20 dingen die ik graag doe

Ik lees zelf eigenlijk niet zo veel blogs, maar als er dan twee hetzelfde idee opperen, hebben ze wel mijn aandacht.

Bij Prinses op de kikkererwt en bij Trijnewijn vond ik een lijstje terug van 20 dingen die je graag doet (met de vermelding hoe lang het geleden is dat je ze gedaan hebt).

Het is een opdracht uit ‘The Artist’s way’, en het is de bedoeling dat je ook meteen twee van die dingen inplant.

Geen volgorde hier, maar los wat er in me opkomt.

  1. Koken – twee uur
  2. Lekker en gezond eten – anderhalf uur
  3. Joggen – tien dagen
  4. Naar de sauna – vijf maanden
  5. Een massage krijgen – vijf maanden
  6. Knuffels geven en krijgen – tien minuten
  7. Koffie drinken met een vriend/vriendin en bijpraten – negen uur
  8. Op date gaan met manlief – vier maanden (oh lieve help. Gelukkig staat er nog eentje gepland volgende week!)
  9. Een boek lezen – een paar uur
  10. Bij een open haard of kachel zitten – een paar weken
  11. In de Albert Heijn gaan winkelen – drie weken
  12. Schrijven – nu
  13. Vrienden helpen met de planning van hun huwelijk – drie weken
  14. Uitwaaien aan zee  – 4,5 maand
  15. Met zoonlief op uitstap gaan – zes dagen
  16. Een brunch voor familie of vrienden organiseren – drie dagen
  17. Zingen in een grote groep – drie maanden
  18. Een klein gebaar waarvan je weet dat het voor de ander veel betekent – een paar uur
  19. Buiten eten – een paar maanden (kom maar snel, zomer!)
  20. Reizen – een week

Ik moet toegeven dat ik toch een beetje ben geschrokken van hoe lang sommige dingen geleden zijn. Ik bedoel… vier maanden sinds mijn laatste maandelijkse date met manlief? Confronterend.

Wat ga ik inplannen deze week? Die sauna en dat toertje joggen dat er zo dringend van moet komen (maar die wind he… is dat geen excuus?).

Ik ben heel benieuwd naar jullie lijstje!

Advertenties

Vlaamse week tegen pesten

Ik zag het een paar keer passeren op de sociale media, ik hoorde over de campagnes en ik las getuigenissen. Maar toch heeft het me dagen gekost om tot dit punt te komen. Waarop ik me achter mijn laptop zet, waarop ik probeer te bedenken wat ik wil zeggen. De Vlaamse week tegen pesten.

Zou ik toch niet over koken schrijven, of over de resultaten van mijn blogenquête (die is trouwens nog steeds HIER in te vullen, warme uitnodiging! Nog 2 mensen nodig voor een mooi rond getal!)?

Acties

Ik merk dat er wel wat gedaan wordt tegen pesten. Je hebt de babbeljuffen en -meesters. Scholen die volgens het KiVa-principe werken.  Je hebt de vier stippen op de handen – voor het geval dat je hierin niet thuis bent, elke stip staat voor een ander engagement nl.:

  • Ik vind pesten niet oké en zal er nooit aan meedoen.
  • Ik praat erover als pesten mij verdrietig of bang maakt.
  • Ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij!
  • Ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die gepest wordt.

Ik denk dat ik veilig kan stellen dat er acties zijn tegen pesten.

In elk geval is er véél meer dan toen ik op de middelbare school zat. Want toen was er helemaal niks. En dat heb ik zelf mogen ondervinden.

Zelf gepest

Want ja, ik ben ook gepest. Jarenlang, en vrij serieus. Op dit moment word ik gezien als een zelfverzekerde madam met doorzettingsvermogen, iemand die de schouders recht en het hoofd omhoog houdt. Ik zie mezelf ook wel zo. Maar dat is dus wel anders geweest. En dat toegeven voelt eigenlijk als een soort bekentenis, alsof het iets is dat ik verkeerd gedaan heb.

Ik weet niet precies wanneer het begonnen is, en waarom – omdat ik krullen had, omdat ik altijd goede punten haalde – moet er eigenlijk een reden zijn? Of anders gezegd: moet er een reden zijn die bij mij ligt?

Punt is dat ergens eind lagere school/begin secundaire school ik steeds vaker verwijten naar mijn hoofd kreeg. Uitgesloten werd. Genegeerd. Soms zelfs fysiek aangevallen. En dat dan vaak door de meisjes die ik eigenlijk als mijn vriendinnen zag, en dus veel tijd mee spendeerde.

Genegeerd op school

Ik merk dat ik me er niet zo veel meer van herinner, dat ik heel wat moet weggeduwd hebben. Maar een paar dingen staan me nog heel helder bij. Huilen als ik thuis kwam, of ’s avonds in bed, en mijn moeder die dingen zei als ‘ze zijn allemaal jaloers’, ‘je moet gewoon niet reageren’ en ‘ik ben ook gepest vroeger’. Wat natuurlijk helemaal niet helpt.

En het totale negeren vanuit de school. Werd je genegeerd door de klasgenoten, dan deden de volwassenen er een schepje bovenop. Er werd echt niets gedaan. De leerkrachten deden niets, de directie deed niets. Of ze hadden één gesprek met de pesters, waarna alles alleen maar erger werd.

Op een bepaald moment was ik zo verkouden dat ik tijdens de speeltijden mocht binnenblijven. Dat was ZO rustig voor me, want de speeltijden waren het vervelendste. Ik kon gewoon lekker binnenblijven, en las boeken over de maan, het heelal, dieren, wat ik maar te pakken kreeg.

Die ‘verkoudheid’ heeft toen maanden geduurd, mijn moeder schreef gewoon steeds een briefje. En dan was dan ook gewoon zo. Niemand stelde zich daar vragen bij, niemand vroeg me hoe dat kwam. Ik mocht binnen blijven, en dat was dat.

Genoeg geweest

Ik weet ook nog glashelder wanneer ik besloot dat het genoeg was geweest. Ik had het zo lang genegeerd, en dat verbeterde helemaal niets. En als je 50 keer per dag te horen krijgt dat je lelijk en dik en unlovable bent, dan ga je dat uiteindelijk ook zelf geloven. Het kruipt onder je huid als een stiekeme teek die zich op je zelfvertrouwen voedt.

Maar zelfs lelijk, dik en unlovable, besloot ik dat het genoeg geweest was, en dat ik dit niet verdiende. Ik ging terug bijten. Zonder schrik voor de consequenties, want wat zouden ze doen, mij laten vallen? Ik wilde niet liever. En op school bleef ik goede punten halen, ik kreeg behoorlijk wat krediet van de leerkrachten.

Ik ben letterlijk scheldwoorden van buiten gaan leren. Heb geoefend voor de spiegel. De volgende keer dat ik belachelijk werd gemaakt, antwoordde ik. Heel fel. Ze schrokken zich een ongeluk.

En de jongen die mij op de bus aan het pesten was, maakte ik met de grond gelijk. ‘Ik ben misschien lelijk, maar iets is me niet duidelijk. Is dat jouw hoofd of heeft je nek overgegeven?’ De hele bus gierde het uit, en die vent heeft me nooit meer iets nageroepen.

Gevolgen

Ik zeg niet dat iedereen dit moet doen, maar voor mij werkte het. Ik wil daar niet fier op zijn, maar ik ben het stiekem wel. Ik scheurde me helemaal af van die meisjes, en zocht nieuwe vrienden. Dat was niet makkelijk, want mijn zelfvertrouwen was tot nul gereduceerd. Maar het lukte wel, langzaamaan.

Daarmee was het verhaal niet af. Ik ben nooit echt mezelf geweest die jaren. Dat kon echt niet meer. Er was een dikke muur gegroeid, en heel veel stekels. Oh, wat wilde ik verder gaan studeren. Opnieuw beginnen, heerlijk.

Het heeft mijn man heel wat tijd gekost om die muur af te breken, het zelfvertrouwen op te bouwen, om de stekels af te vijlen. Maar het is zijn verdienste, samen met enkele goede vrienden. Zonder hen was ik er nooit zo bovenop gekomen.

Word je sterker van gepest worden? In mijn ogen helemaal niet. Je wordt anders. Het verandert je.

Ik geloof veel minder in de goede bedoelingen van mensen. Ik krijg sneller argwaan. Ik heb heel lang een laag zelfbeeld gehad. Ik ben allergisch aan onrecht en aan mensen anders behandelen omdat ze ‘anders’ zijn. Ik vind dat niemand – écht NIEMAND – tegen mij hoeft te schreeuwen. Onder geen beding.

Ik denk niet dat ik ben wie ik ben dankzij dat pesten.
Ik ben wie ik ben, ondanks.

Een speciale verjaardag

Gisteren was het dikke truiendag. En wieltjesdag (met fiets of step naar school). En Wereld Darwin dag.

Ik geef toe, ik heb met geen van alle veel gedaan vandaag. Ik vierde een speciale verjaardag.

Gisteren is het 1 jaar geleden dat ik mijn laatste chemo kreeg. Eén vol jaar. En meestal lijkt het al een bizar horrorverhaal dat ik nu aan mensen vertel – of niet vertel, want ondertussen zijn er heel wat mensen in mijn omgeving die mijn geschiedenis totaal niet kennen. En soms is dat wel prettig zo.

Ik zou zo graag willen zeggen dat het na één jaar ook helemaal achter de rug is. Dat ik er niet vaak meer aan denk. Of dat het geen impact meer heeft.

Maar dat is natuurlijk niet zo.

Ik zeg wel ‘natuurlijk’ maar ik merk dat een jaar lang is. Of heel lang lijkt, soms. En geheugens zijn kort. Heel kort, soms.

Die combinatie, samen met hoe hard ik gewerkt heb om er niet meer ‘ziek’ uit te zien, maakt dat ik vaak het gevoel heb dat ik me moet verantwoorden. Verklaren. Verdedigen. Dat ik er nog niet ben. Dat bepaalde dingen (nog) niet gaan zoals daarvoor. Dat energie een kostbaar en eindig goed is  —

(Nu ik die laatste zin schrijf, denk ik, ‘wat toepasselijk, zo met al die klimaatmarsen’. Ik ben zoals het klimaat, mijn energie is kostbaar goed. Ha!)

Tegelijk doet die verjaardag me beseffen hoeveel kan veranderen in een jaar. Hoe ver ik gekomen ben. Speekmedaille voor mezelf!

Er is nog een hele weg te gaan, een onzichtbare weg – onzichtbaar voor wie niet goed kijkt of luistert, vermoed ik. Onzichtbaar voor mensen met een kort geheugen.

Maar da’s oké. Want weet je hoe dat zit met nachtmerries en horrorverhalen?

Je leert wie wel goed kijkt en luistert. Het maakt niet uit dat ik er nog niet ben. Ik heb supporters langs de weg.

Een jaar verschil

Ooit zei ik het aan mijn schoonzusje, die in een lastige situatie zat.

‘Wacht maar af hoeveel een jaar kan veranderen’.

En zaterdag besefte ik weer dat dat behoorlijk wijs was, van mij.

En waar.

Op 2 februari 2018 had ik geen vrolijke dag. Ik zat in de laatste fase van mijn chemobehandeling. Die had zijn tol al geëist op mijn lijf en mijn zijn. Ik probeerde zoveel mogelijk de horror van dag tot dag door te komen, maar was toch aan het aftellen geslagen: die week zou mijn laatste cyclus van start gaan.

Maar nee: mijn immuunsysteem, dat zo lang had stand gehouden, crashte. Net voor de eindmeet. Ik kreeg 39,8°C koorts en bleef drie dagen in het ziekenhuis zonder dat ze echt wisten wat ik had, en hoe ze dekoorts konden laten dalen.

En toen mocht ik eindelijk naar huis op donderdag, om maandag terug te keren om dan ‘hopelijk’ de laatste reeks zakken gif in mijn lijf te laten pompen.

En toen kwam vrijdag – en ik was jarig.

Mensen wensten mij een gelukkige verjaardag.

Ik haatte het.

Gelukkige verjaardag? Ik wilde in mijn bed kruipen en ergens onder die dekens verdwijnen en pas opstaan als alles voorbij was, en ik mij feniks-gewijs opnieuw durfde te vertonen. Ik verklaarde aan iedereen dat ik pas een maand later jarig zou zijn (en dat hebben we ook enigszins zo gevierd).

Maar toen mijn tante belde, die drie weken voordien de man waar ze 60 jaar van haar leven mee had gedeeld, had moeten afgeven, haalde ik een Oscar-waardige performance boven. Zij wist niet dat ik ziek was. En ik ging haar dat niet vertellen.

Een mens kan maar zoveel horror verdragen.

Op 2 februari 2019 had ik een vrolijke dag.

Ik stond op en manlief, mijn held, en krullenbol, mijn schat, hadden het huis versierd. Ze zongen me toe en ik kreeg een lekker ontbijtje.

De berichtjes en de filmpjes met zingende neefjes en nichtjes stroomden toe en ik bedankte iedereen uitbundig.

’s Middags kwam mijn familie een pistoletje met soep eten, en als dessert een lekkere pannenkoek – je bent jarig op lichtmis of je bent het niet, natuurlijk. Ik kreeg een e-reader cadeau en kijk al uit naar een vakantie waar de helft van de bagage niet uit kleppers bestaat.

’s Avonds kwamen enkele goede vrienden eten. Het was gewoon… gezellig. We hebben goed gelachen, goed gegeten, en niet als een wrak gaan slapen.

Nog een beetje kaas over…

Mijn lieve tante heeft niet gebeld. Zij is twee maanden na mijn vorige verjaardag haar man gaan vervoegen. Ik miste haar. En nog wel wat mensen. Ik hoop dat ze er eentje hebben gedronken op mijn gezondheid.

Wacht maar af hoeveel een jaar kan veranderen.

Ik heb het berekend. Deze verjaardag was precies 1 345 760 keer beter dan de vorige.

Gedichtendag 2019

Vijfjarenplan – Herman de Coninck

Ik hou van jou. Hou jij van wat niet kan.
Hou jij van je capaciteiten, ik van je gebreken.
Jij van je trots, en ik van hoe die zacht kan breken
in mijn armen. Jij van je moed. Ik van je zwakte
nu en dan.

Hou jij van de toekomst. Ik van wat voorbij is gegaan.
Hou jij van de honderd levens die je wilde leven.
Ik hou van dat ene dat is overgebleven
en van hoe je daarom zo ver weg kunt zijn dicht
tegen me aan.

Ik hou van wat is. Jij van wat zou.
Hou jij van mij. Ik hou van jou

Sneeuw

Elk jaar opnieuw komt het er wel eens van. Op zich is het dus niet eens zo uitzonderlijk.

En toch.

Elk jaar opnieuw vind ik die eerste sneeuw… bijna magisch.

Er dwarrelen bevroren vlokken water naar beneden. En alles wordt wit.

En ja, in België betekent dat ook dat het halve land op zijn kop staat, vervoersmiddelen massaal in staking gaan, we een paar ton zout de natuur in kappen, het nieuwsbericht alleen daarover lijkt te gaan…

Maar als ik dan naar buiten kijk, is het alsof de winterplooien zijn gladgestreken.

Alles klinkt stiller, als er een tapijt ligt.

Het licht is anders.

Alsof sneeuw het ene vasthoudt, en het andere weerkaatst.

Als je dan nog een zonnetje krijgt, en je helemaal ingeduffeld naar buiten stapt, klaar om je voetafdrukken achter te laten op de wereld –

– dan kan je toch niet anders dan denken

‘Die winter is zo slecht nog niet’.

Tot het de volgende dag geen licht lijkt te worden, alles vol smurrie ligt, en het de hele tijd drasht. Dan denk ik als bij toeval andere dingen (*niet voor publicatie*).

Houden jullie van de sneeuw?

#10yearchallenge

Ik zag de voorbije dagen onwillekeurig vaak een soort ‘voor en na’ compilatie verschijnen op de sociale media. Het bleek om een foto van tien jaar geleden te gaan, en een foto van nu. Ik heb nog even gezocht in mijn archief, en vond een foto waar manlief en ik stonden te blinken op een trouwfeest, in 2008.

En ik dacht: ‘ik heb dat kleed nog’.

Terwijl het stukken minder oppervlakkig zou geweest zijn om te denken: ‘ik heb die vent nog’ – maar dat geheel terzijde.

Ik ben iemand die eerder vooruit wilt kijken. Maar kom, voor één keertje. Want ja, ik ben veranderd op tien jaar tijd. Maar ik denk (of hoop) niet dat dat volledig van mijn gezicht af te lezen valt.

Januari 2009

  • Ik heb één van de zwaarste periodes van mijn leven achter de rug.
  • Ik heb nog niet zo lang geleden mijn doctoraat afgerond – waar ik heel fier op ben, want: zie nr 1.
  • Ik denk dat het nu alleen maar steil bergop kan gaan met die carrière van mij en zie me binnen tien jaar absoluut als manager ergens
  • Ik heb mijn streefgewicht bereikt en heb voor het eerst in mijn leven 10 km gelopen.
  • Ik werk aan de VUB in Jette als wetenschapscommunicator en ik pendel ongeveer 2,5u per dag (als alles goed gaat tenminste)
  • Ik volg een postgraduaat ‘Wetenschapsonderwijs en -communicatie’ en merk dat studeren na zoveel jaar voelt als het reanimeren van een verroeste schrootbak
  • We wonen in een appartement in het centrum van onze universiteitsstad maar hebben, na een lange zoektocht, een grond gekocht. We bespreken onze huisplannen met iedereen die er zin in heeft (en ook een aantal mensen die er mogelijk geen zin in hebben, sorry daarvoor nog).
  • In onze vriendenkring zijn heel wat mensen getrouwd vorig jaar en wordt er aan kindjes begonnen. Ik wil dat ook allemaal wel, maar die krater is gewoon nog té aanwezig.
  • Ik ben bijna 10 jaar samen met mijn beste vriend

…..Fast forward voorbij de reclameblokken….

Januari 2019

  • Ik heb één van de zwaarste periodes van mijn leven achter de rug.
  • Ik heb minder dan een jaar geleden mijn chemo afgerond.
  • Ik werk al zes jaar op een uitgeverij op 7 km van bij mij thuis- met 1 jaar tijdskrediet omdat we tijdelijk naar Boston verhuisden
  • Ik heb bijna mijn streefgewicht bereikt, want ik ben 11 kg afgevallen sinds punt nr 2. En ik loop weer 5 km, het maximum dat ik mag lopen sinds een serieuze rugoperatie.
  • Ik heb al mijn energie nodig om terug te keren naar mijn job (ook al werk ik op dit moment 40%) en heb nog weinig illusies over carrière. Ik ben manager geweest in een ander bedrijf en dat liep aardig mis omdat ze iemand zochten die altijd ‘ja’ knikte en news flash: ik ben dat niet.
  • We wonen bijna 9 jaar in ons huisje, in een heerlijk rustige wijk, met onze krullenbol die elke dag mooier maakt.
  • Ik ben bijna 20 jaar samen met mijn beste vriend (en 7 jaar getrouwd)

Jaaaaa, dat laatste decennium…. Van de diepste dalen naar de mooiste dagen. Het is enigszins geschift hoeveel we hebben meegemaakt. Soms denk ik dat ik in een soap speel, voor aliens ofzo. Very ‘Truman Show’.

Hoe dankbaar ik ook ben voor die mooiste dagen, ik denk dat ik met dat voorbije decennium alleen al een hele autobiografie kan schrijven. ’t Is wel genoeg geweest. Ik wéét het, ik ben bad ass. No need to proof it any more.

Ik hoop van harte dat ik in het volgende hoofdstuk kan schrijven:

“en de volgende tien jaar waren gevuld met heerlijk gezapige dagen en we genoten van elkaar en die kleine dingen die al lang niet meer vanzelfsprekend waren.”

En nog totaal niet the end.

Hoe dankbaarheid goed is voor je gezondheid

Vandaag is de Internationale dag van de dankbaarheid. Yep. It’s a thing. En het is niet eens Thanksgiving! Ik geloofde het ook eerst niet, maar als het internet zegt dat het waar is, zal dat wel zo zijn, toch?

Niet dat het veel uitmaakt, trouwens. Dankbaarheid is op elke dag goed voor je gezondheid. Nee serieus. Dat is wetenschappelijk bewezen.

Er zijn letterlijk wetenschappelijke studies die hebben aangetoond dat dankbaarheid de activiteit in je hypothalamus verhoogt. Laat dat nu in verband staan met je metabolisme, eetlust en slaap.

Een kleine merci voor het slapengaan, kan dus effectief werken. (Nee lieve schoonzusjes, NIET het chocolaatje. Hoewel… ook het testen waard. Ik wil wel directeur worden van die onderzoeksinstelling).

Het wordt nog gekker. Door dankbaarheid te voelen komt er dopamine vrij, waardoor je je gelukkiger voelt en beter tegen pijn kunt. Het zou zelfs je immuunsysteem versterken, stress verminderen en angstgevoelens aanpakken.

Het is dus even nuttig om een toertje te gaan joggen, dan om tien dingen op te sommen waar je dankbaar voor bent. En geef toe, met het weer zo tegenwoordig: welke lijkt je het meest haalbaar (nu je voor de tv zit in je pyjama, want heeeee het is wel al 20u op een vrijdagavond)?

Ik voel me momenteel nogal verkreukeld. Aanhoudende verkoudheid, meer gaan werken, wat slechter slapen, misschien ook wel wat januari-blues

Dus kijk, baat het niet, dan schaadt het niet.

Tien dingen waar ik deze week dankbaar voor was.

  1. De prachtige zonsopgang van donderdag, die de hele hemel roze kleurde
  2. Hoe fijn Krullenbol het vond om weer naar school te kunnen
  3. Naar het werk vertrekken en dat wel zien zitten
  4. Opnieuw naar huis vertrekken van het werk. Oef, even rust.
  5. Mijn papa die Krullenbol op school ging oppikken, en hoe leuk die twee het samen hebben
  6. Spaghetti bolognaise, die 6u heeft staan pruttelen in de slowcooker. GISTEREN! (Niks zo goed als spaghetti van gisteren, toch?)
  7. Even binnenspringen in de Albert Heijn, altijd prettig (ja, raar kantje van me)
  8. Manlief die me nog even laat slapen
  9. Naar de yoga en daar bekenden tegenkomen
  10. Nog cadeautjes onder de boom omdat er nog een gezellig familiefeestje aankomt.

Ha. Ik voel me toch een tikje beter. En niet eens aan de chocola gezeten!

Waar waren jullie dankbaar voor, deze week?

Aan de vrouw met ‘baby’ op haar verlanglijstje

kerstkaart

Aan de vrouw die niet weet hoe ze haar verlanglijstje voor Kerst moet afmaken

Aan de vrouw die iets wilt dat je niet onder de kerstboom vindt

Dat niemand kan kopen – al zeggen ze van wel – niet met alle geld van de wereld

Niet met alle tijd van de wereld. Niet met alle liefde van de wereld.

 

Niet dit jaar.

 

Aan de vrouw met ‘baby’ op haar verlanglijstje.

Ik weet hoe je je voelt.

 

Ik weet hoe je je voelt als je de kerstsokken ophangt.. 2 of 3 of 4 of… maar altijd eentje te weinig

Ik weet hoe je je voelt als wat je wilt, niet afhangt van hoe braaf je bent geweest

 

Misschien dacht je vorig jaar dat alles wel in orde zou komen.

Misschien denk je dat al lang niet meer.

 

Misschien mis je de baby die enkel in je dromen woont.

Misschien mis je de baby die onder je hart woonde, maar nooit in je armen.

Misschien mis je de baby die er was, maar die veel te snel weer vertrok.

 

Ik ken jou.

Ik zie jou.

 

Ik zie het als je lacht en praat en doet alsof er niets aan de hand is.

 

Aan de vrouw met baby op haar verlanglijstje.

Een paar dingen moet je onthouden. En dan mag je mij er ook aan herinneren.

 

Het is okee om veel te hebben, en toch iets te missen.

Het is okee om veel te geven, en graag iets terug te wensen.

Het is okee om er veel aan te denken, en het is okee om te proberen om er niet aan te denken.

 

Ik weet dat het bestaat, dat gevoel waar geen woord voor is, een intense blijdschap voor die zus, vriendin, collega, buur die zwanger wordt, en tegelijk die stekende pijn om wat jij mist. Met een oprisping van boosheid misschien, een irrationeel gevoel van onrechtvaardigheid.
Hoe zouden we dat moeten omschrijven, waarom zouden we dat moeten omschrijven, niemand kan het begrijpen zonder tot deze club te behoren.

 

Aan de vrouw met baby op haar verlanglijstje.

Soms kijk je in de spiegel en vraag je je af of het ooit zal gebeuren. Misschien heb je hoop, misschien durf je niet meer te hopen.

Soms ben je nerveus om naar babyborrels te gaan. Omdat je niet weet hoe het gaat binnenkomen. Omdat je geen waterproof mascara hebt. Omdat je de vragen niet meer weggeslikt krijgt. Je mag eerlijk zeggen wat je niet ziet zitten. Wees zo lief voor jezelf.

Soms zou je willen schreeuwen naar al die bolle buiken, roepen, tieren – besef wat je hebt, geniet van wat je hebt, het is geen cliché het is ECHT een wonder.

Soms bijt je zo hard op je tanden omdat je de sfeer niet wilt verpesten, dat je het voor jezelf verpest. Je mag eerlijk zijn over je verdriet. Jij hebt recht op dat verdriet. Als je tandpijn had zou je het ook zeggen. Waarom zou hartpijn dan niet welkom zijn?

Jij bent okee. Zoals je bent. Verlanglijstje en al.

Ik wens je een warme kerst. En baby dust.

sterrenstof

 

2 december: een half leven met jou

2 december 1999

Gisteren heb je tijdens de film mijn hand vastgehouden. Mijn hart sprong zowat uit mijn lijf. Ik heb niets meer van de film gezien, maar bleef schijnbaar geïnteresseerd star naar het scherm staren.

Na het praten op je kot, waarbij ik je alle mogelijke signalen stuurde, had je me bij het afscheid nog steeds niet gekust. Dus deed ik dat maar, heel snel, om daarna gauw weg te lopen, helemaal assepoesterig, naar mijn pompoen –euh, auto.

Vandaag kus ik je weer. Maar geen van beiden loopt weg.

2 december 2003

We zijn samen afgestudeerd en wonen onofficieel samen op een klein flatje in Leuven. Ik ben een paar maanden aan het werk op Buitenlandse Zaken. Het werk is onnoemelijk saai. Ik ben ondertussen een aggregaat aan het volgen, om lessen wetenschap in het middelbaar te kunnen geven.

Jij verdedigt vandaag je doctoraatsvoorstel voor een jury, en hoopt op een beurs. We gaan samen lunchen om te vieren dat het vrij goed ging. Ik zweer dat een doctoraat niets voor mij is.

2 december 2007

We werken allebei aan ons doctoraat, en wonen sinds vorig jaar in een ruim appartement in Leuven. Tien dagen geleden werd mijn mama niet meer wakker. Ik ben helemaal kapot, maar zo dankbaar dat jij haar ook goed gekend hebt. Jij bent mijn rots in een hele, hele donkere tijd.

2 december 2011

We zijn nog niet lang terug van een hemelse huwelijksreis in Thailand, en houden het gevoel van wittebroodsweken levend in ons huisje. We mogen ons allebei doctor noemen. We dromen van een kindje. Mijn rugpijn blijkt een serieuze hernia te zijn.

2 december 2015

We vragen MJ, onze nanny/babysit om een paar uur langs te komen en op onze acht maanden oude schat te letten. Wij gaan uit eten in Brookline centrum, onze thuisbasis sinds een half jaar. We houden van Boston, van ons leven daar, en van elkaar. Maar niet van de Vietnamees waar we gaan dineren. Amerika en goed eten, het blijft een uitdagende combo.

 

2 december 2016

We raken zo langzaamaan gewend aan opnieuw in België zijn. Jij hebt je droomjob te pakken, ik keer terug naar het bedrijf waar ik daarvoor al werkte. Er blijkt heel wat veranderd, en niet altijd in mijn voordeel. We dromen van een broertje of een zusje voor onze krullenbol.

 

2 december 2017

Ik zit midden in de loodzware chemobehandeling voor een mola zwangerschap – iets waar ik tot voor deze zomer nog nooit van gehoord had. De laatste maanden zijn we bedolven onder een tsunami van slecht nieuws – het leek altijd maar erger te worden.

Over twee dagen moet ik weer 50 uur aan een baxter gaan hangen in het ziekenhuis, maar vanavond eten we sushi.

 

2 december 2018

Een rustig weekend is welkom: jij hebt het superdruk en ik moet wat bekomen van mijn derde week opnieuw aan het werk, na een jaar ziekteverlof. Krullenbol rust uit van een week in de klas. De klas vindt hij heerlijk. Wij vinden krullenbol heerlijk. Ik ga joggen want ik kan dat opnieuw. Ik speel met onze schat, want ik kan dat opnieuw. We koken samen, want… ja.

Dromen hebben we nog altijd, illusies iets minder. 19 jaar zijn we samen vandaag, letterlijk een half leven. Mijn verhaal telt evenveel hoofdstukken zonder jou als met jou.

 

Vanaf morgen zijn er méér bladzijden met een gouden randje.

Want schat, daar zorg jij voor, elke dag.

boeket bloemen

 

 

 

 

***Het idee voor deze flashback post kreeg ik van Trijnewijn.

 

 

Ruimtevader

Soms hoor ik iets en versta ik iets anders. En wat ik versta, gaat een eigen leven leiden in mijn hoofd. Ik raak er van overtuigd dat dat andere woord echt zou moeten bestaan.

Dit keer klonk het liedje van Kommil Foo – ‘Ruimtevaarder’.
Dat hoorde ik, maar ik verstond iets anders.

Ruimtevader

 

De gedachten en associaties tuimelden over elkaar.

Ik dacht aan moeders en vaders, aan hoe mensen die een zwangerschap verliezen, geen naam hebben. Kinderen zonder ouders zijn wezen, maar wat zijn ouders zonder kinderen? Of die nog een kindje wensen?

Wensouders. Ik wens, ik wens…. Met een kaarsje. Wereldlichtjesdag.
Ik wacht op een vallende ster –

Sterretjesouders. Ik vind het moeilijk dat op ons toe te passen. Ik ken sterretjes, en sterretjesouders. Maar hebben wij recht op die term? Onze verliezen waren altijd zo vroeg. We hebben geen namen, geen beeld. Het klinkt alsof ik me dat niet kan/mag toe-eigenen.

 

Hoe er bij verlies vaak aan de mama wordt gedacht, maar zoveel minder aan de papa. Die toch ook een boel hoop en dromen is verloren.

Mijn man als papa. Dat is van de mooiste dingen die ik ooit mocht meemaken. Weet ik eigenlijk hoe hij met al onze struggles omgaat? Anders dan ik, da’s zeker. Rationeler. En ik vind mezelf al een vrij rationeel persoon.

Is hij dan een sterretjespapa?

Of misschien wel –

Ruimtevader.

 

ruimtevader

Hoe wetenschap je leven kan veranderen

Dag van de Wetenschap

Vandaag is het in Vlaanderen en Brussel Dag van de Wetenschap.

Het valt niet samen met de Werelddag van de Wetenschap (10 november, dus niet gek lang geleden), maar dat ligt misschien ook wel aan het opzet: Op de Dag van de Wetenschap kan je een blik achter de schermen  werpen in verschillende bedrijven, universiteiten, hogescholen, musea, doe-centra en onderzoeksinstellingen.

Door workshops, demonstraties, toffe experimenten en interessante tentoonstellingen willen wetenschappers je graag een idee geven waar ze mee bezig zijn en waarom dat werk ongetwijfeld razend interessant is, en je leven kan veranderen.

children-1578206_1920

Zelf wetenschapper

Ik kan het niet laten een beetje scheef te grijnzen en een wenkbrauw op te trekken als ik een wetenschapper word genoemd. Maar kijk, een half leven geleden koos ik wel degelijk een erg wetenschappelijke richting om te gaan studeren.

Dat kwam ook niet helemaal uit de lucht vallen – Ik had goeie scores op wiskunde en wetenschappen in de middelbare school. Toch twijfelde ik.

Want ik had ook goeie scores op taal en ik wilde ook wel gaan schrijven. Misschien wel schrijven over wetenschappen?

apotheekflesjes

Uiteindelijk haalde de studie wetenschappen het. Ik bedacht me dat ik schrijven altijd nog kon leren, maar dat wetenschappen inhalen een grotere uitdaging zou zijn. Omdat ik nog onbeslist was over welke richting ik op wilde, koos ik een studie die zowat alle wetenschappen samen combineerde.

En als ik heel eerlijk ben, is dat misschien ook niet helemaal gek. Ik herinner me een kleine microscoop als heel enthousiast onthaald cadeautje. Een groot volume aan kinderencyclopedieën en weetjesboeken sierde mijn kast. En ook nu nog, kan ik zo enthousiast worden van uitzoeken hoe en waarom dingen werken.

Uit het labo

Ook al sta ik niet meer in het labo, ook al betekenen diploma’s vrij weinig met wat ik nu doe, ik ben wel tevreden met de wetenschap dat dat allemaal in mijn rugzakje zit.

En ik vond me daar in een aula nog een knap wetenschapstudentje ook!

Wetenschap kan dus écht je leven veranderen.

 

Waarom heb jij voor je studie gekozen?

Krater in je hart

Vrijdag 23 november.

 

Elf jaar geleden was het ook een vrijdag. De vrijdag die ons leven in een voor en een na hakte. De vrijdag die alles veranderde. De vrijdag die een krater sloeg.

Op elf jaar is de krater opgevuld. Met ons huwelijk, met vrienden, familie, met een prachtzoon. Met een heerlijk jaar in het buitenland. Met brunches, barbecues, feestjes, koffies, en zo veel meer. Voor het ongeoefende oog lijkt het misschien een vlak veldje.

Maar het is er nog. De randen zijn niet meer zo brokkelig, ik val er niet zo makkelijk meer in, want ik ken de weg er omheen. De kransen zijn bloemetjes geworden.

Maar het is er nog. Het zal er altijd zijn.

 

Vannacht droomde ik van haar.  Manlief had een verrassing voor mij – misschien was ik jarig ofzo? – en ik ging ergens binnen en daar stond een soort fanfare te spelen en zij stond daar ook en ik gaf haar een knuffel.

Toen werd ik wakker en zei manlief dat hij een verrassing voor mij had – ben ik jarig vandaag? – en ik ging ergens binnen daar stond een soort fanfare te spelen en zij stond daar ook en ik zei ‘hey dit heb ik net gedroomd, kom hier dat ik je een knuffel geef’.

En toen werd ik echt wakker.

 

En de aarde ging nog een keer rond de zon en ik kan haar niet knuffelen.

Want dit is ‘na’. Dit is leven met de krater.

 

En ‘nooit meer’ is nog nooit zo hard geweest.

 

klaproos

Dankbaar zijn 2018

Een van de fijnste dingen aan ons jaar als Bostonianen, was dat we de Amerikaanse way of life van dichtbij konden beleven. Ik heb natuurlijk honderden films gezien, maar toch is het bijzonder om ondergedompeld te worden in een andere cultuur.

Ik heb vooral erg genoten van de feestdagen. Een ECHTE Halloween, ja, dat was wat. Hoe iedereen daar in opgaat, ongelooflijk tof.

Drie weken na Halloween diende de moeder aller Amerikaanse feestdagen zich aan: Thanksgiving.

thanksgiving turkey

Een donderdag waarop heel Amerika vrij heeft (en dat wilt wat zeggen in een land waar de gemiddelde werknemer 10 dagen vakantie krijgt), waarop iedereen zijn familie wilt bezoeken (meer nog dan met Kerst). En als het niet lukt om aan de familiedis aan te schuiven, dan wordt er onder vrienden iets georganiseerd, een Friendsgiving (lees alles over onze Friendsgiving hier).

 

Morgen is het weer zover. Thankgiving. Dankbaar zijn.

Ik ben dankbaar. Heel dankbaar. Ook al is het vreselijk irritant en zijn mijn gevoelens gemengd als iemand anders zegt: ‘je hebt zo veel om dankbaar voor te zijn’, toch is het gewoon zo.

Ik ben dankbaar…

 

… voor mijn gezondheid.

… voor onze gezondheid

… voor mijn leger aan vrienden

— voor mijn gezondheid

 

… voor mijn familie

… voor mijn werk

… voor mijn buren

— voor mijn gezondheid

 

… voor onze thuis

… voor mijn aangeboren positivisme

… voor deca koffie die niet vreselijk is

— voor mijn gezondheid.

 

Ik voel me natuurlijk niet altijd 100% dankbaar. Soms ben ik geïrriteerd, boos om alles wat ons overkomen is, triest om alles wat we zijn kwijt geraakt.

Maar recent zag ik onderstaande langskomen op de sociale media, en ik heb er sindsdien al vaak aan terug gedacht.

Het is een sterk staaltje omdenken – waar we misschien niet altijd de energie voor hebben. Ik zou zeggen, ga dan gauw iemand knuffelen die je graag ziet, leen een beetje energie van deze persoon, en zet alles even in het juiste perspectief.

grateful for

@Lacey Lee Elliot

Vorige donderdag was mijn eerste volledige werkdag.

Vorige vrijdag lag ik in bed, met een kop van hout en een lijf van prikkeldraad. Maar hey!  I’m still alive! And working! And so so grateful for that.

 

Waar ben jij dankbaar voor? Sta je daar wel eens bij stil?

 

 

Mijn 5 redenen om mijn kind niet op sociale media te delen

privacy.jpg

Weet je nog, je eerste sollicitatie? Groen achter je oren, ergens begin de 20, in een net iets te wijd pak, en zoooo nerveus!

Je stapt binnen, probeert een niet te klam polleke te geven, zet je neer, en haalt je documenten boven. Een paar mooie kopietjes, in een plastic mapje. Eerst gaan ze door je CV, vragen ze wat over je opleiding, je ervaring. Dan slaan ze je babyfotoalbum open. Jij in bad, jij op het potje, jij op de fiets, toen je ma je haar had geknipt en dat niet bepaald recht was… allemaal mooi bijgehouden door je mama, voorzien van kleurige commentaren, over een schattige bijnaam na een accidentje in de kleuterklas.

De interviewer fronst even de wenkbrauwen, en gaat laconiek verder. ‘Zo Mevrouw Poepiedrollie… waarom moet u onze leraar/dokter/advocaat/… worden?

 

Te gek? Te raar? Ongepast? Too much information?

Het is anders precies waar onze kinderen over enkele jaren mee geconfronteerd zullen worden. Hun hele jeugd ligt voor het grijpen op het internet. Door ons, de ouders met de camera, op zoek naar een paar ‘likes’.

Er is wat controverse over, over het al dan niet ‘delen’ van je kind op sociale media.

Toen ik begon te bloggen, heb ik hier eigenlijk eerder mijn gevoel in gevolgd, om zoonlief niet bij naam te noemen – ook al was de blog vooral voor vrienden en familie.

Hoe meer ik erover las, en hoe meer sociale mediakanalen erbij kwamen (Instagram, twitter, …), hoe meer ik van deze keuze om hem niet herkenbaar in beeld te brengen- en in een verlengde daarvan mezelf ook niet – overtuigd raakte.

En omdat ik recent de vraag kreeg, ben ik even verder gaan denken.

Mijn 5 redenen om mijn kind niet herkenbaar weer te geven op sociale media:

  1. Het internet is voor altijd

Deze lijkt zo logisch, maar staan we voldoende stil bij de gevolgen? Het voorbeeld dat ik hierboven aanhaalde, is natuurlijk hilarisch, maar het ligt volgens mij niet ver van de waarheid. Het is nu al een feit dat werkgevers sollicitanten googlen. Wat wil je dat ze tegen komen over je kinderen?

Ja, we moeten eerlijk zijn. Ja, het heeft waarde om het leven ‘zoals het is’ weer te geven op sociale media. (Eerlijk: ik zie ook liever een schattig babysnoetje op Facebook dan de achterkant van een hoofd).

Maar op een sollicitatie zet iedereen graag zijn beste beentje voor. En als de werkgever net grappige/beschamende/zotte foto’s heeft zien passeren, dan geeft dat toch een bepaald beeld, nog voor je de kamer bent binnengestapt.

 

Ik besef heel goed dat de jeugd tegenwoordig zelf bijdraagt tot die hoop zotte foto’s op het internet. Ook – of vooral – de digital natives van vandaag hebben begeleiding nodig over het blootgeven (soms letterlijk) van jezelf op het internet. Daar is iedereen het wel over eens, denk ik.

Maar als wij onze kinderen willen aanleren dat je moet nadenken over wat je post, moeten wij daar zelf dan niet het goeie voorbeeld in geven?

 

  1. Je kind kan dit niet fijn vinden – nu of in de toekomst

Kinderen kennen vanaf een jaar of zes gevoelens van schaamte. Natuurlijk geldt dat dan ook voor alle foto’s die we op internet hebben gezwierd nog voor ze die leeftijd of gevoelens hadden.

Het is tof dat we rekening houden met de wensen van ons kind (‘hij vroeg me die foto niet te plaatsen, dus ik heb dit niet gedaan’), van zodra ze dit kunnen uiten, maar zouden we dan niet beter anticiperen op de mogelijke bezwaren? Want zoals ik al aanhaalde in nr. 1: het internet is voor altijd.

 

En als een werkgever dit kan vinden, en er mogelijk negatieve gevolgen aan kan koppelen, dan kunnen andere kinderen, dit zeker ook.

Kinderen kunnen wreed zijn voor elkaar, en er is weinig nodig om iemand te gaan pesten. In een tijd waarin cyber bullying een ernstig fenomeen is, is het misschien verstandig om niet meer ammunitie op het internet te gooien?

pesten

  1. Het is niet altijd veilig

Ik heb het nu gehad over mogelijke werkgevers en mogelijke pestkoppen die de foto’s van je kinderen van het internet kunnen plukken. Maar jammer genoeg blijft het daar niet bij.

We weten eigenlijk allemaal maar al te goed dat er mensen zijn met vreselijke bedoelingen die op het internet ronddolen. Die foto van je kindje in het bad krijgt dan opeens een heel andere kleur.

En ja, ik ben een positief persoon. Ik wil er niet van uit gaan dat mensen slechte bedoelingen hebben. En de overgrote meerderheid van de mensen op internet gaan inderdaad van ‘aaaaah, zo schattig’ als ze je foto’s zien.

Arda Gerkens, directeur van het Expertisebureau Online Kindermisbruik stelt:

Ik geloof niet dat er iets bestaat als te voorzichtig zijn op internet’.

Kijk, alle positiviteit ten spijt, we moeten ook realistisch zijn. Ik mocht vroeger tot na het donker in een bos gaan spelen. Zonder gsm. Zonder iets te laten weten. Zou ik dat nu toelaten aan mijn eigen zoon? Van ze leven niet! Ook al zal de overgrote meerderheid van de mensen in dat bos ook de beste bedoelingen hebben.

 

  1. Facebook, Instagram en WhatsApp mogen je foto’s gebruiken

Eigenlijk weten we dit al. Er is een tijd geleden al wat ophef over geweest. Sommige mensen dachten dat ze gewoon een melding moesten posten op hun tijdslijn dat Facebook hun foto’s niet mocht gebruiken.

Helaas pindakaas, dat werkt niet. Ook al blijft het auteursrecht van jou, Facebook (en dus ook Instagram en WhatsApp, bedrijven die Facebook bezit), mag de foto’s die jij post – ook in privé conversaties naar je familie, ook als je het enkel post in een ‘gesloten’ tijdslijn voor jouw vrienden – gebruiken.

Dat betekent dat jouw foto opeens kan gebruikt worden voor reclame, zonder dat jij hier een cent van ziet. Helemaal bitter wordt het dan als dat ook nog een aanstootgevende reclame zou zijn, of een reclame voor een product waar jij je helemaal niet in kan vinden. Dan is jouw kind daar het gezicht voor. Fijn zo.

Omdat wij wel degelijk familiefoto’s delen over WhatsApp, ben ik recent overgeschakeld naar Signal. Dat is een identieke manier van ‘appen’ maar zonder de onbestaande privacy settings.

 

  1. Privacy is een persoonlijk recht

 

Het is een begrip dat ons zoveel rond de oren is geslagen, weten we nog wel wat privacy precies is?

Volgens Wikipedia is Privacy een afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. Het is een persoonlijke vrijheid, de gelegenheid om zich af te zonderen. Later is dit uitgebreid met ‘zelf bepalen wie welke informatie over ons krijgt’ en ‘de wens onbespied en onbewaakt te leven’.

 

Wat ik hieruit opmaak is dat elk individu de keuze heeft wie welke informatie over zichzelf krijgt. Het is dus niet aan mij om voor mijn kind te beslissen.

Mijn kind is een eigen individu, met zijn eigen levenssfeer, en ook al heb ik daar als ouder behoorlijk veel in te bepalen – zeker als je kindje nog klein is – het is naar mijn gevoel niet aan mij te beslissen die privacy ten dele ‘weg te geven’.

 

Ik deel ook graag op Facebook, al is het enkel voor vrienden, en dit heeft sowieso verregaande gevolgen voor mijn privacy. Facebook maakt een dataprofiel aan van iedereen die iets post, weet op basis van je zoektermen dat je zwanger bent (in sommige gevallen al voor jij of je familie dat weet), weet dat jij een kind hebt, en weet ongelooflijk veel over de sociale achtergrond van dat kind en zijn ouders.

En nee, ik heb niets te verbergen. En ja, ik krijg ook de kriebels van mensen die op sociale media zo hard een fake beeld ophangen van ‘alles is hier perfect hoor’.

Maar dat pleit mij niet vrij van kritisch nadenken over mijn eigen privacy, en die van mijn kind.

 

Ik hoor wel vaker: als onze kinderen groot zijn, posten ze alles en nog wat op sociale media, dan is het hek toch helemaal van de dam.

Maar is dat zo? Hoe weten we dit zeker? Het is nu al zo dat 91% van de ouders zich zorgen maakt over de online veiligheid van de kinderen. Het is nu al zo dat vele mensen hun zelfbeeld laten afhangen van het aantal likes. We delen almaar meer en meer, op meer kanalen, en de gevolgen hiervan laten zich nu al voelen.

Waarom er dan vanuit gaan dat die slinger steeds verder naar die kant gaat doorslaan? Is het ook niet waarschijnlijk dat we ergens stevig tegen een muur (of Facebook wall?) gaan aanlopen, en dat er via regels, restricties, maar ook bewustmakingscampagnes e.d. net WEL voorzichtiger gaat worden omgegaan met privacy?

Ik wil hier geen welles/nietes spelletje beginnen, want niemand heeft een glazen bol. Ik wil alleen stellen: als je gelooft dat bovenstaande een mogelijkheid is – en dat onze kinderen daardoor niet opgezet gaan zijn met onze ‘vrijgevigheid wat betreft privacy’ op dit moment – waarom zou je dat risico dan lopen?

 

En als het toch zo is dat ze alles met iedereen gaan delen – laat het dan hun (weloverwogen, begeleide) keuze zijn. Hun leven, hun privacy.

 

 

Samengevat heb ik vijf grote redenen waarom ik mijn kind niet bij naam noem, of herkenbaar in beeld breng op openbare sociale media.

  1. Het internet is voor altijd
  2. Je kind kan dit niet fijn vinden
  3. Het is niet altijd veilig
  4. Facebook e.d. mogen je foto’s gebruiken
  5. Privacy is een persoonlijk recht van je kind

 

Dit zijn mijn persoonlijke ideeën hierover. Ik doe het dus niet- of probeer het te beperken. Daarmee wil ik niemand veroordelen die dat wel doet. Ik beantwoord alleen een vraag over mijn redenen om terughoudend te zijn.

 

Delen jullie je kind(eren) op sociale media? Waarom wel, of niet?

 

 

 

Wat statistiek je niet vertelt

Een taboe. Het zegt me zo weinig. Dat we een perfect beeld moeten weergeven naar de buitenwereld toe. Voel ik me ook niet door aangesproken.

En toch is het moeilijk deze te posten. Maar oktober is naast de maand van oranje pompoenen en borstkankermaand ook ‘pregnancy loss awareness month’. En doen of er niets is gebeurd, voelt dan ook verkeerd.

 

Ik ben 1 op 4.

1 op 4 vrouwen krijgt te maken met (minstens) een zwangerschapsverlies.

 

Ik ben 1 op 6.

1 op 6 koppels worden niet vanzelf zwanger.

 

Ik ben 1 op 50.

1 op 50 mensen heeft een afwijking in de bloedstolling die tot miskramen kan leiden.

 

Ik ben 1 op 2000.

1 op 2000 zwangerschappen is een mola zwangerschap.

 

Ik ben 1 op 10 000 .

1 op 10 000 zwangerschappen leidt tot chemo (1 op 5 mola’s).

 

Ik ben 1 op 40 000.

1 op 40 000 zwangerschappen leidt tot zware chemo.

 

MAAR

 

Ik ben 1 op 3 500 000 000

Ik ben de enige vrouw ter wereld die getrouwd is met die fantastische, warme man van mij.

 

Ik ben 1 op 7 miljard.

Er is er maar één die zich mama mag noemen van dat prachtige, wonderlijke krullenbolletje.

 

En dan besef ik, hoeveel geluk ik heb.

klavertjevier

Jij stond niet altijd aan mijn zij: 7 jaar getrouwd

samen

Mijn lieve schat,

Als dit jaar op zijn laatste beentjes loopt, zullen we een half leven samen zijn. En vandaag, op 15 oktober, zijn we zeven jaar getrouwd.

Ik zocht op welke huwelijksverjaardag dat is. Papier, kant, berkenhout,… ik vind het grappig om dat te weten.

De meningen zijn verdeeld. Het is dons, wol, of koper.

Wat tekenend. Zacht, en hard.

Zo waren ze wel, die voorbije jaren. Zacht, en hard.

 

Het was niet zoals ik me had voorgesteld. Helemaal niet. Wij zijn allebei planners, maar plannen maken heeft zo weinig zin gehad. Alles liep anders, en vaak was het enige wat wij konden doen ‘rolling with the punches’.

Er is zo veel gebeurd, die voorbije jaren. Het is bijna niet te overzien.

Maar één constante steekt er boven uit.

Die 15de oktober kwam je me halen, bij ons thuis. Ik kwam van de trap en de hele dag stond je aan mijn zij.

En alle dagen daarna ook.

ballonnen

Of nee, dat is niet waar. Je stond niet altijd aan mijn zij.

 

Toen ik geopereerd werd aan mijn rug, en acht maanden amper uit de voeten kon, stond je niet aan mijn zij.

Je stond overal. Je runde het huishouden, je zorgde voor boodschappen, eten, je bracht me naar de kine. Samen met oefeningen en tijd, bracht je me er bovenop.

En toen ik drie miskramen kreeg op acht maanden tijd, stond je niet aan mijn zij. Je hield mijn hand vast, je hield mijn schouders vast, je hield mijn hart vast, toen het klaar was om in stukken te vallen. En samen met tijd, lijmde je het weer zo goed als het kon.

En op onze allermooiste dag, toen ons allermooiste geschenk geboren werd, stond je niet aan mijn zij. Je zat achter me, op een stoel, en ik zat op een kruk tegen je aan. Samen met mij zag je hem voor de eerste keer. Dat prachtig wezentje dat ons ouders maakte, eindelijk.

Al die nachten dat hij huilde, dat ik borstvoeding gaf, toen stond je niet aan mijn zij. Je stond naast de wieg, klaar om hem op te pikken, te knuffelen, te verschonen en dan aan mij te geven. Zodat ik me kon bezig houden met voeden en nog eventjes verder slapen.

En toen we voor een broertje of een zusje gingen, en ik ziek werd, in een nachtmerrie terecht kwam die maar niet leek te eindigen, en chemo nodig had, toen stond je niet aan mijn zij.

Je zat tegenover me in het ziekenhuis, uuuuuurenlang. Je combineerde een uitdagende job vol verantwoordelijkheid, met alle verantwoordelijkheid over ons kleine gezinnetje. Je zorgde voor ons allemaal – misschien enkel te weinig voor jezelf – gedurende al die maanden.

 

Lieve schat, al die jaren, zo zacht en hard zijn ze geweest. Als dons en koper. En jij was er. Niet altijd aan mijn zij, maar altijd waar je nodig was.

 

You will forever be my always.

 

Dank je wel.

 

Ik hou van je.

quote always

Hoe beslis je of je springt?

wegwijzer

Ik ben iemand die graag plant. Ik word rustig van het overlopen van de dag, de week, misschien zelfs de maand.

Maar zei John Lennon niet ‘Life is what happens to you, while you are busy making other plans’?

 

Het voorbije jaar heb ik wel (opnieuw) geleerd dat plannen niet altijd lukt. Tijdens de behandeling heb ik er echt aan moeten wennen dat niets voorspelbaar was. ‘Zal ik dan of dan eens langskomen?’ vroegen vrienden  – en ik kon daar niet op antwoorden. Want ik wist niet hoe ik me zou voelen. MEGA. IRRITANT.

 

En nu is er een andere vraag, die al even rond zoemt. Niet alleen in mijn hoofd, trouwens. ‘Wanneer ga je terug aan de slag?’.

 

De vraag is eenvoudig genoeg. Maar het antwoord…

 

Ja, het gaat best goed met mij. Ik kom de dag door zonder dutje. Ik heb nog energiedips maar die gaan binnen een minuut of 10 over. Ik ben fysiek zeker sterker geworden. Ik zoek minder naar mijn woorden na 16u. Ik slaap weer, zoals voordien.

 

Ik ging naar een meeting van het werk, ik voelde me zo welkom. Ik kon redelijk goed volgen. Ik werd er enthousiast van.

Daarna was ik er twee dagen mottig van.

Maar heeeee….. iedereen is moe, na een zware vergadering. Toch? Iedereen is lastig na een werkdag. Iedereen heeft wel eens hoofdpijn. En nekpijn. Tuurlijk wel.

 

Ik weet niet het niet. Ik zit tussen ‘Neem toch genoeg tijd – je zit nog lang niet aan dat jaar’ en ‘je gaat toch eens moeten springen’.

 

Spring. Spring dan.

 

Nu blijk ik toch wel hoogtevrees te hebben seg.

Nooit geweten.

springnaarhetwerk

Haat is een sterk woord – dat stemmetje in je hoofd

‘Haat is een heel sterk woord’, zei mijn moeder vroeger, ‘een lelijk woord.’

Op zich misschien geen lelijk woord – ‘haat’ – maar wel een lelijk gevoel. En ja, een sterk gevoel ook.

 

En toch… ik haat het.

Ik haat dat kleine stemmetje in mijn hoofd.

 

Wanneer heb ik dat binnengelaten? Waarom is het daar gaan wonen? En vooral – hoe raak ik er weer vanaf?

 

Dat stemmetje dat soms fluistert, soms schreeuwt, soms niet meer is dan een klein venijnig tikje, alsof er een elastiekje knapt op je hersenen.

 

Jij kan dat niet.

Jij kan dat niet meer.

 

Dat gaat niet lukken.

Jij bent stuk.

 

Jij bent niet genoeg.

Niet voor je man. Niet voor je zoon. Niet voor jezelf.

 

Triest.

Tsssss…

 

Als ik aan de vijfde ‘start to run’ begin – jij kan dat niet.

Als het wel vlot gaat – drie minuten lopen, dat kan iedereen wel. Niet echt iets om fier op te zijn, toch?

 

Ik haat je.

 

Als ik ergens pijn heb – het is zeker weer iets ernstig. Dat overkomt je toch altijd?

Als ik door mijn haar ga, en er eentje uitvalt – je gaat ze weer allemaal verliezen.

 

Ik haat je.

 

Als ik van iets moois geniet – je gaat weer alles verliezen.

Als iemand anders goed nieuws heeft – Dat is niet voor jou. Dat overkomt je toch nooit?

 

Ik haat je.

 

Als ik in de spiegel kijk – al die angst staat nu op je gezicht gegrift. Iedereen kan dat zien.

Als iemand zegt dat ik er goed uitzie – ze zijn gewoon beleefd. Ze moesten eens weten…

 

Ik haat je.

Ik haat je.

Ik haat je.

Soms wilde ik dat ik wél alcohol dronk. Want op koffie blijft het drijven.

 

sad coffee

Het schilderij van mijn kindertijd

Ik geef het niet graag toe, maar tentoonstellingen zijn niet aan mij besteed. Ja, schilderijen kunnen heel mooi zijn, maar hoe mensen daar helemaal in kunnen opgaan, minutenlang kijkend naar iets dat ik duidelijk niet zie….Ik sta langer naar de corn flakes te kijken dan naar een kunstwerk.

 

Maar dit keer is het anders.

Ik hou even mijn adem in.

 

Het schilderij.

Mijn nicht heeft het gevonden.

Het werk zelf is niet veel groter dan een A4-tje. De kader is bruin met een gouden randje, hier en daar al wat beschadigd en verre van mijn stijl.

Maar ik was zo blij dat ik het kreeg en ik kan er mijn blik niet vanaf houden.

schilderij

Van die gevel. Van de ramen. Van de deuren. Het is een zicht op mijn kindertijd, die zich daar toch voor een groot deel heeft afgespeeld. Achter het centrale raam at ik ontelbare keren steak met kroketballetjes en Provençaalse saus. Onder het afdak, dat net niet op het beeld staat, hing een oude bel en mijn kleine schommel. Het kraantje hing lager in mijn herinnering.

 

Vanaf de eerste zonnestralen zaten we op dat terras, mijn groottantes en ik. Elke woensdagnamiddag van mijn schoolcarrière. Het was er altijd meteen warm en rustig, als een betonnen oase van kalmte en privacy.

 

Elk najaar verschenen de kleuren van de begroeiing op de gevel. Elk najaar werden daar foto’s van genomen. Dat dit schilderij ook gemaakt is vanaf een foto, verraadt de datum in de rechteronderhoek ‘28/12/02’. In december was de muur kaal.

 

Gesigneerd ADx.

Mijn oom schilderde dit werk.

Soms lijken mijn herinneringen te vervagen onder een grijze sluier. Dit is het bewijs dat vroeger net heel kleurrijk was. Ik kan niet anders dan glimlachen als ik dat zie.

 

Ik wil hem dat zo graag vertellen. Maar dat kan niet meer.

 

Verdorie toch, tonton.