Doodgewone dingen

Ik ben zo iemand die dingen ziet. Kleine dingen.

 

Misschien moet ik even specifiëren. Er zijn namelijk ook heel veel dingen die ik niet zie. Als een vriendin vijf kilo is afgevallen (of bijgekomen!) bijvoorbeeld… kleine kans dat ik dat merk. Als er nog stof ligt onder de kast wanneer de poetsvrouw is geweest… ontgaat me waarschijnlijk. Dat mijn auto immens vuil wordt… moet ik eens op gaan letten.

 

Maar ik zie wel de nieuwe oorbellen van mijn collega. De ring die plots aan een vinger verschijnt. Het trekje om de mond van iemand die ‘ça va’ zegt, net niet overtuigend genoeg. De nieuwe muggenbeet op het been van zoonlief. Dat kleine detail op het trouwfeest.

 

De eerste blaadjes in de lente. Een mooie boom. Een grappige wolk. Ik kan daar blij van worden. Van kleine, doodgewone dingen.

 

Ik lees dus ook heel graag de rubriek in De Standaard Magazine, waarin een Bekende Vlaming zijn lijstje maakt van die dingen die hem/haar vrolijk maken. En toen ik zag dat de schrijfster van die stukjes, Kelly, op haar blog uitnodigt om hetzelfde te doen, dacht ik: gaat-ie!

 

Mini-disclaimer: vrienden, familie en gezin, uiteraard maken die me vrolijk. Maar daar gaat de helft van deze blog al over. Ik wil nu even inzoomen, op kleinere, bijna microscopische zaligheidjes.

 

Vijf doodgewone dingen die mijn hart deden zingen deze week:

 

  • Een beetje wasabi in je sojasaus mengen en weten dat je nog al je sushi te goed hebt
  • Als je alle was opvouwt en alle sokken hebben hun ‘partner’ nog
  • De eerste keer buiten eten in de lente
  • Het gevoel van pas gepoetste tanden
  • In de Albert Heijn rondlopen en de tijd hebben om op onderzoek uit te gaan

 

Ik gaf op nieuwjaar een grote glazen bokaal cadeau, samen met 400 post-its. Met als motto: Niet elke dag is goed, maar er zit iets goed in elke dag. En ik nam me voor om ook elke dag dat kleine goede momentje bij te houden.

bokaal

nl.metrotime.be

Tot nu toe bleef het bij een voornemen, maar misschien is dit een mooi begin?

 

Welke doodgewone dingen maken jullie blij?

Een weekmenu opstellen in vier stappen

Screen Shot 2017-05-20 at 14.35.27

Vorige week had ik het over de vijf grote voordelen van het werken met een weekmenu. Natuurlijk, het is niet omdat je overtuigd bent dat iets een goed idee is, dat je dat meteen kan of wil realiseren.

Enkele van de vragen die me gesteld werden over de praktische kant van de zaak:

  • Hoe begin je aan zo’n weekmenu?
  • Kost dat niet heel veel tijd om zoiets uit te denken?
  • Ik heb sommige dagen echt heel weinig tijd, wat doe je dan?
  • Hoe link je je boodschappenlijst aan je weekmenu en zorg je dat je niets vergeet?

 

En ik dacht terug aan hoe ik in het begin aan puzzelen was om alles in een menu te laten passen, maar vooral ook om daarna iet of wat het menu te volgen. Want wat heb je aan een mooi lijstje op je magneetbord, als je elke avond denkt ‘Daar begin ik echt niet aan’ of ‘oei ik heb geen pasta voor de pastasalade of geen spinazie voor de spinazieomelet’.

 

Laat ik beginnen met de stelling dat je weekmenu een richtlijn is, geen wet. So what als je halverwege de week besluit morgen toch Chinees te gaan halen? Wat maakt het uit als je twee dagen hetzelfde eet omdat je in al je enthousiasme pasta hebt gekookt alsof er een leger kwam eten? Doel van een weekmenu is minder stress, niet meer.

 

Daarom vandaag:  een weekmenu opstellen voor dummies!

(En volgende week: weekmenu opstellen voor gevorderden).

 

1. Wat plannen?

Ga je een menu opstellen voor elke avond, of plan je ook de lunch mee in? Ga je all the way, en staat het ontbijt, de snacks en het dessert er ook bij? Dat hangt natuurlijk van je situatie af. Ik ben geen boterhammenfan, maar merk dat als ik mijn slaatjes niet op het weekmenu zet, ik ’s middags eindig met koude pasta en een halve paprika. Ik plan onze lunches dus ook in.

 

2. Timing

Om te beginnen is het belangrijk na te denken over wanneer je dat weekmenu gaat opstellen. Zaterdagvoormiddag zou een goed moment kunnen zijn, omdat je dan meestal wat tijd hebt om met de andere gezinsleden te overleggen, en de meeste mensen doen inkopen in het weekend. Neem een koffietje, twee papiertjes en een pen.

 

Als je echter een andere planning hebt, of zoals wij Collect and go doet, dan moet je er iets vroeger aan beginnen, om dan op zaterdag je boodschapjes op te kunnen halen.

 

Hoe dan ook is het een goed idee een vast momentje te prikken om even na te denken over de volgende week.

Dat betekent niet dat al het denkwerk op dat moment moet gebeuren – misschien denk je tijdens de week ‘oh, ik heb nog eens zin in kippenburgers’, of ‘die boontjes moeten dringend op’ – schrijf dat ergens neer en haal het boven om op het menu te zetten (kippenburger met boontjes- check!).

3. Inplannen in de gezinsagenda

Als je een lijst opstelt met wat je wilt gaan eten, is het nuttig even de weekagenda erbij te halen. Moet je op een bepaald moment gaan lunchen voor het werk? Ben je op de baan en zal je in de auto moeten eten? Dan is een rijstsalade niet meteen handig.

 

Een stoofpotje of ovengerecht is heerlijk maar als zoonlief naar de muziekschool moet, of de dochter heeft basketbaltraining om 19u en jullie komen thuis om 18u, dan moeten we realistisch zijn. Op sommige dagen moet het heel snel gaan, op andere snel, en op nog anderen heb je iets meer tijd.

 

Hou hier voldoende rekening mee. Je kan natuurlijk ook altijd inplannen dat je de ovenschotel al klaarmaakt voor de volgende dag, zodat je die gewoon moet opzetten en ondertussen iets anders kan doen. Kan werken. Ik probeer zelf niet te vaak te vertrouwen op mijn inzet om al ‘op voorhand’ te koken, omdat ik weet dat ik daar vaak toch niet de moed voor vind, tenzij in het weekend.

 

Als het vaak heel druk is ’s avonds, kan het een optie zijn om een paar weekends echt volop in kook-modus te gaan en maaltijden in te vriezen. Spaghettisaus, soep, zelfs (groenten)puree,… keuze genoeg!

 

4. Linken aan de boodschappenlijst

Als halverwege de week de melk bijna op blijkt te zijn, of je begint aan dat laatste rolletjes toiletpapier, zal je waarschijnlijk ook wel ergens een papiertje hebben liggen of een bord hebben waar je zulke boodschappen op noteert. Als dat niet het geval is: erg handig, doen!

 

Bij het opstellen van het weekmenu maak je best ook onmiddellijk een boodschappenlijstje. Steak met bloemkool en aardappeltjes – hebben we nog steak in de vriezer? Hoeveel bloemkool hebben we nodig? Staat er nog geen haar op die patatjes in de garage? Ga alle ingrediënten in het recept na. Misschien is de bakboter wel op? En was er nog voldoende zout? Of hebben jullie ook zo iemand in huis die bij alles mayonaise eet?

 

Natuurlijk is je boodschappenlijstje niet klaar samen met je weekmenu. Welke maaltijden staan er niet op je menu? Heb je daar nog iets voor nodig? Is er voldoende muesli, yoghurt, beleg? Wat gaan jullie snacken? Is er nog voldoende te drinken?

 

Volgende categorieën: een mens doet meer dan eten alleen. Wat heb je nog nodig:

  • In de badkamer
  • Qua poets- en wasgerief (afwasmiddel, zeep, Dettol…)
  • Voor de huisdieren (die moeten ook eten, maar kijk, die krijgen weekmenu van brokjes brokjes brokjes)
  • Speciallekes: dingen die niet vaak terugkomen, maar mogelijk wel nodig zijn zoals papierwaren, vuilzakken, … wat dan ook.

 

 

Voilà, het weekmenu is opgesteld en het lijkt haalbaar voor iedereen. Bij ons ziet het er deze week, een beetje een speciale, ‘korte’ week, zo uit:

 

  Lunch Diner
Maandag Spinaziesalade met geroosterde tomaatjes en geitenkaas Kipfilet met bloemkoolrijst en tuinbonen
Dinsdag Omeletje met groenten en hesp, broodje Pasta met erwtjes, spinazie en spekjes
Woensdag Pastasalade met kip tandoori Shakshuka
Donderdag Boterhammetjes en soep Nog te bepalen (mogelijk uitstapje)
Vrijdag Wraps met groenten en chilisaus Kabeljauw met prei, aardappel en roomsaus
 

 

 

Waar houden jullie zoal rekening mee bij het opstellen van je weekmenu?

 

 

Zondag, zo’n dag

Het werd zo’n weekend.

 

Zo’n weekend waarin er matig weer was voorspeld, maar het lekker zonnig werd.

 

Zo’n weekend waarin je op zaterdagochtend minifuif houdt en met z’n allen volledig crazy gaat op de Maya- en de Bumbadans.

 

Zo’n weekend waarin je in de bib tussen de peuterboekjes het beste vriendje van je zoon, en zijn ouders, tegenkomt en gezellig kan bespreken of je nu ‘Kasper gaat op het potje’ gaat meenemen, of eerder ‘Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn hoofd gepoept heeft’.

 

Aangezien de bib aan het gemeentehuis ligt, konden de geluiden van kersvers getrouwde koppels je vrolijk maken.

 

Waar je bij het buiten rijden twee bekenden ziet, die erg geïnteresseerd zijn in een huis dat te koop staat op 200m van je deur.

 

Zo’n weekend waarin manlief gaat joggen, zoon een lekker lang dutje doet en jij met een koffietje een half uurtje gewoon voor jezelf hebt – en dan ook bewust de boel de boel laat en ervan geniet.

 

Waarin de buurvrouw je plots uitnodigt om langs te komen met een lege kookpot, omdat ze te veel aspergeroomsoep heeft gemaakt.

 

Waarin vrij onverwacht die goeie vriend die in het buitenland woont, komt eten en je samen pizza’s maakt.

 

Een weekend met een rustige zondagmorgen, waarin we alle drie van havermoutpannenkoekjes met banaan smullen als ontbijt – en zoonlief ze eerst met schattige concentratie met wat boter besmeert.

 

Waarin we met ons drietjes gaan joggen!

Nu ja, we begonnen zo, vol goede moed

IMG_0217

Maar na een tijdje was zoonlief het zitten beu en ging het zo:

Screen Shot 2017-05-21 at 14.18.59

 

En het eindigde zo – snel ging ik niet meer, maar kom, krachttraining telt ook he!!

IMG_0558

 

Zo’n weekend waarin we buiten konden aperitieven, familie zien en ’s avonds nog energie genoeg hebben om aan de salade van morgen te beginnen.

 

Zo’n weekend was het. Kan ik ergens een abonnement nemen?

Tekst en uitleg #6

Vorige week startte ik met het beantwoorden van 10 persoonlijke vragen. Nu waren dat de eerste 10 van een reeks van 1000, die bij het magazine Flow werden uitgegeven. Ik ben dus nog wel even zoet. Deze week vraag 11 tot en met 20, over in Sinterklaas en jezelf geloven, entertainment en liefdesverdriet.

  1. Tot welke leeftijd geloofde je in Sinterklaas?

Ik heb eerlijk gezegd echt geen idee. Ik herinner me wel nog heel goed dat ons buurmeisje me vertelde dat het allemaal nep was. Waarop ik de Sint eerst nog verdedigde – lief he, van mij. Maar na wat nadenken besefte ik toch dat paarden op daken ietwat zeldzaam zijn. Het staat me nog zo goed voor de geest dat ik toch echt wel 6 of 7 moet geweest zijn.

 

  1. Wat wil je nog graag kopen?

Nieuwe kleren en schoenen. Ik weet dat ongeveer elke vrouw wel eens zegt dat ze niets heeft om aan te trekken, maar in mijn geval komt dat letterlijk akelig dicht bij de waarheid. Jammer genoeg mis ik dat stukje DNA op het tweede X-chromosoom waar het shopping-gen zit. Anders gezegd: Ik HAAT shoppen!

 

  1. Welke karaktereigenschap zou je graag willen hebben?

Ik ben al vijf minuten aan het sjieken op deze vraag. Ik vind dit een heel moeilijke. Daaruit kan ik twee mogelijke conclusies trekken.

  • ik ben niet creatief genoeg om iets te bedenken –> ik zou creatiever willen zijn
  • ik vind mijzelf al behoorlijk geweldig dus ja, wat kan er nog bij? –>ik zou bescheiden willen zijn.

 

  1. Wat is je favoriete televisieprogramma?

In de categorie ‘Series’ ben ik grote fan van Suits en het 3de seizoen van How to get away with murder was naar schatting 1340 keer beter dan het 2de. Voor dat half uurtje voor het slapengaan mag het How I met your mother en Modern Family zijn.

In de categorie ‘Licht entertainment’ heb ik erg genoten van Hotel Römantiek en Jani Gaat. Zo grappig, zonder uit te lachen. Een dunne grens.

 

  1. Wanneer ben je voor het laatst in een pretpark geweest?

Lieve deugd, het is zo lang geleden dat ik het me niet meer kan herinneren. We zijn voor de plechtige communie van de jongste schoonzus naar Walibi geweest. Dat is dus … euh… zo’n 16 jaar geleden. Help.

 

  1. Hoe oud hoop je te worden?

Ik hoop een mooie leeftijd te halen, probeer daarom ook zo gezond mogelijk te leven. Wie niet? Ik kan daar geen cijfer op plakken, het hangt van zoveel factoren af. Laat ons het erop houden dat het leven mij erg smaakt, en ik er nog veel van lust.

quote 2

  1. Aan welke vakantie denk je met weemoed terug?

Aan Guadeloupe, omdat we zo heerlijk jong en onbezorgd waren. De belangrijkste vraag van elke dag: welke strand is het mooiste?

 

Aan Ijsland, omdat het zo een prachtige, ongelooflijke reis van drie weken was, die meteen de start betekende van een heel ander soort reis, van 9 maanden.

 

  1. Hoe voelt liefdesverdriet voor jou?

Het klinkt misschien wat gek, maar het ergste LDVD heb ik gehad toen een hele goeie vriend plots niets meer met mij te maken wilde hebben. Ik begreep er echt niets van, mijn 16-jarig hartje kon daar niet mee om. Die hele zomer voelde ik me ongelooflijk verlaten en ellendig.

 

  1. Had je liever anders willen heten?

Nee hoor, ik ben genoemd naar mijn oma, omdat ik haar eerste kleindochter was na een hele rits kleinzonen – en die naam dragen vind ik een hele eer. Bovendien is dat toch gek, je voorstellen dat je anders heet? Een naam groeit toch met je mee, gaat bij je passen, toch? Hoe zou een stoel heten als het geen stoel was? (OOeehh, daar wordt het even filosofisch!)

 

  1. Waarin heb je aan jezelf getwijfeld?

In ongeveer alles wat een naam heeft, want ik was heel onzeker als kind en tiener. Manlief heeft mijn zelfvertrouwen een serieuze boost gegeven, al heeft dat tijd gekost. Als er één voordeel is aan ouder worden, dan is het wel dat je jezelf beter leert kennen, waardoor je wat minder moet twijfelen.

 

Maar of je dan nooit meer twijfelt… dat betwijfel ik!

loesje mezelf twijfelen

Wat eten we deze week? Voordelen van een weekmenu

‘Wat eten we vanavond?’– toch zeker in de top 5 van meest gestelde vragen ever. Bij ons is het antwoord duidelijk: ‘kijk maar even op het bord’.

 

Ons magneetbord is de place to be in geval van stress rond het avondeten. Daar hangt netjes ons weekmenu, met een overzicht van de geplande lunches en diners.

 

Ja, een weekmenu samenstellen is sinds jaar en dag een gewoonte van me – ik kan me echt niet meer voorstellen dat ik niet vastleg wat we gaan eten. Hoe gaat dat dan, als je dat niet doet? Die stress, elke avond naar huis rijden en moeten denken, wat gaan we nu weer maken? Wat zouden we nog liggen hebben? Misschien net dat éne ingrediënt te kort komen voor dat geniale idee dat je dan toch krijgt. Hoe vaak moet je dan nog ‘even’ langs de winkel?

 

Mensen die me melden dat dat écht te veel tijd kost, zo een weekmenu (en bijhorend boodschappenlijstje) opstellen, die verwijs ik graag door naar bovenstaande opmerkingen. Wij gaan 1 keer per week naar de winkel (of liever: tegenwoordig pikken we één keer per week de boodschappen op met Collect & Go), en tussendoor pik ik nog één keer iets op (vers brood, beleg) van onze buurtwinkel.

 

En als je weet wat je gaat eten, dan heb je daar over het algemeen ook zin in (want critici hebben me al gezegd dat je toch niet kan voorzien wat je wil eten). En als je er dan echt geen zin in hebt: tant pis. ’t Is een weekmenu, niet de 10 geboden.

 

Ik ben dus een absolute aanhanger van het opstellen van een weekmenu. Samengevat spaar ik vijf dingen uit:

  • Tijd – beter één keertje serieus boodschappen gaan doen, dan vijf keer de kassarij trotseren
  • Geld – want geef toe, die vijf keer neem je toch altijd nog iets extra mee
  • Stress – ik weet gewoon dat alles in huis is, en dat het avondeten dus wel in orde komt. Ik hoef er niet meer over na te denken
  • Calorieën – bij het opstellen van het weekmenu probeer ik gezonde keuzes te maken. Komt beter uit dan snel een pizza in de oven schuiven omdat ik niets weet te verzinnen (al staat pizza uiteraard ook geregeld op het menu).
  • Voedselafval – doordat ik mijn boodschappenlijstje afstem op wat we effectief gaan maken, gooien we minder ‘vergeten’ eten weg.

 quote

 

 

 

 

 

Wat er deze week op het menu staat?

  Lunch Diner
Maandag Rijstsalade met gerookte zalm en geitenkaas Knolselderijstoemp met gebakken seranoham
Dinsdag Couscoussalade met feta Pasta met spinazie en artisjok
Woensdag Pastasalade met rauwkost Asperges met ei en puree
Donderdag Groentesoep met broodje Witloof met hesp en bloemkoolsaus
Vrijdag Krieltjessalade met spekjes en radijsjes Zelf gemaakte pizza
 

Er zitten een paar van onze klassiekers tussen, maar ook dingen die we nog niet eerder gemaakt hebben. Naar de knolselderpuree ben ik bijvoorbeeld heel benieuwd!

 

Wat staat er bij jullie op het menu?

 

terrible day

Zoondag #7: mamadag

Deze zoondag is het ook mamadag. Al een hele week lees ik op de sociale media over kindjes die echt echt echt niet willen verklappen wat ze geknutseld hebben voor mama, maar uit puur enthousiasme toch hun mond voorbijpraten, of op donderdag melden dat het al zondag is (om het pakje af te kunnen geven). Zalig grappig.

 

Zoals met alle themadagen, kan het vieren voor sommigen toch wat gevoelig liggen. Zeker bij moederdag. ‘Moeder zijn’ of ‘moeder worden’, dat is nu eenmaal gevoel, heel veel gevoel met momenten. Soms zijn er vrouwen die zich buitengesloten voelen. Die denken: ‘Mag ik ook vieren op moederdag? Mag ik ook gevierd worden?’

 

Ik wil op moederdag dan ook graag dezelfde lijn doortrekken als in de rest van mijn leven: ik discrimineer niet.

Plusmama, pleegmama, sterrenmama, wensmama… maakt mij allemaal niet uit – als jij je mama voelt, waarom zou je dan niet gevierd mogen worden? Of nog: misschien zit dat gevoel nog niet helemaal juist maar wil jij toch gevierd worden op moederdag? Allemaal goed, aanslepen die koffiekoeken en knutsels.

 

Voor mij is moederdag ook al een tijdje dubbel. Ik ben elke dag zo gelukkig dat ik mama mag zijn van mijn ongelooflijke krullenbol. Elke keer hij zich op mij ‘werpt’ voor een wilde omhelzing, elke keer hij ‘ja’ zucht als ik hem in zijn bedje vertel dat ik fier op hem ben en hem zo graag zie, elke keer hij mij verbaast met wat hij al kan en weet en zegt…. Dan kus ik mijn twee pollekes. Dus moederdag vieren? Tuurlijk, bring it on.

 

Aan de andere kant van de medaille daarentegen…

….ben ik ook een mama zonder mama.

 

En is het slikken in de weken voor moederdag, wanneer je overspoeld wordt met reclameboodschappen als ‘zeg haar wat ze voor je betekent’, ‘laat haar zien hoeveel je om haar geeft’, ‘op zondag ga je toch zeker eens langs met’ — *met een bloemetje, dit parfum, dit fotoboek, of crazy genoeg ook deze kilometerverzekering (WTF, Corona Direct?)*

 

En besef ik eens te meer dat dat niet kan, haar verrassen. Dat dat niet kan, haar zien met een macaroniketting die haar kleinzoon heeft gemaakt. Dat dat niet kan, haar uitnodigen voor een uitstapje samen.

 

Mijn mama ben ik straks al tien jaar kwijt. Het is veruit mijn donkerste dag, ik verloor zo veel dat het niet te beschrijven valt. Zo veel dat ik er amper over geschreven heb.

 

De dag dat ik zelf mama werd, 7,5 jaar later, was samen met mijn trouwdag de mooiste van mijn leven. Het was ook de dag dat ik opnieuw iets verloren ben. Ik verloor een oma van mijn zoon. De moeder die zo graag grootmoeder wilde zijn. Die, toen we aan het uitkijken waren naar een huis of bouwgrond om te kopen, zich niet wilde opdringen, maar toch zachtjes vroeg niet te ver te gaan wonen, ‘want ja, als je dan een ziek baby’tje hebt’. De vrouw wiens gezicht ik zo graag had gezien, wanneer ik haar zou vertellen dat we onze zoon naar haar zouden noemen, een plan dat ik opvatte toen ik manlief amper een jaartje kende. Net zoals ik naar mijn oma ben genoemd, die daar ook zo trots op was.

 

Dus ja, moederdag. Moederdag is dubbel.

 

Al kan je er zeker van zijn dat ik haar wél zal vertellen wat ze voor mij betekent. Hoeveel ik om haar geef. En hoe ik zoonlief over haar vertel.

Dat hij één top-oma heeft die dicht bij ons woont, in haar huisje, en één top-oma, die dicht bij ons woont, in ons hartje.

 

quote mom

Vijf op vrijdag: grappigste momenten van de week

Het was een drukke week. Alweer. We keken uit naar het weekend. Alweer. Maar deze week werden we ook herinnerd aan twee zaken die absoluut prioriteit verdienen:

 

Familie.

 

Samen lachen.

 

Wat zo mooi was aan de vorige week? Dat ik steeds een mooie combinatie kreeg van beiden: vijf familiemomentjes waarbij ik vragen kreeg of opmerkingen hoorde die me zo deden lachen. En omdat het vrijdag is, na een week van zon en rommelend onweer op alle vlakken, deel ik ze graag.

 

  1. Zaterdagnamiddag op het pleintje. Zoals zo vaak staan manlief en ik samen buiten terwijl zoonlief op zijn loopfietsje rondtoert. Twee buurmeisjes van bijna 4 doen gezellig mee. Ze vinden het wel leuk om een praatje te slaan. Maar hoewel ik ze al minstens vijf keer heb verbeterd, blijven ze dingen vragen als ‘waarom praat jouw kleine broertje nog niet veel?’ en ‘waarom draagt jouw kleine broertje een helmpje?’. Ik ben ouder dan hun moeders, wed ik. Maar ik vind het wel een mooi compliment!

.

  1. In dezelfde reeks werd me de vraag gesteld: ‘Waarom heeft jouw papa de kantjes van het gras niet af gemaaid?’ Ik heb manlief met een grote smile gemeld dat hij wel degelijk de ‘papa’ is in dit verhaal.

.

  1. Zondagmiddag bij de schoonouders. Een gezellige bende. Alle aanwezige ‘schoonkinderen’ (3 schoonbroers en ik) kennen elkaar zo’n 8 à 10 jaar.
    Zoonlief is over zijn eerste verlegenheid heen en rent rond met het neefje en de nichtjes. ‘Vrolijke dolle bende’ is een mooie omschrijving.
    Eén van de schoonbroers heeft zoonlief, die nu luid en allerschattigst aan het schateren is, in het oog. ‘Van wie heeft die eigenlijk die krulletjes?’ vraagt hij. Ik kijk hem aan, knipper met mijn ogen, en verwacht elk moment het ironische lachje. Maar nee. Hij meent het. Ik leg uit dat zowel mijn vader als mijn moeder krullen hadden. Maar eigenlijk is die uitleg op zich al hilarisch. Voor de mensen die me niet elke dag tegen komen, dit ben ik van mijn beste kant.P1110474
    Dus ja, van wie? Blijft een raadsel hé.
    .
  2. Dinsdagavond, boekjestijd! Ik kocht een tijdje terug een boekje in de Action met 100 dieren achter flapjes. Zoonlief vindt het heerlijk die op te tillen en te ontdekken welk beestje erachter zit. Een tijg(er)! Een sijash (giraf)! Een poes! Een ‘ondje’! Er zijn ook variaties mogelijk – dan staat er bovenop het flapje een staart, en van wie die staart dan wel mag zijn, kom je te weten als je het flapje opent. Kregen we deze conversatie: ‘En van wie is deze staart, schatje?’ Antwoord: ‘van papa’.

    .

  3. Het is een ritueeltje geworden, een vraag gevolgd door een dikke knuffel. De vraag is altijd dezelfde: ‘Wie is mama’s beste vriend?’. Over het algemeen zijn er twee mogelijkheden: ofwel heeft hij zin om mee te spelen, en gilt hij lachend zijn – steeds beter verstaanbare – naam. Ofwel kijkt hij bedenkelijk, fronst een beetje en zegt: ‘neen.’ Waarop ik dan door begin te vragen. ‘Is papa mijn beste vriend?’ ‘Neeeeeee’. ’Is Scotty mijn beste vriend?’ ‘Neeeeeee’. ‘Is Bumba mijn beste vriend?’ ‘Neee-eeee-heee’, tot ik met mijn vragen bij hem terecht kom.
    Maar woensdag tijdens de ochtendrush ging het anders. Stond ik even met mijn elektrische borstel en mijn mond vol tanden.‘Schatje, wie is mama’s beste vriend?’. Onmiddellijk antwoord: ‘Mama!!’

    Ja, mijn kleine zenmeester.
    Dat zou zo moeten zijn, je hebt gelijk. Niet alleen net voor moederdag.
    Mama’s beste vriend, dat zou mama moeten zijn.

    Die dikke knuffel heeft hij uiteraard óók gekregen!

Corrigendum: trop is te veel

Tegenwoordig moet alles snel gaan.

Af en toe vallen er dan ‘slachtoffers’.

Zo kreeg ik gisteren een complimentje over mijn vorige blogje met de eerste 10 van 1000 vragen. Maar deze ‘anonieme bron’ vroeg me tijdens onze date night ook waarom ik had geschreven dat ik te veel tijd spendeerde aan mijn gezin.

Hoezo, ‘te veel’. Nee, ‘veel’. Ik spendeer ‘veel’ tijd aan mijn gezin, niet ‘te veel’. Hoe kan ik nu ‘te veel’ tijd spenderen aan mijn gezin, dat kan toch helemaal niet?

Nee nee, zei de bron, er stond ‘te veel’ in de vraag. Ik vond het al wat gek.

En zoals dat tegenwoordig gaat, haal je dan je telefoon boven bij en zoek je boven je Thaise kokossoep op wat je ook alweer hebt geschreven.

En daar stond het, de vraag die ik geknipt en geplakt had van een andere website, en duidelijk niet goed gelezen: Waar besteed je te veel tijd aan? Mijn antwoord: mijn werk, mijn gezin, eten, sociale media.

Let’s be clear people: Ik spendeer te veel tijd aan mijn werk en sociale media. Ik spendeer te weinig tijd aan slapen, rust, en aan het nalezen van de blogs die ik schrijf.

Ik spendeer veel tijd aan mijn gezin. Maar dat kan en zal nooit te veel zijn.

(Ondertussen aangepast op de blog. Foutje bedankt.)

 

 

Tekst en uitleg #5: 1000 vragen (of 10)

Vragen aan jezelf stellen, het lijkt iets therapeutisch te hebben. Nadat ik in de rubriek Tekst en Uitleg de vragen uit een online magazine beantwoordde, ging ik op zoek naar nieuwe bronnen. Kassa kassa toen ik het Flow magazine ontdekte dat een lijstje van 1000 vragen aan jezelf heeft laten opstellen. Al zal ik misschien met de eerste 10 beginnen… het is al laat enzo… Vandaag over kusjes geven, huilen en eerste keren!

 

  1. Met wie kan je het beste opschieten?
    Ik kan met veel mensen opschieten, maar mijn man staat wel op nummertje één. Dat zal waarschijnlijk geen verrassing zijn, toch? We kennen elkaar al een eeuwigheid en hij heeft de ‘vervelende’ gewoonte ontwikkeld te zien wat ik denk nog voor ik het gezegd heb.
    .
  2. Waar besteed je veel tijd aan?
    Aan mijn werk, aan mijn gezin, bezig zijn met eten (plannen, kopen, dromen over, klaarmaken, eten), aan sociale media (helaas) en een beetje te weinig aan slaap.
    .
  3. Om welke grappen kan je heel hard lachen?
    Taalgrapjes vind ik meestal wel leuk, of grapjes waarvan ik de clou echt niet zag aankomen.
    .
  4. Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?
    Ik doe eigenlijk heel veel voor het eerst, nu ik erover nadenk. Ik ben voor het eerst met mijn metekindje naar Londen geweest, ik heb mijn lieve zoon voor het eerst drie dagen bij de papa gelaten (ik tel even mijn ziekenhuisbezoek na de appendicitis niet mee), ik heb voor het eerst een Iphone gekocht, en heb dan ook voor het eerst aan Siri gevraagd een bericht voor me te schrijven.
    .
  5. Huil je makkelijk in het bijzijn van anderen?
    Neen, alleen bij mijn man, en een handvol vrienden. Dat is geen bewuste keuze, maar zo is het wel.
    .
  6. Waar bestaat je ontbijt uit?
    Ik probeer wat af te wisselen, maar meestal bestaat mijn ontbijt uit een kop citroenthee, 30 gram muesli, alpro sojayoghurt en stukjes fruit.
    .
  7. Wie heb je het laatst een kus gegeven?
    Ik gaf manlief een kusje voor hij ging joggen, en zoonlief kreeg een slaapwel kusje.
    .
  8. Waarin lijk je op je moeder?
    Als ik de oude foto’s mag geloven, haar krullen. En nu ik zoonlief heb om het te testen, haar geduld met haar kinderen. En ik hoop ook haar doorzettingsvermogen, de kracht om je hoofd recht te houden, ook als het moeilijk gaat.
    .
    quote
  9. Wat doe je als je ‘s ochtends wakker wordt?
    Twee mogelijkheden: Ik zet de wekker af (want die staat aan mijn kant), en ga naar beneden om de ontbijttafel te dekken. OF: zoonlief is wakker voor de wekker, dus ik ga hem uit bed halen, en ga met hem naar beneden om een flesje te maken en te geven.
    .
  10. Ben je een goede voorlezer?
    Ja, dat denk ik wel – ik doe het ook heel graag, en zowel kinderen als volwassenen hebben nog geen klachten geformuleerd. In een pre-CD-tijdperk heb ik voor een neefje een cassette vol gelezen met boekjes van Nijntje en Betje Big. Hoe moe ik ook ben, een verhaaltje moet altijd kunnen.

 

voorlezen

bron: brabbels.com

Afternoon tea – deel 2

Zoals ik eergisteren schreef (hier) over mijn citytrip in Londen, was onze eerste poging om met het pinkje omhoog thee te nippen uit porseleinen kopjes, jammerlijk de mist in gegaan.

Die eerste twee dagen in Londen hadden we behoorlijk wat kilometertjes afgelegd, en dan vooral te voet. Mijn stappenteller voelde zich eindelijk nuttig en meldde me dan ook steeds wanneer ik mijn vooropgesteld doel van de dag had gehaald. Dat dat pas gebeurde na zo’n 12 000 stappen, deed me toch ernstig overwegen die stappenteller aan een duif te hangen ofzo – ik kan echt niet elke dag het equivalent van half Londen afwandelen om dat doel te halen. Op die manier is dat totaal niet realistisch.

Enfin, dit terzijde, er werd dus veel gewandeld in Londen. Een pauze was welkom.

Maandag was onze laatste dag in de Britse hoofdstad, en dus ook onze laatste kans op échte authentieke afternoon tea. Nu had ik ontdekt dat er een patisserieketen is die heel degelijke hapjes serveert voor een aanvaardbare prijs. En wat nog handiger is: er is een filiaal vlak aan het internationale treinstation St. Pancras, waar we naar huis zouden vertrekken.

Twee nadelen: 1) We stonden daar natuurlijk wel met onze koffers. Nu ja, mijn gezelschap stond daar met een klein koffertje, en ik met een uit de kluiten gewassen valies op vier wielen, en een rugzak. En 2) Als het ons daar niet lukte om thee te versieren, dan hadden we onze laatste kans wel verkeken.

Na een ritje op de tube arriveerden we in St. Pancras. Dat station heeft echt luchthavenallures, het was dan ook niet evident om Patisserie Valérie te vinden. De twee Italiaanse jongens die de boel openhielden, schrokken wat. Oei, afternoon tea? Maar ja, ze konden wel iets maken. Alleen kon het enkel voor twee personen, meer ingrediënten hadden ze niet meer.

We bevestigden dat dat méér dan genoeg zou zijn voor ons drietjes, als we nog een extra potje thee zouden krijgen.

En dat kregen we ook. Sterke thee, met melk. Die melk, daar moest ik nog wat aan wennen. En we vroegen een kopje warm water om de thee wat aan te lengen.

Het onderste bordje had twee kleine quiches en kleine boterhammetjes- eigenlijk een soort belegde ‘soldaatjes’ – met eiersalade, ham, gerookte kip met tomatentapenade (apart, niet allemaal tegelijk). Het middelste bordje had twee scones met rozijntjes en twee zonder. Een potje roomkaas en vier kleine potjes confituur (van Bonne Maman, hahaha) maakten het af. Het bovenste niveau lag vol dessertjes. We hadden zelfs nog wat over.

Het voelde luxueus. Het voelde gezellig, daar midden in dat station. Het voelde als de perfecte afsluiter.

 

Afternoon tea – deel 1

Op drie dagen Londen kan je wel wat beleven. De verschillende hoogtepunten van zowat elke citytrip, een musical van de beste soort (met héél veel tapdansen en nog meer bling bling – 42nd street), dat stond zeker allemaal op ons lijstje.

Maar we wilden ons ook onderdompelen in een typische Britse traditie: de afternoon tea. Volgens de overlevering ingevoerd toen een hertogin in 1840 een hongertje kreeg rond 16 uur, is de afternoon tea een traditie geworden waarbij een pot thee gecombineerd wordt met hartige hapklare boterhammetjes en kleine zoetigheden. Dit alles wordt geserveerd op zo’n étagère van drie bordjes boven elkaar, om plaats uit te sparen op tafel.

Goed, een lekker kopje thee, komkommersandwiches en scones met rozijntjes, maar bovenal een excuus om een extra maaltijd te introduceren tussen lunch en diner? Count me in!

tea-2107191__340

Als het goed genoeg is voor de hertogin, is het goed genoeg voor mij!

Nu waren we uiteraard niet de enige toeristen die graag van deze Britse traditie wilden proeven. De Britten weten dat ook. De prijzen die hier en daar worden gevraagd, zijn dan ook ietwat hallucinant. Goed, je krijgt wat kleine hapjes, en misschien is de thee zelfs à volonté (à volonthee? sorry stom grapje), maar 50 pond per persoon? Halloooo, thanks but no thanks.

Bovendien zijn dat de chiquere etablissementen, waar je niet zomaar komt aanwaaien in sneakers en een jeansbroek. En laat dat nu net de enige outfit zijn die we in onze koffer hadden gepropt. Tja, wat draagt een mens op een citytrip?

Ik had dus naarstig gegoogled naar een plek waar we a) binnen mochten op stapschoenen, b) geen arm en been kwijt waren voor wat thee met lekkers en c) toch geen karton te eten zouden krijgen.

Ik landde op het restaurant van het British Museum. Dat viel volgens mijn reisgenoten heel goed, want zo konden we ook het museum bezoeken, en daarna van de afternoon tea genieten. Bovendien was de toegang tot het museum gratis.

pexels-photo-132857

Ik ga hier iets bekennen, waardoor ik misschien niet zo intelligent overkom, of kunstzinnig, maar… musea en ik…. Nee. Nope. Geen goeie combinatie. Ik weet niet precies waar het aan ligt, maar ik ben zelden geboeid door een verzameling kunstvoorwerpen of schilderijen, en nog minder door een hoop antiek.

Maar goed, je bent samen op citytrip dus je gaat mee hé. En je denkt: straks komt de thee. En scones met clotted cream & strawberry preserve. Okee, dan kan ik wel wat oude borden aan.

Nu blijkt het British Museum zelfs voor mensen die wél eens graag een museum bezoeken, niet echt geslaagd. Het is een verzameling van van alles en nog wat, de samenhang is volledig zoek. Je hebt de hal van Egypte (Okee, die sarcofagen zijn cool), de hal van het geld (oude muntjes), de hal van de tijd van 1980 tot nu (echt, zo’n telefoon met een draaischijf, die stond gewoon in onze gang, kunnen we aub afspreken dat dingen die in mijn huis stonden, niet in een museum horen).

Wat ik geleerd heb in het museum? Hoofdzakelijk dat mijn trui enorm aan het pluizen was aan de binnenkant. En dat ik bij een soortgelijke ontdekking opeens echt niet anders kan dan al die pluizenwebben er één voor één beginnen af te trekken, tot een bolletje te rollen tussen mijn vingers, en in de hallen rond te schieten.

Ik heb echt geprobeerd, zo geïnteresseerd rondkijken, ik begon met een kaartje te lezen, maar nee, het kwam toch snel weer neer op die pluizen. Hey, ik zeurde nergens over, en hield me in stilte bezig. Ideaal.

Ik was dus ontzettend blij toen we eindelijk de weg naar het restaurant zochten. Afternoon tea, here we come!

Tot we daar aankwamen en bleek dat het restaurant om 17u sloot (Het was 17u05). Pardon? Hoe kan een restaurant dat afternoon tea serveert nu sluiten om 17u? Sinds wanneer loopt de namiddag maar tot 17u?

Ik was echt ontzettend teleurgesteld! Had ik daarvoor al die oude vazen getrotseerd? Ba-len (als een Engelse stekker)!

We besloten de volgende dag (onze laatste dag in Londen) de jacht op thee verder te zetten.

Dus, als je ooit in Londen bent, en je denkt, afternoon tea in het British Museum lijkt me gewoonweg heerlijk…

… volg dan gewoon de groene pluizenbolletjes naar het restaurant.

En laat me weten hoe het was, OK?

 

 

Zoondag #6: een dag als mijn peuter

Vandaag dans ik door de dag als mijn peuter.

Ik geloof dat elk cadeautje, elk speelgoedje en alle mooie dingen voor mij zijn.

Ik ren rondjes om de tafel, of heen en weer tussen punt A en punt B en schater, omdat ik gewoon zo van lopen hou.

Ik lach met wat ik gek vind en ik lach met wat ik verwacht, omdat lachen leuk is.

Ik blaas op madeliefjes want op bloemetjes moet je blazen. En als dat niet werkt, dan moet ik lachen.

Ik verstop me 17 keer onder het dekbed en papa vindt me nooit terug.

Vandaag neem ik mijn tijd.

Vandaag is elk blaadje en veertje op mijn weg de moeite waard.

DSC_2721

Ik lach naar mijn spiegelbeeld en trommel op mijn buikje, zonder er verder over na te denken.

Ik wijs naar wat ik wil, roep het in één woord en herhaal tot ik het gekregen heb.

Ik zie elke plas als een uitnodiging tot een sprongetje.

Soms zing ik ‘hi hi hi ha ha ha’ want ik hoor liedjes in mijn hoofd.

Mijn loopfietsje is mijn beste vriend, en het weerzien is altijd hartelijk.

DSC_2552

DSC_2847

Elke trein is een festijn.

Vandaag juich ik om boekjes.

Ik hou van knuffels en kusjes maar geef ze niet zomaar weg.

Ik hou van mijn mama en papa want zij zijn alles wat ik ken en zij bestaan alleen voor mij.

Vandaag weet ik dat elke dag opnieuw de mooiste is.

DSC_2049

 

 

 

Het idee voor deze dag als peuter kreeg ik van een kennis uit Boston, wiens jongste dochter een weekje ouder is dan zoonlief. Samen zetten zij hun eerste stapjes.

(http://boston.citymomsblog.com/motherhood/today-i-will-be-happy-toddler/)

Moetens, heel veel moetens

Ik moet de boodschappen doen

Ik moet elke dag koken met verse groenten

Ik moet 2 liter water drinken

Ik moet nog drie manden was strijken vanavond

Ik moet drie keer per week fitnessen

Ik moet 5 kg afvallen

Ik moet mijn familie meer zien

Ik moet langer werken dan 17u, zodat ze zien dat ik het meen

Ik moet voor die promotie gaan, anders heb ik geen ambitie

Ik moet minder snoepen

Ik moet het gras nog maaien

Ik moet mijn eigen groenten kweken

Ik moet die opleiding volgen

Ik moet 10 000 stappen per dag zetten

Ik moet vroeger gaan slapen

Ik moet mijn huis nog poetsen

Ik moet minder stress hebben.

 

Er moet precies wel veel, hé. Maar van wie eigenlijk?

Begrijp me niet verkeerd – er zijn zeker dingen die écht nodig zijn. Je kan best opletten als je de straat over steekt. Je betaalt liefst je rekeningen. Je zorgt voor jezelf en voor je kinderen.

Maar misschien moeten er wel véél minder dingen dan wij denken. Want wie legt ons dat op? Wie bepaalt wat moet?

Als we heel eerlijk zijn? Heel vaak zijn we dat zelf. En kunnen we perfect een lijstje maken met wat écht moet en wat leuk zou zijn, als het ook lukt.

Mijn groottante gebruikte een uitdrukking die ik af en toe leen. Alleen besef ik nu pas dat ze echt helemaal nergens op slaat – ofwel heeft mijn groottante ze verkeerd onthouden, ofwel ik, maar ergens liep het grondig mis.

Toch zeg ik het nog graag, omdat het eigenlijk de absurditeit van al die ‘moetens’ mooi samenvat;

Moeten. Moeten. Moeten. Moeten is een geit in het Engels.

(Nu mijn Engels een beetje beter is, denk ik dat het eerder ‘mutton’ is waarnaar verwezen wordt. En als je dat dan opzoekt, dan besef je dat het eigenlijk moet zijn: ‘mutton’/moeten is een schaap in het Engels.)

Dus als je je nog eens overweldigd voelt door alles wat moet, denk dan even na over wat écht moet, waar je een andere oplossing voor kan vinden, wat je jezelf oplegt, waar je hulp kan inroepen (want JA, dat mag!).

En anders, eens blaten he. Kan deugd doen. Want ja, je weet wat tante Nelly zei:

Moeten is een geit in het Engels.

 

Vijf op vrijdag – leuke vakantiebestemmingen

Na een week waarbij het weer duidelijk niet doorhad dat de meimaand was aangebroken, belooft het weekend wat beter te worden. Tijd om te dromen over zomermaanden, buiten eten, lange avonden en de geur van zonnecrème.

Vandaar maak ik een lijstje op vrijdagavond, dat enkele van mijn leukste vakantiebestemmingen samenbrengt.

  • Ijsland: Niet dat dit lijstje in volgorde van ‘geweldigheid’ is opgesteld, maar Ijsland zou op al mijn rankings nummer 1 staan. De drie weken dat ik met manlief dit eiland rondreed, waren onbeschrijfelijk. Op één dag kon je perfect in vijf totaal verschillende landschappen terecht komen, van groener-dan-groene valleien met tientallen watervallen en honderden schapen, over zwarte vulkaanas zo ver het oog rijkt, tot kraters, of knalgele zwavelvelden. We waanden ons in Lord of the Rings, waarbij ik in het midden laat wie de elf was, en wie de dwerg.
    .
  • Thailand: Onze eerste kennismaking met Azië was meteen onze huwelijksreis, dus ik ben mogelijk bevooroordeeld. Toch zou ik Thailand aan iedereen aanraden, omdat het echt voor elk wat wils biedt: geweldige cultuur, prachtige regenwouden en sprookjesachtige stranden (The Beach werd hier niet voor niets opgenomen), en niet te vergeten: ontzettend lekker eten! Bovendien is het echt ‘Azië voor beginners’: reizen is er makkelijk en praktisch, mensen zijn vrienden (‘het land met de glimlach’) en de hygiëne is prima. Oh, en Thailand is, in tegenstelling tot wat ik eerst vreesde, een echt koffieland.
    .
  • De Belgische kust: hoe totaal on-exotisch om onze eigen Belgische kust in een lijstje van vakantiebestemmingen op te nemen. Om nog on-sexier te zijn moet ik waarschijnlijk over sokken breien of kauwtabak beginnen. Maar toch, maar toch. Als kind heb je er toch alles wat je je kan wensen? Wat is er beter dan de Belgische kust, tenminste… als het Belgische weer mee wilt.
    .
  • Canada: Manlief en ik zullen onze rondreis in Québec en Ontario nooit vergeten. Dat komt deels door de mooie natuur, deels door de verre verre verre familie die we daar als verrassing opzochten en waar we ontzettend warm ontvangen werden, maar ook en misschien vooral… door de walvissen. We gingen walvissen kijken in een zodiac-bootje en kregen méér dan waar voor ons geld. Op een bepaald moment zwommen er niet minder dan zeven bultruggen langs ons heen. Een blauwe vinvis, waarvan er nog 5000 rondzwemmen op aarde, dook naast ons op om een mondvol plankton te nemen (in deze mond past een kleine auto, het geeft even een idee). Zelfs onze doorwinterde kapitein/gids was door het dolle heen. En mijn biologen-hartje sprong bijna uit mijn borstkas. Walvissen werden mijn nieuwe 2de favoriet (altijd na katten, je begrijpt…). In een ander leven werd ik mariene onderzoeker, zoveel is zeker.
    .
  • Italië: Een stukje paradijs in Europa, daar is iedereen het toch over eens?

 

Voor dit weekend heb ik echter andere, ideale reisbestemmingen.

Mijn achtertuin en het speelhuisje dat daar staat. Mijn doodlopende straatje. Het bankje in de zon dat een ideaal zicht biedt op kleine coureurs die op loopfietsje langs de bochten scheuren. En mijn bedje.

Slaapwel!

 

Getest: ‘Het bucketlistboek voor koppels’

Ik heb het al vaker gehad over een bucket list (of net niet). Een lijst met zaken die je graag wilt afkruisen, over een bepaalde tijd. Manlief en ik noemen het dan misschien niet meteen een emmerlijstje, maar we maken af en toe wel tijd om na te denken over wat we allebei, en allebei samen, willen bereiken. En op welke termijn. En wat de eerste stap dan is.

 

Ik geloof wel dat als je zo’n dingen uitspreekt, bespreekt, dan ze iets hoger op die enorme stapel in je hoofd belanden, waar al je gedachten, ideeën en wensen zich verzamelen. En als er zich dan een kans voordoet, dan zal je die misschien sneller willen, of durven, grijpen.

 

Goed ja, mijn bucket list zal er dus ook nog wel komen. Zo’n lijstje opstellen is waarschijnlijk wel fijn, en niet alleen omdat ik zo’n lijstjes-fanaat ben.

 

Maar voor kerst kregen manlief en ik al een aardig duwtje in die richting. We kregen ‘Het bucketlist boek voor koppels’ cadeau.

 

Ja, er zijn mensen die geld verdienen met het opstellen van lijstjes, met activiteiten en ervaringen die je moet gedaan hebben. Ergens is het vreemde daaraan dat ze geld verdienen met anderen te vertellen wat er op hun lijstje staat. Want ja, als koppel (of als ‘mama en zoon’, ‘papa en dochter’, en er zijn nog andere combi’s) moet je toch echt wel deze 250 dingen gedaan hebben. Want anders…. (ja…wat anders eigenlijk? Who knows!).

COVERBUCKETLISTKOPPELS

Goed, het is een aardig boekje. Ik had het al eens doorbladerd, het heeft een hele frisse lay-out die erg speelt met verschillende lettertypes en opmaak waardoor dit echt niet een saai lijstje is met aan te vinken hokjes . Het zou ook maar een dunne uitgave zijn op die manier natuurlijk.

 

Het papier vind ik dan zelf weer niet zo goed gekozen omdat het nogal ‘doorduwt’, ik bedoel hiermee dat je de letters van de volgende pagina er al ziet doorschijnen.

bucketlist-stellen

Alle techniciteiten opzij, ik wilde gisteren nu toch eens checken wat ik kon afchecken. 17,5 jaar samen, een mens zou toch hopen in de buurt te komen van die 250 dingen die je dan ééééécht wel gedaan moet hebben als koppel.

 

Het was grappig om het in te vullen, daar niet van. Het bracht vaak herinneringen naar boven.

 

Weet je nog die keer dat we onze eerste kus zijn gaan overdoen? Toen we ons boompje geplant hebben in onze tuin? Toen we midden op straat zijn beginnen dansen?

 

Ik heb dingen moeten vragen aan manlief! Hebben wij ooit samen in een slaapzak gelegen? Zijn we uiteindelijk naar die openluchtfilm geweest? Zat er al eens een kus onder een maretak bij?

(ja-nee-ja trouwens)

 

We komen aan 121/250. Nog net gebuisd, seg.

 

Is dit nu een cadeau om aan een koppel cadeau te doen? Bwa … het heeft wel iets schattigs natuurlijk…

 

Ach… hier en daar kwam er wel een activiteit naar boven, waarvan ik tegen die grote vent naast me op de zetel zei: ‘Dat zou inderdaad wel leuk zijn, toch? Zo samen karaoke gaan zingen? Of naar de film gaan en de kassierster de film laten kiezen (hoewel… met de huidige prijzen van de filmtickets…).

 

Maar meestal draaide ik eens met mijn ogen, en dacht ik: Elkaar met pannenkoeken bedekken? Eten in elkaars mond gooien? Lijkt me wel verspilling. Hem over de drempel dragen? Die vent van mij is wel bijna 2 meter he, are you insane? Op elkaars kant van het bed gaan slapen? Waarom zou ik nu in godsnaam vrijwillig een nacht slecht(er) slapen?

 

Misschien ben ik niet romantisch (Ontbijten bij kaarslicht, het is momenteel wel licht wanneer ik opsta hoor). Misschien denk ik te praktisch (Op een tandem door de carwash fietsen? Da’s volgens mij levensgevaarlijk en ook verboden). Misschien is na 17 jaar het avontuur er wat af (Paddenstoelen plukken in het bos, euh hallo, ik weet niets over giftige exemplaren!)

 

Of misschien vind ik het niet leuk dat iemand anders mij zegt wat tof zou zijn, zo als koppel.

Dit koppel maakt zijn eigen lijstje. Ik laat je wel weten wanneer dat boek uitkomt.

 

2013.01.05-FOTO-Heb-jij-ook-een-bucket-list

Onvoorspelbaar heimwee

Heimwee

Heimwee is een raar beestje. Het kan een beetje pikken, of je even doen dubbelslaan. Dat komt en gaat. Zo…onvoorspelbaar. En dat maakt het soms wel moeilijk, omdat je je er niet op kan voorbereiden.

Het zou toch praktisch zijn, als dat anders was.

Mocht Frank Deboosere elke avond om 19u een kaart tonen: in het centrum van het land is er morgen grote kans op heimwee. Verwacht je maar aan grote vlagen. 70% houdt het niet droog.

Dan kon je je wapenen, met fotoboek en zakdoek. Kon je die wee weg beginnen puffen.

Dan wist je op voorhand: OK ik lees dit artikel over de Boston marathon, ik zet me even schrap. Goed, tijd om iets leuks te plannen, want deze film speelt zich af rond Harvard.

Maar nee, het overvalt je. Op belachelijke momenten.

Bestel je nietsvermoedend in de Starbucks van Leuven station een tall decaf latte amandelmelk met suikervrije vanillesiroop

*POEF*

Sta je 1 seconde lang op Coolidge Corner met de buggy, terwijl de ‘T’ voorbij zoeft.

 

Ik geef het toe, puffen deed ik.

De weg naar Londen een stukje langer?

Tijdens mijn kinder- en tienerjaren had ik altijd het gevoel dat de dingen steeds makkelijker gingen. Daarmee bedoel ik niet noodzakelijk spreken, fietsen, koken.

Ik bedoel contact houden met elkaar. Mijn metekindje vertelt me hoe ze vrienden heeft over heel Europa, sommigen wonen al jaren in het buitenland. Wij zouden duur getelefoneerd hebben, misschien zelfs met een tegoed op een kaartje, brieven geschreven. Zij smst, whatsAppet en skypet erop los. Zij weet wat S in Parijs als ontbijt heeft gegeten, zij volgde twee minuten les met P in Oxford via videochat, en lachtte mee over de trui van de docent.

Natuurlijk vraagt het nog steeds een inspanning van de beide partijen om de vriendschap in stand te houden, maar (bijna) niet méér dan wanneer iemand aan de andere kant van het land woont.

En niet alleen contact houden werd makkelijker, het reizen werd dat ook. Ik ben opgegroeid met douanes, maar ook nog met de vier portemonneetjes op weg naar Italië: eentje voor de Belgische franken, eentje voor de Luxemburgse, eentje voor de Franse, eentje voor de lires, … Ook dat hoeft allemaal niet meer. Alles en iedereen groeide naar elkaar toe.

 

Ik boek online een appartementje van iemand in Londen, die ik niet ken en nooit zal ontmoeten, om er een weekendje door te brengen met mijn nicht en mijn metekindje. Ik reserveer de drie eurostar tickets en plaats ze op mijn smartphone, zodat ze gescand kunnen worden. Ik heb op Google maps opgezocht hoe we van het station naar het appartementje kunnen geraken. Het gaat allemaal zo vlot en allemaal zo gemakkelijk.

 

Waarom zitten wij dan nu maar met twee in de trein, die het station verlaat richting Brits eiland?

 

Waarom bekruipt me nu het gevoel dat de poorten naar die periode van ‘vrijheid blijheid’ aan het sluiten zijn? Dat de speeltijd voorbij is?

 

Omdat mijn nicht, die als Finse met mijn neef trouwde meer dan 20 jaar geleden, niet mee mocht op de trein. Terwijl wij het station verlaten, staat zij aan de controlepost met een papiertje waar wat op gekrabbeld is, terwijl er boeken met gele kaft worden bovengehaald, vol met regeltjes over wie wel en wie niet.

En Finse dames met een Belgische verblijfsvergunning, die meer dan 20 jaar wonen en werken in België, die twee Belgische kinderen hebben – die niet.

Hier zal wel een logische verklaring voor zijn. Iets met Finland dat niet in de Shengenzone zit, niet helemaal in de EU. Op dit moment mogen EU-inwoners nog met een identiteitskaart reizen naar de UK (zonder paspoort dus), maar niet voor lang meer. En Finse EU-inwoners, die nu dus ook al niet meer. Want het is niet omdat België je verblijf vergunt, dat ze je zomaar Groot-Brittannië gunnen. Of zoiets.

Na het kiezen voor de Brexit, en iemand als Trump. De angst die erin zit dat andere landen ook voor iemand als Marine Le Pen gaan stemmen.

Kiezen wij om een andere richting uit te groeien? Niet naar elkaar toe, weg van elkaar? En hoe werkt dat dan, als je op een bol leeft? Welke kant is dat dan op?

 

quote 2

 

Vijf op vrijdag: wat ik zou willen kunnen

Vrijdag. Friday. Vendredi. Freitag. Viernes.

 

Effe gecheckt, en ja hoor, vrijdag klinkt goed in élke taal.

 

Een tijdje geleden maakte ik op vrijdag een lijstje van vijf dingen die ik niet kan, en eentje met evenveel dingen die ik wél kan.

 

Daartussen ligt een zee, wat zeg ik, een oceaan van dingen die ik zou willen kunnen.

Zal ik er daar eens vijf uitvissen? Om even over te dromen, en dan gezellig het weekend in te trekken?

 

Vijf dingen die ik graag zou willen kunnen. Misschien lukt het me ooit. Misschien ook niet!

  1. Spaans spreken. Ik weet niet waarom, maar ik vind dat een geweldige taal. Ik zou ze dan ook graag vloeiend kunnen spreken. Ik pik al eens een paar woorden op, en met een redelijke woordenschat in het Frans, lukt het wel om iets te verstaan – al geef ik toe dat dat meestal geschreven dingen zijn, want een Spanjaard die ik versta, heeft waarschijnlijk één of andere ernstige ziekte waardoor je super-super-traag spreekt.
    In Boston heb ik een aantal cursussen gevolgd, maar hier thuis kan ik het niet opbrengen om een opleiding te gaan volgen… of nu toch nog niet…
  2. Echt goed stijldansen. Manlief en ik hebben een hele reeks cursussen gevolgd en al zeg ik het zelf, we waren er niet slecht in. We walsten, we jiveden, we oefenden rumba, tango en cha-cha-cha. En als het dan zo een beetje begint te lukken, en je goed op elkaar bent afgestemd, dan kan dat zo heerlijk zijn!
    Maar toen kreeg ik rugproblemen en voelde het eerder als plet- dan als Weense wals. Exit dancing shoes.
  3. Zo zeker zijn van mijn perfecte droomjob, als ik ben van mijn perfecte droomvent.
  4. Groene vingers hebben. Ook al heb ik een plantgerelateerd diploma, mijn moestuin bestaat momenteel uit mos en paardenbloemen. Pas op, ook schoon hoor. Maar ik vind dat wel jammer. Zo een vierkante meter tuin met allerlei lekkere kruiden? Super! Zelfgekweekte tomaatjes? Ja, absoluut heerlijk. Maar ja, als ik heel eerlijk ben, zie ik al dat onderhoud als een opdracht, niet als een zen-moment. Dus meestal wordt het niets met die groentjes en koop ik mijn besjes maar weer in een klein, overgeprijsd doosje.
  5. Ik heb heel wat mooie eigenschappen geërfd, maar dat muzikale van mijn pa heeft hij niet willen delen. Jammer, want zelf muziek tevoorschijn toveren uit een instrument, lijkt me fantastisch. En het meest pure is dan nog eenvoudigweg zingen, je bent je eigen klankkast. Alleen is momenteel mijn klankkast groot genoeg (hum hum) maar ik ben niet helemaal ‘gestemd’, denk ik.

Maar… work in progress 😉

 

En jij? Wat zou jij graag kunnen?

 

Quotation-Brian-Herbert-ability-learning-choice-Meetville-Quotes-6498-1

De ideale jobtitel

Daarnet zag ik een artikel op Facebook verschijnen uit de morgen. Het ging over wat misschien wel de ziekte van de 21ste eeuw genoemd zal worden door onze achterkleinkinderen: burn out. En wat daar zoal de oorzaak van kan zijn. Voor de geïnteresseerden, het artikel vind je hier.

 

Hoewel ik zelf (nog) niet ben opgebrand, vind ik het opmerkelijk hoe vaak je hoort dat mensen thuis komen te zitten, voor een langere tijd. Het gaat niet meer, de combinatie, het gebrek aan ondersteuning, en de te hoge werkdruk.

 

Bedrijven zouden hier een actieplan tegen moeten opstellen. Maar hoe vaak gebeurt er echt iets? Iets dat verder gaat dan een vrolijke poster ophangen in de keuken?

 

In het artikel komt nog een andere mogelijkheid aan het licht, waar ik nog niet van gehoord had: het aanstellen van een Chief Happiness Officer.

 

Mannekes! Ik heb mijn ideale jobtitel gevonden! Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb!

 

Stel je voor, iemand die zich structureel inzet voor het geluk van de collega’s. Die daar een budget tegenaan kan gooien.

 

Wat zou ik sowieso al gaan doen?

  • Wekelijks een grote fruitmand laten leveren, en af en toe ook een gebakje
  • Geregeld een praatje gaan maken met iedereen
  • Een gezellige en zonnige plek voorzien voor de lunch, maar evengoed voor kleine pauzes
  • Heerlijk koffie voorzien
  • Kleine en grotere activiteiten organiseren waar iedereen kan aan deelnemen

 

En dan dat ene, datgene waarvan ik denk dat het bijna magisch kan gaan werken. Waarvan toch zo vaak tekort is. Ik merk het zelf, ik hoor het zo vaak.  Nee, ik ben geen Harry Potter, of ik heb geen grote psychologische inzichten.

 

Maar als iemand iets tot een goed einde bracht, eens zeggen ‘Goed gedaan, knap, hoe je dat gedaan hebt’.

 

Hoeveel zou dat waard zijn, denk je?

 

you rock

Meststoffen – de start

meststoffenvoorjouwblog

Dus. Dat blogske van u. Wat wil je daar eigenlijk mee?

Hoe zeg je? Een hobby? Klinkt als kantklossen. Wat? Zo maar iets, dat je ooit begonnen bent? Niet te enthousiast worden hé.

Ja, die stemmen in mijn hoofd… ze zijn niet altijd even sympathiek.

Maar ik vond het erg prettig om die blog te starten, uit te werken, ermee bezig te zijn. En na 152 postjes, die 9300 keer gelezen werden, wordt het misschien tijd eens even na te denken. Trouwens, met nadenken is (meestal) niks mis.

Ik was zo op dreef tijdens de ‘40 dagen bloggen’- uitdaging, dat ik wat bang was om daarna het spreekwoordelijke zwarte gat tegen te komen. Uit andere blogs, en gesprekken met de bloggende collega, bleek al snel dat ik niet alleen was daarin.

Ik zocht iets. En ik vond iets, bij de persoon die de uitdaging op poten had gezet.

Zij biedt een cursus aan, ‘Meststoffen voor je blog’. Komaan, als gediplomeerd landbouwer (hum hum) moest die titel me wel aanspreken. Eerst was ik wat terughoudend, maar toen viel er nog een kortingsbon in mijn mailbox en ging ik voor de bijl. Ik schreef me in.

Over de komende vier weken zal ik om de twee dagen een mail krijgen, met daarin een opdracht. Bedoeling is mijn blog te laten groeien. Welke richting op, daar zal ik dus over na moeten denken (to infinity… and beyond?).

Ik krijg al een beetje stress, zo elke 48u een opdracht. Wie weet wat gaat dat zijn? Op wie ga ik deze zenuwen uitwerken? Komt dat wel goed?

U weze alvast gewaarschuwd!

omg

 

Volg mijn blog met Bloglovin