Cat people

Ik zat op de zetel en voelde me niet geweldig. En kijk, daar kreeg ik al gezelschap van één van onze pluizige vriendjes: Scotty. Hij vleide zich tegen me aan, en begon te spinnen. Wie beweert dat je geen vriendschap krijgt van katten, heeft er duidelijk nog nooit eentje in huis gehad.

 

Toen manlief en ik gingen samenwonen, was het snel duidelijk: van zodra we een tuin zouden hebben, wilden we twee katjes. Twee, want dan kunnen ze samen spelen, breken ze iets minder van je interieur af, én leren ze al snel dat krabben wel pijnlijk kan zijn (omdat ze met elkaar vechten om te spelen) – wat betekent dat katjes die niet alleen opgroeien, ook de menselijke inwoners van het huis minder vaak gaan krabben.

 

Dus toen ons huisje eindelijk gebouwd was, begonnen we onze zoektocht naar twee pluizige maatjes. Eerst had een collega een nestje met Scottish Fold katjes. Dat zijn van die ongelooflijk schattige beestjes waarbij de oortjes wat naar binnen zijn geplooid. Helaas, het nestje was niet echt gezond, en de beestjes overleefden het niet.

 

Een paar weken later was er weer ergens een nestje, van gewone stratiens deze keer. Eentje was een klein ros katertje, we noemden hem Scotty, een beetje naar de Scottisch Folds, een beetje omdat hij een rosse Schot had kunnen zijn, maar ook omdat dat gewoon een coole naam is voor een kat, toch? Het andere katje wilden we ‘Jake’ noemen, omdat het wel een leuke combo was; Scotty en Jake.

 

Maar Jake bleek een katinnetje, en werd dus algauw omgedoopt naar Jane.

 

Scotty en Jane.

P1110433

Bijna zeven jaar zijn ze nu, en ze zijn al een stuk rustiger dan die eerste jaren. Toch zijn het allebei top-killers, die geregeld muizen naar binnen slepen. Onvergetelijk was ook Scotty’s eerste rat – toen een beest dat niet eens zo veel kleiner was dan hijzelf, en de dikke duif die hij op één of andere manier toch door het kattenluik had weten trekken en die nog lééfde – gevolg: heel het huis vol pluimen en wij op vogeljacht.

 

Zo opvallend dat ze elk ook hun eigen karakter hebben, als zus en broer. Scotty is de grote man buitenshuis, maar heeft eigenlijk een klein hartje. Janie daarentegen, is een stuk kleiner dan haar kloeke broer, maar van niets of niemand bang. Een autodeur die openstaat op onze oprit? Je vindt waarschijnlijk een tijgertje aan je stuur. Nieuwe mensen op bezoek? Ze mogen opschuiven want Jane wilt op het goeie plekje in de zetel zitten.

 

Het zijn heel aanhankelijke dieren, die steeds enthousiast komen aanlopen als ze ons zien. Ik ben dol op mijn katten. Neen, ik zal ze nooit als mijn kinderen beschouwen, of mij de katten-mama noemen (help oh help) maar het zijn zeker vriendjes van ons.

 

Dus ik schrok toch wel stevig toen Scotty naast mij kwam zitten en ik een grote, opgezwollen, kale plek op zijn borst zag, met een open wonde erop. Dierenarts gebeld, afspraak gemaakt, Scotty met het nodige geworstel in het kooitje gekregen (op zo’n moment is het echt handig dat onze katten dus écht niet krabben, want 6 kilo kat in een kooi krijgen is geen sinecure), en hup, erheen.

 

En ja hoor, mijnheer had gevochten en de wonde was ontstoken. Gelukkig liet hij zich braaf behandelen – en is het siroopje met de ontstekingsremmer blijkbaar erg lekker als het op een stukje kippenwit wordt gesmeerd. De dierenarts zei nog dat hij geen lafaard was, want als ze tijdens een gevecht de aftocht blazen, dan hebben ze eerder wonden op hun achterlijf en staart.

 

Nou, nou.

 

Mijn grootste litteken staat op mijn rug…

 

Maar ik eet dan ook geen Friskies.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s