Twee gezichten van augustus

Zo een roze plumeau met hele veertjes, samengehouden op een bamboestok.

Ik vond die vroeger onweerstaanbaar zacht, maar dat is niet de reden waarom ik er nu eentje zoek. Ik zou er de stofpluksels mee weg vegen, de webben die zich geweven hebben over mijn blog de laatste weken.

Augustus was een hele vreemde maand. Eentje met twee gezichten.

Zomer, ja, maar tijdens onze staycation in België was daar met momenten weinig van te merken. Onze nieuwe tuinmeubels werden in het begin van de maand geleverd, en hebben al meer staan verdampen dan dat ze bruikbaar waren. Soms speet het me, dat we toch niet de zekere zon hadden opgezocht.

Vakantie, ja, en daar hebben we zeker van genoten, vooral van de extra tijd met onze kleine man. Hij was het zonnetje, ook als het buiten goot. We gingen samen zwemmen, we speelden met de trein, we gingen wandelen door de velden en ontdekten daar maïs, koeien, fietsers, steentjes en ander leuks.

Maar tegelijkertijd voelde ik me niet goed. Ik was moe. Zoals ik al moe was sinds begin juni. Op een manier die me wat beangstigde, met een vermoeidheid waar ik mij niet kon ‘uit-willen’, waar geen cafeïne tegenop kon. Dus ik sliep. Samen met ons ventje deed ik vaak een dutje. Het was tenslotte vakantie…

die eindigde in nogmaals ondersteboven gehaald worden door een virus, rotzooi allerhande, lage bloeddruk en een week op de zetel. Ik voelde me soms niet meer als mezelf.

Op het werk ontplofte er een bommetje, ik kreeg dat nieuws via een berichtje en probeerde er verder niet te veel bij stil te staan. Niet piekeren, niet piekeren. Vakantie, vakantie.

Een vakantie waarin ook zo veel moois gebeurde. Kleine reusje ging met rasse sprongen vooruit. Opeens kon hij tot tien tellen – al is ‘ves’ wel een bijzonder getal tussen vijf en zes. Groen, blauw, rood, geel, paars, bruin, zwart, wit – hij benoemde dat out of the blue correct. Zijn zinnen groeiden met gemiddeld 2-3 woorden. Hij kent zonder overdrijven minstens 75 dieren. Hij sprak opeens van ‘mijn’ en ‘jij’ (toegegeven, het antwoord op de vraag “doet mama dat of ga jij dat doen”, is soms nog wel ‘jij dat doen’). Even knipperen en onze peutert leek elke dag meer op een kleutertje. Mama zo fier.

En niet te vergeten: ik werkte stevig aan mijn bucket list. In het voorjaar vertelde een vriendin me dat K’s Choice wilde optreden met een koor, en dat je je kon opgeven om daar deel van uit te maken voor twee concerten. Geen zangervaring vereist, alleen graag zingen.

Ik twijfelde. Ik zing zo graag. Alleen betekent dat onder de douche, in de wagen. Maar K’s Choice…. Al meer dan een half leven fan. ‘Cocoon crash‘ (een CD) heeft toch wel een groot deel van mijn tienerjaren ingepalmd.

Na een duwtje van manlief, schreef ik me in. Vijf dagen workshops volgden in augustus, voor we op 26 augustus effectief op het podium achter Gert en Sarah Bettens stonden, en optraden in De Singel in Antwerpen.

Ik vertel hier graag een andere keer meer over, maar HET WAS GEWELDIG. Geweldig en overweldigend. De energie die vrijkwam, bij mij, bij de 239 andere koorleden, bij de coaches, bij de leden van K’s Choice … zou drugs zo voelen?

Ja, augustus – een maand met twee gezichten.

Ik leerde minstens 1 belangrijke les: je kan niet piekeren en zingen tegelijk.

muzieknoot

Advertenties

Tekst en uitleg #9

Het is alweer even geleden dat ik mijn lijstje van ‘1000 vragen aan jezelf’ aanvulde. Dit leek me een uitgelezen moment: onze kleine reus ligt mooi op tijd in zijn bedje te knorren, manlief is het plafond aan het afplakken in wat de toekomstige peuterkamer wordt, en ik lig in de zetel met de laptop op schoot.

Ideaal om de vragen van nr 41 tot en met 50 te beantwoorden. Best een persoonlijk lijstje, over welke score je je gezicht zou geven, douchen en je favoriete kamer in je huis.

  1. Welk cijfer zou je aan je gezicht geven?

Oei, meteen zo confronterend. Hoewel, ik ben best tevreden met mijn gezicht (’t is elders dat de problemen zich stellen haha). ‘t Is hoekig maar daar spreekt ook weer karakter uit (hoop ik dan). En de combinatie van al jaaaaaren crèmekes smeren en de goeie genen van mijn ouders, maken dat de rimpels me nog niet helemaal hebben ingehaald, en ik standaard jonger wordt geschat dat mijn identiteitskaart beweert. Dus euh…8/10?

  1. Was je goed op school?

Ja, ik was altijd de eerste van de klas. Sorry, niet om op te scheppen, maar het was gewoon zo. Ik studeerde ook wel ijverig, stak er de nodige tijd in, maar ik geef toe dat het me allemaal wel vrij vlot afging.

  1. Hoe lang sta je gemiddeld onder de douche?

Als ik mijn haar niet was, eerder kort- ik schat echt korter dan manlief, een minuut of 5? Als ik mijn haar wel moet wassen (en vooral: kammen) dan zal het eerder 25 min zijn.

  1. Denk je dat er buitenaards leven bestaat?

Het zou eerder vreemd zijn mocht dat niet het geval zijn, in een quasi oneindig universum. Maar of die nu ook blogs aan het typen zijn….?

  1. Hoe laat sta je meestal op?

Als ik ga werken, ergens tussen 6u50 en 7u20. Of wanneer zoonlief wakker is natuurlijk.

  1. Vier je altijd uitgebreid je verjaardag?

Hangt ervan af wat je met uitgebreid bedoelt, maar ik laat het zeker niet zo maar voorbij gaan. Meestal organiseer ik het weekend ervoor of erna een brunch voor vrienden en familie, en misschien gaan manlief en ik nog eens lekker eten (of gaan we sushi halen).

IMG_20160214_131400

  1. Hoe vaak kijk je per dag op Facebook?

Te vaak, denk ik. Het is een automatisme geworden als ik even een pauze neem, bijvoorbeeld. Ik heb goeie voornemens over het afbouwen daarvan.

  1. Wat is je favoriete ruimte in je huis?

Ik ben graag thuis, dus zo overal een beetje. De living omdat het na een lange dag aangenaam toeven is in onze zetel, de keuken omdat koken ontspannend kan zijn (en onze keuken handig is ingericht), het terras op een warme zomeravond, mijn slaapkamer omdat slapen één van mijn liefste hobby’s is.

  1. Wanneer heb je voor het laatst een huisdier geaaid?

Na het eten op het terras, daarnet, Janie kwam langs wandelen.

DSC_3030

  1. Wanneer ben je op je best?

Als ik mensen kan helpen, of me echt op een project kan storten waarbij ik het verschil kan maken.

 

Of elke avond wanneer ik een verhaaltje voorlees met stemmetjes en gebaren. Dat kan ook natuurlijk.

 

Bloggers brunch

Je hebt mensen die niet ontbijten. Bed uit, douche in, hup naar het werk. Ik begrijp die mensen niet. Plunderen die stiekem de koelkast ’s nachts? Hebben die een geheime voorraad koekjes naast hun bed? Hoe hou je je suikerspiegel op peil zonder te eten ’s morgens?

 

Nu zijn energie opdoen en over het algemeen niet van je stokje gaan, niet de twee enige redenen waarom ik van ontbijten hou. Het is ook een rustmomentje voor het hectische van de dag, of dat probeer ik er toch van te maken. Als het kan, wil ik gerust ook langer aan de ontbijttafel blijven zitten. Nog een koffietje, misschien nog wat fruit, ik hou van het voedsel dat mijn metabolisme weer tot leven wekt.

 

Als ik een halve voormiddag mag blijven zitten, nog beter. Brunch is dan ook mijn aller- aller- favorietste maaltijd van de dag. Geen wonder dat ik al jaren de verjaardagsfuif achterwege laat maar vrienden en familie op zondagochtend uitnodig voor een festijn van quiche, koffiekoekjes, spek met ei, pannenkoeken, wafels, kraakverse pistoleetjes, fruit, koffie en smoothies.

 

En zo efficiënt: heb je meteen voor twee maaltijden gegeten! Ha!

 

Jep, ik hou van brunchen.

 

Dus toen er een uitnodiging kwam om samen met een aantal andere bloggers te gaan brunchen in het Leuvense, was ik erg enthousiast. Ook al voelde ik een tikje onzekerheid: ik, tussen de bloggers? Omdat een aantal bekenden en een klein aantal minder bekenden die schrijfseltjes van mij lezen? Ach kom, het was tenslotte een brunch, dus ik schreef me in.

 

Gisteren was het zo ver: 16 blogsters (want blijkbaar zijn het voornamelijk vrouwen die het internet beschrijven) kwamen samen in Mister Bean, in Kessel-Lo. Het bleek een gezellige zaak, waar kunst van beginnende artiesten de muren kleurt, alle stoelen uit een oud schoolgebouw ontvlucht lijken te zijn, en het servies een gouden randje had. Fijn!

Ik kende niemand persoonlijk, had van een aantal wel al wat stukjes gelezen. Dat was leuk, om die ook ‘in het echt’ te ontmoeten.

Het was een heel gevarieerd gezelschap, dames die al sinds de middeleeuwen van the world wide web bloggen, anderen die nog niet zo lang aan de slag waren. Enkelen die zich (bijna) professioneel toelegden op hun schrijven, of die het heel specifiek over een bepaald thema wilden hebben, zoals thee, ecologisch leven, veganistische recepten. En natuurlijk waren er ook die gewoon schrijven wat er in hun opkomt, die het niet zien zitten om op vaste dagen te bloggen, want oehh stress, en die zich vooral amuseren met die hersenkronkels eens neer te tikken. Het laat zich raden tot welke categorie ik mijzelf graag reken.

 

We werden vriendelijk onthaald met cava/fruitsap en kregen een bagel als brunch, die heerlijk was. Daarna waren er enkele dessertjes.

Toch een paar kleine bedenkingen:

1) 1 bagel, hoe smakelijk ook, vervangt voor mij geen ontbijt + middagmaal. Ook niet met een stukje cheesecake erbij.

2) Ik had speciaal voor het vertrek geen koffie gedronken, en vond het dan ook jammer dat we tot 13u hebben moeten wachten voor dat zwarte goud ook effectief geschonken werd. Er zijn al voor minder gewonden gevallen. Just sayin.

 

Maar ach… de gesprekken en het gezelschap maakten veel goed. Ik vond het erg interessant om de anderen te horen over hun aanpak, hun idee, en wat ze wilden bereiken. En wat was het verrassend om (af en toe) een blik van herkenning te krijgen, als ik zei dat ik schrijf op bostonbaby. Het begon ook echt te kriebelen om misschien toch net nog iets meer te gaan doen met die bostonbaby, de boel wat te structureren, er wat meer mee naar buiten te komen.

 

De tijd vloog voorbij.

 

Ik snap nu helemaal waarom ze op ‘Komen Eten’ quoteren op het eten enerzijds en sfeer en gezelligheid anderzijds.

 

Mijn bucket list: 40 before 40

Screen Shot 2017-07-27 at 13.58.54

Toevallig merkte ik dat mijn volgende post de 200ste zou zijn op deze blog. OK ja, er was helemaal niets toevallig aan, ik zag het cijfer 190 en ben sindsdien aan het brainstormen met mezelf over wat ik zou doen. Want een 200ste post, dat schrijf je niet elke dag. Ik wilde er graag iets van maken waar ik naar zou kunnen verwijzen later. Zo van ‘hey weet je nog wel, wat ik zei in mijn 200ste post?’.

 

Ik landde op een idee dat al even speelt. Ik heb het een paar keer gehad over bucket lists, lijstjes met ‘to do’s’ die alle kanten kunnen opgaan.

Ik had een bucket list gemaakt voor Boston, en heb ook een heel ander lijstje opgesteld, met dingen die ik net niet meer wilde doen (mijn f*ck it list).

 

Ik zou ook een hele bladzijde kunnen vullen met geweldige dingen die ik kan schrappen, zoals:

  • de Grand Canyon zien,
  • in Thailand op een olifant rijden,
  • de man van mijn leven ontmoeten,
  • mama worden,
  • wedding planner en ceremoniemeester zijn bij verschillende trouwfeesten (met als kers op de taart de eerste Belgische ‘Toast master’ op een huwelijk in Kopenhagen),
  • een eigen huis bouwen,
  • Oudjaar vieren in het buitenland (en veel meer dan dat),
  • duiken in een onderwaterreservaat, waar een zeeschildpad ons voorbij zwom
  • vlakbij een blauwe vinvis varen
  • IJsland bezoeken
  • Een diner van restaurantniveau koken voor >20 mensen
  • Met blote voeten over hete kolen lopen (1200 °C)

 

Been there, done that, loved it, got the t-shirt.

 

Maar er is zo veel dat ik nog zou willen doen. Dromen genoeg.

 

Toch heb ik een dubbel gevoel bij dit soort lijstjes. Enerzijds vind ik het goed om op te lijsten wat je wilt bereiken, ik geloof dat je het dan ook (sneller) omzet in daden.

Aan de andere kant vind ik dat we onszelf al zoveel druk opleggen van wat er allemaal moet.  Ook kan het behoorlijk vaag zijn, ooit wil ik dit of dat bereiken, maar als ik er vandaag geen zin kan het over dertig jaar ook nog wel.

 

Daarom stelde ik mijn lijstje op, maar hield ik rekening met drie dingen:

  • Het zijn dingen die ik graag zou doen, maar er is geen man/vrouw overboord als het niet of niet volledig lukt
  • Ik noteer zowel vrij eenvoudige doelen als meer uitdagende, zodat het niet te overweldigend wordt
  • Ik geef mezelf een deadline, maar wel een ruime, van een aantal jaar.

the-bucket-list-734593__340

Zo kwam ik bij onderstaande bucket list: mijn ’40 before 40’.

 

  1. Een pinguin aanraken
  2. Indoor skydiving
    skydiving-665030__340
  3. Een familieboom tot 5 generaties terug opstellen
  4. Op de radio komen
  5. Uit een kokosnoot drinken
  6. Ontbijten in bed
  7. (Goed) leren zwemmen
  8. Verzinnen en creëren van een eigen ijsroomsmaak
    strawberry-ice-cream-2239377__340
  9. Vrijwilligerswerk doen met kerstmis of oudjaar
  10. Stamceldonor worden
  11. Een EHBO-cursus volgen
  12. Een terugkerende column schrijven
  13. Naar Ibiza gaan
  14. De beiaard in Leuven beklimmen
  15. Onder de sterren slapen
  16. Op eigen kracht op de top van de Mont Ventoux geraken
  17. Een schattenjacht opstellen voor vrienden en familie
    cartography-2074079__340
  18. In een boomhut overnachten
  19. Iemand een taart in het gezicht gooien
  20. Deelnemen aan een color run*
  21. Zelf een peperkoeken huisje maken
  22. Onze 20 jaar samen vieren met een groot feest
  23. Kastanjes poffen
  24. Een helderziende bezoeken
  25. 40 snailmails sturen (= brieven of kaartjes)
  26. 40 films zien de Oscar voor beste film wonnen
  27. Op een podium staan
  28. Zangles volgen
  29. Leren mediteren
  30. Een blotevoetenpad bewandelen
  31. 40 random acts of kindness uitvoeren**
  32. De lijst met nieuwe ingrediënten optrekken naar 40 (zie posts over nummers 1-9 en 10-20)
  33. In een limo rijden
  34. Mijn streefgewicht halen
  35. Zeilen
  36. Een blog rond wetenschappen starten
  37. Meedoen in een toneelstuk
  38. Een regenboogcake maken
    cakes-2528177__340
  39. Onze huiselijke afvalberg met de helft verminderen
  40. Dit is een joker voor als ik iets tegenkom dat zo cool is dat ik het absoluut op mijn lijstje moet zetten.

 

Ik schat dat ik elke paar maanden een stand van zaken opmaak. Even kijken hoe het loopt, en waar ik actie wil ondernemen.

 

En, heb jij een bucket list? Of wat zou er zeker opstaan? 

 

 

*Een color run is een loopwedstrijd van 5 kilometer waarbij de deelnemers in witte t-shirts lopen, en elke kilometer een wolk van gekleurd poeder over zich heen krijgen. Het wordt ook wel de ‘happiest 5K’ genoemd.

 

** Een RAOK of random act of kindness is een onbaatzuchtige daad, waarbij je iets leuks/aardigs doet voor iemand anders, die je vaak niet eens kent, en die meestal niet weet dat het van jou komt.

Eerste dag effect

Ik las over het ‘eerste-nacht-effect’ op vakantie. Je denkt ‘eindelijk, eindelijk, relax, lekker slapen’ (of je bent ouder van een baby/peuter en je denkt, ‘lekker slapen, ik laat het lichtje in de keuken branden want ik kan hier nog niet blindelings een flesje maken om 4u ’s nachts’).

 

Blijkbaar is het wetenschappelijk bewezen dat je die eerste nacht in een vreemd bed vaak niet fantastisch slaapt. Als een vogel of een walvis blijft de helft van je brein actiever, om mogelijk gevaar op te sporen. Bij mij resulteerde het in elk geval in ingewikkelde en uitgebreide dromen, maar ik heb dan ook altijd al geweten dat ik een vogelbrein heb. Ik zou bijna zeggen, als een kip zonder kop, maar goed, die heeft dan weer net géén vogelbrein.

 

Ik heb echter nog nooit iets gelezen over het ‘eerste-dag-effect’. Die eerste keer ontbijten met het vers stokbrood dat man- en zoonlief zijn gaan kopen in alle vroegte, terwijl ik nog een klein beetje mocht verder slapen. Dat eerste kopje koffie op het terras.

IMG_0760

 

Het strand op wandelen met 15 kg peuter in de draagzak op je rug, dat gevoel de zee terug te zien, hallo, oude vriend. De lucht blauw met wolkjes, behalve waar de vliegers kleuren.

 

Mosselen gaan eten, natuur natuurlijk. Een blos op je neus voelen. Een dutje doen. De zeebries als haardroger gebruiken.

IMG_0770

’s Avonds knispert de vloer van je appartementje onder je blote voeten. Het universele gevoel: dit was een mooie dag.

IMG_0766

Jarig!

Vandaag vier ik een kleine verjaardag. Deze blog wordt twee jaar. YAAY! Twee jaar, 198 schrijfsels, ik moet toegeven dat ik dat nooit verwacht had. Ik vind het nog steeds wat gek om mezelf een ‘blogger’ te noemen.

A birthday cupcake with two lighted candles.

Twee jaar geleden stonden we vlak voor onze trans-Atlantische verhuis. Toen ik mijn hele huishouden kritisch bekeek (Meenemen? Stockeren? Weg doen?), en daar mijn eerste blogpost aan weet, wist ik nog niet dat we exact een jaar later opnieuw zouden binnen vallen. De tickets voor onze terugkeer werden namelijk pas later aangekocht. Maar exact een jaar na die eerst post kwamen we weer thuis. Met 11 koffers en trolleys en buggy en baby en jetlag. En een verhaal.

 

Soms wordt er gezegd: what a difference a year makes. Maar ook vandaag waren we aan het inpakken. Net als toen, mja, dat nu ook weer niet helemaal.

 

In 5 punten: een korte vergelijking tussen 22 juli 2016 en 22 juli 2017

 

Inpakken van kleren, babyspullen en elektronica

 

Inpakken van kleren, peuterspullen en elektronica
Het vliegtuig wacht niet De auto vertrekt wanneer wij vertrekken, anders is er iets ernstig mis

 

Als het niet in de koffers past, kan het niet mee (stressssss) Als het niet in de koffers past, past het misschien nog aan mijn voeten, of naast de kinderstoel (no stress)

 

De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten, de rest gooien we desnoods binnen een week wel weg

 

We wisten waar we naar toe gingen, maar niet hoe we ons zouden voelen We wisten niet (helemaal) waar we naar toe gingen, maar wel dat we gaan relaxen
 

 

Het is een bijzonder jaar geweest sinds onze terugkeer naar België. Pittig, ook wel.

 

Maar vandaag hoeven we daar allemaal niet aan te denken. Vandaag kijken we vooruit.

Vandaag begint onze vakantie écht.

IMG_0758

Zomerreces

Nog één dagje werken en mijn zomervakantie staat voor de deur. Hoewel er morgen nog één en ander op het programma staat, ben ik er vrij rustig onder. De projecten lopen allemaal volgens schema, de grootste knelpunten werden de voorbije week weggewerkt en er werden afspraken gemaakt met een aantal collega’s voor die paar issues die in mijn verlof zullen opduiken.

 

We hebben er dit voorjaar wat over gepiekerd, over waar we heen zouden trekken en hoe lang. Maar uiteindelijk besloten we dat we met onze kleine man de laatste twee jaar voldoende kilometers hebben afgelegd. We gaan een weekje naar de zee, en ik kijk er enorm naar uit. De laatste weken kwamen we – meestal toevallig in het typische ‘en waar gaan jullie op congé’-praatje te weten dat echt behoorlijk wat van onze vrienden in de buurt gaan zitten aan zee. Dat is heel fijn, maar we beseffen heel goed dat we ook tijd voor ons drietjes nodig hebben.

 

Zowel manlief als ikzelf hebben ettelijke jeugdvakanties aan zee doorgebracht, en we hebben er allebei hele warme herinneringen aan, zelfs al liet de temperatuur te wensen over (hoewel, in mijn herinneringen is het echt overwegend zonnig, was er eind jaren ’80 – begin jaren ’90 toevallig geen rits van hete zomers?).

 

Daarna ben ik nog twee weken, en manlief één week thuis met zoonlief. Ook daar gaan we voor het ‘alles mag niets moet’ principe.

Natuurlijk staan er heel wat leuke dingen gepland, en natuurlijk is er weer een lijstje van dingen die ik deze zomer, en daarna, zou willen bereiken.

Maar manlief kwam met een interessante stelling: dat de zomermaanden een mooi moment zijn om te plannen voor ‘de tweede helft van het jaar’ maar ook, en zelfs misschien vooral, om samen te vatten wat je allemaal bereikt hebt in die eerste helft.

 

Dat staat dus als eerste op mijn ‘to do’-lijstje: opsommen wat er allemaal goed is gegaan de voorbije maanden.

 

Of nee, correctie! De eerste punten op mijn lijstje zijn: nu eerst lekker slapen, er morgen nog een lap op geven, en dan een mentale opruimactie om over al de rest na te denken.

quote

Nieuwe smaken #2

Het zijn drukke maanden geweest. Daardoor is mijn voornemen om elke week iets klaar te maken dat ik nooit eerder op het menu zette, een beetje op de achtergrond verdwenen. In momenten van stress keer je toch altijd terug naar de klassiekers, of tenminste gerechtjes die bewezen hebben smakelijk te zijn op minder dan 25 minuten.

 

Op zich is daar helemaal niets mis mee. Maar het doet me wel wat denken aan mijn tante en oom, die een ‘rotatie-menu’ van twee weken hebben. Elke veertien dagen eten  ze dus exact hetzelfde. Oh jee. Daar wil ik nog niet heen.

 

Misschien motiveert het me wel om nog eens te schrijven over de nieuwe ingrediënten die ik leerde kennen tijdens ons Amerikaans avontuur. Ik schreef over de eerste negen die moeilijk te vinden zijn in ons Belgenlandje (al heeft de Albert Heijn al voor wat soelaas gezorgd). Trouwens, hebben jullie al gezien dat broccolini nu wordt aangeprezen als nieuwe hippe groente in bepaalde supermarkten? En opeens merkte ik dat een kennis een grote pot met snijbiet in haar tuin had staan. Geweldig vind ik dat!

 

Er waren aan de andere kant ook heel wat ingrediënten die ik al kende van thuis, maar waar ik gewoon nog nooit mee gekookt had. Omdat ik niet wist wat ik ermee aan moest. Of omdat ik er een kindertrauma over had. Of omdat het me gewoon niet lekker leek.

 

Jammer genoeg moet ik nog steeds mijn gecrashte telefoon met al mijn foto’s van mijn Amerikaanse kooksessies binnenbrengen om alles te recupereren. Ik heb dus iets minder illustraties dan ik zou wensen.

 

Bij deze, het tweede lijstje van nieuwe smaken.

 

  1. Rode biet – Hoewel ik nog steeds niet helemaal verkocht ben aan die aardse smaak die rode biet draagt, en de vlekken die je niet van je vingers krijgt na het snijden, heb ik behoorlijk lekkere groentenchips gemaakt van die sneetjes. Ook op een pizza, in combinatie met pompoen, was het een topcombinatie.

 

  1. Rode kool – daar heb je hem, mijn kindertrauma. Om mij erover te zetten, heb ik de rode kool op totaal andere manieren klaargemaakt dan eenvoudigweg gestoofd met appeltjes. Ik heb er een hartige taart mee gemaakt, waarbij de rode kool werd gestoofd in balsamicoazijn, en ook rauw in een slaatje kon het me bekoren.

DSC_0621

 

  1. Spruitjes – Het is waarschijnlijk een cliché, maar het is kindertrauma nr. 2. Ik kon er echter niet buiten, want spruitjes zijn in Amerika waanzinnig populair. Ik maakte ze met puree en gehakt in een ovenschotel. Ik ben geen grote fan, maar kon er wel mee leven.

 

  1. Gele raap – opgepikt in een recept van Hello Fresh, vond ik gele raap een verfrissende toevoeging aan een slaatje met quinoa. Rauw of gekookt, allebei goed.

 

 

  1. Bok choy – of paksoi, zoals ik het hier vaker zie. Oosterse variant van kool (maar zonder de typische koolsmaak), en heel lekker in Koreaanse gerechten, met bijvoorbeeld wat gehakt en pikante saus.

 

  1. Polenta wel bekend vanuit de Italiaanse keuken, is polenta een soort griesmeel van maïs die los gekookt kan worden of kan samengedrukt worden en dan gebakken. Ik ben nog altijd op zoek naar een recept waar dit enigszins lekker wordt, eerlijk gezegd.

 

 

  1. Edamame – dolgelukkig was ik, toen ik merkte dat ze dit in de Albert Heijn verkochten. Deze groene verse sojabonen zijn fris, eiwitrijk en geven een lekkere bite aan een salade zonder te veel calorieën bij te dragen. Ook super bij onze Japanner, die ze gegrild en gezouten serveert.

 

  1. Cannellini bonen – Een niervormige soort witte bonen die ook heel populair is in de States. Ik gooide ze bij mijn chili en daar voelden ze zich thuis.

 

 

  1. Zwarte bonen – Had ik al vermeld dat ze nogal zot zijn van bonen in Boston? Zo veel soorten dat daar standaard werd aangeboden.

 

  1. Orzo – Ook wel Griekse pasta genoemd, terwijl het blijkbaar uit Italië komt. Platte, rijstvormige pastasoort die verder niet al te veel smaak heeft.

orzo-big

Hebben jullie ingrediënten die jullie pas recent zijn gaan gebruiken?

De collega’s

Ik verliet het restaurant waar we net een gezellige avond hadden doorgebracht met z’n zessen. Twee dames die ik nog dagelijks zie op kantoor, drie bij wie dat al even niet meer het geval is.

Ik heb al enkele jobs achter de rug, en bij elke job horen collega’s. Aangezien je die mensen gemiddeld meer ziet dan je halve trouwboek, is het niet meer dan normaal dat je daar een band mee opbouwt. Maar kijk, dat is elke keer toch héél anders gegaan.

 

planner

Mijn eerste job was een jaarcontract bij de federale overheid. Ik was 23 en de gemiddelde leeftijd van mijn collega’s was dubbel zo hoog. Uitspraken als ‘nog 11 jaar en ik mag met pensioen’ vrolijkten de koffiepauze op. Over het algemeen lieve mensen hoor, die mij aanraadden snel ander werk te zoeken. Dat heb ik dan ook gedaan.

 

Ik begon aan mijn onderzoek aan de universiteit, en daar werkten – buiten de professor – alleen mensen die ongeveer mijn leeftijd hadden. Toch was dit kleine team heel anders dan ikzelf; het was bijvoorbeeld perfect mogelijk twee weken op vakantie te vertrekken en bij terugkeer vroeg niemand hoe het geweest was. Er werd zelden samen gegeten. Pas jaren nadat ik daar vertrok, heb ik echt contact gekregen met twee collega’s van toen, die ik nu als vrienden beschouw.

 

Later had ik een job waar ik op het randje van een bore out belandde, maar de collega’s waren super. Alleen werkten we in een uithoek waar niemand echt in de buurt woonde, dus iets gaan drinken na de uren zat er helemaal niet in. Van de pakweg vijf mensen die ik toen als (bijna-) vrienden beschouwde, hoor ik er nu nog eentje geregeld. Maar da’s wel een ‘goeike’.

 

Dat is misschien wel de algemene les: waar ik werkte, had ik steeds een goeie ‘klik’ met een heel aantal mensen, maar eens je elkaar niet meer elke dag ziet, blijft er niet veel volk over. Een paar keer heb ik mij daar zwaar in vergist, dacht ik ‘wij spreken zeker nog af’ en verdwenen ze van de aardbol. Ik heb geleerd niet te veel te verwachten. Aan de andere kant mag ik niet klagen, en heb ik een handvol vrienden overgehouden aan mijn vroegere jobs.

 

Op dit moment zit ik, wat collega’s betreft, in een hele fijne situatie: het is echt een toffe bende die de leuke momenten samen viert, en elkaar steunt als het wat moeilijker gaat. Mensen die vertrekken, houden vaak toch nog contact, en melden dat ze onze hechte groep missen (of misschien horen wij dat gewoon graag, dat kan ook). Toen we een jaar in Boston woonden, kreeg ik geregeld een mailtje of een berichtje.

 

Eigenlijk is dat toch toevallig – dat je op je werk mensen tegenkomt met wie het klikt. Dat maakt de maandagochtend (en de dinsdagochtend, en de woensdag en de ….) in elk geval heel wat aangenamer!

quote

 

En jij, heb jij leuke collega’s? Zie je ze als echte vrienden?

 

(het idee van deze post kreeg ik van Samaja).

Tekst en uitleg #8

Ik vind het zelf opeens ongelooflijk verwarrend. Dat ik mijn vierde reeksje van de 1000 vragen van het magazine Flow wilde oplossen, maar dat dit toch al mijn 8ste Tekst en Uitleg rubriekje is.

Nu ja, het gaat dan ook om compleet random vragen, dus misschien maken de cijfertjes voor één keertje niet uit (moeilijk voor mij om aan te nemen, maar we probéren, écht!)

Daarom, deze week: Vragen 31 tot en met 40. Over telefoonverslavingen en centjes.

  1. Welk boek heb je het laatst gelezen?

‘Onvoorwaardelijk ouderschap’ van Alfie Kohn. Een boeiend pleidooi om je kinderen niet langer te straffen, maar ook niet te belonen. Ik geloof zelf niet zo in ‘in de hoek zetten’ bijvoorbeeld, maar dat je ook door complimentjes op een mooie tekening het zelfvertrouwen van een kind zou kunnen ondermijnen, is nog een moeilijke voor mij. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik ervan vind, en hoe ik het kan toepassen, maar ik heb het wel heel graag gelezen.

 

  1. Waarom heb je het kapsel dat je nu hebt?

Omdat er niets anders mee aan te vangen is. Ja, ik heb het geprobeerd, en neen, het viel niet mee. Er valt ook niet echt van ‘kapsel’ te spreken in het geval van een woeste krullenbos.

 

  1. Ben je verslaafd aan je telefoon?

Ik vrees het wel. Waarom kan dat ding ook zo veel?

 

  1. Hoeveel geld staat er nu op je bankrekening?

Dat weet ik niet precies, maar voldoende om aangenaam te leven.

 

  1. In welke winkel kom je graag?

In de Albert Heijn! Veel keuze, specialere producten, ik kom er heel graag. Zo jammer dat de twee dichtstbijzijnde winkels moesten sluiten.

  1. Welk drankje bestel je in een café?

Spuitwater of koffie – ik ben echt een seut wat dat betreft.

 

  1. Weet jij wanneer het tijd is om te vertrekken?

Ja, en dan ben ik nog anderhalf uur bezig om manlief dit ‘subtiel’ duidelijk te maken (wink wink hint hint nudge nudge).

 

  1. Als je voor jezelf zou beginnen, als wat zou dat dan zijn?

Als ik dat wist, kan ik je verzekeren dat ik het zou doen.

 

  1. Wil jij altijd winnen?

Als ik heel eerlijk ben, ben ik wel competitief ja. Daarom speel ik zelden mee met gezelschapspelletjes – ik kan er een behoorlijk slecht humeur van krijgen en dat wil ik mijn vrienden besparen. Het is gewoon in ieders voordeel dat ik en mijn slecht karakter niet mee speel.

 

  1. Ga je naar de kerk?

Nee, tenzij met Pasen of Kerst. Wat niet wilt zeggen dat ik nergens in geloof, maar dat was de vraag niet.

 

 

quote-Barry-Sanders-lets-just-win-it-and-go-home-31957

 

Shoe stories – part 2

In mijn vorige post had ik het al over mijn haat-liefde verhouding met schoenen.

 

Haat: je moet ze gaan kopen en liefst ook eerst passen en vaak gaan ze schuren – maar pas als je ze gekocht hebt, of anders zijn de hakken toch weer te hoog gegrepen voor mij. Of je neemt je normale maat, en dan blijkt dat je stiefzusterlijk bijna een paar tenen moet gaan afzetten om erin te kunnen.

Liefde: ze houden mijn voeten veilig, warm en droog. Ik apprecieer dat.

 

Ondanks het feit dat ik niet zo veel schoenen heb (ik denk zo’n 10 paar, sandalen, winterschoenen en sportschoenen inbegrepen), ligt er nu een paar in de koffer van mijn wagen. Daar zijn ze met een grote, welgemikte worp beland en ik ga ze doneren bij de eerste kans die ik krijg.

 

Waarom?

 

Daarvoor moet ik even wat teruggaan.

 

Het is niet zo dat ik van elk paar schoenen exact weet wanneer en waarom ik ze gekocht heb. Maar bij dit paar is dat wel het geval. In het najaar van 2010 had ik echt nood aan een nieuwe uitdaging. Ik wilde dan ook gaan solliciteren. En natuurlijk, wat doe je dan: you dress for success.

 

Een goede vriendin van mij ging met me mee, want zoals ik al bekend heb: shoppen en ik, dat gaat niet goed samen. En we kozen samen de perfecte sollicitatieschoenen: mooi afgewerkt, neutrale kleur, comfortabel, professionele look. Ik solliciteerde voor drie jobs en mocht op drie plaatsen beginnen.

 

Die vriendin meenemen was dus een goede zet geweest. Dat wist ik wel: we kenden elkaar van op de banken van de universiteit en ondertussen waren er al zo veel ladies nights, lunchkes, uitstapjes en slappe lach-momenten geweest.

 

Ik las ooit: als je langer dan 7 jaar bevriend bent, dan is dat een vriendschap voor het leven.

 

Maar niet alles wat je leest is waar … ze verhuisde wat verder weg. En langzaamaan werd contact houden steeds moeilijker. Het was altijd druk druk druk, we konden zelden afspreken. ‘De volgende zes maanden zit de agenda echt vol hoor’.

 

Ik brak er mijn hoofd over. Trok het me aan. Tot ik het losliet. Ik nam al die vrolijke avonden, die slappe lachjes, die fijne momenten, en legde ze tussen zuurvrij papier in een mooie doos. Die begroef ik ergens in een verre kamer van mijn hoofd. Ik wilde niet negeren dat we uiteindelijk meer dan 10 jaar goeie vrienden waren, maar ik hoefde er ook niet dagelijks aan herinnerd te worden.

 

Deze week trok ik die sollicitatieschoenen weer aan. Dat was jaren geleden. Ze lagen begraven onder een stapel kleren die ik had gestockeerd. Ik wandelde naar een afspraak, en toen ik daar vertrok, schoot er een pijnscheut door mijn teen. Buiten trok ik mijn linkerschoen uit, en ik had zin om ze uit te laten: mijn grote teen bloedde en mijn hiel had twee vierkante centimeter minder vel. Mijn beide voeten lagen gewoon open.

 

Ik dacht plots aan de hele geschiedenis van die marteltuigen, en strompelde naar de wagen.

 

Ik keilde de schoenen in de koffer, en besliste: genoeg is genoeg.

Iemand anders mag er een vrolijker verhaal mee schrijven.

Eentje met minder blaren. Op ziel en hiel.

 

IMG_0632

Shoe stories – part 1

shoes

 

Ik ben niet zo iemand die vaak binnen een traditioneel vakje past. Dat is helemaal niet erg, hoogstens zorg je voor wat gefronste wenkbrauwen, maar meer dan wat rimpels brengt dat ook niet met zich mee (en dan nog niet eens rimpels bij mij, dus al helemaal geen probleem).

 

Zo hou ik helemaal niet van shoppen. Not an addict. Neen, ik krijg er de kriebels van. Wat al helemaal vreselijk is: schoenen kopen.

 

Ik heb moeilijke voeten (breed, hoge wreef, halve maat verschil tussen beiden, gewoon algemeen een slecht karakter) en bovendien wil ik elegantie én comfort. Als ik dan eindelijk een mooi en lekker zittend paar gevonden heb, dan wil ik dat natuurlijk zo lang mogelijk houden.

 

Toch heb ik al een paar keer noodgedwongen stevig moeten snoeien in mijn – niet al te grote- collectie. Na mijn knie- en zeker mijn rugoperatie kon ik gewoonweg geen hakken meer aan die hoger zijn dan 3cm. Ja, ik heb het nog geprobeerd (hardleers enzo, fijn voor schoenen, minder voor mensen). Maar na drie dagen zeurende rugpijn denk je, nee bedankt. Dus adios hakjes…

 

Na de bevalling leken mijn voeten nog een maatje groter geworden. Dat blijkt niet zo uitzonderlijk te zijn, een gevolg van de ligamenten die wat soepeler worden, waardoor je iet of wat platvoeten krijgt. Heerlijk. Sayonara schoentjes die al wat niptjes waren.

 

Bij onze verhuis naar Boston namen we enkel onze koffers mee. Er moest dus een strenge selectie gemaakt worden. Op dat ogenblik had ik drie stapels: wat ik zou weggeven// wat ik zou meenemen// wat ik een jaar zou stockeren.

 

Stapel 1: check. Netjes afgeleverd voor de mensen die er misschien nog wat aan hebben.
Stapel 2: toen we terug naar België verhuisden, hadden we een meer dan acuut plaatsgebrek in onze bagage (voor het hele stressy verhaal, lees gerust hier). Ik heb dus heel wat schoenen op Amerikaanse bodem achtergelaten. Dus bye bye oude loopschoenen en sandaaltjes.

 

Stapel 3: een aantal schoenen hadden een jaar kelder niet zo goed verteerd. Ook daar zijn er weer heel wat gesneuveld. RIP pumps.

 

Als ik dus zeg dat ik zo goed als geen schoenen heb, dan is dat letterlijk zo. Het is echt geen uitspraak van iemand die daarna zuchtend in 120 paar kan gaan kijken wat er bij de outfit past.

 

Toch heb ik vandaag beslist nog een paar weg te geven. En wel nu onmiddellijk.

Waarom? Dat is best een lang verhaal. Zal ik dat volgende keer vertellen?

Microscopisch fijn #3

quote

 

Soms lopen dingen niet volgens plan. Soms is het iets van roeien en riemen. Of was het pompen en zuipen? Ik ben een beetje in de war (nochtans heb ik noch het één, noch het ander gedaan).

 

Maar net dan is het belangrijk om het fijne te blijven zien. En dat was er. Er waren zoveel mooie momenten de voorbije twee weken. We hebben veel vrienden teruggezien, en ook plannen gemaakt voor de vakantie. We hebben weer heel wat familietijd achter de rug, met een grote barbecue bij de ene familie en een doop bij de andere ‘kant’.

 

Van die grote evenementen kan ik enorm genieten, al kosten ze natuurlijk ook de nodige energie. De kleinere dingetjes kosten geen energie, maar geven een klein piekje in het geluksgevoel. Ik lijstte ze al een paar keer op (hier en hier) en wil er graag een traditie van maken.

 

Bij deze, een lijst van de microscopisch fijne dingetjes die mij blij maakten:

  • Buiten stappen na een avondvergadering en merken dat het nog licht is (21u30).
  • Zoonlief die erop staat dat we buiten op het terras eten
  • Nét thuis zijn wanneer het online bestelde pakje wordt geleverd
  • Een grote kom fruitsla, die ik niet zelf heb moeten snijden
  • Even checken of we nog goed zitten wat betreft energieleverancier, en zorgen dat we 300 euro zullen besparen volgend jaar
  • Op frisse lakens gaan liggen na die eerste koele(re) avond na een hittegolf
  • Op een familiefeest ontdekken dat de appelcake DE appelcake van mijn oma is, na 29 jaar zonder deze heerlijkheid
  • Het handgeschreven recept van die beroemde appelcake van mijn oma krijgen, schrijffoutjes en notities in een andere kleur incluis

 

Een glimlach kan ik niet onderdrukken als ik aan die momentjes denk.

Ik neem me voor geregeld zo’n boeketje samen te stellen.
Net door ze te plukken, zullen ze nooit verwelken.

 

Zondag zoondag #10: fier op jou

Lieve schat,

 

Ik moet je wat vertellen.

 

Misschien klinkt het wel heel logisch.

 

Misschien weet je het al lang.

 

Misschien is het niet cool dat ik het zeg.

 

Maar ik ben fier op jou.

 

Ik was al fier op jou van voor je werd geboren. Je denkt misschien: ‘toen had ik nog helemaal niets gedaan!’. Het tegendeel is waar. Elke dag dat je bij mij groeide, deed je oneindig veel dingen, dingen die wij ons niet meer kunnen voorstellen, zoals vingers maken en oren krijgen. En dus was ik zo fier op jou. Want oren maken, dat doe je niet elke week.

 

En sindsdien heb je zo ongelooflijk veel bijgeleerd. En al zo ongelooflijk veel gedaan op iets meer dan 2 jaar. Al volgen de mijlpalen elkaar iets minder snel op, vorige week kwam ik aan bij de crèche en zat je op een driewielertje. Ik had je nog nooit pedalen zien gebruiken. Maar daar ging je dan. Meer achteruit dan vooruit, maar wat was ik fier op jou.

 

En als je mij verrast, door plots de flamingo aan te duiden, of een ‘toala’ te benoemen, man wat ben ik dan fier op jou.

 

Soms zijn er dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn voor jou. Zoals binnenkomen in een kamer vol mensen, ook al zijn dat je liefste familieleden. Dan ben je wat verlegen, en duik je onder in mijn armen. Maar als je dan na een half uurtje toch enkele stapjes waagt, of een high five geeft aan je opa, dan ben ik zo fier op jou.

 

En als je dan bij het afscheid kiest om tóch geen kus te geven, maar enkel wilt wuiven, dan ben ik ook fier op jou. Want jij mag kiezen wie jouw liefkozingen krijgt, en zéker wie niet. Ook al vind ik dat op dat moment misschien wat jammer, dat doet er helemaal niet toe.

 

Je zoekt je grenzen op, en dat betekent dat je test wat mag en wat niet. En nog eens test, en nog eens. Heel hard huilt als blijkt dat wij vinden dat eten op de grond gooien aan de andere kant van die grens ligt. Dat kan een tikje vermoeiend zijn, maar lieve schat, jij moet je wereld uittekenen op basis van behoorlijk weinig gegevens, en daar bewonder ik je voor.

Nu klinkt het misschien alsof ik applaudisseer voor elke boer, sta te springen bij iedere lach.

 

Laat ons zeggen dat ik een behoorlijk hoge basisdosis fierheid heb, die er altijd is – gewoon omdat ik je mama mag zijn, jij jij bent, met je ontwikkelende karakter, je flinke krullenbos en je liefde voor treinen.

 

Daarnaast piekt die fierheid geregeld, zoals vorige week met die driewieler, of dit weekend toen je een voorzichtig balspelletje begon met een neef die je eigenlijk helemaal niet kende.

 

Dus vergeef het je oude mama als ze in herhaling valt, elke avond als ze je in je bedje legt.

Ze meent het, wat ze zegt.

 

Laatste schooldag

De laatste dag van het schooljaar. Dat betekent niet ongelooflijk veel voor ons. Wij staan geen van beiden in het kleuter-, lager of secundair onderwijs, en voor onze kleine reus begint dat avontuur pas in januari.

 

Toch kriebelde het een beetje. Heel wat herinneringen van die laatste week en dag kwamen naar boven. Alle nota’s en overhoringen mooi bundelen en in een doos klasseren. Weten dat je alweer een stapje verder bent geraakt. De gebouwen en banken achter je laten en er twee maanden niet aan denken.

 

Die laatste dag, 30 juni, is toch zo’n beetje de perfecte vrijdagavond? Je weet dat het werk voorbij is, maar de volledige, onaangeroerde vakantie ligt nog te blinken aan je voeten.

 

Ik stuurde een smsje naar de leerkrachten in mijn omgeving. Hen wacht twee maanden verdiende rust. Ik ga nog drie weken aftellen tot mijn drie weken.

 

1338776063923_5400305

Vijf dingen die ik leerde van mijn groottantes

Het is misschien niet ongewoon in nieuw samengestelde gezinnen, maar zo zit het niet bij ons. Toch kreeg ik vier oma’s. Zomaar, cadeau.

 

Er waren natuurlijk de moeders van mijn ouders. De mama van mijn mama heb ik nooit gekend. De mama van mijn papa, Moemoe, wel. Elke twee weken was het grote familiebijeenkomst bij haar, ik herinner me appelcake en soep met balletjes.

 

En dan waren er twee groottantes. De twee jongste zussen van mijn oma. Die twee waren nooit getrouwd geweest, en leefden nog steeds in het huis van hun ouders. Toen mijn moeder aan het uitkijken was naar een crèche voor mij, was de oudste net gepensioneerd na meer dan 40 jaar als verpleegster en vroedvrouw. De andere (7 jaar jonger), werkte van thuis uit, verkocht wat er in de serres groeide.

 

Hoe dat precies ging, weet ik niet, maar zij werden mijn crèche. En daarna mijn woensdagnamiddag. En toen ik ging studeren, en later werken, mijn zondagse bezoekje.

 

En hoewel we met drieën waren thuis, was ik op die momenten enig kind. Een geweldig kind, een kind dat niet veel verkeerd kon doen. Waarvoor ze de mooiste nectarines opzij hielden, en die zalige witte manons uit de pralinedozen. Die hun dag beter maakte, door eens te bellen of langs te komen.

 

Mijn twee extra oma’s.

 

Ze zijn er allebei niet meer, en ik mis ze. De jongste, Tante Nelly (of ‘Ta li’ in kindertaal), zou vandaag 95 jaar geworden zijn.

 

Mijn gedachten zaten in het vroeger vandaag, en bij alles wat ik van hen heb geleerd.

Een kleine bloemlezing uit de lange lijst ‘wat ik leerde van Tante Nelly en Tante Renée’:

 

  1. Wat je zelf doet, doe je meestal beter

Het mag duidelijk zijn: ten huize groottantes werd er veel zelf gedaan. Tante Nelly breide zelf de gilets (of: ‘golfkes’), stopte de kousen. Ze maakte elk jaar de lekkerste confituur en haar witloof met hesp in kaassaus is nog steeds mijn grote streven. Ik werd groot op haar wafels en haar zelf gesneden steaks (ze bestelden een halve koe en versneden deze zelf) en legendarische Provençaalse saus.

vtm koken

  1. Je scholing bepaalt niet wie je bent en wat je kan

Tante Renée had het geluk te mogen gaan studeren (en met onderscheiding af te studeren in 1937). Tante Nelly, als nakomertje, werd dat niet gegund: zij moest thuisblijven en voor haar ouders zorgen. Maar hoewel ze op haar 14de de schoolbanken verliet, sprak ze naast Nederlands (ze vertikte het dialect te spreken tegen mij), vloeiend Frans en een mondje Engels. Je moest haar niets wijsmaken. In geen enkele taal.

  1. Wees blij met wat je hebt

Ze hadden het niet breed, die tantes van me. Maar dat hoefde ook niet. Ze prezen zich gelukkig. Gelukkig dat ze in dat huis konden wonen. Gelukkig dat ze vier diepvriezers vol eten hadden (ze waren 18 en 25 toen WOII uitbrak).

Oh ja, ze konden ook een stevig zaagje spannen, dat ga ik niet ontkennen. Over de presentatrice die iets lelijks aanhad, en die alweer aan het ‘mompelen’ was. Over al die familie die niet vaak genoeg langskwam. Over de tuinman die de struiken verkeerd had gesnoeid. Ach ja…

  1. Soms moet je Elsa-gewijs ‘let it go’

In dat huis leek de tijd stil te staan. De keuken had geen dampkap, en geen warm water. Afwassen deden ze in twee teiltjes die ze vulden met gekookt water. In de kelder zat de ‘voorraad’ – kruiden, thee, koffie, plastieken zakjes. Je weet wel… voor als de oorlog opnieuw uitbreekt. Nooit werd er iets weggegooid. Die oude traploper? Misschien kan die nog dienst doen. Vaders schoenen uit 1954? Vielen in stofflarden uit elkaar toen ik ze ontdekte.

We deden wel eens pogingen om meer te weten te komen over hun leven. Maar dan leek er niets ‘noemenswaardig’ gebeurd te zijn tussen 1945 en de jaren ’80, toen hun schat geboren werd.

  1. Je hebt geen directe bloedband nodig om iemand onvoorwaardelijk graag te zien.

 

Gelukkige verjaardag, Tante Nelly.

eurobloemen

Groene vingers, deel 2

Een tijdje terug vroeg ik me af of je groene vingers kan kweken. Ik heb in elk geval mijn stinkende best gedaan. Ik heb mijn mini-kruidentuintjes omringd met liefde, frisse waterneveltjes en elke ochtend en avond met een nieuwsgierige blik over elke groene millimeter die was verschenen.

De potgrond en de grotere potjes om elk stengeltje zijn ruimte te geven, waren aangesleept. Ik begon erin te komen, googelde al enthousiast ‘hoe kweek je een avocadoplant uit een pit’ en hing nauwkeurig de pit aan drie tandenstokers boven een glaasje water.

Waarschijnlijk was eind mei niet meteen het ideale moment om aan de slag te gaan met zaden en fragiele scheutjes. Waarschijnlijk kwam de hittegolf van de voorbije dagen niet als geroepen. Waarschijnlijk heb ik het water onder de avocado toch niet voldoende ververst.

Het enige wat op de pit groeide, was schimmel.

En mijn kruidenplantjes, die zien er zo uit:

plantjes

Groene vingers? Groen lachen, ja.

Het is geen Pasen, ik verwacht geen wederopstanding.

Toch staan die potjes er zo al enkele dagen. Manlief zwijgt wijs, hij weet dat ik even tijd nodig heb. Morgen ruim ik het op, echt.

Maar weet je wat het ook is?

 

Deze vrijdagavond voel ik wel wat als mijn tijmscheut.

Microscopisch fijn #2

Ik zit op mijn terras waar het na een verzengende dag eindelijk draaglijk lijkt te worden. Laptop op schoot, voeten in het opblaaszwembadje. Twee sandaaltjes maat 25 en een klein blauw shortje getuigen nog van het prettig gespetter dat hier twee uur geleden plaats vond.

IMG_0492

Het mag duidelijk wezen: er zijn ergere plaatsen om te schrijven.

 

Ik ben één watermeloen-kokos-smoothie verwijderd van de perfecte omgeving om een ‘microscopisch fijn’ lijstje op te stellen.

 

*verdwijnt drie minuten*

 

Zoals ik al zei, de perfecte omgeving om een microscopisch fijn lijstje op te stellen *slurp*.

 

Wat waren die kleine dingetjes die de voorbije dagen de boel opvrolijkten? Die net dat tikje extra energie gaven? Die me deden vergeten dat ik de laatste dagen achtervolgd wordt door hoofdpijn?

 

Ik som ze graag op.

  • Dat de poort van de parking open stond toen ik eraan kwam, zodat ik niet moest uitstappen om de code in te geven (altijd handig!)
    .
  • Een mooi complimentje van een collega, dat echt over mij als persoon ging
    .
  • Een brief uit het buitenland, mét supercool glitter postpapier! Ik herhaal: glitter postpapier! Oh, die tijd toen je een hele verzameling postpapier had, en elkaar schrijven altijd met pen en postzegel gepaard ging.
    briefpapier
    .
  • In het maatje kleiner passen
    .
  • Een opgeruimde schuif met alle diepvriesbakjes (103 verschillende maten en vormen, schat ik)
    .
  • Toen ik zag dat er een nieuw seizoen is van ‘Grace and Frankie’ op Netflix – een serie die me aan Boston doet denken, omdat ik het daar heb leren kennen (en verslonden)
    .
  • De terraslantaarns met kaarsjes, die we als kerstcadeau kregen, eindelijk kunnen gebruiken tijdens een barbecue met vrienden – heerlijk gezelligIMG_0491

 

Waar moesten jullie om glimlachen deze week?

Of wat bracht dat mini-yes-momentje?

Vijf op vrijdag: wat ik niet snap

Screen Shot 2017-06-16 at 22.35.33

Zo. Die vijf dagen zijn achter de rug. Een zonnig weekend lacht ons toe. Alles waar ik over piekerde, werd weggewassen samen met het zand tussen zijn teentjes.

Dat ‘gaan-slapen-ritueel’ wordt hoe langer hoe meer een zenmomentje. Met de zoon in ons ‘gjote bedje’ liggen en verhaaltjes lezen, diertjes aanduiden en me verbazen dat hij het ‘nij-paajd’ en de ‘neuze-hone’ al kent.

Schateren wanneer ik doe alsof ik slaap, en hij dan zijn neus tegen die van mij drukt- beste manier om gewekt te worden, ik zweer het je, zelfs uit een fake-dutje.

 

Hoe iemand ooit een kind kan kwetsen, is één van die vele dingen die ik niet snap. Maar goed, ik snap dan ook zo veel niet – vaak ook lichtere zaken dan oorlogen, racisme en elkaar de duvel aandoen. Vandaar, voor deze vijf op vrijdag: wat ik niet snap.

 

  1. Objectief onnozele reclames. Ongetwijfeld is er heel wat marketingbudget naar die reclames gegaan. Dat idee is goedgekeurd door tientallen mensen. En dan eindig je je duurbetaalde spot met: ‘en dan ga je naar de Pearl. Duu-hhuh’. Is het de bedoeling dat dat ‘hip’ overkomt ofzo?
    Of ‘P&V. Wij delen alles met u. Zelfs onze winst’ –> Dude, ik hoef echt niet alles van je, en je bent wettelijk verplicht je winst te delen met je klanten.
    Of reclame voor de Lijn – wie neemt er nu vaker de bus omdat de Lijn reclame maakt? Dat ik niet meer 3 keer langer moet reizen met het openbaar vervoer dan met de wagen, dát zou mij overtuigen.  ‘Laat je stress thuis’ zeggen ze dan.

.

  1. Kleine pakjes pampers. Voor baby’s die maar af en toe een kakske doen? Ja, voor peutertjes die bijna zindelijk zijn, snap ik dat je geen stapels meer aansleept. Of als je kindje misschien bijna de volgende maat nodig heeft. Of als het anders niet in je fietstas past, en je écht geen reserve meer hebt. Maar dat zijn toch kleine minderheden. Je betaalt meer per stuk, en je staat vaker in de winkel. Snap er niks van.
    bol
    .
  2. Skinny zwangerschapsbroeken. Ik heb nu zelf niet meteen het model om een skinny te dragen, zwanger of niet. Maar hoe irritant was het om op zoek te gaan naar zwangerschapskledij. Eigenlijk wil je alleen iets dat aangenaam zit, en als het kan nog een beetje elegant is ook. Om je dan met je zwangere lijf in zo’n spannend geval te gaan hijsen-  wandel je buiten als een olijf op pootjes.
    .
  3. Fietsers die zonder licht fietsen, in de winter. Liefst zijn ze nog volledig zwart gekleed. Met die lichtjes van tegenwoordig moet je niet eens harder trappen zoals met een ouderwetse dynamo. Mannekes, ik weet dat de automobilisten allemaal geschifte nutcases zijn maar (1) je bent écht écht écht niet te zien en (2) ik weet dat het een zot concept is, maar voorrang van rechts GELDT OOK VOOR JOU.
    .
  4. Het nieuwe mobiliteitsplan in Leuven. Krijg er kop noch staart aan. Iedereen langs dezelfde straatjes proppen, en dan de verkeerslichten – bewust- uitschakelen. Ook heel fijn voor onze slechtziende wandelende medemens die zonder gevaar voor eigen leven het kruispunt wenst over te steken – dat kan dus niet, tenzij met hulp. En gebeurt er iets, zoals gisteren, in die enige ‘uitgangsweg’, ja dan is het hek natuurlijk helemaal van de dam. En dan is het centrum opgedeeld in verschillende gekleurde zones. Da’s toch ook alleen maar om te kunnen laten weten ‘dat je stond aan te schuiven in de blauwe zone’.

circulatieplanlus_0 

.

Hors categorie: Trump.

Maar ja, wie snapt die mens? Hijzelf in elk geval helemaal niet, zo lijkt het.

Zijn er dingen die jij echt niet snapt?

 

Vitamine K

Moeilijke gesprekken mails checken koffie tappen in de meeting stappen bijdrage bedenken water schenken nog mails antwoorden korte briefing verwoorden schetsen maken lunch laten smaken honderd lijsten nakijken verkoopscijfers vergelijken vergadering afwerken mentale schade beperken me door de file wringen een hoofdpijn bedwingen

 

 

De peutertjes hadden net een paar koekjes gekregen. Ventje zag me en lachte zijn mooiste lachje. ‘Mammmaaaa’! Ik zette me erbij en kreeg zelfs een lettertje. Toen ze allemaal op waren, kreeg ik mijn knuffel, nam hij me bij de hand en toonde de papieren bloemen die ze gemaakt hadden.  Ik droeg hem naar de auto, hij legde zijn hoofd op mijn schouder en kwebbelde vrolijk in mijn oor.

 

Mijn vitamine K.

 

quotes_vaderdag_10x15cm3