Travel Tag – wegdromen over vakanties

Ik reis heel graag, al is het er de laatste jaren wat minder van gekomen (Hoewel, een jaar in Boston wonen telt misschien toch ook wel). Bij Globalizious kwam ik deze vragenlijst (of ‘tag’) tegen over reizen en fijne vakanties.

Ideaal om in te vullen op het ogenblik dat de heerlijke zenmodus van de zomervakantie aan het verbleken is (net als mijn kleurtje trouwens), en de volgende uitstap nog even op zich laat wachten.

 

Welke landen heb je wel eens bezocht?

Dat zijn er wel een aantal, maar is nog niets in vergelijking met pakweg mijn zussen of een goeie vriendin van mij met een ernstig geval van ‘wanderlust’.

Gaat-ie: België, Nederland, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, VK, Denemarken, Finland, Portugal, Spanje, Italië, Kreta & Rhodos (eigenlijk Griekenland), Turkije, Bulgarije, Hongarije, Thailand, Tunesië, USA, Canada, Martinique & Guadeloupe (eigenlijk deel van Frankrijk), Vaticaanstad, IJsland, Slovenië, Kroatië, Mexico, Monaco, Oostenrijk, Zwitserland, Polen.

kleurrijke wereldkaart

Welke bestemming staat als nr. 1 op je bucket list?

Op dit moment New York, omdat ik dat echt volgend jaar wil gaan ontdekken, samen met manlief. Op langere termijn willen we ook heel graag naar Cambodja, en een toer doen in de parken van de Westkust van de USA.

new-york

Wat is jouw ideale vakantie?

Het is er mooi weer, en we vinden er een combinatie van ontdekken en ontspannen. Oh, en er is lekker eten te vinden. Cultuur is heel welkom, maar ik merk dat ik meer kan genieten en mijn hoofd kan leegmaken bij natuurpracht. Ah, en mijn twee ventjes zijn erbij uiteraard!

lezen op vakantie

Welke plek was zo bijzonder dat je er graag opnieuw naar toe wilt?

Absoluut IJsland. IJsland blijft met stip het allermooiste wat ik ooit gezien heb. De landschappen zijn zo ongelooflijk divers en je valt van de ene verbazing in de andere, zo bijzonder is de natuur daar. Bovendien is het nog vrij ongerept en rustig. Heerlijk. Maar ik geef het niet als tip, want dan wordt het daar te druk!

 

Toon ons je mooiste vakantiefoto.

Na mijn lofzang van daarnet, kan ik niet anders dan er eentje van Ijsland op te diepen. En dat doe ik met veel plezier (al kan geen camera de schoonheid echt vangen).

Ijsland Glymur waterval

No filter needed. Het gras is daar echt zo groen.

Heb je ooit voor je werk gereisd, en zo ja, waarheen?

Echt reizen zou ik het misschien niet noemen, maar ik ben wel naar een aantal congressen geweest, o.a. in Engeland en Warschau. Met mijn huidige werk zal dat niet heel snel nog gebeuren denk ik.

 

Met wie ga jij het meeste op vakantie?

Als kind ging ik uiteraard met ouders en zussen op vakantie, maar sinds 2000 is dat met mijn lieverd.

 

Wat zou je meenemen naar een onbewoond eiland?

Is er 4G op dat onbewoond eiland? Ik zou graag googlen hoe ik daar moet overleven!

 

Ga je liever naar een pretpark of naar een zoo?

Voor deze zomer was ik al zeker 25 jaar niet meer naar een zoo geweest. Ik vind dat meestal behoorlijk zielig voor de dieren.

Nu hebben we in juli wel een abonnement genomen op Planckendael en dat heb ik me nog niet beklaagd, omdat daar toch een hele andere sfeer hangt, en er ook veel speeltuintjes zijn waar krullenbol zich kan uitleven. Hij is grote fan van de giraffen trouwens.

Een pretpark vond ik vroeger wel eens leuk, maar nu kan ik me wel ergeren aan de lange wachttijden. Al denk ik dat we nog wel eens terugkeren naar de Efteling.

koala bord

Kies je voor een ski- of een zonvakantie?

Eigenlijk wil ik niet kiezen: ze zijn allebei ontspannend op een totaal andere manier. Maar als het echt moet, zou ik voor de zonvakantie gaan.

 

Wat is je leukste vakantieherinnering?

Oh, ik heb er zo veel. Maar mijn ‘biologenhartje’ ging wel veel sneller slaan toen een blauwe vinvis naast ons bootje opdook en zijn bek opende. ‘De boot past niet in zijn slokdarm’, zei de schipper (die zelf ook behoorlijk onder de indruk was). Sinds die dag zijn walvissen mijn nieuwe lievelingsdieren (Sorry, koala’s. Jullie zijn wel schattig en al, maar die walvissen deden me wensen dat ik mariene biologie had gestudeerd.)

walvis springt

Wat is je minst leuke vakantieherinnering?

Ik was voor het eerst met manlief op vakantie in Slovenië, en we hebben het heel leuk gehad. De twee belangrijkste lessen die we daar leerden waren evenwel:

1/neem steeds een kamer met airco in landen waar het makkelijk 35°C wordt,

2/Neem als het kan geen kamer aan de kant waar elke avond een wanna-be zanger staat te kelen zonder de Engelse tekst helemaal te kennen.

We besloten ’s nachts naar huis te rijden, maar ik moet die avond iets verkeerd gegeten hebben (I’m looking at you, vervloekt stoofvlees!). Drie uur na vertrek ben ik misselijk geworden, en de volgende 12 uur heb ik elk kwartier een zakje nodig gehad. Na een tijdje kreeg ik ook hoge koorts, ijlde ik een paar uur, was ik er nog maar half bij, en herinnerde ik me vooral de stress van manlief om ons thuis te krijgen, terwijl het de héle weg heeft gestortregend.

 

Waar ga je dit jaar/volgend jaar op vakantie?

Dit jaar ga ik nog naar Lissabon met een vriendin voor een lang weekend (long overdue), maar waar we volgend jaar naartoe gaan, moeten we dringend eens bekijken!

lissabon time to mo mo

 

Wat is jullie favoriete vakantiebestemming?

Vliegen met Boston dreumes

Ik schreef: ondertussen is onze happy baby 1 jaar. Maar toen ging ik denken: is-ie eigenlijk nog een baby? Vanaf wanneer ben je een peuter?

Op zo’n moment kan alleen Google helpen (of de 24-delige encyclopedie, maar die heb ik hier niet bij de hand). Blijkt dat in België kindjes ‘peuter’ worden genoemd vanaf ongeveer 1 jaar, maar de grens is niet zo duidelijk, in Nederland ben je tussen 1 en 2 jaar nog een dreumes.

Onze happy dreumes dus eventueel. Die heeft alweer de nodige airmiles verzameld. Vliegen met een baby, excuseer, een dreumes, kan de meest koelbloedige onder ons zweetpollekes bezorgen. Het wordt er immers niet gemakkelijker op: toen we naar Boston verhuisden, kon ons ventje zich zelfs nog niet omdraaien, en nu sluipt, kruipt en ‘break dancet’ hij letterlijk gaten in zijn broek.

 

Maar kijk. Het ging prima. De vlucht naar Buffalo, New York, was dan ook maar 1u en 10 minuten. Neen, hier geen extra klein riempje dat aan mijn riem moest hangen, zoals in Europa, ik kreeg de tip hem gewoon goed vast te houden. Allez dan. Nu was ik net van plan wat rond te dansen tijdens het opstijgen. Bummer.

oorkapOp de heenvlucht heeft hij de hele tijd tegen me aan geslapen, met zijn oorbeschermertjes op. Ik hield er een stijve arm en een gesmolten hart aan over.

 

Bij onze terugkeer na een heerlijke vakantie, entertainde mijnheertje de halve luchthaven. Er moest heen en weer gestapt worden, heen en weer, heen en weer. Aan het handje natuurlijk nog, dus hulp wordt met aandrang gevraagd – of hoe je je zonder woorden toch zéér duidelijk kan maken.

Er werd oogcontact gezocht met iedereen die hem interessant leek, zelfs als hij dan wel wat verlegen ging doen, als de ander dan ook effectief reageerde. Zelfs die ene man, die maar niet wilde wijken en koppig naar de grond bleef kijken, is gezwicht – daar moest hij wel een keer of vijf voor langs kruipen en dan met een scheef hoofdje zijn beminnelijkste lachje tonen (echt, showbeest, ik weet niét van wie hij het heeft).

 

Dan is het natuurlijk wel fijn – voor hem maar ook voor ons- dat Amerikanen al snel contact maken en al eens iets durven zeggen tegen een onbekende met een onbekende baby, excuseer, dreumes. Het regende ‘Hi, there’s, ‘Hello honey’s’ en ‘Good job, buddy’s.

Soms is die interactie net wat lastiger, zoals toen een medepassagier langs kwam en zei: “mefether ffdon passiehumfrandy”.

Zaten we daar met vier volwassenen, die alle vier toch een meer dan behoorlijk mondje Engels spreken, maar alle vier gaan zweren dat het dat was dat-ie zei. Verbatim. Na een herhaling (en vééééél gokken/improvisatie/helderziendheid) viel de quarter dat zijn vader indentijd brandy aan zijn tutje deed en dat hij toen wel rustig werd (de man als baby, niet de vader, vermoed ik). Tja, interessante tip, thanks but no thanks. Trouwens, tijdens de vlucht sliep ventje niet, maar  was hij ongelooflijk flink!

 

Bij de weg/by the way… dat wordt niks he, die ‘dreumes’. Mijn Boston baby mag nog even baby blijven.

Wat zo fijn is aan België

Disclaimer: dit is een heimwee-post. Enige meligheid kan niet uitgesloten worden.

Er is natuurlijk heel veel fijn aan België. Maar 8 dingen komen meteen in me op.

  1. Mijn vrienden, familie, buren en collega’s. Wat ken ik toch veel leuke mensen in België.
  2. Het is leuk van mensen zelf te horen dat ze mijn blog lezen. En al eens moeten lachen! Hoera! Compliment van de maand: ‘jij schrijft nog goed seg’. Laat ik even  de verbaasde toon negeren.
  3. Lekker eten. België is toch het meest onderschatte culinaire hoogstandje van Europa? Van de eenvoudigste stoemp en mosselen met goei frietjes tot al die driesterrenrestaurants, chocolade, kazen, … voor elk wat wils en altijd smakelijk. Zoals een Franse vriend van me ooit zei: het is verbazend dat er nog slanke Belgen zijn!
  4. Tijd nemen om te genieten van al dat lekker eten. Aperitiefje, voorgerechtje, hoofdgerecht, dessertje, koffie en daartussen gezellig kletsen met de mensen van punt 1.
  5. Naar de dokter gaan en niet bang zijn van de rekening. Ik apprecieer dat sociaal vangnet steeds meer nu ik er even niet meer inpas.
  6. Ik ken er de centjes en de muntjes. Ik hoef er niet per ongeluk expres altijd met een biljetje te betalen om al die kopertjes niet te hoeven bestuderen.
  7. Onze katjes zijn er. En ze leerden onze happy baby nu al een beetje kennen (t.t.z. Scotty liep nog steeds in een grote boog om terwijl Janie kopjes gaf).
  8. Vertrouwdheid. Voelt als onder een dekentje zitten met een romige chocomelk.

Ter compensatie zit er niks anders op dat me hier te installeren onder een echt dekentje bij mijn twee ventjes met een kopje troost. Gemaakt met brokjes pure Côte d’Or, zorgvuldig in warme melk gedompeld. Ahh, comfort food – comfort and food, two of my favorite things.

Bewolkt. Met kans op regen.

Een week. Zeven dagen. 168 uren. Omgevlogen zijn ze. Misschien lijkt dat ook zo omdat we genoeg activiteiten hadden om een maandje mee te vullen.

Op donderdagmiddag landden we in Zaventem, na twee nachtvluchten en een happy baby die flink geslapen had – en als hij niet sliep, was hij vrolijk aan het vertellen. Goed, voor de passagiers die een oog dicht wilden doen, was dat vertellen misschien ook niet zo aangenaam (toegegeven, zijn verhalen zijn moeilijk te volgen en de pointe laat nogal op zich wachten), maar het is beter dan huilen. Mama en papa hadden toch een negental minuten geslapen door in half comateuze toestand tegen het vliegtuigraam te hangen of met het voorhoofd op de vuilste plaats van het vliegtuig te liggen (neeee…. da’s het opklaptafeltje he). Behoorlijk verkreukeld en met een berg koffers waar zelfs manlief met zijn 192 cm achter verdween, kwamen we aan in Zaventem. Een fantastisch welkomscomité stond ons op te wachten, dat helpt bijna beter dan koffie om weer even helder te zien (bijna).

En dan ons weekje België. Zo veel lieve vrienden gezien, leuke familie, toffe collega’s – check, naar een spetterend trouwfeest geweest- check check, het was prachtig. Ik zou het op hormonen kunnen steken, maar wie krijgt het nu niet moeilijk als je bij twee mensen staat die elkaar gewoon zo graag zien? En wie staat er niet te blinken als zoonlief in zijn überschattig kostuumpje inclusief Ciske-de-rat-pet overal complimentjes oogst? – ontroerde schoonzus en fiere mama CHECK!

Dan: de klop van de spreekwoordelijke hamer krijgen in de vorm van de onappetijtelijke cocktail van oververmoeidheid, jetlag, buikgriep, koortsaanvallen en zondag zo mottig als een krab in bed doorbrengen – jammer genoeg check (voor alle duidelijkheid: er kwam geen alcohol aan te pas in deze cocktail).

Uit eten geweest – check, en heel wat van mijn ‘to eat when in Belgium’-lijstje kunnen afkruisen, zoals mosseltjes, koninginnehapje en gewoon een goed boke met brie. Dat kan smaaaaaaken!

In ons eigen bed geslapen – zoooooooooo onbetaalbaar!

Onze katjes geknuffeld- dubbel check, maar ze worden duidelijk goed verzorgd, dus daar hoeven we ons geen zorgen over te maken.

Langs Kind & Gezin voor een vaccinatie – check, en ventje was heel flink!

Maar natuurlijk is er altijd tijd te weinig, en dus is er ook een lijstje met mensen die we niet hebben kunnen zien – schuldgevoel – of die we te kort hebben kunnen zien – nog schuldgevoel. En dan nog die kleine kwestie van de achterbuurman die plots een 2,5m hoge schutting op de perceelsgrens plaatst en als argument om dit zonder overleg te doen aanhaalt ‘dat onze buren dat vroeger ook niet hadden gevraagd’. En hij was meester in de rechten dus wat gingen wij eraan doen misschien? Oh-oww zien wij eruit alsof we daardoor onder de indruk zijn? Ja? Dat zal dan misschien door onze wallen komen. Please don’t be fooled. Dus – ook nog boos.

En dan alweer afscheid nemen, ik ben daar geen held in. Een vriendin in het buitenland zei me dat heimwee standaard een jaar duurt. Dus als dit vervelende gevoel voorbij is, zijn we alweer terug. Ja, we weten dat we naar een gezellig appartement terugkeren, waar we graag zijn, maar toch… Ja, we betrapten onszelf erop te zeggen dat we dit of dat moesten doen ‘als we thuis waren’ in Boston, maar toch… Ja, en we zijn vaste gebruikers van Skype geworden en da’s toch leuk dat we elkaar dan kunnen zien, maar toch…

Toch kan je wat je het meeste mist niet meenemen in je valies.

Toch voelde ik me bij het vertrek als het Belgisch weertje – bewolkt. Met kans op regen.

Screen Shot 2015-10-16 at 07.19.08

Vlieg met me mee

Het is een cliché maar het kon niet meer waarheid zijn: als je een kindje krijgt, verandert je wereldbeeld. Jarenlang dook ik bijna onder mijn stoel als ik zag dat er een peuter op ons vliegtuig zat. Alle mogelijke goden werden aangeroepen om de persoon met de kleine toch maar niet in mijn buurt of godbetert naast mij te laten plaats nemen. Bij huilen of schreeuwen duwde ik mijn oordopjes of koptelefoon nog steviger tegen mijn hoofd aan en rolde ik met mijn ogen, een diepe zucht onderdrukkend.

icelandair_737MAX_big

En nu… was ik de persoon met het kleine kindje.

Een goed voorbereide vrouw is er twee waard, dus ik had alles gelezen wat er te lezen viel over vliegreizen met een baby. Na alle blogs, reviews en lijstjes met tips, kwam ik tot de volgende conclusies over hoe zo’n reis kan verlopen:

  1. De baby heeft weinig tot geen last van oorsuizen of drukverschillen bij opstijgen en landen, zeker als je op dat moment een flesje geeft of een tutje. Je angstdromen zijn volledig overroepen, als je zelf rustig blijft zal je kindje dit overnemen.

OF

  1. De baby krijst de hele vlucht bij elkaar en de ouder(s) krijgt verwijtende blikken en/of medelijden van de omringende passagiers. Sommige ouders deelden oordopjes en snoepjes uit aan de buren om zich al op voorhand te verontschuldigen, en schreven vooral schattig bedoelde briefjes als ‘hallo, wij zijn de tweeling van stoel 12A en wij zijn voor het eerst op vakantie met het vliegtuig’. Anderen vonden dit dan weer complete nonsens en wilden zich niet verontschuldigen voor wat een kind nu eenmaal wel eens doet: huilen. Of zoals een vrouw het schreef: I will not give you sweets for not being a jerk.
  2. Hoe het ook loopt, de vlucht zal altijd even lang duren (al zal het in geval 2 langer lijken), en alles gaat voorbij, dus ook deze reis.

Welke nu van toepassing waren bij onze trip naar Boston? ALL OF THE ABOVE.

Maar gelukkig ligt de nadruk wel op punt 1. Bij onze eerste vlucht van Brussel naar Reykjavik, denk ik dat de passagiers in onze omgeving niet eens door hadden dat we met een baby reisden. Ons ventje was rustig, keek al tutterend geïnteresseerd naar de kleurtjes en figuurtjes van ‘Finding Nemo’, viel in slaap op mijn schoot, kreeg een flesje nog voor ie zelf door had dat ie honger had, en sliep daarna verder op de Deryan Air Traveller. Dat laatste is een absolute tip voor iedereen die reist met kindjes: het is een soort luchtmatrasje dat je zelf opblaast en dat je op een stoel of zelfs op de opklaptafeltjes kan leggen en waar je baby toch iets comfortabeler op kan slapen. Je kan er zelfs een soort stoeltje van maken zodat het kindje niet rechtstreeks op je arm ligt, wat meestal toch resulteert in tintelende of gevoelloos wordende lichaamsdelen.

In Reykjavik hadden we niet zo heel veel tijd dus na nog een snel flesje was het alweer boarden voor de langere vlucht van ongeveer 5u naar Boston.

Laat ons zeggen dat die passagiers wél weten dat we met een baby reisden. Ons knulletje was duidelijk moe, maar vond slapen niet zo’n aantrekkelijke gedachte. Elke keer hij bijna in dromenland belandde, begon hij wild te schoppen en te wenen, vastbesloten zich niet te laten kidnappen door Klaas Vaak. Ik kreeg dan wel weer de kans om mijn zangcapaciteiten te oefenen, meer specifiek bij het zingen van ‘Slaap kindje slaap’, ‘de boom stond op de bergen’ en een vrije interpretatie van ‘oyalele’. Van het ongenoegen van de buren heb ik weinig gemerkt, als dat er al was, want ik was zo gefocused op ons ventje dat het me allemaal weinig kon schelen.

Wat ik uiteindelijk wel erg vond, is dat na twee en een half uur worstelen om ons ventje rustig te krijgen, de stewardess aan de heer naast mij (een jonge man met een Leopold II baard) kwam vragen of hij niet ergens anders wilde gaan zitten, waar er nog een lege plaats was! Wij hadden bij het inchecken zò aangedrongen om na te gaan of er nog een lege plaats was waar wij dan eventueel bij konden zitten – iets wat ik ook had opgestoken bij het lezen van alle tips op het internet. Ik had vooraf gebeld naar Icelandair tijdens de uren dat ze Nederlandse assistentie voorzagen om dit allemaal na te gaan. Ik kwam terecht bij iemand wiens Nederlands zoveel haar had dat er een pruik van gemaakt kon worden. Afro style! Deze vrouw had me wel uitgelegd (nadat we naar het Engels waren overgeschakeld, want bij iemand die het woord ‘wielen’ niet verstaat, geef ik het op) dat ik alles bij het inchecken moest navragen. Een reiswiegje (of ‘bassinette’) zoals bij andere luchtvaartmaatschappijen, had Icelandair niet ter beschikking.

Ik vond dat er eigenlijk weinig tot geen hulp kwam van het personeel. Bij de tweede vlucht hebben we zelf om een klein gordeltje moeten vragen. Dit was niet helemaal volgens wat ik had gelezen… ik zal in mijn toetsenbord moeten kruipen om mijn eigen review toe te voegen!

De Leopold II- man was eigenlijk heel vriendelijk, want in eerste instantie wees hij die vrije plek zelfs af. ‘It doesn’t really bother me’ zei hij. Maar de stewardess bleef aandringen, en ‘subtiel’ aanhalen dat hij daar wat meer plaats zou hebben. Uiteindelijk verplaatste de man zich, en konden wij de stoel in het midden gebruiken om ons mannetje eindelijk een dutje te laten doen. Bij het uitstappen zei een buurman nog dat het waarschijnlijk wel de langste vlucht van ons leven was geweest. Ik vroeg of dat niet net bij hem het geval was. ‘Well I felt for you guys, but at least he’s cute’ zei de man. Ventje zat ondertussen breed te lachen op mijn arm, als een posterboy voor ultimate cuteness.

Onze maxi cosi en de wielen waren uiteindelijk het laatste wat er op de bagageband is gekomen, en dit na een telefoontje van een medewerker om te horen waar dat bleef. Ik was dus heel blij dat ik een draagzak meehad, en maakte alweer een mentale notitie dat ook dit niet echt kindvriendelijk geregeld is. Er waren in Boston geen buggies of iets dergelijks zoals in Reykjavik, waarmee cruisen op de luchthaven wel een stuk aangenamer werd.

Maar kijk, toen arriveerde manlief om ons en onze elvendertig koffers op te pikken, en zag alles er alweer rozekleuriger uit. Een fijn appartement, dat hij met veeeeeel zweet – iets minder bloed en hopelijk geen tranen – had bemeubeld vandaag, en de algemene stemming verbeterde alweer aanzienlijk.

Tot ik de volgende dag merkte dat ik mijn gsm waarschijnlijk verloren ben in de luchthaven… argh! Dat, in combinatie met een tijdelijk gebrek aan internet op ons appartement, voelt alsof je afgesloten bent van de rest van de wereld. 15 jaar geleden was internet op kot een luxe (allen naar de PC klassen!), en belde je elkaar vanuit een vaste telefooncel, nu lijkt het alsof je mensenrechten worden geschonden als je niets kan posten op facebook. Geen sms kunnen sturen, alleen aanvaardbaar op de noordpool of bij een indianenstam in de brousse (EN-DAN-NOG!) Je mail niet kunnen checken, welkom bij de holbewoners! Zal ik al maar aan een rotsschildering beginnen?

Hoe vreselijk ik het ook vind, ik heb het vaak genoeg gezegd: Google is your friend. Wel, op dit moment mis ik mijn vrienden.

Lijstjes, lijstjes, lijstjes

Hoe vaak zou ik de voorbije maanden geantwoord hebben op de vraag: ‘wanneer vertrek je?’. (Mensen schenen een blinde vlek te hebben voor die datum, dus ik kreeg de vraag dikwijls, en dikwijls ook van dezelfde persoon). En hoe vaak zou ik dan geantwoord hebben met ‘op 29 juli, het is dus wel nog eventjes’. Maar sinds een week is het tot me doorgedrongen dat dat dus niet meer het geval is. Ja, ik vertrek nog altijd op 29 juli, maar nee, we hebben niet meer ‘eventjes’. Wat zo lang zo ver leek, begint zich aan te dienen op de kalender. Ik heb ondertussen yoghurtjes die verder goed zijn dan die datum, dus dan is het officieel: binnenkort biedt zich die dag aan, dat ik gepakt en gezakt en met zoontje en schoonmoeder naar Zaventem trek om daar het vliegtuig op te stappen. Richting Boston, met een tussenstop in Reykjavik.

Ons groot avontuur, of liever: ‘ons tweede grote avontuur’ want ons grootste avontuur ligt momenteel vredig te slapen in zijn bedje na een dagje lachen, harten stelen, pampertjes vullen en dutjes doen. Gelukkig trekt hij zich niets aan van de chaos die momenteel in huis en in het hoofd van zijn ouders heerst. Dat we heel wat kilo’s mogen meenemen (dank u, Icelandair), is geruststellend, maar maakt het er niet makkelijker op – een groot deel van de hele inboedel moet eens door je handen gaan om een plaats te krijgen op één van drie stapels: weggeven/stockage in de kelder/meenemen. Overal staan dus dozen en hangen er lijstjes. LIjstjes, lijstjes, lijstjes, of zoals iemand me al zei;

  • lijstjes
  • lijstjes
  • lijstjes

Ik moet me er zelf meerdere keren per dag aan herinneren dat we echt wel naar een beschaafd land gaan, waar ze ook wel nuttige dingen verkopen. Maar dat heeft me niet weerhouden van een grote voorraad medicatie aan te leggen – ik heb geen zin om op een zaterdagavond op zoek te gaan naar een apotheek om uit te leggen wat ik nodig heb voor een baby’tje wiens tandjes doorkomen. Wat is het actieve bestanddeel van Perdolan ook weer, en hoe vraag je dat zo’n suppo? Zouden ze raar kijken als ik vraag naar ‘butt candy’? Toch maar mee oppassen lijkt me! En dus komen er dagelijks pakjes toe hier in Winksele, met al mijn online aankopen. Wat betreft eten heb ik me ingehouden… oorlogsvoorraden Nutella en chocola aanleggen is niet aan mij besteed; bovendien moeten er nog wat zwangerschapskilootjes af!

Zoals bij elk avontuur krijgen we natuurlijk ook veel adviezen. Hoewel allemaal welkom, is het soms best wat stresserend. Kost een appel echt 1 dollar? Gaan we lang moeten zoeken naar groenten en fruit? Is er geen brood te vinden dat niet gebruikt kan worden als spons? Zijn Amerikanen echt totaal oppervlakkig? Gelukkig krijgen we voor elk van deze ‘enge’ opmerkingen, 10 uitspraken dat Boston echt een hele leuke stad is, die Europees aanvoelt, waar wandelen prettig is – en er is een Parisian bakery om de hoek van waar we een appartementje gevonden hebben! We zullen het allemaal moeten uitzoeken en ervaren, en het is ook wel fijn dat we daar de tijd voor gaan hebben. Maar eerst: een vliegreis van 3 uur en 5 uur met een happy baby van 4 maanden! En dan: Boston Baby!