Mooie dag

Over moe zijn door chemo zou ik een heel hoofdstuk kunnen schrijven. Tenminste, als ik op dat moment niet aan het slapen ben, haha.

Nee, niet gezeverd, ik ben natuurlijk wel eerder in mijn leven moe geweest. Heel moe, zelfs. Ik heb op een bepaald moment drie jobs gecombineerd, ik heb ook een jonge baby gehad en we hebben ons huis driekwart ingepakt en zijn intercontinentaal verhuisd toen die baby vier maanden was. Mijn wallen hadden ei zo na een eigen postcode.

Maar nee, ik wist niet hoe moe je wordt van chemo. Al kan ik ook alleen maar schrijven vanuit mijn eigen ervaring. Er waren verschillende soorten vermoeidheid maar wat er vooral vaak aan te pas kwam, was een soort onverzettelijkheid. Ik kon echt niet denken: ‘effe doorbijten – om bv het einde van de serie nog te zien over 10 minuten/toch even zoonlief eten te geven/mij aan te kleden/…’ het was vat af, batterij leeg, en slapen of enigszins wezenloos voor je uit staren.

Ook deze week was dat met momenten nog zo. En bovendien was ik behoorlijk duizelig op de raarste ogenblikken. Had ik die bloedtransfusie die ze me maandag aanboden, toch niet moeten weigeren? (Ik kon het écht niet meer opbrengen daar nog uren te blijven zitten). Tja, het is niet omdat het de laatste zak gif is, dat die geen bijwerkingen meer heeft natuurlijk.

Het was dus behoorlijk spannend om vandaag een hele dag alleen thuis te zijn met zoonlief, omdat de crèche gesloten was.

Maar de zon scheen. En ik had goed geslapen. En we gingen ervoor.

We hebben ons aangekleed (nog niet zo lang geleden vaak het enige wat ik presteerde op een dag) en we zijn boodschappen gaan doen in de Colruyt. Ik herhaal: ik ben met zoonlief boodschappen gaan doen in de Colruyt!

Het heeft meer dan een uur geduurd – en het was ontzettend leutig. Ik had de hulp van een kleine koning die absoluut zijn verjaardagkroon wilde opzetten, grappig omdat we binnen een paar weken al een nieuwe gaan moeten maken. Bovendien heeft hij sinds kort een eigen ‘stijl’ ontwikkeld waarbij hij erop staat twee verschillende kleuren schoenen aan te doen, want de linker bruine schoen (en enkel de linker)  – and I quote – isj een betje lelijk, mama!

Ik denk ‘choose your battles moeder’ en wandel dus met een zogezegd jarig kind met twee verschillende schoenen door de Colruyt. We babbelen zo goed als non-stop en hij helpt met zoeken of met dingen in de kar leggen/keihard smijten of met mij commanderen hoe ik met de kar moet rijden terwijl hij erin zit (achterstevoren zodat hij ziet waar we naar toe gaan, aaaah jaaaaa).

We zingen van de eendjes in het water en handjes op je boze bolletje. Of hij zingt iets dat ik niet kan thuisbrengen, ik neurie maar mee. Hij heeft ook een kwartier liefkozend rondgelopen met een mango en die 17 keer een meloen genoemd, waarbij ik hem de helft van de tijd verbeterde tot ik doorkreeg dat het een mopje van hem was. Kleuterhumor, you gotta love it.

Daarna hees ik alles, boodschappen, zoon en mezelf, in de wagen, reed naar huis, maakte couscous, worstjes en courgette voor hem en een gigantische salade ‘luie versie’ voor mij (zijnde koop wat zakjes gemengde rauwkost, snij een avocado, bak twee geitenkaasjes in spek en wees kwistig met de vinaigrette).

Na nog een keer of vijf op het potje (nummerke twee komt nog niet altijd even vlot) wilde mijnheertje een dutje gaan doen, en mama had daar niks op tegen, en legde zich er figuurlijk en graag ook letterlijk, bij neer.

Misschien heb ik zonet de saaiste voormiddag sinds uw lagere school beschreven.

Maar voor mij, lieve mensen, was het de schoonste dag in heel, heel lang.

Een dag met mijn zoon, en ik was er bij. Echt BIJ.

Had ik al gezegd dat de zon scheen?

nl freepik

Advertenties

Waarom ik 3 Valentijntjes heb

Goed, het was dus Valentijn en wij waren dat allebei compleet uit het oog verloren. Maar niets dat een grote portie sushi ’s avonds niet goed maakt.

Ondanks onze algemene plan om niet mee te gaan in de commercie van 14 februari, vond ik het wel fijn om na te denken over de liefdes in mijn leven. En ik kwam tot de conclusie dat ik niet minder dan drie Valentijntjes heb.

Want hoewel de voorbije maanden zo donker waren, in alle opzichten, waren er nog steeds momenten waarop ik manlief ‘zag’ zoals ik hem al mijn halve leven mag zien. Als ik op zijn schouder lag tv te kijken, na een rustige dag thuis. Als hij zonder dat ik iets vroeg die chips meebracht, die ik lekker vond (en die ik at onder het excuus dat ze mijn bloeddruk misschien wat konden verhogen). Als hij niet lachte met mijn toch wel redelijk belachelijk excuus van de bloeddrukverhoging. Als hij me kwam onderstoppen wanneer ik alweer om 21u in bed kroop, en zei ‘alweer een dag dichter bij beterschap’.

Je zegt het wel, je meent het wel, die ‘in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid’. Maar op dat moment kan je je – gelukkig – niet voorstellen hoe het voelt als iemand naar je kijkt, naar dat lijf dat afziet, er niet uitziet, naar die zielige pieren die overblijven op je hoofd en zegt ‘je ziet er anders uit dan op onze trouwdag, lieve schat, maar ik zie je nog liever dan toen’.

Ik heb alle geluk ter wereld dat ik je vrouw mag zijn, lieverd. Jij bent mijn eerste Valentijntje.

loveis1

Mijn tweede Valentijntje is een blonde krullenbol van bijna 3 jaar, die af en toe met een brede glimlach meedeelt als hij in bed kruipt: ‘mama beneden bij papa nu. Mama niet ziekenhuis’. Of hij zegt: ik geef je TEN kusjes mama (hij telt in het Engels tegenwoordig, maar ik krijg er echt tien, luidop nageteld). Wat kijk ik ernaar uit weer meer energie te hebben om mee te kunnen doen, om mee te gaan wandelen, om mee te gaan winkelen, om er gewoon te zijn voor hem. Gelukkig ben ik nooit te moe voor een knuffel!

loveis2

Het derde Valentijntje is wat moeilijker. Want het is niet moeilijk om man- en zoonlief graag te zien, aangezien zij allebei van de geweldigste specimen zijn die er op deze aardbol rondlopen. Eerlijk gezegd, dat gaat vanzelf.

Maar mezelf… dat gaat niet vanzelf. Hoewel ik best wel fier ben op hoe ik dit horrorverhaal ben doorgekomen, is het een uitdaging om nu echt blij te zijn met wie me aankijkt in de spiegel. Of niet aankijkt in de spiegel, want je tanden poetsen kan je ook met een blik gefixeerd op je deo. En je omkleden kan perfect terwijl je naar de andere kant van de badkamer staart.

Ik heb een plan. Een plan om beter te worden. Het omvat voeding, vitamines, beweging, sociale contacten, veel rust en tijd. Ik maak van mij mijn prioriteit. Hashtag backtome. Terug naar mezelf.

Dat ik van mezelf nu ook mijn eigen Valentijn maak – ik geloof ook wel in ‘Fake it till you make it’.

 

But I will make it.

loveis3

Last battle

Het is begonnen, die laatste cyclus.

Na ontiegelijk lang wachten kwamen ze aan met alle zakken. Tot op het laatste moment bleef ik in spanning: ‘alle bloedwaarden zijn gekend, alleen je aantal witte bloedcellen nog niet’. En laat dat na de crash van vorige week, die de bitcoin zou doen blozen, nu het meest van belang zijn vandaag.

Maar zakken met zout water die worden aangerukt, dat betekent dat de chemo is voorgeschreven. En ze schrijven dat alleen voor als alle bloedwaarden goed waren.

En ja hoor. Heb je ooit. Witte bloedcellen stonden mooi op 4,2 (10*9/L), net boven het minimum voor gezonde mensen (vanaf 4, vorige week maandag stond ik op 0,8). Ik val vandaag binnen de grenzen van gezonde mensen, nou ja, voor dat ene dingetje dan. Maar da’s een begin he.

Ik voel het wel. Dat ik eens twee weken geen chemo heb gehad, voor het eerst in vijf maanden. Ik ben opgeklaard, samen met het weer. Net voldoende om weer terug te keren naar het ziekenhuis voor de volgende vijf zakken. Maar nu echt wel voor de laatste keer. En dan volgende week nog 50 minuten infuus, ook voor de laatste keer.

Zelfs op het moment dat ik dat schrijf, die ‘laatste keer’, trekt mijn oog een beetje. Trilt een neusvleugel. Klemt mijn kaak.

Zou het echt zo zijn? Ik kan het me niet goed voorstellen. Ik ben al zo lang in gevechtsmodus, ik probeer al zo lang dag per dag te bekijken en door te komen, omdat verder vooruit kijken alleen maar afgestraft werd met een angstaanval of minstens een paar uur serieus piekeren.

En nu dat niet meer hoeft, voel ik me als de Coyote die achter Road Runner aan zit, hij loopt en loopt en loopt, en boven de afgrond stopt hij plots. Hij kijkt nog even schaapachtig in de lens en poef! Daar gaat ie dan. En misschien krijgt hij daarna nog een aambeeld op zijn kop.

Ik wil stoppen met lopen en vechten, echt. Ik ben moe, mijn gezin is moe, het mag echt over zijn. Maar tegelijk ben ik bang om te stoppen. Want dan val ik. Diep.

Denk ik.

 

coyote
bron: value news

 

Tanden bijten voor gevorderden

Met een routine die eigenlijk pijnlijk is, pakken we mijn koffer in.

Ik weet ondertussen exact wat ik ga nodig hebben, en wat er toch niet nuttig is gebleken. Een scherp mesje om fruit te snijden, een grote waterkan om efficiënter water te kunnen drinken, de medicijnen die eigenlijk in het ziekenhuis voorzien zouden moeten worden vanaf dinsdagochtend  8u, maar waar dat meestal niet het geval is (dus dan neem ik ze zelf maar mee, kwestie van mijn lever niet onnodig te laten afzien), en een zak met mijn twee hoofdkussens in.

Ik draag losse sneakers omdat mijn voeten tegen woensdag zo opgezwollen zullen zijn dat andere schoenen niet dicht raken. Desondanks zit er lood in, vanmorgen.

Ik draag een gemakkelijke t-shirt waar ik in kan slapen en een bh waar de bandjes afkunnen, zodat ik geen hulp moet vragen om me om te kleden wanneer ik aan de chemo hang de eerste avond – na een paar keer een korte opmerking te krijgen dat dat niet echt de bedoeling was om je om te kleden als de chemopomp aanstaat, kreeg ik een aantal weken terug het verwijt dat ik goed genoeg wist dat dit omkleden, en dus even ontkoppelen van de chemo dat daarbij noodzakelijk is, absoluut giftig was voor de verpleging en ik dat blijkbaar doelbewust negeerde. Zo bracht ik hun gezondheid dus welwillend in gevaar.

Daar was ik even niet goed van, en ik bedacht dus een oplossing.

We vertellen zoonlief dat mama weer naar het ziekenhuis moet. Hij blijft er rustig onder. Vanavond kom je met oma bezoeken. En dan twee keertjes slapen en mama moet nooit meer gaan. Niet meer ziekenhuis. Weten wij veel dat dit gedoe tot op het allereinde rotverrassingen blijft bieden. ’s Avonds wordt hij huilend naar de lift gedragen want ‘bij mama blijven’. Krak, moederhart.

Deze achtste cyclus moet de laatste zijn, deze achtste opname ook.

Licht zenuwachtig hoor ik de vrouw aan de inschrijfbalie alweer mijn adres en telefoonnummer aframmelen. Ik heb ooit een keer vooraf gezegd ‘alles is hetzelfde gebleven hoor, sinds een week’ maar dat werd me niet in dank afgenomen. Ze vraagt nog eens mijn naam en geboortedatum. Geen kans dat je die hier ooit vergeet.

Er valt een pak van mijn schouders als blijkt dat ik een kamer alleen heb. Hoera! Dat scheelt zo ontzettend veel in extra stress. Geef me nu gewoon die vijf zakken chemo en dan kan ik woensdag naar huis.

Vier uur na het bloed nemen, komt de verpleegster langs. Dat ik al lang moet wachten, he. Maar dat dat komt omdat mijn bloedwaarden niet goed zijn. Mijn witte bloedcellen zijn enorm gezakt. Tot nu toe waren ze wel laag, maar stegen ze zelfs af en toe een beetje en was er geen enkel probleem. Maar sinds deze laatste cyclus zijn ze echt gekelderd. Naar onder de grens ‘goed genoeg om chemo te krijgen’. Nu willen ze de professor laten beslissen wat er moet gebeuren, maar die zit vast in het operatiekwartier. En dus moeten we wachten.

Twee uur later komt het verdict: de chemo wordt vandaag niet gestart. Ik krijg een spuit die mijn immuunsysteem moet boosten en morgen checken ze weer. Ten vroegste ga ik donderdag naar huis.

Ondertussen moet ik wel in het ziekenhuis blijven omdat ik administratief als ‘ingeschreven’ sta. Ik vind dat een enorm domme reden om niet in mijn eigen bed te slapen, maar krijg karma-gewijs meteen op mijn kop: 20 minuten laten zit ik te trillen onder mijn deken, en wijst de thermometer 38,3°C aan. Nu moet je weten dat ik zo goed als nooit koorts krijg, het is drie jaar geleden volgens mijn herinneringen. En al zeker niet een oplopende temperatuur die een half uur later 39,6°C bedraagt. Nieuw record!

Die koorts betekent wel dat ik antibiotica moet krijgen. Chemo zal er morgen niet bij zijn. Misschien ook niet de dag erna. Eigenlijk weten ze het niet goed, het is afwachten. Afwachten tot ik weer chemo mag krijgen. Mijn aftelkalender kan de vuilbak in.

Het is blijkbaar echt heel normaal dat je witte bloedcellen op een bepaald moment zo laag komen te staan, en het is verwonderlijk dat ik het zo lang heb volgehouden. Maar het voelt echt alsof je na een marathon op de laatste kilometer over je eigen tenen struikelt en stof moet vreten.

Allez lijf, je deed het zo goed. Ik weet dat ik veel op je gevloekt heb en niet meer in de spiegel kan kijken maar je bleef zo sterk. Was die laatste cyclus er echt te veel aan? Was dat net over je kantelpunt? Het spijt me echt dat ik je dit aandoe. Als dit ooit achter de rug is dan gaat al mijn energie naar beter worden, lijf. Ik beloof het. Terug vriend?

images

 

Hoe het allemaal begon? Met een droom van een broertje of een zusje die naar zware chemo leidde, via een zeldzame afwijking bij de bevruchting.

Lees de start hier

En later schakelde ik over van lichtere chemo naar zware.

 

30 dagen zonder klagen?

Vorig voorjaar deed ik mee aan een aantal uitdagingen, zoals Dagen Zonder Vlees en 40 dagen bloggen.

Deze winter is mijn uitdaging van een ander kaliber.

Maar de 30 dagen zonder klagen zag ik wel passeren.

Op zich vind ik het een interessant initiatief, al was het maar om mensen ervan bewust te maken dat er met momenten veel afgezeurd en gezaagd wordt over kleine dingen die er eigenlijk niet toe doen.

Maar wat verstaan we onder klagen? Het feit dat het zowat de donkerste december en januari waren in tijden, en dat dit op het humeur en vitamine D-gehalte van mensen slaat, is een gewone vaststelling, toch? Blijkbaar heeft de zon zich 11 uur laten zien in december, maar ik denk dat ik toen net sliep.

Goed, we kunnen het eens proberen. Vorige week werd ik weer opgenomen in Gasthuisberg, en ook deze keer was er geen privé-kamer vrij. Niet minder dan drie dames passeerden als ‘roomie’ de revue tussen maandagochtend en woensdagnamiddag. Elk brachten zij hun eigen verhaal, stress en verdriet mee.

Maar okee, waar me dat de vorige keren heel erg raakte, kon ik het nu iets beter afblokken.

Moeilijker af te blokken was het geluid van stenen die werden doorgeslepen, drie dagen lang, op de werf vlak naast mijn raam.

En na het geluid van de slijpschijven, was het de pomp van de chemo die elk uur van de nacht in alarm ging, zonder aanwijsbare reden.

Alweer, ik wil niet klagen, dit zijn feiten, toch?

Nog een feitje: de tweede dame bleek op een straat van mijn ouderlijk huis te wonen, en de hele familie van mijn moeder te kennen, zijzelf en mijn grootouders incluis. Ze bleken zelfs op dezelfde school gezeten te hebben! En terwijl ik mezelf steeds minder graag zie in de spiegel (wie is dat bleke, opgezwollen, afgewassen patiëntje?), zag zij de trekken van mijn ma – en dat is bij de mooiste complimenten die ik kon krijgen.

En een laatste feitje: mijn lievelingsoom is niet meer. Zijn afscheid was op woensdag, terwijl ik nog aan een infuus hing. Ik kon er dus niet bij zijn, wat me veel verdriet heeft gedaan. Gelukkig besliste ik de tekst die in mijn hoofd gegroeid was sinds ik het smsje van mijn nicht kreeg, neer te schrijven, en wilde mijn zus het voorlezen. Ik denk dat ik daarin heb weergegeven hoe we onze tonton zullen herinneren: als de liefste, vrolijke, en grappigste nonkel die je je kan voorstellen. Zo was ik er toch nog een beetje bij.

Maar klagen? Nee joh.

Zware loodjes

goals

 

Heeeeey, dat van die laatste loodjes.

Misschien is het omdat uitdrukkingen en zegswijzen behoorlijk wat waarheid kunnen bevatten, misschien is het omdat de feestdagen toch altijd wat meer energie vragen –

Of misschien is het gewoon omdat er al zo veel gif in mijn lijf gepompt is sinds de start van dit onzalige gedoe…

Maar dat aftellen naar de laatste behandeling, ondertussen op minder dan een maand van vandaag, dat is behoorlijk pittig.

Begrijp me niet verkeerd, het is absoluut geweldig dat er een einde komt aan de ziekenhuisbezoeken. En ja, je zou kunnen zeggen dat nu ik zes cycli van twee weken achter de rug heb, die extra twee echt ‘nog even’ zijn. Maar het voelt wel anders. Die laatste cyclus hakte er aardig op in. Het doet me beseffen dat ik er nog niet ben, en dat er nog vier weken wordt afgebroken voor ik weer kan gaan opbouwen.

Op 5 februari zal ik acht cycli van de EMACO behandeling gekregen hebben. Dat betekent 32 dagen ziekenhuis. Dat betekent 56 (ZES EN VIJFTIG) zakken chemo. Dat is behoorlijk wat rotzooi. Het voelt alsof er een olietanker smurrie aan het lekken is in mijn aders.

En ik ben moe. Ik ben het moe. Zo moe.

Ik kijk in de spiegel en ik zie een werf. Ik vertel mezelf dat de heropbouw er komt. Van alles, want alles komt in orde. Alles komt in orde. Alles komt in orde.

Het heeft alleen tijd nodig. En twee cycli van laatste loodjes.

2017: salut en de kost!

Zo, 2017.

Jouw laatste uren zijn ingegaan.

Je startte veelbelovend. Wij hielden ons aan onze goede voornemens: we letten op ons eten, we gingen joggen, we spendeerden veel tijd bij familie en vrienden, we gingen op vakantie in eigen land en genoten volop, kortom het ging goed met ons.

Ik ging een aantal uitdagingen aan, 40 dagen minder vlees en vis eten, en 40 dagen bloggen. Beiden werden met succes afgerond en ik ontdekte weer hoe fijn het was om te schrijven.

Maar toen we aan onze volgende droom wilden beginnen, 2017, om voor een broertje of zusje voor krullenbol te zorgen, toen kwam de grootste uitdaging van jou.

We dachten dat we het zo wel wat kenden, het ongeluk van een miskraam. Dat het nog zo veel erger kon, daar hadden we geen idee van.

Maar sinds de zomer leek het of we steeds maar verder wegzakten in een vervloekte berg van slecht nieuws. Voor we goed en wel beseften dat er géén baby zou zijn in maart, zat ik in het ziekenhuis om chemo te krijgen. Verloor ik mijn droom, mijn gezondheid, mijn haar.

Wat ik wel vond, was de warmte en steun van familie en vrienden. Het geeft kracht, te weten dat zo veel mensen je een warm hart toedragen, en mee supporteren. Alle kaartjes, smsjes, pakjes, bezoekjes, telefoontjes, koffietjes, maaltijden, … Het is wat ik wél wil onthouden van 2017.

2018 wordt het jaar van heropbouwen. Van terug naar normaal. Wat kijk ik daar naar uit.

Naast een goeie gezondheid wens ik iedereen een rustig jaar toe.

2018: Welkom!

Happy-New-Year-Images-2018-HD-6

Het mooiste kerstcadeau

famous-inspirational-quote_15481-0

De voorbije weken was er iets vreemds aan de hand met de tijd.

Of misschien was er eerder iets vreemds aan de hand met mij.

Op sommige momenten konden de dagen niet snel genoeg voorbij gaan, op andere wilde ik mijn nagels slaan in de minuten om ze niet te laten wegtikken.

Het voelde een beetje als een achtbaan. Trouwens, en geheel niet gerelateerd aan mijn verhaal, ik heb het woord ‘achtbaan’ moeten opzoeken. Kon er totaal niet meer opkomen. Roller coaster, ja, maar hoe was dat nu ook weer in het Nederlands?

Goed, een achtbaan dus.

Het begon een paar weken geleden toen ik bij mijn vierde ziekenhuisopname geen kamer alleen kon krijgen, omdat het te druk was op de afdeling. Ik besefte toen hoezeer ik me in een coconnetje had opgesloten die vorige keren, zonder me al te veel aan te trekken van wat er verder op de gang gebeurde. Dat was nu wel even anders: de dame naast me had net heel slecht nieuws gekregen, en zware gesprekken met haar familie dienden zich aan.

Ik mocht, kon, wilde daar uiteraard geen deel van uitmaken, en spendeerde het grootste deel van mijn verblijf in de gastenruimte. Waar je alles hoort: iedereen die ziek wordt, de vrouw in de war die hele avonden haar dochter roept (die dan nog dezelfde naam draagt als ik, wat het heel verwarrend maakte), alle kameralarmen…

Ik was helemaal op toen ik na 3 dagen weer thuis kwam. Op en leeg.

De week daarna ging het alweer stukken beter. Ik dronk koffie met de buurvrouwen, ik durfde al eens naar buiten om pakjes te kopen (of de Albert Heijn leeg te plunderen- zalige winkel), en spendeerde een heerlijk ontspannen namiddag met een vriend in de boeken-koffie-shop Barboek. Ik voelde me even normaal. Dit mocht blijven duren.

Het lukte me om het concert van K’s Choice bij te wonen, samen met meer dan 100 mensen van het koor waar ik deze zomer deel van uitmaakte (en nog 800 anderen die de AB vulden). De koorleden waren gevraagd mee te zingen met een acoustische versie van laatste bisnummer, als een geheime flash mob. Het was een topervaring!

Toen ze me bij de volgende opname vertelden dat mijn HCG op 3,5 stond, wist ik niet goed of ik op de achtbaan naar beneden donderde of net naar boven klom. Het betekende dat mijn waarde aanzienlijk gedaald was, en dat het einde in zicht kwam. Maar aangezien ‘onder 2’ als ziektevrij wordt gezien, betekende die 3,5 nog eens twee weken extra bij de behandeling, niet klaar zijn op mijn verjaardag, en de doctoraatsverdediging van mijn nichtje missen.

Gelukkig maakten de momentjes met mijn twee ventjes zoveel goed. Zoonlief is zo ontzettend vooruit gegaan de laatste weken en maanden, en gaat fantastisch om met alles wat ons nu overkomt. Mama met een mutsje is nog altijd mooi (waarheid uit kindermond, toch?), ’s avonds bij het verhaaltje wilt hij ook een mutsje op en dan moet papa foto’s nemen van ons twee.

De kerstdagen baarden me een beetje zorgen – het is toch altijd vermoeiend en zou dat nu wel lukken allemaal? – maar waren gevuld met veel liefde, cadeautjes, lekker eten, mooie lichtjes, zoals het hoort.

En dan op 26 december, kwam in de dagzaal waar ik op mijn zoveelste baxter wachtte, het late kerstcadeau.

De assistente die duidelijk ook mee supporterde, bracht me een grafiek met als laatste waarde, het cijfer van de dag: 1,9. Met een dik, vet uitroepteken naast.

EEN.KOMMA.NEGEN.

EEN.KOMMA.NEGEN.

EEN.KOMMA.NEGEN.

 

Dat betekent: alles weg.

Dat betekent: overwonnen.

Dat betekent: nog drie extra cycli en dan klaar.

Dat betekent: een einddatum. Vijf februari. De dag van de laatste chemo.

Dat betekent: er komt een einde aan de oorlog. Het verdrag is getekend. Nog even, nog even.

Haar verhaal/hair story (1)

quote

Mag ik vandaag vertellen over vroeger? Mag ik vertellen over iets dat mogelijk heel banaal klinkt?

Ik wil het hebben over mijn haar.

Iedereen heeft iéts, een eigenschap, een fysiek kenmerk. ‘Die met die blauwe ogen. Die met de sproetjes.’ Het is onlosmakelijk met die persoon verbonden. Ik ben ‘die met de krullen’.

Ik heb er geen verdienste aan. Het is genetica in een zuivere vorm. Als je mama krullen heeft, en je papa krullen heeft, dan zit de kans er in dat jij ook krullen hebt. Dan is er nog zoiets als ‘heterosis’ (waarbij de eigenschap van beide ouders nog versterkt wordt bij de kinderen), en dan heb jij héél véél haar, en héél véél krullen.

Die krullen maakten dat ik een objectief schattig kleutertje was. Later werd het minder schattig. Toen werd de bos moeilijk te temmen, waren vergelijkingen met de Jackson Five niet geheel onterecht. Leek het vooral iets waardoor ik ‘anders’ was, op een leeftijd dat ik daar geen boodschap aan had. Waarom had ik zo een weerbarstig haar, waar geen speld of spray tegenop gewassen was?

En ja, mensen die anders zijn – die worden wel eens gepest.

Weet je wat mijn bijnaam werd, blijkbaar van toepassing op iemand die met een krullenbol rondloopt? Wat me dag na dag werd nageroepen, zelfs door jongeren die me helemaal niet kenden?

Bloemkool.

Nu lijkt het me gewoon zo gek dat ik waarschijnlijk in lachen zou uitbarsten en de vergelijking met een ongelooflijk veelzijdige en lekkere groente niet eens zo erg zou vinden. Op mijn 13de/14de daarentegen, was ik ervan overtuigd dat ik zowat het lelijkste schepsel was dat de aarde ooit mocht bewandelen sinds het monster van Loch Ness. Ik had uitzonderlijk haar, en dat was uitzonderlijk raar. Ik was uitzonderlijk raar.

Mijn aanpak? Conformeren. Ik overtuigde mijn moeder dat ik er genoeg van had en liet mijn haar twee jaar lang steilen door een Brusselse kapper die graag wilde testen of bepaalde chemische producten ook Europees haar konden ontkrullen. Het betekende een drie uur durend kappersbezoek, elke 4-6 weken, waarbij op bepaalde momenten drie mensen tegelijk aan mijn hoofd werkten. Daarna kon ik mijn haar niet wassen, en ook regen en vochtigheid in het algemeen was de vijand.

Het regende wel complimentjes. Maar elke keer iemand me zei hoeveel beter ik er nu wel uitzag, met steil haar, voelde het toch niet helemaal goed. Dit was ik niet, of niet helemaal.

Op mijn 16de had ik voldoende zelfvertrouwen bij elkaar gesprokkeld om me achter het credo ‘ze moeten me maar nemen zoals ik ben, en anders pech voor hen’ te scharen. Ik zwoer de kapper af, liet mijn haar langer groeien en liet het krullen zoals het wilde. Het was nog steeds weerbarstig en de speldjes vielen er nog steeds helemaal misvormd uit, maar dat kon me niet schelen. Ik vond een paar kapsels die lukten, en verder gaf ik het vechten op.

En de twintig jaar die daarop volgden, was ik de eerste om tegen te pruttelen als iemand orakelde dat mensen met steil haar krullen willen, en mensen met krullen steil haar. No way José! Nee, ik vond het grappig dat de paardenstaart die ik wilde schenken aan ‘Kom op Tegen Kanker’ niet in de voorbestemde enveloppe paste, ik was fier dat mijn trouwkapsel uniek was omdat mijn vriendin/kapster nog nooit iemand onder handen had genomen met zoveel haar, dat de dermatologe haar ogen uitkeek en ik glimlachte als de nieuwe collega na een tijdje onvermijdelijk iets zuchtte als: ‘Nog nooit iemand gezien met zo’n krullen’.

Dus ja, als dan blijkt dat je je krullen vaarwel moet zeggen, dan is dat een harde dobber. Je haar is een deel van je identiteit, en bij mij geldt dat misschien meer dan gemiddeld. Het is eng. Het is angstaanjagend. Het is een berg. Ook al weet je dat alles opnieuw zal groeien. Of neen, het kan ook dat je haar ‘anders’ terugkomt, steil bijvoorbeeld. Toen ze me dat zeiden, moest ik even grijnzen.

Mijn krullen, die plaats ruimen?

Don’t count on it.

Weerbarstig, weet je wel.

IMG_1579

Resultaat na 4 weken

patience

Vier weken zijn verstreken sinds de start van de EMACO- behandeling.

‘Pittig’ is het liefste woord dat ik kan vinden om het te beschrijven.

Na de eerste cyclus was mijn HCG waarde 75% gedaald, van 27 000 naar 6 600.

Na de tweede cyclus is de waarde nog eens 85% gedaald, nu naar 1034.

Dat zijn waarden om tevreden over te zijn.

En dat ben ik ook. En ook weer niet. Het blijft zo ver van die ‘lager dan 2’ (en ja, ik bedoel wel duidelijk 2, zoals het getal na 1, want heel wat vrienden begrepen het als ‘lager dan 2000’. Was dat maar waar).

Het gevoel van eindeloosheid blijft. De angst dat de dalingen niet zo goed gaan blijven ook. Ze hebben zich in een hoekje van mijn hoofd genesteld en vinden het daar goed toeven.

Maar het werkt. Het werkt. Ik ben de eerste om het op te nemen voor een goeie work/life balans, maar werk wat harder alsjeblieft.

 

 

 

First battle

18292-Seneca-Quote-We-suffer-more-often-in-imagination-than-in-reality

We zien vaker af in onze verbeelding, dan in de realiteit.

Wow. Een waarheid als een koe, me geserveerd door manlief, die het best toepasselijk vond.

Ondertussen zijn we bijna een volledige chemocyclus verder. De eerste week is de week waarin ik drie dagen word opgenomen in het ziekenhuis, en daar continu aan een infuus hang. De tweede week kan ik het infuus, dat dan maar 50 minuten duurt, gaan halen op de oncologische dagzaal.

Omdat de rommel altijd intraveneus wordt toegediend, kreeg ik een PICK – katheder; een soort poortje in mijn rechterbovenarm die mijn aders moet sparen, maar de hele behandeling lang zal blijven zitten – dus ook als ik thuis ben.

Die eerste dag ziekenhuis, ik kan daar kort over zijn: tweede ergste dag van mijn leven. Het is dankzij mijn lieve familie dat ik nooit schreeuwend naar buiten ben gevlucht.

Toen ik aan het operatiekwartier zat te wachten om die katheder in mijn arm te laten steken, bibberde ik zo wat uit mijn stoel van de zenuwen. Ik zat daar te wachten naast manlief en hoopte vurig dat ik zou wakker worden uit de nachtmerrie. Vlak naast ons lag een oudere dame die na wat mopperen over de kou en de wachttijd, vertelde dat ze al maanden aftelde naar haar rugoperatie.

Ze hoorde dat ik een katheder kreeg en vroeg niet verder. Ze zei alleen maar, met een sappig Limburgs accent: ‘maar dat komt goed. Want kijk wie naast je zit. Je hebt nog een heel leven vol leuke dagen met die man’.

Ze zei het met zo een zekerheid. Alsof het een stelling was.

En ik dacht: ‘misschien krijg je echt de mensen op je pad die je nodig hebt’.

En hoewel ik nog steeds erg zenuwachtig was, ging het plaatsen van de katheder vlot en heb ik er amper iets van gevoeld.

De eerste week van de behandeling is duidelijk de zwaarste. Na de thuiskomst op woensdagavond heb ik naar mijn gevoel drie dagen geslapen. Ik had het fijne gezelschap van onze katjes maar voelde me als in een winterslaap.

Na een paar dagen trok de mist op. En kwamen er betere momenten. Wakkere dagen. Dagen samen met de familie. En hier en daar een dutje.

Dit hele gedoe is mindfulness with a vengeance – in het moment blijven is een must, van zodra ik iets verder kijk, krijg ik het Catalaans benauwd. Het niet kunnen plannen is echt een uitdaging voor mij. Ik vind de bezoekjes en telefoontjes zo geweldig, maar ik kan niet voorspellen wanneer het daar pakweg volgende week een goed moment voor is.

De meest gehoorde vragen en opmerkingen deze week:

  • Hoe gaat het? Tja, dat hangt heel erg van het moment af, maar dank je om het te vragen.
  • Hoe lang duurt deze behandeling nu? Mijn grote angst en frustratie, maar dat weten we nog niet. Alweer is het antwoord, tot mijn HCG op nul staat, en dan nog zes weken. Zucht.
  • Heel moedig van je. Goh, dat lijkt me wat te veel eer. Ik heb geen keuze. Er zit meer ‘moet’ in dit verhaal dan moed. En dat ik zoveel steun krijg, maakt je ruggengraat wel wat steviger.
  • Ben je moe? Dat kan ik me voorstellen. Ach nee, lieverd, dat kan je niet. En dat is helemaal OK zo. Ik ben blij dat je het je niet kan voorstellen.

De volgende berg dient zich aan. Opnieuw die hospitalisatie en het dreigende afscheid van mijn lange krullen.

Ik ga naar het ziekenhuis en ik neem mee

Een laptop

Een sjaaltje

Alle moed die ik bijeen kan schrapen.

 

Ten oorlog

Ik ben een pacifist.

Ik maak niet graag ruzie. Ik heb in m’n hele leven één keer een mep verkocht.

Ik volgde een verdedigingssport, omdat het me minder aanvallend leek.

Kortom, ik ben een doetje.

Toch sta ik voor een gevecht. Een veldslag. Een oorlog.

Vrijdagochtend was de prof heel duidelijk. Mijn scans toonden geen uitzaaiingen. Mijn HCG waarden waren echter niet voldoende gedaald, en overschakelen naar een andere behandeling leek hem nodig.

Ondertussen had ik me ingelezen, zelfs al een tweede opinie aangevraagd bij een centrum in de UK. Ik wist wat de andere behandeling inhoudt.

Het is stevige kost. Tot nu toe had ik vier keer per twee weken een injectie met een product dat over het algemeen goed verdragen wordt. Nu krijg ik een veelvoud van die hoeveelheid, en nog vier andere chemomiddelen erbij. De ene week betekent dat een infuus dat 12 uur loopt, waarbij ik één of twee nachten word opgenomen. De tweede week is het een korter infuus, dat op de dagzaal kan gebeuren.

En bovenal, het is ‘echte’ chemo. Met alles wat daarbij hoort, wat je daarbij kan verwachten. Je wordt ziek. Het maakt je ziek. Om je beter te maken, ja, zeker, die kans is zo goed als 100%. Maar hoe lang dat duurt, kan alweer niet gezegd worden. Vier maanden? Zes maanden? Omdat het geen einde heeft, lijkt het voor mij op dit moment oneindig.

Een complete mola zwangerschap komt 1 keer op 2000 voor. Bij 80% van de patiënten daalt het zwangerschapshormoon vanzelf naar nul, al kan dit lang duren. Ongeveer 1 op 5 heeft chemo nodig, waarbij er gestart wordt met methotrexaatinjecties, omdat het weinig bijwerkingen heeft. Dat middel brengt 70 à 75% van de mensen op de felbegeerde nulwaarde.

Voor de derde keer op rij beland ik bij de ‘speciallekes’. Dat merk je wel. Het boekje met uitleg over mijn therapie is geen mooie folder, maar een afgedrukt stapeltje papier waar verwezen wordt naar pagina’s die er nog niet zijn, maar waar als op een kladje staat ‘NOG IN TE VOEGEN- deel van de nieuwe brochure?’.

Wat zou ik geven om gewoon normaal, saai, gemiddeld te zijn. Wat verlang ik naar voorspelbaarheid, en een stressniveau dat er niet uitziet als de Himalaya.

Hoe ik morgen ga binnenwandelen op die afdeling, hoe ik die naald in mijn arm ga laten steken, hoe ik dat spul in mijn lijf ga laten druppelen – terwijl alles, alles, elke vezel, in vluchtmodus gaat en schreeuwt ‘WORD WAKKER OF MAAK DAT JE WEGKOMT’ – dat weet ik nog niet.

Ik kreeg een berichtje van een vriendin waarop stond:

Als wat achter je ligt je triest maakt,

Als wat voor je ligt je bang maakt

Kijk dan naast je, daar staan de mensen die van je houden.

Dus ik keek. En daar staan ze. Mijn back up, mijn team, mijn troepen. Ze staan op, ze stellen zich kandidaat. Met ovenschotels, babysithulp, berichtjes, telefoontjes, kaartjes, een oor dat luistert en een hand die toegestoken wordt. Ze scanderen: ‘YOU CAN DO IT’, en ‘wij zijn er voor jou en jullie’!

 

Het leger is klaar.

 

Alleen jammer dat de aanvoerder doodsbang is.

 

hdqwallscom

In het oog van de storm

Het was een moeilijke beslissing, om te schrijven over wat ons nu overkomt. Het verhaal  dat ik elke dag in mijn hoofd vermaal, plakt niet zo gemakkelijk op papier.

Toch heb ik er geen spijt van, integendeel.

Het bracht iets teweeg, een openheid, een aanknopingspunt. Zodat ik aan mijn nichtje kon toevertrouwen dat ze mijn laatste post even moest lezen, als ze de kans zag, toen ze me op een feestje vroeg hoe het ging en ik niet de moed had dat hele verhaal te doen. Want het is een heel verhaal. Je zegt niet even: wel het gaat niet zo goed, ik had een miskraam en krijg nu chemo voor de gevolgen daarvan.

Ik weet ondertussen dat veel lotgenoten het verhaal niet brengen. Dat is helemaal hun goed recht. Zij zijn bang voor onbegrip (al moet ik zeggen dat ik het met momenten ook zelf helemaal niet begrijp), en verkeerde of botte reacties.

Mijn eigen ervaring deze voorbije weken was er echter één van veel vriendschap, medeleven, en warmte. Ik ben daar zo ongelooflijk dankbaar om. Want nee, er zijn geen magische woorden die alles beter maken, maar al die kleine gebaren, kaartjes, smsjes, bloemetjes, telefoontjes – ze maken iéts beter.

Ik apprecieer ze allemaal. Ook als mensen mij vragen stellen of opmerkingen maken die me op dat moment net niet zo lekker vallen. Ook als ik daar dan net iets te kort op reageer. Als je me vraagt hoe het gaat, mag je een eerlijk antwoord verwachten.
Soms gaat het niet. Soms zwelgt een panisch gevoel alle ratio op. Soms kan ik niet meedoen aan clichés – neen, ik geef dit geen plaatsje (wie heeft er een ‘plaatsje’ voor chemo door het dromen van een tweede kindje?), neen ik zie soms geen ‘zon achter de wolken’, neen, soms wil ik niet vertellen over wat komt omdat ik even heel hard aan het doen ben alsof we niet in een wervelwind beland zijn.

De storm is nog niet gaan liggen. De behandeling is zwaar, eerder mentaal dan fysiek, maar hoe ik behandeld word, maakt het zwaarder. Het lijkt met momenten alsof je overal zelf aan moet denken. Dan krijg je dit soort gesprekken:

Verpleegster: Goed, ik ga je bloed prikken.
Ik: Euhm, OK, maar dat moet normaal niet vandaag denk ik.
Verpleegster: Maar jawel, het is toch de eerste spuit van de 5de cyclus?
Ik: Nee de derde spuit van de 2e cyclus.

 

Verpleegster: Ah, ik zie dat je gisteren al bloed bent komen laten trekken om alles efficiënter te laten verlopen.
Ik: Ja, ik dacht, dat spaart me vandaag 2 uur wachttijd.
Verpleegster: Ah oeps, ze hebben het HCG niet gemeten (= het enige wat van belang is). Dan moeten we maar opnieuw bloed nemen. Had je dat gezegd gisteren, dat je daarvoor kwam?

 

Verpleegster: De resultaten zijn binnen, de dokter komt het met je bespreken.
Ik: Oei, is het dan niet goed? Kan je het niet gewoon zeggen.
Verpleegster: Neen, ze komt zo hoor.

*Laat mij anderhalf uur zitten zonder nieuws tot ik bijna ontplof van de stress, om na mijn klacht hierover dan toch de dokter te sturen, die goed nieuws had.*

Maar goed, na drie cycli begon ik wat te wennen aan het ritme. Je weet ondertussen waaraan je kan verwachten, je weet dat de nevenwerkingen meevallen (ik voel me best okee, alleen wat moe en met momenten kortademig). Je denkt dat de stress eindelijk wat kan gaan zakken, dat je even kan ademen.

En dan belt de prof je op je GSM op een donderdagavond om 19u.

Om te melden dat hij toch niet zo tevreden is over de daling in je HCG.

Dat hij nieuwe scans en een echo wilt. En dat de HCG waarden van volgende week bepalend gaan zijn in de beslissing om mij over te schakelen naar een andere behandeling.

Wat die andere behandeling is, daar blijft hij vaag over. Hij vermeldt alleen dat het ‘veel zwaarder’ is, en met ‘elke keer een hospitalisatie’.

Veel zwaarder? ‘Echte’ chemo? Bijwerkingen? Haarverlies? En elke keer een hospitalisatie – maar hoe vaak en hoe lang is dat dan?

En dan heb je een week waarin je moet wachten. Want je kan niets doen. Alleen héél hard niet proberen te googlen, maar let’s face it, dat is zoals krabben aan een korstje, je weet dat het niet mag en het de boel erger maakt, maar je kan het gewoon niet laten.

Slapeloze nachten. Alweer.

Nachtmerries en donkere wolken

Zodus.

Ik maakte een facebookpagina voor mijn blog. Als je een pagina aanmaakt, moet je een categorie aanduiden. Gaat het over een zaak, een persoon, een dienst, een website? ‘Website’ leek me zo vaag. Ik heb zonder overdrijven drie uur gezocht naar hoe ik kon aanduiden dat het een ‘persoonlijke blog’ was.

Een persoonlijke blog.

Maar is het dat ook?

Ja, ik schrijf over mezelf, en de wereld dicht bij mij, maar er zijn zo veel dingen waarover ik niets vertel. Die ik mooi achterwege laat, waar ik hooguit eens naar verwijs voor de goede verstaander of de insider.

Sinds ons jaar in Boston lees ik wat vaker wat mensen op hun eigen stukje internet neerpennen. En ik merkte dat velen wél durfden waar ik voor terugkrabbel: eerlijk schrijven – ook wanneer het niet goed gaat.

Sommigen zaten thuis met een burn out. Anderen vochten tegen depressies, of zelfs psychosen. De vrouw achter mijn favoriete kookblog, verloor haar zoontje 1 dag na zijn de geboorte en haar verhaal hierover is zowel het meest trieste als het krachtigste wat ik de laatste jaren las.

De cartooniste Eva Mouton werd bijna een boegbeeld omdat ze er eerlijk voor uitkwam deel uit te maken van de ‘1 op 6’: dat ene koppel op zes voor wie een kindje krijgen niet vanzelfsprekend is.

Wat zijn die mensen sterk. Om te beschrijven dat ze dat soms niet zijn.

En wat doe ik?

Niets. Ik krijg niets geschreven. Ik krijg zelfs niet bedacht. De zinnen vormen zich niet meer in mijn hoofd, de woorden blijven haken.

Toch wil ik het niet verbergen. Toch wil ik er open over zijn, erover praten. Maar verdorie, hoe moeilijk is dat? Om te zeggen, hey, weet je, het gaat niet goed met mij? Dat is echt verdomd moeilijk. Omdat je niet wilt zeuren. Omdat je geen medelijden wilt.

Maar hey… het gaat niet goed met mij.

Deze zomer leefden we twee weken in een droom. De droom dat onze krullenbol grote broer zou worden. Dat we half maart een kindje zouden mogen verwelkomen.

We waren voorzichtig met onze hoop. Wij horen al jaren tot de 1 op 6 – zoonlief kwam er na drie miskramen en heel wat onderzoeken. Maar kijk, de issues waren ontmaskerd, de oplossingen aangereikt en ze hadden geleid tot een prachtige, gezonde zoon. Dus waarom zou het deze keer anders zijn? Die vroege miskraam dit voorjaar was toch gewoon pech? We hebben onze ellende wel gehad, niet?

Ik werd van nabij opgevolgd omwille van onze geschiedenis. De melding dat ik CMV had opgedaan vroeg in de zwangerschap leidde al tot behoorlijk wat stress. Ook was ik ontzettend misselijk en moe, veel meer dan de vorige keren. Tja kijk, dat hoort erbij.

Eindelijk kwam de dag dat ik mijn eerste echo had, op 7 weken.

Na 6 zwangerschappen kan ik echobeelden aardig ontcijferen. De dokter hoefde me niet te zeggen dat het niet goed zat, dat zag ik zo ook wel.

Ik verliet het kabinet met een sprankeltje hoop: de gynaecoloog stelde dat het best kon, dat de zwangerschap priller was dan ik dacht (heus niet hoor, dacht ik), of dat het embryo zo gelegen was dat het niet goed zichtbaar was op de echo. Want zagen we daar niets flikkeren? Leek dat niet op een hartje?

Een weekje wachten zou zekerheid bieden.

En dat was zo. Na een week was er niets te zien behalve een lege vruchtzak. De vijfde miskraam was een feit. Ik vroeg of we konden wachten tot de natuur het zelf opruimde. Ik had al drie curettages achter de rug en als het kon, wilde ik een vierde graag vermijden.

Dus wachtten we nog een week. Nog een week waarin ik van ’s morgens tot ’s avonds misselijk en moe was. Verder gebeurde er helemaal niets.

Wat je helemaal niet wilt horen tijdens een vroege echo, buiten de standaard ‘dit is niet goed’, is ‘dit is raar, euhm ik ga even de prof halen’. Opeens was er geen lege vruchtzak meer te zien, maar een grote bol cellen. Dat was verontrustend, en diende zo snel mogelijk verwijderd te worden. Ik kreeg een afspraak voor een curettage twee dagen later. Ze namen ook bloed, zodat ze zakjes van mijn bloedgroep konden bestellen, want een grote bloeding kon niet uitgesloten worden.

Ik was alleen op mijn kamer toen de dokter na de operatie binnen kwam. Hij vertelde dat mijn zwangerschapshormoon (HCG) op 440 000 stond, zo’n 4 keer hoger dan het normale maximum binnen een zwangerschap. De wildgroei van placentacellen duidde op iets dat een partiële mola wordt genoemd. Heeft niets te maken met onze voorgaande problemen of met de CMV. Het is een afwijking van bij de bevruchting die maakt dat de placenta heel vreemd uitgroeit en er veel kans is dat er cellen achter blijven na een curettage. In dat geval zou een tweede of zelfs derde curettage nodig zijn. Om dat op te volgen moest ik elke week mijn bloed laten controleren- zo lang het HCG daalde was dit een goed teken.

Thuis begon ik uiteraard te googlen. Ik merkte meteen dat een mola zo zeldzaam is dat de informatie  niet altijd even betrouwbaar is. Dat er twee soorten mola bestaan, een partiële (kans 1:25 000) en een complete (kans 1:2000). Dat de partiële de beste prognose had: in de meeste gevallen daalt het HCG vanzelf, en na een paar weken kan een volgende zwangerschap overwogen worden.

Maar als het HCG niet daalt… dan was het protocol in alle landen waar ik informatie over vond, heel duidelijk: een behandeling met Methotrexaat, dat snel delende cellen doodt. Met andere woorden: chemo.

Het duizelde me. Chemo? Ik zocht info over een afwijking bij een embryo en plots zat ik op websites met ‘oncologie’ in de naam. Wat? En waarom had niemand het over een tweede curettage? Ik dook in de wetenschappelijke literatuur.

De week erop was mijn HCG waarde gedaald naar 25 000. Ik was niet langer misselijk. Ik kon even ademen.

Alweer een week later riep de dokter me binnen vlak na mijn bloedafname. Het weefselonderzoek had aangetoond dat het een complete mola was. Dit veranderde niets aan de aanpak: nog steeds wekelijks de HCG waarde opvolgen. Maar de kans dat dat niet zou gebeuren, steeg opeens van 1% naar 20%, want een complete mola geeft meer risico op agressieve cellen.

De grond zakte weg onder mijn voeten. Ik verliet het gebouw en een ijskoude zekerheid overviel me: het is om zeep. Ik hang eraan.

Twee uur later werd ik gebeld door de verpleegkundige om me te melden dat mijn HCG gestegen was naar 35 000. Het was al zover. Een volgende curettage werd vastgelegd de woensdag erop.

Een half uur later hing de dokter ook nog eens aan de lijn. Zijn verhaal was vreemd en niet geruststellend. ‘Ik moet nog wat literatuur nalezen’, are you kidding me? Op dat ogenblik kon ik niet reageren, voelde me helemaal lamgeslagen.

Maar het weekend erna begon het te dagen: hij had hier geen ervaring mee. Hij wist niet wat het protocol was. En wat nog erger was: hij stelde volgens mij een verkeerde behandeling voor. Ik wilde graag hopen dat een curettage zou helpen, maar ik wist eigenlijk al dat dat niet het geval zou zijn.

In allerijl zochten we naar een tweede opinie. Die vonden we ook, in Gasthuisberg. Gelukkig konden we er maandag – twee dagen voor de geplande curettage – terecht voor een consult, bij een professor die dé expert bleek te zijn op het gebied van mola zwangerschappen.

Na drie uur in de wachtkamer legde hij ons stap voor stap de behandeling uit.

Het was nog erger dan ik had verwacht. En geloof me, ik verwachtte me al aan heel wat.

Een curettage had gezien mijn hoge HCG waarde inderdaad geen zin. Er moest onmiddellijk met de chemo gestart worden. Dit zou gebeuren in een schema van 1 week behandeling (met een spuit op dag 1, 3, 5 en 7) en 1 week niets. Deze cyclus wordt herhaald zo lang mijn HCG niet op nul staat (wat maanden kan/zal duren). Nadat de nulwaarde is gehaald, volgen er nog drie cycli voor de zekerheid.

Omwille van een reële kans op levensbedreigende bloedingen tijdens de eerste week van behandeling, diende ik 7 dagen te worden gehospitaliseerd.

Huh? Watte? Ik ben opeens een oncologische patiënt en kan niet eens bij mijn familie zijn? Ik mag mijn zoon niet instoppen? Wat is dit voor misselijke grap?

Maar wat mijn maag helemaal deed keren, moest nog komen. Na al die maanden van behandeling, waarvan niemand kan voorspellen hoe lang het zal duren, start de klok. Eén jaar wachttijd voor we eventueel nog eens kunnen proberen. Om van krullenbol een grote broer te maken.

U bent nog jong, mevrouw’. Voor de afdeling oncologie, wel ja. Bij de gynaecoloog val ik onder de ‘geriatrische moeders’.

Ik lig op mijn rug op een snelweg en word overreden door een slecht-nieuws-truck.

En nog eens.

En nog eens.

Dit gebeurt toch niet, toch niet echt? Hoe is onze droom op twee weken in deze nachtmerrie verandert?

Ik moet nog bloed laten trekken en een echo laten nemen. Ik word meteen doorverwezen naar die afdelingen, waar we weer in de wachtrij terecht komen.

Niemand vraagt ons of het gaat.

Niemand vraagt of we hulp nodig hebben.

Niemand die wilt weten of we een briefje nodig hebben voor ons werk,  nu ik ‘niet even’ weg ben onder de middag, maar zes uur in de gangen van het ziekenhuis heb doorgebracht.

Twee dagen later moet ik een CT-scan laten nemen om uitzaaiingen in longen en hersenen uit te sluiten. Maar ik moet me ‘geen zorgen’ maken, want zelfs als die er zouden zijn, verandert de prognose niet. En die prognose is 99,9% kans op een volledige genezing.

Pardon?

Statistiek kan me even gestolen worden. Eén kans op 1000 dat het misloopt?

De kans op een complete mola is 1 op 2000. Twintig percent van de patiënten heeft chemo nodig, dat is dus 1 op 10 000.

Je wilt me dus vertellen dat ik 10x meer kans heb dat dit slecht uitdraait, dan dat ik hier nu opgenomen moet worden op de dienst gynaecologie-oncologie? Mag ik even een teiltje?

Fuck statistiek.

 

So there you go. Dat is er aan de hand. Dat is waarom ik even niet kan schrijven over de kleinere zaken, over vijf dingen op vrijdag, over wat we gaan eten deze week. Want de kans is reëel dat het een zak Doritos is voor de lunch. De kans is reëel dat ik niet van de zetel raakte vandaag. De kans is reëel dat ik zoonlief superlang tv liet kijken omdat ik kalm word van hem knuffelen bij een aflevering van ‘Blaze en de monsterwielen’.

 

En verder;

Er waren geen uitzaaiingen.

Die week ziekenhuis is achter de rug.

Morgen start mijn tweede cyclus met spuiten.

Ik kan niet verder kijken dan een paar dagen, zonder een lichte paniekaanval te krijgen.

Ik ben al uit genoeg putten geklauterd, om te beseffen dat deze te diep is. Tenminste, om het alleen te doen.

Twee gezichten van augustus

Zo een roze plumeau met hele veertjes, samengehouden op een bamboestok.

Ik vond die vroeger onweerstaanbaar zacht, maar dat is niet de reden waarom ik er nu eentje zoek. Ik zou er de stofpluksels mee weg vegen, de webben die zich geweven hebben over mijn blog de laatste weken.

Augustus was een hele vreemde maand. Eentje met twee gezichten.

Zomer, ja, maar tijdens onze staycation in België was daar met momenten weinig van te merken. Onze nieuwe tuinmeubels werden in het begin van de maand geleverd, en hebben al meer staan verdampen dan dat ze bruikbaar waren. Soms speet het me, dat we toch niet de zekere zon hadden opgezocht.

Vakantie, ja, en daar hebben we zeker van genoten, vooral van de extra tijd met onze kleine man. Hij was het zonnetje, ook als het buiten goot. We gingen samen zwemmen, we speelden met de trein, we gingen wandelen door de velden en ontdekten daar maïs, koeien, fietsers, steentjes en ander leuks.

Maar tegelijkertijd voelde ik me niet goed. Ik was moe. Zoals ik al moe was sinds begin juni. Op een manier die me wat beangstigde, met een vermoeidheid waar ik mij niet kon ‘uit-willen’, waar geen cafeïne tegenop kon. Dus ik sliep. Samen met ons ventje deed ik vaak een dutje. Het was tenslotte vakantie…

die eindigde in nogmaals ondersteboven gehaald worden door een virus, rotzooi allerhande, lage bloeddruk en een week op de zetel. Ik voelde me soms niet meer als mezelf.

Op het werk ontplofte er een bommetje, ik kreeg dat nieuws via een berichtje en probeerde er verder niet te veel bij stil te staan. Niet piekeren, niet piekeren. Vakantie, vakantie.

Een vakantie waarin ook zo veel moois gebeurde. Kleine reusje ging met rasse sprongen vooruit. Opeens kon hij tot tien tellen – al is ‘ves’ wel een bijzonder getal tussen vijf en zes. Groen, blauw, rood, geel, paars, bruin, zwart, wit – hij benoemde dat out of the blue correct. Zijn zinnen groeiden met gemiddeld 2-3 woorden. Hij kent zonder overdrijven minstens 75 dieren. Hij sprak opeens van ‘mijn’ en ‘jij’ (toegegeven, het antwoord op de vraag “doet mama dat of ga jij dat doen”, is soms nog wel ‘jij dat doen’). Even knipperen en onze peutert leek elke dag meer op een kleutertje. Mama zo fier.

En niet te vergeten: ik werkte stevig aan mijn bucket list. In het voorjaar vertelde een vriendin me dat K’s Choice wilde optreden met een koor, en dat je je kon opgeven om daar deel van uit te maken voor twee concerten. Geen zangervaring vereist, alleen graag zingen.

Ik twijfelde. Ik zing zo graag. Alleen betekent dat onder de douche, in de wagen. Maar K’s Choice…. Al meer dan een half leven fan. ‘Cocoon crash‘ (een CD) heeft toch wel een groot deel van mijn tienerjaren ingepalmd.

Na een duwtje van manlief, schreef ik me in. Vijf dagen workshops volgden in augustus, voor we op 26 augustus effectief op het podium achter Gert en Sarah Bettens stonden, en optraden in De Singel in Antwerpen.

Ik vertel hier graag een andere keer meer over, maar HET WAS GEWELDIG. Geweldig en overweldigend. De energie die vrijkwam, bij mij, bij de 239 andere koorleden, bij de coaches, bij de leden van K’s Choice … zou drugs zo voelen?

Ja, augustus – een maand met twee gezichten.

Ik leerde minstens 1 belangrijke les: je kan niet piekeren en zingen tegelijk.

muzieknoot

Tekst en uitleg #9

Het is alweer even geleden dat ik mijn lijstje van ‘1000 vragen aan jezelf’ aanvulde. Dit leek me een uitgelezen moment: onze kleine reus ligt mooi op tijd in zijn bedje te knorren, manlief is het plafond aan het afplakken in wat de toekomstige peuterkamer wordt, en ik lig in de zetel met de laptop op schoot.

Ideaal om de vragen van nr 41 tot en met 50 te beantwoorden. Best een persoonlijk lijstje, over welke score je je gezicht zou geven, douchen en je favoriete kamer in je huis.

  1. Welk cijfer zou je aan je gezicht geven?

Oei, meteen zo confronterend. Hoewel, ik ben best tevreden met mijn gezicht (’t is elders dat de problemen zich stellen haha). ‘t Is hoekig maar daar spreekt ook weer karakter uit (hoop ik dan). En de combinatie van al jaaaaaren crèmekes smeren en de goeie genen van mijn ouders, maken dat de rimpels me nog niet helemaal hebben ingehaald, en ik standaard jonger wordt geschat dat mijn identiteitskaart beweert. Dus euh…8/10?

  1. Was je goed op school?

Ja, ik was altijd de eerste van de klas. Sorry, niet om op te scheppen, maar het was gewoon zo. Ik studeerde ook wel ijverig, stak er de nodige tijd in, maar ik geef toe dat het me allemaal wel vrij vlot afging.

  1. Hoe lang sta je gemiddeld onder de douche?

Als ik mijn haar niet was, eerder kort- ik schat echt korter dan manlief, een minuut of 5? Als ik mijn haar wel moet wassen (en vooral: kammen) dan zal het eerder 25 min zijn.

  1. Denk je dat er buitenaards leven bestaat?

Het zou eerder vreemd zijn mocht dat niet het geval zijn, in een quasi oneindig universum. Maar of die nu ook blogs aan het typen zijn….?

  1. Hoe laat sta je meestal op?

Als ik ga werken, ergens tussen 6u50 en 7u20. Of wanneer zoonlief wakker is natuurlijk.

  1. Vier je altijd uitgebreid je verjaardag?

Hangt ervan af wat je met uitgebreid bedoelt, maar ik laat het zeker niet zo maar voorbij gaan. Meestal organiseer ik het weekend ervoor of erna een brunch voor vrienden en familie, en misschien gaan manlief en ik nog eens lekker eten (of gaan we sushi halen).

IMG_20160214_131400

  1. Hoe vaak kijk je per dag op Facebook?

Te vaak, denk ik. Het is een automatisme geworden als ik even een pauze neem, bijvoorbeeld. Ik heb goeie voornemens over het afbouwen daarvan.

  1. Wat is je favoriete ruimte in je huis?

Ik ben graag thuis, dus zo overal een beetje. De living omdat het na een lange dag aangenaam toeven is in onze zetel, de keuken omdat koken ontspannend kan zijn (en onze keuken handig is ingericht), het terras op een warme zomeravond, mijn slaapkamer omdat slapen één van mijn liefste hobby’s is.

  1. Wanneer heb je voor het laatst een huisdier geaaid?

Na het eten op het terras, daarnet, Janie kwam langs wandelen.

DSC_3030

  1. Wanneer ben je op je best?

Als ik mensen kan helpen, of me echt op een project kan storten waarbij ik het verschil kan maken.

 

Of elke avond wanneer ik een verhaaltje voorlees met stemmetjes en gebaren. Dat kan ook natuurlijk.

 

Bloggers brunch

Je hebt mensen die niet ontbijten. Bed uit, douche in, hup naar het werk. Ik begrijp die mensen niet. Plunderen die stiekem de koelkast ’s nachts? Hebben die een geheime voorraad koekjes naast hun bed? Hoe hou je je suikerspiegel op peil zonder te eten ’s morgens?

 

Nu zijn energie opdoen en over het algemeen niet van je stokje gaan, niet de twee enige redenen waarom ik van ontbijten hou. Het is ook een rustmomentje voor het hectische van de dag, of dat probeer ik er toch van te maken. Als het kan, wil ik gerust ook langer aan de ontbijttafel blijven zitten. Nog een koffietje, misschien nog wat fruit, ik hou van het voedsel dat mijn metabolisme weer tot leven wekt.

 

Als ik een halve voormiddag mag blijven zitten, nog beter. Brunch is dan ook mijn aller- aller- favorietste maaltijd van de dag. Geen wonder dat ik al jaren de verjaardagsfuif achterwege laat maar vrienden en familie op zondagochtend uitnodig voor een festijn van quiche, koffiekoekjes, spek met ei, pannenkoeken, wafels, kraakverse pistoleetjes, fruit, koffie en smoothies.

 

En zo efficiënt: heb je meteen voor twee maaltijden gegeten! Ha!

 

Jep, ik hou van brunchen.

 

Dus toen er een uitnodiging kwam om samen met een aantal andere bloggers te gaan brunchen in het Leuvense, was ik erg enthousiast. Ook al voelde ik een tikje onzekerheid: ik, tussen de bloggers? Omdat een aantal bekenden en een klein aantal minder bekenden die schrijfseltjes van mij lezen? Ach kom, het was tenslotte een brunch, dus ik schreef me in.

 

Gisteren was het zo ver: 16 blogsters (want blijkbaar zijn het voornamelijk vrouwen die het internet beschrijven) kwamen samen in Mister Bean, in Kessel-Lo. Het bleek een gezellige zaak, waar kunst van beginnende artiesten de muren kleurt, alle stoelen uit een oud schoolgebouw ontvlucht lijken te zijn, en het servies een gouden randje had. Fijn!

Ik kende niemand persoonlijk, had van een aantal wel al wat stukjes gelezen. Dat was leuk, om die ook ‘in het echt’ te ontmoeten.

Het was een heel gevarieerd gezelschap, dames die al sinds de middeleeuwen van the world wide web bloggen, anderen die nog niet zo lang aan de slag waren. Enkelen die zich (bijna) professioneel toelegden op hun schrijven, of die het heel specifiek over een bepaald thema wilden hebben, zoals thee, ecologisch leven, veganistische recepten. En natuurlijk waren er ook die gewoon schrijven wat er in hun opkomt, die het niet zien zitten om op vaste dagen te bloggen, want oehh stress, en die zich vooral amuseren met die hersenkronkels eens neer te tikken. Het laat zich raden tot welke categorie ik mijzelf graag reken.

 

We werden vriendelijk onthaald met cava/fruitsap en kregen een bagel als brunch, die heerlijk was. Daarna waren er enkele dessertjes.

Toch een paar kleine bedenkingen:

1) 1 bagel, hoe smakelijk ook, vervangt voor mij geen ontbijt + middagmaal. Ook niet met een stukje cheesecake erbij.

2) Ik had speciaal voor het vertrek geen koffie gedronken, en vond het dan ook jammer dat we tot 13u hebben moeten wachten voor dat zwarte goud ook effectief geschonken werd. Er zijn al voor minder gewonden gevallen. Just sayin.

 

Maar ach… de gesprekken en het gezelschap maakten veel goed. Ik vond het erg interessant om de anderen te horen over hun aanpak, hun idee, en wat ze wilden bereiken. En wat was het verrassend om (af en toe) een blik van herkenning te krijgen, als ik zei dat ik schrijf op bostonbaby. Het begon ook echt te kriebelen om misschien toch net nog iets meer te gaan doen met die bostonbaby, de boel wat te structureren, er wat meer mee naar buiten te komen.

 

De tijd vloog voorbij.

 

Ik snap nu helemaal waarom ze op ‘Komen Eten’ quoteren op het eten enerzijds en sfeer en gezelligheid anderzijds.

 

Mijn bucket list: 40 before 40

Screen Shot 2017-07-27 at 13.58.54

Toevallig merkte ik dat mijn volgende post de 200ste zou zijn op deze blog. OK ja, er was helemaal niets toevallig aan, ik zag het cijfer 190 en ben sindsdien aan het brainstormen met mezelf over wat ik zou doen. Want een 200ste post, dat schrijf je niet elke dag. Ik wilde er graag iets van maken waar ik naar zou kunnen verwijzen later. Zo van ‘hey weet je nog wel, wat ik zei in mijn 200ste post?’.

 

Ik landde op een idee dat al even speelt. Ik heb het een paar keer gehad over bucket lists, lijstjes met ‘to do’s’ die alle kanten kunnen opgaan.

Ik had een bucket list gemaakt voor Boston, en heb ook een heel ander lijstje opgesteld, met dingen die ik net niet meer wilde doen (mijn f*ck it list).

 

Ik zou ook een hele bladzijde kunnen vullen met geweldige dingen die ik kan schrappen, zoals:

  • de Grand Canyon zien,
  • in Thailand op een olifant rijden,
  • de man van mijn leven ontmoeten,
  • mama worden,
  • wedding planner en ceremoniemeester zijn bij verschillende trouwfeesten (met als kers op de taart de eerste Belgische ‘Toast master’ op een huwelijk in Kopenhagen),
  • een eigen huis bouwen,
  • Oudjaar vieren in het buitenland (en veel meer dan dat),
  • duiken in een onderwaterreservaat, waar een zeeschildpad ons voorbij zwom
  • vlakbij een blauwe vinvis varen
  • IJsland bezoeken
  • Een diner van restaurantniveau koken voor >20 mensen
  • Met blote voeten over hete kolen lopen (1200 °C)

 

Been there, done that, loved it, got the t-shirt.

 

Maar er is zo veel dat ik nog zou willen doen. Dromen genoeg.

 

Toch heb ik een dubbel gevoel bij dit soort lijstjes. Enerzijds vind ik het goed om op te lijsten wat je wilt bereiken, ik geloof dat je het dan ook (sneller) omzet in daden.

Aan de andere kant vind ik dat we onszelf al zoveel druk opleggen van wat er allemaal moet.  Ook kan het behoorlijk vaag zijn, ooit wil ik dit of dat bereiken, maar als ik er vandaag geen zin kan het over dertig jaar ook nog wel.

 

Daarom stelde ik mijn lijstje op, maar hield ik rekening met drie dingen:

  • Het zijn dingen die ik graag zou doen, maar er is geen man/vrouw overboord als het niet of niet volledig lukt
  • Ik noteer zowel vrij eenvoudige doelen als meer uitdagende, zodat het niet te overweldigend wordt
  • Ik geef mezelf een deadline, maar wel een ruime, van een aantal jaar.

the-bucket-list-734593__340

Zo kwam ik bij onderstaande bucket list: mijn ’40 before 40’.

 

  1. Een pinguin aanraken
  2. Indoor skydiving
    skydiving-665030__340
  3. Een familieboom tot 5 generaties terug opstellen
  4. Op de radio komen
  5. Uit een kokosnoot drinken
  6. Ontbijten in bed
  7. (Goed) leren zwemmen
  8. Verzinnen en creëren van een eigen ijsroomsmaak
    strawberry-ice-cream-2239377__340
  9. Vrijwilligerswerk doen met kerstmis of oudjaar
  10. Stamceldonor worden
  11. Een EHBO-cursus volgen
  12. Een terugkerende column schrijven
  13. Naar Ibiza gaan
  14. De beiaard in Leuven beklimmen
  15. Onder de sterren slapen
  16. Op eigen kracht op de top van de Mont Ventoux geraken
  17. Een schattenjacht opstellen voor vrienden en familie
    cartography-2074079__340
  18. In een boomhut overnachten
  19. Iemand een taart in het gezicht gooien
  20. Deelnemen aan een color run*
  21. Zelf een peperkoeken huisje maken
  22. Onze 20 jaar samen vieren met een groot feest
  23. Kastanjes poffen
  24. Een helderziende bezoeken
  25. 40 snailmails sturen (= brieven of kaartjes)
  26. 40 films zien de Oscar voor beste film wonnen
  27. Op een podium staan
  28. Zangles volgen
  29. Leren mediteren
  30. Een blotevoetenpad bewandelen
  31. 40 random acts of kindness uitvoeren**
  32. De lijst met nieuwe ingrediënten optrekken naar 40 (zie posts over nummers 1-9 en 10-20)
  33. In een limo rijden
  34. Mijn streefgewicht halen
  35. Zeilen
  36. Een blog rond wetenschappen starten
  37. Meedoen in een toneelstuk
  38. Een regenboogcake maken
    cakes-2528177__340
  39. Onze huiselijke afvalberg met de helft verminderen
  40. Dit is een joker voor als ik iets tegenkom dat zo cool is dat ik het absoluut op mijn lijstje moet zetten.

 

Ik schat dat ik elke paar maanden een stand van zaken opmaak. Even kijken hoe het loopt, en waar ik actie wil ondernemen.

 

En, heb jij een bucket list? Of wat zou er zeker opstaan? 

 

 

*Een color run is een loopwedstrijd van 5 kilometer waarbij de deelnemers in witte t-shirts lopen, en elke kilometer een wolk van gekleurd poeder over zich heen krijgen. Het wordt ook wel de ‘happiest 5K’ genoemd.

 

** Een RAOK of random act of kindness is een onbaatzuchtige daad, waarbij je iets leuks/aardigs doet voor iemand anders, die je vaak niet eens kent, en die meestal niet weet dat het van jou komt.

Eerste dag effect

Ik las over het ‘eerste-nacht-effect’ op vakantie. Je denkt ‘eindelijk, eindelijk, relax, lekker slapen’ (of je bent ouder van een baby/peuter en je denkt, ‘lekker slapen, ik laat het lichtje in de keuken branden want ik kan hier nog niet blindelings een flesje maken om 4u ’s nachts’).

 

Blijkbaar is het wetenschappelijk bewezen dat je die eerste nacht in een vreemd bed vaak niet fantastisch slaapt. Als een vogel of een walvis blijft de helft van je brein actiever, om mogelijk gevaar op te sporen. Bij mij resulteerde het in elk geval in ingewikkelde en uitgebreide dromen, maar ik heb dan ook altijd al geweten dat ik een vogelbrein heb. Ik zou bijna zeggen, als een kip zonder kop, maar goed, die heeft dan weer net géén vogelbrein.

 

Ik heb echter nog nooit iets gelezen over het ‘eerste-dag-effect’. Die eerste keer ontbijten met het vers stokbrood dat man- en zoonlief zijn gaan kopen in alle vroegte, terwijl ik nog een klein beetje mocht verder slapen. Dat eerste kopje koffie op het terras.

IMG_0760

 

Het strand op wandelen met 15 kg peuter in de draagzak op je rug, dat gevoel de zee terug te zien, hallo, oude vriend. De lucht blauw met wolkjes, behalve waar de vliegers kleuren.

 

Mosselen gaan eten, natuur natuurlijk. Een blos op je neus voelen. Een dutje doen. De zeebries als haardroger gebruiken.

IMG_0770

’s Avonds knispert de vloer van je appartementje onder je blote voeten. Het universele gevoel: dit was een mooie dag.

IMG_0766

Jarig!

Vandaag vier ik een kleine verjaardag. Deze blog wordt twee jaar. YAAY! Twee jaar, 198 schrijfsels, ik moet toegeven dat ik dat nooit verwacht had. Ik vind het nog steeds wat gek om mezelf een ‘blogger’ te noemen.

A birthday cupcake with two lighted candles.

Twee jaar geleden stonden we vlak voor onze trans-Atlantische verhuis. Toen ik mijn hele huishouden kritisch bekeek (Meenemen? Stockeren? Weg doen?), en daar mijn eerste blogpost aan weet, wist ik nog niet dat we exact een jaar later opnieuw zouden binnen vallen. De tickets voor onze terugkeer werden namelijk pas later aangekocht. Maar exact een jaar na die eerst post kwamen we weer thuis. Met 11 koffers en trolleys en buggy en baby en jetlag. En een verhaal.

 

Soms wordt er gezegd: what a difference a year makes. Maar ook vandaag waren we aan het inpakken. Net als toen, mja, dat nu ook weer niet helemaal.

 

In 5 punten: een korte vergelijking tussen 22 juli 2016 en 22 juli 2017

 

Inpakken van kleren, babyspullen en elektronica

 

Inpakken van kleren, peuterspullen en elektronica
Het vliegtuig wacht niet De auto vertrekt wanneer wij vertrekken, anders is er iets ernstig mis

 

Als het niet in de koffers past, kan het niet mee (stressssss) Als het niet in de koffers past, past het misschien nog aan mijn voeten, of naast de kinderstoel (no stress)

 

De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten, de rest gooien we desnoods binnen een week wel weg

 

We wisten waar we naar toe gingen, maar niet hoe we ons zouden voelen We wisten niet (helemaal) waar we naar toe gingen, maar wel dat we gaan relaxen
 

 

Het is een bijzonder jaar geweest sinds onze terugkeer naar België. Pittig, ook wel.

 

Maar vandaag hoeven we daar allemaal niet aan te denken. Vandaag kijken we vooruit.

Vandaag begint onze vakantie écht.

IMG_0758