To be or not to be… jarig

Vorige vrijdag was ik jarig.

Maar alleen dit jaar.

Klinkt dat vreemd? Volgens mijn paspoort was ik al een maandje eerder jarig. Maar eerlijk gezegd, dat zag ik niet zitten. Het zou een vrijdag na drie dagen hospitalisatie zijn, sowieso al niet mijn beste moment, het werd de vrijdag na vier dagen van hoge koorts en uitstel van de start van de laatste chemocyclus.

Hoe dan ook, ik voelde me niet bepaald feestelijk en had dat ook al voorspeld.

Dus heb ik in de weken voordien aan iedereen die het horen wilde, verteld dat mijn verjaardag uitzonderlijk, enkel en alleen in 2018, vanwege een speciale zonnewende, schrikkelmaand en jaar van de hond en andere, hoogst wetenschappelijke redenen, een maand later viel.

Natuurlijk waren er heel wat mensen die deze memo niet gekregen hadden. En die me supergoed bedoeld, een ‘gelukkige verjaardag’ wensten, een maand te vroeg. En dat was moeilijk. Dat was echt even slikken. Want hoe kan je nu in die omstandigheden een gelukkige verjaardag hebben?

Die voormiddag was ik niet om aan te spreken, dat geef ik eerlijk toe. Ik besef heel goed dat ik ook pissed zou geweest zijn mocht niemand eraan gedacht hebben, dus ja, eigenlijk was het sowieso mis. Maar manlief was thuis en de namiddag werd toch nog aangenaam en zonnig in alle opzichten, wat helemaal zijn verdienste is, want mijn hoofd stond op onweer.

Vorige vrijdag waren er dan een aantal lieverds die me effectief een gelukkige verjaardag wensten. Een kleine drie weken na de laatste chemo is er inderdaad al veel veranderd. Mijn bloedwaarden gaan de goeie kant op, mijn haar komt weer piepen en het energiepeil is met momenten best OK. Ik voelde me dus behoorlijk goed, maar ook behoorlijk on-jarig.

Op zondag kwamen een aantal goeie vrienden brunchen. Iedereen bracht wat mee zodat wij niet te veel voorbereidingswerk hadden. Ik maakte vers appel- en ananassap. Er waren 2 soorten quiches, spinazie-, bananen- en appelpannekoeken, koffiekoeken, pistoleetjes, en fijn gezelschap. Het was fantastisch, gezellig en gewoon heerlijk gewoon. En ik besefte: jep, nu kan ik wel een jaartje ouder worden. En genieten van wat een privilege dat is.

IMG_2435

Advertenties

Waarom ik 3 Valentijntjes heb

Goed, het was dus Valentijn en wij waren dat allebei compleet uit het oog verloren. Maar niets dat een grote portie sushi ’s avonds niet goed maakt.

Ondanks onze algemene plan om niet mee te gaan in de commercie van 14 februari, vond ik het wel fijn om na te denken over de liefdes in mijn leven. En ik kwam tot de conclusie dat ik niet minder dan drie Valentijntjes heb.

Want hoewel de voorbije maanden zo donker waren, in alle opzichten, waren er nog steeds momenten waarop ik manlief ‘zag’ zoals ik hem al mijn halve leven mag zien. Als ik op zijn schouder lag tv te kijken, na een rustige dag thuis. Als hij zonder dat ik iets vroeg die chips meebracht, die ik lekker vond (en die ik at onder het excuus dat ze mijn bloeddruk misschien wat konden verhogen). Als hij niet lachte met mijn toch wel redelijk belachelijk excuus van de bloeddrukverhoging. Als hij me kwam onderstoppen wanneer ik alweer om 21u in bed kroop, en zei ‘alweer een dag dichter bij beterschap’.

Je zegt het wel, je meent het wel, die ‘in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid’. Maar op dat moment kan je je – gelukkig – niet voorstellen hoe het voelt als iemand naar je kijkt, naar dat lijf dat afziet, er niet uitziet, naar die zielige pieren die overblijven op je hoofd en zegt ‘je ziet er anders uit dan op onze trouwdag, lieve schat, maar ik zie je nog liever dan toen’.

Ik heb alle geluk ter wereld dat ik je vrouw mag zijn, lieverd. Jij bent mijn eerste Valentijntje.

loveis1

Mijn tweede Valentijntje is een blonde krullenbol van bijna 3 jaar, die af en toe met een brede glimlach meedeelt als hij in bed kruipt: ‘mama beneden bij papa nu. Mama niet ziekenhuis’. Of hij zegt: ik geef je TEN kusjes mama (hij telt in het Engels tegenwoordig, maar ik krijg er echt tien, luidop nageteld). Wat kijk ik ernaar uit weer meer energie te hebben om mee te kunnen doen, om mee te gaan wandelen, om mee te gaan winkelen, om er gewoon te zijn voor hem. Gelukkig ben ik nooit te moe voor een knuffel!

loveis2

Het derde Valentijntje is wat moeilijker. Want het is niet moeilijk om man- en zoonlief graag te zien, aangezien zij allebei van de geweldigste specimen zijn die er op deze aardbol rondlopen. Eerlijk gezegd, dat gaat vanzelf.

Maar mezelf… dat gaat niet vanzelf. Hoewel ik best wel fier ben op hoe ik dit horrorverhaal ben doorgekomen, is het een uitdaging om nu echt blij te zijn met wie me aankijkt in de spiegel. Of niet aankijkt in de spiegel, want je tanden poetsen kan je ook met een blik gefixeerd op je deo. En je omkleden kan perfect terwijl je naar de andere kant van de badkamer staart.

Ik heb een plan. Een plan om beter te worden. Het omvat voeding, vitamines, beweging, sociale contacten, veel rust en tijd. Ik maak van mij mijn prioriteit. Hashtag backtome. Terug naar mezelf.

Dat ik van mezelf nu ook mijn eigen Valentijn maak – ik geloof ook wel in ‘Fake it till you make it’.

 

But I will make it.

loveis3

Het mooiste kerstcadeau

famous-inspirational-quote_15481-0

De voorbije weken was er iets vreemds aan de hand met de tijd.

Of misschien was er eerder iets vreemds aan de hand met mij.

Op sommige momenten konden de dagen niet snel genoeg voorbij gaan, op andere wilde ik mijn nagels slaan in de minuten om ze niet te laten wegtikken.

Het voelde een beetje als een achtbaan. Trouwens, en geheel niet gerelateerd aan mijn verhaal, ik heb het woord ‘achtbaan’ moeten opzoeken. Kon er totaal niet meer opkomen. Roller coaster, ja, maar hoe was dat nu ook weer in het Nederlands?

Goed, een achtbaan dus.

Het begon een paar weken geleden toen ik bij mijn vierde ziekenhuisopname geen kamer alleen kon krijgen, omdat het te druk was op de afdeling. Ik besefte toen hoezeer ik me in een coconnetje had opgesloten die vorige keren, zonder me al te veel aan te trekken van wat er verder op de gang gebeurde. Dat was nu wel even anders: de dame naast me had net heel slecht nieuws gekregen, en zware gesprekken met haar familie dienden zich aan.

Ik mocht, kon, wilde daar uiteraard geen deel van uitmaken, en spendeerde het grootste deel van mijn verblijf in de gastenruimte. Waar je alles hoort: iedereen die ziek wordt, de vrouw in de war die hele avonden haar dochter roept (die dan nog dezelfde naam draagt als ik, wat het heel verwarrend maakte), alle kameralarmen…

Ik was helemaal op toen ik na 3 dagen weer thuis kwam. Op en leeg.

De week daarna ging het alweer stukken beter. Ik dronk koffie met de buurvrouwen, ik durfde al eens naar buiten om pakjes te kopen (of de Albert Heijn leeg te plunderen- zalige winkel), en spendeerde een heerlijk ontspannen namiddag met een vriend in de boeken-koffie-shop Barboek. Ik voelde me even normaal. Dit mocht blijven duren.

Het lukte me om het concert van K’s Choice bij te wonen, samen met meer dan 100 mensen van het koor waar ik deze zomer deel van uitmaakte (en nog 800 anderen die de AB vulden). De koorleden waren gevraagd mee te zingen met een acoustische versie van laatste bisnummer, als een geheime flash mob. Het was een topervaring!

Toen ze me bij de volgende opname vertelden dat mijn HCG op 3,5 stond, wist ik niet goed of ik op de achtbaan naar beneden donderde of net naar boven klom. Het betekende dat mijn waarde aanzienlijk gedaald was, en dat het einde in zicht kwam. Maar aangezien ‘onder 2’ als ziektevrij wordt gezien, betekende die 3,5 nog eens twee weken extra bij de behandeling, niet klaar zijn op mijn verjaardag, en de doctoraatsverdediging van mijn nichtje missen.

Gelukkig maakten de momentjes met mijn twee ventjes zoveel goed. Zoonlief is zo ontzettend vooruit gegaan de laatste weken en maanden, en gaat fantastisch om met alles wat ons nu overkomt. Mama met een mutsje is nog altijd mooi (waarheid uit kindermond, toch?), ’s avonds bij het verhaaltje wilt hij ook een mutsje op en dan moet papa foto’s nemen van ons twee.

De kerstdagen baarden me een beetje zorgen – het is toch altijd vermoeiend en zou dat nu wel lukken allemaal? – maar waren gevuld met veel liefde, cadeautjes, lekker eten, mooie lichtjes, zoals het hoort.

En dan op 26 december, kwam in de dagzaal waar ik op mijn zoveelste baxter wachtte, het late kerstcadeau.

De assistente die duidelijk ook mee supporterde, bracht me een grafiek met als laatste waarde, het cijfer van de dag: 1,9. Met een dik, vet uitroepteken naast.

EEN.KOMMA.NEGEN.

EEN.KOMMA.NEGEN.

EEN.KOMMA.NEGEN.

 

Dat betekent: alles weg.

Dat betekent: overwonnen.

Dat betekent: nog drie extra cycli en dan klaar.

Dat betekent: een einddatum. Vijf februari. De dag van de laatste chemo.

Dat betekent: er komt een einde aan de oorlog. Het verdrag is getekend. Nog even, nog even.

Zondag Zoondag #9: papadag

Ze liggen samen in ons bed en ‘doen alsof ze slapen’. Af en toe maakt manlief overdreven snurkgeluiden, wat keer op keer getrakteerd wordt op een klaterende schaterlach. Zoon kruipt over zijn buik, halverwege snuift manlief volleerd en besluit: even een pampertje verversen. Waarna de gekkigheid gewoon weer verder gaat.

 

Alles aan het tafereeltje doet me in een flits beseffen dat die man, mijn unief-liefje, een papa is. Hij is iemands vader. In een oogopslag, lijkt het wel.

 

We zaten samen op de banken van de universiteit, en hij was me in die zee van 360 man al opgevallen. Die knappe grote jongen met zijn blonde haren, knalblauwe ogen, en lange wimpers. Ik had het over hem tegen vriendinnen. We wisten nog niet hoe hij heette, dus we noemden hem Sven Svensson, vanwege dat bijna Scandinavische uiterlijk.

 

Niet veel later was het raak.

Ik wist van dag 1 dat hij een goeie vader zou zijn. We waren 19 toen we elkaar leerden kennen, en hij had er al een leven scouts en scoutsleider opzitten. Hij ademde rust en verantwoordelijkheid uit. Elk familielid was overtuigd dat hij een goede keuze was, na hem vijf minuten gesproken te hebben.

 

Maar goed, we waren wel studenten. En studenten leiden een studentenleven. Hij ging slapen om 3 uur en sliep een gat in de dag. Hij reed met een vriend naar het zuiden van Frankrijk, stond op een brug en sprong eraf, wetende dat de elastiek hem zou terughalen – om daarna meteen weer rechtsomkeer te maken en de nacht door naar huis te rijden.

Hij viel in slaap tijdens de dierkundeles, op de schouder van het meisje naast hem (die dat niet zo erg vond). Hij ontbeet nooit. Hij kookte zelden op kot, behalve om diepvriespizza met extra salami klaar te maken. Hij droeg t-shirts met reclameboodschappen van Frituur Rudy.

 

We leerden elkaar beter kennen. Na drie maanden was ik al zo zeker: dit is ‘em. Hij legde me uuuuuuren biochemie en informatica uit. Grote broer van drie zussen, wist hij wat (niet) te zeggen bij frustratie en niet-rationele boosheid. Hij vond het niet erg dat pastasalade het enige was dat ik kon klaarmaken. Hij bouwde mijn zelfbeeld op met een stevig fundament.

 

We bouwden een huis en namen twee katjes. We vertroetelden ze ontzettend. We gingen vaak en ver op reis, keken marathonsessie ‘House MD’, en genoten van alles wat kon. Hij vroeg me ten huwelijk en we vierden onze mooiste dag 11 maanden later. Ik vond het heerlijk hem eindelijk ‘mijn man’ te kunnen noemen. En we beseften dat we misschien ook wel iets anders wilden vertroetelen dan pluizige viervoeters.

 

Zoals zo vaak liepen plannen niet altijd helemaal volgens plan. Maar drie jaar later werd onze liefste jongen geboren. En die namiddag, opeens, werd die student die zijn haar blauw verfde voor een weddenschap, en dan naar het examen moest (oeps), die praeses was bij de ‘Foute t-shirt’-cantus, die me meenam om pitta te eten op onze eerste date, een vader.

 

Hij stond op die brug, tussen voor en na, en zonder twijfelen sprong hij. Er was geen elastiek.

 

Hij trok zijn t-shirt – dat ondertussen geen reclameboodschappen meer bevat- uit en hield dat bolletje baby tegen zich aan. Hij keek naar mij met een nieuw soort liefde, dan naar 3,5 kg gloednieuwe mens.  Ik had hem nog nooit zo gelukkig gezien.

Het plaatje klopte helemaal.

 

En zo werd dat leven dat we jaren met twee deelden, een leven met drie. Een leven waarin we soms ook om 3 uur (opnieuw) gingen slapen. Waarin studeren niet altijd het antwoord bood. Waarin routine van de baan werd geveegd.

 

Hij deed de marathonsessies rond de tafel lopen, in de hoop de krampjes te verjagen. De man die 6 minuten voor de les begon, uit zijn bed rolde, hij stond altijd mee op.  Hij viel in slaap tijdens ‘House MD’, met een baby op zijn schouder, en niemand vond het erg. Hij wilde updates over elke maaltijd die hij miste.

 

We verhuisden naar Boston, en opnieuw bouwden we een nieuwe routine op. Waarin hij een topjob had, en toch op tijd thuis was voor het badje (in een badkamer van 3 vierkante meter) en het bedje. Hij balanceerde tussen werk en gezin als een volleerd koorddanser. Hij liet ons nooit vergeten dat wij op 1 stonden.

 

Het had effect. Zoonlief is gek op hem. Na ‘bal’ was ‘papa’ het tweede woordje. Het waren en zijn vier handen op één buik.

 

Vind je dat niet erg?’, werd me soms gevraagd. Maar hoe kan ik dit erg vinden?

 

Die twee mannetjes van me, samen in een bed, aan het schateren, dat is zoals het hoort.

 

De familie Svensson, prettig gestoord.

 

Gelukkige vaderdag, mijn liefste schat.

Ik had me geen betere papa voor onze krullenbol kunnen dromen.

IMG_0363

Paasellende vermeden

Vrijdagnamiddag, een week geleden. Het weekend lonkt, maar er moet nog een paar uur overbrugd worden. Maar het was een zware week, het energiepeil zakt.

Op zo’n moment hoor je je naam. Eerst zachtjes, bijna fluisterend. Je denkt, huh, verbeeldde ik het me?

Dan iets luider, met de nadruk op de klinkers. Je kijkt nog eens om. Ja, ik hoorde echt iets.

Dan bijna zingend, steeds luider, tot je euro valt: ik word geroepen! Het komt vanuit de keuken!

Als je het probeert te negeren, wordt het zingen steeds luider, tot het oorverdovend wordt en tussen je oren davert. Niets aan te doen: de paaseitjes roepen je naam.

Eentje maar, eentje maar, houd je jezelf voor.

Maar dan… de keuze. De blauwe? Is blauw niet meestal praliné? De gouden? Is er eentje waar het papiertje al een beetje af is, zodat je een glimp kan opvangen van de inhoud?

Als het maar niet gevuld is met zo’n slijmerig wit spul. Verder ben je niet moeilijk. Nu ja, liefst ook geen fondant. Of pistache. Tenzij met nootjes. Dan kan het wel.

 

paaseitjes

Je kiest er eentje, verwijdert het papiertje met snelle vingers en denkt ‘MELK! SCOREN!’ en neemt een hapje…. in één of andere veel te zoete vulling. URGH! Het weekend lijkt opeens nog verder weg!

Deze ellende kan nu vermeden worden! Hieronder het belangrijkste dat je dit paasweekend gaat leren, of toch minstens afprinten en ophangen.

Bedankt Libelle voor deze ontcijfering!

Screen Shot 2017-04-14 at 18.38.10

Gewoon eens dinsdag

Gisteren was het Internationale Dag van het Geluk. Het was ook de meteorologische start van de lente. De Dag van de Mus, en de Dag van de Francofonie, ah oui, merci.

 

Vandaag was het de Internationale Dag van het Bos. Ook de alleenstaande ouder mocht zijn/haar dag vieren. En het was de Dag tegen Racisme en Discriminatie.

 

Een mens zou zich gaan afvragen of het ook gewoon eens dinsdag mag zijn.

 

Want voor ons was het gewoon dinsdag.

Dinsdag. Met een ochtendspits die thuis al begon. Manlief moest vroeg weg, tandjes moesten gepoetst worden, maar dit was zéér tegen de zin van iedereen in huis die jonger is dan twee. Dit gold ook voor het feit dat sokken, schoenen, truien en een jas aan een lijfje gehangen moeten worden ‘s morgens. Het werd niet bepaald op gejuich onthaald. Nu ja, het was ook luid en met wat verbeelding (en het aanpassen van de eerste letter) klonk het als ‘JEEEEEEEEEEEEEEE’.

 

Het was een krachtoefening om dat ventje in zijn autostoel te krijgen. Gelukkig was het vooruitzicht met zijn vriendjes te kunnen spelen uiteindelijk voldoende om dat mooie lachje te zien (en ja, met gepoetste tandjes is dat nog een tikje mooier).

 

Daarna had ik nog 8 km te overbruggen naar mijn werk, waarvan 6 file bleken te zijn. Waarom? Omdat het spitsuur blijkbaar hét ideale moment is om de berm van de ring van Leuven te gaan snoeien, en daarvoor één rijstrook in te palmen. Ongetwijfeld iets met de lichtinval en de dauw, dat het zo vreselijk nodig maakt dat klusje ’s ochtends te klaren. En waarom kan opeens niemand meer rijden, laat staan ritsen op zo’n ogenblik?

 

Eindelijk op het werk – geen parkeerplaats meer vrij.

 

Ik dacht: als nu de koffie op blijkt te zijn, dan ga ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gillen.

 

Oh, ik ben nog wat vergeten.

Gisteren startte ook de ’10 Dagen zonder zagen’.

Hum.

Ik ga er gewoon niet aan beginnen, een mens moet zijn limieten kennen.

 

Heavy-Traffic

Spectacle Island

Vorig jaar genoten we van de laatste officiële zomerdag (Labor Day) door de ferry te nemen naar één van de Boston Harbor Island. Met dat kriebelende vakantiegevoel van toen nog in het geheugen, besloten we deze hete Fourth of July eveneens het water over te steken, naar een ander eiland deze keer: Spectacle Island.

Waar de naam vandaan komt, is me niet helemaal duidelijk. De geschiedenis van het hoopje land op een half uurtje varen van de Bostoniaanse haven, is eerder grappig, dan wel spektaculair. In 1935 gaf de afvalverbrandingsoven die zich op het eiland bevond, de geest. De propere bevolking bleef vrolijk doorgaan met het afval daarheen te verschepen, en besloten het daar dan maar gewoon te dumpen. Tot de jaren 90 was Spectacle Island een stinkende, lekkende berg voor de kust van Boston. Pas na ‘the great dig’ werd alles opgeruimd, verse grond aangevoerd, en sinds tien jaar is het een soort natuurgebied waar de stadsbewoners maar al te graag hun handdoekje uitrollen op het grindstrand.

 

We waren te laat voor de parade van de nationale feestdag in downtown Boston. De rode, blauwe en witte snippers konden we nog net tussen onze tenen vandaan vissen. Ik had de gebouwen uitbundiger verwacht, komaan, in America everything is bigger, toch? We moesten het van de mensen hebben, met kledij in de gepaste kleuren, toepasselijke petjes of zelfs gewoon een vlag als vestje.

 

Met zo een gezelschap spendeerden we twee uur op de vroegere afvalberg. We waanden ons in Zuid-Frankrijk. In drie kwartier waren we het hele eiland rond, terwijl ventje een dutje deed in de buggy, en wij keuvelden over ons jaartje Boston. Het verzengende van de warmte van de stad, werd hier weggeblazen door een fris zeebriesje. Het was genieten.

 

Aan de overkant van het water lag Logan International Airport. Elke twee minuten steeg er een vliegtuig op, allemaal mensen die de 24ste grootste stad van de US achter zich lieten. Zoals wij, over twee weken. Naar ons volgend avontuur.

Vaderdag

In België valt vaderdag traditioneel op de tweede zondag van juni. Dit jaar is dat dus 12 juni. Tenminste, als je niet ‘van ’t stad‘ bent, want daar wordt het gevierd op 19 maart, wat ik verder ook een prachtige dag vind, maar laten we ons even aansluiten bij de meerderheid.

In Amerika daarentegen volgen ze het vaderlijk advies om het rustig aan te doen, en vieren ze het pas op 19 juni. Voor één keer is Boston geen zes uur vòòr op het Belgenlandje, maar een weekje later. (Onze noorderburen volgen hier trouwens, net als vele andere landen).

De vraag is dus: wanneer vieren Belgische papa’s in Boston dat? Ik ben getrouwd met zo’n exemplaartje, en met een beebje van 14 maanden in huis zal ik zelf de macaroni op het toiletrolletje moeten plakken (een kunstzinnig en nuttig voorwerp, handig als presse papier, pennenhouder, vliegenmepper, deegrol…, kortom typisch vaderdag!).

Ik was nog een beetje in dubio, tot ik deze quote voorbij zag komen:

advice

Check.

Double check.

We vieren het 2 keer. No doubt.

 

 

Feest van het licht

Weet je waar ik niet goed tegen kan? Korte, donkere dagen. Het wordt pas echt erg eens dat winteruur is ingetreden. Het lijkt nog maar net licht en het wordt alweer donker. Help, ik heb de dag gemist! Ken je dat? Je zit in de zetel in je ogen te wrijven en denkt: ‘wow, nu is het echt al laat, tijd om te gaan slapen’ en dan kijk je op de klok en na twee-drie keer knipperen heb je door dat het toch al wel kwart over acht is.

 

Ik weet dat ik niet de enige ben. In het najaar gaan mensen in de aanval tegen SAD (seasonal affective disorder, ofte echt depri worden van het gebrek aan licht). Niet alleen door speciale daglichtlampen te kopen, maar ook hoe onze kalender eruit ziet:  het lijkt alsof de Amerikaanse feestdagen in het najaar zo gespreid zijn om die donkere dagen door te ploegen.

 

Oktober: Halloween op het einde van de maand is goed voor grappige en enge versiering die de hele maand opvrolijkt.

 

November: Thanksgiving op de vierde donderdag van de maand vraagt ook om de nodige tierelantijntjes die het huis gezellig aankleden. Kaarsjes, lichtjes, de open haard, vrienden en familie… alles om je aan te verwarmen.

 

December: In België komt eerst de Sint nog, hier is 1 december hét startsein voor kerstverlichting in alle maten en gewichten, opgeblazen en verlichte sneeuwmannen in de voortuin, rendier-standbeelden met oplichtende neuzen, en natuurlijk kerstbomen alom, blijkbaar speciaal gekweekt om niet te bezwijken onder het gewicht van een triljoen lampjes.

En dat was het najaar.

Maar dan? De kerstbomen liggen verder dood te gaan op straat, gestript van alle cadeauverpakking en feestgedruis. Slingers worden in een kluwen in een doos gepropt (uit elkaar halen is wel weer een zorg voor over 11 maanden).

Het nieuwe jaar mag dan beloftevol zijn, het is plots wel koud en donker.

Want de dagen zijn nog altijd te kort! En er is niets meer om naar uit te kijken. En ik heb post-kerstdagen-blues!

Gelukkig ligt de oplossing gewoon in onze almanak. Het feest van het licht. Begin februari. Hier heet de tweede dag van de tweede maand Groundhog day (te vertalen als bosmarmottendag). Op deze dag zou de bosmarmot volgens de folklore ontwaken uit zijn winterslaap en de snuit even buiten steken. Als de donsbal zijn eigen schaduw ziet, zal hij terugkeren naar zijn hol en duurt de winter nog zes weken. Mocht hij niet meteen terugkeren naar zijn hol, is het einde van de winter nabij.

bosmarmot

‘het wordt bewolkt met kans op regen’

 Die dag ligt exact 40 dagen na Kerstmis. In België is dat Maria-Lichtmis, feest van het licht. Traditioneel worden er kaarsen gewijd en een kaarsenprocessie gehouden, waarbij dames een kaarsenkroon dragen op het hoofd. Om Michael-Jackson-in-de-pepsi-reclame- achtige toestanden te vermijden, zou ik dat misschien even vergeten. In Leuven wordt de patroonheilige van de universiteit gevierd, met een stoet van de togati (hoofdzakelijk oudere mannen in een raar plunje en met een ongewone pots op het hoofd – gelijkenissen met de kerstman?).

Maar het is ook traditie dat er op lichtmis pannenkoeken gegeten worden. Vandaar het gezegde:

Er is geen vrouwtje nog zo arm, of ze maakt haar pannetje warm.

In Polen en in Guatemala wordt Kerstmis gevierd tot Maria-Lichtmis. De kerstbomen worden dus niet, zoals in de meeste andere landen, na 6 januari opgeruimd, maar pas op 2 februari. Ze hebben tenslotte zoveel jaar hun best gedaan om groot genoeg te worden, dan mogen ze toch nog een maandje langer de vreugde en hun naalden uitdelen?

Zou dat nu geen idee zijn tegen die winterdepressies in januari? En dan met z’n allen het pannenkoekenfeest vieren?

Ik heb daar meer dan dertig jaar ervaring in, dus ik beloof dat ik altijd het goeie voorbeeld zal geven.

pannenkoek

Boston, 1 januari 2016

1 Januari 2016.

Die eerste dag van het jaar uitgeschreven zien staan, dat kan toch niet anders dan herinneringen oproepen? Op de één of andere manier spreek ik dat ook altijd behoorlijk plechtstatig en met de nodige nadruk uit: 1-JANuaRI-2016. Ik had er geen idee van, maar de mooie traditie van het voorlezen van de nieuwjaarsbrieven is blijkbaar niet universeel, of wijd verspeid: hier hadden ze er nog nooit van gehoord. Dus mijn Amerikaanse kennissen hebben niet het genoegen gehad zelf met een brief klaar te staan, na uren lang datzelfde tekstje met de hand en een uiteraard half lekkende vulpen uit te schrijven. Ze hebben nooit het applaus gekregen dat elke voordrager verdient. En ze hebben nooit hun kindjes bij de hand gehouden en voorgefluisterd van ‘een kusje hier, een kusje daar – gelukkig nieuwjaar!’ (waarbij het kindje in kwestie waarschijnlijk al dagen de tekst in huis aan het opdreunen was, maar op het moment suprême toch liever onder de tafel lijkt te kruipen).

Kortom: they are missing out!

 Een jaar geleden, op 1 januari 2015, wenste iedereen ons een extra goed jaar toe, want het zou een tijd worden van grote veranderingen. Dat was erg spannend – Watermannen kunnen niet zo goed met veranderingen om, naar het schijnt. Maar 364 dagen later, op oudjaar, voelde ik iets van droefheid, dat we 2015 aan het wegtellen waren. Als afscheid nemen van een goede vriend. Want wat een vriend is 2015 geweest! Verrassend, overweldigend, met momenten stresserend, maar ook fantastisch, vrolijk, warm. De langverwachte ooievaar kwam niet alleen bij ons langs, maar ook bij een aantal mensen die ons zo nauw aan het hart liggen. Sommigen keken al zo lang uit naar zijn komst, anderen iets minder lang, maar daarom niet minder sterk.

Wij stapten op het vliegtuig richting US, anderen stapten in het bootje richting WIJ. Zij deden dat in stijl en met een geweldig feestje.

Manlief zag een item van zijn bucket list waarheid worden toen hij voor het eerst (en voor het ‘tweeds’) als peter werd gevraagd. Er werden huizen gekocht/verbouwd, knopen doorgehakt, nieuwe jobs gevonden, promoties gehaald, feestjes gegeven, droomreizen gemaakt en nog veel meer.

Samengevat: 2015 was een goeie vriend. 2016 is nu nog een nieuwe, onbekende kennis. Ik wens dat het voor iedereen die we graag zien ook een goeie vriend wordt. Dan zuchten we allemaal diep op 31 december, met iets van spijt dat het jaar voorbij is, en leggen we onze brief klaar voor de volgende morgen –

 

een snuifje liefde, een lepeltje feest,

een vracht van ‘dat-is-hier-nog-nooit-zo-plezant-geweest’

de prachtige dagen die je graag boekt

de stevige schouder, de steun die je zoekt

veel goeie vrienden, een klein lief gebaar,

ondanks de kater is het briefje klaar

en kan ik je wensen, 

Gelukkig Nieuwjaar!

 

Boston, 1 januari 2016.

Boston Christmas

Ik zal het maar bekennen: ik ben gek op de kerstdagen. De geur van de kerstboom (zelfs van de plastieken, die komt dan na een jaar kelder opnieuw uit zijn doos gesprongen), de pakjes, zelfs de eindeloze kerstliedjes, … maar vooral het samen zijn, lekker eten, koken voor een hele bende, weer wat bijpraten met familie en vrienden die je misschien al even niet meer hebt gezien: heerlijk. Love it!

 

Dit jaar waren verschillende factoren echter wel wat anders. Om te beginnen: de kerstboom was écht dit jaar. In België zeg ik altijd dat er geen boom voor ons hoeft te sterven, maar hier zijn we (en de boom) toch voor de bijl gegaan. We hebben een auto gehuurd om er eentje te gaan kopen, en het moet gezegd: de bomen zijn hier prachtig. Ze komen uit Canada en hebben een nagenoeg perfecte ‘kerstboomvorm’. Manlief werd helemaal enthousiast en van ons voornemen ‘een klein boompje te kiezen’ bleef niets meer over – we sleepten al gauw een 2m hoge kanjer naar het appartement. Nu hadden we dit jaar ook wel hoge eisen te stellen, want we hadden een uitdaging aanvaard. De schoonouders in België hadden namelijk een intercontinentale wedstrijd opgezet: de ‘Kwistmastwie challenge’. De foto’s van de bomen dienden opgestuurd te worden en alle deelnemers konden hun stem uitbrengen. Je begrijpt dat de spanning een piekhoogte bereikte (pun intended). Het is dan ook met trots dat ik kan meedelen dat wij de eerste prijs wonnen voor onze kwistmastwie! Hoewa! Dwiewewf hoewa!

2015-12-25 08.46.49

The winning design

 

Op kerstavond waren wij het niet die kookten voor de hele bende, dus we besloten naar een kerkdienst te gaan. Sinds een paar weken hebben we een babysitter, en haar vader is de pastor van een baptist church bij ons in de buurt. Ze vertelde dat hun dienst op kerstavond om 18u doorging (ideaal, nog voor bedtijd van babylief), en dat er heel wat families met kindjes zouden zijn. Dus wij erheen. Het was een fijne dienst, heel levendig, met veel liedjes (waar we er toch nog enkele van kenden, en waarvan de tekst werd geprojecteerd op een groot scherm), en kindjes die het kerstverhaal uitbeelden (ik was vooral fan van de 4-jarigen die op sublieme wijze een koe of een schaap in de stal uitbeeldden.). OK, er staken mensen hun armen in de lucht en riepen ‘Amen’ op de raarste momenten, en OK, we hebben af en toe onze wenkbrauwen gefronst, maar na de dienst waren er koekjes en warm appelsap in een lokaaltje ernaast – iets dat ik toch zou willen introduceren de volgende keer dat ik nog eens een kerkdienst bijwoon in België.

2015-12-24 18.36.34.jpg

Druk in de stal

 

De sfeer hier? De winkels gaan wel redelijk zot qua versieringen, maar het blijft nog binnen de perken. En terwijl in België de paasbloemen open gaan voor kerstmis, kregen wij heel vaak de vraag of we nu een witte kerst zouden hebben. Kort gezegd: nee. Op kerstavond was het hier 21°. Mensen liepen in t-shirt en op slippers. In plaats van dampende warme chocolademelk, werd er plots weer Ice coffee gedronken. Dat was absoluut wel wat bizar. Maar het Bostoniaanse weer kan heel grillig zijn. Twee dagen na Kerstmis gaf de thermometer 28° aan. Maar die staat wel in fahrenheit. Kleine tip: het nulpunt is dan 32° F. Dan ga je dus van zomerpulletje naar donzen frak en oorwarmers op drie dagen tijd, het is eens wat anders.

Oudejaar staat voor de deur, en valt hier 6 uur later dan in het Belgenlandje binnen.

Wij gaan in elk geval vieren op de zetel, in onze pyjama, met een grote pizza met alles erop en eraan. Een heel gelukkig nieuwjaar iedereen, en niet te zat vannacht!

Een half jaar Boston baby

Dit is niet mijn eerste blog. Toen we een huisje aan het bouwen waren in 2010, hadden we er ook eentje opgezet, met voortgangsrapportjes en foto’s van opgetrokken muren, afgewerkte keukens, geschilderde gangen. Maar dit is wel de eerste blog waar ik iets uitgebreider schrijf over alles wat me bezig houdt, omdat het anders verloren gaat in de gatenkaas van mijn geheugen en het op papier zetten tegenwoordig zo langzaam gaat. Dat mijn schrijfsels wel eens gelezen worden, en eventueel zelfs geapprecieerd, is een heel fijn neveneffect.

Af en toe kijk ik dan ook uit nieuwsgierigheid op de statistieken van deze site. Ik krijg een overzicht van hoe vaak een bepaalde post gelezen is, en waar die mensen vandaan kwamen. Vandaag landde er ook een jaaroverzicht in mijn mailbox. Omdat ik het wel bijzonder vind, deel ik er hier graag een kort stukje van. Het zijn tenslotte de dagen om even achterom te kijken naar wat al is geweest, nietwaar?

Hier is een fragment:

In een San Francisco kabelbaan passen 60 mensen. Deze blog werd in 2015 ongeveer 3.200 keer bekeken. Als je blog een kabelbaan zou zijn, zou die ongeveer 53 reizen nodig hebben voordat die zoveel mensen zou kunnen vervoeren.

Dat is een cijfer waar ik heel blij mee ben! Maar het volgende vond ik zelfs nog een tikkeltje spannender – een overzicht van waar die lezers zitten! Ja, big brother is watching you, guys!

Screen shot 2015-12-30 at 13.30.31

Het gaat in het totaal over 37 landen. Top drie is België (verrassing), de USA en Duitsland. Maar zelfs in Birma, Nieuw-Zeeland en Qatar is de blog geopend (misschien per ongeluk, maar kijk ik ben een optimist).

In het totaal staan er momenteel 36 posts op de blog, waarvan onderstaande de top 5 uitmaakt (meest bekeken schrijfsels).

 

  1. Instant thuisgevoel  – 223 views
  2. 10 dingen die opvallen na 1 week Boston – 155 views
  3. 10 dingen die opvallen na 1 maand Boston – 133 views
  4. It’s the final countdown – 131 views
  5. Boston bucket list – 117 views

Met verdere details wil ik niemand vervelen (behalve manlief dan, die krijgt even geen keus).

Mijn goeie voornemens voor 2016? Blijven schrijven, want ik was vergeten hoe leuk ik dat eigenlijk vind.

Een heel gelukkig en gezond ‘twenty sixteen‘ voor iedereen!happy-new-year-2016-1

 

 

Jaarlijkse verrassing

Het was niet zonder waarschuwing, oh nee. De boom staat er al even, zoals dat hoort van nét na de doortocht van de Sint. Drie honderd lichtjes zitten erin, jawel 300! En een hele nieuwe uitzet aan versieringen, want die hadden we uiteraard niet in onze koffers gemoffeld deze zomer. Er hebben zich zelfs enkele pakjes onder de boom genesteld.

 

De dagen worden zoveel korter, de Amerikaanse buren slepen tonnen lichtjes naar buiten, er staan kerstbomen aan en zelfs in de winkels, Jingle Bells klinkt constant op de radio en op elke straathoek staat iemand van het Leger des Heils met een bel te zwaaien (behoorlijk irritant trouwens, dat laatste).

 

In het straatbeeld duiken rode mutsen op. Mensen vragen aan andermans kinderen of ze wel braaf geweest zijn. We hebben al twee kaartjes met besneeuwde coniferen in de bus gekregen, in de supermarkt zeggen mensen niet langer Have a good one, maar wel Merry Christmas.

 

Het was dus ALLESBEHALVE zonder waarschuwing. Het is niet komen aansluipen zoals zoonlief tegenwoordig met militaire precisie en snelheid doet.

 

En toch, en toch.

 

Toch schoot dit weekend door mijn hoofd: Volgende week is het Kerstmis. HOEZO VOLGENDE WEEK IS HET KERSTMIS? Waar komt dat opeens vandaan?

 

Als ze dat nu eens elk jaar op dezelfde dag zouden organiseren, dan zou me dat misschien niet zo overvallen…. Owww…. Wacht….

Rode neuzen actie

Nu de schoentjes weer in de kast staan, de mandarijntjes zijn geschild en Sinterklaas zijn ronde heeft gedaan, mag de hele hetze rond Zwarte Piet weer opgeborgen worden, samen met de schoensmeer. Zonder hier een uitspraak over te doen, moet ik toch opmerken dat er wel meer volksverhalen de censuurcommissie zouden mogen passeren. Zo klonk hier net het kerstliedje ‘Rudolph the red-nosed reindeer’ door de gang. Onschuldig? De jeugd beseft niet wat een kwalijke praktijken hier aan het licht komen. Ik verklaar me nader…

 Rudolph the Red-Nosed Reindeer

Had a very shiny nose

And if you ever saw it

You would even say it glows

 

Ok, het hoofdpersonage wordt geschetst. Het gaat hier dus over een rendier. Een roodneuzig rendier, meer bepaald.

 

All of the other reindeer

Used to laugh and call him names

they never let poor Rudolph

Join in any reindeer games

 

Hier loopt het al mis. Die arme Rudolph is anders dan de anderen, en wordt prompt uitgelachen en uitgescholden. Hij mag niet mee doen met de spelletjes- ongetwijfeld ‘Rendiertje strekje’ of ‘De kolonisten van de Noordpool ‘- en staat dus waarschijnlijk eenzaam te wezen in een hoekje van de rendierwei. Alweer zielige pesterijtjes die niet verder kijken dan de rode neus lang is. Nasaal Racisme is het (in rendiertaal: nasisme. Maar dat vertaalt niet al te best). Want hoe zit dat met die neus? Misschien is het een familietrekje? Misschien is Rudolph bij de Cliniclowns – iets wat alleen bewondering oproept. Misschien heeft hij drankprobleem, en dan heeft hij hulp nodig, geen hoon! Het lied geeft hier nog geen uitsluitsel over.

 

Then one foggy Christmas Eve

Santa came to say

“Rudolph with your nose so bright

Won’t you guide my sleigh tonight?”

 

OK, schrap dat mogelijk drankprobleem. De Kerstman zou toch zeker enkel een BOB kiezen om zijn slee trekken. Goed gezien van de Kerstman trouwens, om zo zijn pad te laten verlichten (in een niet-boeddha-achtige manier). Een neus loopt over het algemeen immers niet op batterijen!

 

Then how the reindeer loved him

And they shouted out with glee

“Rudolph the Red-Nosed Reindeer

You’ll go down in history!”

 

Aaaaah, nu is hij opeens het favorietje! Nu komen ze terug gekropen. Nu Rudolph zijn strepen heeft verdiend en beroemd is, zijn ze plots allemaal zijn beste vriendje. En maar zingen en maar juichen. Gold diggers! Ik hoop dat Rudolph hen geen blik gunt en enkel een gehoeftekende poster van hem en de Kerstman opstuurt.

 

Zo zie je maar, ook in kerstliedjes is het niet allemaal rozengeur en maneschijn. Al is er in dit geval wel maneschijn. Maar negen rendieren die zich in het zweet werken – neen, van rozengeur is geen sprake.

rudolph

Het rendier in kwestie

De smaak van kerst

Zoals met Halloween alles naar pompoen en kaneel smaakt (cake, thee, brood, ijs, koekjes, chips – je kan het zo gek niet bedenken), op Thanksgiving allemaal rond kalkoen draait (maar hier gelukkig geen cake-variant van bestaat, of ik heb ze nog niet gespot), zo is de smaak van Kerstmis blijkbaar pepermunt. Pepermunt heeft de winkelrekken overgenomen. Pepermunt is niet meer te ontlopen. Nadeel: buiten mijn tandpasta en kauwgom hoeft voor mij echt niets naar pepermunt te smaken. Voordeel: het is aangetoond dat pepermunt een geur en smaak is die je oppept en energie geeft. In de donkerste maanden van het jaar is dat dus eigenlijk nog niet zo gek.

If you can’t beat them, join them. Een receptje met pepermunt, als oppeppertje voor de winter: Pepermunt – chocolade koekjes (dubbele portie chocolade). Al kan ik niet garanderen dat je daarna meteen wilt gaan sporten. En om bij de klassieker te blijven, daarna ook nog old-school chocolate chip cookies. Smakelijk!

Pepermunt-dubbele chocolade koekjes

12 stuks

  • 60 gr zelfrijzend bakmeel (of gewoon bakmeel en een theelepel bakpoeder)
  • 1 ei
  • 90 gr kristalsuiker
  • 75 gr pure chocolade
  • 200 g witte chocolade
  • pepermunt extract
  • 10 pepermuntsnoepjes
  • 25 gr ongezouten boter

Verwarm de oven voor op 175°C.

Smelt de pure chocolade met de boter au bain marie en laat wat afkoelen. Door de boter wordt het een glimmende, dikkige chocolademengsel.

Voeg 3 druppeltjes pepermuntextract toe. Mix dan het ei schuimig met de suiker.

Voeg het bakmeel en het chocolademengsel toe.

Roer met een pannenlikker of pollepel alles door elkaar.

Zet het mengsel 15 minuten in de koelkast om steviger te worden, anders wordt het lastig om er bolletjes van te draaien. Breek ondertussen de pepermuntsnoepjes in kleine stukjes.

Bedek de bakplaat met bakpapier. Rol 12 bolletjes van het chocolade-mengsel. Zet ze 8 à 10 minuten in de oven. Ze horen er nog wat zacht uit te zien, zodat ze lekker zacht van binnen zijn. Laat afkoelen op de bakplaat.

Smelt de witte chocolade au bain marie. Dompel de koekjes hierin onder. Leg op een bakpapiertje

Bestrooi met pepermuntstukjes.

Plaats de koekjes in de koelkast zodat alles harder wordt.

pepermunt koekjes

bron: Marthasteward.com

 

Klassieke Chocolate chip cookies

Voor een heel aantal hongerigen

  • 250 gr bloem
  • 1/2 tl bakpoeder
  • 1/2 tl zout
  • 170 gr ongezouten boter, gesmolten
  • 200 gr bruine basterdsuiker
  • 100 gr kristalsuiker
  • 1 el vanille-extract
  • 1 ei
  • 1 eidooier
  • 175 gr chocolate chips (of fijngehakte pure chocolade)

Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius/Gasovenstand 3. Vet een bakplaat in of bedek met bakpapier.

Zeef de bloem, bakpoeder en zout boven een kom een roer door elkaar. Zet weg.

Roer de gesmolten boter, bruine suiker en suiker in een middelgrote kom goed door elkaar.

Klop het vanille-extract, ei en eigeel erdoor tot een licht en romig mengsel.

Voeg het bloemmengsel toe en roer goed door elkaar.

Roer de stukjes chocola erdoor met een pollepel.

Schep hoopjes deeg op de bakplaat (gebruik voor ieder koekje ongeveer 1 el deeg) op ongeveer 8 cm afstand.

Bak de koekjes 15-17 minuten in de voorverwarmde oven, totdat de randjes licht verkleurd zijn. Laat ze een paar minuten afkoelen op de bakplaat voordat je ze op een rooster verder laat afkoelen.

Maak je populair door ze uit te delen of vertel aan niemand dat je gebakken hebt, en smikkel ze allemaal lekker zelf op bij een kopje thee of koffie!

P1120663

Bron: mijn oven

Giving thanks

De vierde donderdag van november loopt heel Amerika eens niet de hele dag te grazen, zoals hier normaal gezien gebeurt, maar gaan ze rustig aan de eettafel zitten om samen te eten. Thanksgiving day, of kortweg Thanksgiving, is  het grootste familiefeest van het jaar, en mensen reizen vele duizenden kilometers om bij hun ‘loved ones’ te zijn. De wegen en de luchthavens zijn daarom druk druk druk, de straten des te leger. De winkels, die je op een gemiddelde zondag tot 22u30 ontvangen, zijn plots vroeger dicht, of zelfs heel de dag gesloten.

 

De avond voor Thanksgiving, Thanksgiving eve, zijn het de jongeren die de bloemetjes gaan buiten zetten- en dat zijn geen chrysantjes. Overal wordt uitbundig gefeest, de alcohol vloeit rijkelijk en er is geen taxi, Uber of huurauto meer te krijgen. Wij waren uitgenodigd op een sushi-en-gin-tonic-feestje bij vrienden, en trokken er heen met het reisbedje van ons ventje, vastbesloten ons niet te laten dirigeren door iets rudimentair als ‘bedtijd’. De gin-tonics heb ik aan me voorbij laten gaan, de sushi was geweldig maar wel geïnspireerd door het ‘in America everything is bigger’ adagio (met maki’s die ik in drie moest bijten om ze op te krijgen) en de happy baby vond al die mensen toch maar wat griezelig. En het reisbedje, dat een soort tentje is met een matrasje in, vond ie nog veel griezeliger. Het was dan ook pas na heel wat heen- en weer gewieg, zingen, neuriën en knuffelen dat hij zijn oogjes niet langer kon openhouden en zich gewonnen gaf – hij zou dan wel in de tent slapen. Een zoon van zijn moeder (eveneens geen tentenfan)!

 

We vonden toch een Ubertaxi om ons naar huis te brengen. De chauffeur vertelde ons dat Thanksgiving het moment herdacht dat de pelgrims in Amerika aankwamen, en dankzij de ‘natives’ nog een oogst hadden. Ze braken samen het brood. Later bleek dat manlief en ik op dat moment aan exact hetzelfde dachten, maar wijselijk onze mond hielden, nl. dat ze na dat brood de oorspronkelijke inwoners bedankten door hen in groten getale uit te moorden en hun land af te nemen.  Maar kom, details he.

 

Op Thanksgiving zelf waren we uitgenodigd door een Amerikaanse vriendin van onze Belgische vrienden hier, wat maakte dat het gezelschap bestond uit 6 Belgen, 1 Amerikaanse, en 1 Britse. Iedereen had iets meegebracht, en de gastvrouw toverde de klassieke kalkoen wel degelijk uit de oven. En ja, er waren veenbessen, geroosterde groenten, puree van zoete aardappel, macaroni en kaas met kreeft en pompoentaart (2 soorten!).  Het eten bleek fantastisch, de sfeer gezellig, ons ventje vrolijk en deze Thanksgiving-virgins waren dankbaar dat ze het konden en mochten meemaken. Het is dan ook een jaar geweest met zoveel om dankbaar voor te zijn. Af en toe mag een mens daar wel even bij stilstaan. En als dat dan moet bij heerlijk eten en goed gezelschap, tja, wie zijn wij om daar tegenin te gaan?

DSC_0314

Stop! Turkey Time!

DSC_0319

IMG_2724

The good stuff