Afternoon tea – deel 2

Zoals ik eergisteren schreef (hier) over mijn citytrip in Londen, was onze eerste poging om met het pinkje omhoog thee te nippen uit porseleinen kopjes, jammerlijk de mist in gegaan.

Die eerste twee dagen in Londen hadden we behoorlijk wat kilometertjes afgelegd, en dan vooral te voet. Mijn stappenteller voelde zich eindelijk nuttig en meldde me dan ook steeds wanneer ik mijn vooropgesteld doel van de dag had gehaald. Dat dat pas gebeurde na zo’n 12 000 stappen, deed me toch ernstig overwegen die stappenteller aan een duif te hangen ofzo – ik kan echt niet elke dag het equivalent van half Londen afwandelen om dat doel te halen. Op die manier is dat totaal niet realistisch.

Enfin, dit terzijde, er werd dus veel gewandeld in Londen. Een pauze was welkom.

Maandag was onze laatste dag in de Britse hoofdstad, en dus ook onze laatste kans op échte authentieke afternoon tea. Nu had ik ontdekt dat er een patisserieketen is die heel degelijke hapjes serveert voor een aanvaardbare prijs. En wat nog handiger is: er is een filiaal vlak aan het internationale treinstation St. Pancras, waar we naar huis zouden vertrekken.

Twee nadelen: 1) We stonden daar natuurlijk wel met onze koffers. Nu ja, mijn gezelschap stond daar met een klein koffertje, en ik met een uit de kluiten gewassen valies op vier wielen, en een rugzak. En 2) Als het ons daar niet lukte om thee te versieren, dan hadden we onze laatste kans wel verkeken.

Na een ritje op de tube arriveerden we in St. Pancras. Dat station heeft echt luchthavenallures, het was dan ook niet evident om Patisserie Valérie te vinden. De twee Italiaanse jongens die de boel openhielden, schrokken wat. Oei, afternoon tea? Maar ja, ze konden wel iets maken. Alleen kon het enkel voor twee personen, meer ingrediënten hadden ze niet meer.

We bevestigden dat dat méér dan genoeg zou zijn voor ons drietjes, als we nog een extra potje thee zouden krijgen.

En dat kregen we ook. Sterke thee, met melk. Die melk, daar moest ik nog wat aan wennen. En we vroegen een kopje warm water om de thee wat aan te lengen.

Het onderste bordje had twee kleine quiches en kleine boterhammetjes- eigenlijk een soort belegde ‘soldaatjes’ – met eiersalade, ham, gerookte kip met tomatentapenade (apart, niet allemaal tegelijk). Het middelste bordje had twee scones met rozijntjes en twee zonder. Een potje roomkaas en vier kleine potjes confituur (van Bonne Maman, hahaha) maakten het af. Het bovenste niveau lag vol dessertjes. We hadden zelfs nog wat over.

Het voelde luxueus. Het voelde gezellig, daar midden in dat station. Het voelde als de perfecte afsluiter.

 

Advertenties

Vijf op vrijdag – leuke vakantiebestemmingen

Na een week waarbij het weer duidelijk niet doorhad dat de meimaand was aangebroken, belooft het weekend wat beter te worden. Tijd om te dromen over zomermaanden, buiten eten, lange avonden en de geur van zonnecrème.

Vandaar maak ik een lijstje op vrijdagavond, dat enkele van mijn leukste vakantiebestemmingen samenbrengt.

  • Ijsland: Niet dat dit lijstje in volgorde van ‘geweldigheid’ is opgesteld, maar Ijsland zou op al mijn rankings nummer 1 staan. De drie weken dat ik met manlief dit eiland rondreed, waren onbeschrijfelijk. Op één dag kon je perfect in vijf totaal verschillende landschappen terecht komen, van groener-dan-groene valleien met tientallen watervallen en honderden schapen, over zwarte vulkaanas zo ver het oog rijkt, tot kraters, of knalgele zwavelvelden. We waanden ons in Lord of the Rings, waarbij ik in het midden laat wie de elf was, en wie de dwerg.
    .
  • Thailand: Onze eerste kennismaking met Azië was meteen onze huwelijksreis, dus ik ben mogelijk bevooroordeeld. Toch zou ik Thailand aan iedereen aanraden, omdat het echt voor elk wat wils biedt: geweldige cultuur, prachtige regenwouden en sprookjesachtige stranden (The Beach werd hier niet voor niets opgenomen), en niet te vergeten: ontzettend lekker eten! Bovendien is het echt ‘Azië voor beginners’: reizen is er makkelijk en praktisch, mensen zijn vrienden (‘het land met de glimlach’) en de hygiëne is prima. Oh, en Thailand is, in tegenstelling tot wat ik eerst vreesde, een echt koffieland.
    .
  • De Belgische kust: hoe totaal on-exotisch om onze eigen Belgische kust in een lijstje van vakantiebestemmingen op te nemen. Om nog on-sexier te zijn moet ik waarschijnlijk over sokken breien of kauwtabak beginnen. Maar toch, maar toch. Als kind heb je er toch alles wat je je kan wensen? Wat is er beter dan de Belgische kust, tenminste… als het Belgische weer mee wilt.
    .
  • Canada: Manlief en ik zullen onze rondreis in Québec en Ontario nooit vergeten. Dat komt deels door de mooie natuur, deels door de verre verre verre familie die we daar als verrassing opzochten en waar we ontzettend warm ontvangen werden, maar ook en misschien vooral… door de walvissen. We gingen walvissen kijken in een zodiac-bootje en kregen méér dan waar voor ons geld. Op een bepaald moment zwommen er niet minder dan zeven bultruggen langs ons heen. Een blauwe vinvis, waarvan er nog 5000 rondzwemmen op aarde, dook naast ons op om een mondvol plankton te nemen (in deze mond past een kleine auto, het geeft even een idee). Zelfs onze doorwinterde kapitein/gids was door het dolle heen. En mijn biologen-hartje sprong bijna uit mijn borstkas. Walvissen werden mijn nieuwe 2de favoriet (altijd na katten, je begrijpt…). In een ander leven werd ik mariene onderzoeker, zoveel is zeker.
    .
  • Italië: Een stukje paradijs in Europa, daar is iedereen het toch over eens?

 

Voor dit weekend heb ik echter andere, ideale reisbestemmingen.

Mijn achtertuin en het speelhuisje dat daar staat. Mijn doodlopende straatje. Het bankje in de zon dat een ideaal zicht biedt op kleine coureurs die op loopfietsje langs de bochten scheuren. En mijn bedje.

Slaapwel!

 

Vijf op vrijdag: favoriete steden

Wat is er beter dan een vrijdag? Een vrijdag voor een weekje vakantie! Hoera, daar kijken we met z’n allen naar uit.

Voor de vijf op vrijdag vandaag, een lijstje dat ook een groot vakantiegevoel met zich meedraagt: de vijf steden die mijn hart hebben gestolen, elk om eigen reden.

-Disclaimer- Er zijn zeker nog andere steden die ik heerlijk vind of heb gevonden, maar deze vijf heb ik meer dan eens bezocht, en dragen dus ook iets bekends in zich.

Leuven, Be. Ik was nog klein, en Leuven was een magische plek. Af en toe gingen we er heen, via een enorm bochtige weg waar maar geen einde aan leek te komen. Mijn zussen en ik, op pad met de papa – eigenlijk de enige uitstap die we zo deden, zonder ons ma erbij. We gingen naar de Fnac of een andere boekhandel, mijn pa zocht strips en muziek uit en wij kregen één (Of twee. Of drie.) van de pockets van Garfield, die de perfecte WC-lectuur bleken te zijn.
Waar ik zou gaan studeren, was dan ook een evidentie. Op 20 km van thuis, handig dichtbij maar net ver genoeg. Na de studies blijven plakken, er werk gevonden, en er gesetteld met het lief (die ik daar op de aulabanken gevonden heb). Toen we uiteindelijk ons eigen stekje wilden, leek het Leuvense nog steeds ideaal (behalve het prijskaartje dan): op gelijke afstand van beide ouderparen en dicht bij het werk. Loop ik nu op een zonnige dag over de Grote Markt, besef ik steeds dat ik misschien niet meer zo klein ben, maar Leuven nog steeds magisch.

De Haan, Be. Jarenlang gingen wij in de zomer een maand naar zee. Jarenlang gingen we steeds naar hetzelfde appartement, in De Haan, vlakbij het strand. Mijn groottante huurde dat appartement in juni, en liet het voor ons achter, gevuld met chocola en reuzenperziken die nét rijp genoeg waren. Het feit dat er geen hoogbouw staat op de dijk, geeft De Haan nog een heerlijk retro gevoel. Ik heb er zo’n fijne herinneringen aan, dat ik het centrum maar moet binnenrijden en weten: ‘jep, ’t is vakantie’.

Maastricht, NL. Zo dichtbij en toch weer ‘buitenland’ – de ideale en gezellige plek om in de kerstvakantie al aan soldenshopping te gaan doen. Plus, ze hebben zoute dropjes, één van mijn kleine zondes.

Valiano, It. Bepaald geen ‘stad’ te noemen, dat gehucht van 5 straten dat deel uitmaakt van Montepulciano. Met één voet in Toscane en één voet in Umbrië, zicht op de wijnranken en in de schaduw van een olijfboom, wordt duidelijk waarom Italië een ideaal vakantieland wordt genoemd. Ja, ik hou van roadtrips en avontuurlijke reizen, walvissen, watervallen en exotische bestemmingen, maar af en toe mag het ‘dolce far niente’ zijn.

Boston, USA. But of course. Onze thuis weg van huis en voor altijd de plek waar ons ventje zijn eerste stapjes heeft gezet. De helft van deze blog wordt gewijd aan deze stad, laat ik geen poging doen dit samen te vatten. Vergeet Boston gewoon niet bij een tripje naar de Oostkust, stop het vergelijken met New York en geniet gewoon van deze eigenzinnige, gezellige en gevarieerde stad.

bostoncoolidge corner

Vier en geen

Om 40 dagen lang elke dag te schrijven, moet je al eens aan de inspiratieboom schudden. Maar als dat enkel een verdroogd blaadje oplevert, kunnen we ons gelukkig verdiepen in de lijst met 56 mogelijke onderwerpen, die Kathleen, de bedenker van de uitdaging, ons doorstuurde.

Voor vandaag koos ik deze:

 

Waarvoor kus je nog iedere dag uw twee pollekes? (Waarvoor ben je extreem dankbaar, met andere woorden).

 

Ik dacht meteen terug aan dat moment dat mijn leven op zijn kop stond. Letterlijk. Ik hing ondersteboven, en mijn autogordel deed zijn werk en tartte de zwaartekracht. Ik herinner me het gevoel glashelder, maar niet wat ik zag, dat kon ik niet thuisbrengen. Alsof mijn hersenen weigerden te registreren dat we net over de autostrade waren ‘gevlogen’ (dit is het woord dat getuigen later gebruikten) door overkop te gaan en vier of vijf keer in de lucht te tollen, om uiteindelijk op het dak van de auto te belanden. Over twee van de drie rijstroken op de autostrade.

Niet mijn beste parkeermanoeuvre.

Die films waarin dramatische gebeurtenissen in slow motion voorbij komen? Is ook echt zo. Dat overkop gaan duurde heel lang. Ik herinner me wat ik dacht, nl. ‘als ik gewoon mijn hoofd en nek heel kan houden, dan komt het goed’. Geluid was er niet, alleen een gevoel van ongeloof, dit kan niet waar zijn, dit gebeurt toch gewoon niet, zoiets?

Tien (of 1? Of 100?) seconden na de onzachte landing kwam het geluid met een schok terug.

Geroep. Getier. Gekrijs. Mijn schoonzusje op de achterbank. Zij is er nog, dacht ik, opgelucht. En de andere twee? Toch waren mijn eerste woorden ‘sorrysorrysorrysorry’ – ik zat immers achter het stuur. Mijn schuld dat we hier liggen. Hangen. Dat dit het einde van onze skivakantie is.

Daarna ‘is iedereen OK? Kan iedereen iets zeggen?’ Hoe kalm klonk ik, tenminste in mijn hoofd. Eerst iedereen horen, dat was prioriteit. ‘Hij bloedt, hij bloedt’ gilde de schoonzus, over de vriend die naast haar op de achterbank zat. ‘Ik ben OK’ hoorde ik hem zeggen, met vaste stem. Ik weet dat mijn schat op de passagiersstoel naast mij iets heeft geantwoord, maar hij weet het niet meer. Heb ik dan wel iets gevraagd? Twijfel. Voel ik me nog altijd wat schuldig over.

Er waren zo snel mensen aan onze wagen. Ze hielpen iedereen uit de auto. Door de ramen, of door de deur die toch nog opende. Ik zat er als laatste in. ‘Coupe le moteur’ riep iemand. Oh ja, we waren nog in Frankrijk. Waar? Geen idee. Op weg naar huis. Ergens.

Ik grabbelde naar waar de sleutels zouden moeten zitten. Niets. Nog eens proberen. Waar waren die krengen? ‘Je n’y arrive pas’ riep ik.

Kijk eens aan. Net gevlogen, en in perfect Frans antwoorden.

Ik ben er zelf uitgekropen. Dat betekent dat ik zelf mijn gordel heb losgemaakt, waarschijnlijk een beetje naar beneden ben ‘gevallen’ en gedraaid ben om uit dat raam te kruipen. Dat zal wel, maar dat weet ik niet meer.

‘Pas op, er ligt glas, pas op voor je handen’, zei iemand, ik denk in het Nederlands. Ik dacht ‘dat is wel het laatste van m’n zorgen, glas in mijn handen. Get me out of here, en waar is de rest?’

Mijn vingers deden raar. Verder leek ik geen pijn te hebben. Ik moest eerst iedereen gezien hebben, daar waren ze. Schat zei dat alles goed ging, hij had het alleen zo koud, die vriend bleek inderdaad aan zijn oog te bloeden, mijn schoonzus lag op de grond, ze had aangegeven rugpijn te hebben, en er werd geen risico genomen. Ik maakte me wat zorgen, maar iedereen was er. En ik maakte me al wat minder zorgen toen de verplegers haar broek wilden openknippen en zij reageerde met ‘NON! Ce sont mes jeans préférés’ (hey, je bent een fashionista of je bent het niet).

Het was niet mijn schuld. De oudere man die ons van rechts wilde voorbij steken, en hierbij onze voorste wielkas had geraakt, waardoor de wagen was beginnen zwalpen, stond opeens bij ons. Hij excuseerde zich, honderd keer. Hij had het niet eens gemerkt, had ons zien vliegen in de achteruitkijkspiegel. Ik knipperde met mijn ogen. Het was niet mijn schuld?

‘Dat ik niet had moeten overcorrigeren, dan waren we niet overkop gegaan’, zei ik tegen de ambulancier die ons later naar het ziekenhuis bracht (welk ziekenhuis? Ik heb het even moeten vragen – we waren in Metz). Ik was luidop aan het nadenken, terwijl ik ergens een rekkertje vond om mijn haar samen te houden – mijn haarspeld lag in het wrak.

Hij zei: Wat jij gedaan hebt, heeft er voor gezorgd dat iedereen OK is. Wat jij deed, was dus perfect.

Het was niet mijn schuld.

Toen de brandweer arriveerde, werden er meteen twee vragen gesteld:

“Combien de personnes dans la voiture?

Combien de déces?”

 

Ik kus na tien jaar nog altijd mijn pollekes.

Ik kus nog altijd mijn pollekes, dat ik ‘VIER EN GEEN’ kon zeggen.  VIER EN GEEN. VIER EN GEEN.

VIER EN GEEN.

Het klonk als gillen in mijn hoofd.

ski

De grote oversteek- de eerste dag

Bij het afronden van een hoofdstuk, zoals die verhuis van ons, heb je een lange aanloop van ‘laatste keren’. Bij ons was dat niet anders. Van de ene laatste keer, zoals de laatste keer granolabrood gaan kopen bij de enige bakker die naam waardig, of de laatste playgroup op vrijdagochtend, of de laatste keer in het favoriete speeltuintje van ons ventje, was ik me sterk bewust. Andere laatste keren waren minder genoteerd, maar lieten ergens een vaag melancholische smaak na. ’t Is gek, want over het algemeen hebben we zo veel aandacht voor de eerste keren in een mensenleven, en bij een baby lijkt elke dag wel een nieuwe, verrassende eerste keer te bevatten. Maar die laatste keren, het hield me toch wat bezig.

 

Van sommige laatste keren weet ik niet helemaal zeker of het de laatste keer is. Ik hoop dat het de laatste keer was dat we in Ijsland uitstapten met 50 minuten vertraging en meteen merkten dat de vlucht naar Brussel al aan de ‘last call’ zat. Ik hoop dat het de laatste keer is dat ik met ventje op mijn rug gebonden, een grote rugzak aan mijn borstkas, een trolley en een luiertas om mijn armen zwierend, door de luchthaven van Reykjavik rende hobbelde, op zoek naar de juiste gate. Niemand wilde ons helpen, onze namen werden al afgeroepen. Maar we haalden het. En we sliepen alle drie nog wat voor we in Brussel landden.

 

Ergens boven de Atlantische oceaan, als een tectonische breuk tussen toen en nu, ligt een lijn waar laatste keren overgaan in eerste. Ongemerkt maakten we die oversteek.

 

Het was de eerste keer dat we landden in Brussel en 11 koffers op een kar laadden. Het was de eerste keer dat we de jongste (schoon)-zus zwanger konden bewonderen in real life. Het was de eerste keer dat we het jongste petekindje ontmoetten en de eerste keer dat we smolten voor dat tandeloze lachje. Het was de eerste keer dat we thuis kwamen en dat ons huis versierd was met vlaggetjes en een kleurig spandoek. Het was de eerste keer dat we ballonnen in ons huis vonden, met boodschapjes op, dat de koelkast gevuld bleek met Belgisch lekkers en zelfs een ballenbad voor ons ventje. Het was de eerste keer dat we onze initialen in ons grasveld gemaaid vonden.

Niet minder dan vijf verschillende partijen, onafhankelijk van elkaar, bleken langs geweest te zijn om ons een fijne thuiskomst te bezorgen. Transatlantisch verhuizen werkt op je zenuwen en tijdsbesef. Zo’n ontvangst werkt op je traankanaaltjes en thuisbesef.

 

 

 

 

 

 

De grote oversteek- de laatste dag

Het stof is neergedaald en de bagage iet of wat gesorteerd. De jetlag is verteerd, samen met een goeie portie mosselen met frietjes, lekker brood en vers vleesbeleg, de beste chocoladekoek EVER, en véél snoep allerhande.

 

Voldoende rust en ruimte om terug te kijken naar de meest hectische dag van het jaar – tot dusver dan. 21 juli. De laatste dag in Boston.

 

Om die dag, die een week leek te duren en toch vooruit vloog als een specht op speed, te beschrijven, is één woord voldoende: CRAZY! Het is van een examenperiode in ver vervlogen tijden geleden dat ik nog zo gezweet heb van de stress.

 

We begonnen ’s morgens vroeg met het opruimen en uitzoeken. We hadden al ingezien dat we behoorlijk streng zouden moeten sorteren in kleren en speelgoed en… in alles eigenlijk, om alles in onze koffers te krijgen. Icelandair biedt aan transatlantische reizigers de optie om 2 grote koffers per persoon (tot 23 kg) mee te nemen. Wij kochten ook een stoel voor ons ventje, vooral om wat meer comfort te hebben, al zat hij op onze schoot. Met ons drietjes konden wij ons dus 6 grote koffers veroorloven. Daarbij kwamen de 3 trolleys van de handbagage. En na onze eerste schifting besloten we nog 1 extra grote koffer mee te nemen.

 

Voor alle wenkbrauwfronsers: bedenk wel dat wij àlles in te pakken hadden. Onze kleren, van zomerkleren tot de grote dikke donzen jassen die we hier hebben gekocht. Van sportschoenen tot stevige stappers tot sandalen. Lakens, dekentjes, bad- en keukenhanddoeken. Laptops, fototoestel, radiootje, en alle opladers en elektrische draden die je gemiddeld in huis hebt. Een groot deel van het speelgoed, van blokjes tot muzikale werkbankjes. Ik lijst het nu wel mooi op, maar het bleek dat ook wij dit VOL-LE-DIG onderschat hadden.

 

Maar goed, de laatste dag dus. Om 11u kwam Ursula langs, een kennis van me, die zo vriendelijk was ons haar hulp en auto aan te bieden voor de laatste verhuis. Want hoewel manlief het vorige weekend het grootste deel van de meubels uit elkaar had gevezen en naar onze gehuurde opslagruimte had gebracht, waren er toch die laatste spulletjes, waarmee we de voorbije dagen hadden gekampeerd: twee opklapstoelen, wat potten en pannen, een dun matrasje, één lampje… het nam nog behoorlijk wat plaats in. Om concreet te zijn: 95% van de vrije ruimte in haar auto. Met de stofzuiger op mijn schoot reden we naar de opslagplaats. Daar was ik o-zo-blij met de uren die ik vroeger aan Tetris heb verspeeld, want we kregen er alles nét in. Ook de fles champagne die we aan onze Deense kopers lieten om hen te verwelkomen in de stad die ons een jaar een thuis bood. (Dat was ook een pragmatische zet, als ik eerlijk mag zijn. Vreemd hoeveel flessen drank je krijgt op een afscheidsfeestje, terwijl het toch duidelijk is dat die niet mee over de plas gaan en wij de laatste dagen in Boston niet wilden doorbrengen in een staat van permanent delirium).

Na een stop in een supermarkt, startte Ursula’s auto niet meer. Gezien de to-do-lijst van de dag, zat er niets anders op dan afscheid nemen op de parking en te voet naar huis wandelen. Waar Het Grote Inpakken kon beginnen. Eitje, volgens manlief. Alles lag immers al òp de koffers. Alleen raakten die niet snel dicht. Wat volgde, was een urenlange dans van inpakken, uithalen, proppen, afwegen, wegleggen, …het leek eindeloos. Steeds meer spullen belandden op de ‘hier laten’-stapel. En nog geraakten de koffers niet dicht. Ondertussen diende ons ventje natuurlijk ook geëntertained te worden, want hij vond het allemaal maar raar en wilde liever rondlopen dan op een koffer zitten. De temperatuur rees met de wijzers van de klok, letterlijk en figuurlijk.

 

Ik moest het geleende reisbedje nog terugbrengen naar een kennis, en nam een Uber om er sneller te geraken. De modem moest nog terug naar de winkel, maar de overbuurvrouw bood aan dit in orde te brengen. Ja, enter onze overbuurvrouw, Maleia. Onze reddende engel.

 

Maleia’s verhaal is lang en aangrijpend. Kort gezegd: zij verhuisde een halve week voor onze laatste dag naar het appartement tegenover ons, en had meubels nodig. Jammer dus dat wij haar alleen nog maar onze zetel konden verkopen, want die verhuis naar de andere kant van de gang was nét iets makkelijker. Zij blijft een jaar in Boston, om met haar jongste dochtertje van 7 maanden dichter bij het kinderziekenhuis te zijn. Want Caroline heeft een potentieel dodelijke aandoening, die twee jaar geleden ook al het leven kostte van haar broertje.

 

En toch was Maleia een vrolijke, lieve vrouw, die aanbood ons vuilnis weg te brengen, de achtergelaten kleren te sorteren en weg te geven, en zelfs – omdat we in complete tijdsnood raakten- de koelkast leeg te maken. Ze hield zich bezig met ventje toen wij rond 17u steeds driester dingen uit onze stapels begonnen te trekken om achter te laten, meer en meer overtuigd dat we dat vliegtuig nooit zouden halen. Dat onze chauffeur die we op voorhand hadden geregeld, en die ons om 17u45 zou ophalen, om 17u40 sms’te dat hij een platte band had, hielp hoegenaamd NIET. Maar Maleia bleef rustig en verzekerde ons dat zij alles zou regelen, wat wij niet geregeld hadden gekregen. Ik vond het vreselijk om ons appartement in zo’n staat van chaos achter te laten, ik kon wel janken, maar er zat niets anders op. Maleia krijgt nog een gigantisch pak Belgische chocolade opgestuurd als bedankje.

 

We hadden uiteindelijk twee taxi’s nodig om onze berg spullen naar de luchthaven te krijgen. Die berg? Zeven grote valiezen, vier handbagage trolleys, twee rugzakken, een grote luiertas, een buggy en een autostoel. Ik zat alleen in de tweede taxi en stortte mijn hart uit bij de vrouwelijke chauffeur. Ik had een half uur tot aan de luchthaven om te stoppen met trillen.

bagage

Dat bleek voldoende. Een vriendelijk klapke met de dame aan de incheckbalie en een lachje van ons ventje, en we moesten maar voor één extra koffer betalen (de extra trolley werd door de vingers gezien). We raakten vlot door de security, konden zelfs nog een pizzaatje eten en stapten gepakt en gezakt op het vliegtuig. Dat half uur vertraging kon me zelfs al niet meer schelen. We hadden het gehaald. Wat we achterlieten, zijn maar spullen. Spullen zijn te vervangen. Herinneringen niet. En die zijn ongelimiteerd mee te nemen.

 

De Boston skyline is heel mooi, ook ’s nachts. Ik keek uit het raampje, dan naar manlief. Dat was het dan, lieve schat. Wat een crazy dag. Wat een crazy jaar. Maar wat een avontuur.

 

Vliegen met Boston dreumes

Ik schreef: ondertussen is onze happy baby 1 jaar. Maar toen ging ik denken: is-ie eigenlijk nog een baby? Vanaf wanneer ben je een peuter?

Op zo’n moment kan alleen Google helpen (of de 24-delige encyclopedie, maar die heb ik hier niet bij de hand). Blijkt dat in België kindjes ‘peuter’ worden genoemd vanaf ongeveer 1 jaar, maar de grens is niet zo duidelijk, in Nederland ben je tussen 1 en 2 jaar nog een dreumes.

Onze happy dreumes dus eventueel. Die heeft alweer de nodige airmiles verzameld. Vliegen met een baby, excuseer, een dreumes, kan de meest koelbloedige onder ons zweetpollekes bezorgen. Het wordt er immers niet gemakkelijker op: toen we naar Boston verhuisden, kon ons ventje zich zelfs nog niet omdraaien, en nu sluipt, kruipt en ‘break dancet’ hij letterlijk gaten in zijn broek.

 

Maar kijk. Het ging prima. De vlucht naar Buffalo, New York, was dan ook maar 1u en 10 minuten. Neen, hier geen extra klein riempje dat aan mijn riem moest hangen, zoals in Europa, ik kreeg de tip hem gewoon goed vast te houden. Allez dan. Nu was ik net van plan wat rond te dansen tijdens het opstijgen. Bummer.

oorkapOp de heenvlucht heeft hij de hele tijd tegen me aan geslapen, met zijn oorbeschermertjes op. Ik hield er een stijve arm en een gesmolten hart aan over.

 

Bij onze terugkeer na een heerlijke vakantie, entertainde mijnheertje de halve luchthaven. Er moest heen en weer gestapt worden, heen en weer, heen en weer. Aan het handje natuurlijk nog, dus hulp wordt met aandrang gevraagd – of hoe je je zonder woorden toch zéér duidelijk kan maken.

Er werd oogcontact gezocht met iedereen die hem interessant leek, zelfs als hij dan wel wat verlegen ging doen, als de ander dan ook effectief reageerde. Zelfs die ene man, die maar niet wilde wijken en koppig naar de grond bleef kijken, is gezwicht – daar moest hij wel een keer of vijf voor langs kruipen en dan met een scheef hoofdje zijn beminnelijkste lachje tonen (echt, showbeest, ik weet niét van wie hij het heeft).

 

Dan is het natuurlijk wel fijn – voor hem maar ook voor ons- dat Amerikanen al snel contact maken en al eens iets durven zeggen tegen een onbekende met een onbekende baby, excuseer, dreumes. Het regende ‘Hi, there’s, ‘Hello honey’s’ en ‘Good job, buddy’s.

Soms is die interactie net wat lastiger, zoals toen een medepassagier langs kwam en zei: “mefether ffdon passiehumfrandy”.

Zaten we daar met vier volwassenen, die alle vier toch een meer dan behoorlijk mondje Engels spreken, maar alle vier gaan zweren dat het dat was dat-ie zei. Verbatim. Na een herhaling (en vééééél gokken/improvisatie/helderziendheid) viel de quarter dat zijn vader indentijd brandy aan zijn tutje deed en dat hij toen wel rustig werd (de man als baby, niet de vader, vermoed ik). Tja, interessante tip, thanks but no thanks. Trouwens, tijdens de vlucht sliep ventje niet, maar  was hij ongelooflijk flink!

 

Bij de weg/by the way… dat wordt niks he, die ‘dreumes’. Mijn Boston baby mag nog even baby blijven.

Big shoes to fill

Mijlpalen. Milestones in het Engels. Ik heb al wat geklaagd over dat Amerikaanse matensysteem, maar deze keer vind ik het wel toepasselijk. Want mijlpalen zijn belangrijk. Geen kilometerpaal, neen. Een mijlpaal is 1,6 keer serieuzer.

In je volwassen leven zijn er zo wel wat. Een diploma. Het kopen van een huis. De eerste kus met je lief. Gaan samenwonen. Verklaren dat je met elkaar verder wilt. Ouder worden – omdat het jouw verjaardag is, of omdat je baby de zijne vastlegt.

Maar niet elke dag is een mijlpaal te noemen. Misschien gelukkig maar.

 

Bij een baby lijkt dat soms wel zo. Elke dag iets nieuws. Elke dag een eerste keer. Elke dag iets leren, dat je daarvoor niet kon, maar dat je elke dag van de rest van je leven kan gebruiken. Ik vind dat onvoorstelbaar. Ik had dat niet beseft tot die mijlpaal van 2 april vorig jaar.

 

En dus documenteer ik, met de ijver en grote ogen van een kersverse baby-wetenschapper (‘The science of baby’). Data worden genoteerd. Er worden foto’s genomen. Ik heb kleine kaartjes met een aantal mijlpalen op die daarbij gebruikt kunnen worden. Het eerste lachje (al snel en niet meer gestopt). Het eerste vaste hapje (wortel, nog steeds een toppertje). De eerste keer het nachtje doorslapen (gelukkig nu meer regel dan uitzondering).

Screen Shot 2016-04-14 at 09.13.40

En elke keer besef ik wat iedereen steeds maar zegt: ‘het gaat zo snel’ – lees: ‘en soms is dat confronterend en/of emotioneel’.

Ik heb gemerkt dat ik het allemaal kan plaatsen omdat ik wéét dat de mijlpalen eraan komen. Ja, ons ventje kan nu rondlopen aan een handje. Ja, hij is nu 1 geworden. Ik ben blij, fier, een beetje emo, maar allemaal binnen de verwachte grenzen.

 

Alleen…. Ken je die kleine paaltjes die je nét niet kan zien in je achteruitkijkspiegel of die nét onder je ‘achteruit-rij-camera’ komen? Je kijkt de goeie kant op, maar je ziet ze toch niet aankomen. Met alle gevolgen van dien.

 

Ons ventje kreeg deze week zijn eerste echte paar schoenen. Maat 23. De verkoopster zegt: ‘Dat zijn ferme voetjes’. Flashback naar de 16 weken echo. ’t Is een zoontje! […] En hier, het zijn precies wel mannenvoeten’. Fashback naar de gynaecoloog die zegt: ‘Proficiat mevrouw. Goed gedaan. Hij heeft grote voetjes seg!’ Die innerlijke stem die opkomt: ‘dat heeft hij van zijn papa’.

 

 

BHENGGG!

 

Met mijn gezicht recht tegen een mijlpaal. Sterretjes slikken.

Op logement

Deze vakantie hebben we twee verblijfjes geboekt via Airbnb. Het concept is heel eenvoudig – iedereen die wat plaats vrij heeft, van een zolderkamertje tot een volledig kasteel, kan dat verhuren via Airbnb. Als huurder kan je dus in een draaiend huishouden terecht komen, of een heel appartement of huis voor jezelf vastleggen.

Omdat we met vier volwassenen en ons ventje op stap waren, kozen we voor de laatste optie. In Toronto huurden we een flatje en in Miller Lake, vlak aan een natuurpark in Ontario, huurden we een chalet. Beiden bleken op een fantastische locatie te liggen.

DSC_1107

A room with a view – Toronto

Het concept mag dan eenvoudig zijn, de etiquette heb ik nog niet volledig onder de knie. Het voelt alsof je iets boekt in een hotel, maar dat is natuurlijk niet zo. Het lijkt alsof je stiekem iemands huis hebt gekraakt. De koelkast van de Aziatische vrouw in Toronto stond vol met de vreemdste producten. In de badkamer stonden de gewone verzorgingsproducten, met daarnaast ons stapeltje handdoeken, en een zeepje in verpakking.

Nu is mijn vraag: waar ligt de grens? Ja, die handdoeken liggen klaar, en toiletpapier, dat moet logisch zijn, maar die tissues, mag ik er daar ook ééntje van? Is een oorwattenstaafje gebruiken erover? Of is het eerder not done om een beetje shampoo te lenen? (Al bedenk ik me net dat het best tricky wordt in dit geval terug te bezorgen wat ik leen. Dat wordt een raar pakje in de post).

Uit de voorraad pannen en potten konden we afleiden dat ze waarschijnlijk zelden of nooit kookt. Wij hebben wel een poging ondernomen met het aanwezige materiaal. Al snel ben je toch in de kast aan het snuffelen: is er nergens een snuifje zout? Een scheutje olijfolie zou handig zijn… maar we blijven bescheiden Belgen en de vrees om onbeleefd of lomp gevonden te worden, is reëel.

 

Al hebben we in de chalet wel iets van ons laten horen, toen bleek dat die helemaal niet gepoetst was. Anderhalf uur schrobben, frigo’s ontdoen van harig materiaal en dweilen voor je je er goed bij voelt de baby te laten rondkruipen, neen, dat is niet mijn gedroomd begin van een driedaagse. De eigenaar bleek niet meteen bereikbaar op zijn vier (4!) noodnummers, en verscheen twee uur later dan afgesproken.

 

In de chalet was het dan ook meteen duidelijk waar de grens lag; we wilden zelfs niets gebruiken van wat daar in de plakkerige kasten stond. Daarnaast hebben we wel een hele fijne tijd gehad, het gezelschap en een natuurgebied onder een sneeuwtapijt van 30 cm maken veel goed.

 

Maar Airbnb… de jury is onbeslist. Iedere wetenschapper weet dat je drie datapunten nodig hebt om een lijn te trekken, dus binnen enkele weken geven we het nog een kans (bij een tripje naar New York). Toch even dat etiquetteboek zoeken.

The girl with the panda toque

Vakantie! Jawel, écht vakantie! Voor het eerst sinds september 2014, want hoewel ons verblijf in België vorig jaar oktober echt top was, zal elke expat je vertellen dat zo’n weekje ‘zoveel mogelijk vrienden en familie en administratie in zeven dagen proppen’ niet echt een zengevoel teweeg brengt.

En dan heb je nog de kwatongen die beweren dat ik al een jaar vakantie heb. Zoals wel vaker het geval is, is dat een kwestie van definitie. ‘Vakantie’ is volgens de mijne niet gelijk aan ‘niet op een kantoor zitten’. Maar da’s voor een andere keer.

Nu zijn we erop uit getrokken, samen met de oma en opa van Boston baby, die landden met een koffer vol cadeautjes voor onze twee feestvarkens: zaterdag werd onze éénjarige uitgebreid gevierd met veel versieringen, een kleine party, een hoop leuke pakjes en een bumbataart (waarbij ik de versiering danig onderschat had), zondag was het de beurt aan manlief. In plaats van biscuit – al dan niet met Bumba –  koos hij te vieren met een grote schaal sushi, en wie ben ik om daar tegen in te gaan? Alleen de kaarsjes plaatsen, was iets minder evident.

DSC_0451 (1)

Een paar dagen later stapten we met z’n allen op het vliegtuig richting Canada. Een vlucht van 1u en 10 minuten, waarvan happy baby er 1u en 9 geslapen heeft.

In Toronto hebben we een appartementje gehuurd via Airbnb. Het is in feite de eerste keer dat we zoiets doen, en hoewel het erg praktisch is, komt er toch ook wat geregel bij te kijken. De verhuurder moet natuurlijk wel weten wanneer je aankomt, en moet je kunnen herkennen om de sleutel en wat info af te geven. Daar kwam heel wat heen en weer ge-sms bij kijken, met onze Belgische GSM, aangezien de Amerikaanse niet werkt in Canada (ook weer praktisch…). Maar goed, we hadden de parking gevonden, de beschrijving van onze auto was doorgestuurd, nu alleen nog de persoon van het fotootje op de Airbnb-website herkennen. Nadat manlief al enthousiast naar twee vrouwen had gezwaaid die verward wegkeken, hun kraag wat rechttrokken en met ferme pas verder stapten, kreeg ik de verlossende sms: ‘I am wearing a panda toque’. We keken elkaar aan. Huh? Waren Belgische sms’en niet zo duur, had ik meteen teruggeschreven: ‘I have no idea what that means’…

 

Tot een kleine Aziatische vrouw verscheen met een witte gebreide muts met daarop twee zwarte bolle oren. Right. The panda toque has arrived.

pandamutsje_home

Met het appartement op het 25ste verdiep en plafondhoge ramen aan 3 zijden, ligt Toronto letterlijk aan onze voeten. Wat een geluk dat ze gewassen zijn.

Wat zo fijn is aan België

Disclaimer: dit is een heimwee-post. Enige meligheid kan niet uitgesloten worden.

Er is natuurlijk heel veel fijn aan België. Maar 8 dingen komen meteen in me op.

  1. Mijn vrienden, familie, buren en collega’s. Wat ken ik toch veel leuke mensen in België.
  2. Het is leuk van mensen zelf te horen dat ze mijn blog lezen. En al eens moeten lachen! Hoera! Compliment van de maand: ‘jij schrijft nog goed seg’. Laat ik even  de verbaasde toon negeren.
  3. Lekker eten. België is toch het meest onderschatte culinaire hoogstandje van Europa? Van de eenvoudigste stoemp en mosselen met goei frietjes tot al die driesterrenrestaurants, chocolade, kazen, … voor elk wat wils en altijd smakelijk. Zoals een Franse vriend van me ooit zei: het is verbazend dat er nog slanke Belgen zijn!
  4. Tijd nemen om te genieten van al dat lekker eten. Aperitiefje, voorgerechtje, hoofdgerecht, dessertje, koffie en daartussen gezellig kletsen met de mensen van punt 1.
  5. Naar de dokter gaan en niet bang zijn van de rekening. Ik apprecieer dat sociaal vangnet steeds meer nu ik er even niet meer inpas.
  6. Ik ken er de centjes en de muntjes. Ik hoef er niet per ongeluk expres altijd met een biljetje te betalen om al die kopertjes niet te hoeven bestuderen.
  7. Onze katjes zijn er. En ze leerden onze happy baby nu al een beetje kennen (t.t.z. Scotty liep nog steeds in een grote boog om terwijl Janie kopjes gaf).
  8. Vertrouwdheid. Voelt als onder een dekentje zitten met een romige chocomelk.

Ter compensatie zit er niks anders op dat me hier te installeren onder een echt dekentje bij mijn twee ventjes met een kopje troost. Gemaakt met brokjes pure Côte d’Or, zorgvuldig in warme melk gedompeld. Ahh, comfort food – comfort and food, two of my favorite things.

Bewolkt. Met kans op regen.

Een week. Zeven dagen. 168 uren. Omgevlogen zijn ze. Misschien lijkt dat ook zo omdat we genoeg activiteiten hadden om een maandje mee te vullen.

Op donderdagmiddag landden we in Zaventem, na twee nachtvluchten en een happy baby die flink geslapen had – en als hij niet sliep, was hij vrolijk aan het vertellen. Goed, voor de passagiers die een oog dicht wilden doen, was dat vertellen misschien ook niet zo aangenaam (toegegeven, zijn verhalen zijn moeilijk te volgen en de pointe laat nogal op zich wachten), maar het is beter dan huilen. Mama en papa hadden toch een negental minuten geslapen door in half comateuze toestand tegen het vliegtuigraam te hangen of met het voorhoofd op de vuilste plaats van het vliegtuig te liggen (neeee…. da’s het opklaptafeltje he). Behoorlijk verkreukeld en met een berg koffers waar zelfs manlief met zijn 192 cm achter verdween, kwamen we aan in Zaventem. Een fantastisch welkomscomité stond ons op te wachten, dat helpt bijna beter dan koffie om weer even helder te zien (bijna).

En dan ons weekje België. Zo veel lieve vrienden gezien, leuke familie, toffe collega’s – check, naar een spetterend trouwfeest geweest- check check, het was prachtig. Ik zou het op hormonen kunnen steken, maar wie krijgt het nu niet moeilijk als je bij twee mensen staat die elkaar gewoon zo graag zien? En wie staat er niet te blinken als zoonlief in zijn überschattig kostuumpje inclusief Ciske-de-rat-pet overal complimentjes oogst? – ontroerde schoonzus en fiere mama CHECK!

Dan: de klop van de spreekwoordelijke hamer krijgen in de vorm van de onappetijtelijke cocktail van oververmoeidheid, jetlag, buikgriep, koortsaanvallen en zondag zo mottig als een krab in bed doorbrengen – jammer genoeg check (voor alle duidelijkheid: er kwam geen alcohol aan te pas in deze cocktail).

Uit eten geweest – check, en heel wat van mijn ‘to eat when in Belgium’-lijstje kunnen afkruisen, zoals mosseltjes, koninginnehapje en gewoon een goed boke met brie. Dat kan smaaaaaaken!

In ons eigen bed geslapen – zoooooooooo onbetaalbaar!

Onze katjes geknuffeld- dubbel check, maar ze worden duidelijk goed verzorgd, dus daar hoeven we ons geen zorgen over te maken.

Langs Kind & Gezin voor een vaccinatie – check, en ventje was heel flink!

Maar natuurlijk is er altijd tijd te weinig, en dus is er ook een lijstje met mensen die we niet hebben kunnen zien – schuldgevoel – of die we te kort hebben kunnen zien – nog schuldgevoel. En dan nog die kleine kwestie van de achterbuurman die plots een 2,5m hoge schutting op de perceelsgrens plaatst en als argument om dit zonder overleg te doen aanhaalt ‘dat onze buren dat vroeger ook niet hadden gevraagd’. En hij was meester in de rechten dus wat gingen wij eraan doen misschien? Oh-oww zien wij eruit alsof we daardoor onder de indruk zijn? Ja? Dat zal dan misschien door onze wallen komen. Please don’t be fooled. Dus – ook nog boos.

En dan alweer afscheid nemen, ik ben daar geen held in. Een vriendin in het buitenland zei me dat heimwee standaard een jaar duurt. Dus als dit vervelende gevoel voorbij is, zijn we alweer terug. Ja, we weten dat we naar een gezellig appartement terugkeren, waar we graag zijn, maar toch… Ja, we betrapten onszelf erop te zeggen dat we dit of dat moesten doen ‘als we thuis waren’ in Boston, maar toch… Ja, en we zijn vaste gebruikers van Skype geworden en da’s toch leuk dat we elkaar dan kunnen zien, maar toch…

Toch kan je wat je het meeste mist niet meenemen in je valies.

Toch voelde ik me bij het vertrek als het Belgisch weertje – bewolkt. Met kans op regen.

Screen Shot 2015-10-16 at 07.19.08

Vlieg met me mee

Het is een cliché maar het kon niet meer waarheid zijn: als je een kindje krijgt, verandert je wereldbeeld. Jarenlang dook ik bijna onder mijn stoel als ik zag dat er een peuter op ons vliegtuig zat. Alle mogelijke goden werden aangeroepen om de persoon met de kleine toch maar niet in mijn buurt of godbetert naast mij te laten plaats nemen. Bij huilen of schreeuwen duwde ik mijn oordopjes of koptelefoon nog steviger tegen mijn hoofd aan en rolde ik met mijn ogen, een diepe zucht onderdrukkend.

icelandair_737MAX_big

En nu… was ik de persoon met het kleine kindje.

Een goed voorbereide vrouw is er twee waard, dus ik had alles gelezen wat er te lezen viel over vliegreizen met een baby. Na alle blogs, reviews en lijstjes met tips, kwam ik tot de volgende conclusies over hoe zo’n reis kan verlopen:

  1. De baby heeft weinig tot geen last van oorsuizen of drukverschillen bij opstijgen en landen, zeker als je op dat moment een flesje geeft of een tutje. Je angstdromen zijn volledig overroepen, als je zelf rustig blijft zal je kindje dit overnemen.

OF

  1. De baby krijst de hele vlucht bij elkaar en de ouder(s) krijgt verwijtende blikken en/of medelijden van de omringende passagiers. Sommige ouders deelden oordopjes en snoepjes uit aan de buren om zich al op voorhand te verontschuldigen, en schreven vooral schattig bedoelde briefjes als ‘hallo, wij zijn de tweeling van stoel 12A en wij zijn voor het eerst op vakantie met het vliegtuig’. Anderen vonden dit dan weer complete nonsens en wilden zich niet verontschuldigen voor wat een kind nu eenmaal wel eens doet: huilen. Of zoals een vrouw het schreef: I will not give you sweets for not being a jerk.
  2. Hoe het ook loopt, de vlucht zal altijd even lang duren (al zal het in geval 2 langer lijken), en alles gaat voorbij, dus ook deze reis.

Welke nu van toepassing waren bij onze trip naar Boston? ALL OF THE ABOVE.

Maar gelukkig ligt de nadruk wel op punt 1. Bij onze eerste vlucht van Brussel naar Reykjavik, denk ik dat de passagiers in onze omgeving niet eens door hadden dat we met een baby reisden. Ons ventje was rustig, keek al tutterend geïnteresseerd naar de kleurtjes en figuurtjes van ‘Finding Nemo’, viel in slaap op mijn schoot, kreeg een flesje nog voor ie zelf door had dat ie honger had, en sliep daarna verder op de Deryan Air Traveller. Dat laatste is een absolute tip voor iedereen die reist met kindjes: het is een soort luchtmatrasje dat je zelf opblaast en dat je op een stoel of zelfs op de opklaptafeltjes kan leggen en waar je baby toch iets comfortabeler op kan slapen. Je kan er zelfs een soort stoeltje van maken zodat het kindje niet rechtstreeks op je arm ligt, wat meestal toch resulteert in tintelende of gevoelloos wordende lichaamsdelen.

In Reykjavik hadden we niet zo heel veel tijd dus na nog een snel flesje was het alweer boarden voor de langere vlucht van ongeveer 5u naar Boston.

Laat ons zeggen dat die passagiers wél weten dat we met een baby reisden. Ons knulletje was duidelijk moe, maar vond slapen niet zo’n aantrekkelijke gedachte. Elke keer hij bijna in dromenland belandde, begon hij wild te schoppen en te wenen, vastbesloten zich niet te laten kidnappen door Klaas Vaak. Ik kreeg dan wel weer de kans om mijn zangcapaciteiten te oefenen, meer specifiek bij het zingen van ‘Slaap kindje slaap’, ‘de boom stond op de bergen’ en een vrije interpretatie van ‘oyalele’. Van het ongenoegen van de buren heb ik weinig gemerkt, als dat er al was, want ik was zo gefocused op ons ventje dat het me allemaal weinig kon schelen.

Wat ik uiteindelijk wel erg vond, is dat na twee en een half uur worstelen om ons ventje rustig te krijgen, de stewardess aan de heer naast mij (een jonge man met een Leopold II baard) kwam vragen of hij niet ergens anders wilde gaan zitten, waar er nog een lege plaats was! Wij hadden bij het inchecken zò aangedrongen om na te gaan of er nog een lege plaats was waar wij dan eventueel bij konden zitten – iets wat ik ook had opgestoken bij het lezen van alle tips op het internet. Ik had vooraf gebeld naar Icelandair tijdens de uren dat ze Nederlandse assistentie voorzagen om dit allemaal na te gaan. Ik kwam terecht bij iemand wiens Nederlands zoveel haar had dat er een pruik van gemaakt kon worden. Afro style! Deze vrouw had me wel uitgelegd (nadat we naar het Engels waren overgeschakeld, want bij iemand die het woord ‘wielen’ niet verstaat, geef ik het op) dat ik alles bij het inchecken moest navragen. Een reiswiegje (of ‘bassinette’) zoals bij andere luchtvaartmaatschappijen, had Icelandair niet ter beschikking.

Ik vond dat er eigenlijk weinig tot geen hulp kwam van het personeel. Bij de tweede vlucht hebben we zelf om een klein gordeltje moeten vragen. Dit was niet helemaal volgens wat ik had gelezen… ik zal in mijn toetsenbord moeten kruipen om mijn eigen review toe te voegen!

De Leopold II- man was eigenlijk heel vriendelijk, want in eerste instantie wees hij die vrije plek zelfs af. ‘It doesn’t really bother me’ zei hij. Maar de stewardess bleef aandringen, en ‘subtiel’ aanhalen dat hij daar wat meer plaats zou hebben. Uiteindelijk verplaatste de man zich, en konden wij de stoel in het midden gebruiken om ons mannetje eindelijk een dutje te laten doen. Bij het uitstappen zei een buurman nog dat het waarschijnlijk wel de langste vlucht van ons leven was geweest. Ik vroeg of dat niet net bij hem het geval was. ‘Well I felt for you guys, but at least he’s cute’ zei de man. Ventje zat ondertussen breed te lachen op mijn arm, als een posterboy voor ultimate cuteness.

Onze maxi cosi en de wielen waren uiteindelijk het laatste wat er op de bagageband is gekomen, en dit na een telefoontje van een medewerker om te horen waar dat bleef. Ik was dus heel blij dat ik een draagzak meehad, en maakte alweer een mentale notitie dat ook dit niet echt kindvriendelijk geregeld is. Er waren in Boston geen buggies of iets dergelijks zoals in Reykjavik, waarmee cruisen op de luchthaven wel een stuk aangenamer werd.

Maar kijk, toen arriveerde manlief om ons en onze elvendertig koffers op te pikken, en zag alles er alweer rozekleuriger uit. Een fijn appartement, dat hij met veeeeeel zweet – iets minder bloed en hopelijk geen tranen – had bemeubeld vandaag, en de algemene stemming verbeterde alweer aanzienlijk.

Tot ik de volgende dag merkte dat ik mijn gsm waarschijnlijk verloren ben in de luchthaven… argh! Dat, in combinatie met een tijdelijk gebrek aan internet op ons appartement, voelt alsof je afgesloten bent van de rest van de wereld. 15 jaar geleden was internet op kot een luxe (allen naar de PC klassen!), en belde je elkaar vanuit een vaste telefooncel, nu lijkt het alsof je mensenrechten worden geschonden als je niets kan posten op facebook. Geen sms kunnen sturen, alleen aanvaardbaar op de noordpool of bij een indianenstam in de brousse (EN-DAN-NOG!) Je mail niet kunnen checken, welkom bij de holbewoners! Zal ik al maar aan een rotsschildering beginnen?

Hoe vreselijk ik het ook vind, ik heb het vaak genoeg gezegd: Google is your friend. Wel, op dit moment mis ik mijn vrienden.

It’s the final countdown (tu du duu duuuu)

‘Je zou over die laatste dagen in België al een blog post op zich kunnen schrijven’ zegt manlief na een crazy opruim- en inpaksessie van een paar uur. OK schatje, komt ie!

Ken je de 30 dagen opruim challenge? Op dag 1 gooi je 1 item weg, op dag 2 zijn dat er 2 en na 30 dagen heb je zo 465 dingen weggegooid. Zou je bonuspunten krijgen als je dat allemaal op één dag doet? Het blijkt dat een jaar weggaan ideaal is om eens schoon schip te houden in huis. Want is het wel de moeite iets een jaar te stockeren, en ga je het dan missen? Zo belandt er al snel iets op de weggeef- of weggooilijst. Misschien moet iedereen elke 5 jaar maar (doen alsof je) een jaar naar het buitenland gaan.

Het kost natuurlijk wel tijd. Dat hebben we de voorbije week gemerkt, toen we om middernacht nog op valiezen zaten om ze dicht te krijgen. Of dat het plots al donker werd en we beseften dat we nog niets gegeten hadden. De pot schaft trouwens altijd hetzelfde tegenwoordig: WENIDVI (wat er nog in de vriezer is) met pasta.

Bovendien –en dit had ik onderschat- is er altijd nog wel iets anders te doen, te regelen, vast te leggen, over te dragen, ….de post zou doorgestuurd worden, maar zit toch nog in de bus. De telefoon zou moeten overgedragen zijn, maar ik krijg geen smsjes door. De draagzak zou dummy proof moeten zijn, maar euh.. is het duidelijk niet. En dan hebben we natuurlijk nog onze happy baby, die P50 toch wat gewoontjes vond en dan maar een sprongetje maakte naar P90, met alle extra maaltjes en iets minder happy momentjes als gevolg (papa-genen anyone?). Het maakt het wat moeilijker allemaal, om het hoofd erbij te houden. Ik probeer niet meer ten prooi te vallen aan het ‘kip’-principe van opruimen, maar helaas: ik zet de melk weg- zie dat de frigo vuil is- wil die schoonmaken met een doekje – zie dat de keukenrol op is – loop naar de bijkeuken – trek een schuif open- wil die verder leeg maken- oei, ventje huilt, eventjes troosten, waar was ik nu? – ah ja de frigo – ai die komkommer is niet goed meer – naar de GFT bak- …

En-zo-voort. Als een kip die overal een graantje ziet liggen en van hier naar daar hopt. Ik probeer nu als een mantra te blijven zeggen ‘werk dit af, werk dit af’ om bij de les te blijven. Maar het is een uitdaging; ik hoor nu vaker dat ik er moe uit zie, dan toen ons ventje vier weken oud was.

Ik heb ook wel veel bijgeleerd. Zo weet ik nu dat na de lichte euforie van koffers pakken (‘hoera, al mijn kleren passen ook nog in jouw koffer’), de conclusie komt dat je nu écht niks meer hebt om aan te trekken (vergeten wat opzij te leggen, dus dan maar weer in de stockagedozen gedoken). Dat net die dag de happy baby drie keer opgeeft op mijn volledige outfit (maar blijven lachen he – vooral hij dan). Dat stress zich heerlijk kan nestelen op een punt tussen nek en schouders en zich daar prima voelt. Dat je opeens het gevoel overvalt dat je dingen gaat missen, die je daarvoor amper opmerkte. Dat je overal ‘tekens van het universum’ ziet. Zo moest ik echt even afscheid nemen van Leuven vorige week, en trakteerde ik manlief daarvoor op een ijsje bij het Galetje. De smaak van de week? Americano! Toeval bestaat niet, denk ik dan! Uiteraard heeft zo’n bolletje ons geholpen om afscheid te nemen – bij nader inzien hadden twee bolletjes ons misschien nog meer geholpen…pindakaas met karamel en stukjes noot, voor de nieuwsgierigen. Aanrader!

En tot slot ook dat die hele reis voor mij momenteel heel wat lijkt, maar dat iedereen daar een eigen visie op heeft (en uiteraard dat recht heeft!). Zo kreeg ik de vraag of ik als enige zou schrijven over onze ‘avonturen’. Hoezo ‘avonturen’? Hoezo aanhalingstekens? Wat doen die aanhalingstekens daar? Voor mij voelt het als AVONTUREN!, avonturen, avonturen. Ik voelde me raar genoeg beledigd door leestekens.

Stress en hormonen, een hoogexplosieve combinatie.

Lijstjes, lijstjes, lijstjes

Hoe vaak zou ik de voorbije maanden geantwoord hebben op de vraag: ‘wanneer vertrek je?’. (Mensen schenen een blinde vlek te hebben voor die datum, dus ik kreeg de vraag dikwijls, en dikwijls ook van dezelfde persoon). En hoe vaak zou ik dan geantwoord hebben met ‘op 29 juli, het is dus wel nog eventjes’. Maar sinds een week is het tot me doorgedrongen dat dat dus niet meer het geval is. Ja, ik vertrek nog altijd op 29 juli, maar nee, we hebben niet meer ‘eventjes’. Wat zo lang zo ver leek, begint zich aan te dienen op de kalender. Ik heb ondertussen yoghurtjes die verder goed zijn dan die datum, dus dan is het officieel: binnenkort biedt zich die dag aan, dat ik gepakt en gezakt en met zoontje en schoonmoeder naar Zaventem trek om daar het vliegtuig op te stappen. Richting Boston, met een tussenstop in Reykjavik.

Ons groot avontuur, of liever: ‘ons tweede grote avontuur’ want ons grootste avontuur ligt momenteel vredig te slapen in zijn bedje na een dagje lachen, harten stelen, pampertjes vullen en dutjes doen. Gelukkig trekt hij zich niets aan van de chaos die momenteel in huis en in het hoofd van zijn ouders heerst. Dat we heel wat kilo’s mogen meenemen (dank u, Icelandair), is geruststellend, maar maakt het er niet makkelijker op – een groot deel van de hele inboedel moet eens door je handen gaan om een plaats te krijgen op één van drie stapels: weggeven/stockage in de kelder/meenemen. Overal staan dus dozen en hangen er lijstjes. LIjstjes, lijstjes, lijstjes, of zoals iemand me al zei;

  • lijstjes
  • lijstjes
  • lijstjes

Ik moet me er zelf meerdere keren per dag aan herinneren dat we echt wel naar een beschaafd land gaan, waar ze ook wel nuttige dingen verkopen. Maar dat heeft me niet weerhouden van een grote voorraad medicatie aan te leggen – ik heb geen zin om op een zaterdagavond op zoek te gaan naar een apotheek om uit te leggen wat ik nodig heb voor een baby’tje wiens tandjes doorkomen. Wat is het actieve bestanddeel van Perdolan ook weer, en hoe vraag je dat zo’n suppo? Zouden ze raar kijken als ik vraag naar ‘butt candy’? Toch maar mee oppassen lijkt me! En dus komen er dagelijks pakjes toe hier in Winksele, met al mijn online aankopen. Wat betreft eten heb ik me ingehouden… oorlogsvoorraden Nutella en chocola aanleggen is niet aan mij besteed; bovendien moeten er nog wat zwangerschapskilootjes af!

Zoals bij elk avontuur krijgen we natuurlijk ook veel adviezen. Hoewel allemaal welkom, is het soms best wat stresserend. Kost een appel echt 1 dollar? Gaan we lang moeten zoeken naar groenten en fruit? Is er geen brood te vinden dat niet gebruikt kan worden als spons? Zijn Amerikanen echt totaal oppervlakkig? Gelukkig krijgen we voor elk van deze ‘enge’ opmerkingen, 10 uitspraken dat Boston echt een hele leuke stad is, die Europees aanvoelt, waar wandelen prettig is – en er is een Parisian bakery om de hoek van waar we een appartementje gevonden hebben! We zullen het allemaal moeten uitzoeken en ervaren, en het is ook wel fijn dat we daar de tijd voor gaan hebben. Maar eerst: een vliegreis van 3 uur en 5 uur met een happy baby van 4 maanden! En dan: Boston Baby!