DZV: week 6, à l’improviste

Screen Shot 2017-04-13 at 13.47.36

Wow! Wow, wow, wow.

Eerlijk, het was er sneller dan ik verwacht had. De Dagen Zonder Vlees eindigen vandaag. Natuurlijk, want aangezien deze actie de Groene Vasten wordt genoemd, eindigt die met Pasen.

Vanaf 1 maart deed ik mee aan een actie die ik al verschillende jaren kende, maar nooit aan durfde beginnen: veertig dagen minder/geen vlees en vis eten. Ik weet nog steeds niet goed waarom ik er aan begonnen ben. Omdat ik in Boston al heel wat vegetarische gerechten had ontdekt en die stuk voor stuk meevielen? Omdat wij wat op ons gewicht, maar zeker ook op onze gezondheid willen letten in 2017? Omdat ik hoopte dat het me een stimulans zou geven om nieuwe recepten te proberen? Of omdat wij er als ‘mensen van de wetenschap’ niet meer omheen kunnen: vlees heeft een negatieve invloed op ons milieu en kost enorm veel water – een beetje minder zou dus meer goed dan kwaad kunnen doen, en niet alleen in eigen huis/buik.

Waarom begon ik aan Dagen Zonder Vlees? Waarschijnlijk omwille van een combinatie van alle bovenstaande redenen.

Deze laatste week was er eentje die buiten de lijntjes kleurde. Waar ik normaal gezien netjes mijn weekmenu opstel, een boodschappenlijstje maak en de boel geordend hou, was dat deze laatste vakantieweek niet echt het geval.

We trokken voor een midweek naar een vakantiepark, samen met vrienden en hun twee zoontjes. Het menu en de boodschappen werden opgemaakt op basis van enkele woorden: spaghetti – iets met vis – een wokje – zelf belegde pizza. En verder hoopte ik dat we het vlees zoveel mogelijk apart zouden houden.

Het was eigenlijk voor het eerst dat ik de enige aan tafel was die vegetarisch at. Dat vond ik wel bijzonder, vooral omdat die gebakken kip best lekker rook, en ongetwijfeld perfect had gepast bij mijn wokgroentjes met rijst. Het voelde toch wel als een ‘verstervingske’, en dat was voor het eerst sinds de start van mijn experiment.

Het gerecht met de vis was mijn toegeving van de week, en heeft me trouwens uitstekend gesmaakt.

Ook de lunch, vaak een slaatje of een broodje met zelfgemaakte soep en beleg tijdens werkweken, was nu eerder een ‘kijken van wat we nog hebben’. Uiteindelijk viel dat heel goed mee. Laat ons niet vergeten dat choco vegetarisch is!

Maar goed, 40 dagen zonder vlees. Volgens de organisatoren zouden er heel wat voordelen aan verbonden zijn. Zo zou vegetarisch eten goedkoper zijn, omdat vlees een grote hap uit het budget kan betekenen. Dat is me niet meteen opgevallen. Ik kocht meer verse groenten en fruit, en daar hangt toch ook een prijskaartje aan. Bovendien waren wij sowieso al niet de mensen die elke dag chateaubriand aten.

Ook zou je minder kilocalorieën opnemen en bijgevolg gewicht verliezen, op voorwaarde dat je dat vlees niet gaat vervangen met vette kaas of gefrituurde veggieburgers. Dat was een kleine uitdaging, want heel wat van die vervangers zijn inderdaad behoorlijk vettig. Maar ja, we zijn wat grammetjes kwijt deze veertig dagen. Eerlijkheidshalve vermeld ik erbij dat we ook weinig tot niet gesnoept hebben. We waren algemeen bezig met het opbouwen van een gezonde levensstijl, met een positief effect op ons gewicht tot gevolg.

Of mijn cholesterol gedaald is, heb ik niet laten opmeten, daar kan ik geen uitspraken over doen.

Ook wordt er overal aangehaald dat je stoelgang vlotter zou gaan verlopen als je (rood) vlees schrapt, maar er is zoiets als TMI zoals ze in het Engels zeggen (too much information) dus laat ik ook daar even geen uitspraken over doen.

Voor mij persoonlijk wilde ik vooral nieuwe receptjes uitproberen, en opvolgen of ik een verschil kon maken voor de planeet, want wat maakt dat ene kipfileetje op mijn bord eigenlijk uit?

Wat mijn 40 dagen uitdaging in cijfers betekent, en of ik mijn streefdoel van gemiddeld 5 veggiedagen op 7 gehaald heb, daar vertel ik maandag meer over!

keep-calm-and-eat-less-meat

Advertenties

40 dagen bloggen- challenge COMPLETED

02-40dagenbloggen

Het is altijd leuk te ontdekken dat je iets gemeen hebt met een collega die je nog niet zo goed kent. Ik volgde al een tijdje de blog van Nele/Tifosa, en was stiekem een beetje jaloers dat zij zo nauwgezet elke woensdag en elk weekje een gestructureerde tekst wist te produceren.

Mijn Boston, baby! was enigszins stilgevallen sinds onze thuiskomst. Op zeven maanden België schreef ik 20 blogposts, niet meteen een indrukwekkend cijfer. De aanpassing van opnieuw beginnen werken en hier het leven weer oppikken, kostte zeker veel energie, dat is waar – maar ik had ook het gevoel gekregen dat ik niet veel te vertellen had, dat het te druk was om een idee in een mooi tekstje te gieten.

Ik dacht, dit komt niet meer goed. Dit gaat uitdoven. Maar tegelijk miste ik het wel.

En toen vertelde de collega dat ze mee deed aan een uitdaging, een zotte challenge om 40 dagen lang te bloggen tijdens de Vasten, een idee van blogster Kathleen. Ik sprong op de kar, zonder al te veel nadenken, en ik heb er geen seconde spijt van gehad, al was het niet altijd even evident om elke dag iets te laten verschijnen.

Ik ben er geraakt, morgen is de laatste dag en er staat al een tekstje klaar om dan te verschijnen. De top van de “Blog Ventoux” is gehaald. Van de 6 ‘pasdagen’ die het concept bevatte, heb ik er maar twee nodig gehad: 1 aan de start, om de eenvoudige reden dat ik een dag te laat begonnen ben (op 2 maart in plaats van 1 maart) en 1 toen ik buikgriep had en zielig lag te wezen op de zetel.

Dat maakt een totaal van 29 posts in maart en 15 in april (op 15 april). 44 tekstjes op een rij, in een uitdaging van 40 dagen bloggen: not bad!

Mijn conclusies van dit experiment:

  • Het loont om met rubrieken te werken. Ik heb er momenteel vier lopen: op maandag gaf ik verslag over mijn week als interim vegetariër in die andere uitdaging van Dagen Zonder Vlees (dit eindigt ook morgen). Op donderdag beantwoordde ik een tijdje random vragen over vanalles en nog wat, in de rubriek Tekst en Uitleg. Met Vijf op vrijdag somde ik steeds vijf dingen op, die op één of andere manier geconnecteerd waren. Dit was een mooi excuus om een lijstje te maken, want ja, ik hou nog steeds van lijstjes. En zondag is tegenwoordig Zoondag. Voor mij is het eigenlijk alle dagen zoondag, maar dat zou me iets te ver leiden!
  • Het gaf me een gerust gevoel om steeds het blogje van de volgende dag te schrijven en dit dan in te plannen (wat wordpress, de site waarop mijn blog draait, heel eenvoudig toelaat). Ik wist dat als het écht niet zou lukken die avond te schrijven, ik nog één dag respijt had. Het is een week lang zo geweest dat ik op de dag zelf schreef. Dit maakte dat mijn postjes steeds pas na 22 uur verschenen, en dat ik toch iets meer stress ervaarde. Niet fijn, en dus te vermijden! Voor onze midweek weg met vrienden had ik zelfs vier postjes klaarstaan, en dat kwam goed van pas.
  • Het ging verrassend vlot om onderwerpen te vinden voor een tekstje. Van dag 1 had ik al een lijstje gemaakt met een tiental thema’s. Daarnaast leek het alsof ik onbewust steeds aan het uitkijken was – als ik iets las, hoorde of meemaakte, dook al gauw die gedachte op: hier kan ik over schrijven/hier kan ik iets mee. Daarom heb ik ook maar een drietal keer gebruik gemaakt van de lijst van 56 mogelijke onderwerpen die ik doorgestuurd kreeg aan de start van de uitdaging.
  • Het was voor mij ook een uitnodiging om eens wat andere blogs te gaan verkennen en lezen – om tot de conclusie te komen dat iedereen zijn/haar eigen ding doet, maar ik niet moet onderdoen.
  • Ik vond het echt een heel fijne 40 dagen, ook al vroeg het de nodige discipline om steeds achter mijn scherm te kruipen. Schrijven is toch echt me time, hersengymnastiek, letter yoga.

Volgend jaar nog een keertje?

resized_success-kid-meme-generator-challenge-completed-63dcd2

Tekst en uitleg #4

Drie weken geleden begon ik aan het beantwoorden van een aantal willekeurig gekozen vragen- in dit geval geplukt van de website Mynd-  deze week de vierde en laatste reeks: van nummer 31 tot 40, uit ’48 vragen aan jezelf die je leven (kunnen) veranderen’. De eerste reekstweede, en derde reeks liepen vlot, maar dit brengt het totaal natuurlijk niet op 48. Die laatste acht vragen heb ik steeds maar voor me uit geschoven, omdat ze me helemaal niet aanspreken. Ik geef mezelf dan ook 8 jokers, en laat deze voor wat ze zijn.

Here we go.

31 Je luncht met drie mensen die je respecteert en bewondert. Ze beginnen allemaal kritiek te geven op een goede vriend van jou te hebben, niet wetende dat hij je vriend is. De kritiek is onsmakelijk en ongerechtvaardigd. Wat doe jij?

 

Punt 1: Mensen die ik respecteer en bewonder, praten niet achter iemand anders zijn rug, en al helemaal niet op een manier die onsmakelijk en ongegrond is. Punt 2: Natuurlijk kom ik op voor deze persoon. Punt 3: De volgende lunch zal nog even op zich laten wachten.

 

32 Als je een pasgeboren kind slechts één advies zou mogen geven, wat zou het zijn?

Laat tijdig weten dat je luier vol is.

 

33 Heb je iets ooit als waanzin bestempeld, waar je het later juist creatief vond?

Je eigen kleren leren maken, al vind ik dat nog steeds creatieve waanzin (maar vind ik wel waanzinnig creatief).

 

34 Wat heb je niet gedaan dat je echt wilt doen? Wat houdt je tegen?

Mijn eigen baas worden. Omdat de onzekerheid me afschrikt en ik ook niet goed weet wat ik dan precies zou gaan doen.

 

35 Waarom ben jij wie jij bent?

Door een unieke combinatie van nature, nurture, en ervaring, ongetwijfeld.

 

36 Bestaat de waarheid zonder dat je’m ooit hebt gezocht?

Natuurlijk. Waarom zou iets alleen bestaan als ik het gezocht heb? Dat zou wel heel egocentrisch zijn.

 

37 Heb je wel eens iemand ontmoet, niets gezegd en toch na afloop het gevoel gehad het beste gesprek ooit gehad te hebben?

Niet bepaald, maar misschien praat ik wel gewoon te veel.

 

 

38 Wat zou je anders doen als je wist dat zou niemand over je zou oordelen?

Me nog minder aantrekken van wat ik draag, meer rechtuit zeggen wat ik denk en verder probeer ik me nu al niet te veel aan te trekken van het oordeel van andere mensen.

 

39 Waar houd je van? Uit welke van je laatste handelingen sprak die liefde?

Van mijn man en zoon, uiteraard. Ik hoop dat die liefde uit elke handeling  spreekt. Van het liedje dat ik zing voor ik kleine man in bed leg, tot die honderd keer dat ik klaar sta aan de glijbaan of dat kleine papiertje met een hartje op dat ik tussen manlief zijn boterhammen steek.

 

40 Herinner jij je over 5 jaar nog wat je gisteren deed? En hoe zit met met de dag daarvoor? En de dag dáárvoor?

De voorbije drie dagen waren niet heel memorabel, maar ik hou elke dag één zinnetje bij in een dagboekje, dus dat kan ik altijd opzoeken over 5 jaar. De tweede verjaardag van ons ventje vorige zondag was dan weer een dag die ik me over 50 jaar nog zal herinneren.

 

Waarom Boston, baby! Boston, baby! heet

02-40dagenbloggen

Waarom heb jij jouw blognaam gekozen? Ben je er nog altijd tevreden over of zou je het graag willen veranderen?

Die blog beginnen, ik heb daar lang moeten over nadenken. Het leek me de makkelijkste manier om foto’s en korte verhalen te delen over ons dagelijks leven in Boston. We konden uiteraard avonturen op Facebook zetten, maar een deel van de familie heeft geen ‘wall’ en zou dus uit de boot vallen.

Ik wist natuurlijk wel dat ik graag schrijf, maar het was alweer een aantal jaar geleden dat ik nog effectief tekstjes aan papier toevertrouwde. Ik schreef voor het studentenblad, ik schreef onder andere namen, er was altijd wel wat. Maar toen viel het wat stil, op gelegenheidsteksten zoals voor een/mijn huwelijk na.

Maar nu zou ik vertellen over Boston, en dat op een blog. Die blog moest een naam hebben. Iets met Boston, waar we een jaar gingen wonen. We verhuisden met ons vier-maandertje en mijn voornaamste bezigheid zou dat mannetje worden. Dus ja, iets met Boston, iets met baby…

Het werd Boston, baby! Te lezen als ‘Bostonbaby’, wat de perfecte bijnaam voor ons ventje zou worden, maar ook als Bóston, BABY! – op z’n Austin Powers.  Een woordgrapje én een verwijzing naar een onnozele film, dat kon ik toch niet laten liggen. Ik was héél tevreden met die naam.

Toen begon ik te schrijven, en het werd toch niet helemaal dat ‘liefste dagboek’ verhaal dat ik eerst voor ogen had. Soms wel, natuurlijk, er was genoeg te vertellen. Maar soms werden het andere verhalen, rond wat ik kookte, wat me opviel. Vaak waren het mijn zo geliefde lijstjes.

Maar ook een jaar gaat voorbij, en we keerden terug naar België.

Ik was heel tevreden met mijn Boston, baby! Maar wat moest ik nu? De Bostoniaanse avonturen waren voorbij. We begonnen weer aan ons ‘gewone’ leven. Heb ik nog iets te vertellen?

En niet alleen waren we niet meer in Boston…naar alle maatstaven is mijn baby ook geen baby meer.

Dus nu zit ik een beetje vast. Veertig dagen bloggen is me heel goed meegevallen, ik zou wel graag blijven schrijven. Maar die tweede vraag – moet ik op zoek naar een andere naam voor mijn blog, nu die totaal niet meer past bij mijn huidige wereld?

Ik heb er geen idee van, eerlijk gezegd….

 

sha

Je bucket list? Start eerst met een ander lijstje

Recent ben ik opnieuw bij het concept bucket list aangekomen. Dat is een lijstje maken met alle dingen die je nog wilt bereiken of beleven voor je het tijdelijke voor het eeuwige wisselt. Of zoals ze het in de taal van Shakespeare zeggen: before you kick the bucket.

 

Ja, ik vind het nuttig om daar over na te denken, maar nee, ik wil niet dat dat extra stress met zich meebrengt. Het zou dus eerder een leidraad worden, dan een lijst met ‘moetens’. Er zijn al genoeg ‘moetens’ in de wereld, reële of diegene die wij onszelf opleggen. Ik ga er dus geen dwingende opsomming aan toevoegen.

 

Zo kwam ik op het idee om ook, of misschien wel eerst, een lijst te maken met de dingen waar ik me net helemaal niet (meer) mee bezig wilt houden.

Ik heb een tijdje terug een boek gelezen dat helemaal in dat kader past: ‘The life-changing magic of not giving a f**k. Heerlijk boek. Al verschillende keren uitgeleend. Op elke bladzijde staat het F-woord een keer of veertig, maar laat dat geen belet zijn. Het is géén oproep om apathisch te gaan wezen en nergens meer om te geven. Integendeel, de ondertitel is ‘How to stop spending time you don’t have doing things you don’t want to do with people you don’t like’ – je stopt met je energie in dingen te steken die jou eigenlijk niet uitmaken, of niet gelukkig maken, zodat je die energie wél kan richten op zaken en mensen die er wel toe doen.

 

Ik dacht: voor ik aan die bucket list begin, maak ik eerst een Fuck It list. Goed gevonden van mij! Ideale woordspeling! Wat ben ik toch pittig en slim. Tot ik die Fuck It list intikte in de zoekbalk van Google: ellenlange pagina’s over het fenomeen (blijkbaar begonnen bij een blogster die ‘mijn’ geweldige idee heel wat eerder had), 1200 afbeeldingen met quotes (een korte selectie hieronder), en de beschrijving van het boekje ‘The Fuck It List Journal’.

 

Hum ja.

 

Unieke ideeën, bestaat dat nog in deze internet-doorspekte tijd?

 

En was het niet Einstein die zei: Creativity is knowing how to hide your sources.

 

Hoe dan ook, mijn Fuck It list. De dingen waar ik geen tijd meer aan wil besteden, die ik niet meer wil doen, waar ik met een gerust hart ‘neen’ tegen wil zeggen. Dan blijft er meer tijd en energie over om volmondig ‘ja’ te zeggen tegen al die dingen die er wél toe doen!

De eerste 8 puntjes van mijn lijstje heb ik alvast opgesomd.

  1. Naar elk feestje/drink/evenement gaan waar ik voor uitgenodigd word, ook al heb ik er helemaal geen zin of energie voor.
    Nope, gewoon vriendelijk zeggen dat het deze keer niet zal lukken, ik ben er 100% zeker van dat het nog steeds een topfeest wordt.
    .
  2. De 20 km van Brussel lopen. Of een halve marathon.
    Zal niet lukken. Nooit niet. Ik wil sportief zijn, maar er zijn grenzen. Ik heb nog het excuus dat mijn kinesist het mij sterk heeft afgeraden om meer dan 5k te gaan kopen, slecht voor de rug. Maar dan nog. Ik ben er niet voor gebouwd, en ik wil het dus ook niet meer willen.
    .
  3. Parachutespringen. En bunjee jumpen.
    Stond een hele tijd op mijn bucketlist. Was jaloers op manlief die effectief de elastiek aan zijn voeten liet binden en de sprong waagde. Maar nu heb ik een blond ventje rondlopen dat op mij rekent en kan ik alleen maar denken: WAAROM zou ik dat risico lopen? Ik waag me al elke dag in het verkeer, vind ik al risico genoeg. OK, ok, je kan niet risicoloos leven en dat hoeft ook niet, maar moet ik daarom meteen vanop grote hoogte ergens gaan af- of uitspringen? Ik dacht het niet.
    .
  4. Meedoen aan uitdagingen om X boeken te lezen in een jaar.
    Ooit las ik de jeugdsectie van de bib uit, maar tegenwoordig ben ik al blij dat ik 2 bladzijden haal ’s avonds. Vroeger haalde ik die ‘leesachterstand’ in tijdens de vakantie, maar nu… heb ik zandbakken te testen en glijbanen te superviseren. Boeken lezen, echt heel boeiend en interessant, maar geen must meer. De Humo heeft ook al langere artikels, toch?
    .
  5. Uitleggen waarom ik geen alcohol drink.
    Ik leg toch ook niet uit waarom ik niet rook, geen drugs gebruik of nooit op wespennesten sla met een stok?
    .
  6. Anderen hun noden, wensen en verwachtingen boven die van mezelf stellen.
    Been there, done that, got the T-shirt. Duidelijke uitzondering: man- en zoonlief.
    .
  7. Alles perfect willen doen. Tegelijk. Nu.
    Goed is goed genoeg. (Kleine toegeving aan mezelf: heel goed is ook goed genoeg).
    .
  8. Deze lijst 100% tot in de puntjes naleven.
    Zie punt 7. Amen.

 

En wat staat er op jullie Fuck It list?

Zoondag #4: peuterpraat

Je hoort het zo vaak over jonge kinderen: dat ze ofwel eerder motorisch sterk zijn, of eerst taalvaardig worden. Ons mannetje is er eentje van de motorische ontwikkeling. Op 12 maanden zette hij zijn eerste stapjes en het leek een seconde later dat hij sprintte, bochtjes nam, dingen van de grond oppikte, achteruit stapte, hurkte, en sprong. Toen hij de trap begon op te lopen, was dat meteen met één been op elke trede (en dus niet door de tweede voet ‘bij te zetten’). Als hij een bal gooit, is dat gerichter dan zijn mama dat kan (die werpt dan ook écht als een meisje, tssss, niks mee aan te vangen).

 

Zijn beste vriendje in de crèche, een goeie maand ouder dan hij, verbaasde me dan weer keer op keer met zijn uitgebreide woordenschat. Onze man begon net iets verder te raken dan ‘papa’ en deze jongen wees aan in een boekje met dieren: ik was al helemaal onder de indruk na koe, hond, kat, en paard, maar viel bijna achterover door ‘panda, koala, flamingo, olifat en neushoon’.

 

Zo zie je maar, elk kind is anders. Ik maakte me geen zorgen, maar begon wel uit nieuwsgierigheid een lijstje met de woordjes die zoonlief gebruikte. Het bleek een veelvoud te zijn dan de tien die ik spontaan zou schatten.

 

En dan opeens: de klik. Onder de douche vroeg hij ‘noh wate’ om over zijn hoofdje te gieten. Twee of drie woordjes komen plots bij elkaar te staan. Elke dag komen er nieuwe boven, het is niet meer bij te houden. Hij verrast ons keer op keer.

 

Nu kan ik de nieuwe rubriek starten waar ik al even naar uit keek: een greep uit wat ons peutertje zegt. Toddler talk, of te wel: peuterpraat.

 

  • Nog-isch, mama: dat graag opnieuw doen, mama
  • Boemetjeu pukken: met een madeliefje in elke hand, kom je door het hele land!
  • Noh pietse: het tiende toertje rond het plein op de loopfiets
  • Boempataat: ik ben gevallen maar het is niet erg
  • Tein me otto! Een t(r)ein is altijd reden tot vreugde, maar als die trein dan ook nog eens auto’s vervoert… tja, je begrijpt dat dat feest is.
  • (armen in de lucht) JEEEEEEE pasjtaa: hij is fan van spaghetti, zoveel is duidelijk
  • (half zingend) Hi hi hi , ha ha ha: mijn zoon zit af en toe duidelijk te denken aan beren die broodjes smeren.
  • (met zijn handen aan zijn voeten) Tee! Noh e tee! Nog e tee! E noh e tee!: een mens heeft nogal wat tenen.
  • (wijst op zichzelf) ‘Ti’: antwoord op ‘wie is mama’s beste vriend?’. Aangezien het deel van zijn naam is, denken we dat het eerder een afkorting is, dan een andere vorm van ‘ik’.
  • (tegen papa) Mama pipi edaan: blijkbaar belangrijke info die gedeeld moest worden. Geen mysterie meer in je relatie eens je een peuter hebt rondlopen.

 

Unknown

Lentemoeheid

Eindelijk zien we de zon weer! De bomen krijgen nieuwe blaadjes, de dagen worden langer en de krokussen en narcissen hebben bewezen dat het ook dit jaar lente wordt.

Kortom, alles is er om volop te genieten, en energiek je huis uit te komen.

 

En toch lijk ik de voorbije dagen niet vooruit te branden. Sta ik op, na een goede nachtrust – want ons ventje slaapt de laatste weken bijna het klokje rond – en ben ik na de ochtendrush alweer aan een dutje toe. Werk ik van koffie naar koffie, mijn eigen limiet van drie kopjes ruim overschrijdend. Net op tijd zie ik – meer dan eens – dat ik docenten die een vak over elektriciteit geven, heb aangeschreven als ‘beste professor Wisselstroom’. Ik begin mensen verkeerd te begrijpen, leg andere connecties dan normaal.

 

Alarmbellen in mijn hoofd. Heb ik toch tekorten door het vegetarisch eten van de voorbije weken? Sluimert er één of ander virus dat nog niet wilt toeslaan? Heb ik gewoon verschrikkelijk veel nood aan vakantie?

 

Of heb ik net als een groot deel van de bevolking, last van voorjaars- of lentemoeheid? Nee, niet ‘de lente moe’, maar moe in de lente. Last van vermoeidheid na een goeie nachtrust? Check. Futloos en wat prikkelbaar? Check. Meer drang naar suiker en vet eten? Check-edie-check. En ik ben niet alleen: manlief heeft het ook zitten! Hij wijt het dan weer vooral aan het zomeruur…

 

De belangrijkste tips om deze lentedip te boven te komen zijn:

  • Gezond eten, zoals lentegroenten, fruit en volkoren producten die vitamine B bevatten.
  • Voldoende bewegen en in de buitenlucht zijn

 

Laat ik nu net al een paar weken werken aan die groenten en fruit en zijn we net nog een klein uurtje buiten gaan wandelen met ons ventje. Goed bezig dus!

 

  • Thee drinken van paardenbloem, weegbree of brandnetel.

 

OK, een beetje speciaal, maar ik zal eens proberen. In onze tuin vind ik er al zeker 2 van de 3.

 

  • Een groentensapkuur volgen
  • Zuurkool eten

 

Eeeuhmm….? Thanks but no thanks!

 

  • Luister naar je lichaam. Ben je moe, rust dan even uit.

 

Voilà kijk. We hebben een weekje vrij en we hebben niet al te veel gepland. We trekken er op uit en ‘go with the flow‘. Sorry, niks aan te doen, doktersvoorschrift!

 

coffee

 

Vijf op vrijdag: favoriete steden

Wat is er beter dan een vrijdag? Een vrijdag voor een weekje vakantie! Hoera, daar kijken we met z’n allen naar uit.

Voor de vijf op vrijdag vandaag, een lijstje dat ook een groot vakantiegevoel met zich meedraagt: de vijf steden die mijn hart hebben gestolen, elk om eigen reden.

-Disclaimer- Er zijn zeker nog andere steden die ik heerlijk vind of heb gevonden, maar deze vijf heb ik meer dan eens bezocht, en dragen dus ook iets bekends in zich.

Leuven, Be. Ik was nog klein, en Leuven was een magische plek. Af en toe gingen we er heen, via een enorm bochtige weg waar maar geen einde aan leek te komen. Mijn zussen en ik, op pad met de papa – eigenlijk de enige uitstap die we zo deden, zonder ons ma erbij. We gingen naar de Fnac of een andere boekhandel, mijn pa zocht strips en muziek uit en wij kregen één (Of twee. Of drie.) van de pockets van Garfield, die de perfecte WC-lectuur bleken te zijn.
Waar ik zou gaan studeren, was dan ook een evidentie. Op 20 km van thuis, handig dichtbij maar net ver genoeg. Na de studies blijven plakken, er werk gevonden, en er gesetteld met het lief (die ik daar op de aulabanken gevonden heb). Toen we uiteindelijk ons eigen stekje wilden, leek het Leuvense nog steeds ideaal (behalve het prijskaartje dan): op gelijke afstand van beide ouderparen en dicht bij het werk. Loop ik nu op een zonnige dag over de Grote Markt, besef ik steeds dat ik misschien niet meer zo klein ben, maar Leuven nog steeds magisch.

De Haan, Be. Jarenlang gingen wij in de zomer een maand naar zee. Jarenlang gingen we steeds naar hetzelfde appartement, in De Haan, vlakbij het strand. Mijn groottante huurde dat appartement in juni, en liet het voor ons achter, gevuld met chocola en reuzenperziken die nét rijp genoeg waren. Het feit dat er geen hoogbouw staat op de dijk, geeft De Haan nog een heerlijk retro gevoel. Ik heb er zo’n fijne herinneringen aan, dat ik het centrum maar moet binnenrijden en weten: ‘jep, ’t is vakantie’.

Maastricht, NL. Zo dichtbij en toch weer ‘buitenland’ – de ideale en gezellige plek om in de kerstvakantie al aan soldenshopping te gaan doen. Plus, ze hebben zoute dropjes, één van mijn kleine zondes.

Valiano, It. Bepaald geen ‘stad’ te noemen, dat gehucht van 5 straten dat deel uitmaakt van Montepulciano. Met één voet in Toscane en één voet in Umbrië, zicht op de wijnranken en in de schaduw van een olijfboom, wordt duidelijk waarom Italië een ideaal vakantieland wordt genoemd. Ja, ik hou van roadtrips en avontuurlijke reizen, walvissen, watervallen en exotische bestemmingen, maar af en toe mag het ‘dolce far niente’ zijn.

Boston, USA. But of course. Onze thuis weg van huis en voor altijd de plek waar ons ventje zijn eerste stapjes heeft gezet. De helft van deze blog wordt gewijd aan deze stad, laat ik geen poging doen dit samen te vatten. Vergeet Boston gewoon niet bij een tripje naar de Oostkust, stop het vergelijken met New York en geniet gewoon van deze eigenzinnige, gezellige en gevarieerde stad.

bostoncoolidge corner

Tekst en uitleg #3

Twee weken geleden begon ik aan het beantwoorden van een aantal willekeurig gekozen vragen- in dit geval geplukt van de website Mynd-  deze week de tweede reeks: van nummer 21 tot 30, uit ’48 vragen aan jezelf die je leven (kunnen) veranderen’.

21 Ben je het soort vriend(in) die je wilt zijn?

Ik denk (en hoop) het wel: ik wil attent en geduldig en begripvol zijn.

 

22 Wat is erger: een goede vriendin die ver weg gaat wonen of contact verliezen met een vriendin die vlakbij woont?

Ik denk dat ver weg gaan wonen geen groot probleem hoeft te zijn, als de beide partijen wat moeite willen doen. Ik was zelf een jaar lang de vriendin die ‘ver weg’ ging wonen. Dat heeft in enkele gevallen zelfs geleid tot sterkere vriendschappen.

 

23 Waar ben je het meest dankbaar voor?

Dat ik de man van mijn leven op jonge leeftijd mocht leren kennen, en dat onze zoon ons elke dag toelacht (of niet lacht, ook als hij een crisisje heeft is-ie stiekem nog schattig).

 

 

24 Is je grootste angst ooit uitgekomen?

Ja.

 

25 Herinner je je die keer, 5 jaar geleden, toen je heel boos was? Maakt dat nu nog echt uit?

Ja, dat maakt uit, maar boos zijn had geen zin.

 

26 Is het mogelijk om zonder twijfel te weten wat goed en slecht is?

Ik ben ervan overtuigd dat er een aantal basisthema’s zijn waarbij dat het geval is. Gasaanvallen op een ziekenhuis of school? Vrij zeker dat dat onder ‘slecht’ valt. Boekjes lezen met de zoon? Helemaal goed. Maar er zijn een heleboel dingen die niet zo zwart/wit zijn.

 

27 Als je wist dat iedereen die je kent morgen zou sterven, wie zou je vandaag dan bezoeken?

Wat een vraag! Ik zou niemand bezoeken, maar thuis blijven bij man- en zoonlief. Ik zou via mail en telefoon familieleden en vrienden contacteren. Maar weten ze dat eigenlijk zelf, dat het hun laatste dag is? En word ik ook bij ‘iedereen die je kent’ gerekend?

 

28 Als we leren van onze fouten, waarom zijn we dan zo bang om een fout te maken?

Omdat dat pijn doet, fouten maken. En omdat het door de omgeving vaak niet als een leermomentje wordt gezien (in Amerika gaan ze daar wel anders mee om, en is pakweg een faillissement geen grote blaam- je hebt het tenminste geprobeerd).

 

29 Wanneer is je voor de laatste keer het geluid van je eigen ademhaling opgevallen?

Toen ik voor het eerst sinds lang 5 kilometer in één keer probeerde uit te lopen.

 

30 Stel: op dit moment worden DE beslissingen over jou gemaakt. De vraag is: beslis je zelf, of laat je anderen over je beslissen?

HAHAHAHAA! Dat is een heel eenvoudige vraag.

 

Ik voel me nog altijd niet bijzonder anders. En jullie, wat zijn jullie antwoorden op (sommige van) de vragen?

 

1c9d2f7d853848b49e84e880b930e1a1

Zeven hoofdzonden

 

02-40dagenbloggen

Aan de start van het 40 dagen bloggen-avontuur kregen alle deelnemers een lijstje met vragen ter inspiratie. Tot nu toe heb ik er nog niet vaak naar teruggegrepen, maar vandaag pikte ik er eentje uit, en stelde de vraag meteen aan manlief (over mezelf dan):

Aan welke van de zeven hoofdzonden maak jij je het meest schuldig?

Stap 1: Google wat die zeven hoofdzonden alweer zijn. Ja, sorry he. Ik heb de film ‘Seven’ gezien toen ik 16 was, ik herinner me alleen nog het hoofd in de doos en die dikke man met zijn spaghetti. Dus ja, even moeten opzoeken. (Btw, ‘hoofd’-zonden – zijn er dan ook ‘bij-zonden’? En wie maakt die categorieën? Zijn er naast hoofd- ook schouders -knie en teen-zonden? Alweer zoveel vragen!)

De hoofdzonden zijn, volgens wikipedia:

  1. Hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid
  2. Hebzucht – gierigheid
  3. Onkuisheid- lust – wellust
  4. Nijd – jaloezie – afgunst
  5. Onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht
  6. Woede – toorn – wraak – gramschap
  7. Gemakzucht – traagheid – luiheid

 

Het is nu niet dat ik zo’n heilig boontje ben, maar ik vond het toch een moeilijke vraag.

Ijdelheid? Ik ben al blij als mijn outfit enigszins bij elkaar past. Ik heb op dit moment 3 paar schoenen, schat ik. Ik moet echt eens gaan shoppen (argh).

Aan de andere kant wil ik er natuurlijk ook wel goed uitzien. Maar is dat dan ijdelheid? Is dat niet gewoon altruïstisch denken aan mijn medemens die op dat hoofd van mij moet kijken?

 

Hebzucht, onkuisheid – heb ik niet zoveel mee.

Jaloezie, da’s een lelijke. Enfin, ze zijn geen van allen mooi natuurlijk. Ik heb zeker momenten dat ik denk ‘waarom die wel en ik niet?’. Misschien is dat eerder zelfmedelijden dan jaloezie. Maar tegelijkertijd ben ik ervan overtuigd dat er geen eindige hoeveelheid geluk op deze wereld is. The race is long, and at the end, it’s only with yourself.

 

Gulzigheid, zal al wel eens voorkomen, maar tegelijkertijd ben ik samen met manlief alweer een paar maanden matig aan het wezen (gezond eten, met mate…) en dit werpt ondertussen zijn vruchten af. Een zakje chips of een pot Ben&Jerry’s opnieuw in de kast zetten, is een uitdaging, dat geef ik toe – daarom koop ik ze ook niet meer.

 

Woede. Ik hoop dat ik geen boos persoon ben. Ik mompel al eens een vloek achter het stuur, bij de zoveelste wegpiraat. Maar ik kan me met moeite herinneren wanneer ik nog eens geroepen heb, uit kwaadheid dan. Met deuren slaan? Is dat niet wat melodramatisch?  Tuurlijk ben ik wel eens boos, maar het blijft zelden lang zo. Alleen kan ik me enorm opwinden bij onrecht, ongelijkheid. Wraak heb ik zelden willen nemen, maar wie me écht tegen mijn schenen trapt, mag niet vergeten; la vengence est un plat qui se sert froid… en ik heb een goed geheugen. Al zal ik dan eerder lachen als karma die mensen in hun gat bijt, dan zelf een sabotage-actie te ondernemen.

 

Blijft gemakzucht, luiheid. Ik zal schuldig pleiten. Zeker sinds ons verblijf in Boston, is de lijst van kleding die ik strijk, sterk ingekort. Opruimen? OK, even snel dan. Ook al weet ik dat een opgeruimd huis zo heerlijk is. Eigenlijk ben ik een extreme planner, maar dat is stiekem uit gemakszucht. Een weekmenu opstellen moeilijk? Ja, maar ik ga dan ook maar één keer naar de winkel. Ik ga echt niet elke dag lopen stressen over wat we gaan eten, veel te veel gedoe. Lijstjes maken van wat er in onze reiskoffer moet? Is ook gewoon om me veel zoeken en irritatie te besparen.

Soms kan ik genieten van iets uitgebreid, van een ingewikkeld plan, een uitgebreide maaltijd koken, een indrukwekkende taart maken. Maar meestal ben ik de grootste fan van ‘minimal input, maximal output’ – wie niet?

Zo blijven klusjes in het huis wel eens langer liggen. Er is ook altijd wel wat beters te doen: spelen met de zoon, bijvoorbeeld, tijd voor mezelf nemen, babbelen met de echtgenoot. Ach nee, nu kon ik het terras niet afschuren, het regende. Spijtig spijtig. Immens triest. En is het de moeite dat ik die kruidenbakken uitkuis, de katten duiken er toch weer in en de basilicum is ten dode opgeschreven. Laat ons realistisch wezen. Alleen de munt overleeft. Gelukkig is verse muntthee maken niet veel moeite.

lui

Boston bucket list- revisited

5381867-tumblr-bucket-list-quotes

Vanmiddag had ik afgesproken om te gaan lunchen. Als je in centrum Leuven werkt, is dat één van de voordelen: stap je kantoor uit en er ligt meteen een wereld aan keuzes van gezonde, lekkere lunches aan je voeten.

Het werd soep vandaag.

Met iemand die we het laatst gezien hebben toen we op een zonnige vrijdagavond pizza aten in een park in Boston, en dit een picknick noemden (Wat zeg ik? Dit was een picknick. Een perfecte picknick). Die picknick buddies waren na twee jaar Oostkust naar het Belgenlandje teruggekeerd, en hadden ook al gemerkt dat er zoiets bestaat als de omgekeerde cultuurshock.

 

En terwijl wij deze zomer braafjes een weekje naar de kust trekken, gaan zij een maand terug naar Boston en omstreken, om daar verder te verkennen waar ze nog niet de kans toe hadden. Wat een heerlijk idee!

 

Het deed me denken aan alles wat we in ons jaar Boston gedaan hebben, maar ook aan wat we (nog) niet gedaan hebben.

In augustus 2015 schreef ik een blogje over alles wat we graag wilden doen en zien: onze Boston bucket list. Nieuwsgierig ben ik dit gaan opduikelen om na te gaan wat we kunnen afstrepen, en wat we bij een volgend bezoek (want ja, dat komt er, ooit) op de planning moeten zetten.

 

Is gelukt:

  • Ongegeneerd de toerist uithangen in Boston hebben we op meer dan één gelegenheid gedaan. Van de lijst ’50 best things to do in Boston’ hebben we er geen 30 gehaald – ook al omdat een deel mij niet aansprak – maar de lentebloesems in de parken, de Freedom Trail en de Harvard Tour kan ik ondertussen dromen. We brachten ook een bezoekje aan de Museum of Science (en keken op een avond door een telescoop naar sterren en planeten), de Franklin Zoo en de schildpadden van de New England Aquarium. We wandelden over Castle Island, bezochten de Boston Public Library, en gingen schaatsen op Frog Pond (of liever; zagen mensen schaatsen).
    .
  • Hoewel we niet van alle typische Amerikaanse sporten een match of game hebben bijgewoond, was het heerlijk spannend om de Boston Celtics een basketbalmatch te zien winnen, en heerlijk on(t)-spannend om naar een Red Sox-game te gaan. Of zoals onze babysitter het zei: naar baseball gaan kijken is zo interessant als ‘watching paint dry’.
    .
  • Een jaar meer tijd hebben om te koken heeft zeker zijn vruchten afgeworpen. Ik heb meer dan 20 nieuwe ingrediënten leren kennen en werd verliefd op de handigheid van een slowcooker (over beiden later meer). De pizza’s met butternut squash, ricotta en cranberry én die met geroosterde kip, gekarameliseerde peer en fontina kaas, werden getest en goedgekeurd.
    .
  • We hebben Halloween en Thanksgiving gevierd zoals het hoort, en hebben daar enorm van genoten! Ons ventje was zonder twijfel het schattigste draakje in de wijde omtrek.

Zoals we ons hadden voorgenomen, hebben we in november 2016 ‘Friendsgiving’ naar België gehaald: we nodigden vrienden uit voor een lekker etentje en even stilstaan bij de lange lijst van dingen waar we dankbaar voor mogen zijn.

  • Ik heb me wel degelijk verdiept in het extreme couponing verhaal, en heb daar enkele kleine succesjes mee gehaald. Uiteindelijk was onze conclusie dat dit wel enorm veel tijd kost, en met onze ontdekking van de Aldi-winkel en de markt met betaalbare groenten en fruit, werden de bonnetjes enkel geknipt wanneer ik ze toevallig tegenkwam.

 

Er is zeker nog veel meer te beleven in Boston, maar vooral ook in de omstreken, waar we eigenlijk (bijna) niet geweest zijn. Maine, Vermont, Cape Cod, dat zijn zeker ook bestemmingen die ik nog niet meteen van ons lijstje wil schrappen.

 

Maar ook hier in België kan een bucket list de moeite zijn. Het kan aan mijn gekende verslaving aan lijstjes liggen, maar als je eens verder nadenkt over wat je graag wilt doen/halen/beleven, dan is de kans groter dan dat ook gebeurt. Noemen ze dat geen visualisatie of zoiets?

boston tekening

DZV: vijfde week, op dreef

Vandaag had ik zo’n gesprekje waar je hersenen van blokkeren. Waarbij je even met je ogen knippert en gedurende twee seconden aan absoluut niets kan denken, het wordt ‘wit’ voor je ogen. Going blank, wordt dat toepasselijk genoemd in het Engels.

Mijn collega kondigde aan dat de ’40 dagen bloggen challenge’ op het einde van deze week aan zijn einde zou komen. Immers, maart telt 31 dagen, en dan nog negen in april, en daar heb je je 40 blogjes. Maar, de Vasten loopt toch tot Pasen? En Pasen is toch pas op 16 april?

 

En hoe zat dat dan eigenlijk met Dagen Zonder Vlees, die ook verkondigen 40 dagen naar minder vlees en vis te streven? Verwarring alom!

 

Op zo’n ogenblik kan je natuurlijk maar één ding doen: Google to the rescue! Bleek dat er inderdaad eigenlijk 46 dagen tussen Aswoensdag en Pasen zitten, maar dat er op zondag niet gevast werd. Ha! Die gebraden kippetjes en gourmetjes op de zondagse familiemiddagen waren dus helemaal ingecalculeerd!

 

Ik ga er dus vanuit dat onze Dagen Zonder Vlees lopen tot Pasen. Deze vijfde week liep heel goed, dank je wel. Hier is mijn tussenstand:

Screen Shot 2017-04-03 at 21.51.30

Ik heb de voorbije zeven dagen volledig vegetarisch gegeten. Nu ging dat enigszins met wat ups en downs.

 

De ups: De spinazie-kaasburger die ik kocht in de Albert Heijn was echt geweldig. Samen met de gegrilde bloemkool en de krielaardappeltjes smaakte me dit heel erg. Een blijvertje!

DSC_2442

De shashuka, waarbij eieren gepocheerd worden in een bedje van geitenkaas, tomaten en paprika, had net iets te lang op het vuur gestaan, waardoor de dooiers wat te vast waren geworden. Toch vond manlief dit een absoluut topgerecht. Hij is altijd vrijgevig met complimentjes over mijn kookkunsten, maar vier of vijf keer horen dat het echt geweldig is, dat gebeurt me toch niet zo vaak (geen foto wegens totaal niet fotogeniek gerecht).

 

De downs: Ondanks het feit dat ik het recept van de pompoenspinazielasagne volgde, zoals beschreven in het Jamie magazine, heeft dit toch geleid tot de eerste echte ‘mislukking’ van deze DZV-periode. Door een tekort aan saus waren de lasagnevellen totaal niet zacht en gaar. Omdat de groentjes er wel goed uitzagen, hebben we deze vakkundig van de lasagne geschraapt, er een Philadelphiasausje bij gemaakt en op gewone pasta gegoten. Op zich lekker, maar ik bleef het wat sneu vinden.

De chili sin carne is niet op tafel gekomen wegens een totaal gebrek aan ‘goesting’ om te koken, het is toen dus een slaatje geworden met kaasflapjes.

DSC_2450

Deze week staat er het volgende op het menu:

 

Maandag: Thai beef salade – tja, de naam geeft het al wat weg, vandaag zal ik niet als volledig veggie kunnen ingeven. Manlief is namelijk jarig en mocht kiezen wat er op het menu stond. En zoals wel duidelijk is: verjaardag > DZV.

Dinsdag: Rijst met kokosspinazie

Woensdag: Mexicaanse salade met maïs en zwarte bonen. Ik heb met allerlei bonen leren koken in Amerika, en vond deze zwarte bonen bij de Albert Heijn. Zou er een reden zijn waarom Nederlanders zo veel meer soorten bonen in de rekken willen?

Donderdag: Portobello met geitenkaas en walnoten, en krieltjes.

Vrijdag: Zelf belegde pizza met bloemkoolbodem. Die bloemkoolbodem vind ik in… euh ja, Albert Heijn. Er is een thema.

 

Verder kreeg ik deze week de eerste vraag of ik supplementen nam om de tekorten die je oploopt door vegetarisch te eten, op te vangen. Oei, euh nee? Ik voel me eigenlijk heel goed, veel minder namiddagdipjes. Het zal nog wel meevallen zeker, ik eet af en toe nog wel eens vlees, toch? En zitten er niet gewoon heel veel vitamines in chocola? Check!

Zoondag #4: 2 jaar

Liefste schat,

 

Vandaag werd je twee jaar.

Je ontbeet met een pannenkoekje.

Je droeg je kroon de hele dag.

Je deed een heerlijk dutje, en toen je wakker werd waren je meter en peter, en grootouders er, om met ons te vieren.

Papa en ik hadden een biscuit gebakken, en met chocomousse versierd. En ik had er ook eentje gemaakt die helemaal uit fruit bestond.

Je kreeg veel pakjes en vond ze allemaal om ter leukst.

Je speelde buiten met je peter, van de glijbaan, in, achter, naast en zelfs op het speelhuisje.

Je blies een kaarsje uit en mocht in de taart graaien.

 

Liefste schat,

Vandaag werd je twee jaar.

Het was een heerlijke, warme dag.

 

Je danste lachend tussen zeepbellen met chocolade op je snoet.

 

Je blijft het mooiste dat ik ooit zag.

 

Drie op een rij

Weet je wat je exact een jaar geleden aan het doen was? Of twee jaar geleden?

 

Ik wel.

 

Dit voorjaar is ‘exact een jaar geleden’ al zo vaak door mijn hoofd geschoten. Toen woonden we een goed half jaar in Boston, de winter was voorbij, we kregen weer bezoek en we voelden ons daar thuis.

 

Begin april kwamen de schoonouders op bezoek, en er stond een feestweekend voor de deur.

 

En vandaag twee jaar geleden zat ik met een héle dikke buik op de zetel, dekentje over me heen, met twee katjes aan mijn voeten. Zou vandaag de dag zijn? Morgen mijn uitgerekende datum, overmorgen de verjaardag van manlief.

 

Die laatste kwam thuis en nodigde me uit voor een wandelingetje. ‘Ik heb genoeg van het wachten, helpt wandelen niet op zo’n moment?’ En dus wandelden we een toertje van 2km. Of liever: hij wandelde, ik …waggelde.

 

Dus is het over een paar uur exact twee jaar geleden dat ik manlief wakker maakte en fluisterde: ‘ik denk dat het begonnen is…’

 

 

Vandaag had dat mooie begin niet zo’n goed dutje gedaan – te vroeg wakker geworden door krampjes, denken we. Dan wordt alles wat moeilijker, en mogelijk een aanleiding tot een huilbui. Zoals een papa die niet alles meteen begrijpt. Een mama die soms naar het toilet moet. En een druif die niet meer aan zijn steeltje wilt gaan hangen nadat je hem ervan afgetrokken hebt.

 

En dus lag ik weer op de zetel, met een ventje op mijn buik, een dekentje over ons heen, naar Paw Patrol te kijken. Er werd me af en toe een doekje aangeboden om aan te sabbelen. Ik aaide door die blonde krulletjes.

 

Toen dacht ik: kijk eens aan. 1 april vandaag. Drie jaar op rij gelukkig.

 

images

Vijf op vrijdag: ouderschap in quotes

We zijn ondertussen al aardig gevorderd met die 40 dagen bloggen, and so far so good! Voor onze volgende ‘Vijf op vrijdag’ spookte er al even iets door mijn hoofd: 5 quotes die ik met (pril) ouderschap verbind.

Er werkt weinig meer op de lachspieren dan zo’n citaat waarbij je denkt: It’s funny ‘cause it’s true! Al zijn er natuurlijk ook uitspraken die je even doen stilstaan, of misschien zelfs slikken. Nagels met koppen, in elk geval!

  1. quote 1

Voor een planner als ik was de onzekerheid van de bevalling, niet evident. Maar dat ik dat ventje eindelijk zou ontmoeten, maakte het allemaal wat makkelijker.

2. quote 2

Ook al is het echt een superkracht dat je een kindje op de wereld kan zetten, het maakt je toch ook heel kwetsbaar.

 

3. quote 4

Zeker in de babyfase kon een dag al eens lang duren- figuurlijk, maar ook letterlijk (ik was toch anderhalf keer langer wakker dan gewoonlijk). Toch gaat het tegelijk zo snel. Zou dat de ouderlijke relativiteitstheorie zijn? En nu we toch bij Einstein aankomen:

 

4. quote 3

Momenteel zijn onze verhaaltjes nog vooral kort en bondig, maar dat onze man uit zichzelf besloten heeft dat ‘in bedje blijven zitten en een boekje bestuderen’ een fijn tijdverdrijf is, kan ik alleen maar toejuichen. Ik kijk al uit naar meer verhaaltjestijd!

En dan  last but not least:

5. quote 5

Eentje die alle ouders niet mogen vergeten.

 

En dan nog een laatste, die niet in het lijstje past, omdat-ie alles overstijgt, als credo van elke jonge ouder, als troost in korte nachten, darmkrampjes, terrible two’s, en noem maar op, een mantra van mama en papa:

Screen Shot 2017-03-29 at 11.53.37

Tekst en uitleg #2

Vorige week begon ik aan het beantwoorden van een aantal willekeurig gekozen vragen- in dit geval geplukt van de website Mynd-  deze week de tweede reeks: van nummer 11 tot 20, uit ’48 vragen aan jezelf die je leven (kunnen) veranderen’.

11 Zou je bereid zijn om je levensverwachting met 10 jaar te laten dalen als je dan zeer aantrekkelijk of beroemd zou worden?

Zeker niet. En als ik 10 jaar langer gezond mag blijven, bij de mensen die ik graag zie, wil ik er gerust lelijker of minder beroemd (is dat nog mogelijk?) op worden.

 

12 Zou jij de wet breken om een geliefde te redden?

Natuurlijk! Zonder twijfelen ook. Wie zou dat nu niet doen?

 

13 Wat is iets waarvan je weet dat je het anders doet dan de meeste mensen?

Eens per jaar schrijf ik op wat ik wil bereiken op korte, middellange en lange termijn, en koppel ik hier acties aan. Manlief en ik trekken er een paar uur voor uit, waarin er verder geen afleidingen zijn (we gaan bijvoorbeeld in een brasserie zitten), en bespreken ons lijstje samen.

 

14 Hoe komt het dat de dingen die jou gelukkig maken niet iedereen gelukkig maken?

Omdat ik, in sommige gevallen, heb ondervonden wat het is als ze er niet meer zijn. Of als je iets niet meer kan.

 

 

15 Hou je vast aan iets dat je moet loslaten? Wat is het?

Het is misschien wel iemand. Ik heb veel geduld denk ik, maar vriendschap moet van twee kanten komen.

 

16 Als je niet aan een plek gebonden was, naar welk land zou je verhuizen?

Nu ons buitenlands avontuur zo goed is meegevallen, zijn er wel meer opties mogelijk geworden. Ergens anders gaan wonen, lijkt plots geen onoverkomelijke berg meer, maar een avontuur waar je zoveel van kan leren. Al is het wel zo handig dat je de taal spreekt. Dus dat beperkt de mogelijkheden toch al wat.

 

17 Als je de liftknop meer dan één keer induwt, geloof je dan écht dat de lift sneller komt?

Tuurlijk, dan weet de lift dat je het meent.

 

18 Wat wil je liever zijn: bezorgd en geniaal, of gelukkig maar dom?

Ik hoop dan zo geniaal te zijn, dat ik iets kan bedenken om mijn zorgen op te lossen.

 

19 Je moet kiezen: al je oude herinneringen verliezen, of nooit in staat zijn om nieuwe te maken?

Dit lijkt me een strikvraag. Aangezien al mijn nieuwe herinneringen, meteen ‘oud’ zullen zijn, zou ik die dan ook verliezen. Ik ga voor het houden van de oude herinneringen. Ze zijn met veel en ik hou eraan (zie hieronder).

 

20 Wat is je gelukkigste jeugdherinnering?

Ik heb veel fijne herinneringen, maar de zomervakanties in De Haan horen zeker bovenaan de lijst. In mijn hoofd altijd mooi weer, vriendinnetjes die komen logeren, grote golven die we bedwongen in onze opblaasboot en ijsjes met een bolletje pistache en een bolletje aardbei. Een gewéldige combinatie die ik sindsdien eigenlijk nooit meer heb gegeten.

 

*Note to self: Deze zomer aan zee dat ijsje eten.*

ijs

 

Cat people

Ik zat op de zetel en voelde me niet geweldig. En kijk, daar kreeg ik al gezelschap van één van onze pluizige vriendjes: Scotty. Hij vleide zich tegen me aan, en begon te spinnen. Wie beweert dat je geen vriendschap krijgt van katten, heeft er duidelijk nog nooit eentje in huis gehad.

 

Toen manlief en ik gingen samenwonen, was het snel duidelijk: van zodra we een tuin zouden hebben, wilden we twee katjes. Twee, want dan kunnen ze samen spelen, breken ze iets minder van je interieur af, én leren ze al snel dat krabben wel pijnlijk kan zijn (omdat ze met elkaar vechten om te spelen) – wat betekent dat katjes die niet alleen opgroeien, ook de menselijke inwoners van het huis minder vaak gaan krabben.

 

Dus toen ons huisje eindelijk gebouwd was, begonnen we onze zoektocht naar twee pluizige maatjes. Eerst had een collega een nestje met Scottish Fold katjes. Dat zijn van die ongelooflijk schattige beestjes waarbij de oortjes wat naar binnen zijn geplooid. Helaas, het nestje was niet echt gezond, en de beestjes overleefden het niet.

 

Een paar weken later was er weer ergens een nestje, van gewone stratiens deze keer. Eentje was een klein ros katertje, we noemden hem Scotty, een beetje naar de Scottisch Folds, een beetje omdat hij een rosse Schot had kunnen zijn, maar ook omdat dat gewoon een coole naam is voor een kat, toch? Het andere katje wilden we ‘Jake’ noemen, omdat het wel een leuke combo was; Scotty en Jake.

 

Maar Jake bleek een katinnetje, en werd dus algauw omgedoopt naar Jane.

 

Scotty en Jane.

P1110433

Bijna zeven jaar zijn ze nu, en ze zijn al een stuk rustiger dan die eerste jaren. Toch zijn het allebei top-killers, die geregeld muizen naar binnen slepen. Onvergetelijk was ook Scotty’s eerste rat – toen een beest dat niet eens zo veel kleiner was dan hijzelf, en de dikke duif die hij op één of andere manier toch door het kattenluik had weten trekken en die nog lééfde – gevolg: heel het huis vol pluimen en wij op vogeljacht.

 

Zo opvallend dat ze elk ook hun eigen karakter hebben, als zus en broer. Scotty is de grote man buitenshuis, maar heeft eigenlijk een klein hartje. Janie daarentegen, is een stuk kleiner dan haar kloeke broer, maar van niets of niemand bang. Een autodeur die openstaat op onze oprit? Je vindt waarschijnlijk een tijgertje aan je stuur. Nieuwe mensen op bezoek? Ze mogen opschuiven want Jane wilt op het goeie plekje in de zetel zitten.

 

Het zijn heel aanhankelijke dieren, die steeds enthousiast komen aanlopen als ze ons zien. Ik ben dol op mijn katten. Neen, ik zal ze nooit als mijn kinderen beschouwen, of mij de katten-mama noemen (help oh help) maar het zijn zeker vriendjes van ons.

 

Dus ik schrok toch wel stevig toen Scotty naast mij kwam zitten en ik een grote, opgezwollen, kale plek op zijn borst zag, met een open wonde erop. Dierenarts gebeld, afspraak gemaakt, Scotty met het nodige geworstel in het kooitje gekregen (op zo’n moment is het echt handig dat onze katten dus écht niet krabben, want 6 kilo kat in een kooi krijgen is geen sinecure), en hup, erheen.

 

En ja hoor, mijnheer had gevochten en de wonde was ontstoken. Gelukkig liet hij zich braaf behandelen – en is het siroopje met de ontstekingsremmer blijkbaar erg lekker als het op een stukje kippenwit wordt gesmeerd. De dierenarts zei nog dat hij geen lafaard was, want als ze tijdens een gevecht de aftocht blazen, dan hebben ze eerder wonden op hun achterlijf en staart.

 

Nou, nou.

 

Mijn grootste litteken staat op mijn rug…

 

Maar ik eet dan ook geen Friskies.

 

Over curves

Naar Kind en Gezin gisteren. Ergens jammer om een uur binnen te zitten, met dit heerlijke lenteweertje. Ik plukte ventje weg van de zandbak in de crèche – hallo, korrelig kusje – en we wandelden het lokaal binnen. De dames die de kindjes opmeten en wegen zaten liefelijk te glimlachen, maar het mocht niet baten: ons ventje had er al genoeg van voor het begon, en zette zijn keel open.

 

Ik had eigenlijk veel zin de boel de boel te laten. Hij eet goed, hij drinkt goed, hij speelt de hele dag en hij slaapt behoorlijk dus who cares waar hij op die curves zit, toch? Zijn pyjama is trouwens voor een gemiddelde 3-jarige gemaakt, dus ik maak me niet bepaald zorgen over ons ventje dat volgende week twee kaarsjes uitblaast.

 

Het compromis was dat ik mee met hem op de weegschaal ben gaan staan, en daarna ook nog even zonder hem. Dat we samen tegen de muur gingen leunen om hem even op te meten (die houten bak die hij al haat sinds hij 4 weken is, was echt geen optie, ook niet voor mij trouwens–  kan dat nu echt niet praktischer?).

 

Toen de dokter zes blokjes tevoorschijn toverde, was het ergste leed geleden. Met zijn vlugge vingertjes had hij, nadat hij eerst een perfect rijtje had gelegd, al snel een torentje gemaakt. En nog eens. En nog eens. En dan door mijn hand te bewegen als een klein marionetje dat stapelt, nog eens.

 

De dokter haalde een popje tevoorschijn. Hij vond het maar niks, duwde het weg. Ik besefte opeens dat wij geen enkele echte pop in huis hebben. Knuffelbeesten genoeg, maar niets dat op een pop lijkt. Is gewoon nooit in me opgekomen! Nu ja, hij heeft eigenlijk ook niet echt interesse in die knuffelbeesten, dus overschakelen op iets menselijker dan een blauwe dino in pluche, was geen logische stap voor mij.

 

Maar dus, die pop. Om lichaamsdelen op aan te duiden. Oh! Maar had dat dan gezegd! Dat is ons dagelijks spelletje voor het slapengaan! Waar is jouw neus? Waar is mama’s oor? En om de paar dagen komt er iets nieuws bij: kin, nek, arm, …

Nu is het zo dat als ons ventje geen zin heeft om mee te doen met dit lijstje, het het heel eenvoudig ‘nee’ klinkt. Wat doet de tijger? Nee. Wie is mijn beste vriend? Nee. Waar is je haar? Nee.

 

Stiekem vind ik dit geweldig. Hij zal wel meedoen als hij er zin in heeft. Als dat niet het geval is: ‘Brul jij maar lekker zelf, moeder, of zoek maar naar je eigen neus! I am not your trick pony!’.

 

Al was ik vandaag wel een tikje opgelucht dat hij uiteindelijk wel het spelletje begon mee te spelen.

Dat hij twee-woord-zinnetjes maakt, dat hij al maanden achteruit loopt, springt, hurkt, en danst, tja, dat moet mijnheer dokteur maar op mijn woord geloven.

 

Alles helemaal in orde met ons mannetje, zo blijkt. Hij ‘volgt zijn curve’.

 

Deze avond wiegde ik hem zachtjes, voor ik hem in bed legde. In plaats van zijn hoofd op mijn schouder te leggen, zoals gewoonlijk, zocht hij in het donker mijn neus en wreef er zijn neusje tegen. ‘Neuz neuz mama’ hoorde ik hem giechelen. Ik giechelde mee.

 

Schattig zijn volgt geen curve. Dat piekt, hors categorie.

Apen-Groeimeter-muursticker1

 

DZV: vierde week, tweede adem

Naar het schijnt duurt het minstens drie weken om een nieuwe gewoonte aan te kweken. In deze vierde week van Dagen Zonder Vlees zou één en ander dus wat vlotter mogen verlopen.

 

En ja, het weekmenu opstellen duurt nog altijd iets langer dan voordien, maar er is toch een kleine kentering te merken. Op restaurant even de kaart scannen naar de veggie mogelijkheden, gebeurt al met een zeker automatisme. Ik hoef het pakje gerookte hesp niet meer terug te leggen, nadat ik het onnadenkend uit de frigo haalde om een boterham te beleggen. De maaltijden deze week waren –bewust- eenvoudig en snel om te bereiden, én ze vielen goed in de smaak.

 

Dit alles maakt dat ik de vorige zeven dagen vijf dagen vegetarisch gegeten heb. Dit was mijn doelstelling van bij het begin dus: mission accomplished! Het weekend is ‘gesneuveld’ door een prachtige portie sushi op zaterdag… en een reepje spek op de zondagse brunch.

 

‘Dagen Zonder Vlees’ was een gespreksonderwerp op die brunch. Een nichtje ging er ook voor, en ging nog geen enkele dag voor de bijl – zélfs niet voor een krokant gebakken stukje varkensvlees. Ik had er wel bewondering voor, maar besefte des te meer dat ik na deze 40 dagen geen full time vegetariër zal worden. Of toch nog niet meteen.

 

Maar het dierenleed dat de voorbije dagen in het nieuws kwam, liet natuurlijk niemand onberoerd, en we waren het erover eens: als je dan toch vlees eet, kan je maar beter kwaliteitsvlees kopen, en moet het je dan ook wel enorm smaken. Ik besefte dat ik zelden van steak kan genieten en dat ik misschien liever een alternatief voorzie als manlief er voortaan zijn tanden wilt inzetten.

 

De resultaten van de vorige week waren als volgt:

Screen Shot 2017-03-26 at 19.09.37

 

Voor de volgende week heb ik het volgende op het menu gezet:

 

Maandag: Spinazie-kaasburger met bloemkoolsalade en krieltjes (ja, daar ben ik toch voor een burger gevallen, maar geef toe, deze klinkt toch niet slecht)

Dinsdag: Pasta met broccoli en pijnboompitten

Woensdag: Shakshuka. Shakwatte? Dit is een eenvoudig recept dat oorspronkelijk uit Jerusalem komt. Het is een pittig gerecht waar eieren worden gepocheerd in een sausje van tomaten, paprika, ajuin en kruiden. Ik leerde het kennen in de drie weken dat ik ooit de boxen van Hello Fresh probeerde.

Donderdag: pompoenspinazielasagne

Vrijdag: Chili sin carne

 

Ik moet nu wel toegeven dat ik mogelijk het menu ga aanpassen, nu ze temperaturen van rond de 20°C voorspellen. Ik sluit niet uit dat ik één en ander probeer om te toveren naar een salade-versie van het oorspronkelijk gerecht. En dan buiten op ons terras eten, terwijl het nog licht is ’s avonds. Wow. Ik kijk er al geweldig naar uit!

Zondag Zoondag #3

Peuterlog dd 26032017

  • Vandaag kwamen de nichtjes en de neefjes op bezoek. Ik heb hen duidelijk gemaakt dat mijn speelgoed alleen tijdelijk te leen was.
    .
  • Ik ben goed op dreef met mijn loopfietsje. Ik snap niet dat mama daarom zegt dat ik binnenkort het fietsje met twee wielen kan proberen. Waarom verlies ik er twee als het zo goed gaat?
    .
  • Mama wordt helemaal blij als ik haar een bloemetje geef. Nochtans groeien die gewoon in de tuin.
    .
  • Papa zei dat dat zonnehoedje cool is, maar ik twijfel nog.
    .
  • Als de zon schijnt, moet je wit spul op je gezicht smeren. Maar mama noemt mij ook een wittekop zonder! Moet verder onderzocht worden.
    .
  • Mama zei dat katjes niet op de fiets willen. Ik heb het voor de zekerheid toch geprobeerd met Scotty. Vandaag was-ie niet te overtuigen, maar misschien morgen? De aanhouder wint, toch?

 

DSC_2434