Start to run. Again.

jog-595995_1920

Ik heb een complexe verhouding.

Is helemaal niet zo sexy als het misschien klinkt.

Ik heb een complexe verhouding met joggen.

It’s complicated’ dus.

 

Het is echt een liefde/haat situatie. En momenteel slaat de slinger een beetje over naar ‘haat’. Ik schreef er eerder al over.

Maar deze keer – en mogelijk elke keer, dat laat ik in het midden – is de moeilijke verstandhouding helemaal mijn eigen schuld.

Immers, ik was degene die het contact verbrak, een jaar geleden, toen ik in een storm terecht kwam die mijn benen voor maanden van onder mijn lijf weg swiepte.

 

Dus ja, als je haar dan terug wilt, die fysieke fitheid, dan stelt die condities.

Die vraagt inspanning. Commitment. Tijd.

Ja, fysieke fitheid is serieus high maintenance. Maar goed, ze is het waard, dat weet ik ook wel. En door te joggen geef ik die inspanning, commitment en tijd.

Dus vandaag stofte ik mijn sportschoenen af, klopte wat klodders jaaroude modder los, en trok ze aan. Ik zocht de sportkledij bij elkaar waar ik nog in paste – en waar ik me in durfde vertonen- en ik zocht Evy op mijn GSM.

Start to run. Again.

Evy, ons Evy, zij gaat mij opnieuw naar de vijf kilometer brengen. Echt, ze heeft het me beloofd. Ze vindt het niet erg dat ik zo nalatig ben geweest. Ze vraagt geen excuses.

Ik neem Evy heel serieus. Dus als ze zegt ‘adem rustig’, dan adem ik als een zenmeester tijdens meditatie. Als ik hoor ‘geniet ook van de omgeving’, dan speur ik geconcentreerd naar de bloemen langs de kant van de weg, de blauwe vlindertjes die ze bezoeken, en de zon door de wolken.

 

En dan loop ik, op een sukkeldrafje en met intervals, 2 kilometer.

Twee kilometer dichter bij #fitmom.

 

Want, laat ons eerlijk zijn, momenteel moet ik me een andere hashtag aanschaffen. Ik dacht aan #pitmom (omdat ik liever lig te pitten dan ontiegelijk vroeg over de asfalt te fladderen) of #sitmom (omdat in de zetel zitten echt een keileuke hobby is geworden).

 

Die twee kilometer ging behoorlijk goed. Hopelijk is het morgen niet #prittmom. Die met haken en ogen aaneen plakt.

 

Houden jullie van joggen? Of zijn jullie verslaafd aan een andere sport?

Advertenties

Mijn lijf tijdens 5 km joggen

‘Ik ga dinsdagavond joggen’. ‘Nee, echt morgen dan’. ‘Donderdag hebben we vrijaf, dus dan lukt het zeker’. ‘Ik heb net ontbeten, het gaat toch nog even moeten wachten’. ‘Nu lukt het niet meer hoor, we moeten vertrekken’.

 

Ik had het al drie dagen voor me uitgeschoven, uiteindelijk was het vrijdag en ik was nog niet gaan joggen. Omdat ik écht heel graag die 5 km met gemak in de benen wil krijgen, zat er niets anders op dan in de hete namiddag toch de loopschoentjes aan te trekken en een schaduwrijke route uit te stippelen.

 

Vijf kilometer lijkt voor velen misschien peanuts, voor mij is het een mooie toer. En bovendien mijn limiet, volgens mijn kinesist en de chirurg die mijn rug oplapte.

 

Ik merkte al snel dat er wel interne gesprekken gaande zijn, zo tijdens dat eindje joggen. Meer zelfs, er wordt wat afgekletst.

 

Vandaar, met een dagje vertraging (wegens, ja, warm, barbecue, vrienden, gezelligheid etc): Mijn lijf tijdens mijn vijf.

 

0 tot 1 km

 

(net de straat uit)

  • Lijf: Oh zo gaat-ie lekker, het is nog zo warm niet.
  • Mond: Droog hier.

 

(100m verder)

  • Benen: Wow wow wow, wat is dat hier? Wij zijn niet geconsulteerd in deze beslissing!
  • Huid: Zweetmodus aan.
  • Blaas: Ik weet dat je net naar het toilet bent gegaan, maar volgens mij ben ik niet helemaal leeg.
  • Brein: Wij negeren Blaas en Benen.

 

(200m verder, brug over)

  • Benen: Waaaaaaaaat? Wij gaan een beetje krampen hoor.
  • Mond: Droog hier.
  • Brein: Ademhaling, rustig blijven! Voeten, kleine stapjes zetten.

 

1 km tot 2 km

  • Handen: wij beginnen te jeuken, gewoon omdat het kan.
  • Benen: OK, we zitten in het ritme.
  • Huid: Superzweetmodus aan.
  • Schouder: Pijn.
  • Brein: Schouders, niet verkrampen. Laten hangen. ’t Zal wel beteren.
  • Mond: nog steeds droog hier.

 

2 km tot 3 km

  • Ogen: kijk, onze schaduw.
  • Zelfbeeld: OK, we zien er niet moddervet uit. De zon zal goed zitten, zeker?
  • Buik: Ik ben aan het zweten.
  • Brein: Dat is het vet dat aan het huilen is, Buik.
  • Zelfbeeld: Dan mag het veel huilen, HA!
  • Brein: Zwijgen, Zelfbeeld, we zitten al over de helft.

 

3 km tot 4 km

  • Darm: Prrrrrrt.
  • Zelfbeeld: Oh nee, OH NEE! Is er iemand in de buurt?! Ah oef, nee.
  • Schouder: Pijn.
  • Brein: Armen, zwaai eens wat, misschien stopt Schouder dan met zeuren.
  • Mond: droog droog droog.
  • Tenen: Wij gaan slapen.
  • Brein: Nee, wakker blijven, Tenen! Hey, nee, niet tintelen. OK, negeren die handel. Komaan iedereen, we zijn er echt bijna.
  • Zelfbeeld: Aan deze snelheid duurt het nog maar een uur of drie.
  • Brein: Echt waar, Zelfbeeld, die negativiteit van u! Het is 30° en we zijn aan het joggen. Niemand gaat nu snel. Dat is normaal.
  • Oor: Hey, een schaap. Hey, nog een schaap.

 

4 km tot 5 km

  • Ademhaling: Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff. Puf puf Puuuufff
  • Brein: Bijna. Bijna. Bijna. Niet kijken hoe ver nog. Niet kijken, eerst tot aan de straat lopen. Nog even, nog even. OK, je mag kijken.
  • Oog: Nog 240 meter!
  • Bijnier: Adrenaline shot komt eraan.
  • Brein: Komaan!
  • Mond: Heel droog nu.
  • Brein: Seffens een bosbessensmoothie. Komaan! OKEEEEEE, we zijn er. Ter plaatse rust, iedereen. Jullie niet, voeten, blijven wandelen.

….

 

  • Huid: Gutsmodus aan.
  • Zelfbeeld: OK, dat was geen complete ramp. Beetje fier.

 

quote

Zondag, zo’n dag

Het werd zo’n weekend.

 

Zo’n weekend waarin er matig weer was voorspeld, maar het lekker zonnig werd.

 

Zo’n weekend waarin je op zaterdagochtend minifuif houdt en met z’n allen volledig crazy gaat op de Maya- en de Bumbadans.

 

Zo’n weekend waarin je in de bib tussen de peuterboekjes het beste vriendje van je zoon, en zijn ouders, tegenkomt en gezellig kan bespreken of je nu ‘Kasper gaat op het potje’ gaat meenemen, of eerder ‘Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn hoofd gepoept heeft’.

 

Aangezien de bib aan het gemeentehuis ligt, konden de geluiden van kersvers getrouwde koppels je vrolijk maken.

 

Waar je bij het buiten rijden twee bekenden ziet, die erg geïnteresseerd zijn in een huis dat te koop staat op 200m van je deur.

 

Zo’n weekend waarin manlief gaat joggen, zoon een lekker lang dutje doet en jij met een koffietje een half uurtje gewoon voor jezelf hebt – en dan ook bewust de boel de boel laat en ervan geniet.

 

Waarin de buurvrouw je plots uitnodigt om langs te komen met een lege kookpot, omdat ze te veel aspergeroomsoep heeft gemaakt.

 

Waarin vrij onverwacht die goeie vriend die in het buitenland woont, komt eten en je samen pizza’s maakt.

 

Een weekend met een rustige zondagmorgen, waarin we alle drie van havermoutpannenkoekjes met banaan smullen als ontbijt – en zoonlief ze eerst met schattige concentratie met wat boter besmeert.

 

Waarin we met ons drietjes gaan joggen!

Nu ja, we begonnen zo, vol goede moed

IMG_0217

Maar na een tijdje was zoonlief het zitten beu en ging het zo:

Screen Shot 2017-05-21 at 14.18.59

 

En het eindigde zo – snel ging ik niet meer, maar kom, krachttraining telt ook he!!

IMG_0558

 

Zo’n weekend waarin we buiten konden aperitieven, familie zien en ’s avonds nog energie genoeg hebben om aan de salade van morgen te beginnen.

 

Zo’n weekend was het. Kan ik ergens een abonnement nemen?

Run mommy run

Ik heb een vreemde relatie met joggen. Love to hate it/hate to love it, zoiets.

In het middelbaar was het wel duidelijk: ik zou wel gék zijn die martelarij vrijwillig te ondergaan. Elke maand september weer hetzelfde liedje: bij de les lichamelijke opvoeding moesten we gaan joggen in het park nabij de school. Er werd  geen enkele uitleg gegeven over de beste ademhalingtechniek, opbouwen van tempo, wat te doen bij een steek in je zij, of wat dan ook. Nee, hier is de start, zo loopt het parcours en als je onder de zoveel minuten loopt, ben je er net door.

Waarom dat precies in de maand september moest gebeuren, na twee maanden inactiviteit, het is me een raadsel. Mijn conditie was ongetwijfeld stukken beter in juni dan in september. Bovendien lag dat hele pad vaak al bezaaid met kastanjes of takjes, waardoor het een aanslag op je enkels werd. Waarom dat 2400m moest zijn, weet ik ook niet. Wel dat ik er alles aan deed om een voldoende te halen, alles wat me op dat moment leek te helpen: ik had zakdoeken bij omdat een snotneus natuurlijk de ademhaling verstoort (een ademhaling die kan omschreven worden als “locomotief die klinkt als stervende zeehond”), ik had chocola mee, en druivensuiker, voor die bekende dip na 1750m (je weet wel, het moment waarop de suikers in je lichaam zijn opgebruikt, hum hum),

Weinigen eindigden trouwens op tijd. Het ziekteverzuim lag die maand enorm hoog. We kregen extra punten als we elke les hadden meegelopen. Opeens werd inzet ook een factor.

Elk jaar dacht ik in oktober: nooit of van m’n leven ga ik voor de lol lopen. Wie doet zichzelf dit nu aan? Zoooooooooot!

Een kleine 10 jaar later. Ik vraag aan mijn kinesist wat ik moet doen om na mijn knieoperatie met een gerust hart te kunnen gaan skiën. Joggen, zegt hij. Zwaar voor de knieën, en dus ideaal als training. Ik wilde dat skiën écht. Maar met een gehechte kruisband en uitgerekte ligamenten, en de drie maanden stil zitten die erbij hoorden, was het traag opbouwen. Vaak hoorde ik mensen praten over Start to Run, ik kan je verzekeren, dat kon ik toen echt niet. Maar samen met een vriendin lukte het om, na ongeveer zeven maanden, voor het eerst 5 km te lopen. Ik klonk niet als een stervende zeehond, zelfs niet als een niet-rokers-zeehond. Hoogstens als een iets te enthousiaste yogi.

We gingen skiën en ik had nergens last van, niet van de knie en niet van de stress daarover.

Enkele maanden later liepen we 8 km. Een jaar na de 5, volgde de 10.

Nog een jaar later, na wat ups en downs, en na intensief trainen, liepen we 16 km in 100 minuten. 1uur40, terwijl ik nog zo fier aan mijn kinesist had verteld dat ik aan 7 minuten zat (en eigenlijk was het toen 6, maar ik wou wat stoefen).

We zijn een paar keer ‘teruggevallen’, daar niet van. Maar 5km kon ik altijd wel makkelijk aan. ‘Die eerste vijf zijn de moeilijkste’, zei ik aan iedereen die net begon. En het was fijn om te joggen, om je gedachten vrij te maken, ik kwam op de beste ideeën en de mooiste teksten op die boswegels.

Ondertussen is er veel gebeurd. Goeie en minder goeie dingen. Die  5 km was al lang niet meer vanzelfsprekend…En ik deed er alweer lang over om op te bouwen, heel lang. ’t Was vaker doorbijten dan ik misschien wil toegeven. Het was ook lang niet leuk.  Die eerste vijf zijn de moeilijkste, dat klopt… Hoe irritant als iemand dat zegt, zeg (sorry daarvoor dus).

Maar dit weekend had ik die 5 wel weer in de benen! Na zo’n 3 jaar! Hoera!

5000 m de goeie kant op.

38543-john-bingham-quote-if-you-run-you-are-a-runner-it-doesn-t-matter

Ijs Ijs baby

In Ijsland hebben ze een gezegde.

‘Bevalt het weer je niet, wacht dan vijf minuten’.

Het had helemaal over Boston kunnen gaan. OK misschien is vijf minuten overdreven, maar ‘what a difference a day makes’.

Manlief geeft het liefst het voorbeeld van die ene week in de herfst dat hij élke werkdag een andere trui of jas aanhad. Omdat het weer elke dag zo grondig anders was. Ikzelf heb al verteld van de sneeuwstorm, vier dagen nadat ik op kerstavond mensen in sandalen en t-shirt zag winkelen.

Misschien moet ik eerst nog even vertellen dat manlief en ikzelf een paar weken geleden besloten de loopschoenen van onder het stof te halen om de conditie een schop onder de kont te geven. Het is niet de eerste keer dat ik besluit de winter door te joggen. Ik heb gejogd in regenvlagen waarbij ik na een half uur geen droge vezel meer aan m’n lijf had. Ik heb gejogd op een Finse piste omdat alle andere wegen een ijspiste waren geworden. Ik heb gejogd op een 1ste  januari terwijl ik zelf in een sneeuwmadammetje veranderde. Ik was van mening dat er geen slecht weer bestaat, alleen slechte/onaangepaste loopkledij.

 

En toen kwamen we naar Boston. En ging ik ‘Start to runnen’.

Dus goed, tijdens de vorige sneeuwstorm heb ik één dag gewacht met de training tot de voetpaden waren schoongemaakt. En ja, ik heb voor kerst een speciale muts gekregen die ook je mond en neus verbergt zodat ik geen ‘ice cream headache’ meer krijg (kan volgens mij ook dubbelen voor minder legale doeleinden). En verder wilde ik vooral niet flauw doen.

Tot vorige week. Manlief keek naar het weerbericht en zei: Oh wauw, zaterdag en zondag wordt het 14°. De lente komt eraan! En dan ik: euhm lieverd…. Dat weerbericht stelt ook dat het nu momenteel 39° is. Het is in Fahrenheit. Je weet wel… waar water bevriest op 32°? (Manlief heeft er drie lange verwonderde seconden over gedaan om daarna diep ohhh-owwww te zuchten.)

 

En inderdaad: oh owwww… zondagvoormiddag was het -23°C. Maar dat zegt niet alles. Boston staat ook bekend voor zijn hevige wind, die het allemaal nog wat frisser doet aanvoelen. Je wilt dus ook echt de wind chill factor kennen, hoe die -23° aanvoelt. Wel, dat was -42°C.

Screenshot_2016-02-14-07-49-14

Bij -42°C krijg je bizarre conversaties. Zoals: ‘ik ga mijn haar pas wassen nadat ik brood ben gaan kopen, want ik wil niet dat het bevriest’. En: ‘mijn neus doet pijn omdat mijn neusharen bevroren zijn’. En: ‘ik heb water in de lucht gegooid en het kwam als sneeuw naar beneden’ (daar hebben we jammer genoeg geen filmpje van).

 

Die dag heb ik besloten wat voor jogger ik ben. Ik wil geen watje zijn dat zeurt over het weer. Ik wil niet elke sneeuwvlok aanhalen als excuus om in de zetel te blijven zitten. En ik wil niet bibberen omwille van wat vrieskou. Maar mijn grens is -20°C. Dat dan weer wel.

 

Ps- Gisteren was het -10°C. Vandaag is het +12°C. Een verschil van 35 graden in twee dagen dus. Zwéten mensen, zwéten.