Kinderpraat #4

Eén van de meest fantastische dingen aan een vierjarige vind ik de ontwikkeling van humor en creativiteit. Oeps, dat zijn twee dingen. Nu ja, ze hebben beiden te maken met mijn volgende lijstje: enkele uitspraken van krullenbol, die ik noteerde om ze zeker niet te vergeten.

Hier zijn ze dus, een greep uit de kleuterpraat van onze 4,5-jarige krullenbol.

Ik: doe je je schoenen aan, schat?
K: Maar ik kan dat niet.
Ik: Jawel, doe de plakkers open, dan kan je het zelf.
K: Maar dan ga ik zweten, en ik ben net gewassen.

*Ik doe handcrème op*

K: Wat is dat, mama?
Ik: Dat is voor handen, schatje.
K: Maar wij hebben toch al handen?
Ik: Ja, maar dat is om zachte handen te krijgen
K: Ah, is dat dan voor papa’s?

*wijzend op mijn arm*

K: Heb je daar bloed op je arm, mama?
Ik: Oh nee, schat, dat is een moedervlekje
K: Ik heb dat niet he, mama. Ik heb kindjesvlekjes.

*’s Avonds, aan het spelen*

Ik: schat, wil je dat opruimen alsjeblieft?
K: Mama, ik kan niet alles tegelijk!

*Ziet kindje lopen met twee mannen*

K: Heeft dat kindje twee papa’s?
Ik: Dat kan. Sommige kindjes hebben twee papa’s, sommige kindjes hebben twee mama’s.
K: en sommige kindjes hebben twee kindjes.

*Met neefje op de achterbank*

Ik: we gaan nog een brief op de bus doen.
K: Maar bussen rijden toch, hoe gaat je dat dan doen?

Liggen allebei gedurende twee minuten dubbel.

*Ziet volgend bord – *

Kijk mama, het kasteel is gesloten!

.

.

Je ziet, ik leef met een echte komiek. Soms zie ik de punchline aankomen, maar vaak ook helemaal niet. Ik sta nog vaak verbaasd over hoe dat koppetje werkt!

Ontspanning door kleine dingen

Ik wil er niet veel woorden aan vuilmaken, maar ik heb stress.

De kinesiste die voor de derde week op rij probeerde om iets los te krijgen in mijn nek, schouders, en samengevat eigenlijk de hele linkerhelft van mijn bovenlichaam, bevestigde dit.

Ik merk dat ik daardoor snak naar ontspanning. En ik dacht dat ik die kreeg door bijvoorbeeld vroeg te gaan slapen, Netflix te bingen of Pinterest leeg te pinnen.

Vandaag kreeg ik nog een alternatief.

Vandaag was ik thuis, en Krullenbol ook.

We hadden allebei nog eens goed geslapen, dat helpt ook met alles. En het zonnetje schijnt. Ook al gewonnen natuurlijk.

We zijn samen naar de plantenwinkel geweest. Hebben daar een uur rondgecruist om uiteindelijk thuis te komen met een paar potten lavendel, zakjes zaad van pompoen,  verschillende soorten kerstomaatjes, regenboog snijbiet en kruiden, en twaalf aardbeiplantjes.

Oh, en we vonden eindelijk ook tuinhandschoentjes in kindermaat, en bijhorende tuinschoentjes. Kortom, we waren allebei in onze nopjes.

Daarna moest ik bloed gaan laten nemen, zoals ik nu maandelijks moet doen (en niet meer tweewekelijks, zoals het hele vorige jaar het geval was). Dat is twee keer niks, maar toch ook weer een klein effortke om lelijke gedachten weg te duwen (‘wat als…’).

Ik hoorde dat kennissen van ons, die vlakbij wonen, een nieuwe wereldburger hadden thuisgebracht, dus ik maakte twee soorten soep en bakte vrij gezonde koekjes met chocoladestukjes. Kraamkost, dat is toch gewoon de max?

Tussendoor werd er duchtig verpot en gezaaid, in het zonnetje.

Krullenbol vond het super, maar na de eerste 10 potten was het wel genoeg geweest. Ik had er energie van gekregen, zodat bepaalde klusjes in de tuin opeens niet meer onhaalbaar leken – ja, misschien zou ik echt wel eens dat oude bankje afschuren en schilderen. Dat zou zomaar eens kunnen!

Daarna moest er wat grond weggespoeld worden in bad.

En werden soep en koekjes afgeleverd.

Wat een heerlijke, ontspannende dag. En tegelijk heb ik zoveel gedaan!

Mijn schouders voelen alweer een klein stukje lichter. (Kan ook aan de tape liggen natuurlijk, maar ik gok op de Krullenboltherapie).

Een kersverse 4- jarige

Deze morgen werd je wakker toen ik zachtjes je kamer binnen kwam om ‘Happy Birthday’ te zingen.

Je ogen sprongen open en voor alle zekerheid vroeg je het toch nog maar eens: ‘Ben ik nu 4 jaar?’.

Ja, mijn lieve schat, vandaag word je vier jaar. Vier jaar, da’s echt al groot.  Je telt er nu al zo lang naar af, maar vandaag is het zover!

Het spoor van ballonnen viel je meteen op. Je lachte luid toen de hele living versierd bleek. Wauw, een kroon, overal slingers, ballonnen en kaartjes!

Maar, wat zit er onder dat witte doek daar?

Jaaaaaaa, het is die grote fiets waar je al zo lang van droomde! Met een bel, en een poot en twee remmen en alles erop en eraan!

Vandaag brachten we je allebei naar school, met een grote doos vol versierde cupcakes (ja, een klas van 27 kindjes, daar is mama eventjes zoet mee geweest!). Iedereen die je tegenkwam mocht het weten: Jij bent jarig vandaag! En je hebt een grote fiets gekregen!

Ik weet dat je een super dagje tegemoet gaat met al jouw vriendjes, en vanavond eten we pizza. Zaterdag volgt dan het échte feest.

Maar lieve schat, 2 april of niet, met jou is het eigenlijk elke dag een feestje. Het is zo ongelooflijk om jou te mogen zien opgroeien, te zien bijleren. Het is ongelooflijk wat een sprongen jij maakt – letterlijk én figuurlijk.

Vier jaar geleden ging onze mooiste wens in vervulling. Wat hebben wij uitgekeken naar je komst, jarenlang. Héél soms, als we durfden dromen, dachten we: ‘wie weet, wie weet, mogen we ooit mama en papa worden. En wie weet, wordt het wel kindje met blonde krulletjes’.

Daar denk ik nu zo vaak aan. En dan ben ik zo dankbaar dat jij er bent.

Van in het begin was het voor mij duidelijk: wij, met ons drietjes, wij doen dit samen. Wij zoeken het samen uit, dat baby-gedoe, de moeilijke momentjes, het slaapgebrek, de borstvoedingsperikelen, de frustraties, de woede omdat het koekje gebroken is.

En dat doen we nog steeds. Al leidt dat soms tot een aanpak die niet iedereen ideaal vindt. Niet straffen, maar bespreken. Niet afzonderen, maar aanhalen. Niet roepen, maar rust doorgeven. Niet minimaliseren, maar serieus nemen.

Voor ons voelt dat goed, voelt dat alsof we het samen aanpakken. Ik hoop dat jij er later ook met een warm gevoel op terug kijkt, op dat nest van ons.

Als ik jou in één woord zou moeten omschrijven, zou het – buiten schattig natuurlijk – ‘goed’ zijn. ‘Flink’ zeggen je juffen, maar ik zou dat anders noemen.

Jij bent zo intrinsiek goed, dat je altijd de regels wilt volgen, en anderen erop aanspreekt als zij dat niet doen. Dat je je zorgen maakt dat bloemen dood gaan als je ze plukt, dat je je het niet kan voorstellen dat je iemand expres zou pijn doen. Dat je je eigen doekjes uitleent als ik zeg dat ik ergens pijn heb. Dat je andere kindjes helpt als zij iets niet kunnen wat jij wel onder de knie hebt.

Soms denk ik dat we je ook nog wat ‘scherpe randjes’ gaan moeten leren, maar dan bedenk ik me dat de wereld daar vanzelf wel voor zorgt.

Daarom kan ik alleen maar blij zijn dat jij zo enthousiast wordt van… ja, van bijna alles eigenlijk. Van spelen, van turnen, van samen bakken, van samen boodschappen doen, van kleuren, van diertjes, van auto’s, van treinen, van cijfers en sinds kort ook van letters.

Jij slorpt alles op als een spons en verbaast ons elke keer met wat je oppikt en meeneemt.

En ja, dat perfectionistisch trekje, waarbij je kwaad kan worden als iets dan niet van de eerste keer lukt, of niet goed genoeg naar jouw mening… dat is een spiegel, je hebt niet alleen de krulletjes van mij geërfd, vrees ik.

Ik vond drie een heerlijke leeftijd. De ontwikkeling van jouw humor is geweldig. Je verhaaltjes die altijd langer werden, die onverwachte gedachtesprongen of links die je soms legt. Je voelt je sneller op je gemak in een groep. Je ontwikkelt je eigen smaak in kleren (jammer genoeg niet altijd datgene dat mama dan net zo leuk vond).

Ik kijk al uit naar dat volgende jaar.

Gelukkige verjaardag, lieve schat. Vier jaar, da’s echt al groot.

De naam is Tanti. Super Tanti

Mijn moeder was met vier thuis. Mijn vader komt uit een gezin met zeven kinderen.

Dat maakt dat ik opgroeide met een hele verzameling tantes. En nonkels/ooms natuurlijk ook, maar vandaag wil ik het over de tantes hebben.

Sommigen zagen we bijna wekelijks, sommigen 2 keer per jaar. Sommigen noem ik tante, sommigen gewoon bij hun naam. Met sommigen heb ik hele fijne herinneringen opgebouwd, met anderen heb ik nooit een écht gesprek gevoerd.

Wat natuurlijk logisch is, binnen een groep van een tiental dames.

Dat maakte dat er een vraag in me opborrelde, toen ik in 2012 een telefoontje kreeg met de melding dat een schoonzusje zwanger was – wat voor tante wil ik worden?

Ik geef toe, ik ben niet de vrouw die hoge kreetjes laat als er een baby gespot wordt. Ik zal hooguit eens glimlachen, maar in zwijm hoef ik daar niet van te vallen. Ik heb heel lang gedacht dat ik geen ‘kind-persoon’ was, maar ik merkte wel dat kinderen over het algemeen best wel graag bij me in de buurt waren. Misschien omdat ik ‘gewoon’ deed? Of omdat ik me met dezelfde ernst helemaal kan smijten in een fantasiewereld?

Hoe dan ook, manlief straalt wél 100% ‘kind-persoon’ uit, zijn scoutsverleden kwam hem goed van pas. Hij werd dan ook vaker als babysit gevraagd dan ikzelf. Niet dat ik me nu opeens kandidaat stel he mensen! Het is louter een vaststelling.

Dus toen mijn nichtje geboren werd, gingen we naar het ziekenhuis, en noemden we elkaar ‘nonkel’ en ‘tante’ voor de gein. Maar het klonk wel goed, moet ik zeggen.

Ik had alleen niet verwacht wat er toen zou gebeuren.

Ik had helemaal niet gedacht dat ik me zo betrokken zou voelen bij dat kleine hummeltje. Dat ik meteen een gevoel zou hebben van ‘ja, jij hoort bij de clan’.

Dat ik zo ontroerd zou zijn, toen ze me voor het eerst bij mijn naam noemde (en het landde op ‘Tanti’ want Tante Isabelle is zo lang en moeilijk uit te spreken en ik ben ook nog geen 100). Ze gaf er mij een high five’je bij en ik smolt daar ter plekke.

Ondertussen ben ik de fiere Tanti van vier nichtjes, een neefje en een neefje op komst. Ik ben altijd blij als ik hen zie, ook al omdat het zo heerlijk is om Krullenbol te zien verbroederen – hij is nog steeds enig kind en het doet iets met een mens om hem dan te horen gieren van het lachen met het neefje, te zie hoe hij vol bewondering opkijkt naar de oudere nichtjes, of te merken dat hij het jongere nichtje aan het commanderen is, en zij zich dat (even) laat welgevallen.

Ik heb zelf goeie herinneringen aan opgroeien met mijn neven en nichten (al is een deel ervan 20 jaar ouder dan ik), dus ik hoop dan deze generatie te kunnen meenemen.

Dus ja, wat voor Tanti wil ik zijn? De Tanti die coole taarten bakt als ze jarig zijn. De Tanti die samen koekjes of cake maakt. De Tanti die brieven schrijft, als zij het alfabet leren. Die hen meeneemt naar de speeltuin met een rugzak vol lekkers.

Ik heb de meest geduldige ouders gehad, maar hey, zelfs ik heb ooit mijn koffers gepakt om ‘bij mijn tante te gaan wonen’. Zij ontving me met open armen, luisterde naar mijn verhaal, gaf me een pakje chips en bracht me gekalmeerd terug naar huis.

Wel, bij deze Tanti zal er ook altijd een plekje zijn.

(en geen chips, moet ik toegeven, maar chocola wel. Er zal altijd chocola zijn).

Kleuterpraat #2

Eén van de meest fantastische dingen aan een driejarige vind ik de ontwikkeling van humor en creativiteit. Oeps, dat zijn twee dingen. Nu ja, ze hebben beiden te maken met mijn volgende lijstje: enkele uitspraken van krullenbol, die ik noteerde om ze zeker niet te vergeten.

Hier zijn ze dus, een greep uit de kleuterpraat van onze 3,5-jarige krullenbol.

*5 december*

I: okee, schat, we zetten alles klaar voor Sint en Piet. Een glaasje water, een suikerklontje, een worteltje, een koekje, je schoen…

K: Nee mama, een schoen dat lust piet niet.

kleuterpraat

*Nadat hij de dagen van week geleerd heeft*

I: Papa is vier dagen weg. Vandaag is het zondag. Hij komt weer terug op donderdag.

Er breekt een onweer uit.

K: Oh mama, het is al donderdag!

.

*aan het spelen*

I: Wat doe je?

K: ik wil weerkalendertje spelen

.

De poetsvrouw: Bonjour, Krullenbol.

K: Nee, ik ben niet bonsjoer, ik ben Krullenbol!

.

*Ik wil een schriftje kopen*

K: Nee mama, dat is niet voor jou, dat is voor mensen.

I: Maar ik ben toch een mens?

K: Nee mama, jij bent een meisje.

I: dat klopt, maar meisjes zijn toch ook mensen?

K: Neu-euh.

.

*met de meetlat*

I: Hoe groot is mama?

K: dertig en veertig.

I: En hoe groot is papa?

K: vijftig en zeven

I: En jij?

K: dertig en veertig en zeven.

.

*Op het potje*

’t Is leeg. (hij, niet het potje).

.

*’s avonds*

I: We moeten je nageltjes knippen.

K: Nee mama, niet de naveltjes knippen!

.

*aan tafel*

K: ik wil niet meer eten mama. Anders word ik veel te groot.

.

*het is al zover*

I: schat, je broek is te kort geworden.

K: Nee mama kijk. Ik trek mijn sokken op. Dan is die niet meer te kort

(Nota voor alle mannen: dat is schattig als je drie bent, maar daarna niet meer!).

’t Is geen wedstrijd, maar dat kind van ons is toch één van de grootste komieken die ik ken! Prettige week iedereen!

Meer kleuterpraat lezen?

  • kleuterpraat #1

22 vragen aan mijn kind

Vandaag doe ik nog eens een tag.
Een tag is een lijst open vragen die je invult met je eigen antwoorden. Dat kan behoorlijk triviaal zijn, maar nu stootte ik op een lijst met 22 vragen om te stellen aan je zoon of dochter.

Mijn zoon is ondertussen 3,5 en behoorlijk mondig, maar ik ben een paar keer opnieuw moeten beginnen, want vaak had hij duidelijk helemaal geen zin in een interview, de diva!

Uiteraard is er een grote graad van absurdisme in zijn antwoorden, maar ik ben erg benieuwd hoe zijn kijk op deze vragen over de tijd evolueren. Ik merkte bijvoorbeeld dat hij pas sinds kort het concept ‘je lievelings-…’ begrijpt.

Ik werd getagd door Kim van  kimsblogs , maar de tag is oorspronkelijk gemaakt door Maaike van Maaikeschrijftop.nl . Ik geef graag een overzicht van mijn eerste gesprek.

lijstje

Benieuwd naar de antwoorden  van mijn kleuter? Me too, hahaha!

22 vragen aan mijn kind

Hoe heet jij?

Krullenbol

Hoe oud ben jij?

Drie

Wanneer ben jij jarig?

Trekt een sticker van zijn sok

Hoe oud is mama?

Ook drie!

Waar woon jij?

In een huisje… van ons.

Waar ben jij geboren?

Bij de deur.

Wat is jouw lievelingskleur?

Rood

Wat is jouw lievelingseten?

Spaghetti (toen manlief ‘chocola’ voorstelde, zei hij ‘neen papa, dat is dessert’)

En wat vind je vies?

Worstjes vind ik niet lekker (vindt hij dus super lekker).

Wie is jouw beste vriend of vriendin?

L, K, L, en V. Die zijn mijn beste vriendinnen.

Wat is jouw lievelingsliedje?

De pinguin (de pinguindans, nvdm). Deze vraag eindigt in een dansje in de woonkamer.

Wat is jouw lievelingsfilm?

Dat (duidt op een filmpje dat op youtube verschijnt na de pinguindans).

Ik: Is dat je lievelingsfilmpje? En wat is dat?

K: Dat is het kuiken.

Ik: Dus niet Dora?

Het kuiken-piep liedje vult de woonkamer.

Wat is jouw lievelingsboek?

De uil. (Dit is een boekje met 100 dieren achter flapjes)

Waar ben je bang voor?

In het donker.

Waar word je blij van?

Van papa. En mama. (sméééééélt).

Wat vind jij stom?

Stom is dit lied (Het kuiken-piep lied dus. Ik ga niet tegenspreken).

Wat vind jij leuk om naartoe te gaan?

Naar school.

Wat vind jij leuk om te doen?

Ik weet dat niet. Oh ik was juist aan het bouwen samen met L en K, en ik was hoog tot aan het plafond aan het doen.

Wat kun jij heel goed?

Ik ga goed bouwen. Ik kan heel goed dat opzetten, bouwen. Dat kan ik doen.

Wat kun jij niet zo goed?

Ik kan niet zo goed knutselen. Ik ga straks een bloemetje knutselen, voor jou. Ik ga dat nu doen, met een papiertje.

Wat is jouw grootste wens?

Mijn grootse wens is… ik weet dat niet. Dat ik … euh… een groot huis.

Papa: maar wij hebben toch een groot huis.

K: ja maar ik wil ook een huis.

Wat is liefde?

Liefde is… huisje.

I: Bedoel je daarmee dat we veel liefde hebben in ons huisje?

K: Nee, ik wil ook graag een groot huisje.

I: Maar liefde dat is toch als mensen elkaar graag zien?

K: Ja, maar mensen mogen niet in kindjes hun huisjes. Niemand mag aan de deur.

I: Maar wie gaat er poetsen in jouw huisje?

K: ik ga zelf poetsen. Maar ik heb wel een borstel nodig.

 

Hahaha, deze tag vond ik wel geslaagd! Al was het niet altijd even evident om zijn aandacht erbij te houden. Maar over een jaartje probeer ik het nog eens!

 

Ook zin om je kind te interviewen? Het is de moeite waard!

 

 

Kleuterpraat #1

Eén van de meest fantastische dingen aan een driejarige vind ik de ontwikkeling van humor en creativiteit. Oeps, dat zijn twee dingen. Nu ja, ze hebben beiden te maken met mijn volgende lijstje: enkele uitspraken van krullenbol, die ik noteerde om ze zeker niet te vergeten.

Ik probeer zoveel mogelijk op te schrijven, maar af en toe raken we in zo een absurde discussie – want ik zou durven zeggen dat ik ook enige creativiteit en improvisatietalent bezit – dat het niet samen te vatten valt.

Maar vaak doe ik toch een poging. En als ik dan terugblader in die notities, valt me op hoe fel zijn taal erop vooruit gegaan is, alleen al het laatste half jaar. Ongelooflijk.

Hier zijn ze dus, een greep uit de kleuterpraat van onze 3,5-jarige krullenbol.

 

*over de kat*

I: Waar is Janie?

K: Janie is weg mama. Ze is op vakantie met het vliegtuig. Zo vloog ze weg.

I: En waar is ze naartoe?

K: Naar het park. En de marktplaats.

 

*wijst naar zijn buik*

K: Dat is Doda. Doda is mijn buik. En hoe heet jouw buik?

(geen idee eigenlijk, we zijn niet zo’n goeie maatjes)

 

*Maakt een tekening en krabbelt er dan overheen*

Dat is de hond die je niet kan zien.

 

*We gaan pannenkoeken bakken*

K: Ik wil een eitje afbreken.

Of, op een andere keer

K: ik wil een eitje plukken.

 

I: Nog één keer slapen en we gaan je tractor kopen.

*Legt zich op de grond met zijn ogen dicht*

K: ik heb één keer geslaapt!

 

*In de zomer*

I: Kom schatje, de zon schijnt, ik smeer je in op je tractor.

K: Neen mama, niet op mijn tractor smeren!

 

*’s Avonds buiten op het terras*

K: Mama, de maan is heel hoog. Ik kan er niet aan.

I: Nee dat klopt, schat, de maan is echt heel heel hoog. Onze armen zijn te kort.

K: Ja.

Denkt even na.

Papa, wil je mij oppakken?

 

*Eet een hele sappige peer, het sap druipt op de grond*

K: Oh nee, mijn peer smelt.

 

*Hij kan ergens niet aan*

K: Mijn arm is heel super klein.

 

*Laat een scheetje*

K: Pardon voor mijn poepje.

 

*Maakt een proestgeluid*

K: Mijn mond liet een protje

 

*Drie stappen van het vakantiehuisje*

K: Oh nee, wij zijn gedwaald!

 

*Er liggen allemaal blokjes op de grond*

K: Hier ligt krullenbol. Ik heb die gemaakt.

(Hij had een ‘sneeuwengel’ gemaakt in de blokjes).

 

*Sinterklaas*

K: De pieten hebben zo veel rommel gemaakt, dat er een mandarijn in mijn schoen was, mama!

 

*in de auto*

K: Mama er zit een beer achter ons!

I: Oei, maar ik geef gas, en ik rij 50km/u, zo snel kan de beer niet.

K: Deze wel, hij heeft rolschaatsen aan.

bear-422682_1920

 

En met dat beeld…. Wens ik jullie een prettige avond!

 

 

Eerdere uitspraken lezen?

De eerste 1 september

3 september 2018

Ik sta als eerste in de badkamer. Wow, die wallen! Ik zie er moe uit. ’t Was te laat gisterenavond. Had ik stiekem last van zenuwen? De voorbije weken hadden we zo onze bedenkingen bij de aanpak en de communicatie van de school. ‘Blind vertrouwen’ dat het wel goed komt, het is zo mijn stijl niet.

 

Beneden doen manlief en ik het dansje van de schoolochtend. Het is een choreografie van bordjes zetten, koffie maken, boterhammetjes snijden, fruit inpakken en koekjes opbergen. Het is alweer even geleden, maar we kennen de pasjes nog.

 

We klinken zo vrolijk mogelijk als we ‘en vandaag ga je naar school, liefje’ zingen. Krullenbol vindt het wel oké. Tot de twijfel toeslaat. ‘Mama, jij komt toch mee he, in de klas?’.

 

Wat ben je nog klein, grote jongen.

 

Dat ik even mee ga tot in de klas, maar daarna weg moet, dat doet een traantje vallen. ‘Maar mama, jij wilt toch bij mij blijven?’.

 

Je moest eens weten, lieve schat.

 

‘Ik ga niet spelen. Ik ga gewoon kijken’. Dat dat prima is, stelt hem gerust. Hij zal het eerst wel even allemaal gaan bestuderen, zoveel is duidelijk.

 

Vanaf de parking zet hij een sprintje in. Richting de oranje poort. We grijnzen naar elkaar. Zou hij dan toch huppelend aan de eerste dag beginnen?

Op de speelplaats is langs onze benen toch weer de veiligste plek. Hij ziet enkele vriendjes, maar blijft toch liever incognito, zijn hoofd tegen mijn heup. Wat ben je al groot, kleine jongen.

Een ouderwetse bel start het jaar. Weet hij nog waar zijn klasje is? Ja hoor, ‘heel ver weg’ (aan het einde van de gang). Hij heeft de auto als symbooltje gekozen vorige vrijdag, tijdens het kennismakingsmomentje. Hij kent zijn juf dus al, hij kent de klas, hij weet waar de drinkbus en de brooddoos heen moet. Dat bekende stelt gerust.

‘Liefje, straks kom ik je weer ophalen he. Het wordt echt een leuke dag’.

Hij knikt. ‘Tot straks, mama. Tot straks, papa!’. Hij is rustig. Ik zie in zijn ogen dat hij wat bang is. Maar hij glimlacht even goed. Mijn dapper mannetje.

Ik slik even iets weg.

 

We zijn nog even allebei thuis, manlief en ik.

Opeens zeg ik: ‘dat was zijn eerste 1ste september!’

 

‘Ahhhh, ja!!’.

Manliefs ogen schitteren. Ik voel dat triest en trots niet alleen qua letters zo dicht tegen elkaar aanleunen.

eerste schooldag

Wel op wolkjes

2 juli. De eerste officiële dag van de grote vakantie.

 

Stond op de planning: in de voormiddag naar de speeltuin gaan, op de middag misschien een dutje en in de namiddag naar de winkel en in bad.

 

Gisteren was het al een topdag geweest. We waren gaan barbecueën bij Papo en daar waren zijn tante en zijn peter ook. Peter is niet minder dan een idool, dus dat we mee mochten op de boswandeling was ‘écht heel supertof’. De boswandeling viel wat langer uit dan verwacht, en hoewel hij zijn beste beentje voorzette, was het vaatje wel ‘af’ die avond.

Onderweg naar ons huis viel hij in slaap in de auto, hij liet zich ‘transfereren’ naar bed en sliep voor het eerst in ik-weet-niet-hoe-lang 13uur aan één stuk.

 

Vanmorgen was hij heel vrolijk, maar al snel werd me duidelijk dat de speeltuin te hoog gegrepen was. Ja, hij had er zeker zin in. Ja, hij wilde me wel even helpen met zonnecrème smeren. Maar nee, de verdere stappen kwamen er maar niet van.

 

Ik liet het zijn. Hij mag van mij gerust een paar dagen rust. Het einde van het schooljaar was niet niets en de voorbije week was niet zo gestructureerd als anders: dat kost energie.

 

Daarom suggereerde ik voorzichtig na de boterhammetjes met komkommerwieltjes of we niet eventjes zouden gaan rusten (je weet wel: ‘neeeee, niet slapen schat, gewoon een beetje rusten’).

 

De eerste poging was mislukt, maar daarna gaf hij zelf aan moe te zijn. Ik vroeg of hij naar zijn eigen kamertje wilde, met het maantje en de wolkjes, of naar de kamer van mama en papa (niet de standaard optie, maar het is daar momenteel wel een paar graden koeler). Hij koos het laatste, niet de wolkjes.

 

Of mama even bij hem wilde blijven liggen? Dat wou mama wel.

‘Ola mama, jij hebt geen lakentje. Ik leg mijn doekjes.’

 

Met het grootste geduld en precisie legt hij vier tetradoekjes één voor één op mij. Geen plekje arm mag onbedekt blijven, ondanks mijn terloopse opmerking dat ik het echt wel warm genoeg heb.

‘Zo mama, nu heb jij geen koud’.

‘Dank je wel schatje, dat is heel lief. Laat ons nu even rusten.’

 

Nu wilt hij ‘ondersteboven’ gaan liggen (met zijn hoofd naar het voeteinde). Een kleine verhuis volgt. Opeens ligt zijn hoofd weer naast dat van mij. Ik tuur tussen mijn wimpers. Hij lacht zijn kleine tandjes bloot.

 

‘Mama, wij zijn beste vrienden’.

 

Geen vraag. Geen bevestiging nodig.

 

Het is alsof mijn hart trilt.

Niet in zijn kamer. Wel op wolkjes.

P1100997

Een eerste schooljaar

Op weg naar huis in de buggy is het even genoeg geweest.

‘IK WIL NIET NAAR HUI-UI-UIS!

 

Ik zet me aan de kant van de weg en leun op een paaltje.

 

‘Okee, schatje.’

 

We staan daar. Een paar minuten. Tot zijn storm gaat liggen.

 

Ik snap het wel. Het is veel geweest. Het is de laatste dag van het schooljaar – zijn eerste laatste dag- en niets was vandaag zoals daarvoor. Er werd gedanst op de speelplaats, gezongen, en een erehaag gemaakt voor de leerlingen van het zesde, die afscheid namen van de school.

 

Heel fijn. Heel luid.

 

Een grote vakantie, hoe groot is die? Twee maanden, hoe lang duurt dat? En wat nu?

 

Lijken me vragen als je drie jaar bent, toch?

 

Zijn eerste schooljaar heeft uiteindelijk niet zo heel lang geduurd. Hij mocht eigenlijk in november vorig jaar al beginnen. Maar zo net 2,5 jaar, dat leek ons zo jong. We hadden al besloten dat hij in januari op school zou starten. En misschien zou ik dan twee maanden halftijds ouderschapsverlof kunnen opnemen, om bij hem te zijn bij die grote overstap.

 

Want we verwachtten wel dat het een grote overstap zou zijn, voor ons klein, gevoelig mannetje. Die net zoals zijn mama niet zo fantastisch tegen verandering kan.

 

Maar goed, alles liep dus anders. Ik werd ziek, kon er helemaal niet voor hem zijn zoals ik dat wilde en al snel werd beslist zijn start op school op te schuiven. Op de crèche stak hij dan wel met kop en schouders boven iedereen uit, hij amuseerde zich te pletter en ging nog steeds graag. Zelfs al viel hij van de loopfietsjes omdat zijn benen te lang werden.

 

Na de paasvakantie en zijn derde verjaardag stond zijn nieuwe rugzakje klaar.

IMG_2925

En zoals ze dat dan zeggen: hij was er klaar voor.

 

Hij had geen enkel ongelukje in de klas. Hij rende naar de school. Hij gilde van pret als de bel ging. Hij vond ‘tunere’ super want dan mocht je ‘heel hard lopen en ver springen en met een stok op een bal slaan’ (waren wij al enigszins bezorgd over de veiligheid in de gymles, bleek dit om een schuimrubberen ‘noodle’ te gaan).

 

Hij snapte dat dit een volgend hoofdstuk was.

‘De blauwe poort [van de crèche] is dicht, he mama. Nu is de oranje poort open’.

 

Na twee weken was het oudercontact. Op zich heel grappig om dan al te gaan, maar we waren alle twee paraat (én nerveus!). Hilarisch om te zien hoe een man van meer dan 1m90 zich op die kleine kleuterstoeltjes plooit. Maar ook papa wilde geen woord missen.

 

Heel pienter. Vriendelijk. Altijd enthousiast. Wat gevoelig. Ligt goed in de groep.

 

Eerlijk gezegd snap ik niet dat mensen met kinderen nog buitenverlichting plaatsen – ik straal voldoende denk ik.

 

Maar vandaag, na twee en een halve maand, was het eerste schooljaar voorbij.

En daar moet iedereen weer even aan wennen, om de batterijtjes op te laden.

rawpixel-463437-unsplash

Zondag zoondag #2

Wie ons kent, weet dat wij geen mensen zijn van weinig woorden.

Ze zeggen wel eens ‘tegenpolen trekken elkaar aan’, maar zowel manlief als ikzelf leggen het heel graag uit. Het is dus niet zo dat ik een stille jongen heb gezocht, die alleen naar mij zou luisteren.

Ik weet eigenlijk niet zo heel veel van toen ik klein was maar ik weet wel dat ik behoorlijk snel aan het tetteren ben geslagen. In één van de weinige video’s die ik heb van die tijd, worden mijn zussen gedoopt. Ik weet dus precies hoe oud ik toen was, 2 jaar en 2 maanden. Je ziet de kerk, je ziet twee kindjes in witte kleedjes, de priester, die mijn grootnonkel was, die een potje water haalt, familie in jaren ’80 kleuren… en je hoort één iemand: een klein, schel stemmetje dat roept ‘Is dat panneke van mama, nonkel?’. ‘Is dat warm water?’.

Nu ik me iets verder ben gaan verdiepen in de taalontwikkeling van jonge kinderen, besef ik dat dit best aardige uitspraken zijn voor een tweejarige.

Ons ventje is nog niet meteen wat je zou noemen een vlotte babbelaar. Ik maak me daar ook geen zorgen over. Maar natuurlijk keken we een jaar geleden al uit naar wat zijn eerste woordje zou zijn. Hoeveel uren zou ik niet ‘ma-ma-ma-ma-ma’ en ‘pa-pa-pa’ voorgedaan hebben?

Maar beginnen met de belangrijke zaken in het leven, zijn eerste woordje was ‘bal’.

Er volgden er heel wat, maar ‘mama’… dat woord dat algemeen bij kinderen over de hele wereld zo bekend is, dat bleef zeldzaam. Soms eens een ‘ma’, daar moest ik het dan mee doen.

Misschien deed hij dat wel expres, die zoon van ons. Om het dan toch boven te halen en extra effect te creëren. Zoals die ene keer dat hij niet echt wilde gaan slapen, en maar bleef rechtstaan in zijn bedje. Hij sliep toen nog bij ons op de kamer. Ik kwam zelf ook naar bed, en na de zoveelste keer kusje geven, neerleggen, slaapwel zeggen, wilde ik het kordaat aanpakken. ‘Nu ga jij in jouw bed, en mama in haar bed, en we gaan allebei slaapjes doen’. Hup, lichtje uit.

En dan in het donker, voor het eerst, dat kleine stemmetje, glashelder, een beetje vragend maar vrolijk: ‘mama?’.

Hoe snel die bij ons in bed lag, helemaal bedolven onder een regen van kusjes? Lichtsnelheid, echt lichtsnelheid.

Nu heeft hij zijn repertoire aan woorden behoorlijk uitgebreid, maar ‘papa’ spant toch de kroon. Ik was soms ook ‘papa’ of hij riep gewoon ‘iets’ – een beetje te vergelijken als je iemand wilt wenken, maar de naam van de persoon in kwestie vergeten bent (en ‘dingske’ geen optie is): ‘Hey, euh… joehoe! Heeeeey’.

Waar is mama? Wijst mijn kant uit. Waar is de neus van mama? Neemt mijn neus vast. Ga dat maar aan mama geven. Ik krijg een half opgeknabbeld stukje brood.

Dus toen hij gisterenochtend naar mij kwam gestormd, op zijn eigen huppelende wijze, en MA-MAHH riep, huppelde er vanalles in mij. En toen hij dat nog een paar keer herhaalde toen we in de Ikea rondliepen, en ik weer in zijn vizier verscheen, kon mijn geluk niet op.

Ik weet wel, dat ik ooit, in een niet zo verre toekomst, waarschijnlijk eens zal wensen dat hij het niet kon zeggen. Bijvoorbeeld na een uur MAMAAAAAA MAMAMAMAMA gillen, of de vijfde keer midden in de nacht, ofzo.

Maar toch blijft het het mooiste woord ter wereld. En mijn ventje zegt het. Tegen mij.

Mama-1.0

Zondag zoondag #1

Goed idee, zo werken met rubrieken op je blog. Elke zondag iets vertellen over je zoon, wat kan makkelijker zijn?

Tja, soms zijn dingen zo ‘makkelijk’ dat ze moeilijk worden. Natuurlijk valt er heel wat te vertellen over onze spruit, maar waar zal ik beginnen?

Misschien bij wat hij later stoer aan zijn vriendjes zal kunnen vertellen, nl. dat hij als baby een jaar in Boston heeft gewoond. Harvard werd hem met de papfles meegegeven, nu ja, we zijn inderdaad vaak langs die gebouwen gaan wandelen…

Ons buitenlands avontuur had ook als gevolg dat hij 16 maanden was toen hij voor het eerst naar de crèche ging. Voor mij was dat heel dubbel – een peuter die vlot rond loopt afzetten, is misschien ergens makkelijker dan een klein dropje dat vooral in een stoeltje naar de wereld zit te gapen. Aan de andere kant had hij net zijn hele leven zoals hij het kende, moeten achterlaten, was hij erg eenkennig, en te jong om uit te leggen dat mama en papa hem écht wel kwamen ophalen (al vertelden we hem dit wel elke dag… 20 keer ofzo).

Het heeft wel wat aanpassen gekost, maar na een paar weken liep die crèchedag al een stuk vlotter. Het is dan ook een hele fijne crèche waar hij terecht gekomen is. Voor mij was het ook wennen, niet meer de hele dag bij hem zijn, en hij die echt een eigen leven krijgt, waar ik helemaal niets van weet.

Wat hoorden wij zo al over onze zoon?

  • Dat hij zijn armen in de lucht steekt en ‘JEEEEEEJ’ roept als er aangekondigd wordt dat er spaghetti op het menu staat
  • Dat hij altijd erg geïnteresseerd is als er dingen worden gemaakt of gedaan
  • Dat hij het niet fijn vindt als er kindjes worden afgehaald, of mensen het lokaal verlaten, tenzij hij iedereen kan uitzwaaien.
  • Dat hij dol is op creatief bezig zijn, en altijd als eerste (letterlijk)staat te springen  om te kleuren, te tekenen, te stempelen en te schilderen. Ook dansen is altijd een hit.
  • Dat zijn favoriete hobby verder vooral ‘crossen’ is, van de ene kant van het lokaal naar het andere, tot hij nat is van het zweet, zijn krulletjes alle kanten op staan, en zijn wangetjes rood aanlopen.
  • Dat hij echt al vriendjes heeft, die dan met hem mee rennen (soms hand in hand *smelt*), en als er iemand valt, dan gaat de andere ernaast liggen, roepen ze ‘boem’ en schateren ze het uit.

Het is zo fijn om te weten dat hij daar een prettige tijd heeft. Al was het een deel van het ‘loslaten’, die dingen horen. Chapeau voor alle kinderverzorgsters die erin slagen met een bende pittige peuters aan het knutselen/dansen/lezen/… te gaan – ik vermoed dat hier een meesterniveau van zen zijn mee gepaard gaat, dat ik enkel kan omschrijven als ‘bijna Boeddha’.

En wil je me nu excuseren, zoonlief vraagt me voor een toertje huppelen (of 15) rond de tafel.

instasize_0304123740

Valentijntje

 

Hoe jij je in alles smijt
en smakelijk in het leven bijt
de framboosjes van je vingers hapt
en zo fier de trap op stapt
 .
.
Hoe vrolijk je van treinen wordt
en hoe je je in de dagen stort
Hoe een doekje je rustig maakt
als je dan toch op mijn schoot geraakt
.
.
Hoe jij de kat liefkozend mept
hoe jij het uitgiert van de pret
papa zachtjes wilt gaan kriebelen
en op liedjes staat te wiebelen
.
.
Hoe jij boos kan zijn, als een kleine vulkaan
als de zaken niet naar behoren gaan
Tja dat hoort er met zo’n ouders wel bij
wij spreken je taal nog niet zo goed als jij
.
.
Ooit toren je boven me uit,
ooit word ik de mini thuis
maar je blijft altijd mijn kleintje,
en niet alleen vandaag, mijn liefste Valentijntje.

Big shoes to fill

Mijlpalen. Milestones in het Engels. Ik heb al wat geklaagd over dat Amerikaanse matensysteem, maar deze keer vind ik het wel toepasselijk. Want mijlpalen zijn belangrijk. Geen kilometerpaal, neen. Een mijlpaal is 1,6 keer serieuzer.

In je volwassen leven zijn er zo wel wat. Een diploma. Het kopen van een huis. De eerste kus met je lief. Gaan samenwonen. Verklaren dat je met elkaar verder wilt. Ouder worden – omdat het jouw verjaardag is, of omdat je baby de zijne vastlegt.

Maar niet elke dag is een mijlpaal te noemen. Misschien gelukkig maar.

 

Bij een baby lijkt dat soms wel zo. Elke dag iets nieuws. Elke dag een eerste keer. Elke dag iets leren, dat je daarvoor niet kon, maar dat je elke dag van de rest van je leven kan gebruiken. Ik vind dat onvoorstelbaar. Ik had dat niet beseft tot die mijlpaal van 2 april vorig jaar.

 

En dus documenteer ik, met de ijver en grote ogen van een kersverse baby-wetenschapper (‘The science of baby’). Data worden genoteerd. Er worden foto’s genomen. Ik heb kleine kaartjes met een aantal mijlpalen op die daarbij gebruikt kunnen worden. Het eerste lachje (al snel en niet meer gestopt). Het eerste vaste hapje (wortel, nog steeds een toppertje). De eerste keer het nachtje doorslapen (gelukkig nu meer regel dan uitzondering).

Screen Shot 2016-04-14 at 09.13.40

En elke keer besef ik wat iedereen steeds maar zegt: ‘het gaat zo snel’ – lees: ‘en soms is dat confronterend en/of emotioneel’.

Ik heb gemerkt dat ik het allemaal kan plaatsen omdat ik wéét dat de mijlpalen eraan komen. Ja, ons ventje kan nu rondlopen aan een handje. Ja, hij is nu 1 geworden. Ik ben blij, fier, een beetje emo, maar allemaal binnen de verwachte grenzen.

 

Alleen…. Ken je die kleine paaltjes die je nét niet kan zien in je achteruitkijkspiegel of die nét onder je ‘achteruit-rij-camera’ komen? Je kijkt de goeie kant op, maar je ziet ze toch niet aankomen. Met alle gevolgen van dien.

 

Ons ventje kreeg deze week zijn eerste echte paar schoenen. Maat 23. De verkoopster zegt: ‘Dat zijn ferme voetjes’. Flashback naar de 16 weken echo. ’t Is een zoontje! […] En hier, het zijn precies wel mannenvoeten’. Fashback naar de gynaecoloog die zegt: ‘Proficiat mevrouw. Goed gedaan. Hij heeft grote voetjes seg!’ Die innerlijke stem die opkomt: ‘dat heeft hij van zijn papa’.

 

 

BHENGGG!

 

Met mijn gezicht recht tegen een mijlpaal. Sterretjes slikken.