Vlieg met me mee

Het is een cliché maar het kon niet meer waarheid zijn: als je een kindje krijgt, verandert je wereldbeeld. Jarenlang dook ik bijna onder mijn stoel als ik zag dat er een peuter op ons vliegtuig zat. Alle mogelijke goden werden aangeroepen om de persoon met de kleine toch maar niet in mijn buurt of godbetert naast mij te laten plaats nemen. Bij huilen of schreeuwen duwde ik mijn oordopjes of koptelefoon nog steviger tegen mijn hoofd aan en rolde ik met mijn ogen, een diepe zucht onderdrukkend.

icelandair_737MAX_big

En nu… was ik de persoon met het kleine kindje.

Een goed voorbereide vrouw is er twee waard, dus ik had alles gelezen wat er te lezen viel over vliegreizen met een baby. Na alle blogs, reviews en lijstjes met tips, kwam ik tot de volgende conclusies over hoe zo’n reis kan verlopen:

  1. De baby heeft weinig tot geen last van oorsuizen of drukverschillen bij opstijgen en landen, zeker als je op dat moment een flesje geeft of een tutje. Je angstdromen zijn volledig overroepen, als je zelf rustig blijft zal je kindje dit overnemen.

OF

  1. De baby krijst de hele vlucht bij elkaar en de ouder(s) krijgt verwijtende blikken en/of medelijden van de omringende passagiers. Sommige ouders deelden oordopjes en snoepjes uit aan de buren om zich al op voorhand te verontschuldigen, en schreven vooral schattig bedoelde briefjes als ‘hallo, wij zijn de tweeling van stoel 12A en wij zijn voor het eerst op vakantie met het vliegtuig’. Anderen vonden dit dan weer complete nonsens en wilden zich niet verontschuldigen voor wat een kind nu eenmaal wel eens doet: huilen. Of zoals een vrouw het schreef: I will not give you sweets for not being a jerk.
  2. Hoe het ook loopt, de vlucht zal altijd even lang duren (al zal het in geval 2 langer lijken), en alles gaat voorbij, dus ook deze reis.

Welke nu van toepassing waren bij onze trip naar Boston? ALL OF THE ABOVE.

Maar gelukkig ligt de nadruk wel op punt 1. Bij onze eerste vlucht van Brussel naar Reykjavik, denk ik dat de passagiers in onze omgeving niet eens door hadden dat we met een baby reisden. Ons ventje was rustig, keek al tutterend geïnteresseerd naar de kleurtjes en figuurtjes van ‘Finding Nemo’, viel in slaap op mijn schoot, kreeg een flesje nog voor ie zelf door had dat ie honger had, en sliep daarna verder op de Deryan Air Traveller. Dat laatste is een absolute tip voor iedereen die reist met kindjes: het is een soort luchtmatrasje dat je zelf opblaast en dat je op een stoel of zelfs op de opklaptafeltjes kan leggen en waar je baby toch iets comfortabeler op kan slapen. Je kan er zelfs een soort stoeltje van maken zodat het kindje niet rechtstreeks op je arm ligt, wat meestal toch resulteert in tintelende of gevoelloos wordende lichaamsdelen.

In Reykjavik hadden we niet zo heel veel tijd dus na nog een snel flesje was het alweer boarden voor de langere vlucht van ongeveer 5u naar Boston.

Laat ons zeggen dat die passagiers wél weten dat we met een baby reisden. Ons knulletje was duidelijk moe, maar vond slapen niet zo’n aantrekkelijke gedachte. Elke keer hij bijna in dromenland belandde, begon hij wild te schoppen en te wenen, vastbesloten zich niet te laten kidnappen door Klaas Vaak. Ik kreeg dan wel weer de kans om mijn zangcapaciteiten te oefenen, meer specifiek bij het zingen van ‘Slaap kindje slaap’, ‘de boom stond op de bergen’ en een vrije interpretatie van ‘oyalele’. Van het ongenoegen van de buren heb ik weinig gemerkt, als dat er al was, want ik was zo gefocused op ons ventje dat het me allemaal weinig kon schelen.

Wat ik uiteindelijk wel erg vond, is dat na twee en een half uur worstelen om ons ventje rustig te krijgen, de stewardess aan de heer naast mij (een jonge man met een Leopold II baard) kwam vragen of hij niet ergens anders wilde gaan zitten, waar er nog een lege plaats was! Wij hadden bij het inchecken zò aangedrongen om na te gaan of er nog een lege plaats was waar wij dan eventueel bij konden zitten – iets wat ik ook had opgestoken bij het lezen van alle tips op het internet. Ik had vooraf gebeld naar Icelandair tijdens de uren dat ze Nederlandse assistentie voorzagen om dit allemaal na te gaan. Ik kwam terecht bij iemand wiens Nederlands zoveel haar had dat er een pruik van gemaakt kon worden. Afro style! Deze vrouw had me wel uitgelegd (nadat we naar het Engels waren overgeschakeld, want bij iemand die het woord ‘wielen’ niet verstaat, geef ik het op) dat ik alles bij het inchecken moest navragen. Een reiswiegje (of ‘bassinette’) zoals bij andere luchtvaartmaatschappijen, had Icelandair niet ter beschikking.

Ik vond dat er eigenlijk weinig tot geen hulp kwam van het personeel. Bij de tweede vlucht hebben we zelf om een klein gordeltje moeten vragen. Dit was niet helemaal volgens wat ik had gelezen… ik zal in mijn toetsenbord moeten kruipen om mijn eigen review toe te voegen!

De Leopold II- man was eigenlijk heel vriendelijk, want in eerste instantie wees hij die vrije plek zelfs af. ‘It doesn’t really bother me’ zei hij. Maar de stewardess bleef aandringen, en ‘subtiel’ aanhalen dat hij daar wat meer plaats zou hebben. Uiteindelijk verplaatste de man zich, en konden wij de stoel in het midden gebruiken om ons mannetje eindelijk een dutje te laten doen. Bij het uitstappen zei een buurman nog dat het waarschijnlijk wel de langste vlucht van ons leven was geweest. Ik vroeg of dat niet net bij hem het geval was. ‘Well I felt for you guys, but at least he’s cute’ zei de man. Ventje zat ondertussen breed te lachen op mijn arm, als een posterboy voor ultimate cuteness.

Onze maxi cosi en de wielen waren uiteindelijk het laatste wat er op de bagageband is gekomen, en dit na een telefoontje van een medewerker om te horen waar dat bleef. Ik was dus heel blij dat ik een draagzak meehad, en maakte alweer een mentale notitie dat ook dit niet echt kindvriendelijk geregeld is. Er waren in Boston geen buggies of iets dergelijks zoals in Reykjavik, waarmee cruisen op de luchthaven wel een stuk aangenamer werd.

Maar kijk, toen arriveerde manlief om ons en onze elvendertig koffers op te pikken, en zag alles er alweer rozekleuriger uit. Een fijn appartement, dat hij met veeeeeel zweet – iets minder bloed en hopelijk geen tranen – had bemeubeld vandaag, en de algemene stemming verbeterde alweer aanzienlijk.

Tot ik de volgende dag merkte dat ik mijn gsm waarschijnlijk verloren ben in de luchthaven… argh! Dat, in combinatie met een tijdelijk gebrek aan internet op ons appartement, voelt alsof je afgesloten bent van de rest van de wereld. 15 jaar geleden was internet op kot een luxe (allen naar de PC klassen!), en belde je elkaar vanuit een vaste telefooncel, nu lijkt het alsof je mensenrechten worden geschonden als je niets kan posten op facebook. Geen sms kunnen sturen, alleen aanvaardbaar op de noordpool of bij een indianenstam in de brousse (EN-DAN-NOG!) Je mail niet kunnen checken, welkom bij de holbewoners! Zal ik al maar aan een rotsschildering beginnen?

Hoe vreselijk ik het ook vind, ik heb het vaak genoeg gezegd: Google is your friend. Wel, op dit moment mis ik mijn vrienden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s