Vijf op vrijdag: wat ik wél kan

Het werd lente deze week. Officieel, meteorologisch, maar ook in het grasveld en de bermen. Ons kleine berkje in de voortuin heeft geïnvesteerd in nieuwe blaadjes. Het zonnetje liet zich al eens wat meer zien. ‘s Avonds gaan joggen lukt soms zonder extra lichtjes en fluovestje.

 

Op een vrijdag in de lente moet een mens gewoon eens zijn roze bril opzetten. Zichzelf een ‘speekmedaille’ geven. Een klein buigingske maken. En een lijstje van vijf dingen opstellen, die je wel goed kan. Grote dingen, kleine dingen, misschien op het eerste zicht alledaags, of net zot origineel, ik laat het aan anderen om te oordelen (al moet ik zeggen: nr. 5).

 

  1. Ik kan moeilijke dingen eenvoudig uitleggen. Ik heb dit ergens onderweg ontdekt, en later aan uitgebreide experimentatie onderworpen. De grootste proeven kwamen vaak van mijn lieve groottante, die, hoewel ze mij ooit belde om te vragen of ze de videocassette moest omdraaien en opnieuw insteken, mij plots een uitdaging kon toespelen als

 

“Wat is dat eigenlijk, DNA?”

“Seg, dat internet, hoe werkt dat precies?”

.

  1. Organiseren. Noem het, ik zal het op poten zetten. Ik maak de planning, ik regel de grote en de kleine issues, voorzie een back-up voor alles wat een naam heeft en ik denk aan het extraatje dat het af maakt. En ik maak een draaiboek zodat iedereen kan volgen (en weet waar-ie moet staan op het juiste moment). Ja, met een kleurcode. Duh.

 

  1. Ik kan een compliment oprecht aanvaarden. Nee, dat was niet altijd zo. Zo typisch Vlaams, zo typisch vrouw, of misschien gewoon zo typisch ik vroeger, om je na een compliment bijna te gaan verontschuldigen. Of je kan ook tussen de lijnen uitleggen waarom je dat niet verdient (‘Oh de trui is echt oud’ ‘Oh, maar nee, zo goed was dat niet hoor, kijk maar naar die’ En mijn favorietje: ‘Oh dat was eigenlijk per ongeluk gelukt’).Twee vliegen in één klap: je breekt jezelf nog wat af én je maakt de complimenteur onrechtstreeks uit voor een blinde onnozelaar, die niet doorheeft wat een loser jij eigenlijk wel bent.

    Doe ik niet meer aan mee. Ik geef oprechte complimentjes, en ik ontvang ze ook heel graag. Alsjeblieft, dankuwel.

.

 

  1. Kaartjes, tekstjes en gedichtjes schrijven – mits enige voorbereiding, maar soms ook ‘on the spot’ (bijvoorbeeld als de familieleden ‘geen inspiratie hadden’ en mij de opdracht geven twee minuten voor het feestvarken aankomt).Manlief vindt dit een geweldige eigenschap, aangezien hij één keer heeft geprobeerd onze vakantiekaartjes te schrijven. Toen vroeg een vriend of we toevallig de kaart ‘voor de bomma’ naar hem hadden gestuurd. Exit manlief als kaartjesschrijver. Hij heeft zoveel andere kwaliteiten.

 

.

  1. Ik kan me erbij neerleggen dat ik niet kan controleren wat andere mensen denken. Ik kan maar mijn best doen, ik wil uiteraard goed overkomen. Maar wie weet lijk ik voor die ene collega net iets te veel op die trut die vroeger bij haar in de klas zit. En krijg ik dat echt niet rechtgetrokken. Tja. Their loss.
    Je kan zelden voor iedereen goed doen. En weet je wat? Dat is helemaal niet erg.

 

 

Welke dingen kunnen jullie? Waar zijn jullie goed in? Komaan! In de lente mogen er dan pollen in de lucht hangen, niemand is allergisch aan een beetje ‘eigen stoef’!

 

quote

Nr. 6 en 7

 

Advertenties

Talent

Talenten. Als er iets is waar anders mee omgegaan wordt in Amerika dan in Vlaanderen, dan zou ik zeggen: talenten. In Vlaanderen is ergens goed in zijn, iets dat je vooral niet te hard mag roepen. Stel je voor dat je zegt extreem goed te kunnen… voetballen/organiseren/koken/noem-maar-op. Dat kan toch helemaal niet? Tssss…Kan het bovenste knopje van je hemd nog dicht?

Zelfs op mijn cv, die er toch op gesteld is talenten ietwat te etaleren, is het allemaal tussen de lijnen door te lezen. Ik heb dit en dat gestudeerd, en ik heb zus en zo gedaan – dus je begrijpt nu toch zeker zonder dat ik het moet zeggen dat ik daar geen totale mislukkeling in ben?

 

In Amerika pakken ze dat anders aan. Als je ergens ook maar een béétje goed in bent, dan mag dat geweten zijn. Sterker nog, dan worden de superlatieven al snel boven gehaald. Amazing, wonderful, incredible, en ja hoor, ik zeg het over mezelf. Laat er in Amerika geen twijfel over bestaan:  WE ROCK!

 

De Amerikaanse aanpak is misschien wel wat extreem, van mij hoeven we onze talenten nog niet op t-shirts te drukken, en op je arm te tatoeëren, maar eerlijk zeggen waar je goed in bent, dat vind ik wel helemaal OK. In tegenstelling tot wijsheid, die mij duidelijk aan het overslaan is, komt dat soort kennis wel met de jaren. Ik wéét dat er een aantal dingen zijn waar ik goed in ben. Zijn er mensen beter? Ongetwijfeld. Véél mensen. Maar kan ik een moeilijk onderwerp eenvoudig aanbrengen? Kan ik meerdere projecten tegelijk aan? Kan ik op een meeslepende manier voorlezen? Heb ik, ondanks mijn totale a-muzikaliteit, wat ik zou omschrijven als een absoluut gehoor voor taal? Yes. All of the above.

 

De keerzijde is natuurlijk dat je ook beseft waar je NIET goed in bent (en de lijst is laaaaaang). Een kleine greep uit het aanbod: Ik kan niet zingen. Ik kan niet ja-knikken als ik ‘neen’ denk. Ik kan geen grote verhalen schrijven. Ik kan niet schilderen.

 

…Hoewel… een klein tafereeltje schetsen, niet met de grote borstel, maar met een klein penseeltje van taal – dat kan ik ook. Maar als het over de big stuff gaat, dan lijkt het plots niet meer te lukken. Ik vind de woorden niet, of liever, de woorden vinden mij niet meer. Mijn letters lijken niet te vatten wat ik voel. Het blijven gewoon letters, letterlijk, ze ademen niet wat ik over wil brengen.

 

Zo zit ik al een maand te kauwen op wat me nu elke dag blijft verbazen. En het lukt me niet, niet zoals ik het wil. Ik draai de woorden om en om, ik probeer ze te kneden, ik krijg het niet geschreven. Hoe hij eerst zijn angst overwon die hem meteen deed bukken en naar ons deed kruipen als we op een afstandje stonden. Hoe hij één voetje zette, nog eentje en zich dan naar ons toe liet vallen – van ondereeeeeeen! En hoe hij toen opeens, plots, bijna uit het niets, maar ook weer uit het alles van daarvoor, vijf stapjes zette, zes, tien, de keuken door. Zijn gezichtje, hoe hij straalde, hij wist perfect wat een mijlpaal hij hier verplaatste. Hij stapt, hij stapt, hij loopt, binnen de week crosste hij het appartement door, bochtjes pakken, dingen van de grond oprapen, zelfs al eens tegen een balletje schoppen, opeens leek de dam opengebarsten en al die nieuwe skills kwamen in één keer met een rotvaart mee.

 

Als de woorden je tekort schieten, kan je er altijd gaan lenen, gelukkig.

 

One small step for mankind, one giant leap for our kind little man.

 

Proficiat schatje.