoleetjes, fruit, koffie en smoothies.

 

En zo efficiënt: heb je meteen voor twee maaltijden gegeten! Ha!

 

Jep, ik hou van brunchen.

 

Dus toen er een uitnodiging kwam om samen met een aantal andere bloggers te gaan brunchen in het Leuvense, was ik erg enthousiast. Ook al voelde ik een tikje onzekerheid: ik, tussen de bloggers? Omdat een aantal bekenden en een klein aantal minder bekenden die schrijfseltjes van mij lezen? Ach kom, het was tenslotte een brunch, dus ik schreef me in.

 

Gisteren was het zo ver: 16 blogsters (want blijkbaar zijn het voornamelijk vrouwen die het internet beschrijven) kwamen samen in Mister Bean, in Kessel-Lo. Het bleek een gezellige zaak, waar kunst van beginnende artiesten de muren kleurt, alle stoelen uit een oud schoolgebouw ontvlucht lijken te zijn, en het servies een gouden randje had. Fijn!

Ik kende niemand persoonlijk, had van een aantal wel al wat stukjes gelezen. Dat was leuk, om die ook ‘in het echt’ te ontmoeten.

Het was een heel gevarieerd gezelschap, dames die al sinds de middeleeuwen van the world wide web bloggen, anderen die nog niet zo lang aan de slag waren. Enkelen die zich (bijna) professioneel toelegden op hun schrijven, of die het heel specifiek over een bepaald thema wilden hebben, zoals thee, ecologisch leven, veganistische recepten. En natuurlijk waren er ook die gewoon schrijven wat er in hun opkomt, die het niet zien zitten om op vaste dagen te bloggen, want oehh stress, en die zich vooral amuseren met die hersenkronkels eens neer te tikken. Het laat zich raden tot welke categorie ik mijzelf graag reken.

 

We werden vriendelijk onthaald met cava/fruitsap en kregen een bagel als brunch, die heerlijk was. Daarna waren er enkele dessertjes.

Toch een paar kleine bedenkingen:

1) 1 bagel, hoe smakelijk ook, vervangt voor mij geen ontbijt + middagmaal. Ook niet met een stukje cheesecake erbij.

2) Ik had speciaal voor het vertrek geen koffie gedronken, en vond het dan ook jammer dat we tot 13u hebben moeten wachten voor dat zwarte goud ook effectief geschonken werd. Er zijn al voor minder gewonden gevallen. Just sayin.

 

Maar ach… de gesprekken en het gezelschap maakten veel goed. Ik vond het erg interessant om de anderen te horen over hun aanpak, hun idee, en wat ze wilden bereiken. En wat was het verrassend om (af en toe) een blik van herkenning te krijgen, als ik zei dat ik schrijf op bostonbaby. Het begon ook echt te kriebelen om misschien toch net nog iets meer te gaan doen met die bostonbaby, de boel wat te structureren, er wat meer mee naar buiten te komen.

 

De tijd vloog voorbij.

 

Ik snap nu helemaal waarom ze op ‘Komen Eten’ quoteren op het eten enerzijds en sfeer en gezelligheid anderzijds.

 

Mijn bucket list: 40 before 40

Screen Shot 2017-07-27 at 13.58.54

Toevallig merkte ik dat mijn volgende post de 200ste zou zijn op deze blog. OK ja, er was helemaal niets toevallig aan, ik zag het cijfer 190 en ben sindsdien aan het brainstormen met mezelf over wat ik zou doen. Want een 200ste post, dat schrijf je niet elke dag. Ik wilde er graag iets van maken waar ik naar zou kunnen verwijzen later. Zo van ‘hey weet je nog wel, wat ik zei in mijn 200ste post?’.

 

Ik landde op een idee dat al even speelt. Ik heb het een paar keer gehad over bucket lists, lijstjes met ‘to do’s’ die alle kanten kunnen opgaan.

Ik had een bucket list gemaakt voor Boston, en heb ook een heel ander lijstje opgesteld, met dingen die ik net niet meer wilde doen (mijn f*ck it list).

 

Ik zou ook een hele bladzijde kunnen vullen met geweldige dingen die ik kan schrappen, zoals:

  • de Grand Canyon zien,
  • in Thailand op een olifant rijden,
  • de man van mijn leven ontmoeten,
  • mama worden,
  • wedding planner en ceremoniemeester zijn bij verschillende trouwfeesten (met als kers op de taart de eerste Belgische ‘Toast master’ op een huwelijk in Kopenhagen),
  • een eigen huis bouwen,
  • Oudjaar vieren in het buitenland (en veel meer dan dat),
  • duiken in een onderwaterreservaat, waar een zeeschildpad ons voorbij zwom
  • vlakbij een blauwe vinvis varen
  • IJsland bezoeken
  • Een diner van restaurantniveau koken voor >20 mensen
  • Met blote voeten over hete kolen lopen (1200 °C)

 

Been there, done that, loved it, got the t-shirt.

 

Maar er is zo veel dat ik nog zou willen doen. Dromen genoeg.

 

Toch heb ik een dubbel gevoel bij dit soort lijstjes. Enerzijds vind ik het goed om op te lijsten wat je wilt bereiken, ik geloof dat je het dan ook (sneller) omzet in daden.

Aan de andere kant vind ik dat we onszelf al zoveel druk opleggen van wat er allemaal moet.  Ook kan het behoorlijk vaag zijn, ooit wil ik dit of dat bereiken, maar als ik er vandaag geen zin kan het over dertig jaar ook nog wel.

 

Daarom stelde ik mijn lijstje op, maar hield ik rekening met drie dingen:

  • Het zijn dingen die ik graag zou doen, maar er is geen man/vrouw overboord als het niet of niet volledig lukt
  • Ik noteer zowel vrij eenvoudige doelen als meer uitdagende, zodat het niet te overweldigend wordt
  • Ik geef mezelf een deadline, maar wel een ruime, van een aantal jaar.

the-bucket-list-734593__340

Zo kwam ik bij onderstaande bucket list: mijn ’40 before 40’.

 

  1. Een pinguin aanraken
  2. Indoor skydiving
    skydiving-665030__340
  3. Een familieboom tot 5 generaties terug opstellen
  4. Op de radio komen
  5. Uit een kokosnoot drinken
  6. Ontbijten in bed
  7. (Goed) leren zwemmen
  8. Verzinnen en creëren van een eigen ijsroomsmaak
    strawberry-ice-cream-2239377__340
  9. Vrijwilligerswerk doen met kerstmis of oudjaar
  10. Stamceldonor worden
  11. Een EHBO-cursus volgen
  12. Een terugkerende column schrijven
  13. Naar Ibiza gaan
  14. De beiaard in Leuven beklimmen
  15. Onder de sterren slapen
  16. Op eigen kracht op de top van de Mont Ventoux geraken
  17. Een schattenjacht opstellen voor vrienden en familie
    cartography-2074079__340
  18. In een boomhut overnachten
  19. Iemand een taart in het gezicht gooien
  20. Deelnemen aan een color run*
  21. Zelf een peperkoeken huisje maken
  22. Onze 20 jaar samen vieren met een groot feest
  23. Kastanjes poffen
  24. Een helderziende bezoeken
  25. 40 snailmails sturen (= brieven of kaartjes)
  26. 40 films zien de Oscar voor beste film wonnen
  27. Op een podium staan
  28. Zangles volgen
  29. Leren mediteren
  30. Een blotevoetenpad bewandelen
  31. 40 random acts of kindness uitvoeren**
  32. De lijst met nieuwe ingrediënten optrekken naar 40 (zie posts over nummers 1-9 en 10-20)
  33. In een limo rijden
  34. Mijn streefgewicht halen
  35. Zeilen
  36. Een blog rond wetenschappen starten
  37. Meedoen in een toneelstuk
  38. Een regenboogcake maken
    cakes-2528177__340
  39. Onze huiselijke afvalberg met de helft verminderen
  40. Dit is een joker voor als ik iets tegenkom dat zo cool is dat ik het absoluut op mijn lijstje moet zetten.

 

Ik schat dat ik elke paar maanden een stand van zaken opmaak. Even kijken hoe het loopt, en waar ik actie wil ondernemen.

 

En, heb jij een bucket list? Of wat zou er zeker opstaan? 

 

 

*Een color run is een loopwedstrijd van 5 kilometer waarbij de deelnemers in witte t-shirts lopen, en elke kilometer een wolk van gekleurd poeder over zich heen krijgen. Het wordt ook wel de ‘happiest 5K’ genoemd.

 

** Een RAOK of random act of kindness is een onbaatzuchtige daad, waarbij je iets leuks/aardigs doet voor iemand anders, die je vaak niet eens kent, en die meestal niet weet dat het van jou komt.

Eerste dag effect

Ik las over het ‘eerste-nacht-effect’ op vakantie. Je denkt ‘eindelijk, eindelijk, relax, lekker slapen’ (of je bent ouder van een baby/peuter en je denkt, ‘lekker slapen, ik laat het lichtje in de keuken branden want ik kan hier nog niet blindelings een flesje maken om 4u ’s nachts’).

 

Blijkbaar is het wetenschappelijk bewezen dat je die eerste nacht in een vreemd bed vaak niet fantastisch slaapt. Als een vogel of een walvis blijft de helft van je brein actiever, om mogelijk gevaar op te sporen. Bij mij resulteerde het in elk geval in ingewikkelde en uitgebreide dromen, maar ik heb dan ook altijd al geweten dat ik een vogelbrein heb. Ik zou bijna zeggen, als een kip zonder kop, maar goed, die heeft dan weer net géén vogelbrein.

 

Ik heb echter nog nooit iets gelezen over het ‘eerste-dag-effect’. Die eerste keer ontbijten met het vers stokbrood dat man- en zoonlief zijn gaan kopen in alle vroegte, terwijl ik nog een klein beetje mocht verder slapen. Dat eerste kopje koffie op het terras.

IMG_0760

 

Het strand op wandelen met 15 kg peuter in de draagzak op je rug, dat gevoel de zee terug te zien, hallo, oude vriend. De lucht blauw met wolkjes, behalve waar de vliegers kleuren.

 

Mosselen gaan eten, natuur natuurlijk. Een blos op je neus voelen. Een dutje doen. De zeebries als haardroger gebruiken.

IMG_0770

’s Avonds knispert de vloer van je appartementje onder je blote voeten. Het universele gevoel: dit was een mooie dag.

IMG_0766

Jarig!

Vandaag vier ik een kleine verjaardag. Deze blog wordt twee jaar. YAAY! Twee jaar, 198 schrijfsels, ik moet toegeven dat ik dat nooit verwacht had. Ik vind het nog steeds wat gek om mezelf een ‘blogger’ te noemen.

A birthday cupcake with two lighted candles.

Twee jaar geleden stonden we vlak voor onze trans-Atlantische verhuis. Toen ik mijn hele huishouden kritisch bekeek (Meenemen? Stockeren? Weg doen?), en daar mijn eerste blogpost aan weet, wist ik nog niet dat we exact een jaar later opnieuw zouden binnen vallen. De tickets voor onze terugkeer werden namelijk pas later aangekocht. Maar exact een jaar na die eerst post kwamen we weer thuis. Met 11 koffers en trolleys en buggy en baby en jetlag. En een verhaal.

 

Soms wordt er gezegd: what a difference a year makes. Maar ook vandaag waren we aan het inpakken. Net als toen, mja, dat nu ook weer niet helemaal.

 

In 5 punten: een korte vergelijking tussen 22 juli 2016 en 22 juli 2017

 

Inpakken van kleren, babyspullen en elektronica

 

Inpakken van kleren, peuterspullen en elektronica
Het vliegtuig wacht niet De auto vertrekt wanneer wij vertrekken, anders is er iets ernstig mis

 

Als het niet in de koffers past, kan het niet mee (stressssss) Als het niet in de koffers past, past het misschien nog aan mijn voeten, of naast de kinderstoel (no stress)

 

De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten, de rest gooien we desnoods binnen een week wel weg

 

We wisten waar we naar toe gingen, maar niet hoe we ons zouden voelen We wisten niet (helemaal) waar we naar toe gingen, maar wel dat we gaan relaxen
 

 

Het is een bijzonder jaar geweest sinds onze terugkeer naar België. Pittig, ook wel.

 

Maar vandaag hoeven we daar allemaal niet aan te denken. Vandaag kijken we vooruit.

Vandaag begint onze vakantie écht.

IMG_0758

Zomerreces

Nog één dagje werken en mijn zomervakantie staat voor de deur. Hoewel er morgen nog één en ander op het programma staat, ben ik er vrij rustig onder. De projecten lopen allemaal volgens schema, de grootste knelpunten werden de voorbije week weggewerkt en er werden afspraken gemaakt met een aantal collega’s voor die paar issues die in mijn verlof zullen opduiken.

 

We hebben er dit voorjaar wat over gepiekerd, over waar we heen zouden trekken en hoe lang. Maar uiteindelijk besloten we dat we met onze kleine man de laatste twee jaar voldoende kilometers hebben afgelegd. We gaan een weekje naar de zee, en ik kijk er enorm naar uit. De laatste weken kwamen we – meestal toevallig in het typische ‘en waar gaan jullie op congé’-praatje te weten dat echt behoorlijk wat van onze vrienden in de buurt gaan zitten aan zee. Dat is heel fijn, maar we beseffen heel goed dat we ook tijd voor ons drietjes nodig hebben.

 

Zowel manlief als ikzelf hebben ettelijke jeugdvakanties aan zee doorgebracht, en we hebben er allebei hele warme herinneringen aan, zelfs al liet de temperatuur te wensen over (hoewel, in mijn herinneringen is het echt overwegend zonnig, was er eind jaren ’80 – begin jaren ’90 toevallig geen rits van hete zomers?).

 

Daarna ben ik nog twee weken, en manlief één week thuis met zoonlief. Ook daar gaan we voor het ‘alles mag niets moet’ principe.

Natuurlijk staan er heel wat leuke dingen gepland, en natuurlijk is er weer een lijstje van dingen die ik deze zomer, en daarna, zou willen bereiken.

Maar manlief kwam met een interessante stelling: dat de zomermaanden een mooi moment zijn om te plannen voor ‘de tweede helft van het jaar’ maar ook, en zelfs misschien vooral, om samen te vatten wat je allemaal bereikt hebt in die eerste helft.

 

Dat staat dus als eerste op mijn ‘to do’-lijstje: opsommen wat er allemaal goed is gegaan de voorbije maanden.

 

Of nee, correctie! De eerste punten op mijn lijstje zijn: nu eerst lekker slapen, er morgen nog een lap op geven, en dan een mentale opruimactie om over al de rest na te denken.

quote

Nieuwe smaken #2

Het zijn drukke maanden geweest. Daardoor is mijn voornemen om elke week iets klaar te maken dat ik nooit eerder op het menu zette, een beetje op de achtergrond verdwenen. In momenten van stress keer je toch altijd terug naar de klassiekers, of tenminste gerechtjes die bewezen hebben smakelijk te zijn op minder dan 25 minuten.

 

Op zich is daar helemaal niets mis mee. Maar het doet me wel wat denken aan mijn tante en oom, die een ‘rotatie-menu’ van twee weken hebben. Elke veertien dagen eten  ze dus exact hetzelfde. Oh jee. Daar wil ik nog niet heen.

 

Misschien motiveert het me wel om nog eens te schrijven over de nieuwe ingrediënten die ik leerde kennen tijdens ons Amerikaans avontuur. Ik schreef over de eerste negen die moeilijk te vinden zijn in ons Belgenlandje (al heeft de Albert Heijn al voor wat soelaas gezorgd). Trouwens, hebben jullie al gezien dat broccolini nu wordt aangeprezen als nieuwe hippe groente in bepaalde supermarkten? En opeens merkte ik dat een kennis een grote pot met snijbiet in haar tuin had staan. Geweldig vind ik dat!

 

Er waren aan de andere kant ook heel wat ingrediënten die ik al kende van thuis, maar waar ik gewoon nog nooit mee gekookt had. Omdat ik niet wist wat ik ermee aan moest. Of omdat ik er een kindertrauma over had. Of omdat het me gewoon niet lekker leek.

 

Jammer genoeg moet ik nog steeds mijn gecrashte telefoon met al mijn foto’s van mijn Amerikaanse kooksessies binnenbrengen om alles te recupereren. Ik heb dus iets minder illustraties dan ik zou wensen.

 

Bij deze, het tweede lijstje van nieuwe smaken.

 

  1. Rode biet – Hoewel ik nog steeds niet helemaal verkocht ben aan die aardse smaak die rode biet draagt, en de vlekken die je niet van je vingers krijgt na het snijden, heb ik behoorlijk lekkere groentenchips gemaakt van die sneetjes. Ook op een pizza, in combinatie met pompoen, was het een topcombinatie.

 

  1. Rode kool – daar heb je hem, mijn kindertrauma. Om mij erover te zetten, heb ik de rode kool op totaal andere manieren klaargemaakt dan eenvoudigweg gestoofd met appeltjes. Ik heb er een hartige taart mee gemaakt, waarbij de rode kool werd gestoofd in balsamicoazijn, en ook rauw in een slaatje kon het me bekoren.

DSC_0621

 

  1. Spruitjes – Het is waarschijnlijk een cliché, maar het is kindertrauma nr. 2. Ik kon er echter niet buiten, want spruitjes zijn in Amerika waanzinnig populair. Ik maakte ze met puree en gehakt in een ovenschotel. Ik ben geen grote fan, maar kon er wel mee leven.

 

  1. Gele raap – opgepikt in een recept van Hello Fresh, vond ik gele raap een verfrissende toevoeging aan een slaatje met quinoa. Rauw of gekookt, allebei goed.

 

 

  1. Bok choy – of paksoi, zoals ik het hier vaker zie. Oosterse variant van kool (maar zonder de typische koolsmaak), en heel lekker in Koreaanse gerechten, met bijvoorbeeld wat gehakt en pikante saus.

 

  1. Polenta wel bekend vanuit de Italiaanse keuken, is polenta een soort griesmeel van maïs die los gekookt kan worden of kan samengedrukt worden en dan gebakken. Ik ben nog altijd op zoek naar een recept waar dit enigszins lekker wordt, eerlijk gezegd.

 

 

  1. Edamame – dolgelukkig was ik, toen ik merkte dat ze dit in de Albert Heijn verkochten. Deze groene verse sojabonen zijn fris, eiwitrijk en geven een lekkere bite aan een salade zonder te veel calorieën bij te dragen. Ook super bij onze Japanner, die ze gegrild en gezouten serveert.

 

  1. Cannellini bonen – Een niervormige soort witte bonen die ook heel populair is in de States. Ik gooide ze bij mijn chili en daar voelden ze zich thuis.

 

 

  1. Zwarte bonen – Had ik al vermeld dat ze nogal zot zijn van bonen in Boston? Zo veel soorten dat daar standaard werd aangeboden.

 

  1. Orzo – Ook wel Griekse pasta genoemd, terwijl het blijkbaar uit Italië komt. Platte, rijstvormige pastasoort die verder niet al te veel smaak heeft.

orzo-big

Hebben jullie ingrediënten die jullie pas recent zijn gaan gebruiken?

De collega’s

Ik verliet het restaurant waar we net een gezellige avond hadden doorgebracht met z’n zessen. Twee dames die ik nog dagelijks zie op kantoor, drie bij wie dat al even niet meer het geval is.

Ik heb al enkele jobs achter de rug, en bij elke job horen collega’s. Aangezien je die mensen gemiddeld meer ziet dan je halve trouwboek, is het niet meer dan normaal dat je daar een band mee opbouwt. Maar kijk, dat is elke keer toch héél anders gegaan.

 

planner

Mijn eerste job was een jaarcontract bij de federale overheid. Ik was 23 en de gemiddelde leeftijd van mijn collega’s was dubbel zo hoog. Uitspraken als ‘nog 11 jaar en ik mag met pensioen’ vrolijkten de koffiepauze op. Over het algemeen lieve mensen hoor, die mij aanraadden snel ander werk te zoeken. Dat heb ik dan ook gedaan.

 

Ik begon aan mijn onderzoek aan de universiteit, en daar werkten – buiten de professor – alleen mensen die ongeveer mijn leeftijd hadden. Toch was dit kleine team heel anders dan ikzelf; het was bijvoorbeeld perfect mogelijk twee weken op vakantie te vertrekken en bij terugkeer vroeg niemand hoe het geweest was. Er werd zelden samen gegeten. Pas jaren nadat ik daar vertrok, heb ik echt contact gekregen met twee collega’s van toen, die ik nu als vrienden beschouw.

 

Later had ik een job waar ik op het randje van een bore out belandde, maar de collega’s waren super. Alleen werkten we in een uithoek waar niemand echt in de buurt woonde, dus iets gaan drinken na de uren zat er helemaal niet in. Van de pakweg vijf mensen die ik toen als (bijna-) vrienden beschouwde, hoor ik er nu nog eentje geregeld. Maar da’s wel een ‘goeike’.

 

Dat is misschien wel de algemene les: waar ik werkte, had ik steeds een goeie ‘klik’ met een heel aantal mensen, maar eens je elkaar niet meer elke dag ziet, blijft er niet veel volk over. Een paar keer heb ik mij daar zwaar in vergist, dacht ik ‘wij spreken zeker nog af’ en verdwenen ze van de aardbol. Ik heb geleerd niet te veel te verwachten. Aan de andere kant mag ik niet klagen, en heb ik een handvol vrienden overgehouden aan mijn vroegere jobs.

 

Op dit moment zit ik, wat collega’s betreft, in een hele fijne situatie: het is echt een toffe bende die de leuke momenten samen viert, en elkaar steunt als het wat moeilijker gaat. Mensen die vertrekken, houden vaak toch nog contact, en melden dat ze onze hechte groep missen (of misschien horen wij dat gewoon graag, dat kan ook). Toen we een jaar in Boston woonden, kreeg ik geregeld een mailtje of een berichtje.

 

Eigenlijk is dat toch toevallig – dat je op je werk mensen tegenkomt met wie het klikt. Dat maakt de maandagochtend (en de dinsdagochtend, en de woensdag en de ….) in elk geval heel wat aangenamer!

quote

 

En jij, heb jij leuke collega’s? Zie je ze als echte vrienden?

 

(het idee van deze post kreeg ik van Samaja).

Tekst en uitleg #8

Ik vind het zelf opeens ongelooflijk verwarrend. Dat ik mijn vierde reeksje van de 1000 vragen van het magazine Flow wilde oplossen, maar dat dit toch al mijn 8ste Tekst en Uitleg rubriekje is.

Nu ja, het gaat dan ook om compleet random vragen, dus misschien maken de cijfertjes voor één keertje niet uit (moeilijk voor mij om aan te nemen, maar we probéren, écht!)

Daarom, deze week: Vragen 31 tot en met 40. Over telefoonverslavingen en centjes.

  1. Welk boek heb je het laatst gelezen?

‘Onvoorwaardelijk ouderschap’ van Alfie Kohn. Een boeiend pleidooi om je kinderen niet langer te straffen, maar ook niet te belonen. Ik geloof zelf niet zo in ‘in de hoek zetten’ bijvoorbeeld, maar dat je ook door complimentjes op een mooie tekening het zelfvertrouwen van een kind zou kunnen ondermijnen, is nog een moeilijke voor mij. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik ervan vind, en hoe ik het kan toepassen, maar ik heb het wel heel graag gelezen.

 

  1. Waarom heb je het kapsel dat je nu hebt?

Omdat er niets anders mee aan te vangen is. Ja, ik heb het geprobeerd, en neen, het viel niet mee. Er valt ook niet echt van ‘kapsel’ te spreken in het geval van een woeste krullenbos.

 

  1. Ben je verslaafd aan je telefoon?

Ik vrees het wel. Waarom kan dat ding ook zo veel?

 

  1. Hoeveel geld staat er nu op je bankrekening?

Dat weet ik niet precies, maar voldoende om aangenaam te leven.

 

  1. In welke winkel kom je graag?

In de Albert Heijn! Veel keuze, specialere producten, ik kom er heel graag. Zo jammer dat de twee dichtstbijzijnde winkels moesten sluiten.

  1. Welk drankje bestel je in een café?

Spuitwater of koffie – ik ben echt een seut wat dat betreft.

 

  1. Weet jij wanneer het tijd is om te vertrekken?

Ja, en dan ben ik nog anderhalf uur bezig om manlief dit ‘subtiel’ duidelijk te maken (wink wink hint hint nudge nudge).

 

  1. Als je voor jezelf zou beginnen, als wat zou dat dan zijn?

Als ik dat wist, kan ik je verzekeren dat ik het zou doen.

 

  1. Wil jij altijd winnen?

Als ik heel eerlijk ben, ben ik wel competitief ja. Daarom speel ik zelden mee met gezelschapspelletjes – ik kan er een behoorlijk slecht humeur van krijgen en dat wil ik mijn vrienden besparen. Het is gewoon in ieders voordeel dat ik en mijn slecht karakter niet mee speel.

 

  1. Ga je naar de kerk?

Nee, tenzij met Pasen of Kerst. Wat niet wilt zeggen dat ik nergens in geloof, maar dat was de vraag niet.

 

 

quote-Barry-Sanders-lets-just-win-it-and-go-home-31957

 

Shoe stories – part 2

In mijn vorige post had ik het al over mijn haat-liefde verhouding met schoenen.

 

Haat: je moet ze gaan kopen en liefst ook eerst passen en vaak gaan ze schuren – maar pas als je ze gekocht hebt, of anders zijn de hakken toch weer te hoog gegrepen voor mij. Of je neemt je normale maat, en dan blijkt dat je stiefzusterlijk bijna een paar tenen moet gaan afzetten om erin te kunnen.

Liefde: ze houden mijn voeten veilig, warm en droog. Ik apprecieer dat.

 

Ondanks het feit dat ik niet zo veel schoenen heb (ik denk zo’n 10 paar, sandalen, winterschoenen en sportschoenen inbegrepen), ligt er nu een paar in de koffer van mijn wagen. Daar zijn ze met een grote, welgemikte worp beland en ik ga ze doneren bij de eerste kans die ik krijg.

 

Waarom?

 

Daarvoor moet ik even wat teruggaan.

 

Het is niet zo dat ik van elk paar schoenen exact weet wanneer en waarom ik ze gekocht heb. Maar bij dit paar is dat wel het geval. In het najaar van 2010 had ik echt nood aan een nieuwe uitdaging. Ik wilde dan ook gaan solliciteren. En natuurlijk, wat doe je dan: you dress for success.

 

Een goede vriendin van mij ging met me mee, want zoals ik al bekend heb: shoppen en ik, dat gaat niet goed samen. En we kozen samen de perfecte sollicitatieschoenen: mooi afgewerkt, neutrale kleur, comfortabel, professionele look. Ik solliciteerde voor drie jobs en mocht op drie plaatsen beginnen.

 

Die vriendin meenemen was dus een goede zet geweest. Dat wist ik wel: we kenden elkaar van op de banken van de universiteit en ondertussen waren er al zo veel ladies nights, lunchkes, uitstapjes en slappe lach-momenten geweest.

 

Ik las ooit: als je langer dan 7 jaar bevriend bent, dan is dat een vriendschap voor het leven.

 

Maar niet alles wat je leest is waar … ze verhuisde wat verder weg. En langzaamaan werd contact houden steeds moeilijker. Het was altijd druk druk druk, we konden zelden afspreken. ‘De volgende zes maanden zit de agenda echt vol hoor’.

 

Ik brak er mijn hoofd over. Trok het me aan. Tot ik het losliet. Ik nam al die vrolijke avonden, die slappe lachjes, die fijne momenten, en legde ze tussen zuurvrij papier in een mooie doos. Die begroef ik ergens in een verre kamer van mijn hoofd. Ik wilde niet negeren dat we uiteindelijk meer dan 10 jaar goeie vrienden waren, maar ik hoefde er ook niet dagelijks aan herinnerd te worden.

 

Deze week trok ik die sollicitatieschoenen weer aan. Dat was jaren geleden. Ze lagen begraven onder een stapel kleren die ik had gestockeerd. Ik wandelde naar een afspraak, en toen ik daar vertrok, schoot er een pijnscheut door mijn teen. Buiten trok ik mijn linkerschoen uit, en ik had zin om ze uit te laten: mijn grote teen bloedde en mijn hiel had twee vierkante centimeter minder vel. Mijn beide voeten lagen gewoon open.

 

Ik dacht plots aan de hele geschiedenis van die marteltuigen, en strompelde naar de wagen.

 

Ik keilde de schoenen in de koffer, en besliste: genoeg is genoeg.

Iemand anders mag er een vrolijker verhaal mee schrijven.

Eentje met minder blaren. Op ziel en hiel.

 

IMG_0632

Shoe stories – part 1

shoes

 

Ik ben niet zo iemand die vaak binnen een traditioneel vakje past. Dat is helemaal niet erg, hoogstens zorg je voor wat gefronste wenkbrauwen, maar meer dan wat rimpels brengt dat ook niet met zich mee (en dan nog niet eens rimpels bij mij, dus al helemaal geen probleem).

 

Zo hou ik helemaal niet van shoppen. Not an addict. Neen, ik krijg er de kriebels van. Wat al helemaal vreselijk is: schoenen kopen.

 

Ik heb moeilijke voeten (breed, hoge wreef, halve maat verschil tussen beiden, gewoon algemeen een slecht karakter) en bovendien wil ik elegantie én comfort. Als ik dan eindelijk een mooi en lekker zittend paar gevonden heb, dan wil ik dat natuurlijk zo lang mogelijk houden.

 

Toch heb ik al een paar keer noodgedwongen stevig moeten snoeien in mijn – niet al te grote- collectie. Na mijn knie- en zeker mijn rugoperatie kon ik gewoonweg geen hakken meer aan die hoger zijn dan 3cm. Ja, ik heb het nog geprobeerd (hardleers enzo, fijn voor schoenen, minder voor mensen). Maar na drie dagen zeurende rugpijn denk je, nee bedankt. Dus adios hakjes…

 

Na de bevalling leken mijn voeten nog een maatje groter geworden. Dat blijkt niet zo uitzonderlijk te zijn, een gevolg van de ligamenten die wat soepeler worden, waardoor je iet of wat platvoeten krijgt. Heerlijk. Sayonara schoentjes die al wat niptjes waren.

 

Bij onze verhuis naar Boston namen we enkel onze koffers mee. Er moest dus een strenge selectie gemaakt worden. Op dat ogenblik had ik drie stapels: wat ik zou weggeven// wat ik zou meenemen// wat ik een jaar zou stockeren.

 

Stapel 1: check. Netjes afgeleverd voor de mensen die er misschien nog wat aan hebben.
Stapel 2: toen we terug naar België verhuisden, hadden we een meer dan acuut plaatsgebrek in onze bagage (voor het hele stressy verhaal, lees gerust hier). Ik heb dus heel wat schoenen op Amerikaanse bodem achtergelaten. Dus bye bye oude loopschoenen en sandaaltjes.

 

Stapel 3: een aantal schoenen hadden een jaar kelder niet zo goed verteerd. Ook daar zijn er weer heel wat gesneuveld. RIP pumps.

 

Als ik dus zeg dat ik zo goed als geen schoenen heb, dan is dat letterlijk zo. Het is echt geen uitspraak van iemand die daarna zuchtend in 120 paar kan gaan kijken wat er bij de outfit past.

 

Toch heb ik vandaag beslist nog een paar weg te geven. En wel nu onmiddellijk.

Waarom? Dat is best een lang verhaal. Zal ik dat volgende keer vertellen?

Microscopisch fijn #3

quote

 

Soms lopen dingen niet volgens plan. Soms is het iets van roeien en riemen. Of was het pompen en zuipen? Ik ben een beetje in de war (nochtans heb ik noch het één, noch het ander gedaan).

 

Maar net dan is het belangrijk om het fijne te blijven zien. En dat was er. Er waren zoveel mooie momenten de voorbije twee weken. We hebben veel vrienden teruggezien, en ook plannen gemaakt voor de vakantie. We hebben weer heel wat familietijd achter de rug, met een grote barbecue bij de ene familie en een doop bij de andere ‘kant’.

 

Van die grote evenementen kan ik enorm genieten, al kosten ze natuurlijk ook de nodige energie. De kleinere dingetjes kosten geen energie, maar geven een klein piekje in het geluksgevoel. Ik lijstte ze al een paar keer op (hier en hier) en wil er graag een traditie van maken.

 

Bij deze, een lijst van de microscopisch fijne dingetjes die mij blij maakten:

  • Buiten stappen na een avondvergadering en merken dat het nog licht is (21u30).
  • Zoonlief die erop staat dat we buiten op het terras eten
  • Nét thuis zijn wanneer het online bestelde pakje wordt geleverd
  • Een grote kom fruitsla, die ik niet zelf heb moeten snijden
  • Even checken of we nog goed zitten wat betreft energieleverancier, en zorgen dat we 300 euro zullen besparen volgend jaar
  • Op frisse lakens gaan liggen na die eerste koele(re) avond na een hittegolf
  • Op een familiefeest ontdekken dat de appelcake DE appelcake van mijn oma is, na 29 jaar zonder deze heerlijkheid
  • Het handgeschreven recept van die beroemde appelcake van mijn oma krijgen, schrijffoutjes en notities in een andere kleur incluis

 

Een glimlach kan ik niet onderdrukken als ik aan die momentjes denk.

Ik neem me voor geregeld zo’n boeketje samen te stellen.
Net door ze te plukken, zullen ze nooit verwelken.

 

Zondag zoondag #10: fier op jou

Lieve schat,

 

Ik moet je wat vertellen.

 

Misschien klinkt het wel heel logisch.

 

Misschien weet je het al lang.

 

Misschien is het niet cool dat ik het zeg.

 

Maar ik ben fier op jou.

 

Ik was al fier op jou van voor je werd geboren. Je denkt misschien: ‘toen had ik nog helemaal niets gedaan!’. Het tegendeel is waar. Elke dag dat je bij mij groeide, deed je oneindig veel dingen, dingen die wij ons niet meer kunnen voorstellen, zoals vingers maken en oren krijgen. En dus was ik zo fier op jou. Want oren maken, dat doe je niet elke week.

 

En sindsdien heb je zo ongelooflijk veel bijgeleerd. En al zo ongelooflijk veel gedaan op iets meer dan 2 jaar. Al volgen de mijlpalen elkaar iets minder snel op, vorige week kwam ik aan bij de crèche en zat je op een driewielertje. Ik had je nog nooit pedalen zien gebruiken. Maar daar ging je dan. Meer achteruit dan vooruit, maar wat was ik fier op jou.

 

En als je mij verrast, door plots de flamingo aan te duiden, of een ‘toala’ te benoemen, man wat ben ik dan fier op jou.

 

Soms zijn er dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn voor jou. Zoals binnenkomen in een kamer vol mensen, ook al zijn dat je liefste familieleden. Dan ben je wat verlegen, en duik je onder in mijn armen. Maar als je dan na een half uurtje toch enkele stapjes waagt, of een high five geeft aan je opa, dan ben ik zo fier op jou.

 

En als je dan bij het afscheid kiest om tóch geen kus te geven, maar enkel wilt wuiven, dan ben ik ook fier op jou. Want jij mag kiezen wie jouw liefkozingen krijgt, en zéker wie niet. Ook al vind ik dat op dat moment misschien wat jammer, dat doet er helemaal niet toe.

 

Je zoekt je grenzen op, en dat betekent dat je test wat mag en wat niet. En nog eens test, en nog eens. Heel hard huilt als blijkt dat wij vinden dat eten op de grond gooien aan de andere kant van die grens ligt. Dat kan een tikje vermoeiend zijn, maar lieve schat, jij moet je wereld uittekenen op basis van behoorlijk weinig gegevens, en daar bewonder ik je voor.

Nu klinkt het misschien alsof ik applaudisseer voor elke boer, sta te springen bij iedere lach.

 

Laat ons zeggen dat ik een behoorlijk hoge basisdosis fierheid heb, die er altijd is – gewoon omdat ik je mama mag zijn, jij jij bent, met je ontwikkelende karakter, je flinke krullenbos en je liefde voor treinen.

 

Daarnaast piekt die fierheid geregeld, zoals vorige week met die driewieler, of dit weekend toen je een voorzichtig balspelletje begon met een neef die je eigenlijk helemaal niet kende.

 

Dus vergeef het je oude mama als ze in herhaling valt, elke avond als ze je in je bedje legt.

Ze meent het, wat ze zegt.

 

Laatste schooldag

De laatste dag van het schooljaar. Dat betekent niet ongelooflijk veel voor ons. Wij staan geen van beiden in het kleuter-, lager of secundair onderwijs, en voor onze kleine reus begint dat avontuur pas in januari.

 

Toch kriebelde het een beetje. Heel wat herinneringen van die laatste week en dag kwamen naar boven. Alle nota’s en overhoringen mooi bundelen en in een doos klasseren. Weten dat je alweer een stapje verder bent geraakt. De gebouwen en banken achter je laten en er twee maanden niet aan denken.

 

Die laatste dag, 30 juni, is toch zo’n beetje de perfecte vrijdagavond? Je weet dat het werk voorbij is, maar de volledige, onaangeroerde vakantie ligt nog te blinken aan je voeten.

 

Ik stuurde een smsje naar de leerkrachten in mijn omgeving. Hen wacht twee maanden verdiende rust. Ik ga nog drie weken aftellen tot mijn drie weken.

 

1338776063923_5400305