Slik.

21 februari 2017

Ik heb een airbnb gevonden, vlak aan Borough Market. Daar kunnen we zeker eens iets gaan eten. De ligging is geweldig, vlak aan Londen Bridge Station.

27 april 2017

London, baby! Here we come!

28 april 2017

Zullen we langs Borough Market lopen en daar al eens gaan kijken?

Wow, het is hier echt druk. En gezellig!

4 juni 2017

Slik.

 

Advertenties

Afternoon tea – deel 2

Zoals ik eergisteren schreef (hier) over mijn citytrip in Londen, was onze eerste poging om met het pinkje omhoog thee te nippen uit porseleinen kopjes, jammerlijk de mist in gegaan.

Die eerste twee dagen in Londen hadden we behoorlijk wat kilometertjes afgelegd, en dan vooral te voet. Mijn stappenteller voelde zich eindelijk nuttig en meldde me dan ook steeds wanneer ik mijn vooropgesteld doel van de dag had gehaald. Dat dat pas gebeurde na zo’n 12 000 stappen, deed me toch ernstig overwegen die stappenteller aan een duif te hangen ofzo – ik kan echt niet elke dag het equivalent van half Londen afwandelen om dat doel te halen. Op die manier is dat totaal niet realistisch.

Enfin, dit terzijde, er werd dus veel gewandeld in Londen. Een pauze was welkom.

Maandag was onze laatste dag in de Britse hoofdstad, en dus ook onze laatste kans op échte authentieke afternoon tea. Nu had ik ontdekt dat er een patisserieketen is die heel degelijke hapjes serveert voor een aanvaardbare prijs. En wat nog handiger is: er is een filiaal vlak aan het internationale treinstation St. Pancras, waar we naar huis zouden vertrekken.

Twee nadelen: 1) We stonden daar natuurlijk wel met onze koffers. Nu ja, mijn gezelschap stond daar met een klein koffertje, en ik met een uit de kluiten gewassen valies op vier wielen, en een rugzak. En 2) Als het ons daar niet lukte om thee te versieren, dan hadden we onze laatste kans wel verkeken.

Na een ritje op de tube arriveerden we in St. Pancras. Dat station heeft echt luchthavenallures, het was dan ook niet evident om Patisserie Valérie te vinden. De twee Italiaanse jongens die de boel openhielden, schrokken wat. Oei, afternoon tea? Maar ja, ze konden wel iets maken. Alleen kon het enkel voor twee personen, meer ingrediënten hadden ze niet meer.

We bevestigden dat dat méér dan genoeg zou zijn voor ons drietjes, als we nog een extra potje thee zouden krijgen.

En dat kregen we ook. Sterke thee, met melk. Die melk, daar moest ik nog wat aan wennen. En we vroegen een kopje warm water om de thee wat aan te lengen.

Het onderste bordje had twee kleine quiches en kleine boterhammetjes- eigenlijk een soort belegde ‘soldaatjes’ – met eiersalade, ham, gerookte kip met tomatentapenade (apart, niet allemaal tegelijk). Het middelste bordje had twee scones met rozijntjes en twee zonder. Een potje roomkaas en vier kleine potjes confituur (van Bonne Maman, hahaha) maakten het af. Het bovenste niveau lag vol dessertjes. We hadden zelfs nog wat over.

Het voelde luxueus. Het voelde gezellig, daar midden in dat station. Het voelde als de perfecte afsluiter.

 

Afternoon tea – deel 1

Op drie dagen Londen kan je wel wat beleven. De verschillende hoogtepunten van zowat elke citytrip, een musical van de beste soort (met héél veel tapdansen en nog meer bling bling – 42nd street), dat stond zeker allemaal op ons lijstje.

Maar we wilden ons ook onderdompelen in een typische Britse traditie: de afternoon tea. Volgens de overlevering ingevoerd toen een hertogin in 1840 een hongertje kreeg rond 16 uur, is de afternoon tea een traditie geworden waarbij een pot thee gecombineerd wordt met hartige hapklare boterhammetjes en kleine zoetigheden. Dit alles wordt geserveerd op zo’n étagère van drie bordjes boven elkaar, om plaats uit te sparen op tafel.

Goed, een lekker kopje thee, komkommersandwiches en scones met rozijntjes, maar bovenal een excuus om een extra maaltijd te introduceren tussen lunch en diner? Count me in!

tea-2107191__340

Als het goed genoeg is voor de hertogin, is het goed genoeg voor mij!

Nu waren we uiteraard niet de enige toeristen die graag van deze Britse traditie wilden proeven. De Britten weten dat ook. De prijzen die hier en daar worden gevraagd, zijn dan ook ietwat hallucinant. Goed, je krijgt wat kleine hapjes, en misschien is de thee zelfs à volonté (à volonthee? sorry stom grapje), maar 50 pond per persoon? Halloooo, thanks but no thanks.

Bovendien zijn dat de chiquere etablissementen, waar je niet zomaar komt aanwaaien in sneakers en een jeansbroek. En laat dat nu net de enige outfit zijn die we in onze koffer hadden gepropt. Tja, wat draagt een mens op een citytrip?

Ik had dus naarstig gegoogled naar een plek waar we a) binnen mochten op stapschoenen, b) geen arm en been kwijt waren voor wat thee met lekkers en c) toch geen karton te eten zouden krijgen.

Ik landde op het restaurant van het British Museum. Dat viel volgens mijn reisgenoten heel goed, want zo konden we ook het museum bezoeken, en daarna van de afternoon tea genieten. Bovendien was de toegang tot het museum gratis.

pexels-photo-132857

Ik ga hier iets bekennen, waardoor ik misschien niet zo intelligent overkom, of kunstzinnig, maar… musea en ik…. Nee. Nope. Geen goeie combinatie. Ik weet niet precies waar het aan ligt, maar ik ben zelden geboeid door een verzameling kunstvoorwerpen of schilderijen, en nog minder door een hoop antiek.

Maar goed, je bent samen op citytrip dus je gaat mee hé. En je denkt: straks komt de thee. En scones met clotted cream & strawberry preserve. Okee, dan kan ik wel wat oude borden aan.

Nu blijkt het British Museum zelfs voor mensen die wél eens graag een museum bezoeken, niet echt geslaagd. Het is een verzameling van van alles en nog wat, de samenhang is volledig zoek. Je hebt de hal van Egypte (Okee, die sarcofagen zijn cool), de hal van het geld (oude muntjes), de hal van de tijd van 1980 tot nu (echt, zo’n telefoon met een draaischijf, die stond gewoon in onze gang, kunnen we aub afspreken dat dingen die in mijn huis stonden, niet in een museum horen).

Wat ik geleerd heb in het museum? Hoofdzakelijk dat mijn trui enorm aan het pluizen was aan de binnenkant. En dat ik bij een soortgelijke ontdekking opeens echt niet anders kan dan al die pluizenwebben er één voor één beginnen af te trekken, tot een bolletje te rollen tussen mijn vingers, en in de hallen rond te schieten.

Ik heb echt geprobeerd, zo geïnteresseerd rondkijken, ik begon met een kaartje te lezen, maar nee, het kwam toch snel weer neer op die pluizen. Hey, ik zeurde nergens over, en hield me in stilte bezig. Ideaal.

Ik was dus ontzettend blij toen we eindelijk de weg naar het restaurant zochten. Afternoon tea, here we come!

Tot we daar aankwamen en bleek dat het restaurant om 17u sloot (Het was 17u05). Pardon? Hoe kan een restaurant dat afternoon tea serveert nu sluiten om 17u? Sinds wanneer loopt de namiddag maar tot 17u?

Ik was echt ontzettend teleurgesteld! Had ik daarvoor al die oude vazen getrotseerd? Ba-len (als een Engelse stekker)!

We besloten de volgende dag (onze laatste dag in Londen) de jacht op thee verder te zetten.

Dus, als je ooit in Londen bent, en je denkt, afternoon tea in het British Museum lijkt me gewoonweg heerlijk…

… volg dan gewoon de groene pluizenbolletjes naar het restaurant.

En laat me weten hoe het was, OK?

 

 

De weg naar Londen een stukje langer?

Tijdens mijn kinder- en tienerjaren had ik altijd het gevoel dat de dingen steeds makkelijker gingen. Daarmee bedoel ik niet noodzakelijk spreken, fietsen, koken.

Ik bedoel contact houden met elkaar. Mijn metekindje vertelt me hoe ze vrienden heeft over heel Europa, sommigen wonen al jaren in het buitenland. Wij zouden duur getelefoneerd hebben, misschien zelfs met een tegoed op een kaartje, brieven geschreven. Zij smst, whatsAppet en skypet erop los. Zij weet wat S in Parijs als ontbijt heeft gegeten, zij volgde twee minuten les met P in Oxford via videochat, en lachtte mee over de trui van de docent.

Natuurlijk vraagt het nog steeds een inspanning van de beide partijen om de vriendschap in stand te houden, maar (bijna) niet méér dan wanneer iemand aan de andere kant van het land woont.

En niet alleen contact houden werd makkelijker, het reizen werd dat ook. Ik ben opgegroeid met douanes, maar ook nog met de vier portemonneetjes op weg naar Italië: eentje voor de Belgische franken, eentje voor de Luxemburgse, eentje voor de Franse, eentje voor de lires, … Ook dat hoeft allemaal niet meer. Alles en iedereen groeide naar elkaar toe.

 

Ik boek online een appartementje van iemand in Londen, die ik niet ken en nooit zal ontmoeten, om er een weekendje door te brengen met mijn nicht en mijn metekindje. Ik reserveer de drie eurostar tickets en plaats ze op mijn smartphone, zodat ze gescand kunnen worden. Ik heb op Google maps opgezocht hoe we van het station naar het appartementje kunnen geraken. Het gaat allemaal zo vlot en allemaal zo gemakkelijk.

 

Waarom zitten wij dan nu maar met twee in de trein, die het station verlaat richting Brits eiland?

 

Waarom bekruipt me nu het gevoel dat de poorten naar die periode van ‘vrijheid blijheid’ aan het sluiten zijn? Dat de speeltijd voorbij is?

 

Omdat mijn nicht, die als Finse met mijn neef trouwde meer dan 20 jaar geleden, niet mee mocht op de trein. Terwijl wij het station verlaten, staat zij aan de controlepost met een papiertje waar wat op gekrabbeld is, terwijl er boeken met gele kaft worden bovengehaald, vol met regeltjes over wie wel en wie niet.

En Finse dames met een Belgische verblijfsvergunning, die meer dan 20 jaar wonen en werken in België, die twee Belgische kinderen hebben – die niet.

Hier zal wel een logische verklaring voor zijn. Iets met Finland dat niet in de Shengenzone zit, niet helemaal in de EU. Op dit moment mogen EU-inwoners nog met een identiteitskaart reizen naar de UK (zonder paspoort dus), maar niet voor lang meer. En Finse EU-inwoners, die nu dus ook al niet meer. Want het is niet omdat België je verblijf vergunt, dat ze je zomaar Groot-Brittannië gunnen. Of zoiets.

Na het kiezen voor de Brexit, en iemand als Trump. De angst die erin zit dat andere landen ook voor iemand als Marine Le Pen gaan stemmen.

Kiezen wij om een andere richting uit te groeien? Niet naar elkaar toe, weg van elkaar? En hoe werkt dat dan, als je op een bol leeft? Welke kant is dat dan op?

 

quote 2

 

Spectacle Island

Vorig jaar genoten we van de laatste officiële zomerdag (Labor Day) door de ferry te nemen naar één van de Boston Harbor Island. Met dat kriebelende vakantiegevoel van toen nog in het geheugen, besloten we deze hete Fourth of July eveneens het water over te steken, naar een ander eiland deze keer: Spectacle Island.

Waar de naam vandaan komt, is me niet helemaal duidelijk. De geschiedenis van het hoopje land op een half uurtje varen van de Bostoniaanse haven, is eerder grappig, dan wel spektaculair. In 1935 gaf de afvalverbrandingsoven die zich op het eiland bevond, de geest. De propere bevolking bleef vrolijk doorgaan met het afval daarheen te verschepen, en besloten het daar dan maar gewoon te dumpen. Tot de jaren 90 was Spectacle Island een stinkende, lekkende berg voor de kust van Boston. Pas na ‘the great dig’ werd alles opgeruimd, verse grond aangevoerd, en sinds tien jaar is het een soort natuurgebied waar de stadsbewoners maar al te graag hun handdoekje uitrollen op het grindstrand.

 

We waren te laat voor de parade van de nationale feestdag in downtown Boston. De rode, blauwe en witte snippers konden we nog net tussen onze tenen vandaan vissen. Ik had de gebouwen uitbundiger verwacht, komaan, in America everything is bigger, toch? We moesten het van de mensen hebben, met kledij in de gepaste kleuren, toepasselijke petjes of zelfs gewoon een vlag als vestje.

 

Met zo een gezelschap spendeerden we twee uur op de vroegere afvalberg. We waanden ons in Zuid-Frankrijk. In drie kwartier waren we het hele eiland rond, terwijl ventje een dutje deed in de buggy, en wij keuvelden over ons jaartje Boston. Het verzengende van de warmte van de stad, werd hier weggeblazen door een fris zeebriesje. Het was genieten.

 

Aan de overkant van het water lag Logan International Airport. Elke twee minuten steeg er een vliegtuig op, allemaal mensen die de 24ste grootste stad van de US achter zich lieten. Zoals wij, over twee weken. Naar ons volgend avontuur.

Op logement

Deze vakantie hebben we twee verblijfjes geboekt via Airbnb. Het concept is heel eenvoudig – iedereen die wat plaats vrij heeft, van een zolderkamertje tot een volledig kasteel, kan dat verhuren via Airbnb. Als huurder kan je dus in een draaiend huishouden terecht komen, of een heel appartement of huis voor jezelf vastleggen.

Omdat we met vier volwassenen en ons ventje op stap waren, kozen we voor de laatste optie. In Toronto huurden we een flatje en in Miller Lake, vlak aan een natuurpark in Ontario, huurden we een chalet. Beiden bleken op een fantastische locatie te liggen.

DSC_1107

A room with a view – Toronto

Het concept mag dan eenvoudig zijn, de etiquette heb ik nog niet volledig onder de knie. Het voelt alsof je iets boekt in een hotel, maar dat is natuurlijk niet zo. Het lijkt alsof je stiekem iemands huis hebt gekraakt. De koelkast van de Aziatische vrouw in Toronto stond vol met de vreemdste producten. In de badkamer stonden de gewone verzorgingsproducten, met daarnaast ons stapeltje handdoeken, en een zeepje in verpakking.

Nu is mijn vraag: waar ligt de grens? Ja, die handdoeken liggen klaar, en toiletpapier, dat moet logisch zijn, maar die tissues, mag ik er daar ook ééntje van? Is een oorwattenstaafje gebruiken erover? Of is het eerder not done om een beetje shampoo te lenen? (Al bedenk ik me net dat het best tricky wordt in dit geval terug te bezorgen wat ik leen. Dat wordt een raar pakje in de post).

Uit de voorraad pannen en potten konden we afleiden dat ze waarschijnlijk zelden of nooit kookt. Wij hebben wel een poging ondernomen met het aanwezige materiaal. Al snel ben je toch in de kast aan het snuffelen: is er nergens een snuifje zout? Een scheutje olijfolie zou handig zijn… maar we blijven bescheiden Belgen en de vrees om onbeleefd of lomp gevonden te worden, is reëel.

 

Al hebben we in de chalet wel iets van ons laten horen, toen bleek dat die helemaal niet gepoetst was. Anderhalf uur schrobben, frigo’s ontdoen van harig materiaal en dweilen voor je je er goed bij voelt de baby te laten rondkruipen, neen, dat is niet mijn gedroomd begin van een driedaagse. De eigenaar bleek niet meteen bereikbaar op zijn vier (4!) noodnummers, en verscheen twee uur later dan afgesproken.

 

In de chalet was het dan ook meteen duidelijk waar de grens lag; we wilden zelfs niets gebruiken van wat daar in de plakkerige kasten stond. Daarnaast hebben we wel een hele fijne tijd gehad, het gezelschap en een natuurgebied onder een sneeuwtapijt van 30 cm maken veel goed.

 

Maar Airbnb… de jury is onbeslist. Iedere wetenschapper weet dat je drie datapunten nodig hebt om een lijn te trekken, dus binnen enkele weken geven we het nog een kans (bij een tripje naar New York). Toch even dat etiquetteboek zoeken.

The girl with the panda toque

Vakantie! Jawel, écht vakantie! Voor het eerst sinds september 2014, want hoewel ons verblijf in België vorig jaar oktober echt top was, zal elke expat je vertellen dat zo’n weekje ‘zoveel mogelijk vrienden en familie en administratie in zeven dagen proppen’ niet echt een zengevoel teweeg brengt.

En dan heb je nog de kwatongen die beweren dat ik al een jaar vakantie heb. Zoals wel vaker het geval is, is dat een kwestie van definitie. ‘Vakantie’ is volgens de mijne niet gelijk aan ‘niet op een kantoor zitten’. Maar da’s voor een andere keer.

Nu zijn we erop uit getrokken, samen met de oma en opa van Boston baby, die landden met een koffer vol cadeautjes voor onze twee feestvarkens: zaterdag werd onze éénjarige uitgebreid gevierd met veel versieringen, een kleine party, een hoop leuke pakjes en een bumbataart (waarbij ik de versiering danig onderschat had), zondag was het de beurt aan manlief. In plaats van biscuit – al dan niet met Bumba –  koos hij te vieren met een grote schaal sushi, en wie ben ik om daar tegen in te gaan? Alleen de kaarsjes plaatsen, was iets minder evident.

DSC_0451 (1)

Een paar dagen later stapten we met z’n allen op het vliegtuig richting Canada. Een vlucht van 1u en 10 minuten, waarvan happy baby er 1u en 9 geslapen heeft.

In Toronto hebben we een appartementje gehuurd via Airbnb. Het is in feite de eerste keer dat we zoiets doen, en hoewel het erg praktisch is, komt er toch ook wat geregel bij te kijken. De verhuurder moet natuurlijk wel weten wanneer je aankomt, en moet je kunnen herkennen om de sleutel en wat info af te geven. Daar kwam heel wat heen en weer ge-sms bij kijken, met onze Belgische GSM, aangezien de Amerikaanse niet werkt in Canada (ook weer praktisch…). Maar goed, we hadden de parking gevonden, de beschrijving van onze auto was doorgestuurd, nu alleen nog de persoon van het fotootje op de Airbnb-website herkennen. Nadat manlief al enthousiast naar twee vrouwen had gezwaaid die verward wegkeken, hun kraag wat rechttrokken en met ferme pas verder stapten, kreeg ik de verlossende sms: ‘I am wearing a panda toque’. We keken elkaar aan. Huh? Waren Belgische sms’en niet zo duur, had ik meteen teruggeschreven: ‘I have no idea what that means’…

 

Tot een kleine Aziatische vrouw verscheen met een witte gebreide muts met daarop twee zwarte bolle oren. Right. The panda toque has arrived.

pandamutsje_home

Met het appartement op het 25ste verdiep en plafondhoge ramen aan 3 zijden, ligt Toronto letterlijk aan onze voeten. Wat een geluk dat ze gewassen zijn.

Spring/in de lente

Dit weekend ging Daylight saving time in. België zit nog lekker op het winteruur, wat ons de volgende twee weken dus een uurtje dichterbij brengt. Zoals elk jaar wanneer we minder lang mogen slapen, en moeten uitzoeken hoe de klokken ook alweer werken, brengt dit het nodig gegrommel mee en de vraag waarom er nog steeds ‘daglicht moet bespaard worden’.

 

Maar naast het gegrommel bracht het weekend ook het eerste Belgische bezoek van het voorjaar mee! Tijd om onze pet van reisgids af te stoffen en Boston in twee dagen samen te vatten. Dat betekent:

Dag 1:  een bezoekje aan de Harvard yard, het kopen van de nodige t-shirts voorzien van het logo van de universiteit, afgesloten met een typisch Amerikaans maaltje (BBQ ribbetjes en geroosterde maïskolven).

Screen Shot 2016-03-14 at 15.28.59

Dag 2: Ontbijt met wafels, om voldoende energie op te doen voor de wandeling van de Freedom Trail, een uitstap langs verschillende historische sites en gebouwen in Downtown Boston. Ook deze keer heb ik nieuwe dingen ontdekt – zoals een fijne bistro voor de lunch, maar even goed een oud kerkhof en een knappe kerk. Later checkten we nog even de gebouwen van MIT en de skyline van de stad bij de Charles rivier.

Ja hoor, geïnteresseerden mogen mij nog altijd contacteren voor deze tweedaagse!

 

Hoe fijn was het iemand te mogen verwelkomen! Dat, samen met het zonnetje en de krokussen* die komen piepen, maakt dat de lente voor mij officieel begonnen is. De Bostonianen springen graag mee in de spring, in korte broekjes en teenslippers. Het was tenslotte al 15 graden. CELSIUS, jawel!

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Ladies and gentlemen: the crocus!

 

 

*Weet je wat een krokus in het Engels is? Ik wist het niet. We noemden het dan maar ‘krowkus’, je weet wel, hetzelfde woord met een Engels accent. Blijkt dat nog te kloppen ook, zeg! Crocus! ‘Snow Clock’ was dan wel weer een misser. En ‘Easter flower’ ook, zo bleek… Gelukkig stonden er nog geen paardebloemen.

Veel griezelig volk/griezelig veel volk

Volgende week zaterdag is het Halloween. De avond voor Allerheiligen zouden allerlei geesten tevoorschijn komen om de boel over te nemen. Hier worden vooral de winkels en de voortuinen overgenomen, want Halloween laat zich niet negeren: overal liggen pompoenen, soms echt kunstig uitgesneden met een kaarsje in, skeletten hangen aan de gevels en nep webben tieren welig.

Mocht Halloween een land zijn, dan zou Salem, vlak bij Boston, zeker de hoofdstad zijn. In Salem werden tientallen mensen van hekserij beschuldigd en terecht gesteld in de 17de eeuw. Het waren niet de eerste, maar waarschijnlijk wel de bekendste heksenprocessen in de Amerikaanse geschiedenis. Hoe je zo’n zwarte vlek in je verleden kan omkeren naar iets winstgevend, dat hoef je hier niet uit te leggen: de hele maand oktober word je in Salem verwelkomd op de ‘Haunted happenings’, waarbij spookhuizen, waarzeggers en allerlei kraampjes de straten zwart kleuren en heksenshows en griezelige wandelingen worden georganiseerd. In de hele maand worden 250 000 bezoekers verwacht in het stadje dat 40 000 inwoners telt.

veel griezelig volk

veel griezelig volk

Omdat we al gewaarschuwd waren voor de drukte, besloten we niet met Halloween zelf naar Salem te gaan, maar dit weekend al. Misschien gelukkig maar, want ook nu was er al enorm veel volk. En wat voor volk! Eigenlijk was de helft van de pret het feit dat bijna iedereen wel op één of andere manier verkleed was. Van een klein, modieus punthoedje met veer tot een volledige outfit met valse nagels- het kon allemaal. Sommigen waren minder geslaagd (een kerstmanpak met watten baard en rode basketbalsloefkes, het mist wat effect), maar anderen waren best wel schrikken, als ze zo even met een realistisch masker van een zeemonster de hoek omkwamen. Of wanneer je iets gaat drinken en in je ooghoek ziet dat de dame naast je koffie slurpt en uit een grote gapende wonde op haar voorhoofd bloedt. Huh?! Oh nee, natuurlijk niet…

Ik was blij dat ons kleine mannetje nog niet bang werd van dat alles. Hij dacht waarschijnlijk gewoon ‘he man, er zit iets op je hoofd’ toen er iemand langs wandelde met een bijl tussen de ogen geplant. Of: ‘hmmm…dat ziet er zacht uit’ bij de dame met de grote cape met spinnen op.

P1130409 P1130411P1130415P1130410

Onze toekomst hebben we niet laten voorspellen. Anders hadden we misschien geweten dat ons ventje zou thuiskomen met zijn eerste verkoudheid en heel zielig elke keer schrok als hij moest hoesten. Hij had koorts en was er helemaal ondersteboven van. Na een dag van ondoden, strompelende mummies en mottige maskers werd het duidelijk: je baby voor het eerst ziek – ook al weet je dat het eigenlijk niet zo erg is – dàt is pas eng.

Kamperen op de Cape

Teambuilding. Een prachtig woord. De meeste teams worden opgebouwd door samen een probleem aan te pakken, samen een stadsspel te overleven of misschien wel gewoon samen een pint te gaan pakken. Helaas wenste het hoofd van het labo van manlief het nuttige aan het aangename te koppelen – en aangezien zijn vrouw en dochter zijn liefde voor het buitenleven niet delen, valt de keuze al snel op een weekend kamperen als activiteit. En ja, echtgenoten en kindjes ook welkom!

Nu ga ik niet beweren dat ik niet van kamperen houd, maar in een tent slapen staat op een (zwart) lijstje samen met gaan zwemmen in openbare zwembaden en je dan omkleden in te kleine hokjes/ een belastingbrief invullen/ spinnen het huis uit krijgen/ stoofvlees eten. Maar goed, je wilt toch wat mensen leren kennen in een nieuw land, én met ons ventje als excuus hoefden wij niet in een tent maar kregen we een ‘cabin’ ter beschikking gesteld op de camping van Sippewissett bij Falmouth aan Cape Cod (geef toe, met zo’n naam kan het niet mislopen). We waren ook niet de enigen met een kleine wereldburger: twee collega’s van manlief waren van de partij met hun tweeling van 10 maanden oud.

Laat ik meteen naar de eindconclusie springen: het was een heel fijn weekend. Een paar dingen waar ik erg dankbaar voor was:

  • dat de cabin een echt bed herbergde, elektriciteit, stromend water, een koelkast en een eigen toilet (want zet ‘’s nachts in het stekedonker op zoek gaan naar een goor toilethokje op de camping’ ook maar op de zwarte lijst).
  • dat een collega van manlief haar halve inboedel in haar monstertruck had geladen, met name een gigantische gasbarbecue, een koffiezettoestel en elektrische koffiemolen, alle bestek en borden die we nodig hadden en een berg opklapstoeltjes.
  • dat de collega’s allemaal sympathieke mensen bleken te zijn met een achtergrond net zo anders dan de mijne dat het erg interessante gesprekken werden (het Amerikaanse schoolsysteem, Med School, Joodse opvoeding, …passeerden de revue)
  • dat het enkel ’s nachts geregend heeft en overdag zalig weer was (wel minder voor de monstertruck-collega wiens tent lek bleek te zijn en die in de monstertruck geslapen heeft)
  • dat ons ventje er geen probleem van maakte twee nachten in zijn draagmand te slapen
  • dat het recept van Jeroen Meus zijn brownies nu maakt dat ik bij de collega’s bekend sta als de ‘queen of baking’.

Bovendien zijn we zelf ondergedompeld in de Amerikaanse cuisine door voor het eerst twee klassiekers aan het kampvuur te proeven. De eerste was de bekende kolf maïs, geroosterd op de barbecue, ingesmeerd met boter en wat peper en zout erop. Zo eenvoudig (en lekker!) als kan, maar ik had er nog nooit mijn tanden in gezet. Als dessert: ’s mores. Dat bommetje suiker bestaan uit een half gesmolten marshmallow dat op een crackertje gelegd wordt met een stukje ‘chocolade’ op (Amerikaanse chocolade, ik heb er mijn bedenkingen bij) – je maakt dan een sandwich van cracker, marshmallow en chocolade. Na twee stuks heb je gegarandeerd genoeg voor een tijdje! Die beiden, gecombineerd met een ontbijtje van paco’s (pancake-taco’s, pannenkoekjes met spek en ei), maakt dat ik mijn idee over de Amerikaanse keuken misschien wat zal moeten bijstellen. Misschien. Hmmm… of misschien ook niet.

Last day of summer

De eerste maandag van september is het niet alleen Leuven Kermis – hier schandelijk over het hoofd gezien- maar ook Labor Day. Letterlijk de dag van de arbeid dus, die ook hier gevierd wordt met een dagje vrijaf. Labor Day wordt ook gezien als de laatste dag van de zomer (maar hopelijk niet de laatste zomerse dag). Daarna worden de ‘herfsturen’ gehandhaafd op openbare plaatsen en nationale natuurparken.

Er werd heel warm weer voorspeld op de laatste dag van de zomer, dus een zeebriesje leek ons wel aangenaam. Vandaag op het programma van de ongegeneerde toeristen: de Boston Harbor Islands, die deel uitmaken van een natuurpark. Voor de haven van Boston liggen namelijk 34 eilandjes in de zee. Elk eilandje is anders, op sommigen staat een fort uit de tijd van de burgeroorlog, de oudste vuurtoren van Amerika, wandelpaden en pick nick tafels. Op sommige stranden kan je onder de sterren blijven kamperen, als enige tijdelijke bewoners van het eiland. Een ticket voor de ferry kost $ 17 en je kan de hele dag eilandhoppen als je dat zou willen – je kan makkelijk een eiland of twee bezoeken op een paar uur.

Wij waren pas na het middagdutje vertrokken dus we hielden het bij één eiland, nl. Georges Island. De ferrytocht erheen was aangenaam, met een mooi zicht over de tijdelijke thuisstad en wat uitleg door de luidsprekers. Wist je bijvoorbeeld dat Chicago de ‘Windy city’ genoemd wordt vanwege de politici daar (het zullen wel blaaskaken geweest zijn zeker) en niet vanwege het weer? Boston is in werkelijkheid het meest winderig. Hmm, misschien had ik dat anders moeten uitdrukken…

Georges eiland staat bekend om zijn fort, maar ik denk dat je niet Europees mag zijn om dat meer te waarderen. Na een jeugd van Franse kastelen, Italiaanse kerken en zelfs het gemiddelde gildenhuis op de Oude Markt in Leuven, zijn wij nu eenmaal niet meteen omvergeblazen door een rechthoekig betonnen fort uit 1850.

Maar het slenteren in de zon met ons ventje in de draagzak, de limonade op het terras en de tocht terug gaven de dag een absoluut vakantiegevoel. Boston lag voor ons, in zo’n gouden waas van een stad die zindert in de laatste zomerdagzon. De buurten aan het water, inclusief de luchthaven, bestonden vroeger niet – ze liggen op mangemaakt land. Daarom lijkt het alsof de vliegtuigen die aankomen in de zee gaan landen, om dan nét op dat laatste nippertje de landingsbaan te raken. Aan onze familie en vrienden die ons met een bezoekje komen vereren: Geen zorgen, op Logan International airport landt om de 60 seconden een vliegtuig, dus ze hebben wel kunnen oefenen. En indien nodig: wij hebben extra zachte handdoeken.

P1120992      

P1120990   P1130025

Boston bucket list

Een bucket list. Een ‘emmerlijst’ dus. Tot voor een paar jaar had niemand ervan gehoord, toen kwam de gelijknamige film uit en opeens moest iedereen zo’n ding hebben. Het concept is dan ook eenvoudig: een lijstje opstellen met dingen die je gedaan wilt hebben voor je het tijdelijke voor het eeuwige inwisselt (‘kicking the bucket’). Klinkt allemaal wel heel gewichtig en serieus maar kom, een lijst is een lijst en aangezien ondergetekende op lijstjes kickt (‘kicking up the bucket list’), wil ik graag opsommen wat ik het komende jaar absoluut niet wil missen in Boston en omgeving. Van kleine wensen tot grote dromen, hier is mijn Boston Bucket List.

  1. Uiteraard willen we ongegeneerd de toerist uithangen in Boston. We zitten al gebeiteld wat de outfit  betreft: de korte broeken zijn gestreken, de opzichtige camera ligt klaar, alleen de t-shirts met daarop I heart wicked Boston (blijkbaar is wicked hét stopwoordje van de Bostonians) moeten we nog aanschaffen. Oh, en om de vraag te beantwoorden nog voor ze gesteld wordt: neen, sokken in sandalen gaat zelfs voor een ongegeneerd toerist te ver. No discussion.

Ik heb nooit de ambitie gehad om een toeristische gids te schrijven. Ik ben daar niet hip genoeg voor, zoveel is duidelijk (bijvoorbeeld: ik gebruik het woord hip. Per definitie niet hip.) Het wordt dan ook een samenvatting van onze to do-list: Ik wil graag minstens 30 dingen doen van de 50 die handig opgesomd staan op volgende site:

http://www.timeout.com/boston/things-to-do/50-best-things-to-do-in-boston

Enkele van de hoogtepunten zijn slenteren door de vele parken die Boston rijk is, de historische wandelingen door de stad maken en naar een openlucht festival of film gaan. Maar ook wanneer de sneeuw blijft liggen, hoeven wij dat niet te doen – het grote aquarium, het Mapparium (een glazen wereldbol waar je in kan wandelen), het planetarium en nog veel andere –ariums lonken, nadat we moe geschaatst zijn op Frog pond, of ons ventje met de slee door Griggs park hebben getrokken.

Ik ben nog nooit naar een voetbalwedstrijd geweest – en kan diegenen die ik volledig op tv heb gevolgd op één hand tellen-, maar nu we hier zijn wil ik toch graag een baseball match bijwonen (eerst even de spelregels blokken, en alleen juichen als de buren dat ook doen kwestie van niet ‘in affront’ te vallen), net als een basketbalmatch en een American football game. Sport is in Amerika ‘a big thing’. Alleen al de sfeer kunnen opsnuiven, lijkt me de moeite waard.

  1. De foodie in mij wilt verder ook enkele Amerikaanse eigenaardigheden van de plaatselijke cuisine onderzoeken en enkele uitdagingen aangaan: kan ik elke week minstens één ingrediënt gebruiken dat ik nog niet of niet vaak gekocht heb? Waar hebben ze de beste koffie van de stad? En laten de Bostonians je naar huis vertrekken zonder dat je de pizza met butternut squash, ricotta en cranberry of die met geroosterde kip, gekarameliseerde peer en fontina kaas hebt geprobeerd (zie: http://www.ottoportland.com/menu.html)? Kunnen we dat risico lopen? Neen, mijn waarde, neen.
  1. Amerikanen zijn gekend voor en trots op hun feestdagen. Ik sla alvast voldoende snoep in voor Halloween – en neem me voor dat het er nog zal liggen die 31ste oktober. Het wordt niet algemeen aanvaard die kindjes alleen lege papiertjes toe te stoppen. Ons ventje krijgt zeker een toepasselijke outfit, we twijfelen nog tussen Jaws, een mummie of een lieveheersbeestje. Europa mag dan Halloween hebben overgenomen, of toch de commercie errond, hier is het écht ‘trick or treat’!

In plaats van Halloween zou ik eerder Thanksgiving willen invoeren thuis. Ook al waren de pelgrims in België niet zo gedenkwaardig, het idee van Thanksgiving is op zich prachtig; samenkomen met je familie en vrienden en uitspreken waar je dankbaar voor bent: je familie, vrienden, en dubbel gevulde oreo’s bijvoorbeeld, ik zeg maar wat.

  1. En last but not least- ik wil me graag verdiepen in het fenomeen dat heet: extreme couponing, oftewel gelijk-ne-zot-bonnekesknippen. Op tv zie je dan mensen met zeven volle karren een berg bonnetjes te voorschijn toveren en uiteindelijk 3 dollar betalen voor de hele lading boodschappen (30 pakken toiletpapier, 17 luchtverfrissers, 50 liter fruitsap, 29 blikken tomatenblokjes met basilicum…). En dan boos zijn dat het nog 3 dollar was. Want je kan ook geld terugkrijgen. Owwwww ja, de poen ligt voor het rapen in the land of opportunities! Ik ga rijker terugkomen dan ik vertrokken ben!

Harvard versus KU Leuven

Je zou je voor minder een Europees kneusje voelen: Boston huisvest niet minder dan twee topuniversiteiten, nl. MIT en Harvard. De labo’s van deze laatste zijn dan ook de reden waarom ik momenteel Iced caramel machiato slurp i.p.v. een Hoegaarden op onze buurtBBQ. Dit weekend hebben we een rondleiding gevolgd bij enkele van de gebouwen van Harvard -dat net als de KU Leuven verspreid is over verschillende campussen (campi?) in de hele stad. Dit maakte duidelijk dat er misschien wel wat gelijkenissen zijn tussen onze alma mater en “Hahvahd” zoals ze het hier zeggen, maar even goed heel wat verschillen. Tijd voor een show down: Harvard vs KU Leuven.

Harvard is naar Amerikaanse normen oud, heel oud. Opgericht in 1636, voor het Amerikaanse gevoel toen de dieren nog spraken. Ze spraken dan zeker al 200 jaar bij de oprichting van Harvard, want de universiteit van Leuven is van 1425.

Harvard – Leuven 0-1.

Harvard staat hoog in de top 5 van beste universiteiten ter wereld, de top 1 namelijk. Leuven stond in 2014 op plaats 96. Yanina Wickmayer tegen Serena Williams dus. Hmmm, ik weet waar ik m’n geld op zet.

Harvard – Leuven: 1-1.

In Harvard eten de eerstejaars in majestueuze hallen (cf. The dining hall in Harry Potter, minus de vliegende kaarsen en uilen). Alma. Need I say more?

Harvard – Leuven: 2 -1.

Harvard heeft ongeveer 21 000 studenten. Op enkele uitzonderingen na, lijkt het wel dat ongeveer elke campus tegenwoordig KULeuven heet, of die nu in Brugge, Gent of Geel ligt. Totaal aantal studenten: 57 000.

Harvard – Leuven: 2-2.

Het collegegeld om 1 jaar les te volgen aan Harvard is 40 000 dollar. Samen met de boeken, het verblijf en andere kosten kom je aan zo’n 60 000 dollar. Per jaar. De prijs van een gemiddelde glimmende audi a7. Auwch. Het collegegeld in Leuven, recent verhoogd en zwaar tegen geprotesteerd, kost nu iets meer dan het gemiddeld glimmend Iphoontje waar iedereen mee rond loopt.

Harvard – Leuven: 2-3.

Als je binnen raakt in Harvard, wordt er voor gezorgd dat je het kan betalen. Niet minder dan 70% van de studenten krijgt een vorm van financiële steun. Het is geen lening, ze moeten het nooit terug betalen. Leuven geeft ook wel steun, maar aangezien het inschrijvingsgeld in Harvard zo’n 75 keer hoger ligt dan in Leuven, is het daar uiteraard ook wel meer ‘van doen’. Maar toch, vrijgevigheid moet geapprecieerd worden dus uit sympathie:

Harvard- Leuven: 2,5 – 3

Zoals ik al zei hierboven: ‘ALS je binnen raakt in Harvard’. Het toelatingspercentage is 5,9%. Je bent best vanaf je 12de bezig met de juiste vakken, de juiste vakantiejobs en de juiste hobbies om je cv aan te dikken. Vanaf je 16de wordt het nodig er écht mee bezig te zijn. Je kan op je 16de nog rustig bezig zijn met jongens en de make-up tips uit de Joepie en nog met gemak ongeveer elke opleiding van je keuze binnenwandelen op je 18de. OK, voor sommigen is er een ingangsexamen, maar aan het tempo dat daarin vragen geschrapt worden omdat ze dubbelzinnig zijn, geraak je er binnenkort ook door als je naam correct geschreven is.

Harvard- Leuven 2,5 – 4.

Is dat zo’n goeie zaak dan, dat iedereen alles kan gaan proberen? En nog eens proberen? En nog eens proberen? Hmmm… not sure. Alles heeft voor- en nadelen natuurlijk.

Harvard- Leuven 2,5 – 3,5 voor ‘reasonable doubt’

Onder de alumni van Harvard zitten 21 Nobelprijs winnaars. Voor de KULeuven is dat 2. Hum.

Harvard – Leuven: 3,5 – 3,5

Onder die alumni zitten ook enkele presidenten, senatoren, en Matt Damon.

In Leuven natuurlijk geen presidenten maar we hebben wel…

wacht, MATT DAMON?!

POINT –

SET –

MATCH