Zondag Zoondag #9: papadag

Ze liggen samen in ons bed en ‘doen alsof ze slapen’. Af en toe maakt manlief overdreven snurkgeluiden, wat keer op keer getrakteerd wordt op een klaterende schaterlach. Zoon kruipt over zijn buik, halverwege snuift manlief volleerd en besluit: even een pampertje verversen. Waarna de gekkigheid gewoon weer verder gaat.

 

Alles aan het tafereeltje doet me in een flits beseffen dat die man, mijn unief-liefje, een papa is. Hij is iemands vader. In een oogopslag, lijkt het wel.

 

We zaten samen op de banken van de universiteit, en hij was me in die zee van 360 man al opgevallen. Die knappe grote jongen met zijn blonde haren, knalblauwe ogen, en lange wimpers. Ik had het over hem tegen vriendinnen. We wisten nog niet hoe hij heette, dus we noemden hem Sven Svensson, vanwege dat bijna Scandinavische uiterlijk.

 

Niet veel later was het raak.

Ik wist van dag 1 dat hij een goeie vader zou zijn. We waren 19 toen we elkaar leerden kennen, en hij had er al een leven scouts en scoutsleider opzitten. Hij ademde rust en verantwoordelijkheid uit. Elk familielid was overtuigd dat hij een goede keuze was, na hem vijf minuten gesproken te hebben.

 

Maar goed, we waren wel studenten. En studenten leiden een studentenleven. Hij ging slapen om 3 uur en sliep een gat in de dag. Hij reed met een vriend naar het zuiden van Frankrijk, stond op een brug en sprong eraf, wetende dat de elastiek hem zou terughalen – om daarna meteen weer rechtsomkeer te maken en de nacht door naar huis te rijden.

Hij viel in slaap tijdens de dierkundeles, op de schouder van het meisje naast hem (die dat niet zo erg vond). Hij ontbeet nooit. Hij kookte zelden op kot, behalve om diepvriespizza met extra salami klaar te maken. Hij droeg t-shirts met reclameboodschappen van Frituur Rudy.

 

We leerden elkaar beter kennen. Na drie maanden was ik al zo zeker: dit is ‘em. Hij legde me uuuuuuren biochemie en informatica uit. Grote broer van drie zussen, wist hij wat (niet) te zeggen bij frustratie en niet-rationele boosheid. Hij vond het niet erg dat pastasalade het enige was dat ik kon klaarmaken. Hij bouwde mijn zelfbeeld op met een stevig fundament.

 

We bouwden een huis en namen twee katjes. We vertroetelden ze ontzettend. We gingen vaak en ver op reis, keken marathonsessie ‘House MD’, en genoten van alles wat kon. Hij vroeg me ten huwelijk en we vierden onze mooiste dag 11 maanden later. Ik vond het heerlijk hem eindelijk ‘mijn man’ te kunnen noemen. En we beseften dat we misschien ook wel iets anders wilden vertroetelen dan pluizige viervoeters.

 

Zoals zo vaak liepen plannen niet altijd helemaal volgens plan. Maar drie jaar later werd onze liefste jongen geboren. En die namiddag, opeens, werd die student die zijn haar blauw verfde voor een weddenschap, en dan naar het examen moest (oeps), die praeses was bij de ‘Foute t-shirt’-cantus, die me meenam om pitta te eten op onze eerste date, een vader.

 

Hij stond op die brug, tussen voor en na, en zonder twijfelen sprong hij. Er was geen elastiek.

 

Hij trok zijn t-shirt – dat ondertussen geen reclameboodschappen meer bevat- uit en hield dat bolletje baby tegen zich aan. Hij keek naar mij met een nieuw soort liefde, dan naar 3,5 kg gloednieuwe mens.  Ik had hem nog nooit zo gelukkig gezien.

Het plaatje klopte helemaal.

 

En zo werd dat leven dat we jaren met twee deelden, een leven met drie. Een leven waarin we soms ook om 3 uur (opnieuw) gingen slapen. Waarin studeren niet altijd het antwoord bood. Waarin routine van de baan werd geveegd.

 

Hij deed de marathonsessies rond de tafel lopen, in de hoop de krampjes te verjagen. De man die 6 minuten voor de les begon, uit zijn bed rolde, hij stond altijd mee op.  Hij viel in slaap tijdens ‘House MD’, met een baby op zijn schouder, en niemand vond het erg. Hij wilde updates over elke maaltijd die hij miste.

 

We verhuisden naar Boston, en opnieuw bouwden we een nieuwe routine op. Waarin hij een topjob had, en toch op tijd thuis was voor het badje (in een badkamer van 3 vierkante meter) en het bedje. Hij balanceerde tussen werk en gezin als een volleerd koorddanser. Hij liet ons nooit vergeten dat wij op 1 stonden.

 

Het had effect. Zoonlief is gek op hem. Na ‘bal’ was ‘papa’ het tweede woordje. Het waren en zijn vier handen op één buik.

 

Vind je dat niet erg?’, werd me soms gevraagd. Maar hoe kan ik dit erg vinden?

 

Die twee mannetjes van me, samen in een bed, aan het schateren, dat is zoals het hoort.

 

De familie Svensson, prettig gestoord.

 

Gelukkige vaderdag, mijn liefste schat.

Ik had me geen betere papa voor onze krullenbol kunnen dromen.

IMG_0363

Advertenties

Zoondag #7: mamadag

Deze zoondag is het ook mamadag. Al een hele week lees ik op de sociale media over kindjes die echt echt echt niet willen verklappen wat ze geknutseld hebben voor mama, maar uit puur enthousiasme toch hun mond voorbijpraten, of op donderdag melden dat het al zondag is (om het pakje af te kunnen geven). Zalig grappig.

 

Zoals met alle themadagen, kan het vieren voor sommigen toch wat gevoelig liggen. Zeker bij moederdag. ‘Moeder zijn’ of ‘moeder worden’, dat is nu eenmaal gevoel, heel veel gevoel met momenten. Soms zijn er vrouwen die zich buitengesloten voelen. Die denken: ‘Mag ik ook vieren op moederdag? Mag ik ook gevierd worden?’

 

Ik wil op moederdag dan ook graag dezelfde lijn doortrekken als in de rest van mijn leven: ik discrimineer niet.

Plusmama, pleegmama, sterrenmama, wensmama… maakt mij allemaal niet uit – als jij je mama voelt, waarom zou je dan niet gevierd mogen worden? Of nog: misschien zit dat gevoel nog niet helemaal juist maar wil jij toch gevierd worden op moederdag? Allemaal goed, aanslepen die koffiekoeken en knutsels.

 

Voor mij is moederdag ook al een tijdje dubbel. Ik ben elke dag zo gelukkig dat ik mama mag zijn van mijn ongelooflijke krullenbol. Elke keer hij zich op mij ‘werpt’ voor een wilde omhelzing, elke keer hij ‘ja’ zucht als ik hem in zijn bedje vertel dat ik fier op hem ben en hem zo graag zie, elke keer hij mij verbaast met wat hij al kan en weet en zegt…. Dan kus ik mijn twee pollekes. Dus moederdag vieren? Tuurlijk, bring it on.

 

Aan de andere kant van de medaille daarentegen…

….ben ik ook een mama zonder mama.

 

En is het slikken in de weken voor moederdag, wanneer je overspoeld wordt met reclameboodschappen als ‘zeg haar wat ze voor je betekent’, ‘laat haar zien hoeveel je om haar geeft’, ‘op zondag ga je toch zeker eens langs met’ — *met een bloemetje, dit parfum, dit fotoboek, of crazy genoeg ook deze kilometerverzekering (WTF, Corona Direct?)*

 

En besef ik eens te meer dat dat niet kan, haar verrassen. Dat dat niet kan, haar zien met een macaroniketting die haar kleinzoon heeft gemaakt. Dat dat niet kan, haar uitnodigen voor een uitstapje samen.

 

Mijn mama ben ik straks al tien jaar kwijt. Het is veruit mijn donkerste dag, ik verloor zo veel dat het niet te beschrijven valt. Zo veel dat ik er amper over geschreven heb.

 

De dag dat ik zelf mama werd, 7,5 jaar later, was samen met mijn trouwdag de mooiste van mijn leven. Het was ook de dag dat ik opnieuw iets verloren ben. Ik verloor een oma van mijn zoon. De moeder die zo graag grootmoeder wilde zijn. Die, toen we aan het uitkijken waren naar een huis of bouwgrond om te kopen, zich niet wilde opdringen, maar toch zachtjes vroeg niet te ver te gaan wonen, ‘want ja, als je dan een ziek baby’tje hebt’. De vrouw wiens gezicht ik zo graag had gezien, wanneer ik haar zou vertellen dat we onze zoon naar haar zouden noemen, een plan dat ik opvatte toen ik manlief amper een jaartje kende. Net zoals ik naar mijn oma ben genoemd, die daar ook zo trots op was.

 

Dus ja, moederdag. Moederdag is dubbel.

 

Al kan je er zeker van zijn dat ik haar wél zal vertellen wat ze voor mij betekent. Hoeveel ik om haar geef. En hoe ik zoonlief over haar vertel.

Dat hij één top-oma heeft die dicht bij ons woont, in haar huisje, en één top-oma, die dicht bij ons woont, in ons hartje.

 

quote mom

Zoondag #6: een dag als mijn peuter

Vandaag dans ik door de dag als mijn peuter.

Ik geloof dat elk cadeautje, elk speelgoedje en alle mooie dingen voor mij zijn.

Ik ren rondjes om de tafel, of heen en weer tussen punt A en punt B en schater, omdat ik gewoon zo van lopen hou.

Ik lach met wat ik gek vind en ik lach met wat ik verwacht, omdat lachen leuk is.

Ik blaas op madeliefjes want op bloemetjes moet je blazen. En als dat niet werkt, dan moet ik lachen.

Ik verstop me 17 keer onder het dekbed en papa vindt me nooit terug.

Vandaag neem ik mijn tijd.

Vandaag is elk blaadje en veertje op mijn weg de moeite waard.

DSC_2721

Ik lach naar mijn spiegelbeeld en trommel op mijn buikje, zonder er verder over na te denken.

Ik wijs naar wat ik wil, roep het in één woord en herhaal tot ik het gekregen heb.

Ik zie elke plas als een uitnodiging tot een sprongetje.

Soms zing ik ‘hi hi hi ha ha ha’ want ik hoor liedjes in mijn hoofd.

Mijn loopfietsje is mijn beste vriend, en het weerzien is altijd hartelijk.

DSC_2552

DSC_2847

Elke trein is een festijn.

Vandaag juich ik om boekjes.

Ik hou van knuffels en kusjes maar geef ze niet zomaar weg.

Ik hou van mijn mama en papa want zij zijn alles wat ik ken en zij bestaan alleen voor mij.

Vandaag weet ik dat elke dag opnieuw de mooiste is.

DSC_2049

 

 

 

Het idee voor deze dag als peuter kreeg ik van een kennis uit Boston, wiens jongste dochter een weekje ouder is dan zoonlief. Samen zetten zij hun eerste stapjes.

(http://boston.citymomsblog.com/motherhood/today-i-will-be-happy-toddler/)

Zondag Zoondag #5 – de bib

Dat zoonlief 2 jaar is geworden, is niet onopgemerkt voorbij gegaan. Ook niet voor onze plaatselijke bibliotheek. Hij kreeg een uitnodiging om eens langs te komen in het boekenpaleis, er zou een geschenkje op hem wachten en hij kreeg gratis een lidkaart.

 

Omdat de openingsuren van die bib vrij hard overlappen met mijnheers bedtijd en dutjes, ging ik alleen. Voor het allereerst naar onze gemeentelijke bib. Na zeven jaar in het dorp, een beetje schaamtelijk eigenlijk. Ik heb zelfs moeten checken waar dat precies was.

 

Zo kreeg onze 2-jarige zijn allereerste lidkaart, deze die hem lid maakt van de Belgen even buiten beschouwing gelaten. Het geschenkje was een rugzak, wat heel goed van pas kwam, want ik mocht tot 7 boeken kiezen en had geen tasje bij.

 

De keuze was op zich snel gemaakt. Ik zocht naar dierenboekjes, het liefst met foto’s, na enkele discussies over onduidelijke tekeningen (Is dat nu een geit? Sorry dat lijkt er niet op. En dit, brood? ’t Is dat het erbij staat, ik had dat nooit geraden). Ook nam ik nog twee boekjes mee in een reeks waar we er zelf al eentje van hadden, over tegenstellingen en nieuwe (korte) woordjes. Een boekje over een dag in het leven van een peuter maakte de oogst van vandaag af.

 

Ik had nu zes peuterboekjes, en wilde bij de kookboeken gaan neuzen. Tussen de rekken dwalen, langs boeken met cijfertjes en codes op, nam me onmiddellijk mee naar de bib waar ik zo vele uren spendeerde, al lezend maar ook voor mijn studies – voor een spreekbeurt een namiddag in de bib zitten: interessante boeken vinden, post-itjes plakken, de ‘goeie’ stukken en foto’s kopiëren en met een map vol info naar huis keren. Zo oud ben ik dus.

 

Bij de kookboeken aangekomen snapte ik de indeling niet. Het leek me allemaal vrij willekeurig samen geplaatst, helemaal niet alfabetisch op auteur. Ik werd er al een beetje ongemakkelijk van. Ik zag kleine plakkaatjes die de rangschikking moesten verklaren, maar mij totaal niet consequent leken zoals: ‘Aardappelen’, ‘Vegetarisch’, ‘Belgische keuken’, ‘Dieetleer’…

 

HUH? Is de Belgische keuken per definitie niet vegetarisch? Eten vegetariërs dan geen aardappelen? Zijn er zo veel kookboeken die enkel over aardappelen gaan? Waarom staat Pascale Naessens net naast deze categorie, volgens mij zou ze daar zelf niet zo mee kunnen lachen!

 

Dus goed, ik vond niet meteen waar ik naar op zoek was. Ik had wel een computer gezien, tussen de rekken. Die zou ongetwijfeld raad bieden over welke boeken aanwezig zijn of niet. Maar het bureaublad bleek leeg. En ik was nog net zo ver om te beseffen dat ‘Bibliotheek’ in computerland iets anders betekent.

 

Dan maar even navragen aan de vriendelijke bib-dame. Ze leidde me naar een andere computer, dus misschien lag het niet aan mij? In elk geval: het boek dat ik zocht, was uitgeleend. Volgende keer beter!

spruitje

Ik kwam thuis en legde de boekjes klaar bij het speelgoed, voor na het dutje.

 

Het is een groot succes. Op zaterdag werden er boekjes gelezen. En niet alleen op zaterdag.

 

Ik bracht het grootste deel van mijn zondagochtend door met zoonlief op mijn schoot, het ene na het andere boekje afwerkend, en dan de hele cyclus herhalend. Hij wees, hij vertelde, hij giechelde en schaterde. Ik deed hetzelfde en slurpte ondertussen van mijn koffie. Het was een ideale morgen.

 

Of de herhaling nog niet verveelt? Nee.

 

Soms vroeg ik wel vier keer achter elkaar ‘en welk geluid maakt dit beestje?’.

 

Want echt waar, niemand knort schattiger dan mijn varkentje.

 

varken

Zoondag #4: peuterpraat

Je hoort het zo vaak over jonge kinderen: dat ze ofwel eerder motorisch sterk zijn, of eerst taalvaardig worden. Ons mannetje is er eentje van de motorische ontwikkeling. Op 12 maanden zette hij zijn eerste stapjes en het leek een seconde later dat hij sprintte, bochtjes nam, dingen van de grond oppikte, achteruit stapte, hurkte, en sprong. Toen hij de trap begon op te lopen, was dat meteen met één been op elke trede (en dus niet door de tweede voet ‘bij te zetten’). Als hij een bal gooit, is dat gerichter dan zijn mama dat kan (die werpt dan ook écht als een meisje, tssss, niks mee aan te vangen).

 

Zijn beste vriendje in de crèche, een goeie maand ouder dan hij, verbaasde me dan weer keer op keer met zijn uitgebreide woordenschat. Onze man begon net iets verder te raken dan ‘papa’ en deze jongen wees aan in een boekje met dieren: ik was al helemaal onder de indruk na koe, hond, kat, en paard, maar viel bijna achterover door ‘panda, koala, flamingo, olifat en neushoon’.

 

Zo zie je maar, elk kind is anders. Ik maakte me geen zorgen, maar begon wel uit nieuwsgierigheid een lijstje met de woordjes die zoonlief gebruikte. Het bleek een veelvoud te zijn dan de tien die ik spontaan zou schatten.

 

En dan opeens: de klik. Onder de douche vroeg hij ‘noh wate’ om over zijn hoofdje te gieten. Twee of drie woordjes komen plots bij elkaar te staan. Elke dag komen er nieuwe boven, het is niet meer bij te houden. Hij verrast ons keer op keer.

 

Nu kan ik de nieuwe rubriek starten waar ik al even naar uit keek: een greep uit wat ons peutertje zegt. Toddler talk, of te wel: peuterpraat.

 

  • Nog-isch, mama: dat graag opnieuw doen, mama
  • Boemetjeu pukken: met een madeliefje in elke hand, kom je door het hele land!
  • Noh pietse: het tiende toertje rond het plein op de loopfiets
  • Boempataat: ik ben gevallen maar het is niet erg
  • Tein me otto! Een t(r)ein is altijd reden tot vreugde, maar als die trein dan ook nog eens auto’s vervoert… tja, je begrijpt dat dat feest is.
  • (armen in de lucht) JEEEEEEE pasjtaa: hij is fan van spaghetti, zoveel is duidelijk
  • (half zingend) Hi hi hi , ha ha ha: mijn zoon zit af en toe duidelijk te denken aan beren die broodjes smeren.
  • (met zijn handen aan zijn voeten) Tee! Noh e tee! Nog e tee! E noh e tee!: een mens heeft nogal wat tenen.
  • (wijst op zichzelf) ‘Ti’: antwoord op ‘wie is mama’s beste vriend?’. Aangezien het deel van zijn naam is, denken we dat het eerder een afkorting is, dan een andere vorm van ‘ik’.
  • (tegen papa) Mama pipi edaan: blijkbaar belangrijke info die gedeeld moest worden. Geen mysterie meer in je relatie eens je een peuter hebt rondlopen.

 

Unknown

Zondag Zoondag #3

Peuterlog dd 26032017

  • Vandaag kwamen de nichtjes en de neefjes op bezoek. Ik heb hen duidelijk gemaakt dat mijn speelgoed alleen tijdelijk te leen was.
    .
  • Ik ben goed op dreef met mijn loopfietsje. Ik snap niet dat mama daarom zegt dat ik binnenkort het fietsje met twee wielen kan proberen. Waarom verlies ik er twee als het zo goed gaat?
    .
  • Mama wordt helemaal blij als ik haar een bloemetje geef. Nochtans groeien die gewoon in de tuin.
    .
  • Papa zei dat dat zonnehoedje cool is, maar ik twijfel nog.
    .
  • Als de zon schijnt, moet je wit spul op je gezicht smeren. Maar mama noemt mij ook een wittekop zonder! Moet verder onderzocht worden.
    .
  • Mama zei dat katjes niet op de fiets willen. Ik heb het voor de zekerheid toch geprobeerd met Scotty. Vandaag was-ie niet te overtuigen, maar misschien morgen? De aanhouder wint, toch?

 

DSC_2434

 

Zondag zoondag #2

Wie ons kent, weet dat wij geen mensen zijn van weinig woorden.

Ze zeggen wel eens ‘tegenpolen trekken elkaar aan’, maar zowel manlief als ikzelf leggen het heel graag uit. Het is dus niet zo dat ik een stille jongen heb gezocht, die alleen naar mij zou luisteren.

Ik weet eigenlijk niet zo heel veel van toen ik klein was maar ik weet wel dat ik behoorlijk snel aan het tetteren ben geslagen. In één van de weinige video’s die ik heb van die tijd, worden mijn zussen gedoopt. Ik weet dus precies hoe oud ik toen was, 2 jaar en 2 maanden. Je ziet de kerk, je ziet twee kindjes in witte kleedjes, de priester, die mijn grootnonkel was, die een potje water haalt, familie in jaren ’80 kleuren… en je hoort één iemand: een klein, schel stemmetje dat roept ‘Is dat panneke van mama, nonkel?’. ‘Is dat warm water?’.

Nu ik me iets verder ben gaan verdiepen in de taalontwikkeling van jonge kinderen, besef ik dat dit best aardige uitspraken zijn voor een tweejarige.

Ons ventje is nog niet meteen wat je zou noemen een vlotte babbelaar. Ik maak me daar ook geen zorgen over. Maar natuurlijk keken we een jaar geleden al uit naar wat zijn eerste woordje zou zijn. Hoeveel uren zou ik niet ‘ma-ma-ma-ma-ma’ en ‘pa-pa-pa’ voorgedaan hebben?

Maar beginnen met de belangrijke zaken in het leven, zijn eerste woordje was ‘bal’.

Er volgden er heel wat, maar ‘mama’… dat woord dat algemeen bij kinderen over de hele wereld zo bekend is, dat bleef zeldzaam. Soms eens een ‘ma’, daar moest ik het dan mee doen.

Misschien deed hij dat wel expres, die zoon van ons. Om het dan toch boven te halen en extra effect te creëren. Zoals die ene keer dat hij niet echt wilde gaan slapen, en maar bleef rechtstaan in zijn bedje. Hij sliep toen nog bij ons op de kamer. Ik kwam zelf ook naar bed, en na de zoveelste keer kusje geven, neerleggen, slaapwel zeggen, wilde ik het kordaat aanpakken. ‘Nu ga jij in jouw bed, en mama in haar bed, en we gaan allebei slaapjes doen’. Hup, lichtje uit.

En dan in het donker, voor het eerst, dat kleine stemmetje, glashelder, een beetje vragend maar vrolijk: ‘mama?’.

Hoe snel die bij ons in bed lag, helemaal bedolven onder een regen van kusjes? Lichtsnelheid, echt lichtsnelheid.

Nu heeft hij zijn repertoire aan woorden behoorlijk uitgebreid, maar ‘papa’ spant toch de kroon. Ik was soms ook ‘papa’ of hij riep gewoon ‘iets’ – een beetje te vergelijken als je iemand wilt wenken, maar de naam van de persoon in kwestie vergeten bent (en ‘dingske’ geen optie is): ‘Hey, euh… joehoe! Heeeeey’.

Waar is mama? Wijst mijn kant uit. Waar is de neus van mama? Neemt mijn neus vast. Ga dat maar aan mama geven. Ik krijg een half opgeknabbeld stukje brood.

Dus toen hij gisterenochtend naar mij kwam gestormd, op zijn eigen huppelende wijze, en MA-MAHH riep, huppelde er vanalles in mij. En toen hij dat nog een paar keer herhaalde toen we in de Ikea rondliepen, en ik weer in zijn vizier verscheen, kon mijn geluk niet op.

Ik weet wel, dat ik ooit, in een niet zo verre toekomst, waarschijnlijk eens zal wensen dat hij het niet kon zeggen. Bijvoorbeeld na een uur MAMAAAAAA MAMAMAMAMA gillen, of de vijfde keer midden in de nacht, ofzo.

Maar toch blijft het het mooiste woord ter wereld. En mijn ventje zegt het. Tegen mij.

Mama-1.0

Zondag zoondag #1

Goed idee, zo werken met rubrieken op je blog. Elke zondag iets vertellen over je zoon, wat kan makkelijker zijn?

Tja, soms zijn dingen zo ‘makkelijk’ dat ze moeilijk worden. Natuurlijk valt er heel wat te vertellen over onze spruit, maar waar zal ik beginnen?

Misschien bij wat hij later stoer aan zijn vriendjes zal kunnen vertellen, nl. dat hij als baby een jaar in Boston heeft gewoond. Harvard werd hem met de papfles meegegeven, nu ja, we zijn inderdaad vaak langs die gebouwen gaan wandelen…

Ons buitenlands avontuur had ook als gevolg dat hij 16 maanden was toen hij voor het eerst naar de crèche ging. Voor mij was dat heel dubbel – een peuter die vlot rond loopt afzetten, is misschien ergens makkelijker dan een klein dropje dat vooral in een stoeltje naar de wereld zit te gapen. Aan de andere kant had hij net zijn hele leven zoals hij het kende, moeten achterlaten, was hij erg eenkennig, en te jong om uit te leggen dat mama en papa hem écht wel kwamen ophalen (al vertelden we hem dit wel elke dag… 20 keer ofzo).

Het heeft wel wat aanpassen gekost, maar na een paar weken liep die crèchedag al een stuk vlotter. Het is dan ook een hele fijne crèche waar hij terecht gekomen is. Voor mij was het ook wennen, niet meer de hele dag bij hem zijn, en hij die echt een eigen leven krijgt, waar ik helemaal niets van weet.

Wat hoorden wij zo al over onze zoon?

  • Dat hij zijn armen in de lucht steekt en ‘JEEEEEEJ’ roept als er aangekondigd wordt dat er spaghetti op het menu staat
  • Dat hij altijd erg geïnteresseerd is als er dingen worden gemaakt of gedaan
  • Dat hij het niet fijn vindt als er kindjes worden afgehaald, of mensen het lokaal verlaten, tenzij hij iedereen kan uitzwaaien.
  • Dat hij dol is op creatief bezig zijn, en altijd als eerste (letterlijk)staat te springen  om te kleuren, te tekenen, te stempelen en te schilderen. Ook dansen is altijd een hit.
  • Dat zijn favoriete hobby verder vooral ‘crossen’ is, van de ene kant van het lokaal naar het andere, tot hij nat is van het zweet, zijn krulletjes alle kanten op staan, en zijn wangetjes rood aanlopen.
  • Dat hij echt al vriendjes heeft, die dan met hem mee rennen (soms hand in hand *smelt*), en als er iemand valt, dan gaat de andere ernaast liggen, roepen ze ‘boem’ en schateren ze het uit.

Het is zo fijn om te weten dat hij daar een prettige tijd heeft. Al was het een deel van het ‘loslaten’, die dingen horen. Chapeau voor alle kinderverzorgsters die erin slagen met een bende pittige peuters aan het knutselen/dansen/lezen/… te gaan – ik vermoed dat hier een meesterniveau van zen zijn mee gepaard gaat, dat ik enkel kan omschrijven als ‘bijna Boeddha’.

En wil je me nu excuseren, zoonlief vraagt me voor een toertje huppelen (of 15) rond de tafel.

instasize_0304123740