De eerste 1 september

3 september 2018

Ik sta als eerste in de badkamer. Wow, die wallen! Ik zie er moe uit. ’t Was te laat gisterenavond. Had ik stiekem last van zenuwen? De voorbije weken hadden we zo onze bedenkingen bij de aanpak en de communicatie van de school. ‘Blind vertrouwen’ dat het wel goed komt, het is zo mijn stijl niet.

 

Beneden doen manlief en ik het dansje van de schoolochtend. Het is een choreografie van bordjes zetten, koffie maken, boterhammetjes snijden, fruit inpakken en koekjes opbergen. Het is alweer even geleden, maar we kennen de pasjes nog.

 

We klinken zo vrolijk mogelijk als we ‘en vandaag ga je naar school, liefje’ zingen. Krullenbol vindt het wel oké. Tot de twijfel toeslaat. ‘Mama, jij komt toch mee he, in de klas?’.

 

Wat ben je nog klein, grote jongen.

 

Dat ik even mee ga tot in de klas, maar daarna weg moet, dat doet een traantje vallen. ‘Maar mama, jij wilt toch bij mij blijven?’.

 

Je moest eens weten, lieve schat.

 

‘Ik ga niet spelen. Ik ga gewoon kijken’. Dat dat prima is, stelt hem gerust. Hij zal het eerst wel even allemaal gaan bestuderen, zoveel is duidelijk.

 

Vanaf de parking zet hij een sprintje in. Richting de oranje poort. We grijnzen naar elkaar. Zou hij dan toch huppelend aan de eerste dag beginnen?

Op de speelplaats is langs onze benen toch weer de veiligste plek. Hij ziet enkele vriendjes, maar blijft toch liever incognito, zijn hoofd tegen mijn heup. Wat ben je al groot, kleine jongen.

Een ouderwetse bel start het jaar. Weet hij nog waar zijn klasje is? Ja hoor, ‘heel ver weg’ (aan het einde van de gang). Hij heeft de auto als symbooltje gekozen vorige vrijdag, tijdens het kennismakingsmomentje. Hij kent zijn juf dus al, hij kent de klas, hij weet waar de drinkbus en de brooddoos heen moet. Dat bekende stelt gerust.

‘Liefje, straks kom ik je weer ophalen he. Het wordt echt een leuke dag’.

Hij knikt. ‘Tot straks, mama. Tot straks, papa!’. Hij is rustig. Ik zie in zijn ogen dat hij wat bang is. Maar hij glimlacht even goed. Mijn dapper mannetje.

Ik slik even iets weg.

 

We zijn nog even allebei thuis, manlief en ik.

Opeens zeg ik: ‘dat was zijn eerste 1ste september!’

 

‘Ahhhh, ja!!’.

Manliefs ogen schitteren. Ik voel dat triest en trots niet alleen qua letters zo dicht tegen elkaar aanleunen.

eerste schooldag

Advertenties

Wel op wolkjes

2 juli. De eerste officiële dag van de grote vakantie.

 

Stond op de planning: in de voormiddag naar de speeltuin gaan, op de middag misschien een dutje en in de namiddag naar de winkel en in bad.

 

Gisteren was het al een topdag geweest. We waren gaan barbecueën bij Papo en daar waren zijn tante en zijn peter ook. Peter is niet minder dan een idool, dus dat we mee mochten op de boswandeling was ‘écht heel supertof’. De boswandeling viel wat langer uit dan verwacht, en hoewel hij zijn beste beentje voorzette, was het vaatje wel ‘af’ die avond.

Onderweg naar ons huis viel hij in slaap in de auto, hij liet zich ‘transfereren’ naar bed en sliep voor het eerst in ik-weet-niet-hoe-lang 13uur aan één stuk.

 

Vanmorgen was hij heel vrolijk, maar al snel werd me duidelijk dat de speeltuin te hoog gegrepen was. Ja, hij had er zeker zin in. Ja, hij wilde me wel even helpen met zonnecrème smeren. Maar nee, de verdere stappen kwamen er maar niet van.

 

Ik liet het zijn. Hij mag van mij gerust een paar dagen rust. Het einde van het schooljaar was niet niets en de voorbije week was niet zo gestructureerd als anders: dat kost energie.

 

Daarom suggereerde ik voorzichtig na de boterhammetjes met komkommerwieltjes of we niet eventjes zouden gaan rusten (je weet wel: ‘neeeee, niet slapen schat, gewoon een beetje rusten’).

 

De eerste poging was mislukt, maar daarna gaf hij zelf aan moe te zijn. Ik vroeg of hij naar zijn eigen kamertje wilde, met het maantje en de wolkjes, of naar de kamer van mama en papa (niet de standaard optie, maar het is daar momenteel wel een paar graden koeler). Hij koos het laatste, niet de wolkjes.

 

Of mama even bij hem wilde blijven liggen? Dat wou mama wel.

‘Ola mama, jij hebt geen lakentje. Ik leg mijn doekjes.’

 

Met het grootste geduld en precisie legt hij vier tetradoekjes één voor één op mij. Geen plekje arm mag onbedekt blijven, ondanks mijn terloopse opmerking dat ik het echt wel warm genoeg heb.

‘Zo mama, nu heb jij geen koud’.

‘Dank je wel schatje, dat is heel lief. Laat ons nu even rusten.’

 

Nu wilt hij ‘ondersteboven’ gaan liggen (met zijn hoofd naar het voeteinde). Een kleine verhuis volgt. Opeens ligt zijn hoofd weer naast dat van mij. Ik tuur tussen mijn wimpers. Hij lacht zijn kleine tandjes bloot.

 

‘Mama, wij zijn beste vrienden’.

 

Geen vraag. Geen bevestiging nodig.

 

Het is alsof mijn hart trilt.

Niet in zijn kamer. Wel op wolkjes.

P1100997

Een eerste schooljaar

Op weg naar huis in de buggy is het even genoeg geweest.

‘IK WIL NIET NAAR HUI-UI-UIS!

 

Ik zet me aan de kant van de weg en leun op een paaltje.

 

‘Okee, schatje.’

 

We staan daar. Een paar minuten. Tot zijn storm gaat liggen.

 

Ik snap het wel. Het is veel geweest. Het is de laatste dag van het schooljaar – zijn eerste laatste dag- en niets was vandaag zoals daarvoor. Er werd gedanst op de speelplaats, gezongen, en een erehaag gemaakt voor de leerlingen van het zesde, die afscheid namen van de school.

 

Heel fijn. Heel luid.

 

Een grote vakantie, hoe groot is die? Twee maanden, hoe lang duurt dat? En wat nu?

 

Lijken me vragen als je drie jaar bent, toch?

 

Zijn eerste schooljaar heeft uiteindelijk niet zo heel lang geduurd. Hij mocht eigenlijk in november vorig jaar al beginnen. Maar zo net 2,5 jaar, dat leek ons zo jong. We hadden al besloten dat hij in januari op school zou starten. En misschien zou ik dan twee maanden halftijds ouderschapsverlof kunnen opnemen, om bij hem te zijn bij die grote overstap.

 

Want we verwachtten wel dat het een grote overstap zou zijn, voor ons klein, gevoelig mannetje. Die net zoals zijn mama niet zo fantastisch tegen verandering kan.

 

Maar goed, alles liep dus anders. Ik werd ziek, kon er helemaal niet voor hem zijn zoals ik dat wilde en al snel werd beslist zijn start op school op te schuiven. Op de crèche stak hij dan wel met kop en schouders boven iedereen uit, hij amuseerde zich te pletter en ging nog steeds graag. Zelfs al viel hij van de loopfietsjes omdat zijn benen te lang werden.

 

Na de paasvakantie en zijn derde verjaardag stond zijn nieuwe rugzakje klaar.

IMG_2925

En zoals ze dat dan zeggen: hij was er klaar voor.

 

Hij had geen enkel ongelukje in de klas. Hij rende naar de school. Hij gilde van pret als de bel ging. Hij vond ‘tunere’ super want dan mocht je ‘heel hard lopen en ver springen en met een stok op een bal slaan’ (waren wij al enigszins bezorgd over de veiligheid in de gymles, bleek dit om een schuimrubberen ‘noodle’ te gaan).

 

Hij snapte dat dit een volgend hoofdstuk was.

‘De blauwe poort [van de crèche] is dicht, he mama. Nu is de oranje poort open’.

 

Na twee weken was het oudercontact. Op zich heel grappig om dan al te gaan, maar we waren alle twee paraat (én nerveus!). Hilarisch om te zien hoe een man van meer dan 1m90 zich op die kleine kleuterstoeltjes plooit. Maar ook papa wilde geen woord missen.

 

Heel pienter. Vriendelijk. Altijd enthousiast. Wat gevoelig. Ligt goed in de groep.

 

Eerlijk gezegd snap ik niet dat mensen met kinderen nog buitenverlichting plaatsen – ik straal voldoende denk ik.

 

Maar vandaag, na twee en een halve maand, was het eerste schooljaar voorbij.

En daar moet iedereen weer even aan wennen, om de batterijtjes op te laden.

rawpixel-463437-unsplash

Zondag zoondag #2

Wie ons kent, weet dat wij geen mensen zijn van weinig woorden.

Ze zeggen wel eens ‘tegenpolen trekken elkaar aan’, maar zowel manlief als ikzelf leggen het heel graag uit. Het is dus niet zo dat ik een stille jongen heb gezocht, die alleen naar mij zou luisteren.

Ik weet eigenlijk niet zo heel veel van toen ik klein was maar ik weet wel dat ik behoorlijk snel aan het tetteren ben geslagen. In één van de weinige video’s die ik heb van die tijd, worden mijn zussen gedoopt. Ik weet dus precies hoe oud ik toen was, 2 jaar en 2 maanden. Je ziet de kerk, je ziet twee kindjes in witte kleedjes, de priester, die mijn grootnonkel was, die een potje water haalt, familie in jaren ’80 kleuren… en je hoort één iemand: een klein, schel stemmetje dat roept ‘Is dat panneke van mama, nonkel?’. ‘Is dat warm water?’.

Nu ik me iets verder ben gaan verdiepen in de taalontwikkeling van jonge kinderen, besef ik dat dit best aardige uitspraken zijn voor een tweejarige.

Ons ventje is nog niet meteen wat je zou noemen een vlotte babbelaar. Ik maak me daar ook geen zorgen over. Maar natuurlijk keken we een jaar geleden al uit naar wat zijn eerste woordje zou zijn. Hoeveel uren zou ik niet ‘ma-ma-ma-ma-ma’ en ‘pa-pa-pa’ voorgedaan hebben?

Maar beginnen met de belangrijke zaken in het leven, zijn eerste woordje was ‘bal’.

Er volgden er heel wat, maar ‘mama’… dat woord dat algemeen bij kinderen over de hele wereld zo bekend is, dat bleef zeldzaam. Soms eens een ‘ma’, daar moest ik het dan mee doen.

Misschien deed hij dat wel expres, die zoon van ons. Om het dan toch boven te halen en extra effect te creëren. Zoals die ene keer dat hij niet echt wilde gaan slapen, en maar bleef rechtstaan in zijn bedje. Hij sliep toen nog bij ons op de kamer. Ik kwam zelf ook naar bed, en na de zoveelste keer kusje geven, neerleggen, slaapwel zeggen, wilde ik het kordaat aanpakken. ‘Nu ga jij in jouw bed, en mama in haar bed, en we gaan allebei slaapjes doen’. Hup, lichtje uit.

En dan in het donker, voor het eerst, dat kleine stemmetje, glashelder, een beetje vragend maar vrolijk: ‘mama?’.

Hoe snel die bij ons in bed lag, helemaal bedolven onder een regen van kusjes? Lichtsnelheid, echt lichtsnelheid.

Nu heeft hij zijn repertoire aan woorden behoorlijk uitgebreid, maar ‘papa’ spant toch de kroon. Ik was soms ook ‘papa’ of hij riep gewoon ‘iets’ – een beetje te vergelijken als je iemand wilt wenken, maar de naam van de persoon in kwestie vergeten bent (en ‘dingske’ geen optie is): ‘Hey, euh… joehoe! Heeeeey’.

Waar is mama? Wijst mijn kant uit. Waar is de neus van mama? Neemt mijn neus vast. Ga dat maar aan mama geven. Ik krijg een half opgeknabbeld stukje brood.

Dus toen hij gisterenochtend naar mij kwam gestormd, op zijn eigen huppelende wijze, en MA-MAHH riep, huppelde er vanalles in mij. En toen hij dat nog een paar keer herhaalde toen we in de Ikea rondliepen, en ik weer in zijn vizier verscheen, kon mijn geluk niet op.

Ik weet wel, dat ik ooit, in een niet zo verre toekomst, waarschijnlijk eens zal wensen dat hij het niet kon zeggen. Bijvoorbeeld na een uur MAMAAAAAA MAMAMAMAMA gillen, of de vijfde keer midden in de nacht, ofzo.

Maar toch blijft het het mooiste woord ter wereld. En mijn ventje zegt het. Tegen mij.

Mama-1.0

Zondag zoondag #1

Goed idee, zo werken met rubrieken op je blog. Elke zondag iets vertellen over je zoon, wat kan makkelijker zijn?

Tja, soms zijn dingen zo ‘makkelijk’ dat ze moeilijk worden. Natuurlijk valt er heel wat te vertellen over onze spruit, maar waar zal ik beginnen?

Misschien bij wat hij later stoer aan zijn vriendjes zal kunnen vertellen, nl. dat hij als baby een jaar in Boston heeft gewoond. Harvard werd hem met de papfles meegegeven, nu ja, we zijn inderdaad vaak langs die gebouwen gaan wandelen…

Ons buitenlands avontuur had ook als gevolg dat hij 16 maanden was toen hij voor het eerst naar de crèche ging. Voor mij was dat heel dubbel – een peuter die vlot rond loopt afzetten, is misschien ergens makkelijker dan een klein dropje dat vooral in een stoeltje naar de wereld zit te gapen. Aan de andere kant had hij net zijn hele leven zoals hij het kende, moeten achterlaten, was hij erg eenkennig, en te jong om uit te leggen dat mama en papa hem écht wel kwamen ophalen (al vertelden we hem dit wel elke dag… 20 keer ofzo).

Het heeft wel wat aanpassen gekost, maar na een paar weken liep die crèchedag al een stuk vlotter. Het is dan ook een hele fijne crèche waar hij terecht gekomen is. Voor mij was het ook wennen, niet meer de hele dag bij hem zijn, en hij die echt een eigen leven krijgt, waar ik helemaal niets van weet.

Wat hoorden wij zo al over onze zoon?

  • Dat hij zijn armen in de lucht steekt en ‘JEEEEEEJ’ roept als er aangekondigd wordt dat er spaghetti op het menu staat
  • Dat hij altijd erg geïnteresseerd is als er dingen worden gemaakt of gedaan
  • Dat hij het niet fijn vindt als er kindjes worden afgehaald, of mensen het lokaal verlaten, tenzij hij iedereen kan uitzwaaien.
  • Dat hij dol is op creatief bezig zijn, en altijd als eerste (letterlijk)staat te springen  om te kleuren, te tekenen, te stempelen en te schilderen. Ook dansen is altijd een hit.
  • Dat zijn favoriete hobby verder vooral ‘crossen’ is, van de ene kant van het lokaal naar het andere, tot hij nat is van het zweet, zijn krulletjes alle kanten op staan, en zijn wangetjes rood aanlopen.
  • Dat hij echt al vriendjes heeft, die dan met hem mee rennen (soms hand in hand *smelt*), en als er iemand valt, dan gaat de andere ernaast liggen, roepen ze ‘boem’ en schateren ze het uit.

Het is zo fijn om te weten dat hij daar een prettige tijd heeft. Al was het een deel van het ‘loslaten’, die dingen horen. Chapeau voor alle kinderverzorgsters die erin slagen met een bende pittige peuters aan het knutselen/dansen/lezen/… te gaan – ik vermoed dat hier een meesterniveau van zen zijn mee gepaard gaat, dat ik enkel kan omschrijven als ‘bijna Boeddha’.

En wil je me nu excuseren, zoonlief vraagt me voor een toertje huppelen (of 15) rond de tafel.

instasize_0304123740

Valentijntje

 

Hoe jij je in alles smijt
en smakelijk in het leven bijt
de framboosjes van je vingers hapt
en zo fier de trap op stapt
 .
.
Hoe vrolijk je van treinen wordt
en hoe je je in de dagen stort
Hoe een doekje je rustig maakt
als je dan toch op mijn schoot geraakt
.
.
Hoe jij de kat liefkozend mept
hoe jij het uitgiert van de pret
papa zachtjes wilt gaan kriebelen
en op liedjes staat te wiebelen
.
.
Hoe jij boos kan zijn, als een kleine vulkaan
als de zaken niet naar behoren gaan
Tja dat hoort er met zo’n ouders wel bij
wij spreken je taal nog niet zo goed als jij
.
.
Ooit toren je boven me uit,
ooit word ik de mini thuis
maar je blijft altijd mijn kleintje,
en niet alleen vandaag, mijn liefste Valentijntje.