Kan je groene vingers kweken?

 

Er werd gebeld. Onze buurvrouw stond aan de deur met twee kleine schattige komkommertjes. Of we die konden gebruiken? Want hun plant deed het zo goed dat ze het niet meer konden bijhouden. En als ik basilicum wilde, mocht ik er zeker komen plukken, want een mens kan nu eenmaal niet op álles pesto eten (al zou ik het niet eens zo erg vinden dit uit te proberen).

 

Ik zeg altijd ‘ja’ als ze vragen of ik zelfgekweekte groenten wil. Want ik wil graag zelfgekweekte groenten, heel graag. Alleen… wil ik ze niet zelf kweken.

 

Ik twijfel hier over de keuze van het werkwoord. ‘Wil’ ik geen groenten kweken, of ‘kan’ ik het niet? Wil ik het niet omdat ik het niet kan, of kan ik het niet omdat ik het niet wil? Taalkundige, maar ook bijna existentiële discussie.

 

Ik heb namelijk gestudeerd voor plantendokter. Ik scoorde op vakken als Plantenplaagkunde, Theoretische plantenteelt en Veredeling. Ik haalde mijn hoogste cijfer ooit (19/20) op … Bemestingsleer (lachen toegelaten, ik vind het eigenlijk zelf vrij hilarisch).

 

Maar die groene vingers, die heb ik niet tussen de boeken gevonden. Noch in de serres, noch in het labo, noch op het veld. Enfin, figuurlijk bedoeld, hoe creepy zou het zijn mocht ik effectief groene vingers op een veld gevonden hebben. Urgh. Die maaidorsers eisen hun tol.

 

Een paar elementen spreken in mijn voordeel.

  1. Mijn kamerplanten gaan al meer dan 10 jaar mee. Zij overleven dus met gemak onder mijn hoede.
  2. Mijn planten op het werk staan altijd groen, in tegenstelling tot de meesten van mijn collega’s, die eerder van de krokante soort zijn.
  3. Het moet ergens in mijn genetisch materiaal zitten, want mijn vader heeft sinds jaar en dag een halve tuin vol zelfgekweekte bonsais staan.

 

Helaas spreekt de realiteit mij tegen. Mijn kruidenbak viel ten prooi aan droogte en de katten die ‘op de bieslook’ een ideale plek vonden om een dutje te doen. Na de winter scheen het er maar niet van te komen de boel eens op te ruimen – recent heb ik nu toch al het onkruid verwijderd. Het enige wat mijn gebrek aan actie overleeft, is de munt.

IMG_0341

Dus toen ik een tijd geleden aan de kassa stond van de Albert Heijn en de kassierster me vroeg of ik kleine moestuintjes wilde, snapte ik het niet meteen. Maar ik zei toch ‘ja’, en al gauw had ik een zestal kleine kartonnen doosjes, met de instructies rond gewikkeld.

De doosjes beloofden het volgende te bevatten:

  • Tuinkers
  • Peterselie
  • Tijm
  • Rucola
  • Kerstomaat
  • Komkommer

 

 

Die bleven dan een aantal weken in een hoekje van de keuken liggen, tot ik met Hemelvaart besloot dat het tijd was voor actie – ik mengde water bij het droge blokje en maakte zo grond (voelde me een beetje god, want wie ‘maakt’ er nu grond?), vulde het kleine kartonnen potje tot drie vierde en legde voorzichtig het zaadmatje erop. Nog wat grond erover en klaar.

 

Als ik iets heb onthouden uit mijn cursussen, dan is het wel dat te veel water nog schadelijker kan zijn voor planten dan te weinig. Ik besloot geen risico te nemen, kocht een klein sproeiertje in de Action (eigenlijk voor haarproducten over je hoofd te verspreiden, maar ik laat me niet afleiden door details) en elke morgen en elke avond checkte ik mijn plantjes en kregen ze een kleine regendouche.

IMG_0381

Na twee dagen kwam de tuinkers al piepen. Ik heb luidop ‘YES’ geroepen. Ik begon het wat te snappen. Ik keek er echt naar uit om ’s ochtends de potjes te checken. En ’s avonds na het werk nog eens. Als manlief proactief al water had gegeven, vond ik het stiekem een beetje jammer.

 

De vorderingen:

 

Gezaaid op 25 mei 2017

IMG_0295

27 mei 2017

Na twee dagen kwamen tuinkers en rucola al piepen. Bij tuinkers groeiden de plantjes helaas niet door het zaadmatje heen, maar hing dat zaadmatje op de plantjes.

IMG_0340

29 mei 2017

Na nog eens twee dagen kwamen komkommer en kerstomaat voorzichtig kijken.

IMG_0339

 

31 mei 2017

Het duurde nog eens een dag voor er bij tijm enig groen te bespeuren viel. Ondertussen waren tomaat en komkommer echt helemaal in hun element geraakt en groeiden die bijna zienderogen.

IMG_0349

 

Jammer genoeg hielden tuinkers en rucola het op dit moment ook voor bekeken. Peterselie deed helemaal niks.

IMG_0350

 

Vandaag zijn dus vooral de kerstomaat, de komkommer en de tijm veelbelovend. De eerste twee zouden eigenlijk al mogen verpot worden (vanaf 4cm hoge plantjes, volgens de uitleg die erbij zat). Ik heb nog niet de ideale potjes in huis, maar dat zou deze week in orde moeten komen. Ik ben benieuwd… als je grond kan ‘maken’, kan je misschien ook groene vingers kweken.

 

Fingers crossed.

 

 

Advertenties

Mijn lijf tijdens 5 km joggen

‘Ik ga dinsdagavond joggen’. ‘Nee, echt morgen dan’. ‘Donderdag hebben we vrijaf, dus dan lukt het zeker’. ‘Ik heb net ontbeten, het gaat toch nog even moeten wachten’. ‘Nu lukt het niet meer hoor, we moeten vertrekken’.

 

Ik had het al drie dagen voor me uitgeschoven, uiteindelijk was het vrijdag en ik was nog niet gaan joggen. Omdat ik écht heel graag die 5 km met gemak in de benen wil krijgen, zat er niets anders op dan in de hete namiddag toch de loopschoentjes aan te trekken en een schaduwrijke route uit te stippelen.

 

Vijf kilometer lijkt voor velen misschien peanuts, voor mij is het een mooie toer. En bovendien mijn limiet, volgens mijn kinesist en de chirurg die mijn rug oplapte.

 

Ik merkte al snel dat er wel interne gesprekken gaande zijn, zo tijdens dat eindje joggen. Meer zelfs, er wordt wat afgekletst.

 

Vandaar, met een dagje vertraging (wegens, ja, warm, barbecue, vrienden, gezelligheid etc): Mijn lijf tijdens mijn vijf.

 

0 tot 1 km

 

(net de straat uit)

  • Lijf: Oh zo gaat-ie lekker, het is nog zo warm niet.
  • Mond: Droog hier.

 

(100m verder)

  • Benen: Wow wow wow, wat is dat hier? Wij zijn niet geconsulteerd in deze beslissing!
  • Huid: Zweetmodus aan.
  • Blaas: Ik weet dat je net naar het toilet bent gegaan, maar volgens mij ben ik niet helemaal leeg.
  • Brein: Wij negeren Blaas en Benen.

 

(200m verder, brug over)

  • Benen: Waaaaaaaaat? Wij gaan een beetje krampen hoor.
  • Mond: Droog hier.
  • Brein: Ademhaling, rustig blijven! Voeten, kleine stapjes zetten.

 

1 km tot 2 km

  • Handen: wij beginnen te jeuken, gewoon omdat het kan.
  • Benen: OK, we zitten in het ritme.
  • Huid: Superzweetmodus aan.
  • Schouder: Pijn.
  • Brein: Schouders, niet verkrampen. Laten hangen. ’t Zal wel beteren.
  • Mond: nog steeds droog hier.

 

2 km tot 3 km

  • Ogen: kijk, onze schaduw.
  • Zelfbeeld: OK, we zien er niet moddervet uit. De zon zal goed zitten, zeker?
  • Buik: Ik ben aan het zweten.
  • Brein: Dat is het vet dat aan het huilen is, Buik.
  • Zelfbeeld: Dan mag het veel huilen, HA!
  • Brein: Zwijgen, Zelfbeeld, we zitten al over de helft.

 

3 km tot 4 km

  • Darm: Prrrrrrt.
  • Zelfbeeld: Oh nee, OH NEE! Is er iemand in de buurt?! Ah oef, nee.
  • Schouder: Pijn.
  • Brein: Armen, zwaai eens wat, misschien stopt Schouder dan met zeuren.
  • Mond: droog droog droog.
  • Tenen: Wij gaan slapen.
  • Brein: Nee, wakker blijven, Tenen! Hey, nee, niet tintelen. OK, negeren die handel. Komaan iedereen, we zijn er echt bijna.
  • Zelfbeeld: Aan deze snelheid duurt het nog maar een uur of drie.
  • Brein: Echt waar, Zelfbeeld, die negativiteit van u! Het is 30° en we zijn aan het joggen. Niemand gaat nu snel. Dat is normaal.
  • Oor: Hey, een schaap. Hey, nog een schaap.

 

4 km tot 5 km

  • Ademhaling: Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff
  • Brein: Bijna. Bijna. Bijna. Niet kijken hoe ver nog. Niet kijken, eerst tot aan de straat lopen. Nog even, nog even. OK, je mag kijken.
  • Oog: Nog 240 meter!
  • Bijnier: Adrenaline shot komt eraan.
  • Brein: Komaan!
  • Mond: Heel droog nu.
  • Brein: Seffens een bosbessensmoothie. Komaan! OKEEEEEE, we zijn er. Ter plaatse rust, iedereen. Jullie niet, voeten, blijven wandelen.

….

 

  • Huid: Gutsmodus aan.
  • Zelfbeeld: OK, dat was geen complete ramp. Beetje fier.

 

quote

Zondag, zo’n dag

Het werd zo’n weekend.

 

Zo’n weekend waarin er matig weer was voorspeld, maar het lekker zonnig werd.

 

Zo’n weekend waarin je op zaterdagochtend minifuif houdt en met z’n allen volledig crazy gaat op de Maya- en de Bumbadans.

 

Zo’n weekend waarin je in de bib tussen de peuterboekjes het beste vriendje van je zoon, en zijn ouders, tegenkomt en gezellig kan bespreken of je nu ‘Kasper gaat op het potje’ gaat meenemen, of eerder ‘Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn hoofd gepoept heeft’.

 

Aangezien de bib aan het gemeentehuis ligt, konden de geluiden van kersvers getrouwde koppels je vrolijk maken.

 

Waar je bij het buiten rijden twee bekenden ziet, die erg geïnteresseerd zijn in een huis dat te koop staat op 200m van je deur.

 

Zo’n weekend waarin manlief gaat joggen, zoon een lekker lang dutje doet en jij met een koffietje een half uurtje gewoon voor jezelf hebt – en dan ook bewust de boel de boel laat en ervan geniet.

 

Waarin de buurvrouw je plots uitnodigt om langs te komen met een lege kookpot, omdat ze te veel aspergeroomsoep heeft gemaakt.

 

Waarin vrij onverwacht die goeie vriend die in het buitenland woont, komt eten en je samen pizza’s maakt.

 

Een weekend met een rustige zondagmorgen, waarin we alle drie van havermoutpannenkoekjes met banaan smullen als ontbijt – en zoonlief ze eerst met schattige concentratie met wat boter besmeert.

 

Waarin we met ons drietjes gaan joggen!

Nu ja, we begonnen zo, vol goede moed

IMG_0217

Maar na een tijdje was zoonlief het zitten beu en ging het zo:

Screen Shot 2017-05-21 at 14.18.59

 

En het eindigde zo – snel ging ik niet meer, maar kom, krachttraining telt ook he!!

IMG_0558

 

Zo’n weekend waarin we buiten konden aperitieven, familie zien en ’s avonds nog energie genoeg hebben om aan de salade van morgen te beginnen.

 

Zo’n weekend was het. Kan ik ergens een abonnement nemen?

Paasmaandag haiku

Vinden jullie dat ook zoiets raar, een haiku? Ik snapte er niet veel van, moet ik toegeven. Zo drie korte zinnetjes, het gaat zelden over iets, of zo lijkt het toch – en dat zou dan regels volgen maar ik zie niet welke van toepassing zijn.

Als kind van het digitale tijdperk (nou ja…je bent maar zo oud als je je voelt, toch?) heb ik de neiging te gaan googlen als ik me iets afvraag. Mijn moeder haalde vroeger steevast een encyclopedie boven als ik weer in een stroom van ‘waarom-‘ of ‘wat-‘ vragen verzeild raakte (waarschijnlijk nog steeds de reden waarom ik wit haar krijg van een antwoord als ‘daarom‘), nu klap ik de laptop open. Zijn er andere kleuren bosbessen dan blauwe? Wat is vlier alweer in het Engels? Wat is een haiku precies? Sesam, google u.

Volgens Wikipedia (OK, geen wetenschappelijke bron, maar voldoende om een eerste idee te krijgen):

Haiku (俳句; meervoud: haiku of haiku’s) is een vorm van Japanse dichtkunst, geschreven in drie regels waarvan de eerste regel 5, de tweede regel 7 en de derde regel weer 5 lettergrepen telt.

De haiku drukt een ogenblikervaring uit, soms gelinkt aan en geïnspireerd door zen. De haiku is een vingerhoed vol emotie, waarin weinig ruimte is voor ontledingen en benaderende omschrijvingen.

Een vingerhoed vol emotie, een ogenblikservaring in drie regels – de omschrijving op zich is al bijna poëzie.

Zal ik het eens proberen?

Onze paasmaandagnamiddag, bij mijn papa thuis, in mijn eerste haiku ever.

 

Paasmaandag vieren

Drie generaties samen

dutjes doen. Amen

 

zen-wallpaper3-600x338

Lentemoeheid

Eindelijk zien we de zon weer! De bomen krijgen nieuwe blaadjes, de dagen worden langer en de krokussen en narcissen hebben bewezen dat het ook dit jaar lente wordt.

Kortom, alles is er om volop te genieten, en energiek je huis uit te komen.

 

En toch lijk ik de voorbije dagen niet vooruit te branden. Sta ik op, na een goede nachtrust – want ons ventje slaapt de laatste weken bijna het klokje rond – en ben ik na de ochtendrush alweer aan een dutje toe. Werk ik van koffie naar koffie, mijn eigen limiet van drie kopjes ruim overschrijdend. Net op tijd zie ik – meer dan eens – dat ik docenten die een vak over elektriciteit geven, heb aangeschreven als ‘beste professor Wisselstroom’. Ik begin mensen verkeerd te begrijpen, leg andere connecties dan normaal.

 

Alarmbellen in mijn hoofd. Heb ik toch tekorten door het vegetarisch eten van de voorbije weken? Sluimert er één of ander virus dat nog niet wilt toeslaan? Heb ik gewoon verschrikkelijk veel nood aan vakantie?

 

Of heb ik net als een groot deel van de bevolking, last van voorjaars- of lentemoeheid? Nee, niet ‘de lente moe’, maar moe in de lente. Last van vermoeidheid na een goeie nachtrust? Check. Futloos en wat prikkelbaar? Check. Meer drang naar suiker en vet eten? Check-edie-check. En ik ben niet alleen: manlief heeft het ook zitten! Hij wijt het dan weer vooral aan het zomeruur…

 

De belangrijkste tips om deze lentedip te boven te komen zijn:

  • Gezond eten, zoals lentegroenten, fruit en volkoren producten die vitamine B bevatten.
  • Voldoende bewegen en in de buitenlucht zijn

 

Laat ik nu net al een paar weken werken aan die groenten en fruit en zijn we net nog een klein uurtje buiten gaan wandelen met ons ventje. Goed bezig dus!

 

  • Thee drinken van paardenbloem, weegbree of brandnetel.

 

OK, een beetje speciaal, maar ik zal eens proberen. In onze tuin vind ik er al zeker 2 van de 3.

 

  • Een groentensapkuur volgen
  • Zuurkool eten

 

Eeeuhmm….? Thanks but no thanks!

 

  • Luister naar je lichaam. Ben je moe, rust dan even uit.

 

Voilà kijk. We hebben een weekje vrij en we hebben niet al te veel gepland. We trekken er op uit en ‘go with the flow‘. Sorry, niks aan te doen, doktersvoorschrift!

 

coffee

 

Cat people

Ik zat op de zetel en voelde me niet geweldig. En kijk, daar kreeg ik al gezelschap van één van onze pluizige vriendjes: Scotty. Hij vleide zich tegen me aan, en begon te spinnen. Wie beweert dat je geen vriendschap krijgt van katten, heeft er duidelijk nog nooit eentje in huis gehad.

 

Toen manlief en ik gingen samenwonen, was het snel duidelijk: van zodra we een tuin zouden hebben, wilden we twee katjes. Twee, want dan kunnen ze samen spelen, breken ze iets minder van je interieur af, én leren ze al snel dat krabben wel pijnlijk kan zijn (omdat ze met elkaar vechten om te spelen) – wat betekent dat katjes die niet alleen opgroeien, ook de menselijke inwoners van het huis minder vaak gaan krabben.

 

Dus toen ons huisje eindelijk gebouwd was, begonnen we onze zoektocht naar twee pluizige maatjes. Eerst had een collega een nestje met Scottish Fold katjes. Dat zijn van die ongelooflijk schattige beestjes waarbij de oortjes wat naar binnen zijn geplooid. Helaas, het nestje was niet echt gezond, en de beestjes overleefden het niet.

 

Een paar weken later was er weer ergens een nestje, van gewone stratiens deze keer. Eentje was een klein ros katertje, we noemden hem Scotty, een beetje naar de Scottisch Folds, een beetje omdat hij een rosse Schot had kunnen zijn, maar ook omdat dat gewoon een coole naam is voor een kat, toch? Het andere katje wilden we ‘Jake’ noemen, omdat het wel een leuke combo was; Scotty en Jake.

 

Maar Jake bleek een katinnetje, en werd dus algauw omgedoopt naar Jane.

 

Scotty en Jane.

P1110433

Bijna zeven jaar zijn ze nu, en ze zijn al een stuk rustiger dan die eerste jaren. Toch zijn het allebei top-killers, die geregeld muizen naar binnen slepen. Onvergetelijk was ook Scotty’s eerste rat – toen een beest dat niet eens zo veel kleiner was dan hijzelf, en de dikke duif die hij op één of andere manier toch door het kattenluik had weten trekken en die nog lééfde – gevolg: heel het huis vol pluimen en wij op vogeljacht.

 

Zo opvallend dat ze elk ook hun eigen karakter hebben, als zus en broer. Scotty is de grote man buitenshuis, maar heeft eigenlijk een klein hartje. Janie daarentegen, is een stuk kleiner dan haar kloeke broer, maar van niets of niemand bang. Een autodeur die openstaat op onze oprit? Je vindt waarschijnlijk een tijgertje aan je stuur. Nieuwe mensen op bezoek? Ze mogen opschuiven want Jane wilt op het goeie plekje in de zetel zitten.

 

Het zijn heel aanhankelijke dieren, die steeds enthousiast komen aanlopen als ze ons zien. Ik ben dol op mijn katten. Neen, ik zal ze nooit als mijn kinderen beschouwen, of mij de katten-mama noemen (help oh help) maar het zijn zeker vriendjes van ons.

 

Dus ik schrok toch wel stevig toen Scotty naast mij kwam zitten en ik een grote, opgezwollen, kale plek op zijn borst zag, met een open wonde erop. Dierenarts gebeld, afspraak gemaakt, Scotty met het nodige geworstel in het kooitje gekregen (op zo’n moment is het echt handig dat onze katten dus écht niet krabben, want 6 kilo kat in een kooi krijgen is geen sinecure), en hup, erheen.

 

En ja hoor, mijnheer had gevochten en de wonde was ontstoken. Gelukkig liet hij zich braaf behandelen – en is het siroopje met de ontstekingsremmer blijkbaar erg lekker als het op een stukje kippenwit wordt gesmeerd. De dierenarts zei nog dat hij geen lafaard was, want als ze tijdens een gevecht de aftocht blazen, dan hebben ze eerder wonden op hun achterlijf en staart.

 

Nou, nou.

 

Mijn grootste litteken staat op mijn rug…

 

Maar ik eet dan ook geen Friskies.

 

DZV: vierde week, tweede adem

Naar het schijnt duurt het minstens drie weken om een nieuwe gewoonte aan te kweken. In deze vierde week van Dagen Zonder Vlees zou één en ander dus wat vlotter mogen verlopen.

 

En ja, het weekmenu opstellen duurt nog altijd iets langer dan voordien, maar er is toch een kleine kentering te merken. Op restaurant even de kaart scannen naar de veggie mogelijkheden, gebeurt al met een zeker automatisme. Ik hoef het pakje gerookte hesp niet meer terug te leggen, nadat ik het onnadenkend uit de frigo haalde om een boterham te beleggen. De maaltijden deze week waren –bewust- eenvoudig en snel om te bereiden, én ze vielen goed in de smaak.

 

Dit alles maakt dat ik de vorige zeven dagen vijf dagen vegetarisch gegeten heb. Dit was mijn doelstelling van bij het begin dus: mission accomplished! Het weekend is ‘gesneuveld’ door een prachtige portie sushi op zaterdag… en een reepje spek op de zondagse brunch.

 

‘Dagen Zonder Vlees’ was een gespreksonderwerp op die brunch. Een nichtje ging er ook voor, en ging nog geen enkele dag voor de bijl – zélfs niet voor een krokant gebakken stukje varkensvlees. Ik had er wel bewondering voor, maar besefte des te meer dat ik na deze 40 dagen geen full time vegetariër zal worden. Of toch nog niet meteen.

 

Maar het dierenleed dat de voorbije dagen in het nieuws kwam, liet natuurlijk niemand onberoerd, en we waren het erover eens: als je dan toch vlees eet, kan je maar beter kwaliteitsvlees kopen, en moet het je dan ook wel enorm smaken. Ik besefte dat ik zelden van steak kan genieten en dat ik misschien liever een alternatief voorzie als manlief er voortaan zijn tanden wilt inzetten.

 

De resultaten van de vorige week waren als volgt:

Screen Shot 2017-03-26 at 19.09.37

 

Voor de volgende week heb ik het volgende op het menu gezet:

 

Maandag: Spinazie-kaasburger met bloemkoolsalade en krieltjes (ja, daar ben ik toch voor een burger gevallen, maar geef toe, deze klinkt toch niet slecht)

Dinsdag: Pasta met broccoli en pijnboompitten

Woensdag: Shakshuka. Shakwatte? Dit is een eenvoudig recept dat oorspronkelijk uit Jerusalem komt. Het is een pittig gerecht waar eieren worden gepocheerd in een sausje van tomaten, paprika, ajuin en kruiden. Ik leerde het kennen in de drie weken dat ik ooit de boxen van Hello Fresh probeerde.

Donderdag: pompoenspinazielasagne

Vrijdag: Chili sin carne

 

Ik moet nu wel toegeven dat ik mogelijk het menu ga aanpassen, nu ze temperaturen van rond de 20°C voorspellen. Ik sluit niet uit dat ik één en ander probeer om te toveren naar een salade-versie van het oorspronkelijk gerecht. En dan buiten op ons terras eten, terwijl het nog licht is ’s avonds. Wow. Ik kijk er al geweldig naar uit!

Zondag Zoondag #3

Peuterlog dd 26032017

  • Vandaag kwamen de nichtjes en de neefjes op bezoek. Ik heb hen duidelijk gemaakt dat mijn speelgoed alleen tijdelijk te leen was.
    .
  • Ik ben goed op dreef met mijn loopfietsje. Ik snap niet dat mama daarom zegt dat ik binnenkort het fietsje met twee wielen kan proberen. Waarom verlies ik er twee als het zo goed gaat?
    .
  • Mama wordt helemaal blij als ik haar een bloemetje geef. Nochtans groeien die gewoon in de tuin.
    .
  • Papa zei dat dat zonnehoedje cool is, maar ik twijfel nog.
    .
  • Als de zon schijnt, moet je wit spul op je gezicht smeren. Maar mama noemt mij ook een wittekop zonder! Moet verder onderzocht worden.
    .
  • Mama zei dat katjes niet op de fiets willen. Ik heb het voor de zekerheid toch geprobeerd met Scotty. Vandaag was-ie niet te overtuigen, maar misschien morgen? De aanhouder wint, toch?

 

DSC_2434

 

Vijf op vrijdag: wat ik wél kan

Het werd lente deze week. Officieel, meteorologisch, maar ook in het grasveld en de bermen. Ons kleine berkje in de voortuin heeft geïnvesteerd in nieuwe blaadjes. Het zonnetje liet zich al eens wat meer zien. ‘s Avonds gaan joggen lukt soms zonder extra lichtjes en fluovestje.

 

Op een vrijdag in de lente moet een mens gewoon eens zijn roze bril opzetten. Zichzelf een ‘speekmedaille’ geven. Een klein buigingske maken. En een lijstje van vijf dingen opstellen, die je wel goed kan. Grote dingen, kleine dingen, misschien op het eerste zicht alledaags, of net zot origineel, ik laat het aan anderen om te oordelen (al moet ik zeggen: nr. 5).

 

  1. Ik kan moeilijke dingen eenvoudig uitleggen. Ik heb dit ergens onderweg ontdekt, en later aan uitgebreide experimentatie onderworpen. De grootste proeven kwamen vaak van mijn lieve groottante, die, hoewel ze mij ooit belde om te vragen of ze de videocassette moest omdraaien en opnieuw insteken, mij plots een uitdaging kon toespelen als

 

“Wat is dat eigenlijk, DNA?”

“Seg, dat internet, hoe werkt dat precies?”

.

  1. Organiseren. Noem het, ik zal het op poten zetten. Ik maak de planning, ik regel de grote en de kleine issues, voorzie een back-up voor alles wat een naam heeft en ik denk aan het extraatje dat het af maakt. En ik maak een draaiboek zodat iedereen kan volgen (en weet waar-ie moet staan op het juiste moment). Ja, met een kleurcode. Duh.

 

  1. Ik kan een compliment oprecht aanvaarden. Nee, dat was niet altijd zo. Zo typisch Vlaams, zo typisch vrouw, of misschien gewoon zo typisch ik vroeger, om je na een compliment bijna te gaan verontschuldigen. Of je kan ook tussen de lijnen uitleggen waarom je dat niet verdient (‘Oh de trui is echt oud’ ‘Oh, maar nee, zo goed was dat niet hoor, kijk maar naar die’ En mijn favorietje: ‘Oh dat was eigenlijk per ongeluk gelukt’).Twee vliegen in één klap: je breekt jezelf nog wat af én je maakt de complimenteur onrechtstreeks uit voor een blinde onnozelaar, die niet doorheeft wat een loser jij eigenlijk wel bent.

    Doe ik niet meer aan mee. Ik geef oprechte complimentjes, en ik ontvang ze ook heel graag. Alsjeblieft, dankuwel.

.

 

  1. Kaartjes, tekstjes en gedichtjes schrijven – mits enige voorbereiding, maar soms ook ‘on the spot’ (bijvoorbeeld als de familieleden ‘geen inspiratie hadden’ en mij de opdracht geven twee minuten voor het feestvarken aankomt).Manlief vindt dit een geweldige eigenschap, aangezien hij één keer heeft geprobeerd onze vakantiekaartjes te schrijven. Toen vroeg een vriend of we toevallig de kaart ‘voor de bomma’ naar hem hadden gestuurd. Exit manlief als kaartjesschrijver. Hij heeft zoveel andere kwaliteiten.

 

.

  1. Ik kan me erbij neerleggen dat ik niet kan controleren wat andere mensen denken. Ik kan maar mijn best doen, ik wil uiteraard goed overkomen. Maar wie weet lijk ik voor die ene collega net iets te veel op die trut die vroeger bij haar in de klas zit. En krijg ik dat echt niet rechtgetrokken. Tja. Their loss.
    Je kan zelden voor iedereen goed doen. En weet je wat? Dat is helemaal niet erg.

 

 

Welke dingen kunnen jullie? Waar zijn jullie goed in? Komaan! In de lente mogen er dan pollen in de lucht hangen, niemand is allergisch aan een beetje ‘eigen stoef’!

 

quote

Nr. 6 en 7

 

Gewoon eens dinsdag

Gisteren was het Internationale Dag van het Geluk. Het was ook de meteorologische start van de lente. De Dag van de Mus, en de Dag van de Francofonie, ah oui, merci.

 

Vandaag was het de Internationale Dag van het Bos. Ook de alleenstaande ouder mocht zijn/haar dag vieren. En het was de Dag tegen Racisme en Discriminatie.

 

Een mens zou zich gaan afvragen of het ook gewoon eens dinsdag mag zijn.

 

Want voor ons was het gewoon dinsdag.

Dinsdag. Met een ochtendspits die thuis al begon. Manlief moest vroeg weg, tandjes moesten gepoetst worden, maar dit was zéér tegen de zin van iedereen in huis die jonger is dan twee. Dit gold ook voor het feit dat sokken, schoenen, truien en een jas aan een lijfje gehangen moeten worden ‘s morgens. Het werd niet bepaald op gejuich onthaald. Nu ja, het was ook luid en met wat verbeelding (en het aanpassen van de eerste letter) klonk het als ‘JEEEEEEEEEEEEEEE’.

 

Het was een krachtoefening om dat ventje in zijn autostoel te krijgen. Gelukkig was het vooruitzicht met zijn vriendjes te kunnen spelen uiteindelijk voldoende om dat mooie lachje te zien (en ja, met gepoetste tandjes is dat nog een tikje mooier).

 

Daarna had ik nog 8 km te overbruggen naar mijn werk, waarvan 6 file bleken te zijn. Waarom? Omdat het spitsuur blijkbaar hét ideale moment is om de berm van de ring van Leuven te gaan snoeien, en daarvoor één rijstrook in te palmen. Ongetwijfeld iets met de lichtinval en de dauw, dat het zo vreselijk nodig maakt dat klusje ’s ochtends te klaren. En waarom kan opeens niemand meer rijden, laat staan ritsen op zo’n ogenblik?

 

Eindelijk op het werk – geen parkeerplaats meer vrij.

 

Ik dacht: als nu de koffie op blijkt te zijn, dan ga ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gillen.

 

Oh, ik ben nog wat vergeten.

Gisteren startte ook de ’10 Dagen zonder zagen’.

Hum.

Ik ga er gewoon niet aan beginnen, een mens moet zijn limieten kennen.

 

Heavy-Traffic

Lente

Gisteren zuchtte ik nog weemoedig over een sneeuwstorm in Boston. Vandaag bracht een heerlijk lentezonnetje de energie weer op peil.

 

Tijdens de middagpauze wandel ik over de Oude Markt en het lijkt wel een fast forward naar de zomer: jassen werden thuisgelaten, benen ontbloot, en terrasjes zijn druk bevolkt (de aula’s deze namiddag, daarentegen…). De sfeer is heerlijk, alsof iedereen collectief heeft besloten te vieren dat de winter alweer overwonnen is, dat er langere dagen aankomen, dat de vitamine D uit de lucht valt en niet in een potje zit.

 

Er werden veel pintjes verkocht vandaag. Studenten zitten op de trappen van de markt stukken pizza te eten, pastabekers of een hoorntje met drie bollen als lunch, want vandaag moet dat kunnen! Er klinkt wat muziek, ik denk dat er een soort optreden komt.

 

Ik wandel voorbij en kan niet anders dan glimlachen. Om de discussies of er al dan niet naar de les gegaan wordt. Om de iets te optimistische korte rokjes. Om de fietser die me bijna raakt omdat-ie één hand nodig heeft om zijn ijsje vast te houden. Om de jongen met het blauwe haar en de hot pants.

 

Die eerste écht zonnige dag van het jaar zou een vaste verlofdag moeten zijn, voor iedereen. Want lente in Leuven, da’s meer dan een mooie alliteratie.

 

leuven

Thuis

Met de eerste zomerprik (tja, op één dag van 18°C naar 35° met 100% vochtigheid, dat kan prikken), arriveerden ook de vriendjes voor een lang weekend. Ze brachten de zon mee in hun handbagage, want ze zijn net als wij sinds een aantal maanden kustbewoners van de VS. Alleen is het een andere kust.

 

Toen kwamen wij tot het besef elkaar vorig jaar in juli voor het laatst gezien te hebben. Ook al voelde dat niet zo, ook al was het moeilijk te geloven, het bewijs liep joelend rond de koffers. Toen we zoveel maanden geleden in onze tuin thuis zaten te brunchen, lag hij nog niet mobiel te wezen en belletjes te blazen in een wippertje.

 

Het gesprek landde op het onderwerp dat me al even bezighoudt. Een woord dat sinds enkele maanden in mijn hoofd woont als een onvoorspelbaar insect. Het duikt op en slaat haakjes in mijn gedachten, sinds het mailtje van manlief: datum en vliegtuigplaatsen voor terugkeer vastgelegd. Of, zoals hij het zelf schreef: tickets richting ‘thuis’. ‘Thuis’. Hoeveel subtekst er alweer in zo’n kleine zwevende komma’s kan verborgen zitten.

 

Dus nadat enkele verduidelijkingen nodig bleken in onze gesprekken – bedoel je ‘thuis’ of ‘thuis thuis’? Hier thuis? Daar thuis? Allez ja, niet hier maar …– vroeg ik me af wat thuis definieert.

 

Letterlijk in het woordenboek: Je woning, waar je je goed voelt. Ook: het middelpunt van een huishouden, dierbare relaties en interesses, samen met het comfortabele en tevreden gevoel dat dit opwekt.

 

In de boutade van elke Belg: waar mijn Stella staat. Maar ik drink geen bier.

 

Voor één van de vriendjes: waar mijn spullen staan. Dus thuis is met de container aangekomen, in noppenfolie gewikkeld? Nee, … die dierbare relaties blijken toch te spelen ook. Het wordt al snel duidelijk dat het niet zo makkelijk te vatten is, en bovendien voor iedereen anders.

 

Oost, West, thuis best. Enkel West getest, dat helpt ook al niet. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Onzin, het klokje is van Ikea dus het tikt ontelbaar vaak hetzelfde. In het Engels dan: home is where the heart is.

 

Aha.

 

Voilà.

 

Vanaf half augustus is mijn thuis tussen pakweg 9 en 6 een crèche die De Bijtjes heet.

Talent

Talenten. Als er iets is waar anders mee omgegaan wordt in Amerika dan in Vlaanderen, dan zou ik zeggen: talenten. In Vlaanderen is ergens goed in zijn, iets dat je vooral niet te hard mag roepen. Stel je voor dat je zegt extreem goed te kunnen… voetballen/organiseren/koken/noem-maar-op. Dat kan toch helemaal niet? Tssss…Kan het bovenste knopje van je hemd nog dicht?

Zelfs op mijn cv, die er toch op gesteld is talenten ietwat te etaleren, is het allemaal tussen de lijnen door te lezen. Ik heb dit en dat gestudeerd, en ik heb zus en zo gedaan – dus je begrijpt nu toch zeker zonder dat ik het moet zeggen dat ik daar geen totale mislukkeling in ben?

 

In Amerika pakken ze dat anders aan. Als je ergens ook maar een béétje goed in bent, dan mag dat geweten zijn. Sterker nog, dan worden de superlatieven al snel boven gehaald. Amazing, wonderful, incredible, en ja hoor, ik zeg het over mezelf. Laat er in Amerika geen twijfel over bestaan:  WE ROCK!

 

De Amerikaanse aanpak is misschien wel wat extreem, van mij hoeven we onze talenten nog niet op t-shirts te drukken, en op je arm te tatoeëren, maar eerlijk zeggen waar je goed in bent, dat vind ik wel helemaal OK. In tegenstelling tot wijsheid, die mij duidelijk aan het overslaan is, komt dat soort kennis wel met de jaren. Ik wéét dat er een aantal dingen zijn waar ik goed in ben. Zijn er mensen beter? Ongetwijfeld. Véél mensen. Maar kan ik een moeilijk onderwerp eenvoudig aanbrengen? Kan ik meerdere projecten tegelijk aan? Kan ik op een meeslepende manier voorlezen? Heb ik, ondanks mijn totale a-muzikaliteit, wat ik zou omschrijven als een absoluut gehoor voor taal? Yes. All of the above.

 

De keerzijde is natuurlijk dat je ook beseft waar je NIET goed in bent (en de lijst is laaaaaang). Een kleine greep uit het aanbod: Ik kan niet zingen. Ik kan niet ja-knikken als ik ‘neen’ denk. Ik kan geen grote verhalen schrijven. Ik kan niet schilderen.

 

…Hoewel… een klein tafereeltje schetsen, niet met de grote borstel, maar met een klein penseeltje van taal – dat kan ik ook. Maar als het over de big stuff gaat, dan lijkt het plots niet meer te lukken. Ik vind de woorden niet, of liever, de woorden vinden mij niet meer. Mijn letters lijken niet te vatten wat ik voel. Het blijven gewoon letters, letterlijk, ze ademen niet wat ik over wil brengen.

 

Zo zit ik al een maand te kauwen op wat me nu elke dag blijft verbazen. En het lukt me niet, niet zoals ik het wil. Ik draai de woorden om en om, ik probeer ze te kneden, ik krijg het niet geschreven. Hoe hij eerst zijn angst overwon die hem meteen deed bukken en naar ons deed kruipen als we op een afstandje stonden. Hoe hij één voetje zette, nog eentje en zich dan naar ons toe liet vallen – van ondereeeeeeen! En hoe hij toen opeens, plots, bijna uit het niets, maar ook weer uit het alles van daarvoor, vijf stapjes zette, zes, tien, de keuken door. Zijn gezichtje, hoe hij straalde, hij wist perfect wat een mijlpaal hij hier verplaatste. Hij stapt, hij stapt, hij loopt, binnen de week crosste hij het appartement door, bochtjes pakken, dingen van de grond oprapen, zelfs al eens tegen een balletje schoppen, opeens leek de dam opengebarsten en al die nieuwe skills kwamen in één keer met een rotvaart mee.

 

Als de woorden je tekort schieten, kan je er altijd gaan lenen, gelukkig.

 

One small step for mankind, one giant leap for our kind little man.

 

Proficiat schatje.

 

Riing riiiing

“Ring Riiiiing. Ring Riiiiiiing. Ah, hallo! Ja, dag oma! Hoe gaat het? Ja, ons ventje is hier hoor. Oh, je wilt hem spreken? OK, hier komt ie. ’t Is voor jou, ’t is oma!”. Ik hou de plastieken hoorn in zijn richting. Het ding maakt een rammelend geluidje. Hij lacht breed, dit vindt hij echt geweldig. Hij neemt de hoorn over en houdt die aan mijn oor. Of aan mijn neus. Hoe het uitkomt.

telefoon fisher price.jpg

Dat speelgoed is al behoorlijk retro. Wij bellen tegenwoordig bijna alleen nog met Skype of Facetime. Of we sturen een Whatsapp’je. Of een facebookberichtje. Al die mogelijkheden tot communicatie maken over de plas zitten een stuk aangenamer. Het leek de voorbije negen maanden korter te maken. Ook al zijn we niet thuis, familie en vrienden kunnen ons ventje letterlijk zien opgroeien, want als hij het Skype-beltoontje hoort, is hij graag van de partij. Hij wilt steeds aan de gezichten komen, draait soms de Ipad om. Waar zitten ze nu? 

Wij vroegen ons af hoe dat zou gaan, nu de familie een paar weken niet meer op het schermpje te zien was, maar in 3D in onze woonkamer. Zou ons ventje hen herkennen? Zou hij het eng vinden? Uiteindelijk is het alsof je je favoriete filmster in het echt ontmoet!

 

Na een paar uur wennen ging het prima. Het bleek veel leuker om échte gezichten te kunnen aanraken, te knuffelen, samen rond te wandelen en verstoppertje te spelen. Omdraaien en nog steeds de persoon vinden!

 

Nu zit iedereen weer aan de andere kant van de oceaan, en van het scherm. We skypen. Ventje draait de Ipad om. Waar zitten ze nu? Spelen ze weer verstoppertje? Er is alleen het zilverkleurige materiaal van het toestel. En opeens lijken de volgende drie maanden lang. Langer. Dat heet metaalmoeheid denk ik.

Gedeelde vreugde, gedeelde smart

Het is ongelooflijk dat op zo’n jonge leeftijd al heel wat karaktertrekken naar boven komen. Ja, mijnheertje heeft het graag precies zoals hij het wilt. Als hij applaus en aandacht krijgt, kan hij altijd een tikje meer, en met meer enthousiasme (echt, geen ideeeeee van wie hij dat heeft). Als iemand het waagt zijn aanwezigheid te negeren, zoals recent nog, gaat hij allerliefst lachen en houdt ie zijn hoofdje schuin: “Jij ook lachen?”.  Ik kan je niet vertellen wat voor persoon daar niét door smelt, want dat is ons tot vandaag nog nooit overkomen.

Hij blijkt best sociaal, en ook met delen heeft hij helemaal geen probleem.

Hij eet alleen groentenpuree als hij zelf ook een lepeltje krijgt om mee te prakken. Het in zijn eigen mond steken, gebeurt nog niet, maar er wordt wel geregeld een portie richting mama of papa gestoken. Met het hoofd een beetje schuin lijkt hij te zeggen: “Jij ook hapje?” – “Ja, mama ook een hapje” – Blijkt zo dat gepureerde bloemkool met vis nog best te eten is!

 

Ik poets zijn zes tanden en nadat hij even geduldig zijn mondje heeft opengehouden, neemt hij de tandenborstel beslist over en draait hem om, richting mijn lippen: “Jij ook poetsen?” “Ja, mama ook tandjes poetsen”.

tandenborstel 

 

Hij en zijn doekje zijn onafscheidelijk. Hij houdt het aan zijn neus, hij sabbelt er een beetje op, hij legt het op zijn hoofd als hij slaapt, het troost hem als hij overstuur is, kortom Doekje (de hoofdletter is verdiend) is een beste maatje. Maar als hij op mijn schoot zit, zal hij ook al eens een puntje stof mijn richting uitduwen: “Jij ook Doekje?” – “Ja, mama ook Doekje”. Na even ‘doen-alsof-ik-sabbel’, trekt hij het met een snok weg en kraait het uit van pret als ik dan keer op keer een gezicht vol ongeloof en grote ogen opzet.

 

We kregen drie weken lang bezoek van familie en daarna ook van vrienden. Het was fijn, het was gezellig, het was vakantie. Ons ventje maakte snel vriendjes, er werd heen en weer gekropen en aan het handje gestapt. Maar vorige vrijdag namen we afscheid van iedereen. En die namiddag had hij het moeilijk. Hij wilde geen dutje, hij wilde niet spelen, het voelde alsof er iets mis was. Hij jammerde wat en ik vroeg me af of hij het gezelschap miste.  Ik zong voor hem, we dansten rond, maar hij leek nog steeds wat triest. Ernstig hield hij zijn hoofd schuin.  *Zucht*. “Ja, schatje, mama ook”.

Op logement

Deze vakantie hebben we twee verblijfjes geboekt via Airbnb. Het concept is heel eenvoudig – iedereen die wat plaats vrij heeft, van een zolderkamertje tot een volledig kasteel, kan dat verhuren via Airbnb. Als huurder kan je dus in een draaiend huishouden terecht komen, of een heel appartement of huis voor jezelf vastleggen.

Omdat we met vier volwassenen en ons ventje op stap waren, kozen we voor de laatste optie. In Toronto huurden we een flatje en in Miller Lake, vlak aan een natuurpark in Ontario, huurden we een chalet. Beiden bleken op een fantastische locatie te liggen.

DSC_1107

A room with a view – Toronto

Het concept mag dan eenvoudig zijn, de etiquette heb ik nog niet volledig onder de knie. Het voelt alsof je iets boekt in een hotel, maar dat is natuurlijk niet zo. Het lijkt alsof je stiekem iemands huis hebt gekraakt. De koelkast van de Aziatische vrouw in Toronto stond vol met de vreemdste producten. In de badkamer stonden de gewone verzorgingsproducten, met daarnaast ons stapeltje handdoeken, en een zeepje in verpakking.

Nu is mijn vraag: waar ligt de grens? Ja, die handdoeken liggen klaar, en toiletpapier, dat moet logisch zijn, maar die tissues, mag ik er daar ook ééntje van? Is een oorwattenstaafje gebruiken erover? Of is het eerder not done om een beetje shampoo te lenen? (Al bedenk ik me net dat het best tricky wordt in dit geval terug te bezorgen wat ik leen. Dat wordt een raar pakje in de post).

Uit de voorraad pannen en potten konden we afleiden dat ze waarschijnlijk zelden of nooit kookt. Wij hebben wel een poging ondernomen met het aanwezige materiaal. Al snel ben je toch in de kast aan het snuffelen: is er nergens een snuifje zout? Een scheutje olijfolie zou handig zijn… maar we blijven bescheiden Belgen en de vrees om onbeleefd of lomp gevonden te worden, is reëel.

 

Al hebben we in de chalet wel iets van ons laten horen, toen bleek dat die helemaal niet gepoetst was. Anderhalf uur schrobben, frigo’s ontdoen van harig materiaal en dweilen voor je je er goed bij voelt de baby te laten rondkruipen, neen, dat is niet mijn gedroomd begin van een driedaagse. De eigenaar bleek niet meteen bereikbaar op zijn vier (4!) noodnummers, en verscheen twee uur later dan afgesproken.

 

In de chalet was het dan ook meteen duidelijk waar de grens lag; we wilden zelfs niets gebruiken van wat daar in de plakkerige kasten stond. Daarnaast hebben we wel een hele fijne tijd gehad, het gezelschap en een natuurgebied onder een sneeuwtapijt van 30 cm maken veel goed.

 

Maar Airbnb… de jury is onbeslist. Iedere wetenschapper weet dat je drie datapunten nodig hebt om een lijn te trekken, dus binnen enkele weken geven we het nog een kans (bij een tripje naar New York). Toch even dat etiquetteboek zoeken.

The girl with the panda toque

Vakantie! Jawel, écht vakantie! Voor het eerst sinds september 2014, want hoewel ons verblijf in België vorig jaar oktober echt top was, zal elke expat je vertellen dat zo’n weekje ‘zoveel mogelijk vrienden en familie en administratie in zeven dagen proppen’ niet echt een zengevoel teweeg brengt.

En dan heb je nog de kwatongen die beweren dat ik al een jaar vakantie heb. Zoals wel vaker het geval is, is dat een kwestie van definitie. ‘Vakantie’ is volgens de mijne niet gelijk aan ‘niet op een kantoor zitten’. Maar da’s voor een andere keer.

Nu zijn we erop uit getrokken, samen met de oma en opa van Boston baby, die landden met een koffer vol cadeautjes voor onze twee feestvarkens: zaterdag werd onze éénjarige uitgebreid gevierd met veel versieringen, een kleine party, een hoop leuke pakjes en een bumbataart (waarbij ik de versiering danig onderschat had), zondag was het de beurt aan manlief. In plaats van biscuit – al dan niet met Bumba –  koos hij te vieren met een grote schaal sushi, en wie ben ik om daar tegen in te gaan? Alleen de kaarsjes plaatsen, was iets minder evident.

DSC_0451 (1)

Een paar dagen later stapten we met z’n allen op het vliegtuig richting Canada. Een vlucht van 1u en 10 minuten, waarvan happy baby er 1u en 9 geslapen heeft.

In Toronto hebben we een appartementje gehuurd via Airbnb. Het is in feite de eerste keer dat we zoiets doen, en hoewel het erg praktisch is, komt er toch ook wat geregel bij te kijken. De verhuurder moet natuurlijk wel weten wanneer je aankomt, en moet je kunnen herkennen om de sleutel en wat info af te geven. Daar kwam heel wat heen en weer ge-sms bij kijken, met onze Belgische GSM, aangezien de Amerikaanse niet werkt in Canada (ook weer praktisch…). Maar goed, we hadden de parking gevonden, de beschrijving van onze auto was doorgestuurd, nu alleen nog de persoon van het fotootje op de Airbnb-website herkennen. Nadat manlief al enthousiast naar twee vrouwen had gezwaaid die verward wegkeken, hun kraag wat rechttrokken en met ferme pas verder stapten, kreeg ik de verlossende sms: ‘I am wearing a panda toque’. We keken elkaar aan. Huh? Waren Belgische sms’en niet zo duur, had ik meteen teruggeschreven: ‘I have no idea what that means’…

 

Tot een kleine Aziatische vrouw verscheen met een witte gebreide muts met daarop twee zwarte bolle oren. Right. The panda toque has arrived.

pandamutsje_home

Met het appartement op het 25ste verdiep en plafondhoge ramen aan 3 zijden, ligt Toronto letterlijk aan onze voeten. Wat een geluk dat ze gewassen zijn.

In de twintig

It will be in the twenties.

Na acht maanden aan deze kant van de oceaan, pik je al eens wat taalkruimels op. Nee, de twenties in kwestie refereren niet naar een jeugdige leeftijd. Het gaat ook niet over het volgende decennium van de eeuw. Het gaat over sjaals en wanten.

Nul graden Celsius staat gelijk aan 32 graden Fahrenheit. Een temperatuurtje ‘in de twintig’ betekent vriesweer.  De omzetting van Celsius naar Fahrenheit is belachelijk complex – naast onze oven hangt dan ook een tabelletje en bij het bespreken van het weer heb ik enkele richtgetallen in het hoofd (32= 0°C, 50= 10°C, 68= 20°C etc). Mij gaan ze niet meer liggen hebben! (Al is het problematischer wanneer je Amerikaanse recepten wilt gebruiken in België. Iedereen die ooit een lasagne probeerde af te bakken op 350°C , zal dit beamen).

 

Zoals wel vaker het geval is met eenheden in de US, is de temperatuurschaal van mijnheer Fahrenheit niet meteen opgebouwd uit standaard referentiepunten. Het nulpunt, 0° F, werd verkregen door de thermometer in een mengsel van ijs, water en ammoniumchloride te plaatsen. Persoonlijk nog nooit geprobeerd. Het tweede referentiepunt was 32°F, Screen Shot 2016-04-04 at 10.57.36wanneer water bevriest. Een derde punt was 96°F, de lichaamstemperatuur van een gezond persoon (maar welke persoon? Ochtendmens? Avondmens? Warmbloedig? Voor de koffie? 96°F komt overeen met 35,5°C).

 

Water kookt op 212°F. Zo liggen er 180°F tussen het bevriezen en het koken van water (212 – 32). De schaal is bijgevolg bijna 2 keer zo ‘breed’ als die van Celsius, waar er maar 100° ligt tussen het bevriezen en koken (OK, ik weet dat het allemaal verwarrend kan lijken, maar als dit laatste als een verrassing komt, is het tijd voor caffeïne). Ik hoorde een wetenschapper dan ook beweren dat hij Celsius nogal ‘beperkend’ vond. Fahrenheit was zo veel preciezer. Toch logisch?

 

Zo logisch als het weer in Boston. Donderdag was het bijna 70°F. Zondagochtend vielen donzige sneeuwvlokjes uit te hemel. Monday it will be in the twenties.

Screen Shot 2016-04-04 at 10.57.24

Hip hip

De uren zijn lang, maar de weken zijn kort.

Wat een mooie uitspraak vind ik dat. Dat gevoel hebben we toch allemaal wel eens, dat de dagen – vreemd genoeg meestal de weekdagen – voorbij lijken te kruipen als een kreupel slakje, maar voor je het weet is er opeens alweer een maand voorbij.

Of een jaar. Er zijn zo een paar ankerpunten op de kalender die me elke keer dat gevoel geven. ‘Is het nu alweer Kerst?’  – en dan, na wat aanvoelt als een week of twee – ‘Hoe, is het straks opnieuw Pasen?’. Of élk jaar op 1 januari, wanneer we uitgenodigd zijn bij de familie van manlief om uit te kateren met vers gebakken brood, paté en heerlijke kazen.

 

Het is dus helemaal niet gek dat ik echt-serieus-ernstig denk dat er een foutje is geslopen in de Druivelaar. Hoezo wordt happy baby 1 jaar deze zaterdag? Nuh-huh! Heus niet!

Of toch?

Even zijn eerste vriendenboekje checken.

Geboortedatum 2 April 2015
Kleur ogen Blauw/grijs met een beetje lichtbruin
Kleur haar Ja! In tegenstelling tot wat kwatongen beweren, heb ik wel degelijk haar! Het is blond. Neen, niet doorzichtig zoals bij mijn opa’s!
Lengte 78,5 cm
Gewicht 11 kg
Hobby’s Wandelen aan twee handjes of mijn wagentje, schommelen en Bumba kijken. En mama en papa knuffelen.

bumba

Favoriete liedje Lac du Connemara. Oh, en ‘de kikkertjes’. En ‘de boom stond op de bergen’.
Favoriete boek Little kangaroo, I love you.
Wat ik later worden wil Mezelf, mama zegt dat dat al meer dan genoeg is.

 

Jep. Het is dus toch zover. Tijd voor een feestje. Tijd voor een taartje. Tijd voor het vieren van een prachtig jaartje.

Spring/in de lente

Dit weekend ging Daylight saving time in. België zit nog lekker op het winteruur, wat ons de volgende twee weken dus een uurtje dichterbij brengt. Zoals elk jaar wanneer we minder lang mogen slapen, en moeten uitzoeken hoe de klokken ook alweer werken, brengt dit het nodig gegrommel mee en de vraag waarom er nog steeds ‘daglicht moet bespaard worden’.

 

Maar naast het gegrommel bracht het weekend ook het eerste Belgische bezoek van het voorjaar mee! Tijd om onze pet van reisgids af te stoffen en Boston in twee dagen samen te vatten. Dat betekent:

Dag 1:  een bezoekje aan de Harvard yard, het kopen van de nodige t-shirts voorzien van het logo van de universiteit, afgesloten met een typisch Amerikaans maaltje (BBQ ribbetjes en geroosterde maïskolven).

Screen Shot 2016-03-14 at 15.28.59

Dag 2: Ontbijt met wafels, om voldoende energie op te doen voor de wandeling van de Freedom Trail, een uitstap langs verschillende historische sites en gebouwen in Downtown Boston. Ook deze keer heb ik nieuwe dingen ontdekt – zoals een fijne bistro voor de lunch, maar even goed een oud kerkhof en een knappe kerk. Later checkten we nog even de gebouwen van MIT en de skyline van de stad bij de Charles rivier.

Ja hoor, geïnteresseerden mogen mij nog altijd contacteren voor deze tweedaagse!

 

Hoe fijn was het iemand te mogen verwelkomen! Dat, samen met het zonnetje en de krokussen* die komen piepen, maakt dat de lente voor mij officieel begonnen is. De Bostonianen springen graag mee in de spring, in korte broekjes en teenslippers. Het was tenslotte al 15 graden. CELSIUS, jawel!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Ladies and gentlemen: the crocus!

 

 

*Weet je wat een krokus in het Engels is? Ik wist het niet. We noemden het dan maar ‘krowkus’, je weet wel, hetzelfde woord met een Engels accent. Blijkt dat nog te kloppen ook, zeg! Crocus! ‘Snow Clock’ was dan wel weer een misser. En ‘Easter flower’ ook, zo bleek… Gelukkig stonden er nog geen paardebloemen.