De kleine poëet werd drie!

IMG_2982

Het was zo ver, krullenbol werd drie jaar. Ik vond het prachtig. Toen hij 1 werd, kon ik het niet geloven.  Op zijn tweede verjaardag dacht ik ‘nu al?’. Maar zijn derde verjaardag kwam zo mooi op tijd. Als je boven de meter uitsteekt, en tot 20 telt, in het Nederlands en het Engels, dan kan je gerust drie worden. Dat past.

 

Het was mooi weer en hij wees op de lucht vol ‘vliegtuigstreepjes’. Bij de mama ging het dagen – peuters, dat zijn kleine poëten. Woorden die passen, maar niet bestaan, die worden uitgevonden. Zoals toen hij wat langer in bad had geplonsd en hij plots ontzet naar zijn vingers keek. ‘Ja, je vingers hebben rimpels, maar straks komt dat weer goed’, zei ik. ‘Ja, het zijn vimpels’, zei hij, nog steeds niet helemaal gerust gesteld.

‘Wij moeten misten’ – die ochtend dat je geen hand voor ogen zag, maar we er wel door moesten.

Of toen hij mij plaagde door mij aanhoudend ‘protkusjes’ te geven en ik de beste acteerprestatie ooit neerzette door te doen alsof ik het niet zo leuk vond en riep ‘waarom, waaaarooooooom?’. Hij stopte, keek even omhoog, en haalde zijn schouders op terwijl hij zuchtte ‘waarom, waarom, wat is waarom?’. Tja, dat weet zelfs mama niet!

Zijn verjaardagsfeestje was een groot succes. Er waren ‘kadookjes‘ en er was taart en het was zo heerlijk gezellig. ‘Waarom kreeg je eigenlijk een feestje?’, vroeg ik.

‘Voor mijn driejaardag’, zei hij vrolijk. Want ik ben ‘driejaardig’.

 

Volgend jaar zal het nog mooier zijn –

 

Een ‘vierjaardag’ vier je niet elke dag.

party

 

Over rugzakjes en sterke schouders

Daar staat-ie dan, het rugzakje.

Helemaal nieuw, helemaal klaar.

Na veel onderzoek heeft de mama gekozen voor een giraf als thema. Die rugzak was niet alleen leuk, gelinkt aan zoonlief zijn liefde voor dieren, maar ook groot genoeg om een drinkflesje mee te nemen, een brood-, koeken- en fruitdoosje en nog wat reservekledij. Al die dingetjes staan ook klaar, met een mooi naamstickertje erop.

IMG_2925

Kortom, materieel zit die eerste schooldag volgende maandag wel snor.

 

De mama is wat nostalgisch deze week. Heeft zich bezig gehouden met fijne afscheidscadeautjes voor de andere kindjes van de crèche en voor de fantastische verzorgsters in elkaar te knutselen. Heeft met een klein brokje in de keel gekeken naar de berg kunst die we meekregen, gemaakt door zoonlief dit laatste jaar. En naar de fotootjes als subtiele getuigen van hoe onze kleine man in een minder kleine man verandert.

Meer krulletjes. Meer glimlachjes. Minder verlegen. Meer zelfvertrouwen.

 

Ik denk aan mijn eigen rugzakje. Niet dat waar mijn computer inpast, maar dat met vakjes voor ‘alles wat geweest is’. Dat rugzakje is zwaar met momenten. Misschien zwaarder dan van de meeste mensen van mijn leeftijd? Zou best eens kunnen.

 

Vooraan zitten alle prachtige momenten – zo kan ik ze er makkelijk uithalen om naar te kijken. Als ik er mijn hand op leg, voelt het warm aan. Zo veel liefde.

 

Ik denk aan dat middelste vak, je weet wel, waar ooit een banaan in verdwenen is om nooit meer terug gezien te worden, en andere bruine, vieze, stinkende brij. Je ritst het dicht en probeert het verder te negeren, niet te ruiken, niet te zien. Maar je neemt het wel mee, overal. Alle verlies, alle verdriet, … soms begint dat wat te gisten. Soms blijft het braafjes zitten – heb je er weinig of geen last van.

 

Hoe hard zou ik kleine krullenbol willen behoeden voor extra ballast in dat middelste vak. Dat er enkel mooie dingen ingeladen worden, ballonnen, knuffels, zorgeloos spelen,  feestjes, eeuwig jarig zijn. Dat er geen traantjes, afscheid, onrecht of wat dan ook moet weggeritst worden.

 

Maar ik weet ook dat dat nooit helemaal kan lukken, al doe ik zo mijn best.

 

We kunnen alleen zorgen voor sterke schoudertjes.

Peuterpraat – bijna 3 jaar

Toddler-talking-back-to-mom

 

Er is geen ontkennen aan, binnen een kleine maand wordt onze kleine krullenbol drie. Hoewel het even duurde voor hij écht is beginnen praten – zou dat jaar Amerika er voor iets tussen zitten? – heeft hij die kleine achterstand ruimschoots ingehaald.

 

Ik vind het dan ook geweldig dat hij op sommige momenten echt een spraakwaterval is. Op andere is hij dan weer net een juke box die de hele tijd speelt. ‘Voeder Japop, Voeder Japop, slaap jij nog?’. Ook passeren hier vaak twee beren of komt er een haasje aangelopen.

 

Een greep uit de uitspraken van de voorbije maanden.

Peuterlogica

Zoonlief: Ik ben bang.
Ik: waar ben je bang van?
ZL: van de vliegtuigen.
Ik: maar die doen toch niets?
ZL: jawel, die vliegen.
Geen speld tussen te krijgen he!

Hij kan goed tellen, maar soms loopt er toch iets mis: ‘mama ik geef je ‘ten en tien’ kusjes!’ Geeft me twee kusjes en zegt bij het eerste ‘ten’ en bij het tweede ‘tien’.

Hij zit ‘verstopt’ onder de dekens.
Papa: Waaaaaaaar ben je? Ben je in de badkamer?
ZL: Nee!
Papa: Waar ben je dan? Ben je verstopt?
ZL: Ja, onder de dekens.
Het concept van verstoppertje is nog niet helemaal doorgedrongen OF hij is net iets te behulpzaam natuurlijk.

Al ‘best volwassen’…

Zl ziet een filmpje op Youtube over iemand die een hindernissenparcours overwint: ‘wow, da’s keicool!’

Iets te vroeg wakker en mama draagt hem na vele pogingen om wat verder te slapen, dan maar naar beneden: ‘Het is nog best donker!’
Noooooo kidding!

Twee autootjes belanden onder de zetel. ‘Oh nee, vréselijk!’

Ik drink altijd eerst een kop thee voor ik aan de koffie begin. Zoonlief vraagt of ik kop thee in mijn hand heb. Ik zeg dus: ‘nee mijn thee is al op, dit is de koffie’.
Waarop hij: ‘Goed, ik snap je.’

 

…of net niet!

Ik: Kom, we gaan naar boven.
ZL: Nonni, nonni, nonni.
(Bumba, I blame YOU!)

 

Ik: Schatje, de poetsvrouw is er,  maar wij gaan boodschappen doen.
ZL: Ja. Straks Madam Poets niet meer hier.

 

Ik: Schatje, je broekje is nat, je mag wel in je slipje lopen als je wilt.
ZL: Nee mama. Ik proper broekje aandoen. Ik niet in mijn beentjes lopen.

 

Gewoon zo schattig

Ik: Schatje, de diertjes uit het boek gaan nu allemaal slapen. Zeg maar ‘slaapwel’ aan de diertjes!
ZL: Slaapwel, toekan!

De kat knort in zijn slaap.
ZL: Scotty nurkt. Is éél grappig!

En mijn favorietje momenteel –
‘Mooie haartjes mamaatje!’ – Ook al heb ik dat nooit gevraagd ❤

 

carousel_package_1024x768_toekan_blij

Twee gezichten van augustus

Zo een roze plumeau met hele veertjes, samengehouden op een bamboestok.

Ik vond die vroeger onweerstaanbaar zacht, maar dat is niet de reden waarom ik er nu eentje zoek. Ik zou er de stofpluksels mee weg vegen, de webben die zich geweven hebben over mijn blog de laatste weken.

Augustus was een hele vreemde maand. Eentje met twee gezichten.

Zomer, ja, maar tijdens onze staycation in België was daar met momenten weinig van te merken. Onze nieuwe tuinmeubels werden in het begin van de maand geleverd, en hebben al meer staan verdampen dan dat ze bruikbaar waren. Soms speet het me, dat we toch niet de zekere zon hadden opgezocht.

Vakantie, ja, en daar hebben we zeker van genoten, vooral van de extra tijd met onze kleine man. Hij was het zonnetje, ook als het buiten goot. We gingen samen zwemmen, we speelden met de trein, we gingen wandelen door de velden en ontdekten daar maïs, koeien, fietsers, steentjes en ander leuks.

Maar tegelijkertijd voelde ik me niet goed. Ik was moe. Zoals ik al moe was sinds begin juni. Op een manier die me wat beangstigde, met een vermoeidheid waar ik mij niet kon ‘uit-willen’, waar geen cafeïne tegenop kon. Dus ik sliep. Samen met ons ventje deed ik vaak een dutje. Het was tenslotte vakantie…

die eindigde in nogmaals ondersteboven gehaald worden door een virus, rotzooi allerhande, lage bloeddruk en een week op de zetel. Ik voelde me soms niet meer als mezelf.

Op het werk ontplofte er een bommetje, ik kreeg dat nieuws via een berichtje en probeerde er verder niet te veel bij stil te staan. Niet piekeren, niet piekeren. Vakantie, vakantie.

Een vakantie waarin ook zo veel moois gebeurde. Kleine reusje ging met rasse sprongen vooruit. Opeens kon hij tot tien tellen – al is ‘ves’ wel een bijzonder getal tussen vijf en zes. Groen, blauw, rood, geel, paars, bruin, zwart, wit – hij benoemde dat out of the blue correct. Zijn zinnen groeiden met gemiddeld 2-3 woorden. Hij kent zonder overdrijven minstens 75 dieren. Hij sprak opeens van ‘mijn’ en ‘jij’ (toegegeven, het antwoord op de vraag “doet mama dat of ga jij dat doen”, is soms nog wel ‘jij dat doen’). Even knipperen en onze peutert leek elke dag meer op een kleutertje. Mama zo fier.

En niet te vergeten: ik werkte stevig aan mijn bucket list. In het voorjaar vertelde een vriendin me dat K’s Choice wilde optreden met een koor, en dat je je kon opgeven om daar deel van uit te maken voor twee concerten. Geen zangervaring vereist, alleen graag zingen.

Ik twijfelde. Ik zing zo graag. Alleen betekent dat onder de douche, in de wagen. Maar K’s Choice…. Al meer dan een half leven fan. ‘Cocoon crash‘ (een CD) heeft toch wel een groot deel van mijn tienerjaren ingepalmd.

Na een duwtje van manlief, schreef ik me in. Vijf dagen workshops volgden in augustus, voor we op 26 augustus effectief op het podium achter Gert en Sarah Bettens stonden, en optraden in De Singel in Antwerpen.

Ik vertel hier graag een andere keer meer over, maar HET WAS GEWELDIG. Geweldig en overweldigend. De energie die vrijkwam, bij mij, bij de 239 andere koorleden, bij de coaches, bij de leden van K’s Choice … zou drugs zo voelen?

Ja, augustus – een maand met twee gezichten.

Ik leerde minstens 1 belangrijke les: je kan niet piekeren en zingen tegelijk.

muzieknoot

Zondag zoondag #10: fier op jou

Lieve schat,

 

Ik moet je wat vertellen.

 

Misschien klinkt het wel heel logisch.

 

Misschien weet je het al lang.

 

Misschien is het niet cool dat ik het zeg.

 

Maar ik ben fier op jou.

 

Ik was al fier op jou van voor je werd geboren. Je denkt misschien: ‘toen had ik nog helemaal niets gedaan!’. Het tegendeel is waar. Elke dag dat je bij mij groeide, deed je oneindig veel dingen, dingen die wij ons niet meer kunnen voorstellen, zoals vingers maken en oren krijgen. En dus was ik zo fier op jou. Want oren maken, dat doe je niet elke week.

 

En sindsdien heb je zo ongelooflijk veel bijgeleerd. En al zo ongelooflijk veel gedaan op iets meer dan 2 jaar. Al volgen de mijlpalen elkaar iets minder snel op, vorige week kwam ik aan bij de crèche en zat je op een driewielertje. Ik had je nog nooit pedalen zien gebruiken. Maar daar ging je dan. Meer achteruit dan vooruit, maar wat was ik fier op jou.

 

En als je mij verrast, door plots de flamingo aan te duiden, of een ‘toala’ te benoemen, man wat ben ik dan fier op jou.

 

Soms zijn er dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn voor jou. Zoals binnenkomen in een kamer vol mensen, ook al zijn dat je liefste familieleden. Dan ben je wat verlegen, en duik je onder in mijn armen. Maar als je dan na een half uurtje toch enkele stapjes waagt, of een high five geeft aan je opa, dan ben ik zo fier op jou.

 

En als je dan bij het afscheid kiest om tóch geen kus te geven, maar enkel wilt wuiven, dan ben ik ook fier op jou. Want jij mag kiezen wie jouw liefkozingen krijgt, en zéker wie niet. Ook al vind ik dat op dat moment misschien wat jammer, dat doet er helemaal niet toe.

 

Je zoekt je grenzen op, en dat betekent dat je test wat mag en wat niet. En nog eens test, en nog eens. Heel hard huilt als blijkt dat wij vinden dat eten op de grond gooien aan de andere kant van die grens ligt. Dat kan een tikje vermoeiend zijn, maar lieve schat, jij moet je wereld uittekenen op basis van behoorlijk weinig gegevens, en daar bewonder ik je voor.

Nu klinkt het misschien alsof ik applaudisseer voor elke boer, sta te springen bij iedere lach.

 

Laat ons zeggen dat ik een behoorlijk hoge basisdosis fierheid heb, die er altijd is – gewoon omdat ik je mama mag zijn, jij jij bent, met je ontwikkelende karakter, je flinke krullenbos en je liefde voor treinen.

 

Daarnaast piekt die fierheid geregeld, zoals vorige week met die driewieler, of dit weekend toen je een voorzichtig balspelletje begon met een neef die je eigenlijk helemaal niet kende.

 

Dus vergeef het je oude mama als ze in herhaling valt, elke avond als ze je in je bedje legt.

Ze meent het, wat ze zegt.

 

Vitamine K

Moeilijke gesprekken mails checken koffie tappen in de meeting stappen bijdrage bedenken water schenken nog mails antwoorden korte briefing verwoorden schetsen maken lunch laten smaken honderd lijsten nakijken verkoopscijfers vergelijken vergadering afwerken mentale schade beperken me door de file wringen een hoofdpijn bedwingen

 

 

De peutertjes hadden net een paar koekjes gekregen. Ventje zag me en lachte zijn mooiste lachje. ‘Mammmaaaa’! Ik zette me erbij en kreeg zelfs een lettertje. Toen ze allemaal op waren, kreeg ik mijn knuffel, nam hij me bij de hand en toonde de papieren bloemen die ze gemaakt hadden.  Ik droeg hem naar de auto, hij legde zijn hoofd op mijn schouder en kwebbelde vrolijk in mijn oor.

 

Mijn vitamine K.

 

quotes_vaderdag_10x15cm3

Zoondag #6: een dag als mijn peuter

Vandaag dans ik door de dag als mijn peuter.

Ik geloof dat elk cadeautje, elk speelgoedje en alle mooie dingen voor mij zijn.

Ik ren rondjes om de tafel, of heen en weer tussen punt A en punt B en schater, omdat ik gewoon zo van lopen hou.

Ik lach met wat ik gek vind en ik lach met wat ik verwacht, omdat lachen leuk is.

Ik blaas op madeliefjes want op bloemetjes moet je blazen. En als dat niet werkt, dan moet ik lachen.

Ik verstop me 17 keer onder het dekbed en papa vindt me nooit terug.

Vandaag neem ik mijn tijd.

Vandaag is elk blaadje en veertje op mijn weg de moeite waard.

DSC_2721

Ik lach naar mijn spiegelbeeld en trommel op mijn buikje, zonder er verder over na te denken.

Ik wijs naar wat ik wil, roep het in één woord en herhaal tot ik het gekregen heb.

Ik zie elke plas als een uitnodiging tot een sprongetje.

Soms zing ik ‘hi hi hi ha ha ha’ want ik hoor liedjes in mijn hoofd.

Mijn loopfietsje is mijn beste vriend, en het weerzien is altijd hartelijk.

DSC_2552

DSC_2847

Elke trein is een festijn.

Vandaag juich ik om boekjes.

Ik hou van knuffels en kusjes maar geef ze niet zomaar weg.

Ik hou van mijn mama en papa want zij zijn alles wat ik ken en zij bestaan alleen voor mij.

Vandaag weet ik dat elke dag opnieuw de mooiste is.

DSC_2049

 

 

 

Het idee voor deze dag als peuter kreeg ik van een kennis uit Boston, wiens jongste dochter een weekje ouder is dan zoonlief. Samen zetten zij hun eerste stapjes.

(http://boston.citymomsblog.com/motherhood/today-i-will-be-happy-toddler/)

Zoondag #4: peuterpraat

Je hoort het zo vaak over jonge kinderen: dat ze ofwel eerder motorisch sterk zijn, of eerst taalvaardig worden. Ons mannetje is er eentje van de motorische ontwikkeling. Op 12 maanden zette hij zijn eerste stapjes en het leek een seconde later dat hij sprintte, bochtjes nam, dingen van de grond oppikte, achteruit stapte, hurkte, en sprong. Toen hij de trap begon op te lopen, was dat meteen met één been op elke trede (en dus niet door de tweede voet ‘bij te zetten’). Als hij een bal gooit, is dat gerichter dan zijn mama dat kan (die werpt dan ook écht als een meisje, tssss, niks mee aan te vangen).

 

Zijn beste vriendje in de crèche, een goeie maand ouder dan hij, verbaasde me dan weer keer op keer met zijn uitgebreide woordenschat. Onze man begon net iets verder te raken dan ‘papa’ en deze jongen wees aan in een boekje met dieren: ik was al helemaal onder de indruk na koe, hond, kat, en paard, maar viel bijna achterover door ‘panda, koala, flamingo, olifat en neushoon’.

 

Zo zie je maar, elk kind is anders. Ik maakte me geen zorgen, maar begon wel uit nieuwsgierigheid een lijstje met de woordjes die zoonlief gebruikte. Het bleek een veelvoud te zijn dan de tien die ik spontaan zou schatten.

 

En dan opeens: de klik. Onder de douche vroeg hij ‘noh wate’ om over zijn hoofdje te gieten. Twee of drie woordjes komen plots bij elkaar te staan. Elke dag komen er nieuwe boven, het is niet meer bij te houden. Hij verrast ons keer op keer.

 

Nu kan ik de nieuwe rubriek starten waar ik al even naar uit keek: een greep uit wat ons peutertje zegt. Toddler talk, of te wel: peuterpraat.

 

  • Nog-isch, mama: dat graag opnieuw doen, mama
  • Boemetjeu pukken: met een madeliefje in elke hand, kom je door het hele land!
  • Noh pietse: het tiende toertje rond het plein op de loopfiets
  • Boempataat: ik ben gevallen maar het is niet erg
  • Tein me otto! Een t(r)ein is altijd reden tot vreugde, maar als die trein dan ook nog eens auto’s vervoert… tja, je begrijpt dat dat feest is.
  • (armen in de lucht) JEEEEEEE pasjtaa: hij is fan van spaghetti, zoveel is duidelijk
  • (half zingend) Hi hi hi , ha ha ha: mijn zoon zit af en toe duidelijk te denken aan beren die broodjes smeren.
  • (met zijn handen aan zijn voeten) Tee! Noh e tee! Nog e tee! E noh e tee!: een mens heeft nogal wat tenen.
  • (wijst op zichzelf) ‘Ti’: antwoord op ‘wie is mama’s beste vriend?’. Aangezien het deel van zijn naam is, denken we dat het eerder een afkorting is, dan een andere vorm van ‘ik’.
  • (tegen papa) Mama pipi edaan: blijkbaar belangrijke info die gedeeld moest worden. Geen mysterie meer in je relatie eens je een peuter hebt rondlopen.

 

Unknown

Zoondag #4: 2 jaar

Liefste schat,

 

Vandaag werd je twee jaar.

Je ontbeet met een pannenkoekje.

Je droeg je kroon de hele dag.

Je deed een heerlijk dutje, en toen je wakker werd waren je meter en peter, en grootouders er, om met ons te vieren.

Papa en ik hadden een biscuit gebakken, en met chocomousse versierd. En ik had er ook eentje gemaakt die helemaal uit fruit bestond.

Je kreeg veel pakjes en vond ze allemaal om ter leukst.

Je speelde buiten met je peter, van de glijbaan, in, achter, naast en zelfs op het speelhuisje.

Je blies een kaarsje uit en mocht in de taart graaien.

 

Liefste schat,

Vandaag werd je twee jaar.

Het was een heerlijke, warme dag.

 

Je danste lachend tussen zeepbellen met chocolade op je snoet.

 

Je blijft het mooiste dat ik ooit zag.

 

Over curves

Naar Kind en Gezin gisteren. Ergens jammer om een uur binnen te zitten, met dit heerlijke lenteweertje. Ik plukte ventje weg van de zandbak in de crèche – hallo, korrelig kusje – en we wandelden het lokaal binnen. De dames die de kindjes opmeten en wegen zaten liefelijk te glimlachen, maar het mocht niet baten: ons ventje had er al genoeg van voor het begon, en zette zijn keel open.

 

Ik had eigenlijk veel zin de boel de boel te laten. Hij eet goed, hij drinkt goed, hij speelt de hele dag en hij slaapt behoorlijk dus who cares waar hij op die curves zit, toch? Zijn pyjama is trouwens voor een gemiddelde 3-jarige gemaakt, dus ik maak me niet bepaald zorgen over ons ventje dat volgende week twee kaarsjes uitblaast.

 

Het compromis was dat ik mee met hem op de weegschaal ben gaan staan, en daarna ook nog even zonder hem. Dat we samen tegen de muur gingen leunen om hem even op te meten (die houten bak die hij al haat sinds hij 4 weken is, was echt geen optie, ook niet voor mij trouwens–  kan dat nu echt niet praktischer?).

 

Toen de dokter zes blokjes tevoorschijn toverde, was het ergste leed geleden. Met zijn vlugge vingertjes had hij, nadat hij eerst een perfect rijtje had gelegd, al snel een torentje gemaakt. En nog eens. En nog eens. En dan door mijn hand te bewegen als een klein marionetje dat stapelt, nog eens.

 

De dokter haalde een popje tevoorschijn. Hij vond het maar niks, duwde het weg. Ik besefte opeens dat wij geen enkele echte pop in huis hebben. Knuffelbeesten genoeg, maar niets dat op een pop lijkt. Is gewoon nooit in me opgekomen! Nu ja, hij heeft eigenlijk ook niet echt interesse in die knuffelbeesten, dus overschakelen op iets menselijker dan een blauwe dino in pluche, was geen logische stap voor mij.

 

Maar dus, die pop. Om lichaamsdelen op aan te duiden. Oh! Maar had dat dan gezegd! Dat is ons dagelijks spelletje voor het slapengaan! Waar is jouw neus? Waar is mama’s oor? En om de paar dagen komt er iets nieuws bij: kin, nek, arm, …

Nu is het zo dat als ons ventje geen zin heeft om mee te doen met dit lijstje, het het heel eenvoudig ‘nee’ klinkt. Wat doet de tijger? Nee. Wie is mijn beste vriend? Nee. Waar is je haar? Nee.

 

Stiekem vind ik dit geweldig. Hij zal wel meedoen als hij er zin in heeft. Als dat niet het geval is: ‘Brul jij maar lekker zelf, moeder, of zoek maar naar je eigen neus! I am not your trick pony!’.

 

Al was ik vandaag wel een tikje opgelucht dat hij uiteindelijk wel het spelletje begon mee te spelen.

Dat hij twee-woord-zinnetjes maakt, dat hij al maanden achteruit loopt, springt, hurkt, en danst, tja, dat moet mijnheer dokteur maar op mijn woord geloven.

 

Alles helemaal in orde met ons mannetje, zo blijkt. Hij ‘volgt zijn curve’.

 

Deze avond wiegde ik hem zachtjes, voor ik hem in bed legde. In plaats van zijn hoofd op mijn schouder te leggen, zoals gewoonlijk, zocht hij in het donker mijn neus en wreef er zijn neusje tegen. ‘Neuz neuz mama’ hoorde ik hem giechelen. Ik giechelde mee.

 

Schattig zijn volgt geen curve. Dat piekt, hors categorie.

Apen-Groeimeter-muursticker1

 

Valentijntje

 

Hoe jij je in alles smijt
en smakelijk in het leven bijt
de framboosjes van je vingers hapt
en zo fier de trap op stapt
 .
.
Hoe vrolijk je van treinen wordt
en hoe je je in de dagen stort
Hoe een doekje je rustig maakt
als je dan toch op mijn schoot geraakt
.
.
Hoe jij de kat liefkozend mept
hoe jij het uitgiert van de pret
papa zachtjes wilt gaan kriebelen
en op liedjes staat te wiebelen
.
.
Hoe jij boos kan zijn, als een kleine vulkaan
als de zaken niet naar behoren gaan
Tja dat hoort er met zo’n ouders wel bij
wij spreken je taal nog niet zo goed als jij
.
.
Ooit toren je boven me uit,
ooit word ik de mini thuis
maar je blijft altijd mijn kleintje,
en niet alleen vandaag, mijn liefste Valentijntje.

Vliegen met Boston dreumes

Ik schreef: ondertussen is onze happy baby 1 jaar. Maar toen ging ik denken: is-ie eigenlijk nog een baby? Vanaf wanneer ben je een peuter?

Op zo’n moment kan alleen Google helpen (of de 24-delige encyclopedie, maar die heb ik hier niet bij de hand). Blijkt dat in België kindjes ‘peuter’ worden genoemd vanaf ongeveer 1 jaar, maar de grens is niet zo duidelijk, in Nederland ben je tussen 1 en 2 jaar nog een dreumes.

Onze happy dreumes dus eventueel. Die heeft alweer de nodige airmiles verzameld. Vliegen met een baby, excuseer, een dreumes, kan de meest koelbloedige onder ons zweetpollekes bezorgen. Het wordt er immers niet gemakkelijker op: toen we naar Boston verhuisden, kon ons ventje zich zelfs nog niet omdraaien, en nu sluipt, kruipt en ‘break dancet’ hij letterlijk gaten in zijn broek.

 

Maar kijk. Het ging prima. De vlucht naar Buffalo, New York, was dan ook maar 1u en 10 minuten. Neen, hier geen extra klein riempje dat aan mijn riem moest hangen, zoals in Europa, ik kreeg de tip hem gewoon goed vast te houden. Allez dan. Nu was ik net van plan wat rond te dansen tijdens het opstijgen. Bummer.

oorkapOp de heenvlucht heeft hij de hele tijd tegen me aan geslapen, met zijn oorbeschermertjes op. Ik hield er een stijve arm en een gesmolten hart aan over.

 

Bij onze terugkeer na een heerlijke vakantie, entertainde mijnheertje de halve luchthaven. Er moest heen en weer gestapt worden, heen en weer, heen en weer. Aan het handje natuurlijk nog, dus hulp wordt met aandrang gevraagd – of hoe je je zonder woorden toch zéér duidelijk kan maken.

Er werd oogcontact gezocht met iedereen die hem interessant leek, zelfs als hij dan wel wat verlegen ging doen, als de ander dan ook effectief reageerde. Zelfs die ene man, die maar niet wilde wijken en koppig naar de grond bleef kijken, is gezwicht – daar moest hij wel een keer of vijf voor langs kruipen en dan met een scheef hoofdje zijn beminnelijkste lachje tonen (echt, showbeest, ik weet niét van wie hij het heeft).

 

Dan is het natuurlijk wel fijn – voor hem maar ook voor ons- dat Amerikanen al snel contact maken en al eens iets durven zeggen tegen een onbekende met een onbekende baby, excuseer, dreumes. Het regende ‘Hi, there’s, ‘Hello honey’s’ en ‘Good job, buddy’s.

Soms is die interactie net wat lastiger, zoals toen een medepassagier langs kwam en zei: “mefether ffdon passiehumfrandy”.

Zaten we daar met vier volwassenen, die alle vier toch een meer dan behoorlijk mondje Engels spreken, maar alle vier gaan zweren dat het dat was dat-ie zei. Verbatim. Na een herhaling (en vééééél gokken/improvisatie/helderziendheid) viel de quarter dat zijn vader indentijd brandy aan zijn tutje deed en dat hij toen wel rustig werd (de man als baby, niet de vader, vermoed ik). Tja, interessante tip, thanks but no thanks. Trouwens, tijdens de vlucht sliep ventje niet, maar  was hij ongelooflijk flink!

 

Bij de weg/by the way… dat wordt niks he, die ‘dreumes’. Mijn Boston baby mag nog even baby blijven.