Peuterpraat – bijna 3 jaar

Toddler-talking-back-to-mom

 

Er is geen ontkennen aan, binnen een kleine maand wordt onze kleine krullenbol drie. Hoewel het even duurde voor hij écht is beginnen praten – zou dat jaar Amerika er voor iets tussen zitten? – heeft hij die kleine achterstand ruimschoots ingehaald.

 

Ik vind het dan ook geweldig dat hij op sommige momenten echt een spraakwaterval is. Op andere is hij dan weer net een juke box die de hele tijd speelt. ‘Voeder Japop, Voeder Japop, slaap jij nog?’. Ook passeren hier vaak twee beren of komt er een haasje aangelopen.

 

Een greep uit de uitspraken van de voorbije maanden.

Peuterlogica

Zoonlief: Ik ben bang.
Ik: waar ben je bang van?
ZL: van de vliegtuigen.
Ik: maar die doen toch niets?
ZL: jawel, die vliegen.
Geen speld tussen te krijgen he!

Hij kan goed tellen, maar soms loopt er toch iets mis: ‘mama ik geef je ‘ten en tien’ kusjes!’ Geeft me twee kusjes en zegt bij het eerste ‘ten’ en bij het tweede ‘tien’.

Hij zit ‘verstopt’ onder de dekens.
Papa: Waaaaaaaar ben je? Ben je in de badkamer?
ZL: Nee!
Papa: Waar ben je dan? Ben je verstopt?
ZL: Ja, onder de dekens.
Het concept van verstoppertje is nog niet helemaal doorgedrongen OF hij is net iets te behulpzaam natuurlijk.

Al ‘best volwassen’…

Zl ziet een filmpje op Youtube over iemand die een hindernissenparcours overwint: ‘wow, da’s keicool!’

Iets te vroeg wakker en mama draagt hem na vele pogingen om wat verder te slapen, dan maar naar beneden: ‘Het is nog best donker!’
Noooooo kidding!

Twee autootjes belanden onder de zetel. ‘Oh nee, vréselijk!’

Ik drink altijd eerst een kop thee voor ik aan de koffie begin. Zoonlief vraagt of ik kop thee in mijn hand heb. Ik zeg dus: ‘nee mijn thee is al op, dit is de koffie’.
Waarop hij: ‘Goed, ik snap je.’

 

…of net niet!

Ik: Kom, we gaan naar boven.
ZL: Nonni, nonni, nonni.
(Bumba, I blame YOU!)

 

Ik: Schatje, de poetsvrouw is er,  maar wij gaan boodschappen doen.
ZL: Ja. Straks Madam Poets niet meer hier.

 

Ik: Schatje, je broekje is nat, je mag wel in je slipje lopen als je wilt.
ZL: Nee mama. Ik proper broekje aandoen. Ik niet in mijn beentjes lopen.

 

Gewoon zo schattig

Ik: Schatje, de diertjes uit het boek gaan nu allemaal slapen. Zeg maar ‘slaapwel’ aan de diertjes!
ZL: Slaapwel, toekan!

De kat knort in zijn slaap.
ZL: Scotty nurkt. Is éél grappig!

En mijn favorietje momenteel –
‘Mooie haartjes mamaatje!’ – Ook al heb ik dat nooit gevraagd ❤

 

carousel_package_1024x768_toekan_blij

Advertenties

Mooie dag

Over moe zijn door chemo zou ik een heel hoofdstuk kunnen schrijven. Tenminste, als ik op dat moment niet aan het slapen ben, haha.

Nee, niet gezeverd, ik ben natuurlijk wel eerder in mijn leven moe geweest. Heel moe, zelfs. Ik heb op een bepaald moment drie jobs gecombineerd, ik heb ook een jonge baby gehad en we hebben ons huis driekwart ingepakt en zijn intercontinentaal verhuisd toen die baby vier maanden was. Mijn wallen hadden ei zo na een eigen postcode.

Maar nee, ik wist niet hoe moe je wordt van chemo. Al kan ik ook alleen maar schrijven vanuit mijn eigen ervaring. Er waren verschillende soorten vermoeidheid maar wat er vooral vaak aan te pas kwam, was een soort onverzettelijkheid. Ik kon echt niet denken: ‘effe doorbijten – om bv het einde van de serie nog te zien over 10 minuten/toch even zoonlief eten te geven/mij aan te kleden/…’ het was vat af, batterij leeg, en slapen of enigszins wezenloos voor je uit staren.

Ook deze week was dat met momenten nog zo. En bovendien was ik behoorlijk duizelig op de raarste ogenblikken. Had ik die bloedtransfusie die ze me maandag aanboden, toch niet moeten weigeren? (Ik kon het écht niet meer opbrengen daar nog uren te blijven zitten). Tja, het is niet omdat het de laatste zak gif is, dat die geen bijwerkingen meer heeft natuurlijk.

Het was dus behoorlijk spannend om vandaag een hele dag alleen thuis te zijn met zoonlief, omdat de crèche gesloten was.

Maar de zon scheen. En ik had goed geslapen. En we gingen ervoor.

We hebben ons aangekleed (nog niet zo lang geleden vaak het enige wat ik presteerde op een dag) en we zijn boodschappen gaan doen in de Colruyt. Ik herhaal: ik ben met zoonlief boodschappen gaan doen in de Colruyt!

Het heeft meer dan een uur geduurd – en het was ontzettend leutig. Ik had de hulp van een kleine koning die absoluut zijn verjaardagkroon wilde opzetten, grappig omdat we binnen een paar weken al een nieuwe gaan moeten maken. Bovendien heeft hij sinds kort een eigen ‘stijl’ ontwikkeld waarbij hij erop staat twee verschillende kleuren schoenen aan te doen, want de linker bruine schoen (en enkel de linker)  – and I quote – isj een betje lelijk, mama!

Ik denk ‘choose your battles moeder’ en wandel dus met een zogezegd jarig kind met twee verschillende schoenen door de Colruyt. We babbelen zo goed als non-stop en hij helpt met zoeken of met dingen in de kar leggen/keihard smijten of met mij commanderen hoe ik met de kar moet rijden terwijl hij erin zit (achterstevoren zodat hij ziet waar we naar toe gaan, aaaah jaaaaa).

We zingen van de eendjes in het water en handjes op je boze bolletje. Of hij zingt iets dat ik niet kan thuisbrengen, ik neurie maar mee. Hij heeft ook een kwartier liefkozend rondgelopen met een mango en die 17 keer een meloen genoemd, waarbij ik hem de helft van de tijd verbeterde tot ik doorkreeg dat het een mopje van hem was. Kleuterhumor, you gotta love it.

Daarna hees ik alles, boodschappen, zoon en mezelf, in de wagen, reed naar huis, maakte couscous, worstjes en courgette voor hem en een gigantische salade ‘luie versie’ voor mij (zijnde koop wat zakjes gemengde rauwkost, snij een avocado, bak twee geitenkaasjes in spek en wees kwistig met de vinaigrette).

Na nog een keer of vijf op het potje (nummerke twee komt nog niet altijd even vlot) wilde mijnheertje een dutje gaan doen, en mama had daar niks op tegen, en legde zich er figuurlijk en graag ook letterlijk, bij neer.

Misschien heb ik zonet de saaiste voormiddag sinds uw lagere school beschreven.

Maar voor mij, lieve mensen, was het de schoonste dag in heel, heel lang.

Een dag met mijn zoon, en ik was er bij. Echt BIJ.

Had ik al gezegd dat de zon scheen?

nl freepik

Zondag zoondag #10: fier op jou

Lieve schat,

 

Ik moet je wat vertellen.

 

Misschien klinkt het wel heel logisch.

 

Misschien weet je het al lang.

 

Misschien is het niet cool dat ik het zeg.

 

Maar ik ben fier op jou.

 

Ik was al fier op jou van voor je werd geboren. Je denkt misschien: ‘toen had ik nog helemaal niets gedaan!’. Het tegendeel is waar. Elke dag dat je bij mij groeide, deed je oneindig veel dingen, dingen die wij ons niet meer kunnen voorstellen, zoals vingers maken en oren krijgen. En dus was ik zo fier op jou. Want oren maken, dat doe je niet elke week.

 

En sindsdien heb je zo ongelooflijk veel bijgeleerd. En al zo ongelooflijk veel gedaan op iets meer dan 2 jaar. Al volgen de mijlpalen elkaar iets minder snel op, vorige week kwam ik aan bij de crèche en zat je op een driewielertje. Ik had je nog nooit pedalen zien gebruiken. Maar daar ging je dan. Meer achteruit dan vooruit, maar wat was ik fier op jou.

 

En als je mij verrast, door plots de flamingo aan te duiden, of een ‘toala’ te benoemen, man wat ben ik dan fier op jou.

 

Soms zijn er dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn voor jou. Zoals binnenkomen in een kamer vol mensen, ook al zijn dat je liefste familieleden. Dan ben je wat verlegen, en duik je onder in mijn armen. Maar als je dan na een half uurtje toch enkele stapjes waagt, of een high five geeft aan je opa, dan ben ik zo fier op jou.

 

En als je dan bij het afscheid kiest om tóch geen kus te geven, maar enkel wilt wuiven, dan ben ik ook fier op jou. Want jij mag kiezen wie jouw liefkozingen krijgt, en zéker wie niet. Ook al vind ik dat op dat moment misschien wat jammer, dat doet er helemaal niet toe.

 

Je zoekt je grenzen op, en dat betekent dat je test wat mag en wat niet. En nog eens test, en nog eens. Heel hard huilt als blijkt dat wij vinden dat eten op de grond gooien aan de andere kant van die grens ligt. Dat kan een tikje vermoeiend zijn, maar lieve schat, jij moet je wereld uittekenen op basis van behoorlijk weinig gegevens, en daar bewonder ik je voor.

Nu klinkt het misschien alsof ik applaudisseer voor elke boer, sta te springen bij iedere lach.

 

Laat ons zeggen dat ik een behoorlijk hoge basisdosis fierheid heb, die er altijd is – gewoon omdat ik je mama mag zijn, jij jij bent, met je ontwikkelende karakter, je flinke krullenbos en je liefde voor treinen.

 

Daarnaast piekt die fierheid geregeld, zoals vorige week met die driewieler, of dit weekend toen je een voorzichtig balspelletje begon met een neef die je eigenlijk helemaal niet kende.

 

Dus vergeef het je oude mama als ze in herhaling valt, elke avond als ze je in je bedje legt.

Ze meent het, wat ze zegt.

 

Vitamine K

Moeilijke gesprekken mails checken koffie tappen in de meeting stappen bijdrage bedenken water schenken nog mails antwoorden korte briefing verwoorden schetsen maken lunch laten smaken honderd lijsten nakijken verkoopscijfers vergelijken vergadering afwerken mentale schade beperken me door de file wringen een hoofdpijn bedwingen

 

 

De peutertjes hadden net een paar koekjes gekregen. Ventje zag me en lachte zijn mooiste lachje. ‘Mammmaaaa’! Ik zette me erbij en kreeg zelfs een lettertje. Toen ze allemaal op waren, kreeg ik mijn knuffel, nam hij me bij de hand en toonde de papieren bloemen die ze gemaakt hadden.  Ik droeg hem naar de auto, hij legde zijn hoofd op mijn schouder en kwebbelde vrolijk in mijn oor.

 

Mijn vitamine K.

 

quotes_vaderdag_10x15cm3

Waarom Boston, baby! Boston, baby! heet

02-40dagenbloggen

Waarom heb jij jouw blognaam gekozen? Ben je er nog altijd tevreden over of zou je het graag willen veranderen?

Die blog beginnen, ik heb daar lang moeten over nadenken. Het leek me de makkelijkste manier om foto’s en korte verhalen te delen over ons dagelijks leven in Boston. We konden uiteraard avonturen op Facebook zetten, maar een deel van de familie heeft geen ‘wall’ en zou dus uit de boot vallen.

Ik wist natuurlijk wel dat ik graag schrijf, maar het was alweer een aantal jaar geleden dat ik nog effectief tekstjes aan papier toevertrouwde. Ik schreef voor het studentenblad, ik schreef onder andere namen, er was altijd wel wat. Maar toen viel het wat stil, op gelegenheidsteksten zoals voor een/mijn huwelijk na.

Maar nu zou ik vertellen over Boston, en dat op een blog. Die blog moest een naam hebben. Iets met Boston, waar we een jaar gingen wonen. We verhuisden met ons vier-maandertje en mijn voornaamste bezigheid zou dat mannetje worden. Dus ja, iets met Boston, iets met baby…

Het werd Boston, baby! Te lezen als ‘Bostonbaby’, wat de perfecte bijnaam voor ons ventje zou worden, maar ook als Bóston, BABY! – op z’n Austin Powers.  Een woordgrapje én een verwijzing naar een onnozele film, dat kon ik toch niet laten liggen. Ik was héél tevreden met die naam.

Toen begon ik te schrijven, en het werd toch niet helemaal dat ‘liefste dagboek’ verhaal dat ik eerst voor ogen had. Soms wel, natuurlijk, er was genoeg te vertellen. Maar soms werden het andere verhalen, rond wat ik kookte, wat me opviel. Vaak waren het mijn zo geliefde lijstjes.

Maar ook een jaar gaat voorbij, en we keerden terug naar België.

Ik was heel tevreden met mijn Boston, baby! Maar wat moest ik nu? De Bostoniaanse avonturen waren voorbij. We begonnen weer aan ons ‘gewone’ leven. Heb ik nog iets te vertellen?

En niet alleen waren we niet meer in Boston…naar alle maatstaven is mijn baby ook geen baby meer.

Dus nu zit ik een beetje vast. Veertig dagen bloggen is me heel goed meegevallen, ik zou wel graag blijven schrijven. Maar die tweede vraag – moet ik op zoek naar een andere naam voor mijn blog, nu die totaal niet meer past bij mijn huidige wereld?

Ik heb er geen idee van, eerlijk gezegd….

 

sha

Zoondag #4: peuterpraat

Je hoort het zo vaak over jonge kinderen: dat ze ofwel eerder motorisch sterk zijn, of eerst taalvaardig worden. Ons mannetje is er eentje van de motorische ontwikkeling. Op 12 maanden zette hij zijn eerste stapjes en het leek een seconde later dat hij sprintte, bochtjes nam, dingen van de grond oppikte, achteruit stapte, hurkte, en sprong. Toen hij de trap begon op te lopen, was dat meteen met één been op elke trede (en dus niet door de tweede voet ‘bij te zetten’). Als hij een bal gooit, is dat gerichter dan zijn mama dat kan (die werpt dan ook écht als een meisje, tssss, niks mee aan te vangen).

 

Zijn beste vriendje in de crèche, een goeie maand ouder dan hij, verbaasde me dan weer keer op keer met zijn uitgebreide woordenschat. Onze man begon net iets verder te raken dan ‘papa’ en deze jongen wees aan in een boekje met dieren: ik was al helemaal onder de indruk na koe, hond, kat, en paard, maar viel bijna achterover door ‘panda, koala, flamingo, olifat en neushoon’.

 

Zo zie je maar, elk kind is anders. Ik maakte me geen zorgen, maar begon wel uit nieuwsgierigheid een lijstje met de woordjes die zoonlief gebruikte. Het bleek een veelvoud te zijn dan de tien die ik spontaan zou schatten.

 

En dan opeens: de klik. Onder de douche vroeg hij ‘noh wate’ om over zijn hoofdje te gieten. Twee of drie woordjes komen plots bij elkaar te staan. Elke dag komen er nieuwe boven, het is niet meer bij te houden. Hij verrast ons keer op keer.

 

Nu kan ik de nieuwe rubriek starten waar ik al even naar uit keek: een greep uit wat ons peutertje zegt. Toddler talk, of te wel: peuterpraat.

 

  • Nog-isch, mama: dat graag opnieuw doen, mama
  • Boemetjeu pukken: met een madeliefje in elke hand, kom je door het hele land!
  • Noh pietse: het tiende toertje rond het plein op de loopfiets
  • Boempataat: ik ben gevallen maar het is niet erg
  • Tein me otto! Een t(r)ein is altijd reden tot vreugde, maar als die trein dan ook nog eens auto’s vervoert… tja, je begrijpt dat dat feest is.
  • (armen in de lucht) JEEEEEEE pasjtaa: hij is fan van spaghetti, zoveel is duidelijk
  • (half zingend) Hi hi hi , ha ha ha: mijn zoon zit af en toe duidelijk te denken aan beren die broodjes smeren.
  • (met zijn handen aan zijn voeten) Tee! Noh e tee! Nog e tee! E noh e tee!: een mens heeft nogal wat tenen.
  • (wijst op zichzelf) ‘Ti’: antwoord op ‘wie is mama’s beste vriend?’. Aangezien het deel van zijn naam is, denken we dat het eerder een afkorting is, dan een andere vorm van ‘ik’.
  • (tegen papa) Mama pipi edaan: blijkbaar belangrijke info die gedeeld moest worden. Geen mysterie meer in je relatie eens je een peuter hebt rondlopen.

 

Unknown

Boston bucket list- revisited

5381867-tumblr-bucket-list-quotes

Vanmiddag had ik afgesproken om te gaan lunchen. Als je in centrum Leuven werkt, is dat één van de voordelen: stap je kantoor uit en er ligt meteen een wereld aan keuzes van gezonde, lekkere lunches aan je voeten.

Het werd soep vandaag.

Met iemand die we het laatst gezien hebben toen we op een zonnige vrijdagavond pizza aten in een park in Boston, en dit een picknick noemden (Wat zeg ik? Dit was een picknick. Een perfecte picknick). Die picknick buddies waren na twee jaar Oostkust naar het Belgenlandje teruggekeerd, en hadden ook al gemerkt dat er zoiets bestaat als de omgekeerde cultuurshock.

 

En terwijl wij deze zomer braafjes een weekje naar de kust trekken, gaan zij een maand terug naar Boston en omstreken, om daar verder te verkennen waar ze nog niet de kans toe hadden. Wat een heerlijk idee!

 

Het deed me denken aan alles wat we in ons jaar Boston gedaan hebben, maar ook aan wat we (nog) niet gedaan hebben.

In augustus 2015 schreef ik een blogje over alles wat we graag wilden doen en zien: onze Boston bucket list. Nieuwsgierig ben ik dit gaan opduikelen om na te gaan wat we kunnen afstrepen, en wat we bij een volgend bezoek (want ja, dat komt er, ooit) op de planning moeten zetten.

 

Is gelukt:

  • Ongegeneerd de toerist uithangen in Boston hebben we op meer dan één gelegenheid gedaan. Van de lijst ’50 best things to do in Boston’ hebben we er geen 30 gehaald – ook al omdat een deel mij niet aansprak – maar de lentebloesems in de parken, de Freedom Trail en de Harvard Tour kan ik ondertussen dromen. We brachten ook een bezoekje aan de Museum of Science (en keken op een avond door een telescoop naar sterren en planeten), de Franklin Zoo en de schildpadden van de New England Aquarium. We wandelden over Castle Island, bezochten de Boston Public Library, en gingen schaatsen op Frog Pond (of liever; zagen mensen schaatsen).
    .
  • Hoewel we niet van alle typische Amerikaanse sporten een match of game hebben bijgewoond, was het heerlijk spannend om de Boston Celtics een basketbalmatch te zien winnen, en heerlijk on(t)-spannend om naar een Red Sox-game te gaan. Of zoals onze babysitter het zei: naar baseball gaan kijken is zo interessant als ‘watching paint dry’.
    .
  • Een jaar meer tijd hebben om te koken heeft zeker zijn vruchten afgeworpen. Ik heb meer dan 20 nieuwe ingrediënten leren kennen en werd verliefd op de handigheid van een slowcooker (over beiden later meer). De pizza’s met butternut squash, ricotta en cranberry én die met geroosterde kip, gekarameliseerde peer en fontina kaas, werden getest en goedgekeurd.
    .
  • We hebben Halloween en Thanksgiving gevierd zoals het hoort, en hebben daar enorm van genoten! Ons ventje was zonder twijfel het schattigste draakje in de wijde omtrek.

Zoals we ons hadden voorgenomen, hebben we in november 2016 ‘Friendsgiving’ naar België gehaald: we nodigden vrienden uit voor een lekker etentje en even stilstaan bij de lange lijst van dingen waar we dankbaar voor mogen zijn.

  • Ik heb me wel degelijk verdiept in het extreme couponing verhaal, en heb daar enkele kleine succesjes mee gehaald. Uiteindelijk was onze conclusie dat dit wel enorm veel tijd kost, en met onze ontdekking van de Aldi-winkel en de markt met betaalbare groenten en fruit, werden de bonnetjes enkel geknipt wanneer ik ze toevallig tegenkwam.

 

Er is zeker nog veel meer te beleven in Boston, maar vooral ook in de omstreken, waar we eigenlijk (bijna) niet geweest zijn. Maine, Vermont, Cape Cod, dat zijn zeker ook bestemmingen die ik nog niet meteen van ons lijstje wil schrappen.

 

Maar ook hier in België kan een bucket list de moeite zijn. Het kan aan mijn gekende verslaving aan lijstjes liggen, maar als je eens verder nadenkt over wat je graag wilt doen/halen/beleven, dan is de kans groter dan dat ook gebeurt. Noemen ze dat geen visualisatie of zoiets?

boston tekening

Zoondag #4: 2 jaar

Liefste schat,

 

Vandaag werd je twee jaar.

Je ontbeet met een pannenkoekje.

Je droeg je kroon de hele dag.

Je deed een heerlijk dutje, en toen je wakker werd waren je meter en peter, en grootouders er, om met ons te vieren.

Papa en ik hadden een biscuit gebakken, en met chocomousse versierd. En ik had er ook eentje gemaakt die helemaal uit fruit bestond.

Je kreeg veel pakjes en vond ze allemaal om ter leukst.

Je speelde buiten met je peter, van de glijbaan, in, achter, naast en zelfs op het speelhuisje.

Je blies een kaarsje uit en mocht in de taart graaien.

 

Liefste schat,

Vandaag werd je twee jaar.

Het was een heerlijke, warme dag.

 

Je danste lachend tussen zeepbellen met chocolade op je snoet.

 

Je blijft het mooiste dat ik ooit zag.

 

Drie op een rij

Weet je wat je exact een jaar geleden aan het doen was? Of twee jaar geleden?

 

Ik wel.

 

Dit voorjaar is ‘exact een jaar geleden’ al zo vaak door mijn hoofd geschoten. Toen woonden we een goed half jaar in Boston, de winter was voorbij, we kregen weer bezoek en we voelden ons daar thuis.

 

Begin april kwamen de schoonouders op bezoek, en er stond een feestweekend voor de deur.

 

En vandaag twee jaar geleden zat ik met een héle dikke buik op de zetel, dekentje over me heen, met twee katjes aan mijn voeten. Zou vandaag de dag zijn? Morgen mijn uitgerekende datum, overmorgen de verjaardag van manlief.

 

Die laatste kwam thuis en nodigde me uit voor een wandelingetje. ‘Ik heb genoeg van het wachten, helpt wandelen niet op zo’n moment?’ En dus wandelden we een toertje van 2km. Of liever: hij wandelde, ik …waggelde.

 

Dus is het over een paar uur exact twee jaar geleden dat ik manlief wakker maakte en fluisterde: ‘ik denk dat het begonnen is…’

 

 

Vandaag had dat mooie begin niet zo’n goed dutje gedaan – te vroeg wakker geworden door krampjes, denken we. Dan wordt alles wat moeilijker, en mogelijk een aanleiding tot een huilbui. Zoals een papa die niet alles meteen begrijpt. Een mama die soms naar het toilet moet. En een druif die niet meer aan zijn steeltje wilt gaan hangen nadat je hem ervan afgetrokken hebt.

 

En dus lag ik weer op de zetel, met een ventje op mijn buik, een dekentje over ons heen, naar Paw Patrol te kijken. Er werd me af en toe een doekje aangeboden om aan te sabbelen. Ik aaide door die blonde krulletjes.

 

Toen dacht ik: kijk eens aan. 1 april vandaag. Drie jaar op rij gelukkig.

 

images

Over curves

Naar Kind en Gezin gisteren. Ergens jammer om een uur binnen te zitten, met dit heerlijke lenteweertje. Ik plukte ventje weg van de zandbak in de crèche – hallo, korrelig kusje – en we wandelden het lokaal binnen. De dames die de kindjes opmeten en wegen zaten liefelijk te glimlachen, maar het mocht niet baten: ons ventje had er al genoeg van voor het begon, en zette zijn keel open.

 

Ik had eigenlijk veel zin de boel de boel te laten. Hij eet goed, hij drinkt goed, hij speelt de hele dag en hij slaapt behoorlijk dus who cares waar hij op die curves zit, toch? Zijn pyjama is trouwens voor een gemiddelde 3-jarige gemaakt, dus ik maak me niet bepaald zorgen over ons ventje dat volgende week twee kaarsjes uitblaast.

 

Het compromis was dat ik mee met hem op de weegschaal ben gaan staan, en daarna ook nog even zonder hem. Dat we samen tegen de muur gingen leunen om hem even op te meten (die houten bak die hij al haat sinds hij 4 weken is, was echt geen optie, ook niet voor mij trouwens–  kan dat nu echt niet praktischer?).

 

Toen de dokter zes blokjes tevoorschijn toverde, was het ergste leed geleden. Met zijn vlugge vingertjes had hij, nadat hij eerst een perfect rijtje had gelegd, al snel een torentje gemaakt. En nog eens. En nog eens. En dan door mijn hand te bewegen als een klein marionetje dat stapelt, nog eens.

 

De dokter haalde een popje tevoorschijn. Hij vond het maar niks, duwde het weg. Ik besefte opeens dat wij geen enkele echte pop in huis hebben. Knuffelbeesten genoeg, maar niets dat op een pop lijkt. Is gewoon nooit in me opgekomen! Nu ja, hij heeft eigenlijk ook niet echt interesse in die knuffelbeesten, dus overschakelen op iets menselijker dan een blauwe dino in pluche, was geen logische stap voor mij.

 

Maar dus, die pop. Om lichaamsdelen op aan te duiden. Oh! Maar had dat dan gezegd! Dat is ons dagelijks spelletje voor het slapengaan! Waar is jouw neus? Waar is mama’s oor? En om de paar dagen komt er iets nieuws bij: kin, nek, arm, …

Nu is het zo dat als ons ventje geen zin heeft om mee te doen met dit lijstje, het het heel eenvoudig ‘nee’ klinkt. Wat doet de tijger? Nee. Wie is mijn beste vriend? Nee. Waar is je haar? Nee.

 

Stiekem vind ik dit geweldig. Hij zal wel meedoen als hij er zin in heeft. Als dat niet het geval is: ‘Brul jij maar lekker zelf, moeder, of zoek maar naar je eigen neus! I am not your trick pony!’.

 

Al was ik vandaag wel een tikje opgelucht dat hij uiteindelijk wel het spelletje begon mee te spelen.

Dat hij twee-woord-zinnetjes maakt, dat hij al maanden achteruit loopt, springt, hurkt, en danst, tja, dat moet mijnheer dokteur maar op mijn woord geloven.

 

Alles helemaal in orde met ons mannetje, zo blijkt. Hij ‘volgt zijn curve’.

 

Deze avond wiegde ik hem zachtjes, voor ik hem in bed legde. In plaats van zijn hoofd op mijn schouder te leggen, zoals gewoonlijk, zocht hij in het donker mijn neus en wreef er zijn neusje tegen. ‘Neuz neuz mama’ hoorde ik hem giechelen. Ik giechelde mee.

 

Schattig zijn volgt geen curve. Dat piekt, hors categorie.

Apen-Groeimeter-muursticker1

 

Zondag Zoondag #3

Peuterlog dd 26032017

  • Vandaag kwamen de nichtjes en de neefjes op bezoek. Ik heb hen duidelijk gemaakt dat mijn speelgoed alleen tijdelijk te leen was.
    .
  • Ik ben goed op dreef met mijn loopfietsje. Ik snap niet dat mama daarom zegt dat ik binnenkort het fietsje met twee wielen kan proberen. Waarom verlies ik er twee als het zo goed gaat?
    .
  • Mama wordt helemaal blij als ik haar een bloemetje geef. Nochtans groeien die gewoon in de tuin.
    .
  • Papa zei dat dat zonnehoedje cool is, maar ik twijfel nog.
    .
  • Als de zon schijnt, moet je wit spul op je gezicht smeren. Maar mama noemt mij ook een wittekop zonder! Moet verder onderzocht worden.
    .
  • Mama zei dat katjes niet op de fiets willen. Ik heb het voor de zekerheid toch geprobeerd met Scotty. Vandaag was-ie niet te overtuigen, maar misschien morgen? De aanhouder wint, toch?

 

DSC_2434

 

Zaterdag Plog

Ik heb een nieuw woord geleerd. Niet als ons ventje, die de vondsten tegenwoordig aan elkaar rijgt in een snel tempo. Maar het woord PLOG behoorde tot voor kort niet tot mijn vocabulaire.

Plog (photo-log) is een weblog die bestaat uit een fotoverzameling. Bloggers posten (ploggen) een blogpost met een verzameling foto’s van die dag, als een fotoverslag van wat ze hebben meegemaakt. Foto’s worden zo veel mogelijk ruw (dus niet bewerkt) geplaatst, zodat een plog een zo realistisch mogelijke weergave oplevert.

Zaterdag 18 maart in foto’s.

8u45. Ik gaf het flesje om zes uur vanmorgen (geen foto, nee), daarom mocht ik van manlief wat langer blijven liggen deze morgen. Die eerste blik naar buiten zorgt niet voor een zonnig gevoel, een lekker ontbijtje des te meer.

 

 

8u47. Ik ging even koffie halen. Opgestaan is plaats vergaan.

DSC_2432

9u30. Deze week was behoorlijk druk, het is bijgevolg niet gelukt om al een weekmenu op te stellen, met bijhorend boodschappenlijstje. Dat moet nu dus nog gebeuren, en voor Collect & Go is het natuurlijk te laat. Inspiratie voor originele, vegetarische recepten (derde week Dagen zonder Vlees) zoek ik online of in kookboekjes. (En ja, iemand had mijn notaboekje al wat opgevrolijkt met kleurtjes).

DSC_2433

11u. Fris gewassen. We besluiten dat manlief thuis blijft met ons ventje, die op tijd zijn bed in moet voor het middagdutje. Ik ga boodschappen doen, en krijg al gauw een smsje dat peutermans drie bordjes pasta op heeft, en al ligt te knorren.

colruyt

13u. We eten de restjes van de ossobuco met pasta van gisteren op. Het is heerlijk. Mijn schoonzusje komt langs, ze wilde graag wat brainstormen over het scenario van haar schooltoneelstuk. Hopelijk hebben mijn wilde ideeën haar wat vooruit geholpen.

15u. Iedereen wakker en fris. We rijden naar familie in Limburg, en niet in het beste weertje. Manlief valt na vijf minuten in slaap.

DSC_2435

16u30. Taart (of is dat vlaai in Limburg?)! En koffie! En goed gezelschap!

IMG_20170318_165938_240

19u30. Na een gezellige middag zijn we weer thuis. Ventje viel in slaap in de wagen, en was niet zo blij toen we hem wakker maakten (heel begrijpelijk, dat is toch het meest brakke gevoel ever). Nog even rustig worden met Dora.

DSC_2429

20u. Met hernieuwde energy wordt Scotty achtervolgd door ons ventje. Actiefoto in het speelhuisje. ‘This speelhuisje is not big enough for the both of us, Scotty’.

20u30. Een uurtje later dan gewoonlijk ligt de schoonste in huis alweer onder de wol. Ik ga dat snel ook doen, denk ik. Slaapwel!

 

Cocoon

Niet storen aub’.

In de dagen en weken nadat ons ventje geboren was, voelde het alsof ik een groot bord aan de deur wilde hangen. Of rond ons huis. Of aan mijn nek. Met ‘niet storen aub’. Ik weet wel dat dit niet ongewoon is, zelfs niet meer dan normaal, dat je tijd nodig hebt, met je vers uitgebreide gezin. Om een nieuwe evenwicht te vinden, om elkaar te leren kennen. Om eenvoudigweg een paar uur vol ongeloof naar die kleine wereldburger te staren. Om te wennen. Maar voor mij, extraveel extravert, was het een ongekend gevoel.

 

Natuurlijk wilde ik wel wat bezoek. Het was zo fijn te zien hoe mensen instant verliefd werden op wat uiteraard de mooiste baby van de wereld was. Maar daarna mocht er weer tijd zijn voor ons drie, met twee pluizige viervoeters die het af en toe aandurfden zich naast ons in de zetel neer te vleien. De definitie van gezellig.

 

Ik had het al zo vaak gezien bij vrienden en vriendinnen, dat ze post baby een paar maanden van de radar verdwenen, voor ze weer actief contact zochten. Maar het was weer zo één van die typische dingen, die je nooit helemaal begrijpt voor je ze zelf mee maakt.

 

En toen, toen we bijna klaar waren om uit ons coconnetje te komen, toen verhuisden we, naar de andere kant van de oceaan. En onze agenda, die wist niet wat hem overkwam. Die eerste maanden van 2015 was het gewicht van de afspraken amper te dragen: doktersbezoeken, zaken regelen rond de zwangerschap, de baby, de babyborrel en doop, de verhuis, informatie krijgen over tijdskrediet, bevallen, het ziekenhuis, de beurs van manlief, het zoeken van een housesitter, alles rond het appartement dat we tegelijk nog aan het bouwen waren, afronden van projecten op mijn werk, afscheid nemen,… (er zitten nog 104 andere dingen achter deze drie puntjes verborgen). Regelen. Lijstjes. Alles goed, maar druk druk druk (zo hoort het toch?). Ik vond dat allemaal wel OK. En dan: de verhuis.

Alles.viel.weg.

 

Hobbies vielen weg. Sport viel weg. Vaste familiebezoekjes vielen weg. Koffie met de buurvrouwen viel weg. Afspreken met vrienden viel weg. Iets gaan drinken met de collega’s viel weg.

 

Wat bleef, waren wij drietjes. Tijd voor ons. Zo werd het appartement in Brookline ons nieuwe coconnetje.

 

Ken je dat gevoel dat je een liedje hoort en denkt: hoe kan dat nu, dat gaat over mij. Zo gek.

 

Dat is ‘Quiet little place’ van K’s Choice.

Zo gaat dat:

 

“Quiet Little Place”

In this quiet little place

I can’t remember having known a different pace

In this quiet little place

I can surrender to the beauty of its face

And now everything I see

Whether it’s an airplane or a tree

It makes me wonder

About the things I must have missed

And the chains around my wrists

They are no longer

In this quiet little place

I can’t imagine what it’s like to be back home

Where they care about what time it is

And spend their days answering the phone

And now everything I feel

Whether it’s fiction or it’s real

It’s so much clearer

Like the color of this light

It seems more dangerous and bright

But I don’t fear her

And slowly it fades, I’m back in the race

I have to fight it, I know

I don’t want to go away

In this quiet little place

You run your fingers through my hair and whisper “Hey”

And no matter how I try

I can’t seem to think of anything better to say

 

 

Tijd om uit ons coconnetje te komen, en naar huis te vliegen. Ik denk dat ik niet langer Rupsje Nooitgenoeg ben. Dus ja…Wie weet…  zijn we misschien een vlinder?

rupsje_20nooitgenoeg_20groot

Raadseltje

 

– “Weet je wat mijn favoriete moment van de dag is?”

– ” Wanneer je thuis komt en ventje het letterlijk uitgiert van de pret en met een gezichtje dat één en al lach is, naar je toe komt lopen, zijn armpjes al klaar voor een knuffel?”

 

Dat was een makkie hoor 🙂

Ik zie ik zie

Ik zie ik zie wat jij niet ziet

Terwijl jij buiten van de speeltuin geniet

 

Scherpe randjes

Gevaarlijke kantjes

Struikelblokken

Puntige stokken

Strep- en andere kokken

 

Bacillen, virussen, vuil

Een hobbel, een knobbel, een buil

 

De horrorfilm van wat kan zijn

Een dagelijks deel van het mamabrein?

Schilderijtje

Iets vroeger dan ideaal zou zijn, hoor ik een verwarde schreeuw. Buiten waait het warm, in de slaapkamer is het donker en koel. Ik hef hem uit zijn bedje, sussend. Ik neem niet eens de tijd binnensmonds te vloeken dat ik dat niet rugsparend heb gedaan. Ik neurie het avondlied, wieg hem zachtjes heen en weer. Zijn hoofd zakt op mijn schouder. Het blijkt een schijnbeweging, als ik hem weer in zijn bed wil leggen. Met een snokje trekt hij zichzelf weer wakker.

Dan maar samen op het grote bed. Ik doe mijn ogen dicht, omdat ik weet dat hij me in de gaten zal houden, en hoop dat hij mijn voorbeeld volgt. Mama slaapt, nu jij nog. Hij rolt nog wat heen en weer, altijd tegen me aan, en dan zie ik door mijn wimpers dat zijn oogjes langzaam dichtvallen. Zijn hoofd ligt op mijn arm. Dat bemoeilijkt de aftocht zodadelijk aanzienlijk. Ik overweeg mijn opties. De airco zoemt.

 

Het is dinsdagmiddag, kwart over twee. In de oven staat het eten klaar voor vanavond. De namiddag zindert, er kan vanalles, maar niets moet. We kunnen naar de speeltuin. We kunnen naar de winkel. We kunnen samen een dutje doen.

 

Dit ga ik missen. Niet denken aan later, blijven bij nu. Schets het in je hoofd, voor alle zekerheid. De zinnen rijgen zich aan elkaar. Ik kijk naar mijn zoon, 14 maanden wonder. Hij ademt wat dieper, zijn arm zakt naar beneden. Hij maakt een smakkend geluidje. Het lijkt of hij lacht. Ik moet dit opschrijven. Nee. Niets moet. Ik kan dit opschrijven. Of niet. Dan hoop ik dat het toch blijft zitten, tussen de bladzijden van mijn geheugen. Als een postkaart met gekrulde randjes.

Baby log

B.log – star date 09062016

  • Vandaag alweer als een baas alle groene boompjes en aardappelstukjes naar binnen gespeeld. Aangedrongen op meer kip volgende keer. Dat blijft toch het lekkerste.
    two-heads-of-broccoli
  • Perziksap werkt goed als haargel. Pompoenpuree iets minder, blijkt uit eerste testen. Niet opgeven.
  • Preliminair onderzoek duidt erop dat de houtsnippers van de speeltuin, niet lekker zijn. Mama raadt verder experimenteren af. Ook toen ik aanbood dat zij het zou proeven.
  • Mama had vandaag een t-shirt aan waarvan de neklijn nog volledig op zijn plaats zat. Dat heb ik snel even opgelost.
  • Als je goed mikt, kan je de schort én de handdoek omzeilen en papa’s broek toch raken met die havermoutpap. Maar de beweging moet vanuit de pols komen.
  • Ik stuurde aan op een compromis, maar blijkbaar moeten beide schoenen aan voor we naar buiten gaan.
  • Mijn ouders maken sterke verbale vooruitgang. Elke keer ik ‘BE’ roep, zeggen zij al spontaan ‘BI’. We hebben daar niet eens lang voor moeten oefenen.
  • Mama zegt dat ze altijd kusjes over heeft voor mij. Tot nu toe blijkt dit te kloppen. Note to self: Blijven testen, kan geen kwaad.

Thuis

Met de eerste zomerprik (tja, op één dag van 18°C naar 35° met 100% vochtigheid, dat kan prikken), arriveerden ook de vriendjes voor een lang weekend. Ze brachten de zon mee in hun handbagage, want ze zijn net als wij sinds een aantal maanden kustbewoners van de VS. Alleen is het een andere kust.

 

Toen kwamen wij tot het besef elkaar vorig jaar in juli voor het laatst gezien te hebben. Ook al voelde dat niet zo, ook al was het moeilijk te geloven, het bewijs liep joelend rond de koffers. Toen we zoveel maanden geleden in onze tuin thuis zaten te brunchen, lag hij nog niet mobiel te wezen en belletjes te blazen in een wippertje.

 

Het gesprek landde op het onderwerp dat me al even bezighoudt. Een woord dat sinds enkele maanden in mijn hoofd woont als een onvoorspelbaar insect. Het duikt op en slaat haakjes in mijn gedachten, sinds het mailtje van manlief: datum en vliegtuigplaatsen voor terugkeer vastgelegd. Of, zoals hij het zelf schreef: tickets richting ‘thuis’. ‘Thuis’. Hoeveel subtekst er alweer in zo’n kleine zwevende komma’s kan verborgen zitten.

 

Dus nadat enkele verduidelijkingen nodig bleken in onze gesprekken – bedoel je ‘thuis’ of ‘thuis thuis’? Hier thuis? Daar thuis? Allez ja, niet hier maar …– vroeg ik me af wat thuis definieert.

 

Letterlijk in het woordenboek: Je woning, waar je je goed voelt. Ook: het middelpunt van een huishouden, dierbare relaties en interesses, samen met het comfortabele en tevreden gevoel dat dit opwekt.

 

In de boutade van elke Belg: waar mijn Stella staat. Maar ik drink geen bier.

 

Voor één van de vriendjes: waar mijn spullen staan. Dus thuis is met de container aangekomen, in noppenfolie gewikkeld? Nee, … die dierbare relaties blijken toch te spelen ook. Het wordt al snel duidelijk dat het niet zo makkelijk te vatten is, en bovendien voor iedereen anders.

 

Oost, West, thuis best. Enkel West getest, dat helpt ook al niet. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Onzin, het klokje is van Ikea dus het tikt ontelbaar vaak hetzelfde. In het Engels dan: home is where the heart is.

 

Aha.

 

Voilà.

 

Vanaf half augustus is mijn thuis tussen pakweg 9 en 6 een crèche die De Bijtjes heet.

Grote boodschap

Waarschuwing. Deze post gaat over een onsmakelijk onderwerp. Mogelijk is het iets waar je niet wilt over praten, of al helemaal niet over wilt lezen. Of misschien praat je er net dagelijks over, en dan heb je waarschijnlijk een baby/klein kindje.

 

Het gaat over ‘de grote boodschap’. Numero twee. De fax naar Darmstadt. Jawel.

 

Vóór de baby (je weet wel, BC) kwam dat onderwerp zelden of nooit op tafel ter sprake. Ik zou zeggen, gelukkig maar. Zolang alles OK was bij het regeren op de porseleinen troon, hoefden we het daar niet over te hebben. Maar opeens ben je verantwoordelijk voor het welzijn van een ander mensje, en is ‘bruintje uitlaten’ daar een cruciaal onderdeel van. Uiteraard niet zo gek, als je weet dat je gezondheid in grote mate afhangt van wat er in je darmen gebeurt.

Plots is hoe vaak ‘de rioolbelasting betaald wordt’, hoe veel en hoe het eruit ziet deel van de dagelijkse gesprekken. Of van de dagelijkse sms’jes, bijvoorbeeld naar manlief op het werk. Bepaalde emoticons, BC nooit eerder gebruikt, blijken nu onmisbaar!

 

Manlief: Hoe gaat het daar met ventje?

Ik: Goed! Flink gegeten en the 💩 has landed!

Manlief: Ah prima, want gisteren was 💩-loos he.

Ik: Nee klopt, maar nu was het 💩💩 💩!! Whoehoe!

 

Dus ja, het hoort erbij dat we de eerste weken wel eens opzij moesten duiken bij het vervangen van een luier (record gesteld op 1,5m ver, don’t ask). Dat je moet bijhouden hoe vaak er ‘gedownload’ wordt. Dat ik nu een uitgebreide kennis hebben van welke groenten en fruit naar de uitgang toe werken, of net niet. Dat ik het alleen als goed nieuws zie wanneer ventje opeens heel geconcentreerd in de verte staart, rimpeltjes trekt op zijn voorhoofd en knalrood wordt. Een goeie darmflora is veel waard en niet zomaar aan te schaffen met ecocheques. Poops, I did it again!

 

Maar echt, schatjelief… moet dat nu al-tijd tijdens het eten? Shit zeg.

Talent

Talenten. Als er iets is waar anders mee omgegaan wordt in Amerika dan in Vlaanderen, dan zou ik zeggen: talenten. In Vlaanderen is ergens goed in zijn, iets dat je vooral niet te hard mag roepen. Stel je voor dat je zegt extreem goed te kunnen… voetballen/organiseren/koken/noem-maar-op. Dat kan toch helemaal niet? Tssss…Kan het bovenste knopje van je hemd nog dicht?

Zelfs op mijn cv, die er toch op gesteld is talenten ietwat te etaleren, is het allemaal tussen de lijnen door te lezen. Ik heb dit en dat gestudeerd, en ik heb zus en zo gedaan – dus je begrijpt nu toch zeker zonder dat ik het moet zeggen dat ik daar geen totale mislukkeling in ben?

 

In Amerika pakken ze dat anders aan. Als je ergens ook maar een béétje goed in bent, dan mag dat geweten zijn. Sterker nog, dan worden de superlatieven al snel boven gehaald. Amazing, wonderful, incredible, en ja hoor, ik zeg het over mezelf. Laat er in Amerika geen twijfel over bestaan:  WE ROCK!

 

De Amerikaanse aanpak is misschien wel wat extreem, van mij hoeven we onze talenten nog niet op t-shirts te drukken, en op je arm te tatoeëren, maar eerlijk zeggen waar je goed in bent, dat vind ik wel helemaal OK. In tegenstelling tot wijsheid, die mij duidelijk aan het overslaan is, komt dat soort kennis wel met de jaren. Ik wéét dat er een aantal dingen zijn waar ik goed in ben. Zijn er mensen beter? Ongetwijfeld. Véél mensen. Maar kan ik een moeilijk onderwerp eenvoudig aanbrengen? Kan ik meerdere projecten tegelijk aan? Kan ik op een meeslepende manier voorlezen? Heb ik, ondanks mijn totale a-muzikaliteit, wat ik zou omschrijven als een absoluut gehoor voor taal? Yes. All of the above.

 

De keerzijde is natuurlijk dat je ook beseft waar je NIET goed in bent (en de lijst is laaaaaang). Een kleine greep uit het aanbod: Ik kan niet zingen. Ik kan niet ja-knikken als ik ‘neen’ denk. Ik kan geen grote verhalen schrijven. Ik kan niet schilderen.

 

…Hoewel… een klein tafereeltje schetsen, niet met de grote borstel, maar met een klein penseeltje van taal – dat kan ik ook. Maar als het over de big stuff gaat, dan lijkt het plots niet meer te lukken. Ik vind de woorden niet, of liever, de woorden vinden mij niet meer. Mijn letters lijken niet te vatten wat ik voel. Het blijven gewoon letters, letterlijk, ze ademen niet wat ik over wil brengen.

 

Zo zit ik al een maand te kauwen op wat me nu elke dag blijft verbazen. En het lukt me niet, niet zoals ik het wil. Ik draai de woorden om en om, ik probeer ze te kneden, ik krijg het niet geschreven. Hoe hij eerst zijn angst overwon die hem meteen deed bukken en naar ons deed kruipen als we op een afstandje stonden. Hoe hij één voetje zette, nog eentje en zich dan naar ons toe liet vallen – van ondereeeeeeen! En hoe hij toen opeens, plots, bijna uit het niets, maar ook weer uit het alles van daarvoor, vijf stapjes zette, zes, tien, de keuken door. Zijn gezichtje, hoe hij straalde, hij wist perfect wat een mijlpaal hij hier verplaatste. Hij stapt, hij stapt, hij loopt, binnen de week crosste hij het appartement door, bochtjes pakken, dingen van de grond oprapen, zelfs al eens tegen een balletje schoppen, opeens leek de dam opengebarsten en al die nieuwe skills kwamen in één keer met een rotvaart mee.

 

Als de woorden je tekort schieten, kan je er altijd gaan lenen, gelukkig.

 

One small step for mankind, one giant leap for our kind little man.

 

Proficiat schatje.