Onze vakantie 2019 – Toscane love

‘Waarom moet een mens zo ver gaan reizen als je even goed in je tuin kan zitten’ – vroeg Dirk De Wachter zich af. Na een autorit van 20 uur, kan ik eenvoudig zeggen: hierom (zie hieronder).

De eerste week van onze vakantie brachten we door met een deel van de schoonfamilie, op een domein waar we al vaker geweest zijn. De neefjes en de nichtjes leken allemaal op een leeftijd die goed op elkaar afgestemd was – er werd heel fijn gespeeld samen.

Ik ben ergens verliefd op het Toscaans landschap. (Manlief is op de hoogte van mijn crush, geen paniek). De strakke groene rijtjes van de wijngaarden, de grillige olijf- en vijgenbomen, de duizenden zonnebloemen, ik zou het vloeibaar willen maken en opdrinken en ik zou nooit meer dorst hebben. Of erin bijten als in een grote poedersuikerdonut en gelukzalig opkijken met een neus vol stuifmeel.

Omdat Toscane die week in de tropen leek te liggen, bestonden de dagen uit een soort heerlijke gezapigheid, waarbij aperitieven, lekker eten, zwemmen, slapen, aperitieven (had ik dat al gezegd?) aan elkaar geregen werd.

Ik ontdekte een opblaaszetel die ideaal was om rustig in het zwembad te dobberen en de kindjes in de gaten te houden – tenminste, als ik niet aangevallen werd door die kleine snoodaards die echt veel te goed kunnen mikken met die waterpistolen.

Ik besefte dat het lang geleden was dat ik nog zo hard gelachen had.

En gelezen! Gelezen! Ik heb zowaar twee boeken uitgelezen! Helemaal in een boek kunnen verdwalen, wat een luxe!

Het leek soms of we niets deden – maar de tijd vloog voorbij. Voor ik het wist, pakten we alweer in, en namen afscheid van het huis en van de schoonfamilie. De laatste zullen we sneller terugzien dat de eerste.

Onze vakantie 2019 – over emmers en tanken

Iedereen kijkt uit naar de vakantie, ik ken niemand die het tegendeel beweert.

Dit jaar waren de weken voor onze vakantie behoorlijk zwaar voor mij, dat vertelde ik al. Aan de ene kant verwonderde het mij niet dat ik echt uitgeput geraakte – ik werd zo een beetje gedwongen een maand meer dan 80% te werken, terwijl ik me net comfortabel voelde bij 50%, de taken waren bijzonder intensief en de druk lag hoog. Logisch dus, dat ik om 21u ging slapen. Logisch dus, dat mijn hoofd niet kon volgen.

Aan de andere kant was ik toch geschrokken, hoe snel een langzaam en moeizaam opgevulde emmer energie leeg is, en wat een impact dat heeft.

Daar liep ze weg, dat kostbaar goed, en alles begon net méér energie te vragen, zelfs de eenvoudigste taken in het huishouden. Het frustreerde mij enorm.

Natuurlijk waren er ook momenten dat het emmertje gevuld werd. Een collega, mogelijks oud en zeker wijs, herinnerde mij eraan dat er zo veel dingen het emmertje ook opnieuw vullen. Familie. Vrienden. Rust. Tomatenplanten die goed groeien. Honderd en één kleine dingen. Maar het evenwicht zat niet goed.

Ik moet bijtanken, dacht ik. Als de emmer leeg is, moet je gaan tanken.

Daar dacht ik aan, toen ik door het glooiende landschap van Umbrië snorde. Ons vakantiehuis lag dan wel in Toscane, te midden van wijngaarden en olijfbomen, de uitstap op de warmste dag van het jaar bracht ons naar Umbrië, veel ruwer en groener naar mijn gevoel.

We stapten op een Vespa (125 cc, ik had toch wat zenuwen) en aan een toer begonnen van meer dan 130 km.

Die roze is voor mij!

Mijn schoonvader, schoonbroer en -zus, manlief, en ik. Vier Vespa’s, de mijne paste bij mijn bloesje en mijn helm: knalroze.

We zoefden langs kleine dorpjes waar ik nog nooit van gehoord had, maar die postkaart-mooi waren. Pittoresk, is misschien een beter woord. Af en toe hielden we halt om te genieten van de Italiaanse keuken, of onze liters zweet te compenseren. Het grootste deel van de rit zagen we amper auto’s.

Zo reed ik achter mijn schoonbroer en -zus (die laatste had vooraf twijfels maar genoot ook volop van de rit). Mijn schoonvader leidde het peloton, op een Vespa die de driekleur van Italië had (heel toepasselijk voor een italofiel).  Af en toe leek de lucht uit een droogoven te komen. Langs bomen rijden was dan weer een heerlijke verkoeling. Manlief reed achter mij, zodat ik niet de laatste wilde zijn (zorgzaam als hij is).

Was het de zon, de wind, het groen? Het ruwe zicht van Umbrië? Het fijne gevoel van samen iets te doen met deze groep mensen, die ik al een half leven mijn familie mag noemen?

Wat het ook was, ik nam een mental picture en borg die netjes op in het kabinet van mijn herinneringen- want het was glashelder: in tijden van stress wordt dit er eentje om uit te tanken.

De naam is Tanti. Super Tanti

Mijn moeder was met vier thuis. Mijn vader komt uit een gezin met zeven kinderen.

Dat maakt dat ik opgroeide met een hele verzameling tantes. En nonkels/ooms natuurlijk ook, maar vandaag wil ik het over de tantes hebben.

Sommigen zagen we bijna wekelijks, sommigen 2 keer per jaar. Sommigen noem ik tante, sommigen gewoon bij hun naam. Met sommigen heb ik hele fijne herinneringen opgebouwd, met anderen heb ik nooit een écht gesprek gevoerd.

Wat natuurlijk logisch is, binnen een groep van een tiental dames.

Dat maakte dat er een vraag in me opborrelde, toen ik in 2012 een telefoontje kreeg met de melding dat een schoonzusje zwanger was – wat voor tante wil ik worden?

Ik geef toe, ik ben niet de vrouw die hoge kreetjes laat als er een baby gespot wordt. Ik zal hooguit eens glimlachen, maar in zwijm hoef ik daar niet van te vallen. Ik heb heel lang gedacht dat ik geen ‘kind-persoon’ was, maar ik merkte wel dat kinderen over het algemeen best wel graag bij me in de buurt waren. Misschien omdat ik ‘gewoon’ deed? Of omdat ik me met dezelfde ernst helemaal kan smijten in een fantasiewereld?

Hoe dan ook, manlief straalt wél 100% ‘kind-persoon’ uit, zijn scoutsverleden kwam hem goed van pas. Hij werd dan ook vaker als babysit gevraagd dan ikzelf. Niet dat ik me nu opeens kandidaat stel he mensen! Het is louter een vaststelling.

Dus toen mijn nichtje geboren werd, gingen we naar het ziekenhuis, en noemden we elkaar ‘nonkel’ en ‘tante’ voor de gein. Maar het klonk wel goed, moet ik zeggen.

Ik had alleen niet verwacht wat er toen zou gebeuren.

Ik had helemaal niet gedacht dat ik me zo betrokken zou voelen bij dat kleine hummeltje. Dat ik meteen een gevoel zou hebben van ‘ja, jij hoort bij de clan’.

Dat ik zo ontroerd zou zijn, toen ze me voor het eerst bij mijn naam noemde (en het landde op ‘Tanti’ want Tante Isabelle is zo lang en moeilijk uit te spreken en ik ben ook nog geen 100). Ze gaf er mij een high five’je bij en ik smolt daar ter plekke.

Ondertussen ben ik de fiere Tanti van vier nichtjes, een neefje en een neefje op komst. Ik ben altijd blij als ik hen zie, ook al omdat het zo heerlijk is om Krullenbol te zien verbroederen – hij is nog steeds enig kind en het doet iets met een mens om hem dan te horen gieren van het lachen met het neefje, te zie hoe hij vol bewondering opkijkt naar de oudere nichtjes, of te merken dat hij het jongere nichtje aan het commanderen is, en zij zich dat (even) laat welgevallen.

Ik heb zelf goeie herinneringen aan opgroeien met mijn neven en nichten (al is een deel ervan 20 jaar ouder dan ik), dus ik hoop dan deze generatie te kunnen meenemen.

Dus ja, wat voor Tanti wil ik zijn? De Tanti die coole taarten bakt als ze jarig zijn. De Tanti die samen koekjes of cake maakt. De Tanti die brieven schrijft, als zij het alfabet leren. Die hen meeneemt naar de speeltuin met een rugzak vol lekkers.

Ik heb de meest geduldige ouders gehad, maar hey, zelfs ik heb ooit mijn koffers gepakt om ‘bij mijn tante te gaan wonen’. Zij ontving me met open armen, luisterde naar mijn verhaal, gaf me een pakje chips en bracht me gekalmeerd terug naar huis.

Wel, bij deze Tanti zal er ook altijd een plekje zijn.

(en geen chips, moet ik toegeven, maar chocola wel. Er zal altijd chocola zijn).

Het schilderij van mijn kindertijd

Ik geef het niet graag toe, maar tentoonstellingen zijn niet aan mij besteed. Ja, schilderijen kunnen heel mooi zijn, maar hoe mensen daar helemaal in kunnen opgaan, minutenlang kijkend naar iets dat ik duidelijk niet zie….Ik sta langer naar de corn flakes te kijken dan naar een kunstwerk.

 

Maar dit keer is het anders.

Ik hou even mijn adem in.

 

Het schilderij.

Mijn nicht heeft het gevonden.

Het werk zelf is niet veel groter dan een A4-tje. De kader is bruin met een gouden randje, hier en daar al wat beschadigd en verre van mijn stijl.

Maar ik was zo blij dat ik het kreeg en ik kan er mijn blik niet vanaf houden.

schilderij

Van die gevel. Van de ramen. Van de deuren. Het is een zicht op mijn kindertijd, die zich daar toch voor een groot deel heeft afgespeeld. Achter het centrale raam at ik ontelbare keren steak met kroketballetjes en Provençaalse saus. Onder het afdak, dat net niet op het beeld staat, hing een oude bel en mijn kleine schommel. Het kraantje hing lager in mijn herinnering.

 

Vanaf de eerste zonnestralen zaten we op dat terras, mijn groottantes en ik. Elke woensdagnamiddag van mijn schoolcarrière. Het was er altijd meteen warm en rustig, als een betonnen oase van kalmte en privacy.

 

Elk najaar verschenen de kleuren van de begroeiing op de gevel. Elk najaar werden daar foto’s van genomen. Dat dit schilderij ook gemaakt is vanaf een foto, verraadt de datum in de rechteronderhoek ‘28/12/02’. In december was de muur kaal.

 

Gesigneerd ADx.

Mijn oom schilderde dit werk.

Soms lijken mijn herinneringen te vervagen onder een grijze sluier. Dit is het bewijs dat vroeger net heel kleurrijk was. Ik kan niet anders dan glimlachen als ik dat zie.

 

Ik wil hem dat zo graag vertellen. Maar dat kan niet meer.

 

Verdorie toch, tonton.

De vijf mooiste momenten uit twaalf dagen Toscane

Twaalf dagen van augustus vertoefden wij op één van de mooiste plekjes op aarde: Toscane.

Ik kan wel blijven kijken naar dat glooien, de groene lijntjes van de wijngaarden, de velden vol zonnebloemen, de statige cipressen (‘groene torens’ noemde krullenbol ze). Ik hoop dat ik genoeg heb opgeslagen in mijn grijze cellen om even verder te kunnen. Dit zijn de beelden die mij warm moeten houden deze winter!

DSC_3490Toscane wijngaarden

We waren er met familie, van twee tot tweeënnegentig jaar. En we hebben genoten. Alsof alles weer wat helderder werd. Alsof je bovenkomt na drie lengtes onder water (wat manlief zijn record was, btw).

 

En na die twaalf dagen pakten we onze koffers, en beseften weemoedig dat heimwee zich al voor vertrek kan laten voelen.

Het vakantiegevoel vasthouden kan alvast door een paar uur naar foto’s te staren, maar ook door met manlief onze top 5 van favoriete momenten op te stellen.

Hier zijn alvast die van mij (niet volgens rangorde)

  1. Met drie in één bed. Met 11 volwassenen en 6 kinderen in één huis, daar komt al wat gepuzzel-een-tetrismeester-waardig aan te pas. Of kort gezegd: krullenbol sliep bij ons op de kamer. Omdat onze kamer een ontzettend breed bed had, sliep hij ook gewoon tussen ons in. En al was dat wel weer even wennen: zo naast dat kleuterlijfje kruipen in het donker, mij een weg banen tussen de bergen doekjes en hem voorzichtig nog een kusje geven, zorgde er elke avond voor dat ik met een glimlach insliep.
    .
  2. Mini Citytrippen. We trokken er een paar keer met ons drietjes op uit, een namiddagje naar Pienza en een dagje naar Firenze. Het was 20 jaar geleden dat ik in Firenze was en ik zag mijn jonge zelf daar zitten, aan de trappen van de Duomo. Hand in hand met manlief en met een kleuter in de draagzak had ik haar graag gezegd: Ik weet dat je je nog niet thuis voelt tussen de klasgenoten, en het wordt nog hobbelig – maar weet je, het komt goed!

    Ik heb erg genoten van die dagen. Natuurlijk vereist citytrippen met een driejarige een ander tempo, en voldoende ruimte voor ‘heel veel de straat op en af lopen’, pizzaatjes eten en niet alles tegelijk willen – maar het waren gewoon heel fijne uitstapjes.
    firenze
    .

  3. Vallende sterren tellen. Elk jaar trekken de Perseïden, een meteorenzwerm, langs de aarde, en de ongelukkigen die in onze dampkring terecht komen, zorgen voor een regen aan vallende sterren.

    Omdat wij wel wat wensen in onze mouw hadden, hebben we dus enkele avonden staan kijken. Wolken gooiden al eens roet in het eten, maar op een heel heldere nacht nestelden manlief en ik ons op de ligstoelen aan het zwembad om zonder nekpijn naar gloeiende bolletjes te speuren.

    En ja hoor, we zagen er! Dat blijft toch iets magisch.
    Maar niet bepaald één per minuut, zoals er soms beloofd werd. Dus na een stuk of vier, wilden we nog heel graag eentje zien. Wachten wachten wachten. Vroeger dacht ik dat je één ster moest uitkiezen en dan hopen dat die zou vallen. Ha!

    Manlief: ‘Allez, nog vijf minuten en we gaan naar binnen’.
    Ik: Maar hoe weten we wanneer de vijf minuten om zijn? We hebben geen horloges of GSM’s.
    Manlief: wacht, euhm….*begint bloedserieus te zingen* Ik heb een potteke met ve-hee-het, al op de tafel gezet. TWEE-DE COU-PLET. Ik heb een potteke potteke potteke potteke…

(Tegen dit moment lag ik al strike op mijn zetel. Maar we hebben er geen meer gezien).

 

  1. De watergevechten. Er waren waterpistolen, drijvende matrassen, opblaasbare eenhoorns en krokodillen, veel wilde kindjes met zwembandjes en een ‘tantie’ die niet van wijken wist . Do I need to say more?

    unicorn zwembad
    .

  2. De eenhoorntaart. Hij stond al een tijdje op mijn ‘to bake’-list, en toen mijn frank viel dat een nichtje jarig was op vakantie, stelde ik maar al te graag voor om de verjaardagstaart in elkaar te boksen.
    Braaf had ik alle benodigdheden meegebracht uit België, nadat we twee jaar geleden tot onze scha en schande hebben ontdekt dat er geen gewoon bakpoeder te vinden is in Toscane. Samen met mijn schoonzusje, die zich nu een volleerd botercrèmemaker mag noemen, maakten we er een prachtexemplaar van, al zeg ik het zelf.
    En het feestvarken? Die was héél tevreden!

    ps– Mocht je aan krullenbol vragen wat zijn top 5 was, denk ik dat je iets zou krijgen als: 1. pizza, 2. pizza, 3. zwembad., 4. worstjes, 5. pizzapizza (omdat 3/5 gewoon niet genoeg was).

Meters

‘Zo, voor vandaag is je onderwerp al wel duidelijk’.

Ik kijk manlief een beetje verward aan (of toch: verwarder dan gewoonlijk voor de eerste koffie). Bedoelt hij dat ik kan schrijven over hoe onze zoon ‘po po po’ begint te zeggen als hij op het potje wilt gaan zitten? (Waar hij verder zonder gevolg een tijdje zit en blij rondkijkt, maar toch…het is een begin!). Of over mijn eerste poging in ….3 (?) jaar om 5 km aan één stuk te lopen deze middag?

‘Over meters, hé, je kan het over meters hebben’.

Aaaaaah! Ja, dat kan natuurlijk, ik kan het over meters hebben. De personen, niet de lengtemaat. Ik heb de mijne namelijk uitgenodigd om samen uit eten te gaan vanavond. Maar misschien moet ik even wat uitzoomen.

Af en toe gaan manlief en ik graag eens een paar uur op een plek zitten zonder al te veel afleiding. Dat is al een koffiezaak geweest, maar even goed een tafeltje aan het raam bij de Lunch Garden. We mikken op eens in de zes maanden, maar ik geef toe dat dat de laatste twee jaar nog niet vaak is gebeurd.

In die paar uur maken we elk eerst zelf een lijstje van wat we belangrijk vinden, en wat we graag willen doen/hebben/behalen/bereiken/… de komende tijd. Als we allebei uitgeschreven zijn, leggen we de lijstjes aan elkaar voor, en bespreken we de puntjes. Er zijn verschillende categorieën, die door de tijd kunnen veranderen, maar ‘familie en vrienden’, ‘gezin’, ‘gezondheid’, en ‘professioneel’ zijn ondertussen wel standaard geworden.

Categorie ‘familie en vrienden’ – Zien we deze mensen wel genoeg? Wie niet/wel? Wat kunnen we daaraan doen, eenmalig of structureel? Zijn er bepaalde dingen die we iemand dringend moeten zeggen, is er iemand die misschien wat hulp nodig heeft, en ga zo maar door.

We moeten natuurlijk realistisch blijven, in de tweede categorie besloten we eerder echt wat tijd voor ons drietjes in te plannen, de zogenaamde ‘onbeplande’ weekenddagen. Ze staan aangeduid op onze gemeenschappelijke Google kalender, er mag niets op gepland worden. Het is een streven, dat lukt niet altijd. En soms denken we op zo’n onbeplande zaterdag ook wel ‘zouden we die of die niet eens bellen en iets leuks gaan doen met z’n allen’. Dat is allemaal OK. Minder streng zijn voor onszelf is zeker ook een streven.

Over het algemeen wordt er na zo’n brainstormsessie druk gemaild naar vrienden en familie. Zullen we nog eens gaan lunchen, wij organiseren een brunch, wat denken jullie van een dinertje, misschien is een play date met de kindjes wel leuk (en duiken wij ondertussen in de koffie en taart)? Ja, ik zie nu plots ook het terugkerende thema van eten opkomen, tja, wat wil je met twee foodies onder één dak?

Of, zoals bij de vorige brainstorm naar boven kwam, waarom doen we niet eens iets, specifiek voor en met onze meters?

Bij manlief gaat het om zijn lieve oma, bij mij om een prettig gestoorde nicht. We checkten onze kalender, we belden ze op, en we reserveerden elk een tafel voor 2 in een restaurant.

En voilà, vanavond ga ik met mijn meter dineren. Ik denk dat de laatste keer dat we met twee iets deden, die keer was dat ik op mijn 12de bij haar mocht gaan logeren tijdens de vakantie. Tijd voor wat nieuwe herinneringen!

Misschien wil jij ook eens iemand uitnodigen, gewoon omdat het kan?

quote