De collega’s

Ik verliet het restaurant waar we net een gezellige avond hadden doorgebracht met z’n zessen. Twee dames die ik nog dagelijks zie op kantoor, drie bij wie dat al even niet meer het geval is.

Ik heb al enkele jobs achter de rug, en bij elke job horen collega’s. Aangezien je die mensen gemiddeld meer ziet dan je halve trouwboek, is het niet meer dan normaal dat je daar een band mee opbouwt. Maar kijk, dat is elke keer toch héél anders gegaan.

 

planner

Mijn eerste job was een jaarcontract bij de federale overheid. Ik was 23 en de gemiddelde leeftijd van mijn collega’s was dubbel zo hoog. Uitspraken als ‘nog 11 jaar en ik mag met pensioen’ vrolijkten de koffiepauze op. Over het algemeen lieve mensen hoor, die mij aanraadden snel ander werk te zoeken. Dat heb ik dan ook gedaan.

 

Ik begon aan mijn onderzoek aan de universiteit, en daar werkten – buiten de professor – alleen mensen die ongeveer mijn leeftijd hadden. Toch was dit kleine team heel anders dan ikzelf; het was bijvoorbeeld perfect mogelijk twee weken op vakantie te vertrekken en bij terugkeer vroeg niemand hoe het geweest was. Er werd zelden samen gegeten. Pas jaren nadat ik daar vertrok, heb ik echt contact gekregen met twee collega’s van toen, die ik nu als vrienden beschouw.

 

Later had ik een job waar ik op het randje van een bore out belandde, maar de collega’s waren super. Alleen werkten we in een uithoek waar niemand echt in de buurt woonde, dus iets gaan drinken na de uren zat er helemaal niet in. Van de pakweg vijf mensen die ik toen als (bijna-) vrienden beschouwde, hoor ik er nu nog eentje geregeld. Maar da’s wel een ‘goeike’.

 

Dat is misschien wel de algemene les: waar ik werkte, had ik steeds een goeie ‘klik’ met een heel aantal mensen, maar eens je elkaar niet meer elke dag ziet, blijft er niet veel volk over. Een paar keer heb ik mij daar zwaar in vergist, dacht ik ‘wij spreken zeker nog af’ en verdwenen ze van de aardbol. Ik heb geleerd niet te veel te verwachten. Aan de andere kant mag ik niet klagen, en heb ik een handvol vrienden overgehouden aan mijn vroegere jobs.

 

Op dit moment zit ik, wat collega’s betreft, in een hele fijne situatie: het is echt een toffe bende die de leuke momenten samen viert, en elkaar steunt als het wat moeilijker gaat. Mensen die vertrekken, houden vaak toch nog contact, en melden dat ze onze hechte groep missen (of misschien horen wij dat gewoon graag, dat kan ook). Toen we een jaar in Boston woonden, kreeg ik geregeld een mailtje of een berichtje.

 

Eigenlijk is dat toch toevallig – dat je op je werk mensen tegenkomt met wie het klikt. Dat maakt de maandagochtend (en de dinsdagochtend, en de woensdag en de ….) in elk geval heel wat aangenamer!

quote

 

En jij, heb jij leuke collega’s? Zie je ze als echte vrienden?

 

(het idee van deze post kreeg ik van Samaja).

Advertenties

Shoe stories – part 1

shoes

 

Ik ben niet zo iemand die vaak binnen een traditioneel vakje past. Dat is helemaal niet erg, hoogstens zorg je voor wat gefronste wenkbrauwen, maar meer dan wat rimpels brengt dat ook niet met zich mee (en dan nog niet eens rimpels bij mij, dus al helemaal geen probleem).

 

Zo hou ik helemaal niet van shoppen. Not an addict. Neen, ik krijg er de kriebels van. Wat al helemaal vreselijk is: schoenen kopen.

 

Ik heb moeilijke voeten (breed, hoge wreef, halve maat verschil tussen beiden, gewoon algemeen een slecht karakter) en bovendien wil ik elegantie én comfort. Als ik dan eindelijk een mooi en lekker zittend paar gevonden heb, dan wil ik dat natuurlijk zo lang mogelijk houden.

 

Toch heb ik al een paar keer noodgedwongen stevig moeten snoeien in mijn – niet al te grote- collectie. Na mijn knie- en zeker mijn rugoperatie kon ik gewoonweg geen hakken meer aan die hoger zijn dan 3cm. Ja, ik heb het nog geprobeerd (hardleers enzo, fijn voor schoenen, minder voor mensen). Maar na drie dagen zeurende rugpijn denk je, nee bedankt. Dus adios hakjes…

 

Na de bevalling leken mijn voeten nog een maatje groter geworden. Dat blijkt niet zo uitzonderlijk te zijn, een gevolg van de ligamenten die wat soepeler worden, waardoor je iet of wat platvoeten krijgt. Heerlijk. Sayonara schoentjes die al wat niptjes waren.

 

Bij onze verhuis naar Boston namen we enkel onze koffers mee. Er moest dus een strenge selectie gemaakt worden. Op dat ogenblik had ik drie stapels: wat ik zou weggeven// wat ik zou meenemen// wat ik een jaar zou stockeren.

 

Stapel 1: check. Netjes afgeleverd voor de mensen die er misschien nog wat aan hebben.
Stapel 2: toen we terug naar België verhuisden, hadden we een meer dan acuut plaatsgebrek in onze bagage (voor het hele stressy verhaal, lees gerust hier). Ik heb dus heel wat schoenen op Amerikaanse bodem achtergelaten. Dus bye bye oude loopschoenen en sandaaltjes.

 

Stapel 3: een aantal schoenen hadden een jaar kelder niet zo goed verteerd. Ook daar zijn er weer heel wat gesneuveld. RIP pumps.

 

Als ik dus zeg dat ik zo goed als geen schoenen heb, dan is dat letterlijk zo. Het is echt geen uitspraak van iemand die daarna zuchtend in 120 paar kan gaan kijken wat er bij de outfit past.

 

Toch heb ik vandaag beslist nog een paar weg te geven. En wel nu onmiddellijk.

Waarom? Dat is best een lang verhaal. Zal ik dat volgende keer vertellen?

Zondag zoondag #10: fier op jou

Lieve schat,

 

Ik moet je wat vertellen.

 

Misschien klinkt het wel heel logisch.

 

Misschien weet je het al lang.

 

Misschien is het niet cool dat ik het zeg.

 

Maar ik ben fier op jou.

 

Ik was al fier op jou van voor je werd geboren. Je denkt misschien: ‘toen had ik nog helemaal niets gedaan!’. Het tegendeel is waar. Elke dag dat je bij mij groeide, deed je oneindig veel dingen, dingen die wij ons niet meer kunnen voorstellen, zoals vingers maken en oren krijgen. En dus was ik zo fier op jou. Want oren maken, dat doe je niet elke week.

 

En sindsdien heb je zo ongelooflijk veel bijgeleerd. En al zo ongelooflijk veel gedaan op iets meer dan 2 jaar. Al volgen de mijlpalen elkaar iets minder snel op, vorige week kwam ik aan bij de crèche en zat je op een driewielertje. Ik had je nog nooit pedalen zien gebruiken. Maar daar ging je dan. Meer achteruit dan vooruit, maar wat was ik fier op jou.

 

En als je mij verrast, door plots de flamingo aan te duiden, of een ‘toala’ te benoemen, man wat ben ik dan fier op jou.

 

Soms zijn er dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn voor jou. Zoals binnenkomen in een kamer vol mensen, ook al zijn dat je liefste familieleden. Dan ben je wat verlegen, en duik je onder in mijn armen. Maar als je dan na een half uurtje toch enkele stapjes waagt, of een high five geeft aan je opa, dan ben ik zo fier op jou.

 

En als je dan bij het afscheid kiest om tóch geen kus te geven, maar enkel wilt wuiven, dan ben ik ook fier op jou. Want jij mag kiezen wie jouw liefkozingen krijgt, en zéker wie niet. Ook al vind ik dat op dat moment misschien wat jammer, dat doet er helemaal niet toe.

 

Je zoekt je grenzen op, en dat betekent dat je test wat mag en wat niet. En nog eens test, en nog eens. Heel hard huilt als blijkt dat wij vinden dat eten op de grond gooien aan de andere kant van die grens ligt. Dat kan een tikje vermoeiend zijn, maar lieve schat, jij moet je wereld uittekenen op basis van behoorlijk weinig gegevens, en daar bewonder ik je voor.

Nu klinkt het misschien alsof ik applaudisseer voor elke boer, sta te springen bij iedere lach.

 

Laat ons zeggen dat ik een behoorlijk hoge basisdosis fierheid heb, die er altijd is – gewoon omdat ik je mama mag zijn, jij jij bent, met je ontwikkelende karakter, je flinke krullenbos en je liefde voor treinen.

 

Daarnaast piekt die fierheid geregeld, zoals vorige week met die driewieler, of dit weekend toen je een voorzichtig balspelletje begon met een neef die je eigenlijk helemaal niet kende.

 

Dus vergeef het je oude mama als ze in herhaling valt, elke avond als ze je in je bedje legt.

Ze meent het, wat ze zegt.

 

Laatste schooldag

De laatste dag van het schooljaar. Dat betekent niet ongelooflijk veel voor ons. Wij staan geen van beiden in het kleuter-, lager of secundair onderwijs, en voor onze kleine reus begint dat avontuur pas in januari.

 

Toch kriebelde het een beetje. Heel wat herinneringen van die laatste week en dag kwamen naar boven. Alle nota’s en overhoringen mooi bundelen en in een doos klasseren. Weten dat je alweer een stapje verder bent geraakt. De gebouwen en banken achter je laten en er twee maanden niet aan denken.

 

Die laatste dag, 30 juni, is toch zo’n beetje de perfecte vrijdagavond? Je weet dat het werk voorbij is, maar de volledige, onaangeroerde vakantie ligt nog te blinken aan je voeten.

 

Ik stuurde een smsje naar de leerkrachten in mijn omgeving. Hen wacht twee maanden verdiende rust. Ik ga nog drie weken aftellen tot mijn drie weken.

 

1338776063923_5400305

Vijf dingen die ik leerde van mijn groottantes

Het is misschien niet ongewoon in nieuw samengestelde gezinnen, maar zo zit het niet bij ons. Toch kreeg ik vier oma’s. Zomaar, cadeau.

 

Er waren natuurlijk de moeders van mijn ouders. De mama van mijn mama heb ik nooit gekend. De mama van mijn papa, Moemoe, wel. Elke twee weken was het grote familiebijeenkomst bij haar, ik herinner me appelcake en soep met balletjes.

 

En dan waren er twee groottantes. De twee jongste zussen van mijn oma. Die twee waren nooit getrouwd geweest, en leefden nog steeds in het huis van hun ouders. Toen mijn moeder aan het uitkijken was naar een crèche voor mij, was de oudste net gepensioneerd na meer dan 40 jaar als verpleegster en vroedvrouw. De andere (7 jaar jonger), werkte van thuis uit, verkocht wat er in de serres groeide.

 

Hoe dat precies ging, weet ik niet, maar zij werden mijn crèche. En daarna mijn woensdagnamiddag. En toen ik ging studeren, en later werken, mijn zondagse bezoekje.

 

En hoewel we met drieën waren thuis, was ik op die momenten enig kind. Een geweldig kind, een kind dat niet veel verkeerd kon doen. Waarvoor ze de mooiste nectarines opzij hielden, en die zalige witte manons uit de pralinedozen. Die hun dag beter maakte, door eens te bellen of langs te komen.

 

Mijn twee extra oma’s.

 

Ze zijn er allebei niet meer, en ik mis ze. De jongste, Tante Nelly (of ‘Ta li’ in kindertaal), zou vandaag 95 jaar geworden zijn.

 

Mijn gedachten zaten in het vroeger vandaag, en bij alles wat ik van hen heb geleerd.

Een kleine bloemlezing uit de lange lijst ‘wat ik leerde van Tante Nelly en Tante Renée’:

 

  1. Wat je zelf doet, doe je meestal beter

Het mag duidelijk zijn: ten huize groottantes werd er veel zelf gedaan. Tante Nelly breide zelf de gilets (of: ‘golfkes’), stopte de kousen. Ze maakte elk jaar de lekkerste confituur en haar witloof met hesp in kaassaus is nog steeds mijn grote streven. Ik werd groot op haar wafels en haar zelf gesneden steaks (ze bestelden een halve koe en versneden deze zelf) en legendarische Provençaalse saus.

vtm koken

  1. Je scholing bepaalt niet wie je bent en wat je kan

Tante Renée had het geluk te mogen gaan studeren (en met onderscheiding af te studeren in 1937). Tante Nelly, als nakomertje, werd dat niet gegund: zij moest thuisblijven en voor haar ouders zorgen. Maar hoewel ze op haar 14de de schoolbanken verliet, sprak ze naast Nederlands (ze vertikte het dialect te spreken tegen mij), vloeiend Frans en een mondje Engels. Je moest haar niets wijsmaken. In geen enkele taal.

  1. Wees blij met wat je hebt

Ze hadden het niet breed, die tantes van me. Maar dat hoefde ook niet. Ze prezen zich gelukkig. Gelukkig dat ze in dat huis konden wonen. Gelukkig dat ze vier diepvriezers vol eten hadden (ze waren 18 en 25 toen WOII uitbrak).

Oh ja, ze konden ook een stevig zaagje spannen, dat ga ik niet ontkennen. Over de presentatrice die iets lelijks aanhad, en die alweer aan het ‘mompelen’ was. Over al die familie die niet vaak genoeg langskwam. Over de tuinman die de struiken verkeerd had gesnoeid. Ach ja…

  1. Soms moet je Elsa-gewijs ‘let it go’

In dat huis leek de tijd stil te staan. De keuken had geen dampkap, en geen warm water. Afwassen deden ze in twee teiltjes die ze vulden met gekookt water. In de kelder zat de ‘voorraad’ – kruiden, thee, koffie, plastieken zakjes. Je weet wel… voor als de oorlog opnieuw uitbreekt. Nooit werd er iets weggegooid. Die oude traploper? Misschien kan die nog dienst doen. Vaders schoenen uit 1954? Vielen in stofflarden uit elkaar toen ik ze ontdekte.

We deden wel eens pogingen om meer te weten te komen over hun leven. Maar dan leek er niets ‘noemenswaardig’ gebeurd te zijn tussen 1945 en de jaren ’80, toen hun schat geboren werd.

  1. Je hebt geen directe bloedband nodig om iemand onvoorwaardelijk graag te zien.

 

Gelukkige verjaardag, Tante Nelly.

eurobloemen

Groene vingers, deel 2

Een tijdje terug vroeg ik me af of je groene vingers kan kweken. Ik heb in elk geval mijn stinkende best gedaan. Ik heb mijn mini-kruidentuintjes omringd met liefde, frisse waterneveltjes en elke ochtend en avond met een nieuwsgierige blik over elke groene millimeter die was verschenen.

De potgrond en de grotere potjes om elk stengeltje zijn ruimte te geven, waren aangesleept. Ik begon erin te komen, googelde al enthousiast ‘hoe kweek je een avocadoplant uit een pit’ en hing nauwkeurig de pit aan drie tandenstokers boven een glaasje water.

Waarschijnlijk was eind mei niet meteen het ideale moment om aan de slag te gaan met zaden en fragiele scheutjes. Waarschijnlijk kwam de hittegolf van de voorbije dagen niet als geroepen. Waarschijnlijk heb ik het water onder de avocado toch niet voldoende ververst.

Het enige wat op de pit groeide, was schimmel.

En mijn kruidenplantjes, die zien er zo uit:

plantjes

Groene vingers? Groen lachen, ja.

Het is geen Pasen, ik verwacht geen wederopstanding.

Toch staan die potjes er zo al enkele dagen. Manlief zwijgt wijs, hij weet dat ik even tijd nodig heb. Morgen ruim ik het op, echt.

Maar weet je wat het ook is?

 

Deze vrijdagavond voel ik wel wat als mijn tijmscheut.

Zondag Zoondag #9: papadag

Ze liggen samen in ons bed en ‘doen alsof ze slapen’. Af en toe maakt manlief overdreven snurkgeluiden, wat keer op keer getrakteerd wordt op een klaterende schaterlach. Zoon kruipt over zijn buik, halverwege snuift manlief volleerd en besluit: even een pampertje verversen. Waarna de gekkigheid gewoon weer verder gaat.

 

Alles aan het tafereeltje doet me in een flits beseffen dat die man, mijn unief-liefje, een papa is. Hij is iemands vader. In een oogopslag, lijkt het wel.

 

We zaten samen op de banken van de universiteit, en hij was me in die zee van 360 man al opgevallen. Die knappe grote jongen met zijn blonde haren, knalblauwe ogen, en lange wimpers. Ik had het over hem tegen vriendinnen. We wisten nog niet hoe hij heette, dus we noemden hem Sven Svensson, vanwege dat bijna Scandinavische uiterlijk.

 

Niet veel later was het raak.

Ik wist van dag 1 dat hij een goeie vader zou zijn. We waren 19 toen we elkaar leerden kennen, en hij had er al een leven scouts en scoutsleider opzitten. Hij ademde rust en verantwoordelijkheid uit. Elk familielid was overtuigd dat hij een goede keuze was, na hem vijf minuten gesproken te hebben.

 

Maar goed, we waren wel studenten. En studenten leiden een studentenleven. Hij ging slapen om 3 uur en sliep een gat in de dag. Hij reed met een vriend naar het zuiden van Frankrijk, stond op een brug en sprong eraf, wetende dat de elastiek hem zou terughalen – om daarna meteen weer rechtsomkeer te maken en de nacht door naar huis te rijden.

Hij viel in slaap tijdens de dierkundeles, op de schouder van het meisje naast hem (die dat niet zo erg vond). Hij ontbeet nooit. Hij kookte zelden op kot, behalve om diepvriespizza met extra salami klaar te maken. Hij droeg t-shirts met reclameboodschappen van Frituur Rudy.

 

We leerden elkaar beter kennen. Na drie maanden was ik al zo zeker: dit is ‘em. Hij legde me uuuuuuren biochemie en informatica uit. Grote broer van drie zussen, wist hij wat (niet) te zeggen bij frustratie en niet-rationele boosheid. Hij vond het niet erg dat pastasalade het enige was dat ik kon klaarmaken. Hij bouwde mijn zelfbeeld op met een stevig fundament.

 

We bouwden een huis en namen twee katjes. We vertroetelden ze ontzettend. We gingen vaak en ver op reis, keken marathonsessie ‘House MD’, en genoten van alles wat kon. Hij vroeg me ten huwelijk en we vierden onze mooiste dag 11 maanden later. Ik vond het heerlijk hem eindelijk ‘mijn man’ te kunnen noemen. En we beseften dat we misschien ook wel iets anders wilden vertroetelen dan pluizige viervoeters.

 

Zoals zo vaak liepen plannen niet altijd helemaal volgens plan. Maar drie jaar later werd onze liefste jongen geboren. En die namiddag, opeens, werd die student die zijn haar blauw verfde voor een weddenschap, en dan naar het examen moest (oeps), die praeses was bij de ‘Foute t-shirt’-cantus, die me meenam om pitta te eten op onze eerste date, een vader.

 

Hij stond op die brug, tussen voor en na, en zonder twijfelen sprong hij. Er was geen elastiek.

 

Hij trok zijn t-shirt – dat ondertussen geen reclameboodschappen meer bevat- uit en hield dat bolletje baby tegen zich aan. Hij keek naar mij met een nieuw soort liefde, dan naar 3,5 kg gloednieuwe mens.  Ik had hem nog nooit zo gelukkig gezien.

Het plaatje klopte helemaal.

 

En zo werd dat leven dat we jaren met twee deelden, een leven met drie. Een leven waarin we soms ook om 3 uur (opnieuw) gingen slapen. Waarin studeren niet altijd het antwoord bood. Waarin routine van de baan werd geveegd.

 

Hij deed de marathonsessies rond de tafel lopen, in de hoop de krampjes te verjagen. De man die 6 minuten voor de les begon, uit zijn bed rolde, hij stond altijd mee op.  Hij viel in slaap tijdens ‘House MD’, met een baby op zijn schouder, en niemand vond het erg. Hij wilde updates over elke maaltijd die hij miste.

 

We verhuisden naar Boston, en opnieuw bouwden we een nieuwe routine op. Waarin hij een topjob had, en toch op tijd thuis was voor het badje (in een badkamer van 3 vierkante meter) en het bedje. Hij balanceerde tussen werk en gezin als een volleerd koorddanser. Hij liet ons nooit vergeten dat wij op 1 stonden.

 

Het had effect. Zoonlief is gek op hem. Na ‘bal’ was ‘papa’ het tweede woordje. Het waren en zijn vier handen op één buik.

 

Vind je dat niet erg?’, werd me soms gevraagd. Maar hoe kan ik dit erg vinden?

 

Die twee mannetjes van me, samen in een bed, aan het schateren, dat is zoals het hoort.

 

De familie Svensson, prettig gestoord.

 

Gelukkige vaderdag, mijn liefste schat.

Ik had me geen betere papa voor onze krullenbol kunnen dromen.

IMG_0363

Mijn lijf tijdens 5 km joggen

‘Ik ga dinsdagavond joggen’. ‘Nee, echt morgen dan’. ‘Donderdag hebben we vrijaf, dus dan lukt het zeker’. ‘Ik heb net ontbeten, het gaat toch nog even moeten wachten’. ‘Nu lukt het niet meer hoor, we moeten vertrekken’.

 

Ik had het al drie dagen voor me uitgeschoven, uiteindelijk was het vrijdag en ik was nog niet gaan joggen. Omdat ik écht heel graag die 5 km met gemak in de benen wil krijgen, zat er niets anders op dan in de hete namiddag toch de loopschoentjes aan te trekken en een schaduwrijke route uit te stippelen.

 

Vijf kilometer lijkt voor velen misschien peanuts, voor mij is het een mooie toer. En bovendien mijn limiet, volgens mijn kinesist en de chirurg die mijn rug oplapte.

 

Ik merkte al snel dat er wel interne gesprekken gaande zijn, zo tijdens dat eindje joggen. Meer zelfs, er wordt wat afgekletst.

 

Vandaar, met een dagje vertraging (wegens, ja, warm, barbecue, vrienden, gezelligheid etc): Mijn lijf tijdens mijn vijf.

 

0 tot 1 km

 

(net de straat uit)

  • Lijf: Oh zo gaat-ie lekker, het is nog zo warm niet.
  • Mond: Droog hier.

 

(100m verder)

  • Benen: Wow wow wow, wat is dat hier? Wij zijn niet geconsulteerd in deze beslissing!
  • Huid: Zweetmodus aan.
  • Blaas: Ik weet dat je net naar het toilet bent gegaan, maar volgens mij ben ik niet helemaal leeg.
  • Brein: Wij negeren Blaas en Benen.

 

(200m verder, brug over)

  • Benen: Waaaaaaaaat? Wij gaan een beetje krampen hoor.
  • Mond: Droog hier.
  • Brein: Ademhaling, rustig blijven! Voeten, kleine stapjes zetten.

 

1 km tot 2 km

  • Handen: wij beginnen te jeuken, gewoon omdat het kan.
  • Benen: OK, we zitten in het ritme.
  • Huid: Superzweetmodus aan.
  • Schouder: Pijn.
  • Brein: Schouders, niet verkrampen. Laten hangen. ’t Zal wel beteren.
  • Mond: nog steeds droog hier.

 

2 km tot 3 km

  • Ogen: kijk, onze schaduw.
  • Zelfbeeld: OK, we zien er niet moddervet uit. De zon zal goed zitten, zeker?
  • Buik: Ik ben aan het zweten.
  • Brein: Dat is het vet dat aan het huilen is, Buik.
  • Zelfbeeld: Dan mag het veel huilen, HA!
  • Brein: Zwijgen, Zelfbeeld, we zitten al over de helft.

 

3 km tot 4 km

  • Darm: Prrrrrrt.
  • Zelfbeeld: Oh nee, OH NEE! Is er iemand in de buurt?! Ah oef, nee.
  • Schouder: Pijn.
  • Brein: Armen, zwaai eens wat, misschien stopt Schouder dan met zeuren.
  • Mond: droog droog droog.
  • Tenen: Wij gaan slapen.
  • Brein: Nee, wakker blijven, Tenen! Hey, nee, niet tintelen. OK, negeren die handel. Komaan iedereen, we zijn er echt bijna.
  • Zelfbeeld: Aan deze snelheid duurt het nog maar een uur of drie.
  • Brein: Echt waar, Zelfbeeld, die negativiteit van u! Het is 30° en we zijn aan het joggen. Niemand gaat nu snel. Dat is normaal.
  • Oor: Hey, een schaap. Hey, nog een schaap.

 

4 km tot 5 km

  • Ademhaling: Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff
  • Brein: Bijna. Bijna. Bijna. Niet kijken hoe ver nog. Niet kijken, eerst tot aan de straat lopen. Nog even, nog even. OK, je mag kijken.
  • Oog: Nog 240 meter!
  • Bijnier: Adrenaline shot komt eraan.
  • Brein: Komaan!
  • Mond: Heel droog nu.
  • Brein: Seffens een bosbessensmoothie. Komaan! OKEEEEEE, we zijn er. Ter plaatse rust, iedereen. Jullie niet, voeten, blijven wandelen.

….

 

  • Huid: Gutsmodus aan.
  • Zelfbeeld: OK, dat was geen complete ramp. Beetje fier.

 

quote

Zoondag #7: mamadag

Deze zoondag is het ook mamadag. Al een hele week lees ik op de sociale media over kindjes die echt echt echt niet willen verklappen wat ze geknutseld hebben voor mama, maar uit puur enthousiasme toch hun mond voorbijpraten, of op donderdag melden dat het al zondag is (om het pakje af te kunnen geven). Zalig grappig.

 

Zoals met alle themadagen, kan het vieren voor sommigen toch wat gevoelig liggen. Zeker bij moederdag. ‘Moeder zijn’ of ‘moeder worden’, dat is nu eenmaal gevoel, heel veel gevoel met momenten. Soms zijn er vrouwen die zich buitengesloten voelen. Die denken: ‘Mag ik ook vieren op moederdag? Mag ik ook gevierd worden?’

 

Ik wil op moederdag dan ook graag dezelfde lijn doortrekken als in de rest van mijn leven: ik discrimineer niet.

Plusmama, pleegmama, sterrenmama, wensmama… maakt mij allemaal niet uit – als jij je mama voelt, waarom zou je dan niet gevierd mogen worden? Of nog: misschien zit dat gevoel nog niet helemaal juist maar wil jij toch gevierd worden op moederdag? Allemaal goed, aanslepen die koffiekoeken en knutsels.

 

Voor mij is moederdag ook al een tijdje dubbel. Ik ben elke dag zo gelukkig dat ik mama mag zijn van mijn ongelooflijke krullenbol. Elke keer hij zich op mij ‘werpt’ voor een wilde omhelzing, elke keer hij ‘ja’ zucht als ik hem in zijn bedje vertel dat ik fier op hem ben en hem zo graag zie, elke keer hij mij verbaast met wat hij al kan en weet en zegt…. Dan kus ik mijn twee pollekes. Dus moederdag vieren? Tuurlijk, bring it on.

 

Aan de andere kant van de medaille daarentegen…

….ben ik ook een mama zonder mama.

 

En is het slikken in de weken voor moederdag, wanneer je overspoeld wordt met reclameboodschappen als ‘zeg haar wat ze voor je betekent’, ‘laat haar zien hoeveel je om haar geeft’, ‘op zondag ga je toch zeker eens langs met’ — *met een bloemetje, dit parfum, dit fotoboek, of crazy genoeg ook deze kilometerverzekering (WTF, Corona Direct?)*

 

En besef ik eens te meer dat dat niet kan, haar verrassen. Dat dat niet kan, haar zien met een macaroniketting die haar kleinzoon heeft gemaakt. Dat dat niet kan, haar uitnodigen voor een uitstapje samen.

 

Mijn mama ben ik straks al tien jaar kwijt. Het is veruit mijn donkerste dag, ik verloor zo veel dat het niet te beschrijven valt. Zo veel dat ik er amper over geschreven heb.

 

De dag dat ik zelf mama werd, 7,5 jaar later, was samen met mijn trouwdag de mooiste van mijn leven. Het was ook de dag dat ik opnieuw iets verloren ben. Ik verloor een oma van mijn zoon. De moeder die zo graag grootmoeder wilde zijn. Die, toen we aan het uitkijken waren naar een huis of bouwgrond om te kopen, zich niet wilde opdringen, maar toch zachtjes vroeg niet te ver te gaan wonen, ‘want ja, als je dan een ziek baby’tje hebt’. De vrouw wiens gezicht ik zo graag had gezien, wanneer ik haar zou vertellen dat we onze zoon naar haar zouden noemen, een plan dat ik opvatte toen ik manlief amper een jaartje kende. Net zoals ik naar mijn oma ben genoemd, die daar ook zo trots op was.

 

Dus ja, moederdag. Moederdag is dubbel.

 

Al kan je er zeker van zijn dat ik haar wél zal vertellen wat ze voor mij betekent. Hoeveel ik om haar geef. En hoe ik zoonlief over haar vertel.

Dat hij één top-oma heeft die dicht bij ons woont, in haar huisje, en één top-oma, die dicht bij ons woont, in ons hartje.

 

quote mom

Vijf op vrijdag: grappigste momenten van de week

Het was een drukke week. Alweer. We keken uit naar het weekend. Alweer. Maar deze week werden we ook herinnerd aan twee zaken die absoluut prioriteit verdienen:

 

Familie.

 

Samen lachen.

 

Wat zo mooi was aan de vorige week? Dat ik steeds een mooie combinatie kreeg van beiden: vijf familiemomentjes waarbij ik vragen kreeg of opmerkingen hoorde die me zo deden lachen. En omdat het vrijdag is, na een week van zon en rommelend onweer op alle vlakken, deel ik ze graag.

 

  1. Zaterdagnamiddag op het pleintje. Zoals zo vaak staan manlief en ik samen buiten terwijl zoonlief op zijn loopfietsje rondtoert. Twee buurmeisjes van bijna 4 doen gezellig mee. Ze vinden het wel leuk om een praatje te slaan. Maar hoewel ik ze al minstens vijf keer heb verbeterd, blijven ze dingen vragen als ‘waarom praat jouw kleine broertje nog niet veel?’ en ‘waarom draagt jouw kleine broertje een helmpje?’. Ik ben ouder dan hun moeders, wed ik. Maar ik vind het wel een mooi compliment!

.

  1. In dezelfde reeks werd me de vraag gesteld: ‘Waarom heeft jouw papa de kantjes van het gras niet af gemaaid?’ Ik heb manlief met een grote smile gemeld dat hij wel degelijk de ‘papa’ is in dit verhaal.

.

  1. Zondagmiddag bij de schoonouders. Een gezellige bende. Alle aanwezige ‘schoonkinderen’ (3 schoonbroers en ik) kennen elkaar zo’n 8 à 10 jaar.
    Zoonlief is over zijn eerste verlegenheid heen en rent rond met het neefje en de nichtjes. ‘Vrolijke dolle bende’ is een mooie omschrijving.
    Eén van de schoonbroers heeft zoonlief, die nu luid en allerschattigst aan het schateren is, in het oog. ‘Van wie heeft die eigenlijk die krulletjes?’ vraagt hij. Ik kijk hem aan, knipper met mijn ogen, en verwacht elk moment het ironische lachje. Maar nee. Hij meent het. Ik leg uit dat zowel mijn vader als mijn moeder krullen hadden. Maar eigenlijk is die uitleg op zich al hilarisch. Voor de mensen die me niet elke dag tegen komen, dit ben ik van mijn beste kant.P1110474
    Dus ja, van wie? Blijft een raadsel hé.
    .
  2. Dinsdagavond, boekjestijd! Ik kocht een tijdje terug een boekje in de Action met 100 dieren achter flapjes. Zoonlief vindt het heerlijk die op te tillen en te ontdekken welk beestje erachter zit. Een tijg(er)! Een sijash (giraf)! Een poes! Een ‘ondje’! Er zijn ook variaties mogelijk – dan staat er bovenop het flapje een staart, en van wie die staart dan wel mag zijn, kom je te weten als je het flapje opent. Kregen we deze conversatie: ‘En van wie is deze staart, schatje?’ Antwoord: ‘van papa’.

    .

  3. Het is een ritueeltje geworden, een vraag gevolgd door een dikke knuffel. De vraag is altijd dezelfde: ‘Wie is mama’s beste vriend?’. Over het algemeen zijn er twee mogelijkheden: ofwel heeft hij zin om mee te spelen, en gilt hij lachend zijn – steeds beter verstaanbare – naam. Ofwel kijkt hij bedenkelijk, fronst een beetje en zegt: ‘neen.’ Waarop ik dan door begin te vragen. ‘Is papa mijn beste vriend?’ ‘Neeeeeee’. ’Is Scotty mijn beste vriend?’ ‘Neeeeeee’. ‘Is Bumba mijn beste vriend?’ ‘Neee-eeee-heee’, tot ik met mijn vragen bij hem terecht kom.
    Maar woensdag tijdens de ochtendrush ging het anders. Stond ik even met mijn elektrische borstel en mijn mond vol tanden.‘Schatje, wie is mama’s beste vriend?’. Onmiddellijk antwoord: ‘Mama!!’

    Ja, mijn kleine zenmeester.
    Dat zou zo moeten zijn, je hebt gelijk. Niet alleen net voor moederdag.
    Mama’s beste vriend, dat zou mama moeten zijn.

    Die dikke knuffel heeft hij uiteraard óók gekregen!

Zoondag #6: een dag als mijn peuter

Vandaag dans ik door de dag als mijn peuter.

Ik geloof dat elk cadeautje, elk speelgoedje en alle mooie dingen voor mij zijn.

Ik ren rondjes om de tafel, of heen en weer tussen punt A en punt B en schater, omdat ik gewoon zo van lopen hou.

Ik lach met wat ik gek vind en ik lach met wat ik verwacht, omdat lachen leuk is.

Ik blaas op madeliefjes want op bloemetjes moet je blazen. En als dat niet werkt, dan moet ik lachen.

Ik verstop me 17 keer onder het dekbed en papa vindt me nooit terug.

Vandaag neem ik mijn tijd.

Vandaag is elk blaadje en veertje op mijn weg de moeite waard.

DSC_2721

Ik lach naar mijn spiegelbeeld en trommel op mijn buikje, zonder er verder over na te denken.

Ik wijs naar wat ik wil, roep het in één woord en herhaal tot ik het gekregen heb.

Ik zie elke plas als een uitnodiging tot een sprongetje.

Soms zing ik ‘hi hi hi ha ha ha’ want ik hoor liedjes in mijn hoofd.

Mijn loopfietsje is mijn beste vriend, en het weerzien is altijd hartelijk.

DSC_2552

DSC_2847

Elke trein is een festijn.

Vandaag juich ik om boekjes.

Ik hou van knuffels en kusjes maar geef ze niet zomaar weg.

Ik hou van mijn mama en papa want zij zijn alles wat ik ken en zij bestaan alleen voor mij.

Vandaag weet ik dat elke dag opnieuw de mooiste is.

DSC_2049

 

 

 

Het idee voor deze dag als peuter kreeg ik van een kennis uit Boston, wiens jongste dochter een weekje ouder is dan zoonlief. Samen zetten zij hun eerste stapjes.

(http://boston.citymomsblog.com/motherhood/today-i-will-be-happy-toddler/)

Moetens, heel veel moetens

Ik moet de boodschappen doen

Ik moet elke dag koken met verse groenten

Ik moet 2 liter water drinken

Ik moet nog drie manden was strijken vanavond

Ik moet drie keer per week fitnessen

Ik moet 5 kg afvallen

Ik moet mijn familie meer zien

Ik moet langer werken dan 17u, zodat ze zien dat ik het meen

Ik moet voor die promotie gaan, anders heb ik geen ambitie

Ik moet minder snoepen

Ik moet het gras nog maaien

Ik moet mijn eigen groenten kweken

Ik moet die opleiding volgen

Ik moet 10 000 stappen per dag zetten

Ik moet vroeger gaan slapen

Ik moet mijn huis nog poetsen

Ik moet minder stress hebben.

 

Er moet precies wel veel, hé. Maar van wie eigenlijk?

Begrijp me niet verkeerd – er zijn zeker dingen die écht nodig zijn. Je kan best opletten als je de straat over steekt. Je betaalt liefst je rekeningen. Je zorgt voor jezelf en voor je kinderen.

Maar misschien moeten er wel véél minder dingen dan wij denken. Want wie legt ons dat op? Wie bepaalt wat moet?

Als we heel eerlijk zijn? Heel vaak zijn we dat zelf. En kunnen we perfect een lijstje maken met wat écht moet en wat leuk zou zijn, als het ook lukt.

Mijn groottante gebruikte een uitdrukking die ik af en toe leen. Alleen besef ik nu pas dat ze echt helemaal nergens op slaat – ofwel heeft mijn groottante ze verkeerd onthouden, ofwel ik, maar ergens liep het grondig mis.

Toch zeg ik het nog graag, omdat het eigenlijk de absurditeit van al die ‘moetens’ mooi samenvat;

Moeten. Moeten. Moeten. Moeten is een geit in het Engels.

(Nu mijn Engels een beetje beter is, denk ik dat het eerder ‘mutton’ is waarnaar verwezen wordt. En als je dat dan opzoekt, dan besef je dat het eigenlijk moet zijn: ‘mutton’/moeten is een schaap in het Engels.)

Dus als je je nog eens overweldigd voelt door alles wat moet, denk dan even na over wat écht moet, waar je een andere oplossing voor kan vinden, wat je jezelf oplegt, waar je hulp kan inroepen (want JA, dat mag!).

En anders, eens blaten he. Kan deugd doen. Want ja, je weet wat tante Nelly zei:

Moeten is een geit in het Engels.

 

Vijf op vrijdag: wat ik zou willen kunnen

Vrijdag. Friday. Vendredi. Freitag. Viernes.

 

Effe gecheckt, en ja hoor, vrijdag klinkt goed in élke taal.

 

Een tijdje geleden maakte ik op vrijdag een lijstje van vijf dingen die ik niet kan, en eentje met evenveel dingen die ik wél kan.

 

Daartussen ligt een zee, wat zeg ik, een oceaan van dingen die ik zou willen kunnen.

Zal ik er daar eens vijf uitvissen? Om even over te dromen, en dan gezellig het weekend in te trekken?

 

Vijf dingen die ik graag zou willen kunnen. Misschien lukt het me ooit. Misschien ook niet!

  1. Spaans spreken. Ik weet niet waarom, maar ik vind dat een geweldige taal. Ik zou ze dan ook graag vloeiend kunnen spreken. Ik pik al eens een paar woorden op, en met een redelijke woordenschat in het Frans, lukt het wel om iets te verstaan – al geef ik toe dat dat meestal geschreven dingen zijn, want een Spanjaard die ik versta, heeft waarschijnlijk één of andere ernstige ziekte waardoor je super-super-traag spreekt.
    In Boston heb ik een aantal cursussen gevolgd, maar hier thuis kan ik het niet opbrengen om een opleiding te gaan volgen… of nu toch nog niet…
  2. Echt goed stijldansen. Manlief en ik hebben een hele reeks cursussen gevolgd en al zeg ik het zelf, we waren er niet slecht in. We walsten, we jiveden, we oefenden rumba, tango en cha-cha-cha. En als het dan zo een beetje begint te lukken, en je goed op elkaar bent afgestemd, dan kan dat zo heerlijk zijn!
    Maar toen kreeg ik rugproblemen en voelde het eerder als plet- dan als Weense wals. Exit dancing shoes.
  3. Zo zeker zijn van mijn perfecte droomjob, als ik ben van mijn perfecte droomvent.
  4. Groene vingers hebben. Ook al heb ik een plantgerelateerd diploma, mijn moestuin bestaat momenteel uit mos en paardenbloemen. Pas op, ook schoon hoor. Maar ik vind dat wel jammer. Zo een vierkante meter tuin met allerlei lekkere kruiden? Super! Zelfgekweekte tomaatjes? Ja, absoluut heerlijk. Maar ja, als ik heel eerlijk ben, zie ik al dat onderhoud als een opdracht, niet als een zen-moment. Dus meestal wordt het niets met die groentjes en koop ik mijn besjes maar weer in een klein, overgeprijsd doosje.
  5. Ik heb heel wat mooie eigenschappen geërfd, maar dat muzikale van mijn pa heeft hij niet willen delen. Jammer, want zelf muziek tevoorschijn toveren uit een instrument, lijkt me fantastisch. En het meest pure is dan nog eenvoudigweg zingen, je bent je eigen klankkast. Alleen is momenteel mijn klankkast groot genoeg (hum hum) maar ik ben niet helemaal ‘gestemd’, denk ik.

Maar… work in progress 😉

 

En jij? Wat zou jij graag kunnen?

 

Quotation-Brian-Herbert-ability-learning-choice-Meetville-Quotes-6498-1

Meststoffen – de start

meststoffenvoorjouwblog

Dus. Dat blogske van u. Wat wil je daar eigenlijk mee?

Hoe zeg je? Een hobby? Klinkt als kantklossen. Wat? Zo maar iets, dat je ooit begonnen bent? Niet te enthousiast worden hé.

Ja, die stemmen in mijn hoofd… ze zijn niet altijd even sympathiek.

Maar ik vond het erg prettig om die blog te starten, uit te werken, ermee bezig te zijn. En na 152 postjes, die 9300 keer gelezen werden, wordt het misschien tijd eens even na te denken. Trouwens, met nadenken is (meestal) niks mis.

Ik was zo op dreef tijdens de ‘40 dagen bloggen’- uitdaging, dat ik wat bang was om daarna het spreekwoordelijke zwarte gat tegen te komen. Uit andere blogs, en gesprekken met de bloggende collega, bleek al snel dat ik niet alleen was daarin.

Ik zocht iets. En ik vond iets, bij de persoon die de uitdaging op poten had gezet.

Zij biedt een cursus aan, ‘Meststoffen voor je blog’. Komaan, als gediplomeerd landbouwer (hum hum) moest die titel me wel aanspreken. Eerst was ik wat terughoudend, maar toen viel er nog een kortingsbon in mijn mailbox en ging ik voor de bijl. Ik schreef me in.

Over de komende vier weken zal ik om de twee dagen een mail krijgen, met daarin een opdracht. Bedoeling is mijn blog te laten groeien. Welke richting op, daar zal ik dus over na moeten denken (to infinity… and beyond?).

Ik krijg al een beetje stress, zo elke 48u een opdracht. Wie weet wat gaat dat zijn? Op wie ga ik deze zenuwen uitwerken? Komt dat wel goed?

U weze alvast gewaarschuwd!

omg

 

Volg mijn blog met Bloglovin

Zondag Zoondag #5 – de bib

Dat zoonlief 2 jaar is geworden, is niet onopgemerkt voorbij gegaan. Ook niet voor onze plaatselijke bibliotheek. Hij kreeg een uitnodiging om eens langs te komen in het boekenpaleis, er zou een geschenkje op hem wachten en hij kreeg gratis een lidkaart.

 

Omdat de openingsuren van die bib vrij hard overlappen met mijnheers bedtijd en dutjes, ging ik alleen. Voor het allereerst naar onze gemeentelijke bib. Na zeven jaar in het dorp, een beetje schaamtelijk eigenlijk. Ik heb zelfs moeten checken waar dat precies was.

 

Zo kreeg onze 2-jarige zijn allereerste lidkaart, deze die hem lid maakt van de Belgen even buiten beschouwing gelaten. Het geschenkje was een rugzak, wat heel goed van pas kwam, want ik mocht tot 7 boeken kiezen en had geen tasje bij.

 

De keuze was op zich snel gemaakt. Ik zocht naar dierenboekjes, het liefst met foto’s, na enkele discussies over onduidelijke tekeningen (Is dat nu een geit? Sorry dat lijkt er niet op. En dit, brood? ’t Is dat het erbij staat, ik had dat nooit geraden). Ook nam ik nog twee boekjes mee in een reeks waar we er zelf al eentje van hadden, over tegenstellingen en nieuwe (korte) woordjes. Een boekje over een dag in het leven van een peuter maakte de oogst van vandaag af.

 

Ik had nu zes peuterboekjes, en wilde bij de kookboeken gaan neuzen. Tussen de rekken dwalen, langs boeken met cijfertjes en codes op, nam me onmiddellijk mee naar de bib waar ik zo vele uren spendeerde, al lezend maar ook voor mijn studies – voor een spreekbeurt een namiddag in de bib zitten: interessante boeken vinden, post-itjes plakken, de ‘goeie’ stukken en foto’s kopiëren en met een map vol info naar huis keren. Zo oud ben ik dus.

 

Bij de kookboeken aangekomen snapte ik de indeling niet. Het leek me allemaal vrij willekeurig samen geplaatst, helemaal niet alfabetisch op auteur. Ik werd er al een beetje ongemakkelijk van. Ik zag kleine plakkaatjes die de rangschikking moesten verklaren, maar mij totaal niet consequent leken zoals: ‘Aardappelen’, ‘Vegetarisch’, ‘Belgische keuken’, ‘Dieetleer’…

 

HUH? Is de Belgische keuken per definitie niet vegetarisch? Eten vegetariërs dan geen aardappelen? Zijn er zo veel kookboeken die enkel over aardappelen gaan? Waarom staat Pascale Naessens net naast deze categorie, volgens mij zou ze daar zelf niet zo mee kunnen lachen!

 

Dus goed, ik vond niet meteen waar ik naar op zoek was. Ik had wel een computer gezien, tussen de rekken. Die zou ongetwijfeld raad bieden over welke boeken aanwezig zijn of niet. Maar het bureaublad bleek leeg. En ik was nog net zo ver om te beseffen dat ‘Bibliotheek’ in computerland iets anders betekent.

 

Dan maar even navragen aan de vriendelijke bib-dame. Ze leidde me naar een andere computer, dus misschien lag het niet aan mij? In elk geval: het boek dat ik zocht, was uitgeleend. Volgende keer beter!

spruitje

Ik kwam thuis en legde de boekjes klaar bij het speelgoed, voor na het dutje.

 

Het is een groot succes. Op zaterdag werden er boekjes gelezen. En niet alleen op zaterdag.

 

Ik bracht het grootste deel van mijn zondagochtend door met zoonlief op mijn schoot, het ene na het andere boekje afwerkend, en dan de hele cyclus herhalend. Hij wees, hij vertelde, hij giechelde en schaterde. Ik deed hetzelfde en slurpte ondertussen van mijn koffie. Het was een ideale morgen.

 

Of de herhaling nog niet verveelt? Nee.

 

Soms vroeg ik wel vier keer achter elkaar ‘en welk geluid maakt dit beestje?’.

 

Want echt waar, niemand knort schattiger dan mijn varkentje.

 

varken

Tekst en uitleg #4

Drie weken geleden begon ik aan het beantwoorden van een aantal willekeurig gekozen vragen- in dit geval geplukt van de website Mynd-  deze week de vierde en laatste reeks: van nummer 31 tot 40, uit ’48 vragen aan jezelf die je leven (kunnen) veranderen’. De eerste reekstweede, en derde reeks liepen vlot, maar dit brengt het totaal natuurlijk niet op 48. Die laatste acht vragen heb ik steeds maar voor me uit geschoven, omdat ze me helemaal niet aanspreken. Ik geef mezelf dan ook 8 jokers, en laat deze voor wat ze zijn.

Here we go.

31 Je luncht met drie mensen die je respecteert en bewondert. Ze beginnen allemaal kritiek te geven op een goede vriend van jou te hebben, niet wetende dat hij je vriend is. De kritiek is onsmakelijk en ongerechtvaardigd. Wat doe jij?

 

Punt 1: Mensen die ik respecteer en bewonder, praten niet achter iemand anders zijn rug, en al helemaal niet op een manier die onsmakelijk en ongegrond is. Punt 2: Natuurlijk kom ik op voor deze persoon. Punt 3: De volgende lunch zal nog even op zich laten wachten.

 

32 Als je een pasgeboren kind slechts één advies zou mogen geven, wat zou het zijn?

Laat tijdig weten dat je luier vol is.

 

33 Heb je iets ooit als waanzin bestempeld, waar je het later juist creatief vond?

Je eigen kleren leren maken, al vind ik dat nog steeds creatieve waanzin (maar vind ik wel waanzinnig creatief).

 

34 Wat heb je niet gedaan dat je echt wilt doen? Wat houdt je tegen?

Mijn eigen baas worden. Omdat de onzekerheid me afschrikt en ik ook niet goed weet wat ik dan precies zou gaan doen.

 

35 Waarom ben jij wie jij bent?

Door een unieke combinatie van nature, nurture, en ervaring, ongetwijfeld.

 

36 Bestaat de waarheid zonder dat je’m ooit hebt gezocht?

Natuurlijk. Waarom zou iets alleen bestaan als ik het gezocht heb? Dat zou wel heel egocentrisch zijn.

 

37 Heb je wel eens iemand ontmoet, niets gezegd en toch na afloop het gevoel gehad het beste gesprek ooit gehad te hebben?

Niet bepaald, maar misschien praat ik wel gewoon te veel.

 

 

38 Wat zou je anders doen als je wist dat zou niemand over je zou oordelen?

Me nog minder aantrekken van wat ik draag, meer rechtuit zeggen wat ik denk en verder probeer ik me nu al niet te veel aan te trekken van het oordeel van andere mensen.

 

39 Waar houd je van? Uit welke van je laatste handelingen sprak die liefde?

Van mijn man en zoon, uiteraard. Ik hoop dat die liefde uit elke handeling  spreekt. Van het liedje dat ik zing voor ik kleine man in bed leg, tot die honderd keer dat ik klaar sta aan de glijbaan of dat kleine papiertje met een hartje op dat ik tussen manlief zijn boterhammen steek.

 

40 Herinner jij je over 5 jaar nog wat je gisteren deed? En hoe zit met met de dag daarvoor? En de dag dáárvoor?

De voorbije drie dagen waren niet heel memorabel, maar ik hou elke dag één zinnetje bij in een dagboekje, dus dat kan ik altijd opzoeken over 5 jaar. De tweede verjaardag van ons ventje vorige zondag was dan weer een dag die ik me over 50 jaar nog zal herinneren.

 

Je bucket list? Start eerst met een ander lijstje

Recent ben ik opnieuw bij het concept bucket list aangekomen. Dat is een lijstje maken met alle dingen die je nog wilt bereiken of beleven voor je het tijdelijke voor het eeuwige wisselt. Of zoals ze het in de taal van Shakespeare zeggen: before you kick the bucket.

 

Ja, ik vind het nuttig om daar over na te denken, maar nee, ik wil niet dat dat extra stress met zich meebrengt. Het zou dus eerder een leidraad worden, dan een lijst met ‘moetens’. Er zijn al genoeg ‘moetens’ in de wereld, reële of diegene die wij onszelf opleggen. Ik ga er dus geen dwingende opsomming aan toevoegen.

 

Zo kwam ik op het idee om ook, of misschien wel eerst, een lijst te maken met de dingen waar ik me net helemaal niet (meer) mee bezig wilt houden.

Ik heb een tijdje terug een boek gelezen dat helemaal in dat kader past: ‘The life-changing magic of not giving a f**k. Heerlijk boek. Al verschillende keren uitgeleend. Op elke bladzijde staat het F-woord een keer of veertig, maar laat dat geen belet zijn. Het is géén oproep om apathisch te gaan wezen en nergens meer om te geven. Integendeel, de ondertitel is ‘How to stop spending time you don’t have doing things you don’t want to do with people you don’t like’ – je stopt met je energie in dingen te steken die jou eigenlijk niet uitmaken, of niet gelukkig maken, zodat je die energie wél kan richten op zaken en mensen die er wel toe doen.

 

Ik dacht: voor ik aan die bucket list begin, maak ik eerst een Fuck It list. Goed gevonden van mij! Ideale woordspeling! Wat ben ik toch pittig en slim. Tot ik die Fuck It list intikte in de zoekbalk van Google: ellenlange pagina’s over het fenomeen (blijkbaar begonnen bij een blogster die ‘mijn’ geweldige idee heel wat eerder had), 1200 afbeeldingen met quotes (een korte selectie hieronder), en de beschrijving van het boekje ‘The Fuck It List Journal’.

 

Hum ja.

 

Unieke ideeën, bestaat dat nog in deze internet-doorspekte tijd?

 

En was het niet Einstein die zei: Creativity is knowing how to hide your sources.

 

Hoe dan ook, mijn Fuck It list. De dingen waar ik geen tijd meer aan wil besteden, die ik niet meer wil doen, waar ik met een gerust hart ‘neen’ tegen wil zeggen. Dan blijft er meer tijd en energie over om volmondig ‘ja’ te zeggen tegen al die dingen die er wél toe doen!

De eerste 8 puntjes van mijn lijstje heb ik alvast opgesomd.

  1. Naar elk feestje/drink/evenement gaan waar ik voor uitgenodigd word, ook al heb ik er helemaal geen zin of energie voor.
    Nope, gewoon vriendelijk zeggen dat het deze keer niet zal lukken, ik ben er 100% zeker van dat het nog steeds een topfeest wordt.
    .
  2. De 20 km van Brussel lopen. Of een halve marathon.
    Zal niet lukken. Nooit niet. Ik wil sportief zijn, maar er zijn grenzen. Ik heb nog het excuus dat mijn kinesist het mij sterk heeft afgeraden om meer dan 5k te gaan kopen, slecht voor de rug. Maar dan nog. Ik ben er niet voor gebouwd, en ik wil het dus ook niet meer willen.
    .
  3. Parachutespringen. En bunjee jumpen.
    Stond een hele tijd op mijn bucketlist. Was jaloers op manlief die effectief de elastiek aan zijn voeten liet binden en de sprong waagde. Maar nu heb ik een blond ventje rondlopen dat op mij rekent en kan ik alleen maar denken: WAAROM zou ik dat risico lopen? Ik waag me al elke dag in het verkeer, vind ik al risico genoeg. OK, ok, je kan niet risicoloos leven en dat hoeft ook niet, maar moet ik daarom meteen vanop grote hoogte ergens gaan af- of uitspringen? Ik dacht het niet.
    .
  4. Meedoen aan uitdagingen om X boeken te lezen in een jaar.
    Ooit las ik de jeugdsectie van de bib uit, maar tegenwoordig ben ik al blij dat ik 2 bladzijden haal ’s avonds. Vroeger haalde ik die ‘leesachterstand’ in tijdens de vakantie, maar nu… heb ik zandbakken te testen en glijbanen te superviseren. Boeken lezen, echt heel boeiend en interessant, maar geen must meer. De Humo heeft ook al langere artikels, toch?
    .
  5. Uitleggen waarom ik geen alcohol drink.
    Ik leg toch ook niet uit waarom ik niet rook, geen drugs gebruik of nooit op wespennesten sla met een stok?
    .
  6. Anderen hun noden, wensen en verwachtingen boven die van mezelf stellen.
    Been there, done that, got the T-shirt. Duidelijke uitzondering: man- en zoonlief.
    .
  7. Alles perfect willen doen. Tegelijk. Nu.
    Goed is goed genoeg. (Kleine toegeving aan mezelf: heel goed is ook goed genoeg).
    .
  8. Deze lijst 100% tot in de puntjes naleven.
    Zie punt 7. Amen.

 

En wat staat er op jullie Fuck It list?

Zoondag #4: peuterpraat

Je hoort het zo vaak over jonge kinderen: dat ze ofwel eerder motorisch sterk zijn, of eerst taalvaardig worden. Ons mannetje is er eentje van de motorische ontwikkeling. Op 12 maanden zette hij zijn eerste stapjes en het leek een seconde later dat hij sprintte, bochtjes nam, dingen van de grond oppikte, achteruit stapte, hurkte, en sprong. Toen hij de trap begon op te lopen, was dat meteen met één been op elke trede (en dus niet door de tweede voet ‘bij te zetten’). Als hij een bal gooit, is dat gerichter dan zijn mama dat kan (die werpt dan ook écht als een meisje, tssss, niks mee aan te vangen).

 

Zijn beste vriendje in de crèche, een goeie maand ouder dan hij, verbaasde me dan weer keer op keer met zijn uitgebreide woordenschat. Onze man begon net iets verder te raken dan ‘papa’ en deze jongen wees aan in een boekje met dieren: ik was al helemaal onder de indruk na koe, hond, kat, en paard, maar viel bijna achterover door ‘panda, koala, flamingo, olifat en neushoon’.

 

Zo zie je maar, elk kind is anders. Ik maakte me geen zorgen, maar begon wel uit nieuwsgierigheid een lijstje met de woordjes die zoonlief gebruikte. Het bleek een veelvoud te zijn dan de tien die ik spontaan zou schatten.

 

En dan opeens: de klik. Onder de douche vroeg hij ‘noh wate’ om over zijn hoofdje te gieten. Twee of drie woordjes komen plots bij elkaar te staan. Elke dag komen er nieuwe boven, het is niet meer bij te houden. Hij verrast ons keer op keer.

 

Nu kan ik de nieuwe rubriek starten waar ik al even naar uit keek: een greep uit wat ons peutertje zegt. Toddler talk, of te wel: peuterpraat.

 

  • Nog-isch, mama: dat graag opnieuw doen, mama
  • Boemetjeu pukken: met een madeliefje in elke hand, kom je door het hele land!
  • Noh pietse: het tiende toertje rond het plein op de loopfiets
  • Boempataat: ik ben gevallen maar het is niet erg
  • Tein me otto! Een t(r)ein is altijd reden tot vreugde, maar als die trein dan ook nog eens auto’s vervoert… tja, je begrijpt dat dat feest is.
  • (armen in de lucht) JEEEEEEE pasjtaa: hij is fan van spaghetti, zoveel is duidelijk
  • (half zingend) Hi hi hi , ha ha ha: mijn zoon zit af en toe duidelijk te denken aan beren die broodjes smeren.
  • (met zijn handen aan zijn voeten) Tee! Noh e tee! Nog e tee! E noh e tee!: een mens heeft nogal wat tenen.
  • (wijst op zichzelf) ‘Ti’: antwoord op ‘wie is mama’s beste vriend?’. Aangezien het deel van zijn naam is, denken we dat het eerder een afkorting is, dan een andere vorm van ‘ik’.
  • (tegen papa) Mama pipi edaan: blijkbaar belangrijke info die gedeeld moest worden. Geen mysterie meer in je relatie eens je een peuter hebt rondlopen.

 

Unknown

Zoondag #4: 2 jaar

Liefste schat,

 

Vandaag werd je twee jaar.

Je ontbeet met een pannenkoekje.

Je droeg je kroon de hele dag.

Je deed een heerlijk dutje, en toen je wakker werd waren je meter en peter, en grootouders er, om met ons te vieren.

Papa en ik hadden een biscuit gebakken, en met chocomousse versierd. En ik had er ook eentje gemaakt die helemaal uit fruit bestond.

Je kreeg veel pakjes en vond ze allemaal om ter leukst.

Je speelde buiten met je peter, van de glijbaan, in, achter, naast en zelfs op het speelhuisje.

Je blies een kaarsje uit en mocht in de taart graaien.

 

Liefste schat,

Vandaag werd je twee jaar.

Het was een heerlijke, warme dag.

 

Je danste lachend tussen zeepbellen met chocolade op je snoet.

 

Je blijft het mooiste dat ik ooit zag.

 

Drie op een rij

Weet je wat je exact een jaar geleden aan het doen was? Of twee jaar geleden?

 

Ik wel.

 

Dit voorjaar is ‘exact een jaar geleden’ al zo vaak door mijn hoofd geschoten. Toen woonden we een goed half jaar in Boston, de winter was voorbij, we kregen weer bezoek en we voelden ons daar thuis.

 

Begin april kwamen de schoonouders op bezoek, en er stond een feestweekend voor de deur.

 

En vandaag twee jaar geleden zat ik met een héle dikke buik op de zetel, dekentje over me heen, met twee katjes aan mijn voeten. Zou vandaag de dag zijn? Morgen mijn uitgerekende datum, overmorgen de verjaardag van manlief.

 

Die laatste kwam thuis en nodigde me uit voor een wandelingetje. ‘Ik heb genoeg van het wachten, helpt wandelen niet op zo’n moment?’ En dus wandelden we een toertje van 2km. Of liever: hij wandelde, ik …waggelde.

 

Dus is het over een paar uur exact twee jaar geleden dat ik manlief wakker maakte en fluisterde: ‘ik denk dat het begonnen is…’

 

 

Vandaag had dat mooie begin niet zo’n goed dutje gedaan – te vroeg wakker geworden door krampjes, denken we. Dan wordt alles wat moeilijker, en mogelijk een aanleiding tot een huilbui. Zoals een papa die niet alles meteen begrijpt. Een mama die soms naar het toilet moet. En een druif die niet meer aan zijn steeltje wilt gaan hangen nadat je hem ervan afgetrokken hebt.

 

En dus lag ik weer op de zetel, met een ventje op mijn buik, een dekentje over ons heen, naar Paw Patrol te kijken. Er werd me af en toe een doekje aangeboden om aan te sabbelen. Ik aaide door die blonde krulletjes.

 

Toen dacht ik: kijk eens aan. 1 april vandaag. Drie jaar op rij gelukkig.

 

images