Twee gezichten van augustus

Zo een roze plumeau met hele veertjes, samengehouden op een bamboestok.

Ik vond die vroeger onweerstaanbaar zacht, maar dat is niet de reden waarom ik er nu eentje zoek. Ik zou er de stofpluksels mee weg vegen, de webben die zich geweven hebben over mijn blog de laatste weken.

Augustus was een hele vreemde maand. Eentje met twee gezichten.

Zomer, ja, maar tijdens onze staycation in België was daar met momenten weinig van te merken. Onze nieuwe tuinmeubels werden in het begin van de maand geleverd, en hebben al meer staan verdampen dan dat ze bruikbaar waren. Soms speet het me, dat we toch niet de zekere zon hadden opgezocht.

Vakantie, ja, en daar hebben we zeker van genoten, vooral van de extra tijd met onze kleine man. Hij was het zonnetje, ook als het buiten goot. We gingen samen zwemmen, we speelden met de trein, we gingen wandelen door de velden en ontdekten daar maïs, koeien, fietsers, steentjes en ander leuks.

Maar tegelijkertijd voelde ik me niet goed. Ik was moe. Zoals ik al moe was sinds begin juni. Op een manier die me wat beangstigde, met een vermoeidheid waar ik mij niet kon ‘uit-willen’, waar geen cafeïne tegenop kon. Dus ik sliep. Samen met ons ventje deed ik vaak een dutje. Het was tenslotte vakantie…

die eindigde in nogmaals ondersteboven gehaald worden door een virus, rotzooi allerhande, lage bloeddruk en een week op de zetel. Ik voelde me soms niet meer als mezelf.

Op het werk ontplofte er een bommetje, ik kreeg dat nieuws via een berichtje en probeerde er verder niet te veel bij stil te staan. Niet piekeren, niet piekeren. Vakantie, vakantie.

Een vakantie waarin ook zo veel moois gebeurde. Kleine reusje ging met rasse sprongen vooruit. Opeens kon hij tot tien tellen – al is ‘ves’ wel een bijzonder getal tussen vijf en zes. Groen, blauw, rood, geel, paars, bruin, zwart, wit – hij benoemde dat out of the blue correct. Zijn zinnen groeiden met gemiddeld 2-3 woorden. Hij kent zonder overdrijven minstens 75 dieren. Hij sprak opeens van ‘mijn’ en ‘jij’ (toegegeven, het antwoord op de vraag “doet mama dat of ga jij dat doen”, is soms nog wel ‘jij dat doen’). Even knipperen en onze peutert leek elke dag meer op een kleutertje. Mama zo fier.

En niet te vergeten: ik werkte stevig aan mijn bucket list. In het voorjaar vertelde een vriendin me dat K’s Choice wilde optreden met een koor, en dat je je kon opgeven om daar deel van uit te maken voor twee concerten. Geen zangervaring vereist, alleen graag zingen.

Ik twijfelde. Ik zing zo graag. Alleen betekent dat onder de douche, in de wagen. Maar K’s Choice…. Al meer dan een half leven fan. ‘Cocoon crash‘ (een CD) heeft toch wel een groot deel van mijn tienerjaren ingepalmd.

Na een duwtje van manlief, schreef ik me in. Vijf dagen workshops volgden in augustus, voor we op 26 augustus effectief op het podium achter Gert en Sarah Bettens stonden, en optraden in De Singel in Antwerpen.

Ik vertel hier graag een andere keer meer over, maar HET WAS GEWELDIG. Geweldig en overweldigend. De energie die vrijkwam, bij mij, bij de 239 andere koorleden, bij de coaches, bij de leden van K’s Choice … zou drugs zo voelen?

Ja, augustus – een maand met twee gezichten.

Ik leerde minstens 1 belangrijke les: je kan niet piekeren en zingen tegelijk.

muzieknoot

Advertenties

Bloggers brunch

Je hebt mensen die niet ontbijten. Bed uit, douche in, hup naar het werk. Ik begrijp die mensen niet. Plunderen die stiekem de koelkast ’s nachts? Hebben die een geheime voorraad koekjes naast hun bed? Hoe hou je je suikerspiegel op peil zonder te eten ’s morgens?

 

Nu zijn energie opdoen en over het algemeen niet van je stokje gaan, niet de twee enige redenen waarom ik van ontbijten hou. Het is ook een rustmomentje voor het hectische van de dag, of dat probeer ik er toch van te maken. Als het kan, wil ik gerust ook langer aan de ontbijttafel blijven zitten. Nog een koffietje, misschien nog wat fruit, ik hou van het voedsel dat mijn metabolisme weer tot leven wekt.

 

Als ik een halve voormiddag mag blijven zitten, nog beter. Brunch is dan ook mijn aller- aller- favorietste maaltijd van de dag. Geen wonder dat ik al jaren de verjaardagsfuif achterwege laat maar vrienden en familie op zondagochtend uitnodig voor een festijn van quiche, koffiekoekjes, spek met ei, pannenkoeken, wafels, kraakverse pistoleetjes, fruit, koffie en smoothies.

 

En zo efficiënt: heb je meteen voor twee maaltijden gegeten! Ha!

 

Jep, ik hou van brunchen.

 

Dus toen er een uitnodiging kwam om samen met een aantal andere bloggers te gaan brunchen in het Leuvense, was ik erg enthousiast. Ook al voelde ik een tikje onzekerheid: ik, tussen de bloggers? Omdat een aantal bekenden en een klein aantal minder bekenden die schrijfseltjes van mij lezen? Ach kom, het was tenslotte een brunch, dus ik schreef me in.

 

Gisteren was het zo ver: 16 blogsters (want blijkbaar zijn het voornamelijk vrouwen die het internet beschrijven) kwamen samen in Mister Bean, in Kessel-Lo. Het bleek een gezellige zaak, waar kunst van beginnende artiesten de muren kleurt, alle stoelen uit een oud schoolgebouw ontvlucht lijken te zijn, en het servies een gouden randje had. Fijn!

Ik kende niemand persoonlijk, had van een aantal wel al wat stukjes gelezen. Dat was leuk, om die ook ‘in het echt’ te ontmoeten.

Het was een heel gevarieerd gezelschap, dames die al sinds de middeleeuwen van the world wide web bloggen, anderen die nog niet zo lang aan de slag waren. Enkelen die zich (bijna) professioneel toelegden op hun schrijven, of die het heel specifiek over een bepaald thema wilden hebben, zoals thee, ecologisch leven, veganistische recepten. En natuurlijk waren er ook die gewoon schrijven wat er in hun opkomt, die het niet zien zitten om op vaste dagen te bloggen, want oehh stress, en die zich vooral amuseren met die hersenkronkels eens neer te tikken. Het laat zich raden tot welke categorie ik mijzelf graag reken.

 

We werden vriendelijk onthaald met cava/fruitsap en kregen een bagel als brunch, die heerlijk was. Daarna waren er enkele dessertjes.

Toch een paar kleine bedenkingen:

1) 1 bagel, hoe smakelijk ook, vervangt voor mij geen ontbijt + middagmaal. Ook niet met een stukje cheesecake erbij.

2) Ik had speciaal voor het vertrek geen koffie gedronken, en vond het dan ook jammer dat we tot 13u hebben moeten wachten voor dat zwarte goud ook effectief geschonken werd. Er zijn al voor minder gewonden gevallen. Just sayin.

 

Maar ach… de gesprekken en het gezelschap maakten veel goed. Ik vond het erg interessant om de anderen te horen over hun aanpak, hun idee, en wat ze wilden bereiken. En wat was het verrassend om (af en toe) een blik van herkenning te krijgen, als ik zei dat ik schrijf op bostonbaby. Het begon ook echt te kriebelen om misschien toch net nog iets meer te gaan doen met die bostonbaby, de boel wat te structureren, er wat meer mee naar buiten te komen.

 

De tijd vloog voorbij.

 

Ik snap nu helemaal waarom ze op ‘Komen Eten’ quoteren op het eten enerzijds en sfeer en gezelligheid anderzijds.

 

Eerste dag effect

Ik las over het ‘eerste-nacht-effect’ op vakantie. Je denkt ‘eindelijk, eindelijk, relax, lekker slapen’ (of je bent ouder van een baby/peuter en je denkt, ‘lekker slapen, ik laat het lichtje in de keuken branden want ik kan hier nog niet blindelings een flesje maken om 4u ’s nachts’).

 

Blijkbaar is het wetenschappelijk bewezen dat je die eerste nacht in een vreemd bed vaak niet fantastisch slaapt. Als een vogel of een walvis blijft de helft van je brein actiever, om mogelijk gevaar op te sporen. Bij mij resulteerde het in elk geval in ingewikkelde en uitgebreide dromen, maar ik heb dan ook altijd al geweten dat ik een vogelbrein heb. Ik zou bijna zeggen, als een kip zonder kop, maar goed, die heeft dan weer net géén vogelbrein.

 

Ik heb echter nog nooit iets gelezen over het ‘eerste-dag-effect’. Die eerste keer ontbijten met het vers stokbrood dat man- en zoonlief zijn gaan kopen in alle vroegte, terwijl ik nog een klein beetje mocht verder slapen. Dat eerste kopje koffie op het terras.

IMG_0760

 

Het strand op wandelen met 15 kg peuter in de draagzak op je rug, dat gevoel de zee terug te zien, hallo, oude vriend. De lucht blauw met wolkjes, behalve waar de vliegers kleuren.

 

Mosselen gaan eten, natuur natuurlijk. Een blos op je neus voelen. Een dutje doen. De zeebries als haardroger gebruiken.

IMG_0770

’s Avonds knispert de vloer van je appartementje onder je blote voeten. Het universele gevoel: dit was een mooie dag.

IMG_0766

Zomerreces

Nog één dagje werken en mijn zomervakantie staat voor de deur. Hoewel er morgen nog één en ander op het programma staat, ben ik er vrij rustig onder. De projecten lopen allemaal volgens schema, de grootste knelpunten werden de voorbije week weggewerkt en er werden afspraken gemaakt met een aantal collega’s voor die paar issues die in mijn verlof zullen opduiken.

 

We hebben er dit voorjaar wat over gepiekerd, over waar we heen zouden trekken en hoe lang. Maar uiteindelijk besloten we dat we met onze kleine man de laatste twee jaar voldoende kilometers hebben afgelegd. We gaan een weekje naar de zee, en ik kijk er enorm naar uit. De laatste weken kwamen we – meestal toevallig in het typische ‘en waar gaan jullie op congé’-praatje te weten dat echt behoorlijk wat van onze vrienden in de buurt gaan zitten aan zee. Dat is heel fijn, maar we beseffen heel goed dat we ook tijd voor ons drietjes nodig hebben.

 

Zowel manlief als ikzelf hebben ettelijke jeugdvakanties aan zee doorgebracht, en we hebben er allebei hele warme herinneringen aan, zelfs al liet de temperatuur te wensen over (hoewel, in mijn herinneringen is het echt overwegend zonnig, was er eind jaren ’80 – begin jaren ’90 toevallig geen rits van hete zomers?).

 

Daarna ben ik nog twee weken, en manlief één week thuis met zoonlief. Ook daar gaan we voor het ‘alles mag niets moet’ principe.

Natuurlijk staan er heel wat leuke dingen gepland, en natuurlijk is er weer een lijstje van dingen die ik deze zomer, en daarna, zou willen bereiken.

Maar manlief kwam met een interessante stelling: dat de zomermaanden een mooi moment zijn om te plannen voor ‘de tweede helft van het jaar’ maar ook, en zelfs misschien vooral, om samen te vatten wat je allemaal bereikt hebt in die eerste helft.

 

Dat staat dus als eerste op mijn ‘to do’-lijstje: opsommen wat er allemaal goed is gegaan de voorbije maanden.

 

Of nee, correctie! De eerste punten op mijn lijstje zijn: nu eerst lekker slapen, er morgen nog een lap op geven, en dan een mentale opruimactie om over al de rest na te denken.

quote

Laatste schooldag

De laatste dag van het schooljaar. Dat betekent niet ongelooflijk veel voor ons. Wij staan geen van beiden in het kleuter-, lager of secundair onderwijs, en voor onze kleine reus begint dat avontuur pas in januari.

 

Toch kriebelde het een beetje. Heel wat herinneringen van die laatste week en dag kwamen naar boven. Alle nota’s en overhoringen mooi bundelen en in een doos klasseren. Weten dat je alweer een stapje verder bent geraakt. De gebouwen en banken achter je laten en er twee maanden niet aan denken.

 

Die laatste dag, 30 juni, is toch zo’n beetje de perfecte vrijdagavond? Je weet dat het werk voorbij is, maar de volledige, onaangeroerde vakantie ligt nog te blinken aan je voeten.

 

Ik stuurde een smsje naar de leerkrachten in mijn omgeving. Hen wacht twee maanden verdiende rust. Ik ga nog drie weken aftellen tot mijn drie weken.

 

1338776063923_5400305

Kamperen

Twintig. 20 jaar. Het is met een mengeling van trots en schaamte dat ik het steeds toegeef. Ik was 20 toen ik voor het eerst in een tent sliep. Mee op het scoutskamp als fourier om bij manlief, toen nog ‘nieuw lief’, te zijn. Nadat die mij had uitgelegd wat een fourier doet, uiteraard. En met de plechtige belofte dat ik niet zelf moest koken, enkel voor de boodschappen zorgen. Zo werd de kans op ondervoeding van de scoutsmeisjes en –jongens of overbezetting van de HUDO sterk gereduceerd (en ja, hij heeft me ook moeten uitleggen wat de HUDO was. Waarop ik steeds zorgde dat ik het toilet van de winkels opzocht, bij het boodschappen doen). Nee, koken was toen niet mijn sterkste punt – al heb ik die week wel een schitterende schotel spek-met-ei gemaakt.

 

Maar dus, over dat kamperen. Niks voor mij. Ik heb die twee weken verschrikkelijk kou geleden, enerzijds door onze heerlijke Belgische zomer, anderzijds omdat ik geen geschikte slaapzak had, en letterlijk alle kleren die ik bij had, over elkaar aandeed, om dan nog steeds al klappertandend te wachten tot ‘nieuw lief’ opdook van de totemisatie of het nachtspel. Ja, een mens ziet af voor de liefde. Hij begreep als snel dat een trektocht met kamperen niet tot de mogelijke koppelvakanties behoorde. Zeulen met een rugzak, niet kunnen douchen en dan een beetje rugpijn opdoen op een koud matje? Zelfkastijding. De zevende cirkel van de hel, ik zeg het.

 

Maar toch zijn deze laatste dagen behoorlijk kamperen. Ons volledige hebben en houden wordt uiteen gevezen en ingepakt, om gestockeerd te worden tot half augustus. Dan neemt de Deense familie, die we niet kennen en waarschijnlijk nooit zullen ontmoeten, ons hele Bostoniaanse leven over. Ze zullen het ontdekken in dozen, tussen krantenpapier en bubbel wrap. Ventje slaapt in een reisbedje en wij op een dun matrasje op de grond. We eten aan het bureautje. We hebben nog 1 lampje, 1 kookpot, 2 borden en 3 kopjes. En 1000 herinneringen. En zin om naar huis te gaan. Dat laat zich niet verpakken.

Spectacle Island

Vorig jaar genoten we van de laatste officiële zomerdag (Labor Day) door de ferry te nemen naar één van de Boston Harbor Island. Met dat kriebelende vakantiegevoel van toen nog in het geheugen, besloten we deze hete Fourth of July eveneens het water over te steken, naar een ander eiland deze keer: Spectacle Island.

Waar de naam vandaan komt, is me niet helemaal duidelijk. De geschiedenis van het hoopje land op een half uurtje varen van de Bostoniaanse haven, is eerder grappig, dan wel spektaculair. In 1935 gaf de afvalverbrandingsoven die zich op het eiland bevond, de geest. De propere bevolking bleef vrolijk doorgaan met het afval daarheen te verschepen, en besloten het daar dan maar gewoon te dumpen. Tot de jaren 90 was Spectacle Island een stinkende, lekkende berg voor de kust van Boston. Pas na ‘the great dig’ werd alles opgeruimd, verse grond aangevoerd, en sinds tien jaar is het een soort natuurgebied waar de stadsbewoners maar al te graag hun handdoekje uitrollen op het grindstrand.

 

We waren te laat voor de parade van de nationale feestdag in downtown Boston. De rode, blauwe en witte snippers konden we nog net tussen onze tenen vandaan vissen. Ik had de gebouwen uitbundiger verwacht, komaan, in America everything is bigger, toch? We moesten het van de mensen hebben, met kledij in de gepaste kleuren, toepasselijke petjes of zelfs gewoon een vlag als vestje.

 

Met zo een gezelschap spendeerden we twee uur op de vroegere afvalberg. We waanden ons in Zuid-Frankrijk. In drie kwartier waren we het hele eiland rond, terwijl ventje een dutje deed in de buggy, en wij keuvelden over ons jaartje Boston. Het verzengende van de warmte van de stad, werd hier weggeblazen door een fris zeebriesje. Het was genieten.

 

Aan de overkant van het water lag Logan International Airport. Elke twee minuten steeg er een vliegtuig op, allemaal mensen die de 24ste grootste stad van de US achter zich lieten. Zoals wij, over twee weken. Naar ons volgend avontuur.

Schilderijtje

Iets vroeger dan ideaal zou zijn, hoor ik een verwarde schreeuw. Buiten waait het warm, in de slaapkamer is het donker en koel. Ik hef hem uit zijn bedje, sussend. Ik neem niet eens de tijd binnensmonds te vloeken dat ik dat niet rugsparend heb gedaan. Ik neurie het avondlied, wieg hem zachtjes heen en weer. Zijn hoofd zakt op mijn schouder. Het blijkt een schijnbeweging, als ik hem weer in zijn bed wil leggen. Met een snokje trekt hij zichzelf weer wakker.

Dan maar samen op het grote bed. Ik doe mijn ogen dicht, omdat ik weet dat hij me in de gaten zal houden, en hoop dat hij mijn voorbeeld volgt. Mama slaapt, nu jij nog. Hij rolt nog wat heen en weer, altijd tegen me aan, en dan zie ik door mijn wimpers dat zijn oogjes langzaam dichtvallen. Zijn hoofd ligt op mijn arm. Dat bemoeilijkt de aftocht zodadelijk aanzienlijk. Ik overweeg mijn opties. De airco zoemt.

 

Het is dinsdagmiddag, kwart over twee. In de oven staat het eten klaar voor vanavond. De namiddag zindert, er kan vanalles, maar niets moet. We kunnen naar de speeltuin. We kunnen naar de winkel. We kunnen samen een dutje doen.

 

Dit ga ik missen. Niet denken aan later, blijven bij nu. Schets het in je hoofd, voor alle zekerheid. De zinnen rijgen zich aan elkaar. Ik kijk naar mijn zoon, 14 maanden wonder. Hij ademt wat dieper, zijn arm zakt naar beneden. Hij maakt een smakkend geluidje. Het lijkt of hij lacht. Ik moet dit opschrijven. Nee. Niets moet. Ik kan dit opschrijven. Of niet. Dan hoop ik dat het toch blijft zitten, tussen de bladzijden van mijn geheugen. Als een postkaart met gekrulde randjes.

Liefdadigheid

Vrijgevigheid. Liefdadigheid. Het blijkt belangrijk in de Verenigde Staten. Heel wat research wordt gesteund door giften. Er bestaat een hele marketing rond. Soms is dat wat aan de overdreven kant. Een paar maanden geleden hebben we 50 dollar gestort voor het kankeronderzoek, en ik overdrijf niet als ik zeg dat we daarover ondertussen zes brieven hebben gekregen. Om ons te bedanken. Om ons adresstickertjes toe te sturen. Om ons nog maar eens te vragen misschien wat meer te storten. Om ons een persoonlijk verhaal van een patiënte te sturen, die geholpen door onze gift, nu richting genezing kan klauteren. Dan willen we toch nog wel eens storten?

 

Ik koop in België ook wel een sticker van het Rode Kruis en een plantje voor Kom op tegen Kanker, maar hier wordt dit alles naar een ander niveau getild. Er worden bake sales georganiseerd, loop- en wandelwedstrijden, pick nicks – allemaal voor het goede doel.

Tja, wij blijven daar niet ongevoelig voor. Wij willen ook mensen helpen. Wij willen ons inzetten, jazeker, wij steken de handen uit de mouwen.

Dus gingen we vorige week naar de Scooperbowl. Nee, niet de Superbowl (de American football-finale), de Scooperbowl. Een ‘scoop’ is een schep. Van ijscrème.

jimmy fund

Het is een evenement waar zes roomijsverkopers verschillende smaken aanbieden. En waar je voor 10 dollar à volonté van het ene naar het andere kraampje mag dwalen, van ‘zomerse kers’ naar ‘cookies and cream’, van ‘zoute karamel’ naar ‘Belgische chocolade’ en ‘blauw knispersnoep’… alles werd aan een grondig onderzoek onderworpen. Mijn absolute favoriet bleek ‘Butter crunch’ – een rijke smaak als een zachte boterkaramel waar hier en daar een knapperig nootje te ontdekken viel. Jep. Alles voor het goede doel. Mijn hemel is verdiend.

ijscreme

Vaderdag

In België valt vaderdag traditioneel op de tweede zondag van juni. Dit jaar is dat dus 12 juni. Tenminste, als je niet ‘van ’t stad‘ bent, want daar wordt het gevierd op 19 maart, wat ik verder ook een prachtige dag vind, maar laten we ons even aansluiten bij de meerderheid.

In Amerika daarentegen volgen ze het vaderlijk advies om het rustig aan te doen, en vieren ze het pas op 19 juni. Voor één keer is Boston geen zes uur vòòr op het Belgenlandje, maar een weekje later. (Onze noorderburen volgen hier trouwens, net als vele andere landen).

De vraag is dus: wanneer vieren Belgische papa’s in Boston dat? Ik ben getrouwd met zo’n exemplaartje, en met een beebje van 14 maanden in huis zal ik zelf de macaroni op het toiletrolletje moeten plakken (een kunstzinnig en nuttig voorwerp, handig als presse papier, pennenhouder, vliegenmepper, deegrol…, kortom typisch vaderdag!).

Ik was nog een beetje in dubio, tot ik deze quote voorbij zag komen:

advice

Check.

Double check.

We vieren het 2 keer. No doubt.

 

 

Baby log

B.log – star date 09062016

  • Vandaag alweer als een baas alle groene boompjes en aardappelstukjes naar binnen gespeeld. Aangedrongen op meer kip volgende keer. Dat blijft toch het lekkerste.
    two-heads-of-broccoli
  • Perziksap werkt goed als haargel. Pompoenpuree iets minder, blijkt uit eerste testen. Niet opgeven.
  • Preliminair onderzoek duidt erop dat de houtsnippers van de speeltuin, niet lekker zijn. Mama raadt verder experimenteren af. Ook toen ik aanbood dat zij het zou proeven.
  • Mama had vandaag een t-shirt aan waarvan de neklijn nog volledig op zijn plaats zat. Dat heb ik snel even opgelost.
  • Als je goed mikt, kan je de schort én de handdoek omzeilen en papa’s broek toch raken met die havermoutpap. Maar de beweging moet vanuit de pols komen.
  • Ik stuurde aan op een compromis, maar blijkbaar moeten beide schoenen aan voor we naar buiten gaan.
  • Mijn ouders maken sterke verbale vooruitgang. Elke keer ik ‘BE’ roep, zeggen zij al spontaan ‘BI’. We hebben daar niet eens lang voor moeten oefenen.
  • Mama zegt dat ze altijd kusjes over heeft voor mij. Tot nu toe blijkt dit te kloppen. Note to self: Blijven testen, kan geen kwaad.

Last day of summer

De eerste maandag van september is het niet alleen Leuven Kermis – hier schandelijk over het hoofd gezien- maar ook Labor Day. Letterlijk de dag van de arbeid dus, die ook hier gevierd wordt met een dagje vrijaf. Labor Day wordt ook gezien als de laatste dag van de zomer (maar hopelijk niet de laatste zomerse dag). Daarna worden de ‘herfsturen’ gehandhaafd op openbare plaatsen en nationale natuurparken.

Er werd heel warm weer voorspeld op de laatste dag van de zomer, dus een zeebriesje leek ons wel aangenaam. Vandaag op het programma van de ongegeneerde toeristen: de Boston Harbor Islands, die deel uitmaken van een natuurpark. Voor de haven van Boston liggen namelijk 34 eilandjes in de zee. Elk eilandje is anders, op sommigen staat een fort uit de tijd van de burgeroorlog, de oudste vuurtoren van Amerika, wandelpaden en pick nick tafels. Op sommige stranden kan je onder de sterren blijven kamperen, als enige tijdelijke bewoners van het eiland. Een ticket voor de ferry kost $ 17 en je kan de hele dag eilandhoppen als je dat zou willen – je kan makkelijk een eiland of twee bezoeken op een paar uur.

Wij waren pas na het middagdutje vertrokken dus we hielden het bij één eiland, nl. Georges Island. De ferrytocht erheen was aangenaam, met een mooi zicht over de tijdelijke thuisstad en wat uitleg door de luidsprekers. Wist je bijvoorbeeld dat Chicago de ‘Windy city’ genoemd wordt vanwege de politici daar (het zullen wel blaaskaken geweest zijn zeker) en niet vanwege het weer? Boston is in werkelijkheid het meest winderig. Hmm, misschien had ik dat anders moeten uitdrukken…

Georges eiland staat bekend om zijn fort, maar ik denk dat je niet Europees mag zijn om dat meer te waarderen. Na een jeugd van Franse kastelen, Italiaanse kerken en zelfs het gemiddelde gildenhuis op de Oude Markt in Leuven, zijn wij nu eenmaal niet meteen omvergeblazen door een rechthoekig betonnen fort uit 1850.

Maar het slenteren in de zon met ons ventje in de draagzak, de limonade op het terras en de tocht terug gaven de dag een absoluut vakantiegevoel. Boston lag voor ons, in zo’n gouden waas van een stad die zindert in de laatste zomerdagzon. De buurten aan het water, inclusief de luchthaven, bestonden vroeger niet – ze liggen op mangemaakt land. Daarom lijkt het alsof de vliegtuigen die aankomen in de zee gaan landen, om dan nét op dat laatste nippertje de landingsbaan te raken. Aan onze familie en vrienden die ons met een bezoekje komen vereren: Geen zorgen, op Logan International airport landt om de 60 seconden een vliegtuig, dus ze hebben wel kunnen oefenen. En indien nodig: wij hebben extra zachte handdoeken.

P1120992      

P1120990   P1130025

Griggs park

Every kid starts out as a natural-born scientist – Carl Sagan.

Achter onze nieuwe thuis ligt Griggs park. Griggs park is een klein parkje, maar onze grote achtertuin. We hoeven maar de straat over te steken, en we kunnen de groene oase binnen, een cirkeltje, zo ingericht dat het groter lijkt dan het werkelijk is. In het midden ligt een kleine vijver, rondom staan hoofdzakelijk treurwilgen en hier en daar piept een schommel tussen de planten. Oh ja, voor een schommel is ons ventje nog veel te klein, maar dat betekent niet dat hij er niets kan beleven.

 

Gisteren was het mooi weer. Niet zo warm als onze eerste dagen hier, warm genoeg om de trui thuis te laten en iedereen vrolijk te maken. Ik snoerde de draagzak om en liet ons ventje erin zakken. Hij vindt het maar al te fijn om zo rondgedragen te worden, alleen het zien van die draagzak tovert een glimlach op zijn gezicht (nu om eerlijk te zijn: zo ongeveer alles tovert een glimlach op zijn gezicht, hij is niet kieskeurig). Nog een dekentje, een boek voor mij en voor hem zijn pluizige vriendje happy hippo.

 

Happy hippo voelde zich mogelijks wat verwaarloosd. Dertig minuten lang heeft ons ventje gekeken en bewonderd – en dat is làng als je vier maanden bent. In de tijdsbeleving van een volwassen persoon moet dat zo’n drie uur zijn. Wanneer heb ik nog eens drie uur lang betoverd gestaard, wanneer ben ik nog eens zo lang in de ban geweest? Ik kan het me eerlijk gezegd niet herinneren. Niet in Ijsland, bij een prachtige gletsjer. Ik viel bijna in slaap bij de laatste ‘Lord of the rings’-film dus die valt af. Mogelijk wel op 2- 3 april jl. maar die dag hult zich in een roze wolk, dus precies kan ik het niet meer zeggen.

Verwondering is de sleutel bij het ontdekken van de wereld,  het trachten te begrijpen ervan. Elk kind heeft die verwondering bij zich, maar bij het opgroeien gaat het verloren, worden we blasé over ‘nog maar eens een canyon’ of ‘de zoveelste berg die alle verbeelding tart’, en kunnen we alleen denken aan wat het volgende zal zijn (en hebben we nog likes op onze facebookpost gekregen?).

Een half uur lang heeft ons ventje op zijn rug gelegen, eerst 10 minuten stil en met grote ogen naar de wuivende wilg boven ons kijkend. De natuur maakt haar eigen mobieltjes, mooier en onvoorspelbaarder dan wij dat kunnen. Daarna trappelde hij met zijn beentjes – zijn signature move deze dagen – door zijn voetjes naar elkaar te brengen en over elkaar te wrijven, als een kleine sprinkhaan. Alleen wij horen de muziek daarvan. Breed lachend bracht hij zijn handen naar boven, maar de takken hingen net te hoog, zelfs die die zich in mijn haar genesteld heeft. Zijn ogen zijn uitzonderlijk blauw op zo’n moment, met een tikje bruin erin dat je alleen kan zien als zijn pupillen klein zijn door het licht.

Ik keek verwonderd naar de verwondering van mijn zoon, en dacht; daar ligt een echte wetenschapper.

Die na een half uurtje in zijn oogjes begon te wrijven en dringend zijn bedje diende te onderzoeken. Slaapwel, lieverd, dan kan je dromen over bomen.

Ready for the sunshine!

Ready for the sunshine!

It’s the final countdown (tu du duu duuuu)

‘Je zou over die laatste dagen in België al een blog post op zich kunnen schrijven’ zegt manlief na een crazy opruim- en inpaksessie van een paar uur. OK schatje, komt ie!

Ken je de 30 dagen opruim challenge? Op dag 1 gooi je 1 item weg, op dag 2 zijn dat er 2 en na 30 dagen heb je zo 465 dingen weggegooid. Zou je bonuspunten krijgen als je dat allemaal op één dag doet? Het blijkt dat een jaar weggaan ideaal is om eens schoon schip te houden in huis. Want is het wel de moeite iets een jaar te stockeren, en ga je het dan missen? Zo belandt er al snel iets op de weggeef- of weggooilijst. Misschien moet iedereen elke 5 jaar maar (doen alsof je) een jaar naar het buitenland gaan.

Het kost natuurlijk wel tijd. Dat hebben we de voorbije week gemerkt, toen we om middernacht nog op valiezen zaten om ze dicht te krijgen. Of dat het plots al donker werd en we beseften dat we nog niets gegeten hadden. De pot schaft trouwens altijd hetzelfde tegenwoordig: WENIDVI (wat er nog in de vriezer is) met pasta.

Bovendien –en dit had ik onderschat- is er altijd nog wel iets anders te doen, te regelen, vast te leggen, over te dragen, ….de post zou doorgestuurd worden, maar zit toch nog in de bus. De telefoon zou moeten overgedragen zijn, maar ik krijg geen smsjes door. De draagzak zou dummy proof moeten zijn, maar euh.. is het duidelijk niet. En dan hebben we natuurlijk nog onze happy baby, die P50 toch wat gewoontjes vond en dan maar een sprongetje maakte naar P90, met alle extra maaltjes en iets minder happy momentjes als gevolg (papa-genen anyone?). Het maakt het wat moeilijker allemaal, om het hoofd erbij te houden. Ik probeer niet meer ten prooi te vallen aan het ‘kip’-principe van opruimen, maar helaas: ik zet de melk weg- zie dat de frigo vuil is- wil die schoonmaken met een doekje – zie dat de keukenrol op is – loop naar de bijkeuken – trek een schuif open- wil die verder leeg maken- oei, ventje huilt, eventjes troosten, waar was ik nu? – ah ja de frigo – ai die komkommer is niet goed meer – naar de GFT bak- …

En-zo-voort. Als een kip die overal een graantje ziet liggen en van hier naar daar hopt. Ik probeer nu als een mantra te blijven zeggen ‘werk dit af, werk dit af’ om bij de les te blijven. Maar het is een uitdaging; ik hoor nu vaker dat ik er moe uit zie, dan toen ons ventje vier weken oud was.

Ik heb ook wel veel bijgeleerd. Zo weet ik nu dat na de lichte euforie van koffers pakken (‘hoera, al mijn kleren passen ook nog in jouw koffer’), de conclusie komt dat je nu écht niks meer hebt om aan te trekken (vergeten wat opzij te leggen, dus dan maar weer in de stockagedozen gedoken). Dat net die dag de happy baby drie keer opgeeft op mijn volledige outfit (maar blijven lachen he – vooral hij dan). Dat stress zich heerlijk kan nestelen op een punt tussen nek en schouders en zich daar prima voelt. Dat je opeens het gevoel overvalt dat je dingen gaat missen, die je daarvoor amper opmerkte. Dat je overal ‘tekens van het universum’ ziet. Zo moest ik echt even afscheid nemen van Leuven vorige week, en trakteerde ik manlief daarvoor op een ijsje bij het Galetje. De smaak van de week? Americano! Toeval bestaat niet, denk ik dan! Uiteraard heeft zo’n bolletje ons geholpen om afscheid te nemen – bij nader inzien hadden twee bolletjes ons misschien nog meer geholpen…pindakaas met karamel en stukjes noot, voor de nieuwsgierigen. Aanrader!

En tot slot ook dat die hele reis voor mij momenteel heel wat lijkt, maar dat iedereen daar een eigen visie op heeft (en uiteraard dat recht heeft!). Zo kreeg ik de vraag of ik als enige zou schrijven over onze ‘avonturen’. Hoezo ‘avonturen’? Hoezo aanhalingstekens? Wat doen die aanhalingstekens daar? Voor mij voelt het als AVONTUREN!, avonturen, avonturen. Ik voelde me raar genoeg beledigd door leestekens.

Stress en hormonen, een hoogexplosieve combinatie.