Mijn woord van het jaar 2021

Ik haalde al aan dat ik sinds een jaar of wat een podcastfan ben geworden. Ik zit – normaal gezien toch – vaak in de wagen voor het werk, en ik heb een auditief geheugen. Twee dingen die me de perfecte kandidaat maken om van ‘het gesproken woord’ te genieten. 

Bovendien was ik in 2020 een half jaar zwanger en op zoek naar manieren om hier rustig en mindful mee om te gaan (wat, gezien onze voorgeschiedenis, een behoorlijke uitdaging was. Een wereldwijde pandemie is ook niet bevorderlijk). Ik volgde dan ook meditatieoefeningen, positieve affirmaties en visualisaties. Ik luisterde uren naar de voordelen en de aanpak van hypnobirthing. Kortom, ik werd halve boeddhist achter het stuur. 

Ik vertelde al over de podcast van Gretchen Rubin, Happier. Het idee van de ‘21 voor 2021’ kwam daar aan bod, maar ook het ‘woord van het jaar’

Het woord van het jaar is als het ware een thema dat je op je jaar wilt plakken. Iets dat je ‘top of mind’ wilt houden, op je frigo wilt hangen, naar wilt streven – maar niet op een stresserende manier, want hey, stress is er al genoeg. 

Mijn woord van het jaar

Ik luisterde naar die podcast en ik geef toe dat ik eerst dacht; ‘hoe kan 1 woord nu een heel jaar beslaan? Dat is toch nonsens? Iets waar je naar wilt streven, wereldvrede dan ofzo?’

Maar hoe langer ik luisterde, hoe meer ik voor het idee gewonnen werd. 

En opeens werd het me zo duidelijk wat mijn woord moest zijn. 

Balans.

Mijn woord van 2021 is balans

Balans om alle bordjes in de lucht te houden. 

Balans om te weten dat er soms mogen vallen. 

Balans tussen (opnieuw) werken en een groter geworden gezin. 

Balans tussen mama zijn, en tijd voor mezelf.

Balans in wat we eten, maar ook in wat we doen. 

En ja, ook de balans waar ik elke week ga opstaan, om langzaam maar zeker die zwangerschapskilootjes kwijt te spelen. Op mijn ’21 voor 2021’-lijst staat niet voor niets dat ik in oktober weer in mijn trouwkleed wil kunnen. 

Ik weet heel goed dat het een streven is, dat niet alles steeds in balans kan zijn. Trouwens, een weegschaal in balans beweegt ook niet. En af en toe wat bewegen kan ook geen kwaad.

Ps- het feit dat ik dit woord in het achterhoofd hou, is ook één van de redenen waarom mijn woord van het jaar hier verschijnt terwijl er al 1/6de van het jaar gepasseerd is. Op dit moment wordt slaap boven alles geprioriteerd ’s avonds.  

Wat zou jouw woord van het jaar kunnen zijn?

Tien positieve dingen aan 2020

Het was een donderdag in januari, het regende en de dag was even grijs als het scherm waar ik nu al een paar uur naar staarde. Ik zie de voordelen van thuiswerken echt wel in, maar soms is het ook gewoon niet tof, om het even te beleefd te zeggen.

Ik betrapte me op diep zuchten bij mijn zoveelste deca koffie, terwijl ik nogal mistroostig uit het raam keek. Geef toe, 2021 lijkt VERDACHT veel op 2020, en dat was misschien niet het beste jaar. Hoewel, er zijn ook echt wel leuke dingen gebeurd in 202O. Dat is soms makkelijk te vergeten.

Daarom, een lijstje. Jawel, een lijstje! Een lijstje met 10 goeie dingen aan 2020.

  1. Het gebrek aan reizen en verplaatsingen in het algemeen zijn de natuur zeker ten goede gekomen – het gat in de ozonlaag is nog nooit zo klein geweest sinds het in 1982 werd ontdekt. 

2. Grachten, rivieren en zelfs zeeën leven op door minder vervuiling. In Venetië werd een dolfijn gespot in het nu helderblauwe water.

3. Er werden meer blauwe vinvissen gespot ten noorden van Antartica, dan het geval was sinds 120 jaar (toen de commerciële walvisvaart is toegenomen). I looooooove whales!

4. Misschien kunnen we dit op termijn wel volhouden, want elektrische wagens zijn in opmars. Vanaf 2030 mogen er in de UK geen voertuigen meer rondrijden die op benzine of diesel werken, in Canada is dat vanaf 2035.

5. Het was dan wel van moetens, maar er kwamen duidelijke afspraken rond thuiswerk en de digitale oplossingen om online te vergaderen werden steeds beter. Dat is zeker niet altijd ideaal, maar vaak wel een goede oplossing, ook in niet-corona tijden.

6. Het was een tijd van genieten van de kleine dingen – gewoonweg omdat veel grote dingen niet meer konden of mochten, en van het hier en nu, bij gebrek aan veel perspectief. In plaats van de wereld af te reizen op zoek naar ontspanning, de eigen wijk opnieuw verkennen. Tijd nemen voor een gesprek met vrienden dat begon met een welgemeend ‘hoe is ‘t?’. 

7. Zeker in die eerste lockdown was er een groot gevoel van samenhorigheid. Er werden beren aan het raam gezet zodat je met je kinderen op berentocht kon, er werd geklapt om 20u, er werd gezongen, boodschappen gedaan voor de buur die misschien niet naar buiten kon…

8. 2020 was ook het jaar dat een aantal kl**thommels op hun plaats werden gezet; Boris Johnson en Trump kregen COVID, deze laatste mocht eindelijk verhuizen zodat de hele wereld opgelucht durfde uit te ademen (de tijdelijke piek in CO2 namen we er met liefde bij), en Harvey Weinstein kreeg 23 jaar cel.

9. Er werden ook een paar coole wetenschappelijke ontdekkingen gedaan en overwinningen geboekt: er werd voor het eerst een tyrannosaurus embryo gevonden, net als de oudste Homo Erectus schedel tot nu toe. Afrika is poliovrij en de tweede grootste Ebola uitbraak is bedwongen.

10. Het mooiste hield ik voor het laatst: 2020 zal altijd een bijzonder jaar voor ons zijn. De wereld is een heel stuk minder grijs, sinds wij in de zomer ons tweede regenboogje mochten verwelkomen. Na regen komt echt zonneschijn. Of zoals iemand het me ook zei: het is nog nooit niet gestopt met regenen.

Wat waren voor jullie de positieve punten van 2020?

Mijn 21 voor 2021

2020 was vele dingen, maar voor mij was het zeker ook het jaar waarin ik meer naar podcasts begon te luisteren. Dat deed ik af en toe al (fan van Nerdland met Lieven Scheire) maar het was pas toen ik iemand sprak die te gast was geweest bij Radio Mama dat ik die hele reeks bingede in de wagen (geldt het woord ‘bingen’ ook voor luisteren?) en ook andere podcasts ging ontdekken. 

Eén van die podcasts was Happier van Gretchen Rubin. Ik spring laat op de wagen, er zijn ondertussen al meer dan 300 afleveringen. Ze gaan stuk voor stuk over kleinere en grotere dingen die je kan doen om… wel ja, happier te worden.

Een voorbeeld hiervan is een lijst maken met dingen die je in het nieuwe jaar wilt doen. Geen dingen die je moet doen, die je vindt dat je zou moeten doen, die zouden moeten gebeuren, enfin, niet echt zo van die strenge goede voornemens die overnacht verdwijnen  zoals de sneeuw van een week geleden.

Het blijkt dat als je zo een lijst maakt, en je jezelf er aan herinnert – niet op een dwingende, stresserende manier – eerder een ‘heey, zou dit niet leuk zijn’- manier, dat je dan ook meer van die leuke dingen doet.

Vandaar dat ik weinig tot geen goede voornemens heb, maar wel een 21 voor 2021. Het zou mooi zijn als ik daar over enkele maanden een paar van kan afvinken, maar als dat niet het geval is, neem ik ze met veel liefde mee naar het volgende jaar. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik een lijstje een paar keer aanpas en herschrijf ‘en cours de route’.

Mijn 21 voor 2021

  1. Zes keer op date gaan/een avondje voor ons samen hebben met Manlief
  2. Drie fotoboeken maken
  3. Minstens 8 boeken lezen (en dus eerst mijn verdwenen Kindle localiseren)
  4. Onze trouwfoto’s inkleven (eeuhm… negen jaar getrouwd ondertussen… tell me I’m not the only one…pfwiet pfwiet…)
  5. Een fotoshoot voor ons gezin organiseren
  6. Onze 40ste verjaardag vieren in de stijl die het verdient, wat vorig jaar niet mogelijk was
  7. Een vriendin die het niet waard vindt haar verjaardag te vieren, een feestpakket opsturen
  8. Opnieuw 5 kilometer kunnen lopen
  9. Een goeie manier vinden om onze favoriete recepten bij te houden
  10. Een lichtplan laten opstellen en mooie lichten vinden voor keuken en living
  11. IETS kweken op ons terras dat geen mos is (groentjes, kruiden…)
  12. Een back up van deze blog maken
  13. Een memory box starten voor de twee jongens
  14. Een sensory deprivation tank proberen
  15. Overschakelen naar Brave als browser en een privacy vriendelijke zoekrobot gebruiken in plaats van het alziende oog van Google
  16. Facebook en Instagram limiteren tot 30 min per dag
  17. Een cursus volgen
  18. Opnieuw in mijn trouwkleed passen op onze 10de huwelijksverjaardag (oktober)
  19. Een manifesto schrijven
  20. Het perfecte juweeltje vinden dat naar onze twee jongens verwijst
  21. Een weekmenu opmaken en minstens twee gerechten klaarmaken in het weekend

Zo, een paar dingen gaan sowieso moeten wachten tot we uit het hele lockdown verhaal zijn, maar anderen kunnen perfect vanuit mijn zetel en/of tuin. Uiteraard wil ik ook een heleboel dat nu niet mag (naar de kapper gaan, uit eten met vrienden, een brunch organiseren voor 10 man, citytripje met vriendin….) maar ik probeerde het hier wat anders aan te pakken. 

Ik print dit uit en hang het in mijn keuken. Die werd recent geschilderd en ziet er nog wat kaaltjes uit. Een lijstje met leuke dingen lijkt me de ideale decoratie!

Wat willen jullie heel graag doen in 2021? 

Dertien jaar al. Dju toch.

‘Ik mis oma Chris’.

Oh. Hij heeft dat echt gezegd.

Krullenbol mist vaak mensen. Vrienden die even langskwamen op het terras. Zijn neefje nadat we samen zijn gaan wandelen. Manlief of mezelf als we 20 minuten naar de winkel gaan. 

Hij mist ze allemaal.

Maar dus ook oma Chris.

Ik zou kunnen zeggen dat dat helemaal niet kan. Want zoals ik ooit bij een lotgenote las: ‘in de eeuwigheid hebben ze elkaar op een haar na gemist’.

Ik heb nooit haar gezicht gezien bij het vertellen dat ze oma werd. Ik heb haar nooit kunnen bellen om te zeggen dat-ie er was, eindelijk, dat eerste kleinkindje. Hij heeft nooit op haar arm of op haar schoot gezeten, ze heeft het huis niet vol met foto’s van hem (en nu zijn broer) gezet. Ze heeft hem nooit kunnen knuffelen. Ze heeft hem nooit voorgelezen, zoals ze dat voor mij deed, elke dag.

Maar ik heb hem dat wel verteld. 

Nu mist hij haar. Soms, als we in bed de dag overlopen. 

En ik slik iets weg dat blijft zitten en zeg hem wat ik elke keer zeg wanneer hij iemand mist: Dat is okee, je mag iemand missen. Dat wilt zeggen dat je die persoon heel, heel graag ziet. 

En dat ik haar ook mis. Wat mis ik die oma, die alleen bestaat in mijn hoofd.

Dus doe ik het dubbel zo hard, dat graag zien en fier zijn en knuffelen. Voor ons allebei.

Al 13 jaar zonder jou. Dju toch, ma.

Opnieuw beginnen

‘Je moet er gewoon opnieuw aan beginnen. Je zegt, okee nu start ik. En dan doe je dat.

Ongetwijfeld één van de helderste adviezen die ik ooit kreeg, in dit geval toegespitst op mijn verzuchting dat ik zo graag weer in mijn pen/toetsenbord wilde kruipen. Ik las het, en ik dacht ‘ja. JA! Ik ga dat gewoon doen’. 

En toen ging er alweer een maand voorbij.

Toen ik werkte, zei ik wel eens dat de dagen voorbij denderden. Nu ik thuis ben met een baby, is dat niet zo. Ze sluipen. Alsof je even met een dampende kop koffie in de hand naar buiten aan het kijken bent, en wanneer je opkijkt, ben je twee weken verder. Je hebt genoten van het moment, maar evengoed ben je verbaasd en verdwaasd over de tijd die voorbijgegaan is.

Maar dan zonder dampende koffie want ik ben panisch dat ik dat zou morsen op bovengenoemde baby. 

Ik had ook een hele mooie lijst excuses. Prachtige excuses, pareltjes. Ik ben moe. Dat is normaal, maar dat schijnt aan het creatieve stukje van mijn brein te vreten. 

Mijn computer doet er 14 minuten over om een Word document te openen. Dat is geen literaire overdrijving, dat is opgemeten en al. Dat macbookje van mij is vijf jaar, en zoals we allemaal wel weten is dat bijna een eeuw in laptopjaren. Dingen lopen dan niet meer zo vlot.

En… ik heb een baby. Mic drop

Aan de andere kant bleef het dus kriebelen. Want als je dag uit anderhalf keer meer wakkere uren bestaat dan normaal, en je die grotendeels alleen doorbrengt dan heb je – zelfs met een beneveld vermoeid brein – tijd om te denken. Wat zeg ik, te peinzen zelfs. 

En dan gebeurt het dat je op een gewone dinsdagochtend, na een behoorlijk woelige nacht met weinig slaap, gevolgd door te veel cafeïne, je toch achter je ouwe getrouwe toetsenbord belandt, terwijl de baby slaapt. 

En dan begin je. Je zegt ‘okee, nu start ik.’ 

En dan doe je dat.

Op tram 4!

2 februari 2020

Ik klop op zijn deur en steek mijn hoofd binnen in zijn slaapkamer. ‘Goeiemorgen, sch…’ ‘Neeeeee mama! Jij moet weer naar je bedje! Jij mag de bloemetjes nog niet zien!’.

Glimlachend doe ik de deur weer dicht. Ik moet dus terug naar mijn bedje. Tot alles klaar staat beneden, en ik geroepen word. Voor mijn verrassing, die – misschien oh misschien – wel bloemetjes inhoudt.

Ja, ik mag opstaan. Man- en zoonlief staan samen klaar in de living. Er staan twee kaartjes en een klein pakje op tafel. Zij hebben een mooie ruiker achter hun rug, die Krullenbol mag afgeven. Hij heeft zelf de bloemen gekozen, en ik moet zeggen, ze zijn prachtig. Ik krijg knuffels en kusjes en ze zingen ‘Happy birthday to you – in de wei staat een paard – en dat paard bakt een taa-aart, omdat mama verjaart’.

Ik lees de kaartjes en ontdek zo waarom manlief me vroeg om morgennamiddag vrijaf te nemen – een lunch en een paar uur wellness! Hij had gelijk, ik zou het me niet beklagen dat ik die meeting verplaatst heb.

In het pakje zit een kettinkje. Ik vind alles zo mooi, ik krijg er tranen van in mijn ogen. Wat heb ik toch fantastische ventjes.

Dan moeten we ons opeens wat haasten, want over anderhalf uur staan er vriendjes aan de deur die komen brunchen en er moet nog heel wat gebeuren. Ik spring in mijn kleren en rij naar de winkel om broodjes en koffiekoeken.

Ik kijk op de klok. Het is 8u34 geweest.

Ik moet aan mijn mama denken, zoals elke verjaardag. Dat ze belde en zei ‘het is 8u34, heb ik je wakker gemaakt?’ En dan, zonder het antwoord af te wachten, lachend, ‘want jij hebt mij toen ook wakker gemaakt hoor‘.

En ik denk aan de andere mensen die mij vandaag geen gelukkige verjaardag meer gaan wensen. Mijn groottantes. Mijn tante. Mijn nicht. Damn. Ik ben precies een beetje emotioneel vanmorgen.

Niks dat 20 pistoleetjes en een berg koffiekoeken niet kunnen oplossen.

Thuis is het nog alle hens aan dek want ik heb natuurlijk het perfecte feestje in mijn hoofd, met de perfecte ballonnen en versieringen en fruitsla en en en… help, stress!

Maar wanneer iedereen er is, en we allemaal klaarstaan met een glaasje, word ik rustig. Ze vragen om een speech. Ik heb niks voorbereid.

Ik vertel dat ik de voorbije weken een klein onderzoekje heb gevoerd bij ervaringsdeskundigen, naar 40 worden. Naar hoe dat was, of ze er naar uit keken, of totaal niet. Ik heb héél uiteenlopende antwoorden gekregen.

Ik kan alleen maar zeggen dat ik twee jaar geleden (niet zo lang he!) ZO een andere verjaardag had. Doodziek. In bed. Immuunsysteem gecrasht. Chemo uitgesteld. Herkende mezelf niet meer in de spiegel.

En nu stond ik daar, met een fijn gezin, toffe vrienden, in goeie gezondheid, met een kop vol ontembaarder-dan-ooit krullen. Klaar om in een stapel lekkernijen te duiken.

Mannekes, veertig worden is zalig. Geloof mij.

Een zwarte kamer in mijn hoofd

Er zit een zwarte kamer in mijn hoofd.

Of nee.

Als ik heel eerlijk ben, zit die waarschijnlijk veertig centimeter lager.

De deur van die zwarte kamer hou ik het liefste dicht.

Niet dat die niet open kan. De deur opent net heel gemakkelijk. Soms lijkt het alsof het slot maar niet wil werken. Soms lukt het om alles wekenlang netjes gesloten te houden. Soms lijkt een zuchtje al genoeg.

In die kamer zit 23 november 2007.

Alles van 23 november 2007. Vanaf het telefoontje om 6 uur ’s morgens, tot de donkere, slapeloze nacht die erop volgde.

Ik weet met moeite wat ik een week geleden heb gedaan, of wat ik gisteren at, maar ik kan je verzekeren: in die kamer zit 24 uur, haarscherp weergegeven in 3D, met beeld, geluid en hier en daar een geur. Koffie. Mijn auto. Haar parfum.

Ik hou die deur heel graag dicht. Want de kilte van die kamer snijdt mijn adem af. Knijpt mijn keel dicht. Hier is geen verwerken, hier krijgt niets een plaats, hier wordt niet geheeld want alles is scherven.

Ik wil daar niet zijn.

Ik wil op al die andere dagen zijn, 27 jaar van dagen die geen pijn doen, waar er gebabbeld werd en gelachen en gedanst in de keuken en koffiekoeken gehaald en getroost en geknuffeld en verhaaltjes en gedichtjes voorgelezen en rebussen verzonnen.

Dáár blijf ik even hangen. Dat probeer ik toch. De kamer gaat weer dicht.

Na twaalf jaar (hoe kan het twaalf jaar zijn? 12? Hoe?) oefenen, lukt dat steeds beter.

Ik ben dan ook een doorzetter. Dat heb ik van jou.

Dank je wel daarvoor, mama. En voor al de rest.

1 november alweer

1 november.
Allerheiligen.

De mensen herdenken die je mist. 
Ik hoef geen reminder om aan hen te denken.

Je moet dan bloemetjes gaan zetten op het kerkhof.
Ik doe dat wel, maar misschien niet op 1 november. 

Maar ik zorg dat er bloemetjes zijn, dat het netjes ligt, want dat vond zij belangrijk.
Dat deed zij ook voor haar ouders.

Dus doe ik dat.
Niet om haar te bezoeken.

Want ze is daar niet.
Wat zou ze daar gaan doen?

Een week geleden zei Krullenbol out of the blue
‘Jezus is al lang dood he mama?
En oma ook he.
We kunnen ze niet meer zien’.

Waarop ik drie keer iets niet weggeslikt kreeg en zei
‘Nee dat klopt, ze zijn er niet meer en we kunnen ze niet meer zien.’

‘Maar ze zijn nog wel hier hé mama. 

Hier.

In ons hartje.’

Wat zou ze op een kerkhof gaan doen?
Ons hartje is een fijnere plek om te vertoeven.

20 dingen die ik graag doe

Ik lees zelf eigenlijk niet zo veel blogs, maar als er dan twee hetzelfde idee opperen, hebben ze wel mijn aandacht.

Bij Prinses op de kikkererwt en bij Trijnewijn vond ik een lijstje terug van 20 dingen die je graag doet (met de vermelding hoe lang het geleden is dat je ze gedaan hebt).

Het is een opdracht uit ‘The Artist’s way’, en het is de bedoeling dat je ook meteen twee van die dingen inplant.

Geen volgorde hier, maar los wat er in me opkomt.

  1. Koken – twee uur
  2. Lekker en gezond eten – anderhalf uur
  3. Joggen – tien dagen
  4. Naar de sauna – vijf maanden
  5. Een massage krijgen – vijf maanden
  6. Knuffels geven en krijgen – tien minuten
  7. Koffie drinken met een vriend/vriendin en bijpraten – negen uur
  8. Op date gaan met manlief – vier maanden (oh lieve help. Gelukkig staat er nog eentje gepland volgende week!)
  9. Een boek lezen – een paar uur
  10. Bij een open haard of kachel zitten – een paar weken
  11. In de Albert Heijn gaan winkelen – drie weken
  12. Schrijven – nu
  13. Vrienden helpen met de planning van hun huwelijk – drie weken
  14. Uitwaaien aan zee  – 4,5 maand
  15. Met zoonlief op uitstap gaan – zes dagen
  16. Een brunch voor familie of vrienden organiseren – drie dagen
  17. Zingen in een grote groep – drie maanden
  18. Een klein gebaar waarvan je weet dat het voor de ander veel betekent – een paar uur
  19. Buiten eten – een paar maanden (kom maar snel, zomer!)
  20. Reizen – een week

Ik moet toegeven dat ik toch een beetje ben geschrokken van hoe lang sommige dingen geleden zijn. Ik bedoel… vier maanden sinds mijn laatste maandelijkse date met manlief? Confronterend.

Wat ga ik inplannen deze week? Die sauna en dat toertje joggen dat er zo dringend van moet komen (maar die wind he… is dat geen excuus?).

Ik ben heel benieuwd naar jullie lijstje!

Vlaamse week tegen pesten

Ik zag het een paar keer passeren op de sociale media, ik hoorde over de campagnes en ik las getuigenissen. Maar toch heeft het me dagen gekost om tot dit punt te komen. Waarop ik me achter mijn laptop zet, waarop ik probeer te bedenken wat ik wil zeggen. De Vlaamse week tegen pesten.

Zou ik toch niet over koken schrijven, of over de resultaten van mijn blogenquête (die is trouwens nog steeds HIER in te vullen, warme uitnodiging! Nog 2 mensen nodig voor een mooi rond getal!)?

Acties

Ik merk dat er wel wat gedaan wordt tegen pesten. Je hebt de babbeljuffen en -meesters. Scholen die volgens het KiVa-principe werken.  Je hebt de vier stippen op de handen – voor het geval dat je hierin niet thuis bent, elke stip staat voor een ander engagement nl.:

  • Ik vind pesten niet oké en zal er nooit aan meedoen.
  • Ik praat erover als pesten mij verdrietig of bang maakt.
  • Ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij!
  • Ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die gepest wordt.

Ik denk dat ik veilig kan stellen dat er acties zijn tegen pesten.

In elk geval is er véél meer dan toen ik op de middelbare school zat. Want toen was er helemaal niks. En dat heb ik zelf mogen ondervinden.

Zelf gepest

Want ja, ik ben ook gepest. Jarenlang, en vrij serieus. Op dit moment word ik gezien als een zelfverzekerde madam met doorzettingsvermogen, iemand die de schouders recht en het hoofd omhoog houdt. Ik zie mezelf ook wel zo. Maar dat is dus wel anders geweest. En dat toegeven voelt eigenlijk als een soort bekentenis, alsof het iets is dat ik verkeerd gedaan heb.

Ik weet niet precies wanneer het begonnen is, en waarom – omdat ik krullen had, omdat ik altijd goede punten haalde – moet er eigenlijk een reden zijn? Of anders gezegd: moet er een reden zijn die bij mij ligt?

Punt is dat ergens eind lagere school/begin secundaire school ik steeds vaker verwijten naar mijn hoofd kreeg. Uitgesloten werd. Genegeerd. Soms zelfs fysiek aangevallen. En dat dan vaak door de meisjes die ik eigenlijk als mijn vriendinnen zag, en dus veel tijd mee spendeerde.

Genegeerd op school

Ik merk dat ik me er niet zo veel meer van herinner, dat ik heel wat moet weggeduwd hebben. Maar een paar dingen staan me nog heel helder bij. Huilen als ik thuis kwam, of ’s avonds in bed, en mijn moeder die dingen zei als ‘ze zijn allemaal jaloers’, ‘je moet gewoon niet reageren’ en ‘ik ben ook gepest vroeger’. Wat natuurlijk helemaal niet helpt.

En het totale negeren vanuit de school. Werd je genegeerd door de klasgenoten, dan deden de volwassenen er een schepje bovenop. Er werd echt niets gedaan. De leerkrachten deden niets, de directie deed niets. Of ze hadden één gesprek met de pesters, waarna alles alleen maar erger werd.

Op een bepaald moment was ik zo verkouden dat ik tijdens de speeltijden mocht binnenblijven. Dat was ZO rustig voor me, want de speeltijden waren het vervelendste. Ik kon gewoon lekker binnenblijven, en las boeken over de maan, het heelal, dieren, wat ik maar te pakken kreeg.

Die ‘verkoudheid’ heeft toen maanden geduurd, mijn moeder schreef gewoon steeds een briefje. En dan was dan ook gewoon zo. Niemand stelde zich daar vragen bij, niemand vroeg me hoe dat kwam. Ik mocht binnen blijven, en dat was dat.

Genoeg geweest

Ik weet ook nog glashelder wanneer ik besloot dat het genoeg was geweest. Ik had het zo lang genegeerd, en dat verbeterde helemaal niets. En als je 50 keer per dag te horen krijgt dat je lelijk en dik en unlovable bent, dan ga je dat uiteindelijk ook zelf geloven. Het kruipt onder je huid als een stiekeme teek die zich op je zelfvertrouwen voedt.

Maar zelfs lelijk, dik en unlovable, besloot ik dat het genoeg geweest was, en dat ik dit niet verdiende. Ik ging terug bijten. Zonder schrik voor de consequenties, want wat zouden ze doen, mij laten vallen? Ik wilde niet liever. En op school bleef ik goede punten halen, ik kreeg behoorlijk wat krediet van de leerkrachten.

Ik ben letterlijk scheldwoorden van buiten gaan leren. Heb geoefend voor de spiegel. De volgende keer dat ik belachelijk werd gemaakt, antwoordde ik. Heel fel. Ze schrokken zich een ongeluk.

En de jongen die mij op de bus aan het pesten was, maakte ik met de grond gelijk. ‘Ik ben misschien lelijk, maar iets is me niet duidelijk. Is dat jouw hoofd of heeft je nek overgegeven?’ De hele bus gierde het uit, en die vent heeft me nooit meer iets nageroepen.

Gevolgen

Ik zeg niet dat iedereen dit moet doen, maar voor mij werkte het. Ik wil daar niet fier op zijn, maar ik ben het stiekem wel. Ik scheurde me helemaal af van die meisjes, en zocht nieuwe vrienden. Dat was niet makkelijk, want mijn zelfvertrouwen was tot nul gereduceerd. Maar het lukte wel, langzaamaan.

Daarmee was het verhaal niet af. Ik ben nooit echt mezelf geweest die jaren. Dat kon echt niet meer. Er was een dikke muur gegroeid, en heel veel stekels. Oh, wat wilde ik verder gaan studeren. Opnieuw beginnen, heerlijk.

Het heeft mijn man heel wat tijd gekost om die muur af te breken, het zelfvertrouwen op te bouwen, om de stekels af te vijlen. Maar het is zijn verdienste, samen met enkele goede vrienden. Zonder hen was ik er nooit zo bovenop gekomen.

Word je sterker van gepest worden? In mijn ogen helemaal niet. Je wordt anders. Het verandert je.

Ik geloof veel minder in de goede bedoelingen van mensen. Ik krijg sneller argwaan. Ik heb heel lang een laag zelfbeeld gehad. Ik ben allergisch aan onrecht en aan mensen anders behandelen omdat ze ‘anders’ zijn. Ik vind dat niemand – écht NIEMAND – tegen mij hoeft te schreeuwen. Onder geen beding.

Ik denk niet dat ik ben wie ik ben dankzij dat pesten.
Ik ben wie ik ben, ondanks.

Een speciale verjaardag

Gisteren was het dikke truiendag. En wieltjesdag (met fiets of step naar school). En Wereld Darwin dag.

Ik geef toe, ik heb met geen van alle veel gedaan vandaag. Ik vierde een speciale verjaardag.

Gisteren is het 1 jaar geleden dat ik mijn laatste chemo kreeg. Eén vol jaar. En meestal lijkt het al een bizar horrorverhaal dat ik nu aan mensen vertel – of niet vertel, want ondertussen zijn er heel wat mensen in mijn omgeving die mijn geschiedenis totaal niet kennen. En soms is dat wel prettig zo.

Ik zou zo graag willen zeggen dat het na één jaar ook helemaal achter de rug is. Dat ik er niet vaak meer aan denk. Of dat het geen impact meer heeft.

Maar dat is natuurlijk niet zo.

Ik zeg wel ‘natuurlijk’ maar ik merk dat een jaar lang is. Of heel lang lijkt, soms. En geheugens zijn kort. Heel kort, soms.

Die combinatie, samen met hoe hard ik gewerkt heb om er niet meer ‘ziek’ uit te zien, maakt dat ik vaak het gevoel heb dat ik me moet verantwoorden. Verklaren. Verdedigen. Dat ik er nog niet ben. Dat bepaalde dingen (nog) niet gaan zoals daarvoor. Dat energie een kostbaar en eindig goed is  —

(Nu ik die laatste zin schrijf, denk ik, ‘wat toepasselijk, zo met al die klimaatmarsen’. Ik ben zoals het klimaat, mijn energie is kostbaar goed. Ha!)

Tegelijk doet die verjaardag me beseffen hoeveel kan veranderen in een jaar. Hoe ver ik gekomen ben. Speekmedaille voor mezelf!

Er is nog een hele weg te gaan, een onzichtbare weg – onzichtbaar voor wie niet goed kijkt of luistert, vermoed ik. Onzichtbaar voor mensen met een kort geheugen.

Maar da’s oké. Want weet je hoe dat zit met nachtmerries en horrorverhalen?

Je leert wie wel goed kijkt en luistert. Het maakt niet uit dat ik er nog niet ben. Ik heb supporters langs de weg.

Een jaar verschil

Ooit zei ik het aan mijn schoonzusje, die in een lastige situatie zat.

‘Wacht maar af hoeveel een jaar kan veranderen’.

En zaterdag besefte ik weer dat dat behoorlijk wijs was, van mij.

En waar.

Op 2 februari 2018 had ik geen vrolijke dag. Ik zat in de laatste fase van mijn chemobehandeling. Die had zijn tol al geëist op mijn lijf en mijn zijn. Ik probeerde zoveel mogelijk de horror van dag tot dag door te komen, maar was toch aan het aftellen geslagen: die week zou mijn laatste cyclus van start gaan.

Maar nee: mijn immuunsysteem, dat zo lang had stand gehouden, crashte. Net voor de eindmeet. Ik kreeg 39,8°C koorts en bleef drie dagen in het ziekenhuis zonder dat ze echt wisten wat ik had, en hoe ze dekoorts konden laten dalen.

En toen mocht ik eindelijk naar huis op donderdag, om maandag terug te keren om dan ‘hopelijk’ de laatste reeks zakken gif in mijn lijf te laten pompen.

En toen kwam vrijdag – en ik was jarig.

Mensen wensten mij een gelukkige verjaardag.

Ik haatte het.

Gelukkige verjaardag? Ik wilde in mijn bed kruipen en ergens onder die dekens verdwijnen en pas opstaan als alles voorbij was, en ik mij feniks-gewijs opnieuw durfde te vertonen. Ik verklaarde aan iedereen dat ik pas een maand later jarig zou zijn (en dat hebben we ook enigszins zo gevierd).

Maar toen mijn tante belde, die drie weken voordien de man waar ze 60 jaar van haar leven mee had gedeeld, had moeten afgeven, haalde ik een Oscar-waardige performance boven. Zij wist niet dat ik ziek was. En ik ging haar dat niet vertellen.

Een mens kan maar zoveel horror verdragen.

Op 2 februari 2019 had ik een vrolijke dag.

Ik stond op en manlief, mijn held, en krullenbol, mijn schat, hadden het huis versierd. Ze zongen me toe en ik kreeg een lekker ontbijtje.

De berichtjes en de filmpjes met zingende neefjes en nichtjes stroomden toe en ik bedankte iedereen uitbundig.

’s Middags kwam mijn familie een pistoletje met soep eten, en als dessert een lekkere pannenkoek – je bent jarig op lichtmis of je bent het niet, natuurlijk. Ik kreeg een e-reader cadeau en kijk al uit naar een vakantie waar de helft van de bagage niet uit kleppers bestaat.

’s Avonds kwamen enkele goede vrienden eten. Het was gewoon… gezellig. We hebben goed gelachen, goed gegeten, en niet als een wrak gaan slapen.

Nog een beetje kaas over…

Mijn lieve tante heeft niet gebeld. Zij is twee maanden na mijn vorige verjaardag haar man gaan vervoegen. Ik miste haar. En nog wel wat mensen. Ik hoop dat ze er eentje hebben gedronken op mijn gezondheid.

Wacht maar af hoeveel een jaar kan veranderen.

Ik heb het berekend. Deze verjaardag was precies 1 345 760 keer beter dan de vorige.

Gedichtendag 2019

Vijfjarenplan – Herman de Coninck

Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte
nu en dan.

Hou jij van de toekomst. Ik van wat voorbij is gegaan.
Hou jij van de honderd levens die je wilde leven.
Ik hou van dat ene dat is overgebleven
en van hoe je daarom zo ver weg kunt zijn dicht
tegen me aan.

Ik hou van wat is. Jij van wat zou.
Hou jij van mij. Ik hou van jou

Sneeuw

Elk jaar opnieuw komt het er wel eens van. Op zich is het dus niet eens zo uitzonderlijk.

En toch.

Elk jaar opnieuw vind ik die eerste sneeuw… bijna magisch.

Er dwarrelen bevroren vlokken water naar beneden. En alles wordt wit.

En ja, in België betekent dat ook dat het halve land op zijn kop staat, vervoersmiddelen massaal in staking gaan, we een paar ton zout de natuur in kappen, het nieuwsbericht alleen daarover lijkt te gaan…

Maar als ik dan naar buiten kijk, is het alsof de winterplooien zijn gladgestreken.

Alles klinkt stiller, als er een tapijt ligt.

Het licht is anders.

Alsof sneeuw het ene vasthoudt, en het andere weerkaatst.

Als je dan nog een zonnetje krijgt, en je helemaal ingeduffeld naar buiten stapt, klaar om je voetafdrukken achter te laten op de wereld –

– dan kan je toch niet anders dan denken

‘Die winter is zo slecht nog niet’.

Tot het de volgende dag geen licht lijkt te worden, alles vol smurrie ligt, en het de hele tijd drasht. Dan denk ik als bij toeval andere dingen (*niet voor publicatie*).

Houden jullie van de sneeuw?

#10yearchallenge

Ik zag de voorbije dagen onwillekeurig vaak een soort ‘voor en na’ compilatie verschijnen op de sociale media. Het bleek om een foto van tien jaar geleden te gaan, en een foto van nu. Ik heb nog even gezocht in mijn archief, en vond een foto waar manlief en ik stonden te blinken op een trouwfeest, in 2008.

En ik dacht: ‘ik heb dat kleed nog’.

Terwijl het stukken minder oppervlakkig zou geweest zijn om te denken: ‘ik heb die vent nog’ – maar dat geheel terzijde.

Ik ben iemand die eerder vooruit wilt kijken. Maar kom, voor één keertje. Want ja, ik ben veranderd op tien jaar tijd. Maar ik denk (of hoop) niet dat dat volledig van mijn gezicht af te lezen valt.

Januari 2009

  • Ik heb één van de zwaarste periodes van mijn leven achter de rug.
  • Ik heb nog niet zo lang geleden mijn doctoraat afgerond – waar ik heel fier op ben, want: zie nr 1.
  • Ik denk dat het nu alleen maar steil bergop kan gaan met die carrière van mij en zie me binnen tien jaar absoluut als manager ergens
  • Ik heb mijn streefgewicht bereikt en heb voor het eerst in mijn leven 10 km gelopen.
  • Ik werk aan de VUB in Jette als wetenschapscommunicator en ik pendel ongeveer 2,5u per dag (als alles goed gaat tenminste)
  • Ik volg een postgraduaat ‘Wetenschapsonderwijs en -communicatie’ en merk dat studeren na zoveel jaar voelt als het reanimeren van een verroeste schrootbak
  • We wonen in een appartement in het centrum van onze universiteitsstad maar hebben, na een lange zoektocht, een grond gekocht. We bespreken onze huisplannen met iedereen die er zin in heeft (en ook een aantal mensen die er mogelijk geen zin in hebben, sorry daarvoor nog).
  • In onze vriendenkring zijn heel wat mensen getrouwd vorig jaar en wordt er aan kindjes begonnen. Ik wil dat ook allemaal wel, maar die krater is gewoon nog té aanwezig.
  • Ik ben bijna 10 jaar samen met mijn beste vriend

…..Fast forward voorbij de reclameblokken….

Januari 2019

  • Ik heb één van de zwaarste periodes van mijn leven achter de rug.
  • Ik heb minder dan een jaar geleden mijn chemo afgerond.
  • Ik werk al zes jaar op een uitgeverij op 7 km van bij mij thuis- met 1 jaar tijdskrediet omdat we tijdelijk naar Boston verhuisden
  • Ik heb bijna mijn streefgewicht bereikt, want ik ben 11 kg afgevallen sinds punt nr 2. En ik loop weer 5 km, het maximum dat ik mag lopen sinds een serieuze rugoperatie.
  • Ik heb al mijn energie nodig om terug te keren naar mijn job (ook al werk ik op dit moment 40%) en heb nog weinig illusies over carrière. Ik ben manager geweest in een ander bedrijf en dat liep aardig mis omdat ze iemand zochten die altijd ‘ja’ knikte en news flash: ik ben dat niet.
  • We wonen bijna 9 jaar in ons huisje, in een heerlijk rustige wijk, met onze krullenbol die elke dag mooier maakt.
  • Ik ben bijna 20 jaar samen met mijn beste vriend (en 7 jaar getrouwd)

Jaaaaa, dat laatste decennium…. Van de diepste dalen naar de mooiste dagen. Het is enigszins geschift hoeveel we hebben meegemaakt. Soms denk ik dat ik in een soap speel, voor aliens ofzo. Very ‘Truman Show’.

Hoe dankbaar ik ook ben voor die mooiste dagen, ik denk dat ik met dat voorbije decennium alleen al een hele autobiografie kan schrijven. ’t Is wel genoeg geweest. Ik wéét het, ik ben bad ass. No need to proof it any more.

Ik hoop van harte dat ik in het volgende hoofdstuk kan schrijven:

“en de volgende tien jaar waren gevuld met heerlijk gezapige dagen en we genoten van elkaar en die kleine dingen die al lang niet meer vanzelfsprekend waren.”

En nog totaal niet the end.

Hoe dankbaarheid goed is voor je gezondheid

Vandaag is de Internationale dag van de dankbaarheid. Yep. It’s a thing. En het is niet eens Thanksgiving! Ik geloofde het ook eerst niet, maar als het internet zegt dat het waar is, zal dat wel zo zijn, toch?

Niet dat het veel uitmaakt, trouwens. Dankbaarheid is op elke dag goed voor je gezondheid. Nee serieus. Dat is wetenschappelijk bewezen.

Er zijn letterlijk wetenschappelijke studies die hebben aangetoond dat dankbaarheid de activiteit in je hypothalamus verhoogt. Laat dat nu in verband staan met je metabolisme, eetlust en slaap.

Een kleine merci voor het slapengaan, kan dus effectief werken. (Nee lieve schoonzusjes, NIET het chocolaatje. Hoewel… ook het testen waard. Ik wil wel directeur worden van die onderzoeksinstelling).

Het wordt nog gekker. Door dankbaarheid te voelen komt er dopamine vrij, waardoor je je gelukkiger voelt en beter tegen pijn kunt. Het zou zelfs je immuunsysteem versterken, stress verminderen en angstgevoelens aanpakken.

Het is dus even nuttig om een toertje te gaan joggen, dan om tien dingen op te sommen waar je dankbaar voor bent. En geef toe, met het weer zo tegenwoordig: welke lijkt je het meest haalbaar (nu je voor de tv zit in je pyjama, want heeeee het is wel al 20u op een vrijdagavond)?

Ik voel me momenteel nogal verkreukeld. Aanhoudende verkoudheid, meer gaan werken, wat slechter slapen, misschien ook wel wat januari-blues

Dus kijk, baat het niet, dan schaadt het niet.

Tien dingen waar ik deze week dankbaar voor was.

  1. De prachtige zonsopgang van donderdag, die de hele hemel roze kleurde
  2. Hoe fijn Krullenbol het vond om weer naar school te kunnen
  3. Naar het werk vertrekken en dat wel zien zitten
  4. Opnieuw naar huis vertrekken van het werk. Oef, even rust.
  5. Mijn papa die Krullenbol op school ging oppikken, en hoe leuk die twee het samen hebben
  6. Spaghetti bolognaise, die 6u heeft staan pruttelen in de slowcooker. GISTEREN! (Niks zo goed als spaghetti van gisteren, toch?)
  7. Even binnenspringen in de Albert Heijn, altijd prettig (ja, raar kantje van me)
  8. Manlief die me nog even laat slapen
  9. Naar de yoga en daar bekenden tegenkomen
  10. Nog cadeautjes onder de boom omdat er nog een gezellig familiefeestje aankomt.

Ha. Ik voel me toch een tikje beter. En niet eens aan de chocola gezeten!

Waar waren jullie dankbaar voor, deze week?

Aan de vrouw met ‘baby’ op haar verlanglijstje

kerstkaart

Aan de vrouw die niet weet hoe ze haar verlanglijstje voor Kerst moet afmaken

Aan de vrouw die iets wilt dat je niet onder de kerstboom vindt

Dat niemand kan kopen – al zeggen ze van wel – niet met alle geld van de wereld

Niet met alle tijd van de wereld. Niet met alle liefde van de wereld.

 

Niet dit jaar.

 

Aan de vrouw met ‘baby’ op haar verlanglijstje.

Ik weet hoe je je voelt.

 

Ik weet hoe je je voelt als je de kerstsokken ophangt.. 2 of 3 of 4 of… maar altijd eentje te weinig

Ik weet hoe je je voelt als wat je wilt, niet afhangt van hoe braaf je bent geweest

 

Misschien dacht je vorig jaar dat alles wel in orde zou komen.

Misschien denk je dat al lang niet meer.

 

Misschien mis je de baby die enkel in je dromen woont.

Misschien mis je de baby die onder je hart woonde, maar nooit in je armen.

Misschien mis je de baby die er was, maar die veel te snel weer vertrok.

 

Ik ken jou.

Ik zie jou.

 

Ik zie het als je lacht en praat en doet alsof er niets aan de hand is.

 

Aan de vrouw met baby op haar verlanglijstje.

Een paar dingen moet je onthouden. En dan mag je mij er ook aan herinneren.

 

Het is okee om veel te hebben, en toch iets te missen.

Het is okee om veel te geven, en graag iets terug te wensen.

Het is okee om er veel aan te denken, en het is okee om te proberen om er niet aan te denken.

 

Ik weet dat het bestaat, dat gevoel waar geen woord voor is, een intense blijdschap voor die zus, vriendin, collega, buur die zwanger wordt, en tegelijk die stekende pijn om wat jij mist. Met een oprisping van boosheid misschien, een irrationeel gevoel van onrechtvaardigheid.
Hoe zouden we dat moeten omschrijven, waarom zouden we dat moeten omschrijven, niemand kan het begrijpen zonder tot deze club te behoren.

 

Aan de vrouw met baby op haar verlanglijstje.

Soms kijk je in de spiegel en vraag je je af of het ooit zal gebeuren. Misschien heb je hoop, misschien durf je niet meer te hopen.

Soms ben je nerveus om naar babyborrels te gaan. Omdat je niet weet hoe het gaat binnenkomen. Omdat je geen waterproof mascara hebt. Omdat je de vragen niet meer weggeslikt krijgt. Je mag eerlijk zeggen wat je niet ziet zitten. Wees zo lief voor jezelf.

Soms zou je willen schreeuwen naar al die bolle buiken, roepen, tieren – besef wat je hebt, geniet van wat je hebt, het is geen cliché het is ECHT een wonder.

Soms bijt je zo hard op je tanden omdat je de sfeer niet wilt verpesten, dat je het voor jezelf verpest. Je mag eerlijk zijn over je verdriet. Jij hebt recht op dat verdriet. Als je tandpijn had zou je het ook zeggen. Waarom zou hartpijn dan niet welkom zijn?

Jij bent okee. Zoals je bent. Verlanglijstje en al.

Ik wens je een warme kerst. En baby dust.

sterrenstof

 

2 december: een half leven met jou

2 december 1999

Gisteren heb je tijdens de film mijn hand vastgehouden. Mijn hart sprong zowat uit mijn lijf. Ik heb niets meer van de film gezien, maar bleef schijnbaar geïnteresseerd star naar het scherm staren.

Na het praten op je kot, waarbij ik je alle mogelijke signalen stuurde, had je me bij het afscheid nog steeds niet gekust. Dus deed ik dat maar, heel snel, om daarna gauw weg te lopen, helemaal assepoesterig, naar mijn pompoen –euh, auto.

Vandaag kus ik je weer. Maar geen van beiden loopt weg.

2 december 2003

We zijn samen afgestudeerd en wonen onofficieel samen op een klein flatje in Leuven. Ik ben een paar maanden aan het werk op Buitenlandse Zaken. Het werk is onnoemelijk saai. Ik ben ondertussen een aggregaat aan het volgen, om lessen wetenschap in het middelbaar te kunnen geven.

Jij verdedigt vandaag je doctoraatsvoorstel voor een jury, en hoopt op een beurs. We gaan samen lunchen om te vieren dat het vrij goed ging. Ik zweer dat een doctoraat niets voor mij is.

2 december 2007

We werken allebei aan ons doctoraat, en wonen sinds vorig jaar in een ruim appartement in Leuven. Tien dagen geleden werd mijn mama niet meer wakker. Ik ben helemaal kapot, maar zo dankbaar dat jij haar ook goed gekend hebt. Jij bent mijn rots in een hele, hele donkere tijd.

2 december 2011

We zijn nog niet lang terug van een hemelse huwelijksreis in Thailand, en houden het gevoel van wittebroodsweken levend in ons huisje. We mogen ons allebei doctor noemen. We dromen van een kindje. Mijn rugpijn blijkt een serieuze hernia te zijn.

2 december 2015

We vragen MJ, onze nanny/babysit om een paar uur langs te komen en op onze acht maanden oude schat te letten. Wij gaan uit eten in Brookline centrum, onze thuisbasis sinds een half jaar. We houden van Boston, van ons leven daar, en van elkaar. Maar niet van de Vietnamees waar we gaan dineren. Amerika en goed eten, het blijft een uitdagende combo.

 

2 december 2016

We raken zo langzaamaan gewend aan opnieuw in België zijn. Jij hebt je droomjob te pakken, ik keer terug naar het bedrijf waar ik daarvoor al werkte. Er blijkt heel wat veranderd, en niet altijd in mijn voordeel. We dromen van een broertje of een zusje voor onze krullenbol.

 

2 december 2017

Ik zit midden in de loodzware chemobehandeling voor een mola zwangerschap – iets waar ik tot voor deze zomer nog nooit van gehoord had. De laatste maanden zijn we bedolven onder een tsunami van slecht nieuws – het leek altijd maar erger te worden.

Over twee dagen moet ik weer 50 uur aan een baxter gaan hangen in het ziekenhuis, maar vanavond eten we sushi.

 

2 december 2018

Een rustig weekend is welkom: jij hebt het superdruk en ik moet wat bekomen van mijn derde week opnieuw aan het werk, na een jaar ziekteverlof. Krullenbol rust uit van een week in de klas. De klas vindt hij heerlijk. Wij vinden krullenbol heerlijk. Ik ga joggen want ik kan dat opnieuw. Ik speel met onze schat, want ik kan dat opnieuw. We koken samen, want… ja.

Dromen hebben we nog altijd, illusies iets minder. 19 jaar zijn we samen vandaag, letterlijk een half leven. Mijn verhaal telt evenveel hoofdstukken zonder jou als met jou.

 

Vanaf morgen zijn er méér bladzijden met een gouden randje.

Want schat, daar zorg jij voor, elke dag.

boeket bloemen

 

 

 

 

***Het idee voor deze flashback post kreeg ik van Trijnewijn.

 

 

Ruimtevader

Soms hoor ik iets en versta ik iets anders. En wat ik versta, gaat een eigen leven leiden in mijn hoofd. Ik raak er van overtuigd dat dat andere woord echt zou moeten bestaan.

Dit keer klonk het liedje van Kommil Foo – ‘Ruimtevaarder’.
Dat hoorde ik, maar ik verstond iets anders.

Ruimtevader

 

De gedachten en associaties tuimelden over elkaar.

Ik dacht aan moeders en vaders, aan hoe mensen die een zwangerschap verliezen, geen naam hebben. Kinderen zonder ouders zijn wezen, maar wat zijn ouders zonder kinderen? Of die nog een kindje wensen?

Wensouders. Ik wens, ik wens…. Met een kaarsje. Wereldlichtjesdag.
Ik wacht op een vallende ster –

Sterretjesouders. Ik vind het moeilijk dat op ons toe te passen. Ik ken sterretjes, en sterretjesouders. Maar hebben wij recht op die term? Onze verliezen waren altijd zo vroeg. We hebben geen namen, geen beeld. Het klinkt alsof ik me dat niet kan/mag toe-eigenen.

 

Hoe er bij verlies vaak aan de mama wordt gedacht, maar zoveel minder aan de papa. Die toch ook een boel hoop en dromen is verloren.

Mijn man als papa. Dat is van de mooiste dingen die ik ooit mocht meemaken. Weet ik eigenlijk hoe hij met al onze struggles omgaat? Anders dan ik, da’s zeker. Rationeler. En ik vind mezelf al een vrij rationeel persoon.

Is hij dan een sterretjespapa?

Of misschien wel –

Ruimtevader.

 

ruimtevader

Hoe wetenschap je leven kan veranderen

Dag van de Wetenschap

Vandaag is het in Vlaanderen en Brussel Dag van de Wetenschap.

Het valt niet samen met de Werelddag van de Wetenschap (10 november, dus niet gek lang geleden), maar dat ligt misschien ook wel aan het opzet: Op de Dag van de Wetenschap kan je een blik achter de schermen  werpen in verschillende bedrijven, universiteiten, hogescholen, musea, doe-centra en onderzoeksinstellingen.

Door workshops, demonstraties, toffe experimenten en interessante tentoonstellingen willen wetenschappers je graag een idee geven waar ze mee bezig zijn en waarom dat werk ongetwijfeld razend interessant is, en je leven kan veranderen.

children-1578206_1920

Zelf wetenschapper

Ik kan het niet laten een beetje scheef te grijnzen en een wenkbrauw op te trekken als ik een wetenschapper word genoemd. Maar kijk, een half leven geleden koos ik wel degelijk een erg wetenschappelijke richting om te gaan studeren.

Dat kwam ook niet helemaal uit de lucht vallen – Ik had goeie scores op wiskunde en wetenschappen in de middelbare school. Toch twijfelde ik.

Want ik had ook goeie scores op taal en ik wilde ook wel gaan schrijven. Misschien wel schrijven over wetenschappen?

apotheekflesjes

Uiteindelijk haalde de studie wetenschappen het. Ik bedacht me dat ik schrijven altijd nog kon leren, maar dat wetenschappen inhalen een grotere uitdaging zou zijn. Omdat ik nog onbeslist was over welke richting ik op wilde, koos ik een studie die zowat alle wetenschappen samen combineerde.

En als ik heel eerlijk ben, is dat misschien ook niet helemaal gek. Ik herinner me een kleine microscoop als heel enthousiast onthaald cadeautje. Een groot volume aan kinderencyclopedieën en weetjesboeken sierde mijn kast. En ook nu nog, kan ik zo enthousiast worden van uitzoeken hoe en waarom dingen werken.

Uit het labo

Ook al sta ik niet meer in het labo, ook al betekenen diploma’s vrij weinig met wat ik nu doe, ik ben wel tevreden met de wetenschap dat dat allemaal in mijn rugzakje zit.

En ik vond me daar in een aula nog een knap wetenschapstudentje ook!

Wetenschap kan dus écht je leven veranderen.

 

Waarom heb jij voor je studie gekozen?