De kleine poëet werd drie!

IMG_2982

Het was zo ver, krullenbol werd drie jaar. Ik vond het prachtig. Toen hij 1 werd, kon ik het niet geloven.  Op zijn tweede verjaardag dacht ik ‘nu al?’. Maar zijn derde verjaardag kwam zo mooi op tijd. Als je boven de meter uitsteekt, en tot 20 telt, in het Nederlands en het Engels, dan kan je gerust drie worden. Dat past.

 

Het was mooi weer en hij wees op de lucht vol ‘vliegtuigstreepjes’. Bij de mama ging het dagen – peuters, dat zijn kleine poëten. Woorden die passen, maar niet bestaan, die worden uitgevonden. Zoals toen hij wat langer in bad had geplonsd en hij plots ontzet naar zijn vingers keek. ‘Ja, je vingers hebben rimpels, maar straks komt dat weer goed’, zei ik. ‘Ja, het zijn vimpels’, zei hij, nog steeds niet helemaal gerust gesteld.

‘Wij moeten misten’ – die ochtend dat je geen hand voor ogen zag, maar we er wel door moesten.

Of toen hij mij plaagde door mij aanhoudend ‘protkusjes’ te geven en ik de beste acteerprestatie ooit neerzette door te doen alsof ik het niet zo leuk vond en riep ‘waarom, waaaarooooooom?’. Hij stopte, keek even omhoog, en haalde zijn schouders op terwijl hij zuchtte ‘waarom, waarom, wat is waarom?’. Tja, dat weet zelfs mama niet!

Zijn verjaardagsfeestje was een groot succes. Er waren ‘kadookjes‘ en er was taart en het was zo heerlijk gezellig. ‘Waarom kreeg je eigenlijk een feestje?’, vroeg ik.

‘Voor mijn driejaardag’, zei hij vrolijk. Want ik ben ‘driejaardig’.

 

Volgend jaar zal het nog mooier zijn –

 

Een ‘vierjaardag’ vier je niet elke dag.

party

 

Advertenties

Jarig!

Vandaag vier ik een kleine verjaardag. Deze blog wordt twee jaar. YAAY! Twee jaar, 198 schrijfsels, ik moet toegeven dat ik dat nooit verwacht had. Ik vind het nog steeds wat gek om mezelf een ‘blogger’ te noemen.

A birthday cupcake with two lighted candles.

Twee jaar geleden stonden we vlak voor onze trans-Atlantische verhuis. Toen ik mijn hele huishouden kritisch bekeek (Meenemen? Stockeren? Weg doen?), en daar mijn eerste blogpost aan weet, wist ik nog niet dat we exact een jaar later opnieuw zouden binnen vallen. De tickets voor onze terugkeer werden namelijk pas later aangekocht. Maar exact een jaar na die eerst post kwamen we weer thuis. Met 11 koffers en trolleys en buggy en baby en jetlag. En een verhaal.

 

Soms wordt er gezegd: what a difference a year makes. Maar ook vandaag waren we aan het inpakken. Net als toen, mja, dat nu ook weer niet helemaal.

 

In 5 punten: een korte vergelijking tussen 22 juli 2016 en 22 juli 2017

 

Inpakken van kleren, babyspullen en elektronica

 

Inpakken van kleren, peuterspullen en elektronica
Het vliegtuig wacht niet De auto vertrekt wanneer wij vertrekken, anders is er iets ernstig mis

 

Als het niet in de koffers past, kan het niet mee (stressssss) Als het niet in de koffers past, past het misschien nog aan mijn voeten, of naast de kinderstoel (no stress)

 

De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten, de rest gooien we desnoods binnen een week wel weg

 

We wisten waar we naar toe gingen, maar niet hoe we ons zouden voelen We wisten niet (helemaal) waar we naar toe gingen, maar wel dat we gaan relaxen
 

 

Het is een bijzonder jaar geweest sinds onze terugkeer naar België. Pittig, ook wel.

 

Maar vandaag hoeven we daar allemaal niet aan te denken. Vandaag kijken we vooruit.

Vandaag begint onze vakantie écht.

IMG_0758

Zondag zoondag #10: fier op jou

Lieve schat,

 

Ik moet je wat vertellen.

 

Misschien klinkt het wel heel logisch.

 

Misschien weet je het al lang.

 

Misschien is het niet cool dat ik het zeg.

 

Maar ik ben fier op jou.

 

Ik was al fier op jou van voor je werd geboren. Je denkt misschien: ‘toen had ik nog helemaal niets gedaan!’. Het tegendeel is waar. Elke dag dat je bij mij groeide, deed je oneindig veel dingen, dingen die wij ons niet meer kunnen voorstellen, zoals vingers maken en oren krijgen. En dus was ik zo fier op jou. Want oren maken, dat doe je niet elke week.

 

En sindsdien heb je zo ongelooflijk veel bijgeleerd. En al zo ongelooflijk veel gedaan op iets meer dan 2 jaar. Al volgen de mijlpalen elkaar iets minder snel op, vorige week kwam ik aan bij de crèche en zat je op een driewielertje. Ik had je nog nooit pedalen zien gebruiken. Maar daar ging je dan. Meer achteruit dan vooruit, maar wat was ik fier op jou.

 

En als je mij verrast, door plots de flamingo aan te duiden, of een ‘toala’ te benoemen, man wat ben ik dan fier op jou.

 

Soms zijn er dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn voor jou. Zoals binnenkomen in een kamer vol mensen, ook al zijn dat je liefste familieleden. Dan ben je wat verlegen, en duik je onder in mijn armen. Maar als je dan na een half uurtje toch enkele stapjes waagt, of een high five geeft aan je opa, dan ben ik zo fier op jou.

 

En als je dan bij het afscheid kiest om tóch geen kus te geven, maar enkel wilt wuiven, dan ben ik ook fier op jou. Want jij mag kiezen wie jouw liefkozingen krijgt, en zéker wie niet. Ook al vind ik dat op dat moment misschien wat jammer, dat doet er helemaal niet toe.

 

Je zoekt je grenzen op, en dat betekent dat je test wat mag en wat niet. En nog eens test, en nog eens. Heel hard huilt als blijkt dat wij vinden dat eten op de grond gooien aan de andere kant van die grens ligt. Dat kan een tikje vermoeiend zijn, maar lieve schat, jij moet je wereld uittekenen op basis van behoorlijk weinig gegevens, en daar bewonder ik je voor.

Nu klinkt het misschien alsof ik applaudisseer voor elke boer, sta te springen bij iedere lach.

 

Laat ons zeggen dat ik een behoorlijk hoge basisdosis fierheid heb, die er altijd is – gewoon omdat ik je mama mag zijn, jij jij bent, met je ontwikkelende karakter, je flinke krullenbos en je liefde voor treinen.

 

Daarnaast piekt die fierheid geregeld, zoals vorige week met die driewieler, of dit weekend toen je een voorzichtig balspelletje begon met een neef die je eigenlijk helemaal niet kende.

 

Dus vergeef het je oude mama als ze in herhaling valt, elke avond als ze je in je bedje legt.

Ze meent het, wat ze zegt.

 

Zondag Zoondag #9: papadag

Ze liggen samen in ons bed en ‘doen alsof ze slapen’. Af en toe maakt manlief overdreven snurkgeluiden, wat keer op keer getrakteerd wordt op een klaterende schaterlach. Zoon kruipt over zijn buik, halverwege snuift manlief volleerd en besluit: even een pampertje verversen. Waarna de gekkigheid gewoon weer verder gaat.

 

Alles aan het tafereeltje doet me in een flits beseffen dat die man, mijn unief-liefje, een papa is. Hij is iemands vader. In een oogopslag, lijkt het wel.

 

We zaten samen op de banken van de universiteit, en hij was me in die zee van 360 man al opgevallen. Die knappe grote jongen met zijn blonde haren, knalblauwe ogen, en lange wimpers. Ik had het over hem tegen vriendinnen. We wisten nog niet hoe hij heette, dus we noemden hem Sven Svensson, vanwege dat bijna Scandinavische uiterlijk.

 

Niet veel later was het raak.

Ik wist van dag 1 dat hij een goeie vader zou zijn. We waren 19 toen we elkaar leerden kennen, en hij had er al een leven scouts en scoutsleider opzitten. Hij ademde rust en verantwoordelijkheid uit. Elk familielid was overtuigd dat hij een goede keuze was, na hem vijf minuten gesproken te hebben.

 

Maar goed, we waren wel studenten. En studenten leiden een studentenleven. Hij ging slapen om 3 uur en sliep een gat in de dag. Hij reed met een vriend naar het zuiden van Frankrijk, stond op een brug en sprong eraf, wetende dat de elastiek hem zou terughalen – om daarna meteen weer rechtsomkeer te maken en de nacht door naar huis te rijden.

Hij viel in slaap tijdens de dierkundeles, op de schouder van het meisje naast hem (die dat niet zo erg vond). Hij ontbeet nooit. Hij kookte zelden op kot, behalve om diepvriespizza met extra salami klaar te maken. Hij droeg t-shirts met reclameboodschappen van Frituur Rudy.

 

We leerden elkaar beter kennen. Na drie maanden was ik al zo zeker: dit is ‘em. Hij legde me uuuuuuren biochemie en informatica uit. Grote broer van drie zussen, wist hij wat (niet) te zeggen bij frustratie en niet-rationele boosheid. Hij vond het niet erg dat pastasalade het enige was dat ik kon klaarmaken. Hij bouwde mijn zelfbeeld op met een stevig fundament.

 

We bouwden een huis en namen twee katjes. We vertroetelden ze ontzettend. We gingen vaak en ver op reis, keken marathonsessie ‘House MD’, en genoten van alles wat kon. Hij vroeg me ten huwelijk en we vierden onze mooiste dag 11 maanden later. Ik vond het heerlijk hem eindelijk ‘mijn man’ te kunnen noemen. En we beseften dat we misschien ook wel iets anders wilden vertroetelen dan pluizige viervoeters.

 

Zoals zo vaak liepen plannen niet altijd helemaal volgens plan. Maar drie jaar later werd onze liefste jongen geboren. En die namiddag, opeens, werd die student die zijn haar blauw verfde voor een weddenschap, en dan naar het examen moest (oeps), die praeses was bij de ‘Foute t-shirt’-cantus, die me meenam om pitta te eten op onze eerste date, een vader.

 

Hij stond op die brug, tussen voor en na, en zonder twijfelen sprong hij. Er was geen elastiek.

 

Hij trok zijn t-shirt – dat ondertussen geen reclameboodschappen meer bevat- uit en hield dat bolletje baby tegen zich aan. Hij keek naar mij met een nieuw soort liefde, dan naar 3,5 kg gloednieuwe mens.  Ik had hem nog nooit zo gelukkig gezien.

Het plaatje klopte helemaal.

 

En zo werd dat leven dat we jaren met twee deelden, een leven met drie. Een leven waarin we soms ook om 3 uur (opnieuw) gingen slapen. Waarin studeren niet altijd het antwoord bood. Waarin routine van de baan werd geveegd.

 

Hij deed de marathonsessies rond de tafel lopen, in de hoop de krampjes te verjagen. De man die 6 minuten voor de les begon, uit zijn bed rolde, hij stond altijd mee op.  Hij viel in slaap tijdens ‘House MD’, met een baby op zijn schouder, en niemand vond het erg. Hij wilde updates over elke maaltijd die hij miste.

 

We verhuisden naar Boston, en opnieuw bouwden we een nieuwe routine op. Waarin hij een topjob had, en toch op tijd thuis was voor het badje (in een badkamer van 3 vierkante meter) en het bedje. Hij balanceerde tussen werk en gezin als een volleerd koorddanser. Hij liet ons nooit vergeten dat wij op 1 stonden.

 

Het had effect. Zoonlief is gek op hem. Na ‘bal’ was ‘papa’ het tweede woordje. Het waren en zijn vier handen op één buik.

 

Vind je dat niet erg?’, werd me soms gevraagd. Maar hoe kan ik dit erg vinden?

 

Die twee mannetjes van me, samen in een bed, aan het schateren, dat is zoals het hoort.

 

De familie Svensson, prettig gestoord.

 

Gelukkige vaderdag, mijn liefste schat.

Ik had me geen betere papa voor onze krullenbol kunnen dromen.

IMG_0363

Zoondag #7: mamadag

Deze zoondag is het ook mamadag. Al een hele week lees ik op de sociale media over kindjes die echt echt echt niet willen verklappen wat ze geknutseld hebben voor mama, maar uit puur enthousiasme toch hun mond voorbijpraten, of op donderdag melden dat het al zondag is (om het pakje af te kunnen geven). Zalig grappig.

 

Zoals met alle themadagen, kan het vieren voor sommigen toch wat gevoelig liggen. Zeker bij moederdag. ‘Moeder zijn’ of ‘moeder worden’, dat is nu eenmaal gevoel, heel veel gevoel met momenten. Soms zijn er vrouwen die zich buitengesloten voelen. Die denken: ‘Mag ik ook vieren op moederdag? Mag ik ook gevierd worden?’

 

Ik wil op moederdag dan ook graag dezelfde lijn doortrekken als in de rest van mijn leven: ik discrimineer niet.

Plusmama, pleegmama, sterrenmama, wensmama… maakt mij allemaal niet uit – als jij je mama voelt, waarom zou je dan niet gevierd mogen worden? Of nog: misschien zit dat gevoel nog niet helemaal juist maar wil jij toch gevierd worden op moederdag? Allemaal goed, aanslepen die koffiekoeken en knutsels.

 

Voor mij is moederdag ook al een tijdje dubbel. Ik ben elke dag zo gelukkig dat ik mama mag zijn van mijn ongelooflijke krullenbol. Elke keer hij zich op mij ‘werpt’ voor een wilde omhelzing, elke keer hij ‘ja’ zucht als ik hem in zijn bedje vertel dat ik fier op hem ben en hem zo graag zie, elke keer hij mij verbaast met wat hij al kan en weet en zegt…. Dan kus ik mijn twee pollekes. Dus moederdag vieren? Tuurlijk, bring it on.

 

Aan de andere kant van de medaille daarentegen…

….ben ik ook een mama zonder mama.

 

En is het slikken in de weken voor moederdag, wanneer je overspoeld wordt met reclameboodschappen als ‘zeg haar wat ze voor je betekent’, ‘laat haar zien hoeveel je om haar geeft’, ‘op zondag ga je toch zeker eens langs met’ — *met een bloemetje, dit parfum, dit fotoboek, of crazy genoeg ook deze kilometerverzekering (WTF, Corona Direct?)*

 

En besef ik eens te meer dat dat niet kan, haar verrassen. Dat dat niet kan, haar zien met een macaroniketting die haar kleinzoon heeft gemaakt. Dat dat niet kan, haar uitnodigen voor een uitstapje samen.

 

Mijn mama ben ik straks al tien jaar kwijt. Het is veruit mijn donkerste dag, ik verloor zo veel dat het niet te beschrijven valt. Zo veel dat ik er amper over geschreven heb.

 

De dag dat ik zelf mama werd, 7,5 jaar later, was samen met mijn trouwdag de mooiste van mijn leven. Het was ook de dag dat ik opnieuw iets verloren ben. Ik verloor een oma van mijn zoon. De moeder die zo graag grootmoeder wilde zijn. Die, toen we aan het uitkijken waren naar een huis of bouwgrond om te kopen, zich niet wilde opdringen, maar toch zachtjes vroeg niet te ver te gaan wonen, ‘want ja, als je dan een ziek baby’tje hebt’. De vrouw wiens gezicht ik zo graag had gezien, wanneer ik haar zou vertellen dat we onze zoon naar haar zouden noemen, een plan dat ik opvatte toen ik manlief amper een jaartje kende. Net zoals ik naar mijn oma ben genoemd, die daar ook zo trots op was.

 

Dus ja, moederdag. Moederdag is dubbel.

 

Al kan je er zeker van zijn dat ik haar wél zal vertellen wat ze voor mij betekent. Hoeveel ik om haar geef. En hoe ik zoonlief over haar vertel.

Dat hij één top-oma heeft die dicht bij ons woont, in haar huisje, en één top-oma, die dicht bij ons woont, in ons hartje.

 

quote mom

Zoondag #4: 2 jaar

Liefste schat,

 

Vandaag werd je twee jaar.

Je ontbeet met een pannenkoekje.

Je droeg je kroon de hele dag.

Je deed een heerlijk dutje, en toen je wakker werd waren je meter en peter, en grootouders er, om met ons te vieren.

Papa en ik hadden een biscuit gebakken, en met chocomousse versierd. En ik had er ook eentje gemaakt die helemaal uit fruit bestond.

Je kreeg veel pakjes en vond ze allemaal om ter leukst.

Je speelde buiten met je peter, van de glijbaan, in, achter, naast en zelfs op het speelhuisje.

Je blies een kaarsje uit en mocht in de taart graaien.

 

Liefste schat,

Vandaag werd je twee jaar.

Het was een heerlijke, warme dag.

 

Je danste lachend tussen zeepbellen met chocolade op je snoet.

 

Je blijft het mooiste dat ik ooit zag.

 

Over curves

Naar Kind en Gezin gisteren. Ergens jammer om een uur binnen te zitten, met dit heerlijke lenteweertje. Ik plukte ventje weg van de zandbak in de crèche – hallo, korrelig kusje – en we wandelden het lokaal binnen. De dames die de kindjes opmeten en wegen zaten liefelijk te glimlachen, maar het mocht niet baten: ons ventje had er al genoeg van voor het begon, en zette zijn keel open.

 

Ik had eigenlijk veel zin de boel de boel te laten. Hij eet goed, hij drinkt goed, hij speelt de hele dag en hij slaapt behoorlijk dus who cares waar hij op die curves zit, toch? Zijn pyjama is trouwens voor een gemiddelde 3-jarige gemaakt, dus ik maak me niet bepaald zorgen over ons ventje dat volgende week twee kaarsjes uitblaast.

 

Het compromis was dat ik mee met hem op de weegschaal ben gaan staan, en daarna ook nog even zonder hem. Dat we samen tegen de muur gingen leunen om hem even op te meten (die houten bak die hij al haat sinds hij 4 weken is, was echt geen optie, ook niet voor mij trouwens–  kan dat nu echt niet praktischer?).

 

Toen de dokter zes blokjes tevoorschijn toverde, was het ergste leed geleden. Met zijn vlugge vingertjes had hij, nadat hij eerst een perfect rijtje had gelegd, al snel een torentje gemaakt. En nog eens. En nog eens. En dan door mijn hand te bewegen als een klein marionetje dat stapelt, nog eens.

 

De dokter haalde een popje tevoorschijn. Hij vond het maar niks, duwde het weg. Ik besefte opeens dat wij geen enkele echte pop in huis hebben. Knuffelbeesten genoeg, maar niets dat op een pop lijkt. Is gewoon nooit in me opgekomen! Nu ja, hij heeft eigenlijk ook niet echt interesse in die knuffelbeesten, dus overschakelen op iets menselijker dan een blauwe dino in pluche, was geen logische stap voor mij.

 

Maar dus, die pop. Om lichaamsdelen op aan te duiden. Oh! Maar had dat dan gezegd! Dat is ons dagelijks spelletje voor het slapengaan! Waar is jouw neus? Waar is mama’s oor? En om de paar dagen komt er iets nieuws bij: kin, nek, arm, …

Nu is het zo dat als ons ventje geen zin heeft om mee te doen met dit lijstje, het het heel eenvoudig ‘nee’ klinkt. Wat doet de tijger? Nee. Wie is mijn beste vriend? Nee. Waar is je haar? Nee.

 

Stiekem vind ik dit geweldig. Hij zal wel meedoen als hij er zin in heeft. Als dat niet het geval is: ‘Brul jij maar lekker zelf, moeder, of zoek maar naar je eigen neus! I am not your trick pony!’.

 

Al was ik vandaag wel een tikje opgelucht dat hij uiteindelijk wel het spelletje begon mee te spelen.

Dat hij twee-woord-zinnetjes maakt, dat hij al maanden achteruit loopt, springt, hurkt, en danst, tja, dat moet mijnheer dokteur maar op mijn woord geloven.

 

Alles helemaal in orde met ons mannetje, zo blijkt. Hij ‘volgt zijn curve’.

 

Deze avond wiegde ik hem zachtjes, voor ik hem in bed legde. In plaats van zijn hoofd op mijn schouder te leggen, zoals gewoonlijk, zocht hij in het donker mijn neus en wreef er zijn neusje tegen. ‘Neuz neuz mama’ hoorde ik hem giechelen. Ik giechelde mee.

 

Schattig zijn volgt geen curve. Dat piekt, hors categorie.

Apen-Groeimeter-muursticker1

 

Zondag zoondag #2

Wie ons kent, weet dat wij geen mensen zijn van weinig woorden.

Ze zeggen wel eens ‘tegenpolen trekken elkaar aan’, maar zowel manlief als ikzelf leggen het heel graag uit. Het is dus niet zo dat ik een stille jongen heb gezocht, die alleen naar mij zou luisteren.

Ik weet eigenlijk niet zo heel veel van toen ik klein was maar ik weet wel dat ik behoorlijk snel aan het tetteren ben geslagen. In één van de weinige video’s die ik heb van die tijd, worden mijn zussen gedoopt. Ik weet dus precies hoe oud ik toen was, 2 jaar en 2 maanden. Je ziet de kerk, je ziet twee kindjes in witte kleedjes, de priester, die mijn grootnonkel was, die een potje water haalt, familie in jaren ’80 kleuren… en je hoort één iemand: een klein, schel stemmetje dat roept ‘Is dat panneke van mama, nonkel?’. ‘Is dat warm water?’.

Nu ik me iets verder ben gaan verdiepen in de taalontwikkeling van jonge kinderen, besef ik dat dit best aardige uitspraken zijn voor een tweejarige.

Ons ventje is nog niet meteen wat je zou noemen een vlotte babbelaar. Ik maak me daar ook geen zorgen over. Maar natuurlijk keken we een jaar geleden al uit naar wat zijn eerste woordje zou zijn. Hoeveel uren zou ik niet ‘ma-ma-ma-ma-ma’ en ‘pa-pa-pa’ voorgedaan hebben?

Maar beginnen met de belangrijke zaken in het leven, zijn eerste woordje was ‘bal’.

Er volgden er heel wat, maar ‘mama’… dat woord dat algemeen bij kinderen over de hele wereld zo bekend is, dat bleef zeldzaam. Soms eens een ‘ma’, daar moest ik het dan mee doen.

Misschien deed hij dat wel expres, die zoon van ons. Om het dan toch boven te halen en extra effect te creëren. Zoals die ene keer dat hij niet echt wilde gaan slapen, en maar bleef rechtstaan in zijn bedje. Hij sliep toen nog bij ons op de kamer. Ik kwam zelf ook naar bed, en na de zoveelste keer kusje geven, neerleggen, slaapwel zeggen, wilde ik het kordaat aanpakken. ‘Nu ga jij in jouw bed, en mama in haar bed, en we gaan allebei slaapjes doen’. Hup, lichtje uit.

En dan in het donker, voor het eerst, dat kleine stemmetje, glashelder, een beetje vragend maar vrolijk: ‘mama?’.

Hoe snel die bij ons in bed lag, helemaal bedolven onder een regen van kusjes? Lichtsnelheid, echt lichtsnelheid.

Nu heeft hij zijn repertoire aan woorden behoorlijk uitgebreid, maar ‘papa’ spant toch de kroon. Ik was soms ook ‘papa’ of hij riep gewoon ‘iets’ – een beetje te vergelijken als je iemand wilt wenken, maar de naam van de persoon in kwestie vergeten bent (en ‘dingske’ geen optie is): ‘Hey, euh… joehoe! Heeeeey’.

Waar is mama? Wijst mijn kant uit. Waar is de neus van mama? Neemt mijn neus vast. Ga dat maar aan mama geven. Ik krijg een half opgeknabbeld stukje brood.

Dus toen hij gisterenochtend naar mij kwam gestormd, op zijn eigen huppelende wijze, en MA-MAHH riep, huppelde er vanalles in mij. En toen hij dat nog een paar keer herhaalde toen we in de Ikea rondliepen, en ik weer in zijn vizier verscheen, kon mijn geluk niet op.

Ik weet wel, dat ik ooit, in een niet zo verre toekomst, waarschijnlijk eens zal wensen dat hij het niet kon zeggen. Bijvoorbeeld na een uur MAMAAAAAA MAMAMAMAMA gillen, of de vijfde keer midden in de nacht, ofzo.

Maar toch blijft het het mooiste woord ter wereld. En mijn ventje zegt het. Tegen mij.

Mama-1.0

Zondag zoondag #1

Goed idee, zo werken met rubrieken op je blog. Elke zondag iets vertellen over je zoon, wat kan makkelijker zijn?

Tja, soms zijn dingen zo ‘makkelijk’ dat ze moeilijk worden. Natuurlijk valt er heel wat te vertellen over onze spruit, maar waar zal ik beginnen?

Misschien bij wat hij later stoer aan zijn vriendjes zal kunnen vertellen, nl. dat hij als baby een jaar in Boston heeft gewoond. Harvard werd hem met de papfles meegegeven, nu ja, we zijn inderdaad vaak langs die gebouwen gaan wandelen…

Ons buitenlands avontuur had ook als gevolg dat hij 16 maanden was toen hij voor het eerst naar de crèche ging. Voor mij was dat heel dubbel – een peuter die vlot rond loopt afzetten, is misschien ergens makkelijker dan een klein dropje dat vooral in een stoeltje naar de wereld zit te gapen. Aan de andere kant had hij net zijn hele leven zoals hij het kende, moeten achterlaten, was hij erg eenkennig, en te jong om uit te leggen dat mama en papa hem écht wel kwamen ophalen (al vertelden we hem dit wel elke dag… 20 keer ofzo).

Het heeft wel wat aanpassen gekost, maar na een paar weken liep die crèchedag al een stuk vlotter. Het is dan ook een hele fijne crèche waar hij terecht gekomen is. Voor mij was het ook wennen, niet meer de hele dag bij hem zijn, en hij die echt een eigen leven krijgt, waar ik helemaal niets van weet.

Wat hoorden wij zo al over onze zoon?

  • Dat hij zijn armen in de lucht steekt en ‘JEEEEEEJ’ roept als er aangekondigd wordt dat er spaghetti op het menu staat
  • Dat hij altijd erg geïnteresseerd is als er dingen worden gemaakt of gedaan
  • Dat hij het niet fijn vindt als er kindjes worden afgehaald, of mensen het lokaal verlaten, tenzij hij iedereen kan uitzwaaien.
  • Dat hij dol is op creatief bezig zijn, en altijd als eerste (letterlijk)staat te springen  om te kleuren, te tekenen, te stempelen en te schilderen. Ook dansen is altijd een hit.
  • Dat zijn favoriete hobby verder vooral ‘crossen’ is, van de ene kant van het lokaal naar het andere, tot hij nat is van het zweet, zijn krulletjes alle kanten op staan, en zijn wangetjes rood aanlopen.
  • Dat hij echt al vriendjes heeft, die dan met hem mee rennen (soms hand in hand *smelt*), en als er iemand valt, dan gaat de andere ernaast liggen, roepen ze ‘boem’ en schateren ze het uit.

Het is zo fijn om te weten dat hij daar een prettige tijd heeft. Al was het een deel van het ‘loslaten’, die dingen horen. Chapeau voor alle kinderverzorgsters die erin slagen met een bende pittige peuters aan het knutselen/dansen/lezen/… te gaan – ik vermoed dat hier een meesterniveau van zen zijn mee gepaard gaat, dat ik enkel kan omschrijven als ‘bijna Boeddha’.

En wil je me nu excuseren, zoonlief vraagt me voor een toertje huppelen (of 15) rond de tafel.

instasize_0304123740

Valentijntje

 

Hoe jij je in alles smijt
en smakelijk in het leven bijt
de framboosjes van je vingers hapt
en zo fier de trap op stapt
 .
.
Hoe vrolijk je van treinen wordt
en hoe je je in de dagen stort
Hoe een doekje je rustig maakt
als je dan toch op mijn schoot geraakt
.
.
Hoe jij de kat liefkozend mept
hoe jij het uitgiert van de pret
papa zachtjes wilt gaan kriebelen
en op liedjes staat te wiebelen
.
.
Hoe jij boos kan zijn, als een kleine vulkaan
als de zaken niet naar behoren gaan
Tja dat hoort er met zo’n ouders wel bij
wij spreken je taal nog niet zo goed als jij
.
.
Ooit toren je boven me uit,
ooit word ik de mini thuis
maar je blijft altijd mijn kleintje,
en niet alleen vandaag, mijn liefste Valentijntje.

De tweede van de tweede

Ik ben zo iemand die eigenlijk niet in horoscopen gelooft, maar dan wel stiekem bij ‘Waterman’ kijkt wat er in de Metro staat. Ik moet toegeven dat de meeste kenmerken die watermannen worden toedicht, mij niet al te vreemd in de oren klinken. Maar echt geloven, nee. Ach nee.

Zo ook met numerologie, de leer van getallen die je meer over je levensloop en lot zou kunnen vertellen. Elk getal krijgt zijn eigen symbolische betekenis. Nu heb ik wel iets met getallen, ze blijven me gemakkelijk bij. Ik denk dat ik niet overdrijf: ik heb van tientallen mensen de verjaardag in m’n hoofd. Kijk ik naar de kalender, kan het gevoel me overvallen dat ik die dag ‘ken’, dat er iets gaande is – het moment om facebook te openen en te checken of ik geen verjaardag vergeet.

Bij mij lijkt het getal 2 te horen.

De tweede van de tweede zal altijd een bijzondere datum zijn voor mij. Maria Lichtmis, Groundhog Day, pannenkoekenfeest en het patroonsfeest van de KU Leuven. En mijn dag, jawel. De 22ste van de 2de is het dan weer mijn naamdag. Hier wordt daar geen aandacht aan besteed, maar Franse vrienden vergeten het zelden.

Toeval?

Dat kan.

Ik ga nog even verder.

De 2de van de 2de van het jaar 2002 werd ik 22 jaar. Ik was die dag exact 2 jaar en 2 maanden officieel verliefd en gelukkig met de liefde van mijn leven, aangezien onze romance schuchter begon op 2/12. Onze prachtige zoon kwam onze wereld mooier maken op een 2de van de 4de. Ik was die dag exact 422 maanden oud.

Deze 2de van de 2de wordt ons ventje 22 maanden. Nog 2 maanden voor zijn 2de verjaardag. Ik pikte hem op in de crèche, hij stortte zich in mijn armen en zag er opeens wat anders uit, groter. Het mollige babygezichtje maakt plaats voor een vinnige peutersmoel, en dat lijkt soms met sprongetjes te gaan. Onze grote man. Of hij een boterhammetje en een banaan wilt? Dat hoef ik dan weer geen 2 keer te zeggen.

cadeau

Mama’s peuterpuberteit

Hoe oud is je ventje nu? 20 maanden? En, is de peuterpuberteit al begonnen? Is het al ‘nee nee nee’ bij elke vraag?

Eerlijk? Bij hem nog niet. Hij heeft wel eens een slechte bui, maar wie heeft daar geen last van, als de nick nackjes op zijn, of als je de schil van de banaan niet mag opeten.

Maar bij het jaaroverzicht van 2016, krijgt zijn mama wel een acute aanval van die peuterpuberteit.

Levens weggerukt uit onze eigen luchthaven

NEE

Politiebewaking op een kerstmarkt, tegen de moordende truckers

NEE

Nochtans gaan zatte doodrijders, aanranders en verkrachters nog steeds zo vaak gewoon vrijuit

NEE

Kinderen zijn zo getraumatiseerd dat ze niet meer huilen

NEE

Mensen vluchten voor hun leven maar er lijkt geen plaats in de rest van de wereld

NEE

Zwarte Piet is een racist en de kerststal is beledigend

NEE

En als de kerststal er dan toch staat, worden lammetjes de kop ingeslagen door tieners

NEE

Liegen, racisme en mysogenie brengen je naar het Witte Huis

NEE NEE NEE

Nog negen dagen 2016. Ik wil me concentreren op alles waar ik ‘ja’ op kan zeggen. De kerstboom. De lichtjes. Lekker eten bij heerlijke mensen. Een dagje van ‘niets moet’ met mijn twee favoriete ventjes, gewoon thuis. Mijn coconnetje van dennenaalden en inpakpapier. Hoe ik dat ga aanpakken? Het plan is nog niet volledig uitgewerkt, maar ik start alvast met geen nieuws meer, maar Jani’s ‘Zo man zo vrouw’, enkel facebook checken om niemands verjaardag te vergeten, geen online kranten meer of dan enkel artikeltjes te lezen als ‘de 5 nieuwste ondergoedtrends van de winter’, ‘hoe je huis isoleren met tandpasta’, ‘deze kat redde iedereen uit een brandend bejaardentehuis’ of de showbizz-nieuwtjes… (WAT? Brad en Angelina uit elkaar? AaaaahhhhhhhhHHHH – just give me some hot cocoa with one thousand marsh mellows!).

Vintage sky background, texture with the base of the sky.

Lieve kerstman

Lieve kerstman,

 

Binnen een weekje bezoek je ons landje weer. En dan breng je een slee vol pakjes mee. Dat is fijn natuurlijk, ik hoop dat er ook eentje voor mij onder de boom ligt. Maar als die slee dan leeg is, wil je dan ook iets terug mee nemen? Er zit me namelijk iets danig in de weg. Hoe ik me ook in bochten wring, ik schijn het niet te kunnen ontkomen. Dus daarom wil ik het gewoon het huis uit: die karrevracht aan schuldgevoel.

animaties-kerst-slee-98709

Ziet u, kerstman, ik ben een perfectionist. Veeleisend. Alle latten liggen hoog. Tia Hellebaut-hoog. Altijd al geweest.

 

Maar als ik zo rondkijk in mijn vriendenkring, dan ben ik daar niet alleen in. Iedereen wilt uitblinken. En liefst in alles. Dat willen we, ja, maar dat wordt ook van ons verwacht.

 

Je hebt een succesvolle job en je hebt ambitie. Je huis ligt er piekfijn bij, Scandinavisch design en al, en je tuin komt ook net ‘uit de boekjes’. Je kookt dagelijks vers en gezond, evenwichtig en liefst zo ecologisch mogelijk. Je jogt 10 km, vroeg in de ochtend of nadat je je yoga-oefeningen hebt gedaan. Je relatie is top. Je kinderen zijn modelletjes, ze spreken met twee woorden sinds ze 8 maanden zijn, en eten alle gebalanceerde en gevarieerde maaltijden die je ze voorschotelt. Daarna hebben jullie nog een half uur een filosofisch gesprek aan tafel, en gaan ze zelf naar bed – waar ze uiteraard doorslapen tot jij ze wekt morgenvroeg.

 

Toch?

 

En dus… voel ik me schuldig. En sinds zoonlief er is, lijkt dat  gevoel exponentieel toegenomen. Je krijgt het er zo maar gratis bij, een groot pak schuldgevoel, als luiers, maar dan wel ‘taille unique’.

Ik voel me schuldig tegenover mezelf – omdat ik bijna twee jaar na zijn geboorte, nog altijd geen 5 km kan joggen, het is echt een processie van Echternach, vier lessen Start to run – griep – aantal lessen opnieuw doen – beetje vooruitgang-  ventje ziek, ouders oververmoeid – aantal lessen opnieuw doen- keelontsteking en hoesten als een kettingrokende zeehond -…

Omdat ik bijna twee jaar na zijn geboorte, nog altijd een ‘mummy tummy’ heb, dat gaat heus niet vanzelf weg hoor! En er mogen best vijf kilo af. Maar ik zit liever in mijn zetel ’s avonds, ja daar heb je het al.

 

Ik voel me schuldig tegenover mijn vrienden – omdat het vaak lang duurt voor ik kan afspreken, omdat ik zo klaag dat mijn agenda vol zit, dat ze niet meer durven vragen om iets te gaan doen, omdat ik afzeg vanwege te moe- te druk – te veel.

 

Ik voel me schuldig tegenover manlief – omdat ik zo vaak moe ben, omdat ik soms ook kribbig ben, omdat ik niet deftig kan strijken.

 

Maar het meeste voel ik me schuldig tegenover dat kleine blonde ventje met de grote ogen – omdat ik weer zo laat bij de crèche was dat hij daar (bijna) alleen zat (het was nochtans maar 17u40, hoe dóen die andere ouders dat toch?!). Omdat ik hem wel eens soep uit brick voorschotel. Omdat ik wel eens op mijn GSM zit te scrollen als hij een blokjestoren maakt. Omdat ik de Ipad gebruik als afleidingsmanoeuvre wanneer ik moet koken, OK ja, eigenlijk ook wel eens wanneer ik niet moet koken.

 

Nochtans, ik doe gewoon mijn best. En soms lukt het om over die hoge latten te springen. Maar vaak beland ik voluit met mijn smoel op de mat. Maar ik doe mijn best, en daarom, beste kerstman, mag je dat schuldgevoel gewoon inpakken en meenemen.

 

Want ‘goed’ is goed genoeg. En ‘goed genoeg’ is goed.

 

Ik jog dan wel ‘fragmentarisch’ maar ik jog, of ik probéér. Ik word gedubbeld door oude slakken, maar ben sneller dan al wie op de zetel ligt. Ik heb een buikje maar dat is een bewijs, een tastbaar bewijs dat daar leven in groeide. Léven! En wat voor leven!

Ik ben moeilijk te boeken, maar als ik er ben, dan heb je mijn aandacht. En ik wil die afspraak over vier maanden ook echt wel inplannen met jou, lieve vriendin. Het occasioneel gestoef over bovengenoemd Leven moet je er even bijnemen.

Het huishouden behoort niet tot mijn kwaliteiten, maar kijk, dat wist je al langer dan vandaag, hé schat. Ik zou met niemand anders dit avontuur willen beleven.

En klein ventje, ik ben er voor jou. Je hebt het fijn in de crèche, je eet graag 8-groentenweelde, ik heb een foto genomen van je toren met mijn smartphone, en Bumba is echt heus wel educatief, toch? (Jaren Sesamstraat hebben mij in elk geval niet misvormd).

Ik doe, zoals zovelen, mijn best. Lieve kerstman, laat dat volgend jaar genoeg zijn – vooral  dan voor onszelf.

 

November

Ik zal het maar bekennen: ik haat november. Wat een rotmaand is me dat, zeg. Alvast mijn excuses aan iedereen die dan jarig is, ik wens je van harte een geweldige dag, en jij kan het ook niet helpen dat je die maand ter wereld kwam.

 

Maar verder is het koud, nat, triest en vreselijk donker. Donker als ik ga werken, en donker wanneer ik weer thuis kom. Misschien glijd ik wel uit op wat dode bladeren of die eerste vorst die me tien minuten vertraging oplevert in de ochtendrush, omdat ik niet meer weet waar we het krabbertje hebben gelaten.

 

De herdenkingen lopen een hele maand door. Al denk ik wel vaker aan de mensen die ik mis, en mis ik wel vaker de mensen aan wie ik denk, in november krijgt dat toch weer zo’n triest randje. In de regen naar de begraafplaats, merken dat je nu écht die wintertruien moet opduikelen, alweer opstaan met keelpijn en een lopende neus en met momenten moeten opboksen tegen een gevoel van complete ontreddering…

 

Neen, tussen november en mij komt het niet meer goed. De relatie is permanent beschadigd en er is geen therapie meer aan te slepen.

 

Was er dan helemaal niets vrolijks te beleven? Dat klopt nu ook weer niet.

 

Ons ventje, niet echt een grote prater, begint steeds meer woordjes op te pikken. Nu, hij snapt duidelijk al heel veel, maar hij begint steeds meer woordjes te gebruiken. Ik had nooit verwacht wat een golf van enthousiasme me zou overspoelen, vanwege iets eenvoudigs als naar zijn loopwagentje wijzen en ‘otto’ zeggen. Of hoe waanzinnig cool ik het vond dat hij opeens wél antwoordde op de vraag ‘wat doet de hond’ (‘wa wa wa’). Geniaal. Ons kind is gé-ni-aal. Gelukkig ben ik objectief. Wetenschapper en zo, weet je wel.

 

Het jongste nichtje werd gevierd met een vrolijke babyborrel, en ik had – misschien iets te overmoedig, waarschijnlijk had ventje net ‘aaitje’ geroepen naar de kat – beloofd om twee versierde taarten te maken. Het plan was onszelf te overtreffen, en ik denk dat dat gelukt is. Het werd een biscuit met chocolademousse en chocoladeganache met als thema ‘varkentjes in de modderpoel’ en een biscuit met mascarponecrème en bananen. Die laatste werd met suikerpasta omgetoverd in ‘Bobke’, een minion. ‘Bobke’ was de werknaam van het jongste nichtje, die eind augustus een Bobetje bleek te zijn.

 

Dat ik helemaal in ‘moederkloek-de-fiere-hen’-modus ga als mijn zoon alweer duidelijk aantoont dat hij gewoon DE BESTE PEUTER EVER is, dat mag niet verbazen. Ik heb het van geen vreemde. Maar het is me een raadsel hoe het in mijn genetisch materiaal is gesukkeld dat ik bak om de regen en duisternis te verdrijven – buiten of in ’t koppeke.

 

Hoe dan ook draaide de oven in november overuren.

Gelukkig heb ik een prachtige liefdesrelatie met december. Welcome, honey!