Boston in 10 woorden

Top 3 van vragen drie maanden na de terugkeer naar België:

  • En, hoe gaat het nu?
  • En ben je het al wat gewoon hier?
  • Mis je het niet?

 

En  ik dan maar grijnzen. Omdat ik tijd probeer te winnen. Ik probeer in te schatten of de vragensteller het korte of het lange antwoord verwacht.

 

Goed, goed.

Ja, ja dat begint te komen hé.

Bwa, met momenten.

 

het korte antwoord.

 

Het lange antwoord ga ik je besparen. Het verschilt ook van dag tot dag, soms zelfs van minuut tot minuut. Laat ons het erop houden dat ik zó blij was toen mijn neef meldde dat hij langs Boston zou passeren op zijn reis aan de Oostkust. Heb meteen enthousiast twee bladzijden reisadvies uitgeschreven, met de ‘absolute to do’s’ en de ‘optionele dingen als je meer tijd hebt’. Er blijkt een reisgids in mijn hoofd gegroeid te zijn, en ik wist het zelf niet.

 

Want ja, wij zijn Boston fans geworden. En dan mis je die stad al wel eens. Want mocht ik Boston in 10 woorden omschrijven dan waren dat:

 

 

  1. Groen
  2. Kindvriendelijk – die eerste twee waren duidelijk door de vele parkjes met speeltuintjes voor alle leeftijden (nu ja, ik zat wel klem in de buisglijbaan dus misschien moet ik dit nuanceren)
  3. Hogeropgeleid
  4. Multicultureel – deze volgende twee hangen samen met de vele, véle universiteiten en colleges die Boston rijk is
  5. Luid – dit was niet het geval waar wij woonden, maar eens in het centrum viel ons op hoe veel lawaai er was. Mensen zijn luider. De metro is luider. Zelfs de sirenes van de brandweer klonken luider.
  6. Veilig – ik ben geregeld ’s avonds alleen gaan joggen, heb me geen moment onveilig of ongemakkelijk gevoeld
  7. Engels (ze zijn toch zo trots dat ze met een iet of wat grappig accent ‘Hahvahd’ zeggen, en de gebouwen van de universiteit zijn kopiëen van wat er in Cambridge, UK staat)
  8. Oud (een huis van meer dan 100 jaar! Komt dat zien!)
  9. Onvoorspelbaar (het weer vooral – dag 1 is het 19°C, dag 2 regent het, dag 3 ligt er sneeuw)
  10. Bereikbaar – alles wat de moeite is voor een 3-daagjes-toerist is makkelijk te bereiken met het openbaar vervoer of zelfs te voet.

 

Sloeg nummertje 10 nu ook maar op de bereikbaarheid vanuit België. Dan ging ik echt elke maand een dagje shoppen, of gewoon in het park wandelen met ons ventje.

 

Want toen de neef me mailde dat hij Boston de leukste stad van zijn reis vond, was ik fier, man. Zat ik te blinken als een opgepoetst zilveren theepotje! Terwijl wij uiteraard nul komma nul hebben bijgedragen aan hoe fijn Boston is voor zijn bezoekers. Maar bel me gerust als je dat gaat testen.

boston

Advertenties

Spectacle Island

Vorig jaar genoten we van de laatste officiële zomerdag (Labor Day) door de ferry te nemen naar één van de Boston Harbor Island. Met dat kriebelende vakantiegevoel van toen nog in het geheugen, besloten we deze hete Fourth of July eveneens het water over te steken, naar een ander eiland deze keer: Spectacle Island.

Waar de naam vandaan komt, is me niet helemaal duidelijk. De geschiedenis van het hoopje land op een half uurtje varen van de Bostoniaanse haven, is eerder grappig, dan wel spektaculair. In 1935 gaf de afvalverbrandingsoven die zich op het eiland bevond, de geest. De propere bevolking bleef vrolijk doorgaan met het afval daarheen te verschepen, en besloten het daar dan maar gewoon te dumpen. Tot de jaren 90 was Spectacle Island een stinkende, lekkende berg voor de kust van Boston. Pas na ‘the great dig’ werd alles opgeruimd, verse grond aangevoerd, en sinds tien jaar is het een soort natuurgebied waar de stadsbewoners maar al te graag hun handdoekje uitrollen op het grindstrand.

 

We waren te laat voor de parade van de nationale feestdag in downtown Boston. De rode, blauwe en witte snippers konden we nog net tussen onze tenen vandaan vissen. Ik had de gebouwen uitbundiger verwacht, komaan, in America everything is bigger, toch? We moesten het van de mensen hebben, met kledij in de gepaste kleuren, toepasselijke petjes of zelfs gewoon een vlag als vestje.

 

Met zo een gezelschap spendeerden we twee uur op de vroegere afvalberg. We waanden ons in Zuid-Frankrijk. In drie kwartier waren we het hele eiland rond, terwijl ventje een dutje deed in de buggy, en wij keuvelden over ons jaartje Boston. Het verzengende van de warmte van de stad, werd hier weggeblazen door een fris zeebriesje. Het was genieten.

 

Aan de overkant van het water lag Logan International Airport. Elke twee minuten steeg er een vliegtuig op, allemaal mensen die de 24ste grootste stad van de US achter zich lieten. Zoals wij, over twee weken. Naar ons volgend avontuur.

Spring/in de lente

Dit weekend ging Daylight saving time in. België zit nog lekker op het winteruur, wat ons de volgende twee weken dus een uurtje dichterbij brengt. Zoals elk jaar wanneer we minder lang mogen slapen, en moeten uitzoeken hoe de klokken ook alweer werken, brengt dit het nodig gegrommel mee en de vraag waarom er nog steeds ‘daglicht moet bespaard worden’.

 

Maar naast het gegrommel bracht het weekend ook het eerste Belgische bezoek van het voorjaar mee! Tijd om onze pet van reisgids af te stoffen en Boston in twee dagen samen te vatten. Dat betekent:

Dag 1:  een bezoekje aan de Harvard yard, het kopen van de nodige t-shirts voorzien van het logo van de universiteit, afgesloten met een typisch Amerikaans maaltje (BBQ ribbetjes en geroosterde maïskolven).

Screen Shot 2016-03-14 at 15.28.59

Dag 2: Ontbijt met wafels, om voldoende energie op te doen voor de wandeling van de Freedom Trail, een uitstap langs verschillende historische sites en gebouwen in Downtown Boston. Ook deze keer heb ik nieuwe dingen ontdekt – zoals een fijne bistro voor de lunch, maar even goed een oud kerkhof en een knappe kerk. Later checkten we nog even de gebouwen van MIT en de skyline van de stad bij de Charles rivier.

Ja hoor, geïnteresseerden mogen mij nog altijd contacteren voor deze tweedaagse!

 

Hoe fijn was het iemand te mogen verwelkomen! Dat, samen met het zonnetje en de krokussen* die komen piepen, maakt dat de lente voor mij officieel begonnen is. De Bostonianen springen graag mee in de spring, in korte broekjes en teenslippers. Het was tenslotte al 15 graden. CELSIUS, jawel!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Ladies and gentlemen: the crocus!

 

 

*Weet je wat een krokus in het Engels is? Ik wist het niet. We noemden het dan maar ‘krowkus’, je weet wel, hetzelfde woord met een Engels accent. Blijkt dat nog te kloppen ook, zeg! Crocus! ‘Snow Clock’ was dan wel weer een misser. En ‘Easter flower’ ook, zo bleek… Gelukkig stonden er nog geen paardebloemen.

Veel griezelig volk/griezelig veel volk

Volgende week zaterdag is het Halloween. De avond voor Allerheiligen zouden allerlei geesten tevoorschijn komen om de boel over te nemen. Hier worden vooral de winkels en de voortuinen overgenomen, want Halloween laat zich niet negeren: overal liggen pompoenen, soms echt kunstig uitgesneden met een kaarsje in, skeletten hangen aan de gevels en nep webben tieren welig.

Mocht Halloween een land zijn, dan zou Salem, vlak bij Boston, zeker de hoofdstad zijn. In Salem werden tientallen mensen van hekserij beschuldigd en terecht gesteld in de 17de eeuw. Het waren niet de eerste, maar waarschijnlijk wel de bekendste heksenprocessen in de Amerikaanse geschiedenis. Hoe je zo’n zwarte vlek in je verleden kan omkeren naar iets winstgevend, dat hoef je hier niet uit te leggen: de hele maand oktober word je in Salem verwelkomd op de ‘Haunted happenings’, waarbij spookhuizen, waarzeggers en allerlei kraampjes de straten zwart kleuren en heksenshows en griezelige wandelingen worden georganiseerd. In de hele maand worden 250 000 bezoekers verwacht in het stadje dat 40 000 inwoners telt.

veel griezelig volk

veel griezelig volk

Omdat we al gewaarschuwd waren voor de drukte, besloten we niet met Halloween zelf naar Salem te gaan, maar dit weekend al. Misschien gelukkig maar, want ook nu was er al enorm veel volk. En wat voor volk! Eigenlijk was de helft van de pret het feit dat bijna iedereen wel op één of andere manier verkleed was. Van een klein, modieus punthoedje met veer tot een volledige outfit met valse nagels- het kon allemaal. Sommigen waren minder geslaagd (een kerstmanpak met watten baard en rode basketbalsloefkes, het mist wat effect), maar anderen waren best wel schrikken, als ze zo even met een realistisch masker van een zeemonster de hoek omkwamen. Of wanneer je iets gaat drinken en in je ooghoek ziet dat de dame naast je koffie slurpt en uit een grote gapende wonde op haar voorhoofd bloedt. Huh?! Oh nee, natuurlijk niet…

Ik was blij dat ons kleine mannetje nog niet bang werd van dat alles. Hij dacht waarschijnlijk gewoon ‘he man, er zit iets op je hoofd’ toen er iemand langs wandelde met een bijl tussen de ogen geplant. Of: ‘hmmm…dat ziet er zacht uit’ bij de dame met de grote cape met spinnen op.

P1130409 P1130411P1130415P1130410

Onze toekomst hebben we niet laten voorspellen. Anders hadden we misschien geweten dat ons ventje zou thuiskomen met zijn eerste verkoudheid en heel zielig elke keer schrok als hij moest hoesten. Hij had koorts en was er helemaal ondersteboven van. Na een dag van ondoden, strompelende mummies en mottige maskers werd het duidelijk: je baby voor het eerst ziek – ook al weet je dat het eigenlijk niet zo erg is – dàt is pas eng.

Last day of summer

De eerste maandag van september is het niet alleen Leuven Kermis – hier schandelijk over het hoofd gezien- maar ook Labor Day. Letterlijk de dag van de arbeid dus, die ook hier gevierd wordt met een dagje vrijaf. Labor Day wordt ook gezien als de laatste dag van de zomer (maar hopelijk niet de laatste zomerse dag). Daarna worden de ‘herfsturen’ gehandhaafd op openbare plaatsen en nationale natuurparken.

Er werd heel warm weer voorspeld op de laatste dag van de zomer, dus een zeebriesje leek ons wel aangenaam. Vandaag op het programma van de ongegeneerde toeristen: de Boston Harbor Islands, die deel uitmaken van een natuurpark. Voor de haven van Boston liggen namelijk 34 eilandjes in de zee. Elk eilandje is anders, op sommigen staat een fort uit de tijd van de burgeroorlog, de oudste vuurtoren van Amerika, wandelpaden en pick nick tafels. Op sommige stranden kan je onder de sterren blijven kamperen, als enige tijdelijke bewoners van het eiland. Een ticket voor de ferry kost $ 17 en je kan de hele dag eilandhoppen als je dat zou willen – je kan makkelijk een eiland of twee bezoeken op een paar uur.

Wij waren pas na het middagdutje vertrokken dus we hielden het bij één eiland, nl. Georges Island. De ferrytocht erheen was aangenaam, met een mooi zicht over de tijdelijke thuisstad en wat uitleg door de luidsprekers. Wist je bijvoorbeeld dat Chicago de ‘Windy city’ genoemd wordt vanwege de politici daar (het zullen wel blaaskaken geweest zijn zeker) en niet vanwege het weer? Boston is in werkelijkheid het meest winderig. Hmm, misschien had ik dat anders moeten uitdrukken…

Georges eiland staat bekend om zijn fort, maar ik denk dat je niet Europees mag zijn om dat meer te waarderen. Na een jeugd van Franse kastelen, Italiaanse kerken en zelfs het gemiddelde gildenhuis op de Oude Markt in Leuven, zijn wij nu eenmaal niet meteen omvergeblazen door een rechthoekig betonnen fort uit 1850.

Maar het slenteren in de zon met ons ventje in de draagzak, de limonade op het terras en de tocht terug gaven de dag een absoluut vakantiegevoel. Boston lag voor ons, in zo’n gouden waas van een stad die zindert in de laatste zomerdagzon. De buurten aan het water, inclusief de luchthaven, bestonden vroeger niet – ze liggen op mangemaakt land. Daarom lijkt het alsof de vliegtuigen die aankomen in de zee gaan landen, om dan nét op dat laatste nippertje de landingsbaan te raken. Aan onze familie en vrienden die ons met een bezoekje komen vereren: Geen zorgen, op Logan International airport landt om de 60 seconden een vliegtuig, dus ze hebben wel kunnen oefenen. En indien nodig: wij hebben extra zachte handdoeken.

P1120992      

P1120990   P1130025

Boston bucket list

Een bucket list. Een ‘emmerlijst’ dus. Tot voor een paar jaar had niemand ervan gehoord, toen kwam de gelijknamige film uit en opeens moest iedereen zo’n ding hebben. Het concept is dan ook eenvoudig: een lijstje opstellen met dingen die je gedaan wilt hebben voor je het tijdelijke voor het eeuwige inwisselt (‘kicking the bucket’). Klinkt allemaal wel heel gewichtig en serieus maar kom, een lijst is een lijst en aangezien ondergetekende op lijstjes kickt (‘kicking up the bucket list’), wil ik graag opsommen wat ik het komende jaar absoluut niet wil missen in Boston en omgeving. Van kleine wensen tot grote dromen, hier is mijn Boston Bucket List.

  1. Uiteraard willen we ongegeneerd de toerist uithangen in Boston. We zitten al gebeiteld wat de outfit  betreft: de korte broeken zijn gestreken, de opzichtige camera ligt klaar, alleen de t-shirts met daarop I heart wicked Boston (blijkbaar is wicked hét stopwoordje van de Bostonians) moeten we nog aanschaffen. Oh, en om de vraag te beantwoorden nog voor ze gesteld wordt: neen, sokken in sandalen gaat zelfs voor een ongegeneerd toerist te ver. No discussion.

Ik heb nooit de ambitie gehad om een toeristische gids te schrijven. Ik ben daar niet hip genoeg voor, zoveel is duidelijk (bijvoorbeeld: ik gebruik het woord hip. Per definitie niet hip.) Het wordt dan ook een samenvatting van onze to do-list: Ik wil graag minstens 30 dingen doen van de 50 die handig opgesomd staan op volgende site:

http://www.timeout.com/boston/things-to-do/50-best-things-to-do-in-boston

Enkele van de hoogtepunten zijn slenteren door de vele parken die Boston rijk is, de historische wandelingen door de stad maken en naar een openlucht festival of film gaan. Maar ook wanneer de sneeuw blijft liggen, hoeven wij dat niet te doen – het grote aquarium, het Mapparium (een glazen wereldbol waar je in kan wandelen), het planetarium en nog veel andere –ariums lonken, nadat we moe geschaatst zijn op Frog pond, of ons ventje met de slee door Griggs park hebben getrokken.

Ik ben nog nooit naar een voetbalwedstrijd geweest – en kan diegenen die ik volledig op tv heb gevolgd op één hand tellen-, maar nu we hier zijn wil ik toch graag een baseball match bijwonen (eerst even de spelregels blokken, en alleen juichen als de buren dat ook doen kwestie van niet ‘in affront’ te vallen), net als een basketbalmatch en een American football game. Sport is in Amerika ‘a big thing’. Alleen al de sfeer kunnen opsnuiven, lijkt me de moeite waard.

  1. De foodie in mij wilt verder ook enkele Amerikaanse eigenaardigheden van de plaatselijke cuisine onderzoeken en enkele uitdagingen aangaan: kan ik elke week minstens één ingrediënt gebruiken dat ik nog niet of niet vaak gekocht heb? Waar hebben ze de beste koffie van de stad? En laten de Bostonians je naar huis vertrekken zonder dat je de pizza met butternut squash, ricotta en cranberry of die met geroosterde kip, gekarameliseerde peer en fontina kaas hebt geprobeerd (zie: http://www.ottoportland.com/menu.html)? Kunnen we dat risico lopen? Neen, mijn waarde, neen.
  1. Amerikanen zijn gekend voor en trots op hun feestdagen. Ik sla alvast voldoende snoep in voor Halloween – en neem me voor dat het er nog zal liggen die 31ste oktober. Het wordt niet algemeen aanvaard die kindjes alleen lege papiertjes toe te stoppen. Ons ventje krijgt zeker een toepasselijke outfit, we twijfelen nog tussen Jaws, een mummie of een lieveheersbeestje. Europa mag dan Halloween hebben overgenomen, of toch de commercie errond, hier is het écht ‘trick or treat’!

In plaats van Halloween zou ik eerder Thanksgiving willen invoeren thuis. Ook al waren de pelgrims in België niet zo gedenkwaardig, het idee van Thanksgiving is op zich prachtig; samenkomen met je familie en vrienden en uitspreken waar je dankbaar voor bent: je familie, vrienden, en dubbel gevulde oreo’s bijvoorbeeld, ik zeg maar wat.

  1. En last but not least- ik wil me graag verdiepen in het fenomeen dat heet: extreme couponing, oftewel gelijk-ne-zot-bonnekesknippen. Op tv zie je dan mensen met zeven volle karren een berg bonnetjes te voorschijn toveren en uiteindelijk 3 dollar betalen voor de hele lading boodschappen (30 pakken toiletpapier, 17 luchtverfrissers, 50 liter fruitsap, 29 blikken tomatenblokjes met basilicum…). En dan boos zijn dat het nog 3 dollar was. Want je kan ook geld terugkrijgen. Owwwww ja, de poen ligt voor het rapen in the land of opportunities! Ik ga rijker terugkomen dan ik vertrokken ben!

Harvard versus KU Leuven

Je zou je voor minder een Europees kneusje voelen: Boston huisvest niet minder dan twee topuniversiteiten, nl. MIT en Harvard. De labo’s van deze laatste zijn dan ook de reden waarom ik momenteel Iced caramel machiato slurp i.p.v. een Hoegaarden op onze buurtBBQ. Dit weekend hebben we een rondleiding gevolgd bij enkele van de gebouwen van Harvard -dat net als de KU Leuven verspreid is over verschillende campussen (campi?) in de hele stad. Dit maakte duidelijk dat er misschien wel wat gelijkenissen zijn tussen onze alma mater en “Hahvahd” zoals ze het hier zeggen, maar even goed heel wat verschillen. Tijd voor een show down: Harvard vs KU Leuven.

Harvard is naar Amerikaanse normen oud, heel oud. Opgericht in 1636, voor het Amerikaanse gevoel toen de dieren nog spraken. Ze spraken dan zeker al 200 jaar bij de oprichting van Harvard, want de universiteit van Leuven is van 1425.

Harvard – Leuven 0-1.

Harvard staat hoog in de top 5 van beste universiteiten ter wereld, de top 1 namelijk. Leuven stond in 2014 op plaats 96. Yanina Wickmayer tegen Serena Williams dus. Hmmm, ik weet waar ik m’n geld op zet.

Harvard – Leuven: 1-1.

In Harvard eten de eerstejaars in majestueuze hallen (cf. The dining hall in Harry Potter, minus de vliegende kaarsen en uilen). Alma. Need I say more?

Harvard – Leuven: 2 -1.

Harvard heeft ongeveer 21 000 studenten. Op enkele uitzonderingen na, lijkt het wel dat ongeveer elke campus tegenwoordig KULeuven heet, of die nu in Brugge, Gent of Geel ligt. Totaal aantal studenten: 57 000.

Harvard – Leuven: 2-2.

Het collegegeld om 1 jaar les te volgen aan Harvard is 40 000 dollar. Samen met de boeken, het verblijf en andere kosten kom je aan zo’n 60 000 dollar. Per jaar. De prijs van een gemiddelde glimmende audi a7. Auwch. Het collegegeld in Leuven, recent verhoogd en zwaar tegen geprotesteerd, kost nu iets meer dan het gemiddeld glimmend Iphoontje waar iedereen mee rond loopt.

Harvard – Leuven: 2-3.

Als je binnen raakt in Harvard, wordt er voor gezorgd dat je het kan betalen. Niet minder dan 70% van de studenten krijgt een vorm van financiële steun. Het is geen lening, ze moeten het nooit terug betalen. Leuven geeft ook wel steun, maar aangezien het inschrijvingsgeld in Harvard zo’n 75 keer hoger ligt dan in Leuven, is het daar uiteraard ook wel meer ‘van doen’. Maar toch, vrijgevigheid moet geapprecieerd worden dus uit sympathie:

Harvard- Leuven: 2,5 – 3

Zoals ik al zei hierboven: ‘ALS je binnen raakt in Harvard’. Het toelatingspercentage is 5,9%. Je bent best vanaf je 12de bezig met de juiste vakken, de juiste vakantiejobs en de juiste hobbies om je cv aan te dikken. Vanaf je 16de wordt het nodig er écht mee bezig te zijn. Je kan op je 16de nog rustig bezig zijn met jongens en de make-up tips uit de Joepie en nog met gemak ongeveer elke opleiding van je keuze binnenwandelen op je 18de. OK, voor sommigen is er een ingangsexamen, maar aan het tempo dat daarin vragen geschrapt worden omdat ze dubbelzinnig zijn, geraak je er binnenkort ook door als je naam correct geschreven is.

Harvard- Leuven 2,5 – 4.

Is dat zo’n goeie zaak dan, dat iedereen alles kan gaan proberen? En nog eens proberen? En nog eens proberen? Hmmm… not sure. Alles heeft voor- en nadelen natuurlijk.

Harvard- Leuven 2,5 – 3,5 voor ‘reasonable doubt’

Onder de alumni van Harvard zitten 21 Nobelprijs winnaars. Voor de KULeuven is dat 2. Hum.

Harvard – Leuven: 3,5 – 3,5

Onder die alumni zitten ook enkele presidenten, senatoren, en Matt Damon.

In Leuven natuurlijk geen presidenten maar we hebben wel…

wacht, MATT DAMON?!

POINT –

SET –

MATCH