De naam is Tanti. Super Tanti

Mijn moeder was met vier thuis. Mijn vader komt uit een gezin met zeven kinderen.

Dat maakt dat ik opgroeide met een hele verzameling tantes. En nonkels/ooms natuurlijk ook, maar vandaag wil ik het over de tantes hebben.

Sommigen zagen we bijna wekelijks, sommigen 2 keer per jaar. Sommigen noem ik tante, sommigen gewoon bij hun naam. Met sommigen heb ik hele fijne herinneringen opgebouwd, met anderen heb ik nooit een écht gesprek gevoerd.

Wat natuurlijk logisch is, binnen een groep van een tiental dames.

Dat maakte dat er een vraag in me opborrelde, toen ik in 2012 een telefoontje kreeg met de melding dat een schoonzusje zwanger was – wat voor tante wil ik worden?

Ik geef toe, ik ben niet de vrouw die hoge kreetjes laat als er een baby gespot wordt. Ik zal hooguit eens glimlachen, maar in zwijm hoef ik daar niet van te vallen. Ik heb heel lang gedacht dat ik geen ‘kind-persoon’ was, maar ik merkte wel dat kinderen over het algemeen best wel graag bij me in de buurt waren. Misschien omdat ik ‘gewoon’ deed? Of omdat ik me met dezelfde ernst helemaal kan smijten in een fantasiewereld?

Hoe dan ook, manlief straalt wél 100% ‘kind-persoon’ uit, zijn scoutsverleden kwam hem goed van pas. Hij werd dan ook vaker als babysit gevraagd dan ikzelf. Niet dat ik me nu opeens kandidaat stel he mensen! Het is louter een vaststelling.

Dus toen mijn nichtje geboren werd, gingen we naar het ziekenhuis, en noemden we elkaar ‘nonkel’ en ‘tante’ voor de gein. Maar het klonk wel goed, moet ik zeggen.

Ik had alleen niet verwacht wat er toen zou gebeuren.

Ik had helemaal niet gedacht dat ik me zo betrokken zou voelen bij dat kleine hummeltje. Dat ik meteen een gevoel zou hebben van ‘ja, jij hoort bij de clan’.

Dat ik zo ontroerd zou zijn, toen ze me voor het eerst bij mijn naam noemde (en het landde op ‘Tanti’ want Tante Isabelle is zo lang en moeilijk uit te spreken en ik ben ook nog geen 100). Ze gaf er mij een high five’je bij en ik smolt daar ter plekke.

Ondertussen ben ik de fiere Tanti van vier nichtjes, een neefje en een neefje op komst. Ik ben altijd blij als ik hen zie, ook al omdat het zo heerlijk is om Krullenbol te zien verbroederen – hij is nog steeds enig kind en het doet iets met een mens om hem dan te horen gieren van het lachen met het neefje, te zie hoe hij vol bewondering opkijkt naar de oudere nichtjes, of te merken dat hij het jongere nichtje aan het commanderen is, en zij zich dat (even) laat welgevallen.

Ik heb zelf goeie herinneringen aan opgroeien met mijn neven en nichten (al is een deel ervan 20 jaar ouder dan ik), dus ik hoop dan deze generatie te kunnen meenemen.

Dus ja, wat voor Tanti wil ik zijn? De Tanti die coole taarten bakt als ze jarig zijn. De Tanti die samen koekjes of cake maakt. De Tanti die brieven schrijft, als zij het alfabet leren. Die hen meeneemt naar de speeltuin met een rugzak vol lekkers.

Ik heb de meest geduldige ouders gehad, maar hey, zelfs ik heb ooit mijn koffers gepakt om ‘bij mijn tante te gaan wonen’. Zij ontving me met open armen, luisterde naar mijn verhaal, gaf me een pakje chips en bracht me gekalmeerd terug naar huis.

Wel, bij deze Tanti zal er ook altijd een plekje zijn.

(en geen chips, moet ik toegeven, maar chocola wel. Er zal altijd chocola zijn).

Aan de vrouw met ‘baby’ op haar verlanglijstje

kerstkaart

Aan de vrouw die niet weet hoe ze haar verlanglijstje voor Kerst moet afmaken

Aan de vrouw die iets wilt dat je niet onder de kerstboom vindt

Dat niemand kan kopen – al zeggen ze van wel – niet met alle geld van de wereld

Niet met alle tijd van de wereld. Niet met alle liefde van de wereld.

 

Niet dit jaar.

 

Aan de vrouw met ‘baby’ op haar verlanglijstje.

Ik weet hoe je je voelt.

 

Ik weet hoe je je voelt als je de kerstsokken ophangt.. 2 of 3 of 4 of… maar altijd eentje te weinig

Ik weet hoe je je voelt als wat je wilt, niet afhangt van hoe braaf je bent geweest

 

Misschien dacht je vorig jaar dat alles wel in orde zou komen.

Misschien denk je dat al lang niet meer.

 

Misschien mis je de baby die enkel in je dromen woont.

Misschien mis je de baby die onder je hart woonde, maar nooit in je armen.

Misschien mis je de baby die er was, maar die veel te snel weer vertrok.

 

Ik ken jou.

Ik zie jou.

 

Ik zie het als je lacht en praat en doet alsof er niets aan de hand is.

 

Aan de vrouw met baby op haar verlanglijstje.

Een paar dingen moet je onthouden. En dan mag je mij er ook aan herinneren.

 

Het is okee om veel te hebben, en toch iets te missen.

Het is okee om veel te geven, en graag iets terug te wensen.

Het is okee om er veel aan te denken, en het is okee om te proberen om er niet aan te denken.

 

Ik weet dat het bestaat, dat gevoel waar geen woord voor is, een intense blijdschap voor die zus, vriendin, collega, buur die zwanger wordt, en tegelijk die stekende pijn om wat jij mist. Met een oprisping van boosheid misschien, een irrationeel gevoel van onrechtvaardigheid.
Hoe zouden we dat moeten omschrijven, waarom zouden we dat moeten omschrijven, niemand kan het begrijpen zonder tot deze club te behoren.

 

Aan de vrouw met baby op haar verlanglijstje.

Soms kijk je in de spiegel en vraag je je af of het ooit zal gebeuren. Misschien heb je hoop, misschien durf je niet meer te hopen.

Soms ben je nerveus om naar babyborrels te gaan. Omdat je niet weet hoe het gaat binnenkomen. Omdat je geen waterproof mascara hebt. Omdat je de vragen niet meer weggeslikt krijgt. Je mag eerlijk zeggen wat je niet ziet zitten. Wees zo lief voor jezelf.

Soms zou je willen schreeuwen naar al die bolle buiken, roepen, tieren – besef wat je hebt, geniet van wat je hebt, het is geen cliché het is ECHT een wonder.

Soms bijt je zo hard op je tanden omdat je de sfeer niet wilt verpesten, dat je het voor jezelf verpest. Je mag eerlijk zijn over je verdriet. Jij hebt recht op dat verdriet. Als je tandpijn had zou je het ook zeggen. Waarom zou hartpijn dan niet welkom zijn?

Jij bent okee. Zoals je bent. Verlanglijstje en al.

Ik wens je een warme kerst. En baby dust.

sterrenstof

 

Cocoon

Niet storen aub’.

In de dagen en weken nadat ons ventje geboren was, voelde het alsof ik een groot bord aan de deur wilde hangen. Of rond ons huis. Of aan mijn nek. Met ‘niet storen aub’. Ik weet wel dat dit niet ongewoon is, zelfs niet meer dan normaal, dat je tijd nodig hebt, met je vers uitgebreide gezin. Om een nieuwe evenwicht te vinden, om elkaar te leren kennen. Om eenvoudigweg een paar uur vol ongeloof naar die kleine wereldburger te staren. Om te wennen. Maar voor mij, extraveel extravert, was het een ongekend gevoel.

 

Natuurlijk wilde ik wel wat bezoek. Het was zo fijn te zien hoe mensen instant verliefd werden op wat uiteraard de mooiste baby van de wereld was. Maar daarna mocht er weer tijd zijn voor ons drie, met twee pluizige viervoeters die het af en toe aandurfden zich naast ons in de zetel neer te vleien. De definitie van gezellig.

 

Ik had het al zo vaak gezien bij vrienden en vriendinnen, dat ze post baby een paar maanden van de radar verdwenen, voor ze weer actief contact zochten. Maar het was weer zo één van die typische dingen, die je nooit helemaal begrijpt voor je ze zelf mee maakt.

 

En toen, toen we bijna klaar waren om uit ons coconnetje te komen, toen verhuisden we, naar de andere kant van de oceaan. En onze agenda, die wist niet wat hem overkwam. Die eerste maanden van 2015 was het gewicht van de afspraken amper te dragen: doktersbezoeken, zaken regelen rond de zwangerschap, de baby, de babyborrel en doop, de verhuis, informatie krijgen over tijdskrediet, bevallen, het ziekenhuis, de beurs van manlief, het zoeken van een housesitter, alles rond het appartement dat we tegelijk nog aan het bouwen waren, afronden van projecten op mijn werk, afscheid nemen,… (er zitten nog 104 andere dingen achter deze drie puntjes verborgen). Regelen. Lijstjes. Alles goed, maar druk druk druk (zo hoort het toch?). Ik vond dat allemaal wel OK. En dan: de verhuis.

Alles.viel.weg.

 

Hobbies vielen weg. Sport viel weg. Vaste familiebezoekjes vielen weg. Koffie met de buurvrouwen viel weg. Afspreken met vrienden viel weg. Iets gaan drinken met de collega’s viel weg.

 

Wat bleef, waren wij drietjes. Tijd voor ons. Zo werd het appartement in Brookline ons nieuwe coconnetje.

 

Ken je dat gevoel dat je een liedje hoort en denkt: hoe kan dat nu, dat gaat over mij. Zo gek.

 

Dat is ‘Quiet little place’ van K’s Choice.

Zo gaat dat:

 

“Quiet Little Place”

In this quiet little place

I can’t remember having known a different pace

In this quiet little place

I can surrender to the beauty of its face

And now everything I see

Whether it’s an airplane or a tree

It makes me wonder

About the things I must have missed

And the chains around my wrists

They are no longer

In this quiet little place

I can’t imagine what it’s like to be back home

Where they care about what time it is

And spend their days answering the phone

And now everything I feel

Whether it’s fiction or it’s real

It’s so much clearer

Like the color of this light

It seems more dangerous and bright

But I don’t fear her

And slowly it fades, I’m back in the race

I have to fight it, I know

I don’t want to go away

In this quiet little place

You run your fingers through my hair and whisper “Hey”

And no matter how I try

I can’t seem to think of anything better to say

 

 

Tijd om uit ons coconnetje te komen, en naar huis te vliegen. Ik denk dat ik niet langer Rupsje Nooitgenoeg ben. Dus ja…Wie weet…  zijn we misschien een vlinder?

rupsje_20nooitgenoeg_20groot

Raadseltje

 

– “Weet je wat mijn favoriete moment van de dag is?”

– ” Wanneer je thuis komt en ventje het letterlijk uitgiert van de pret en met een gezichtje dat één en al lach is, naar je toe komt lopen, zijn armpjes al klaar voor een knuffel?”

 

Dat was een makkie hoor 🙂

Ik zie ik zie

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Terwijl jij buiten van de speeltuin geniet

 

Scherpe randjes

Gevaarlijke kantjes

Struikelblokken

Puntige stokken

Strep- en andere kokken

 

Bacillen, virussen, vuil

Een hobbel, een knobbel, een buil

 

De horrorfilm van wat kan zijn

Een dagelijks deel van het mamabrein?

Schilderijtje

Iets vroeger dan ideaal zou zijn, hoor ik een verwarde schreeuw. Buiten waait het warm, in de slaapkamer is het donker en koel. Ik hef hem uit zijn bedje, sussend. Ik neem niet eens de tijd binnensmonds te vloeken dat ik dat niet rugsparend heb gedaan. Ik neurie het avondlied, wieg hem zachtjes heen en weer. Zijn hoofd zakt op mijn schouder. Het blijkt een schijnbeweging, als ik hem weer in zijn bed wil leggen. Met een snokje trekt hij zichzelf weer wakker.

Dan maar samen op het grote bed. Ik doe mijn ogen dicht, omdat ik weet dat hij me in de gaten zal houden, en hoop dat hij mijn voorbeeld volgt. Mama slaapt, nu jij nog. Hij rolt nog wat heen en weer, altijd tegen me aan, en dan zie ik door mijn wimpers dat zijn oogjes langzaam dichtvallen. Zijn hoofd ligt op mijn arm. Dat bemoeilijkt de aftocht zodadelijk aanzienlijk. Ik overweeg mijn opties. De airco zoemt.

 

Het is dinsdagmiddag, kwart over twee. In de oven staat het eten klaar voor vanavond. De namiddag zindert, er kan vanalles, maar niets moet. We kunnen naar de speeltuin. We kunnen naar de winkel. We kunnen samen een dutje doen.

 

Dit ga ik missen. Niet denken aan later, blijven bij nu. Schets het in je hoofd, voor alle zekerheid. De zinnen rijgen zich aan elkaar. Ik kijk naar mijn zoon, 14 maanden wonder. Hij ademt wat dieper, zijn arm zakt naar beneden. Hij maakt een smakkend geluidje. Het lijkt of hij lacht. Ik moet dit opschrijven. Nee. Niets moet. Ik kan dit opschrijven. Of niet. Dan hoop ik dat het toch blijft zitten, tussen de bladzijden van mijn geheugen. Als een postkaart met gekrulde randjes.

Baby log

B.log – star date 09062016

  • Vandaag alweer als een baas alle groene boompjes en aardappelstukjes naar binnen gespeeld. Aangedrongen op meer kip volgende keer. Dat blijft toch het lekkerste.
    two-heads-of-broccoli
  • Perziksap werkt goed als haargel. Pompoenpuree iets minder, blijkt uit eerste testen. Niet opgeven.
  • Preliminair onderzoek duidt erop dat de houtsnippers van de speeltuin, niet lekker zijn. Mama raadt verder experimenteren af. Ook toen ik aanbood dat zij het zou proeven.
  • Mama had vandaag een t-shirt aan waarvan de neklijn nog volledig op zijn plaats zat. Dat heb ik snel even opgelost.
  • Als je goed mikt, kan je de schort én de handdoek omzeilen en papa’s broek toch raken met die havermoutpap. Maar de beweging moet vanuit de pols komen.
  • Ik stuurde aan op een compromis, maar blijkbaar moeten beide schoenen aan voor we naar buiten gaan.
  • Mijn ouders maken sterke verbale vooruitgang. Elke keer ik ‘BE’ roep, zeggen zij al spontaan ‘BI’. We hebben daar niet eens lang voor moeten oefenen.
  • Mama zegt dat ze altijd kusjes over heeft voor mij. Tot nu toe blijkt dit te kloppen. Note to self: Blijven testen, kan geen kwaad.

Thuis

Met de eerste zomerprik (tja, op één dag van 18°C naar 35° met 100% vochtigheid, dat kan prikken), arriveerden ook de vriendjes voor een lang weekend. Ze brachten de zon mee in hun handbagage, want ze zijn net als wij sinds een aantal maanden kustbewoners van de VS. Alleen is het een andere kust.

 

Toen kwamen wij tot het besef elkaar vorig jaar in juli voor het laatst gezien te hebben. Ook al voelde dat niet zo, ook al was het moeilijk te geloven, het bewijs liep joelend rond de koffers. Toen we zoveel maanden geleden in onze tuin thuis zaten te brunchen, lag hij nog niet mobiel te wezen en belletjes te blazen in een wippertje.

 

Het gesprek landde op het onderwerp dat me al even bezighoudt. Een woord dat sinds enkele maanden in mijn hoofd woont als een onvoorspelbaar insect. Het duikt op en slaat haakjes in mijn gedachten, sinds het mailtje van manlief: datum en vliegtuigplaatsen voor terugkeer vastgelegd. Of, zoals hij het zelf schreef: tickets richting ‘thuis’. ‘Thuis’. Hoeveel subtekst er alweer in zo’n kleine zwevende komma’s kan verborgen zitten.

 

Dus nadat enkele verduidelijkingen nodig bleken in onze gesprekken – bedoel je ‘thuis’ of ‘thuis thuis’? Hier thuis? Daar thuis? Allez ja, niet hier maar …– vroeg ik me af wat thuis definieert.

 

Letterlijk in het woordenboek: Je woning, waar je je goed voelt. Ook: het middelpunt van een huishouden, dierbare relaties en interesses, samen met het comfortabele en tevreden gevoel dat dit opwekt.

 

In de boutade van elke Belg: waar mijn Stella staat. Maar ik drink geen bier.

 

Voor één van de vriendjes: waar mijn spullen staan. Dus thuis is met de container aangekomen, in noppenfolie gewikkeld? Nee, … die dierbare relaties blijken toch te spelen ook. Het wordt al snel duidelijk dat het niet zo makkelijk te vatten is, en bovendien voor iedereen anders.

 

Oost, West, thuis best. Enkel West getest, dat helpt ook al niet. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Onzin, het klokje is van Ikea dus het tikt ontelbaar vaak hetzelfde. In het Engels dan: home is where the heart is.

 

Aha.

 

Voilà.

 

Vanaf half augustus is mijn thuis tussen pakweg 9 en 6 een crèche die De Bijtjes heet.

Grote boodschap

Waarschuwing. Deze post gaat over een onsmakelijk onderwerp. Mogelijk is het iets waar je niet wilt over praten, of al helemaal niet over wilt lezen. Of misschien praat je er net dagelijks over, en dan heb je waarschijnlijk een baby/klein kindje.

 

Het gaat over ‘de grote boodschap’. Numero twee. De fax naar Darmstadt. Jawel.

 

Vóór de baby (je weet wel, BC) kwam dat onderwerp zelden of nooit op tafel ter sprake. Ik zou zeggen, gelukkig maar. Zolang alles OK was bij het regeren op de porseleinen troon, hoefden we het daar niet over te hebben. Maar opeens ben je verantwoordelijk voor het welzijn van een ander mensje, en is ‘bruintje uitlaten’ daar een cruciaal onderdeel van. Uiteraard niet zo gek, als je weet dat je gezondheid in grote mate afhangt van wat er in je darmen gebeurt.

Plots is hoe vaak ‘de rioolbelasting betaald wordt’, hoe veel en hoe het eruit ziet deel van de dagelijkse gesprekken. Of van de dagelijkse sms’jes, bijvoorbeeld naar manlief op het werk. Bepaalde emoticons, BC nooit eerder gebruikt, blijken nu onmisbaar!

 

Manlief: Hoe gaat het daar met ventje?

Ik: Goed! Flink gegeten en the 💩 has landed!

Manlief: Ah prima, want gisteren was 💩-loos he.

Ik: Nee klopt, maar nu was het 💩💩 💩!! Whoehoe!

 

Dus ja, het hoort erbij dat we de eerste weken wel eens opzij moesten duiken bij het vervangen van een luier (record gesteld op 1,5m ver, don’t ask). Dat je moet bijhouden hoe vaak er ‘gedownload’ wordt. Dat ik nu een uitgebreide kennis hebben van welke groenten en fruit naar de uitgang toe werken, of net niet. Dat ik het alleen als goed nieuws zie wanneer ventje opeens heel geconcentreerd in de verte staart, rimpeltjes trekt op zijn voorhoofd en knalrood wordt. Een goeie darmflora is veel waard en niet zomaar aan te schaffen met ecocheques. Poops, I did it again!

 

Maar echt, schatjelief… moet dat nu al-tijd tijdens het eten? Shit zeg.

Talent

Talenten. Als er iets is waar anders mee omgegaan wordt in Amerika dan in Vlaanderen, dan zou ik zeggen: talenten. In Vlaanderen is ergens goed in zijn, iets dat je vooral niet te hard mag roepen. Stel je voor dat je zegt extreem goed te kunnen… voetballen/organiseren/koken/noem-maar-op. Dat kan toch helemaal niet? Tssss…Kan het bovenste knopje van je hemd nog dicht?

Zelfs op mijn cv, die er toch op gesteld is talenten ietwat te etaleren, is het allemaal tussen de lijnen door te lezen. Ik heb dit en dat gestudeerd, en ik heb zus en zo gedaan – dus je begrijpt nu toch zeker zonder dat ik het moet zeggen dat ik daar geen totale mislukkeling in ben?

 

In Amerika pakken ze dat anders aan. Als je ergens ook maar een béétje goed in bent, dan mag dat geweten zijn. Sterker nog, dan worden de superlatieven al snel boven gehaald. Amazing, wonderful, incredible, en ja hoor, ik zeg het over mezelf. Laat er in Amerika geen twijfel over bestaan:  WE ROCK!

 

De Amerikaanse aanpak is misschien wel wat extreem, van mij hoeven we onze talenten nog niet op t-shirts te drukken, en op je arm te tatoeëren, maar eerlijk zeggen waar je goed in bent, dat vind ik wel helemaal OK. In tegenstelling tot wijsheid, die mij duidelijk aan het overslaan is, komt dat soort kennis wel met de jaren. Ik wéét dat er een aantal dingen zijn waar ik goed in ben. Zijn er mensen beter? Ongetwijfeld. Véél mensen. Maar kan ik een moeilijk onderwerp eenvoudig aanbrengen? Kan ik meerdere projecten tegelijk aan? Kan ik op een meeslepende manier voorlezen? Heb ik, ondanks mijn totale a-muzikaliteit, wat ik zou omschrijven als een absoluut gehoor voor taal? Yes. All of the above.

 

De keerzijde is natuurlijk dat je ook beseft waar je NIET goed in bent (en de lijst is laaaaaang). Een kleine greep uit het aanbod: Ik kan niet zingen. Ik kan niet ja-knikken als ik ‘neen’ denk. Ik kan geen grote verhalen schrijven. Ik kan niet schilderen.

 

…Hoewel… een klein tafereeltje schetsen, niet met de grote borstel, maar met een klein penseeltje van taal – dat kan ik ook. Maar als het over de big stuff gaat, dan lijkt het plots niet meer te lukken. Ik vind de woorden niet, of liever, de woorden vinden mij niet meer. Mijn letters lijken niet te vatten wat ik voel. Het blijven gewoon letters, letterlijk, ze ademen niet wat ik over wil brengen.

 

Zo zit ik al een maand te kauwen op wat me nu elke dag blijft verbazen. En het lukt me niet, niet zoals ik het wil. Ik draai de woorden om en om, ik probeer ze te kneden, ik krijg het niet geschreven. Hoe hij eerst zijn angst overwon die hem meteen deed bukken en naar ons deed kruipen als we op een afstandje stonden. Hoe hij één voetje zette, nog eentje en zich dan naar ons toe liet vallen – van ondereeeeeeen! En hoe hij toen opeens, plots, bijna uit het niets, maar ook weer uit het alles van daarvoor, vijf stapjes zette, zes, tien, de keuken door. Zijn gezichtje, hoe hij straalde, hij wist perfect wat een mijlpaal hij hier verplaatste. Hij stapt, hij stapt, hij loopt, binnen de week crosste hij het appartement door, bochtjes pakken, dingen van de grond oprapen, zelfs al eens tegen een balletje schoppen, opeens leek de dam opengebarsten en al die nieuwe skills kwamen in één keer met een rotvaart mee.

 

Als de woorden je tekort schieten, kan je er altijd gaan lenen, gelukkig.

 

One small step for mankind, one giant leap for our kind little man.

 

Proficiat schatje.

 

Spijtig spijtig spijtig (2)

  • Dat ik nog steeds niet helemaal de vergelijking kan maken tussen Belgische en Amerikaanse melk. ‘Half and half‘, tot daar toe. Maar 2%, 1%, fat free, skimmed… ? (keuzestress)
  • Dat een maandabonnement voor de fitness 110 dollar kost. En zes weken persoonlijke begeleiding 525 (maar met de coupon nog maar 495!)
  • Dat kinderkledij hier steevast de schattigste opschriften heeft en dus enorm moeilijk te weerstaan is (“Mom’s cute. I’m cute. Dad’s lucky”).
  • Dat ik nu officieel geen enkel kledingstuk meer heb zonder hardnekkige vlekken. Ooit was het anders (wanneer beginnen de solden hier?)
  • Dat ik dacht dat die oudere man een oorapparaatje had, maar hij eigenlijk handsfree aan het bellen was (Tja. Ofwel praatte hij gewoon tegen zichzelf, ook een optie)
  • Dat ik niet terug naar België wil/graag terug naar België wil/nu nog niet naar België wil/ nu meteen naar België wil/ (Repeat)
  • Dat veel mensen best wel negatief doen over onze terugkeer: ‘Ai ai terug naar het gewone leven’, ‘dat zal afzien worden’, ‘het mooie liedje is gedaan’, ‘terug naar saai en koud Vlaanderen’ etc etc. Lighten up people! ( Kan je wennen aan wennen? Maar worst things have happened dan dat wij naar huis komen)
  • Dat nu wetenschappelijk is vastgesteld dat er géén manier is om de buggy de trappen af te krijgen zonder je onderrug op zijn minst aardig te verrekken ( Auw. En nog eens auw).
  • Dat een baby die op je lijf trommelt met een houten blokje het dichtste is dat ik al  geraakt ben bij een therapeutische massage (even m’n verbeeldingskracht gebruiken)
  • Dat de uitspraak ‘sleeping like a baby’ mij nog altijd luidop doet lachen (whoehhaha – daar ga ik weer).

Riing riiiing

“Ring Riiiiing. Ring Riiiiiiing. Ah, hallo! Ja, dag oma! Hoe gaat het? Ja, ons ventje is hier hoor. Oh, je wilt hem spreken? OK, hier komt ie. ’t Is voor jou, ’t is oma!”. Ik hou de plastieken hoorn in zijn richting. Het ding maakt een rammelend geluidje. Hij lacht breed, dit vindt hij echt geweldig. Hij neemt de hoorn over en houdt die aan mijn oor. Of aan mijn neus. Hoe het uitkomt.

telefoon fisher price.jpg

Dat speelgoed is al behoorlijk retro. Wij bellen tegenwoordig bijna alleen nog met Skype of Facetime. Of we sturen een Whatsapp’je. Of een facebookberichtje. Al die mogelijkheden tot communicatie maken over de plas zitten een stuk aangenamer. Het leek de voorbije negen maanden korter te maken. Ook al zijn we niet thuis, familie en vrienden kunnen ons ventje letterlijk zien opgroeien, want als hij het Skype-beltoontje hoort, is hij graag van de partij. Hij wilt steeds aan de gezichten komen, draait soms de Ipad om. Waar zitten ze nu? 

Wij vroegen ons af hoe dat zou gaan, nu de familie een paar weken niet meer op het schermpje te zien was, maar in 3D in onze woonkamer. Zou ons ventje hen herkennen? Zou hij het eng vinden? Uiteindelijk is het alsof je je favoriete filmster in het echt ontmoet!

 

Na een paar uur wennen ging het prima. Het bleek veel leuker om échte gezichten te kunnen aanraken, te knuffelen, samen rond te wandelen en verstoppertje te spelen. Omdraaien en nog steeds de persoon vinden!

 

Nu zit iedereen weer aan de andere kant van de oceaan, en van het scherm. We skypen. Ventje draait de Ipad om. Waar zitten ze nu? Spelen ze weer verstoppertje? Er is alleen het zilverkleurige materiaal van het toestel. En opeens lijken de volgende drie maanden lang. Langer. Dat heet metaalmoeheid denk ik.

Gedeelde vreugde, gedeelde smart

Het is ongelooflijk dat op zo’n jonge leeftijd al heel wat karaktertrekken naar boven komen. Ja, mijnheertje heeft het graag precies zoals hij het wilt. Als hij applaus en aandacht krijgt, kan hij altijd een tikje meer, en met meer enthousiasme (echt, geen ideeeeee van wie hij dat heeft). Als iemand het waagt zijn aanwezigheid te negeren, zoals recent nog, gaat hij allerliefst lachen en houdt ie zijn hoofdje schuin: “Jij ook lachen?”.  Ik kan je niet vertellen wat voor persoon daar niét door smelt, want dat is ons tot vandaag nog nooit overkomen.

Hij blijkt best sociaal, en ook met delen heeft hij helemaal geen probleem.

Hij eet alleen groentenpuree als hij zelf ook een lepeltje krijgt om mee te prakken. Het in zijn eigen mond steken, gebeurt nog niet, maar er wordt wel geregeld een portie richting mama of papa gestoken. Met het hoofd een beetje schuin lijkt hij te zeggen: “Jij ook hapje?” – “Ja, mama ook een hapje” – Blijkt zo dat gepureerde bloemkool met vis nog best te eten is!

 

Ik poets zijn zes tanden en nadat hij even geduldig zijn mondje heeft opengehouden, neemt hij de tandenborstel beslist over en draait hem om, richting mijn lippen: “Jij ook poetsen?” “Ja, mama ook tandjes poetsen”.

tandenborstel 

 

Hij en zijn doekje zijn onafscheidelijk. Hij houdt het aan zijn neus, hij sabbelt er een beetje op, hij legt het op zijn hoofd als hij slaapt, het troost hem als hij overstuur is, kortom Doekje (de hoofdletter is verdiend) is een beste maatje. Maar als hij op mijn schoot zit, zal hij ook al eens een puntje stof mijn richting uitduwen: “Jij ook Doekje?” – “Ja, mama ook Doekje”. Na even ‘doen-alsof-ik-sabbel’, trekt hij het met een snok weg en kraait het uit van pret als ik dan keer op keer een gezicht vol ongeloof en grote ogen opzet.

 

We kregen drie weken lang bezoek van familie en daarna ook van vrienden. Het was fijn, het was gezellig, het was vakantie. Ons ventje maakte snel vriendjes, er werd heen en weer gekropen en aan het handje gestapt. Maar vorige vrijdag namen we afscheid van iedereen. En die namiddag had hij het moeilijk. Hij wilde geen dutje, hij wilde niet spelen, het voelde alsof er iets mis was. Hij jammerde wat en ik vroeg me af of hij het gezelschap miste.  Ik zong voor hem, we dansten rond, maar hij leek nog steeds wat triest. Ernstig hield hij zijn hoofd schuin.  *Zucht*. “Ja, schatje, mama ook”.

Vliegen met Boston dreumes

Ik schreef: ondertussen is onze happy baby 1 jaar. Maar toen ging ik denken: is-ie eigenlijk nog een baby? Vanaf wanneer ben je een peuter?

Op zo’n moment kan alleen Google helpen (of de 24-delige encyclopedie, maar die heb ik hier niet bij de hand). Blijkt dat in België kindjes ‘peuter’ worden genoemd vanaf ongeveer 1 jaar, maar de grens is niet zo duidelijk, in Nederland ben je tussen 1 en 2 jaar nog een dreumes.

Onze happy dreumes dus eventueel. Die heeft alweer de nodige airmiles verzameld. Vliegen met een baby, excuseer, een dreumes, kan de meest koelbloedige onder ons zweetpollekes bezorgen. Het wordt er immers niet gemakkelijker op: toen we naar Boston verhuisden, kon ons ventje zich zelfs nog niet omdraaien, en nu sluipt, kruipt en ‘break dancet’ hij letterlijk gaten in zijn broek.

 

Maar kijk. Het ging prima. De vlucht naar Buffalo, New York, was dan ook maar 1u en 10 minuten. Neen, hier geen extra klein riempje dat aan mijn riem moest hangen, zoals in Europa, ik kreeg de tip hem gewoon goed vast te houden. Allez dan. Nu was ik net van plan wat rond te dansen tijdens het opstijgen. Bummer.

oorkapOp de heenvlucht heeft hij de hele tijd tegen me aan geslapen, met zijn oorbeschermertjes op. Ik hield er een stijve arm en een gesmolten hart aan over.

 

Bij onze terugkeer na een heerlijke vakantie, entertainde mijnheertje de halve luchthaven. Er moest heen en weer gestapt worden, heen en weer, heen en weer. Aan het handje natuurlijk nog, dus hulp wordt met aandrang gevraagd – of hoe je je zonder woorden toch zéér duidelijk kan maken.

Er werd oogcontact gezocht met iedereen die hem interessant leek, zelfs als hij dan wel wat verlegen ging doen, als de ander dan ook effectief reageerde. Zelfs die ene man, die maar niet wilde wijken en koppig naar de grond bleef kijken, is gezwicht – daar moest hij wel een keer of vijf voor langs kruipen en dan met een scheef hoofdje zijn beminnelijkste lachje tonen (echt, showbeest, ik weet niét van wie hij het heeft).

 

Dan is het natuurlijk wel fijn – voor hem maar ook voor ons- dat Amerikanen al snel contact maken en al eens iets durven zeggen tegen een onbekende met een onbekende baby, excuseer, dreumes. Het regende ‘Hi, there’s, ‘Hello honey’s’ en ‘Good job, buddy’s.

Soms is die interactie net wat lastiger, zoals toen een medepassagier langs kwam en zei: “mefether ffdon passiehumfrandy”.

Zaten we daar met vier volwassenen, die alle vier toch een meer dan behoorlijk mondje Engels spreken, maar alle vier gaan zweren dat het dat was dat-ie zei. Verbatim. Na een herhaling (en vééééél gokken/improvisatie/helderziendheid) viel de quarter dat zijn vader indentijd brandy aan zijn tutje deed en dat hij toen wel rustig werd (de man als baby, niet de vader, vermoed ik). Tja, interessante tip, thanks but no thanks. Trouwens, tijdens de vlucht sliep ventje niet, maar  was hij ongelooflijk flink!

 

Bij de weg/by the way… dat wordt niks he, die ‘dreumes’. Mijn Boston baby mag nog even baby blijven.

De bluts met de buil

Tranen waren er al geweest. Omdat papa naar het werk gaat. Omdat de fles leeg is. Omdat hij de lamp niet mag omgooien. Omdat wakker worden soms niet leuk is.

Zweet is ook een dikke check, want hij heeft de ‘dempige’ genen van vaderskant meegekregen.

Sinds gisteren is er ook bloed bij de combo gekomen. Onnozel eigenlijk. Een moeilijk momentje in een kledingwinkel, waar ik nota bene voor hem de schattigste pyjama aan het kiezen was, en ik nam hem op mijn arm. Hij ging headbangen en natuurlijk was daar nét een plaatje om de maat aan te duiden, dat boven de rest van het rek uitstak.

 

En ’t was gebeurd. Hij begon te huilen maar pas toen de druppeltjes bloed aan zijn oogje verschenen, sloeg mijn hart een slag over. Of twee. Of misschien drie. Zijn oog! Zijn mooie blauwe-groene-grijze-bruine oog!

Gelukkig was de schoon-cavalerie er. Snel werd vastgesteld dat het bloed van een minuscuul sneetje op zijn ooglid kwam. Het lijkt erger dan het is (x 1000 om mij ook gerust te stellen).

 

De eerste bluts is altijd de ergste voor de mama, zei de cavalerie. Man, ik hoop het. Het hoofd bleef dreunen ‘niets aan het handje, niets aan het handje’, maar drie kwartier later had ik nog maagpijn. Niet eens een wee gevoel, écht maagpijn. Tot zover mijn stoere ‘nothing-shocks-me-l’m-a-scientist’- attitude. Die lag mooi in scherven op de grond, naast zijn eerste druppeltje bloed.

 

Ik zal naailes moeten gaan volgen. Kan ik mijn eigen lijn  van kinderkledij uitbrengen, van bubbelplastiek en donzen kussens. Al zal ventje dat valhelmpje ongetwijfeld meteen en met ferme hand de kamer door keilen. Het is dan ook niet om zijn hoofd te beschermen, maar wel mama’s hart.

Big shoes to fill

Mijlpalen. Milestones in het Engels. Ik heb al wat geklaagd over dat Amerikaanse matensysteem, maar deze keer vind ik het wel toepasselijk. Want mijlpalen zijn belangrijk. Geen kilometerpaal, neen. Een mijlpaal is 1,6 keer serieuzer.

In je volwassen leven zijn er zo wel wat. Een diploma. Het kopen van een huis. De eerste kus met je lief. Gaan samenwonen. Verklaren dat je met elkaar verder wilt. Ouder worden – omdat het jouw verjaardag is, of omdat je baby de zijne vastlegt.

Maar niet elke dag is een mijlpaal te noemen. Misschien gelukkig maar.

 

Bij een baby lijkt dat soms wel zo. Elke dag iets nieuws. Elke dag een eerste keer. Elke dag iets leren, dat je daarvoor niet kon, maar dat je elke dag van de rest van je leven kan gebruiken. Ik vind dat onvoorstelbaar. Ik had dat niet beseft tot die mijlpaal van 2 april vorig jaar.

 

En dus documenteer ik, met de ijver en grote ogen van een kersverse baby-wetenschapper (‘The science of baby’). Data worden genoteerd. Er worden foto’s genomen. Ik heb kleine kaartjes met een aantal mijlpalen op die daarbij gebruikt kunnen worden. Het eerste lachje (al snel en niet meer gestopt). Het eerste vaste hapje (wortel, nog steeds een toppertje). De eerste keer het nachtje doorslapen (gelukkig nu meer regel dan uitzondering).

Screen Shot 2016-04-14 at 09.13.40

En elke keer besef ik wat iedereen steeds maar zegt: ‘het gaat zo snel’ – lees: ‘en soms is dat confronterend en/of emotioneel’.

Ik heb gemerkt dat ik het allemaal kan plaatsen omdat ik wéét dat de mijlpalen eraan komen. Ja, ons ventje kan nu rondlopen aan een handje. Ja, hij is nu 1 geworden. Ik ben blij, fier, een beetje emo, maar allemaal binnen de verwachte grenzen.

 

Alleen…. Ken je die kleine paaltjes die je nét niet kan zien in je achteruitkijkspiegel of die nét onder je ‘achteruit-rij-camera’ komen? Je kijkt de goeie kant op, maar je ziet ze toch niet aankomen. Met alle gevolgen van dien.

 

Ons ventje kreeg deze week zijn eerste echte paar schoenen. Maat 23. De verkoopster zegt: ‘Dat zijn ferme voetjes’. Flashback naar de 16 weken echo. ’t Is een zoontje! […] En hier, het zijn precies wel mannenvoeten’. Fashback naar de gynaecoloog die zegt: ‘Proficiat mevrouw. Goed gedaan. Hij heeft grote voetjes seg!’ Die innerlijke stem die opkomt: ‘dat heeft hij van zijn papa’.

 

 

BHENGGG!

 

Met mijn gezicht recht tegen een mijlpaal. Sterretjes slikken.

De jaren BC

Dat er veel verandert als je een baby krijgt? Je weet het, iedereen zegt het, je leest erover, maar je er helemaal op voorbereiden, lijkt een utopie.

Dingen die je als vanzelfsprekend beschouwt, zo in de jaren BC (before child), worden een behoorlijke opdracht met dat hoopje wonder op je schoot. En bepaalde woorden en uitdrukkingen krijgen een hele andere kleur, eens je ‘with child‘ bent (WC). Het gebeurt ongemerkt, maar geen ouder die eraan ontsnapt.

i-love-me-time

 

Uitdrukking BC WC
De was doen Een vlek op deze t-shirt? In de was ermee! Eén vlek op deze t-shirt? Dat valt wel mee!
Nachtvoeding Een pitta’ke na een uit de hand gelopen feestje Om 1u. Om 3u30. Om 6u. Om…zucht…
Me-time Een dagje sauna, filmpje kijken, gaan winkelen… Gaan winkelen? Ja, alleen naar de Colruyt, heerlijk. Of even rustig naar het toilet kunnen gaan, een onderschat geluk.
Rugschieter Verraderlijk persoon die je aanvalt als je niet kijkt Verraderlijke pamper die je aanvalt door de boel niet bijeen te houden, maar naar boven toe te katapulteren.
Persoonlijke hygiëne Een uitgebreid doucheke, scrubje, tandjes poetsen, flossen, wenkbrauwen epileren, nageltjes lakken… Tandenpoetsen? Gisteren nog. Nee echt. Of wacht… welke dag zijn we vandaag?
Brunch Uitgebreide maaltijd tussen ontbijt en lunch met zoetigheden en hartige hapjes. De droge boterham om 11u, rechtopstaand binnengepropt.
Kolf Maïs? Geweer? Medela? Lansinoh?
Knip 1) Afsluitingsmechanisme 2) Afsluitmiddel 3)Afscheidsbeweging (crypt.) 4) Beurs 5) Baai in Curaçao 6) Bordeel 7) Broodsoort  8) Deurgrendel 9) Deel van een raam Don’t mention the war.
“Mijn hart lijkt twee keer zo groot” Dilaterende cardiomyopathie is een ernstige hart- aandoening, ik zou dat toch eens laten nakijken. Sinds 2 april 2015. Feeling fine hartje

Hip hip

De uren zijn lang, maar de weken zijn kort.

Wat een mooie uitspraak vind ik dat. Dat gevoel hebben we toch allemaal wel eens, dat de dagen – vreemd genoeg meestal de weekdagen – voorbij lijken te kruipen als een kreupel slakje, maar voor je het weet is er opeens alweer een maand voorbij.

Of een jaar. Er zijn zo een paar ankerpunten op de kalender die me elke keer dat gevoel geven. ‘Is het nu alweer Kerst?’  – en dan, na wat aanvoelt als een week of twee – ‘Hoe, is het straks opnieuw Pasen?’. Of élk jaar op 1 januari, wanneer we uitgenodigd zijn bij de familie van manlief om uit te kateren met vers gebakken brood, paté en heerlijke kazen.

 

Het is dus helemaal niet gek dat ik echt-serieus-ernstig denk dat er een foutje is geslopen in de Druivelaar. Hoezo wordt happy baby 1 jaar deze zaterdag? Nuh-huh! Heus niet!

Of toch?

Even zijn eerste vriendenboekje checken.

Geboortedatum 2 April 2015
Kleur ogen Blauw/grijs met een beetje lichtbruin
Kleur haar Ja! In tegenstelling tot wat kwatongen beweren, heb ik wel degelijk haar! Het is blond. Neen, niet doorzichtig zoals bij mijn opa’s!
Lengte 78,5 cm
Gewicht 11 kg
Hobby’s Wandelen aan twee handjes of mijn wagentje, schommelen en Bumba kijken. En mama en papa knuffelen.

bumba

Favoriete liedje Lac du Connemara. Oh, en ‘de kikkertjes’. En ‘de boom stond op de bergen’.
Favoriete boek Little kangaroo, I love you.
Wat ik later worden wil Mezelf, mama zegt dat dat al meer dan genoeg is.

 

Jep. Het is dus toch zover. Tijd voor een feestje. Tijd voor een taartje. Tijd voor het vieren van een prachtig jaartje.

‘Moeder’-taal voor dummies

Babytaal kent iedereen. Dat gaat van babababa naar brr brr brr en wordt uiteindelijk een woordje, nog een woordje, een zinnetje…tot een niet aflatend gekwebbel – we kunnen de genetische kant uiteraard niet ontkennen. (Wat dat eerste woord betreft: we duimen nog voor ‘mama’ of ‘papa’ en niet ‘bumba’). AAAAAAAAAbook

Maar met mama en papa worden, komt ook een hele nieuwe vocabulaire kijken. Een mens kan niet verwachten daar meteen vlot in te zijn. Vandaag les 1 in moeder-taal.


 

P90: Wanneer je bij het bestellen van een verjaardagst-shirt beseft dat de maat ’12 maanden’ 12 weken geleden al te klein was.

Moederschapsrust: contradictio in terminis, van dezelfde aard als ‘chocoladedieet’ en ‘gezondheidschips’.

Relativiteitstheorie toegepast op moederschapsrust: Als je aan het werken bent, lijkt 15 weken thuis een eeuwigheid. Tijdens die 15 weken ben je 1,5x langer wakker dan gemiddeld. En toch flitsen ze voorbij met een pittig WHOESSHHH-geluidje.

Tijd blijkt in dit verband wel vaker verkeerd aangegeven, denk maar aan ‘verlossings-kwartier’ (heus, meestal meer dan 15 min. Meld dit aan manlief als hij de parkeermeter moet vullen).

Babyblues: van hetzelfde genre als baby-pop (kan vaak de ogen sluiten en ‘mama’zeggen) en baby-rok (voor meisjes of Schotse jongetjes).

Borstvoedingskussen: smakkerds gegeven voor, tijdens of na etenstijd.

Luierkussen: iets minder actief dan bovenstaand exemplaar.

Borstvoedingsmaffia: probably making you a bottle you can’t refuse.


 

 

 

November update

‘I get my charms from daddy’ staat er op zijn t-shirt te lezen. Het had niet beter kunnen passen. Wild zit hij in zijn stoeltje te trappelen, terwijl hij kreetjes uitslaat die het midden houden tussen een schaterlach en een hoestbui. Hij schudt zijn hoofdje van links naar rechts – een onhoorbare ‘neen’ op mijn vraag: moet jij eigenlijk geen dutje doen, klein spookje?

Wat is hij al veranderd sinds we hier onze koffers uitpakten eind juli. De mijlpalen volgen elkaar in snel tempo op. Een kleine progress report over onze schattigste Boston baby.

Cijfertjes

Volgens onze eigen metingen is hij ondertussen ongeveer 73 cm. Aangezien een bezoekje aan de pediater 240 dollar kost en Kind en Gezin hier geen huisbezoeken doet, rollen we af en toe zelf de lintmeter uit. We schatten dat hij nu zo’n 10 kg weegt. Wat maakt dat hij dezelfde kledingmaat draagt dan één van zijn vriendjes die een jaartje ouder is. Van wie zou hij dat hebben?

 

Motoriek

Een maand geleden begon hij al aardig rechtop te zitten. Dat lukt steeds beter, maar hij is zo nieuwsgierig naar alles om zich heen dat hij vaak omvalt terwijl hij ergens naar graait. Een ‘gracht van kussens’ maakt het wat veiliger. Hoewel ik al een paar keer op handen en knieën de living was rondgekropen, in de hoop een goed voorbeeld te stellen, was het pas toen hij een andere baby zag kruipen, dat hij diezelfde dag nog zijn actieradius besloot uit te breiden. De andere baby was dan ook twee weken jonger, misschien kon hij dat niet laten gebeuren? Opeens sloop hij de kamer rond. En dan breed grijnzen als de eindbestemming – vaak een speelgoedje of een doekje- bereikt is. Het gaat ondertussen steeds sneller, en hij zit geregeld op handen en knieën, maar een voorwaartse beweging maken lukt dan nog net niet.   We hebben toch maar een hekje gekocht om printer en dergelijke af te schermen, want het is duidelijk: het/hij kan snel gaan!

 

Eten

Groentepuree was nooit echt een probleem, maar sinds ik er een beetje vlees bij doe, gaat het 2 keer zo vlot binnen. Aardje naar zijn vaartje, of hoe zeggen ze dat? Pompoen en zoete aardappel is een hit, maar ook met worteltjes, courgette en appel oogstten we al successen. Kip, kalkoen, ham, rundsvlees, of een half eitje… laat maar komen! Hij steekt de lepel het liefst nog zelf in zijn mond, maar niet voordat hij de inhoud ervan aan een grondig onderzoek heeft onderworpen. Hoe voelt de puree? Hoe werkt de middelpuntvliedende kracht erop? Hoe kan je die uitsmeren op de tafel? Ik probeer het niet tegen te houden, wij willen ook graag weten wat we op ons bord krijgen. Ook al betekent het vaak dat ik de keuken, de stoel en de baby aan een grondige poetsbeurt moet onderwerpen na de lunch. Bovendien krijg je die lepel echt niet zo maar uit zijn hand gewrikt! En dan komt manlief thuis en spreekt hij een magische zin die je BC (before child) nooit zou gebruiken, zoals ‘waarom hangt er oranje puree aan je oor’?

Happy baby heeft nu ook twee tandjes, maar hij heeft er wel wat voor moeten doorstaan – een paar daagjes niet zichzelf zijn, koorts en duidelijk ongemak.  Nu is hij gefascineerd met wat daar plots is verschenen, en hij trekt dan ook de grappigste vissenbekjes terwijl hij met zijn lippen over zijn tandjes gaat.

 

Slaap kindje slaap

We waren verwend tot nu toe, maar de laatste dagen wordt hij weer wat vaker wakker ’s nachts. Omdat hij toch weer honger heeft, maar soms ook gewoon omdat hij opschrikt. Na een knuffel en/of een flesje slaapt hij meestal weer verder, maar ma en pa zijn de onderbroken nachten duidelijk niet meer gewoon – voor zover je dat gewoon kan worden. Ach, alles is een fase, er verandert ook zo veel voor hem. Behalve dat hij nog steeds het knuffeligste monstertje is, dat schatert als je zingt en danst, of kiekeboe speelt. Daar vind ik status quo best OK.