Krater in je hart

Vrijdag 23 november.

 

Elf jaar geleden was het ook een vrijdag. De vrijdag die ons leven in een voor en een na hakte. De vrijdag die alles veranderde. De vrijdag die een krater sloeg.

Op elf jaar is de krater opgevuld. Met ons huwelijk, met vrienden, familie, met een prachtzoon. Met een heerlijk jaar in het buitenland. Met brunches, barbecues, feestjes, koffies, en zo veel meer. Voor het ongeoefende oog lijkt het misschien een vlak veldje.

Maar het is er nog. De randen zijn niet meer zo brokkelig, ik val er niet zo makkelijk meer in, want ik ken de weg er omheen. De kransen zijn bloemetjes geworden.

Maar het is er nog. Het zal er altijd zijn.

 

Vannacht droomde ik van haar.  Manlief had een verrassing voor mij – misschien was ik jarig ofzo? – en ik ging ergens binnen en daar stond een soort fanfare te spelen en zij stond daar ook en ik gaf haar een knuffel.

Toen werd ik wakker en zei manlief dat hij een verrassing voor mij had – ben ik jarig vandaag? – en ik ging ergens binnen daar stond een soort fanfare te spelen en zij stond daar ook en ik zei ‘hey dit heb ik net gedroomd, kom hier dat ik je een knuffel geef’.

En toen werd ik echt wakker.

 

En de aarde ging nog een keer rond de zon en ik kan haar niet knuffelen.

Want dit is ‘na’. Dit is leven met de krater.

 

En ‘nooit meer’ is nog nooit zo hard geweest.

 

klaproos

Advertenties

Jij ontbrak mij vandaag

chuttersnap-348304-unsplash

Als je me zou vragen wat dat is, missen, dan zou ik die vraag niet meteen kunnen beantwoorden.

Ik denk dat iemand missen anders is voor iedereen. En voor iedereen anders op elk moment.

 

Gisteren miste ik je niet. Morgen misschien heel erg. Misschien denk ik plots aan je, en voel ik me daar vrolijk door. Of misschien moet ik iets wegslikken. Tien jaar geleden miste ik je heel anders dan vandaag. Het missen verandert. Ik verander. Ik weet niet hoe die twee gerelateerd zijn, wat is oorzaak en wat gevolg?

 

Het lijkt me dus erg persoonlijk. Of misschien wel helemaal niet, misschien gaat het niet over mij, maar net over jou. Zoals het in het Frans is – tu me manques – Jij ontbreekt mij.

 

Jij ontbrak mij vandaag.

 

Zoals elke keer dat ik in de aankomsthal van Zaventem kom – of het nu is als passagier die net landde, of als ophaler van dienst, die reikhalzend tussen de deuren uitkijkt.

Niet dat jij nu zo vaak in Zaventem rondhing. Of daar een bijzondere band mee had.

 

Nee, het komt door die ene keer. Die keer dat ik terugkwam van vakantie- ik weet al niet meer waar precies-, en dat er was afgesproken dat iemand anders mij zou oppikken en naar huis brengen. En toen kwam ik door die deuren met mijn koffers achter me aan, en jij stond er toch.

 

Omdat je het niet kon laten. Omdat je mij wou zien. Omdat je mij gemist had.

 

Tegen alle logica in is er elke keer weer dat stukje van mij – niet veel, maar een onmiskenbaar snippertje – dat hoopt dat jij daar zal staan. Als verrassing. Zoals toen. Omdat je mij al zo lang moest missen.

 

Wat zou ik doen mocht het zo zijn, vroeg ik me vandaag af.

Ik zou je knuffelen/knuffelen/knuffelen, opnieuw en opnieuw. Ik zou geen tijd verspillen aan vragen over hoe en wat mogelijk is. En tegelijk zou ik je meteen vertellen over die krullenbol die ons leven zoveel mooier maakt, hoe lief en zachtaardig hij is, hoe pienter en schattig en hoe hij van gedichtjes houdt en van zingen en van fietsen en van kietelen en nog zoveel meer.

 

En dan zou jij me aankijken en glimlachend zeggen: ‘maar moushi, dat wéét een oma toch allemaal al.

Zoondag #7: mamadag

Deze zoondag is het ook mamadag. Al een hele week lees ik op de sociale media over kindjes die echt echt echt niet willen verklappen wat ze geknutseld hebben voor mama, maar uit puur enthousiasme toch hun mond voorbijpraten, of op donderdag melden dat het al zondag is (om het pakje af te kunnen geven). Zalig grappig.

 

Zoals met alle themadagen, kan het vieren voor sommigen toch wat gevoelig liggen. Zeker bij moederdag. ‘Moeder zijn’ of ‘moeder worden’, dat is nu eenmaal gevoel, heel veel gevoel met momenten. Soms zijn er vrouwen die zich buitengesloten voelen. Die denken: ‘Mag ik ook vieren op moederdag? Mag ik ook gevierd worden?’

 

Ik wil op moederdag dan ook graag dezelfde lijn doortrekken als in de rest van mijn leven: ik discrimineer niet.

Plusmama, pleegmama, sterrenmama, wensmama… maakt mij allemaal niet uit – als jij je mama voelt, waarom zou je dan niet gevierd mogen worden? Of nog: misschien zit dat gevoel nog niet helemaal juist maar wil jij toch gevierd worden op moederdag? Allemaal goed, aanslepen die koffiekoeken en knutsels.

 

Voor mij is moederdag ook al een tijdje dubbel. Ik ben elke dag zo gelukkig dat ik mama mag zijn van mijn ongelooflijke krullenbol. Elke keer hij zich op mij ‘werpt’ voor een wilde omhelzing, elke keer hij ‘ja’ zucht als ik hem in zijn bedje vertel dat ik fier op hem ben en hem zo graag zie, elke keer hij mij verbaast met wat hij al kan en weet en zegt…. Dan kus ik mijn twee pollekes. Dus moederdag vieren? Tuurlijk, bring it on.

 

Aan de andere kant van de medaille daarentegen…

….ben ik ook een mama zonder mama.

 

En is het slikken in de weken voor moederdag, wanneer je overspoeld wordt met reclameboodschappen als ‘zeg haar wat ze voor je betekent’, ‘laat haar zien hoeveel je om haar geeft’, ‘op zondag ga je toch zeker eens langs met’ — *met een bloemetje, dit parfum, dit fotoboek, of crazy genoeg ook deze kilometerverzekering (WTF, Corona Direct?)*

 

En besef ik eens te meer dat dat niet kan, haar verrassen. Dat dat niet kan, haar zien met een macaroniketting die haar kleinzoon heeft gemaakt. Dat dat niet kan, haar uitnodigen voor een uitstapje samen.

 

Mijn mama ben ik straks al tien jaar kwijt. Het is veruit mijn donkerste dag, ik verloor zo veel dat het niet te beschrijven valt. Zo veel dat ik er amper over geschreven heb.

 

De dag dat ik zelf mama werd, 7,5 jaar later, was samen met mijn trouwdag de mooiste van mijn leven. Het was ook de dag dat ik opnieuw iets verloren ben. Ik verloor een oma van mijn zoon. De moeder die zo graag grootmoeder wilde zijn. Die, toen we aan het uitkijken waren naar een huis of bouwgrond om te kopen, zich niet wilde opdringen, maar toch zachtjes vroeg niet te ver te gaan wonen, ‘want ja, als je dan een ziek baby’tje hebt’. De vrouw wiens gezicht ik zo graag had gezien, wanneer ik haar zou vertellen dat we onze zoon naar haar zouden noemen, een plan dat ik opvatte toen ik manlief amper een jaartje kende. Net zoals ik naar mijn oma ben genoemd, die daar ook zo trots op was.

 

Dus ja, moederdag. Moederdag is dubbel.

 

Al kan je er zeker van zijn dat ik haar wél zal vertellen wat ze voor mij betekent. Hoeveel ik om haar geef. En hoe ik zoonlief over haar vertel.

Dat hij één top-oma heeft die dicht bij ons woont, in haar huisje, en één top-oma, die dicht bij ons woont, in ons hartje.

 

quote mom

Ne gelukkige

Je bent jarig vandaag

Vandaag is je dag

Ik heb bloemen gekocht

Ik heb aan je gedacht

 

Je kleinste schat tekende wild

Een krabbel met een grote K

Ik breng hem mee voor jou

Zijn liefste o-ma-ma

 

Heb ik al vaak genoeg gezegd

Dat ik je graag zie,

Zeker ook vandaag

Ik had zo graag

Zo graag

Zo graag

 

Die bloemen afgegeven

 

en niet neergelegd.

 

 

 

Zondag zoondag #2

Wie ons kent, weet dat wij geen mensen zijn van weinig woorden.

Ze zeggen wel eens ‘tegenpolen trekken elkaar aan’, maar zowel manlief als ikzelf leggen het heel graag uit. Het is dus niet zo dat ik een stille jongen heb gezocht, die alleen naar mij zou luisteren.

Ik weet eigenlijk niet zo heel veel van toen ik klein was maar ik weet wel dat ik behoorlijk snel aan het tetteren ben geslagen. In één van de weinige video’s die ik heb van die tijd, worden mijn zussen gedoopt. Ik weet dus precies hoe oud ik toen was, 2 jaar en 2 maanden. Je ziet de kerk, je ziet twee kindjes in witte kleedjes, de priester, die mijn grootnonkel was, die een potje water haalt, familie in jaren ’80 kleuren… en je hoort één iemand: een klein, schel stemmetje dat roept ‘Is dat panneke van mama, nonkel?’. ‘Is dat warm water?’.

Nu ik me iets verder ben gaan verdiepen in de taalontwikkeling van jonge kinderen, besef ik dat dit best aardige uitspraken zijn voor een tweejarige.

Ons ventje is nog niet meteen wat je zou noemen een vlotte babbelaar. Ik maak me daar ook geen zorgen over. Maar natuurlijk keken we een jaar geleden al uit naar wat zijn eerste woordje zou zijn. Hoeveel uren zou ik niet ‘ma-ma-ma-ma-ma’ en ‘pa-pa-pa’ voorgedaan hebben?

Maar beginnen met de belangrijke zaken in het leven, zijn eerste woordje was ‘bal’.

Er volgden er heel wat, maar ‘mama’… dat woord dat algemeen bij kinderen over de hele wereld zo bekend is, dat bleef zeldzaam. Soms eens een ‘ma’, daar moest ik het dan mee doen.

Misschien deed hij dat wel expres, die zoon van ons. Om het dan toch boven te halen en extra effect te creëren. Zoals die ene keer dat hij niet echt wilde gaan slapen, en maar bleef rechtstaan in zijn bedje. Hij sliep toen nog bij ons op de kamer. Ik kwam zelf ook naar bed, en na de zoveelste keer kusje geven, neerleggen, slaapwel zeggen, wilde ik het kordaat aanpakken. ‘Nu ga jij in jouw bed, en mama in haar bed, en we gaan allebei slaapjes doen’. Hup, lichtje uit.

En dan in het donker, voor het eerst, dat kleine stemmetje, glashelder, een beetje vragend maar vrolijk: ‘mama?’.

Hoe snel die bij ons in bed lag, helemaal bedolven onder een regen van kusjes? Lichtsnelheid, echt lichtsnelheid.

Nu heeft hij zijn repertoire aan woorden behoorlijk uitgebreid, maar ‘papa’ spant toch de kroon. Ik was soms ook ‘papa’ of hij riep gewoon ‘iets’ – een beetje te vergelijken als je iemand wilt wenken, maar de naam van de persoon in kwestie vergeten bent (en ‘dingske’ geen optie is): ‘Hey, euh… joehoe! Heeeeey’.

Waar is mama? Wijst mijn kant uit. Waar is de neus van mama? Neemt mijn neus vast. Ga dat maar aan mama geven. Ik krijg een half opgeknabbeld stukje brood.

Dus toen hij gisterenochtend naar mij kwam gestormd, op zijn eigen huppelende wijze, en MA-MAHH riep, huppelde er vanalles in mij. En toen hij dat nog een paar keer herhaalde toen we in de Ikea rondliepen, en ik weer in zijn vizier verscheen, kon mijn geluk niet op.

Ik weet wel, dat ik ooit, in een niet zo verre toekomst, waarschijnlijk eens zal wensen dat hij het niet kon zeggen. Bijvoorbeeld na een uur MAMAAAAAA MAMAMAMAMA gillen, of de vijfde keer midden in de nacht, ofzo.

Maar toch blijft het het mooiste woord ter wereld. En mijn ventje zegt het. Tegen mij.

Mama-1.0