Nieuwe smaken #2

Het zijn drukke maanden geweest. Daardoor is mijn voornemen om elke week iets klaar te maken dat ik nooit eerder op het menu zette, een beetje op de achtergrond verdwenen. In momenten van stress keer je toch altijd terug naar de klassiekers, of tenminste gerechtjes die bewezen hebben smakelijk te zijn op minder dan 25 minuten.

 

Op zich is daar helemaal niets mis mee. Maar het doet me wel wat denken aan mijn tante en oom, die een ‘rotatie-menu’ van twee weken hebben. Elke veertien dagen eten  ze dus exact hetzelfde. Oh jee. Daar wil ik nog niet heen.

 

Misschien motiveert het me wel om nog eens te schrijven over de nieuwe ingrediënten die ik leerde kennen tijdens ons Amerikaans avontuur. Ik schreef over de eerste negen die moeilijk te vinden zijn in ons Belgenlandje (al heeft de Albert Heijn al voor wat soelaas gezorgd). Trouwens, hebben jullie al gezien dat broccolini nu wordt aangeprezen als nieuwe hippe groente in bepaalde supermarkten? En opeens merkte ik dat een kennis een grote pot met snijbiet in haar tuin had staan. Geweldig vind ik dat!

 

Er waren aan de andere kant ook heel wat ingrediënten die ik al kende van thuis, maar waar ik gewoon nog nooit mee gekookt had. Omdat ik niet wist wat ik ermee aan moest. Of omdat ik er een kindertrauma over had. Of omdat het me gewoon niet lekker leek.

 

Jammer genoeg moet ik nog steeds mijn gecrashte telefoon met al mijn foto’s van mijn Amerikaanse kooksessies binnenbrengen om alles te recupereren. Ik heb dus iets minder illustraties dan ik zou wensen.

 

Bij deze, het tweede lijstje van nieuwe smaken.

 

  1. Rode biet – Hoewel ik nog steeds niet helemaal verkocht ben aan die aardse smaak die rode biet draagt, en de vlekken die je niet van je vingers krijgt na het snijden, heb ik behoorlijk lekkere groentenchips gemaakt van die sneetjes. Ook op een pizza, in combinatie met pompoen, was het een topcombinatie.

 

  1. Rode kool – daar heb je hem, mijn kindertrauma. Om mij erover te zetten, heb ik de rode kool op totaal andere manieren klaargemaakt dan eenvoudigweg gestoofd met appeltjes. Ik heb er een hartige taart mee gemaakt, waarbij de rode kool werd gestoofd in balsamicoazijn, en ook rauw in een slaatje kon het me bekoren.

DSC_0621

 

  1. Spruitjes – Het is waarschijnlijk een cliché, maar het is kindertrauma nr. 2. Ik kon er echter niet buiten, want spruitjes zijn in Amerika waanzinnig populair. Ik maakte ze met puree en gehakt in een ovenschotel. Ik ben geen grote fan, maar kon er wel mee leven.

 

  1. Gele raap – opgepikt in een recept van Hello Fresh, vond ik gele raap een verfrissende toevoeging aan een slaatje met quinoa. Rauw of gekookt, allebei goed.

 

 

  1. Bok choy – of paksoi, zoals ik het hier vaker zie. Oosterse variant van kool (maar zonder de typische koolsmaak), en heel lekker in Koreaanse gerechten, met bijvoorbeeld wat gehakt en pikante saus.

 

  1. Polenta wel bekend vanuit de Italiaanse keuken, is polenta een soort griesmeel van maïs die los gekookt kan worden of kan samengedrukt worden en dan gebakken. Ik ben nog altijd op zoek naar een recept waar dit enigszins lekker wordt, eerlijk gezegd.

 

 

  1. Edamame – dolgelukkig was ik, toen ik merkte dat ze dit in de Albert Heijn verkochten. Deze groene verse sojabonen zijn fris, eiwitrijk en geven een lekkere bite aan een salade zonder te veel calorieën bij te dragen. Ook super bij onze Japanner, die ze gegrild en gezouten serveert.

 

  1. Cannellini bonen – Een niervormige soort witte bonen die ook heel populair is in de States. Ik gooide ze bij mijn chili en daar voelden ze zich thuis.

 

 

  1. Zwarte bonen – Had ik al vermeld dat ze nogal zot zijn van bonen in Boston? Zo veel soorten dat daar standaard werd aangeboden.

 

  1. Orzo – Ook wel Griekse pasta genoemd, terwijl het blijkbaar uit Italië komt. Platte, rijstvormige pastasoort die verder niet al te veel smaak heeft.

orzo-big

Hebben jullie ingrediënten die jullie pas recent zijn gaan gebruiken?

Advertenties

Een weekmenu opstellen: de bloopers

Screen Shot 2017-06-05 at 14.20.20

 

Ik dacht, ik begin vandaag met een citaat.

 

Een citaat dat heel mooi omschrijft dat zelfs de mooiste plannen niet perfect zijn, en bijgevolg mijn weekmenu, of liever de uitvoerder van het weekmenu (= moi) ook niet.

 

Ja, ik geloof dat het nadenken over wat je gaat eten die week, over het algemeen leidt tot minder stress, minder tijdsverlies, minder voedselafval.

 

Over het algemeen. In theorie altijd. Maar zoals we weten: in theorie is theorie en praktijk hetzelfde, maar in de praktijk is dat niet zo.

 

En omdat ik nu eenmaal niet wil doen alsof het altijd goed gaat: mijn weekmenu bloopers van de afgelopen dagen.

 

  • Misschien had ik mijn koffie nog niet gehad bij het opstellen van de boodschappenlijst. Daarom: tip van de dagdrink altijd eerst je koffie voor je daaraan begint. Als je geen koffie lust, tja, dan kan ik je ook niet helpen. Misschien kom je dan elke week in dezelfde situatie  als ik, en merk je dat je toch enkele belangrijke ingrediënten vergat te noteren.
    Geen wraps in huis voor de wraps met kip bijvoorbeeld. Dan maar rijst gemaakt, maar dat duurt natuurlijk wel langer. Te weinig prei gekocht voor de kabeljauw met prei. Manlief klaagde niet, maar viel iets sneller dan gemiddeld de koelkast aan na het eten.
    .
  • Op woensdag werden we uitgenodigd om de verjaardag van de schoonmama te gaan vieren, en uiteraard gingen we daar maar al te graag op in. De kaas-spinazieburgers had ik al laten ontdooien, maar die konden nog wel een dagje extra wachten aan. Helaas gold dat niet voor de broccoli, die tegen donderdag een nieuwe trendy kleur had aangenomen. Gevoelige groente te laat op de week gepland dus.
    .

IMG_0351

.

  • Bovendien smeedde onze koelkast een complot tegen ons: De helft van onze groenten en al het beleg besloot spontaan pootjes en haar te kweken. Daardoor kon de aspergesalade met gerookte ham niet doorgaan, want euh… geen asperges meer en geen ham. Dan maar met manlief over de middag gaan lunchen – ja, het was niet allemaal kommer en kwel.
    .
  • Ik probeerde enkele oude appels en overschotjes bloemkool te redden door er appelcake en bloemkoolsoep van te maken, maar vergat het bakpoeder en daarna ook de soep op het aanrecht.

 

Maar kijk, een nieuwe week, een nieuw menu, een nieuwe poging.

 

Lunch Diner
Maandag Varkensgebraad met patatjes en spinazie Soep met balletjes en boterham
Dinsdag Omeletje met groenten en hesp, broodje Spaghetti
Woensdag Lunch met vriendin Taco’s met koolvis
Donderdag Couscoussalade met feta Indische curry met paksoi
Vrijdag Boterham met eiersalade en sla Kip cordon bleu met krieltjes en worteltjes

Ps– tips om zo’n weekmenu op te stellen (want meestal loopt het goed, I promise):

Hebben jullie ook wel eens zo’n bloopers? Ik beloof dat ik niet (hard) zal lachen!

Heerlijk suikervrij bananenbrood

Het is alweer een tijd geleden dat ik een receptje heb gepost. Niet dat er niet gekookt of gebakken werd ten huize Bostonpeuter. Integendeel, er zijn heel wat nieuwe ingrediënten aangesleept en zeker tijdens de 40 Dagen Zonder Vlees heb ik vaak gerechten in première op tafel gebracht.

 

Bovendien letten we hier een beetje op onze lijn (manlief en ikzelf door calorie-bewust te eten, zoonlief door vooral naar zijn eigen buik te kijken en er dan vrolijk op te trommelen – want zeg nu zelf, het is een perfecte buik en daar mag al eens op getrommeld worden om het te vieren).

 

Dat betekent dat ik vaak receptjes van het internet pluk en ze dan aanpas aan onze huidige standaarden van veel groentjes, mager vlees, gevarieerde koolhydraten en gezonde vetten, met mate.

 

Verder heb ik al aangehaald dat ik echt mijn best doe om zo weinig mogelijk voedsel weg te gooien. Een weekmenu opstellen en hoeveelheden leren inschatten, is daar een deel van. Recepten die met restjes werken, uitproberen, is een ander luik.

 

Het receptje van vandaag past eigenlijk helemaal in dat plaatje. Ik maakte bananenbrood, met overrijpe bananen die anders echt tot de composthoop waren veroordeeld. OK, de composthoop voelt niet helemaal als verspilling, maar als je die wakke, bijna zwarte sukkeltjes kan omtoveren naar een superlekker ontbijt of tussendoortje, dan voelt dat toch als een echte ‘win’.

IMG_0329

Banaan, terminaal.

Bovendien is het recept suikervrij, en geen caloriebom. Oh, en ook nog glutenarm, voor wie het wilde weten.

 

Komt daar nog bij dat het een flexibel receptje is, ik bedoel daarmee dat je gerust wat ingrediënten kan toevoegen als de bakfee je dit zou influisteren.

 

Kortom: ik zou bijna twee bananen wat verloren leggen, om ze zo ‘toevallig’ te vergeten.

 

Voor één broodje (eten we met z’n drietjes ongeveer twee keer van)

Ingrediënten
  • Twee overrijpe bananen
  • 2 eieren
  • 75g havermoutvlokken
  • 25 g amandelmeel (gemalen amandelen dus. Als je hier niet van houdt, kan je ook 100g havermout nemen).
  • paar drupjes vanille-extract
  • theelepel bakpoeder
  • snufje zout
  • kaneel naar smaak
  • Optioneel: bos- of andere bessen, stukjes appel, rozijntjes, dadels, lepeltje cacaopoeder, noten, chocoladestukjes…
Aanpak

Verwarm de oven voor op 180°C.

Mix de havermoutvlokken eerst fijn tot meel. Plet de bananen.

Klop de eitjes schuimig.

Voeg alle ingrediënten (behalve de extra opties) toe en mix. Voeg als laatste je extra opties toe. Giet in bakblik dat je met bakpapier hebt bekleed. (Handige tip om dit vlot te doen vind je hier).

IMG_0331

Exemplaartje met cacaopoeder

Bak 45 minuten tot een uur (afhankelijk van je oven, bij mij zeker een uurtje – check geregeld of het voldoende droog is binnenin).

Haal uit de oven en laat afkoelen in het bakblik.

 

Heel lekker als ontbijt met wat boter of yoghurt, of als tussendoortje. Zoonlief is er helemaal gek op, en ik weet dat hij voedzaam aan het snoepen is.

.

 

Smakelijk!

Wat eten we deze week? Voordelen van een weekmenu

‘Wat eten we vanavond?’– toch zeker in de top 5 van meest gestelde vragen ever. Bij ons is het antwoord duidelijk: ‘kijk maar even op het bord’.

 

Ons magneetbord is de place to be in geval van stress rond het avondeten. Daar hangt netjes ons weekmenu, met een overzicht van de geplande lunches en diners.

 

Ja, een weekmenu samenstellen is sinds jaar en dag een gewoonte van me – ik kan me echt niet meer voorstellen dat ik niet vastleg wat we gaan eten. Hoe gaat dat dan, als je dat niet doet? Die stress, elke avond naar huis rijden en moeten denken, wat gaan we nu weer maken? Wat zouden we nog liggen hebben? Misschien net dat éne ingrediënt te kort komen voor dat geniale idee dat je dan toch krijgt. Hoe vaak moet je dan nog ‘even’ langs de winkel?

 

Mensen die me melden dat dat écht te veel tijd kost, zo een weekmenu (en bijhorend boodschappenlijstje) opstellen, die verwijs ik graag door naar bovenstaande opmerkingen. Wij gaan 1 keer per week naar de winkel (of liever: tegenwoordig pikken we één keer per week de boodschappen op met Collect & Go), en tussendoor pik ik nog één keer iets op (vers brood, beleg) van onze buurtwinkel.

 

En als je weet wat je gaat eten, dan heb je daar over het algemeen ook zin in (want critici hebben me al gezegd dat je toch niet kan voorzien wat je wil eten). En als je er dan echt geen zin in hebt: tant pis. ’t Is een weekmenu, niet de 10 geboden.

 

Ik ben dus een absolute aanhanger van het opstellen van een weekmenu. Samengevat spaar ik vijf dingen uit:

  • Tijd – beter één keertje serieus boodschappen gaan doen, dan vijf keer de kassarij trotseren
  • Geld – want geef toe, die vijf keer neem je toch altijd nog iets extra mee
  • Stress – ik weet gewoon dat alles in huis is, en dat het avondeten dus wel in orde komt. Ik hoef er niet meer over na te denken
  • Calorieën – bij het opstellen van het weekmenu probeer ik gezonde keuzes te maken. Komt beter uit dan snel een pizza in de oven schuiven omdat ik niets weet te verzinnen (al staat pizza uiteraard ook geregeld op het menu).
  • Voedselafval – doordat ik mijn boodschappenlijstje afstem op wat we effectief gaan maken, gooien we minder ‘vergeten’ eten weg.

 quote

 

 

 

 

 

Wat er deze week op het menu staat?

  Lunch Diner
Maandag Rijstsalade met gerookte zalm en geitenkaas Knolselderijstoemp met gebakken seranoham
Dinsdag Couscoussalade met feta Pasta met spinazie en artisjok
Woensdag Pastasalade met rauwkost Asperges met ei en puree
Donderdag Groentesoep met broodje Witloof met hesp en bloemkoolsaus
Vrijdag Krieltjessalade met spekjes en radijsjes Zelf gemaakte pizza
 

Er zitten een paar van onze klassiekers tussen, maar ook dingen die we nog niet eerder gemaakt hebben. Naar de knolselderpuree ben ik bijvoorbeeld heel benieuwd!

 

Wat staat er bij jullie op het menu?

 

terrible day

Nieuwe smaken #1

Toen we naar Boston verhuisden, was het voor mij niet alleen wennen aan een nieuwe stad en een nieuwe flat, maar ook aan een heel nieuwe dagstructuur. Ik was thuis, met een baby van vier maanden, en ik had tijd. Niet alle tijd, er moest wel degelijk iemand geëntertaind worden, maar toch wat tijd. Ik besloot die tijd voor een deel aan het koken te besteden.

Ik ben een laatbloeier, wat koken betreft. Ik was altijd omringd door mensen die graag of heel efficiënt kookten. Mijn inmenging als complete dummy was dus vaak niet handig of een vertragende factor.

Bovendien was ik er zelf niet zo happig op: van koken kreeg ik stress! Al die dingen die op tijd én tegelijk klaar moeten zijn, je vlees nog rozig en niet zwart aan de buitenkant en rood vanbinnen, zoals een typische steak er in mijn pan uitzag. Een kookboek dat schrijft ‘kook de aardappelen gaar’, wat heb je daaraan als je niet weet hoe lang dat duurt? En moeten die dan in kokend water of mag je ze van in het begin in de pan leggen? En loopt de klok dan al?

Ik sneed dan ook vaak de groenten, ik deed de voorbereidingen, en een kotgenote of manlief maakte het gerecht klaar. Tot hij zotte uren begon te werken, ik een keer te veel rauwe courgette met cornflakes had zitten knabbelen van pure miserie, en er dan zelf maar aan begon. Met vallen en opstaan leerde ik koken.

En ik begon het zelfs leuk te vinden. Ook geen mens zo’n enthousiast proefkonijn als mijn man. Heerlijk, hoe die van het meest eenvoudige oprecht kan genieten, en dan zeker als ik dat zelf hebt klaargemaakt.

 

Fast forward naar Boston. Meer tijd om te koken. Een supermarkt die heel wat producten aanbood die ik niet kende, of nog nooit had gebruikt. Ik besloot mezelf uit te dagen: in dat jaar wilde ik minstens 20 nieuwe ingrediënten proberen.

Een jaar later stonden er 24 op de teller. Sommigen waren alleen ‘goed geprobeerd’. Sommigen werden opgenomen in onze favorieten. Sommigen vind ik niet terug in België.

Mijn eerste lijstje van nieuwe smaken is er eentje waarbij ik de ingrediënten tot nu toe niet heb teruggevonden in ons thuislandje.

  1. Chard. Ik heb het moeten opzoeken – het is snijbiet in het Nederlands. Ik weet dat vrienden dat af en toe in hun groentenbox hebben zitten, maar zelf ben ik het nog niet tegengekomen. Het is een voorloper van spinazie, en heeft een gelijkaardige maar zachtere smaak (niet dat spinazie al zo heftig is). Het leuke was dat er vaak verschillende rassen werden samengevoegd, die elk een eigen kleur steel hebben. Dit werd dan verkocht als rainbow chard.
    rainbow chard
  2. Spaghetti squash. Pompoensoorten genoeg in Amerika. Deze is zo bijzonder dat je het vlees als spaghetti kan gebruiken na het grillen ervan.
    spaghetti squash
  3. Chayote. Ziet er ook een beetje uit als een pompoen maar is familie van de komkommers. Is fris maar heeft verder niet veel smaak.
    charyote
  4. Collard greens. Door wikipedia vertaald als boerenkool, is het dit zeker niet (boerenkool is kale trouwens in het Engels). Mergkool wordt ook als Nederlandse term gegeven. Het is verwant met broccoli en andere koolsoorten.
    220px-Collard-Greens-Bundle
  5. Liquid smoke. Uiteraard waren niet alle nieuwe ingrediënten groenten (al waren het er wel veel). Vloeibare rook zit in een flesje, en wanneer het toegevoegd wordt aan je vlees, geeft het een barbecue-smaakje zonder dat je daarvoor je kolen moet verwarmen. Ik vond het niet meteen een meerwaarde.
    liquid smoke
  6. Broccolini. Het lijkt een beetje op broccoli maar met smallere steeltjes en kleinere roosjes – je zou je dus kunnen afvragen waarom je dat dan ook zou kopen. De smaak is gelijkaardig aan broccoli en je kan het op dezelfde manier klaarmaken. Maar je bent wel hip, want ja, broccolini hoe cool klinkt dat wel niet?
    Broccolini
  7. Paarse zoete aardappel. Ik keek raar op toen ik deze zag liggen, maar qua smaak is het helemaal gelijk aan zijn oranje broertje (of zusje, wie zal het zeggen?).
    sweet potato
  8. Farro. Farro is een soort oude graansoort, die je in 40 minuten gaar kookt. Het lijkt een beetje op spelt. Het heeft een notige smaak en kan klaargemaakt worden als andere granen. Deze hoort niet helemaal in het lijstje, want ik heb recent farro gevonden in de Albert Heijn.
    farro
  9. Broccoli rabe. Deze naam in het Nederlands vertalen, lukt me niet eenduidig. Broccoli raap, ben je daar wat mee? Of met rapini? Het lijkt op steeltjes met mini-broccoli als roosjes, maar met koolachtige bladeren. Het zou heel gezond zijn… maar het was AF-SCHU-WE-LIJK! Het is mij 100% duidelijk waarom het hier niet in de winkel ligt, het halve land zou over zijn nek gaan! Ik had het in een chili gedaan en het is echt het enige gerecht dat integraal in de vuilnisbak is beland. Niet te eten. Zo bitter! Ik eet graag witloof, een beetje bitter daar is echt niets mis meer, maar dit? Alsof de natuur ons vertelde dat het gewoon… slecht was. Giftig. Megatoxisch. Ofzo. Nu ja, de natuur vertelde ons dat niet, ze gilde het ons toe. Loud and clear. Urgh!

    broccli rabe

 

Heel wat andere van mijn ontdekkingen zijn eenvoudiger in België te vinden. Sommigen maken deel uit van de klassieke Vlaamse keuken maar had ik gewoon zelf nog nooit geprobeerd. Volgende keer meer!

Toblerone cheesecake met oreo basis

Voor Pasen had de schoonfamilie een origineel concept bedacht: een Italiaans buffet. Iedereen bracht een pastaschotel mee- een beetje afgestemd op elkaar zodat we niet allemaal met Mac & Cheese zouden aankomen (al moet ik toegeven dat ik nu denk: NOT THE END OF THE WORLD).

Omdat de meeste schone dingen zoet eindigen, brachten de meesten ook nog een dessertje mee.

Ik dacht, we doen eens typisch Amerikaans. Nee, dat wilt niet zeggen dat ik een cake kocht, of een pakje deeg openscheurde. Goeie gok, dat wel.

Nee, ik maakte een cheesecake. Dat heet ‘kwarktaart’ in mooi Nederlands. Begrijp je meteen dat ik het consequent cheesecake blijf noemen, dan klinkt het tenminste niet alsof ik zure melk in een bakvorm heb gegoten.

Maar dus, een cheesecake. Met toblerone. En oreo koekjes. Kortom, een toblerone cheesecake met oreo bodem.

Beste van alles: die moet niet eens in de oven! Het is een No bake cheesecake. Alleen al voor die term blijf ik cheesecake zeggen.

Maar goed, ik dacht: ik deel deze lekkernij. Ik zeg er eerlijkheidshalve bij dat het work in progress is. Ik heb me gebaseerd op een Amerikaanse website maar heb er Vlaamse en Nederlandse recepten bijgehaald om één en ander aan te passen.

Ingrediënten

400g Philadelphia natuur

100g Alpro Mild and Creamy

140g witte suiker

2 pakjes vanillesuiker

200 ml room 30%

 

4 gelatineblaadjes

200g toblerone

200g oreokoekjes

80g boter

Chocoladeschilfers (te maken met een dunschiller)

Frambozen

De oreobodem

Doe de boter in een pannetje of in een microgolfpot en laat smelten. Verkruimel de koekjes: dit kan je doen in een plastieken zakje, een deegrol en een hoop opgekropte woede, maar een kleine blender is over het algemeen veel sneller, en grondiger.

Meng de kruimels en de boter.

Beleg de springvorm (doorsnede 26cm) met een rondje bakpapier. Dat is prutsen, zeker als je in de kleuterklas al niet zo’n knipper was, maar geloof me, je zal jezelf daarna dankbaar zijn. Schep het koekjesmengsel op de bodem en duw goed aan zodat dit één geheel vormt en de bodem helemaal vult. Plaats de vorm in de koelkast zodat de bodem kan opstijven. Dit kost minstens een half uur, wij lieten de bodem een nachtje rusten.

dsc_2501.jpg

Het kaasmengsel

Leg de gelatineblaadjes in een bordje met koud water.

Meng de philadelphiakaas met de yoghurt. Smelt de toblerone au bain-marie of voorzichtig in de microgolf (opgelet, die nootjes kunnen sneller verbranden- don’t ask how I know). Voeg de gesmolten toblerone toe aan het kaasmengsel. Je kan eventueel ook een paar stukjes melk- of fondantchocolade smelten en toevoegen, dit maakt de kleur wat donkerder.

DSC_2500

Voeg de suikers toe aan het mengsel en mix goed.

Verwarm een vierde van de room (niet laten koken) en los hier de uitgeknepen gelatineblaadjes in op. Klop de rest van de room op tot deze lobbig is. Voeg beiden bij het kaasmengsel en schep eronder tot een egaal mengsel.

DSC_2498

Haal de springvorm met oreobasis erbij en stort het kaasmengsel in de vorm (ik vind dat dus héérlijk he, dingen ‘storten’). Vergeet niet dat de kok de mengpot mag uitlikken (dit is de pot waar je eerst mee werkte, niet te verwarren met de springvorm, of toch: nog niet!).

Laat de taart minstens 3 uur opstijven in de koelkast.

Finishing touches

Als versiering kan je wat chocoladeschilfers maken met een dunschiller, rood fruit doet het ook altijd goed. Of stukjes toblerone, of halve koekjes oreo (geen idéééé wat er met de andere helft gebeurd is, pom pom pom, fwiet fwiet). Kortom, go wild. Bij een Toblerone cheesecake met oreo basis mag dat al eens.

Mjam

Ik heb deze schoonheid nu een paar keer gemaakt en mijn foto’s tonen al meteen enkele puntjes van verbetering:

  • Ik gebruikte maar 300g philadelphia en kreeg dus een vrij dunne laag kaasmengsel. Dit kan je oplossen door meer te gebruiken (zoals in het recept hierboven), of een kleinere bakvorm te gebruiken.
  • Ik gebruikte maar 2 blaadjes gelatine, wat maakte dat de vorm een beetje inzakte van zodra de taart wel aangesneden.
  • Ik heb geen bakpapier op de bodem gelegd (ja, ik was dat kindje dat niet kon knippen IK BEKEN) en het was dus vrij moeilijk de oreobodem in één geheel op je bord te krijgen.

Deze puntjes hebben in elk geval de complimentjes niet belet. De woorden ‘beste dessert dat ik ooit gegeten heb’ zijn gevallen, en ik zwéér het, ze kwamen niet van mij!

 

DSC_2510

DSC_2512

DZV: vijfde week, op dreef

Vandaag had ik zo’n gesprekje waar je hersenen van blokkeren. Waarbij je even met je ogen knippert en gedurende twee seconden aan absoluut niets kan denken, het wordt ‘wit’ voor je ogen. Going blank, wordt dat toepasselijk genoemd in het Engels.

Mijn collega kondigde aan dat de ’40 dagen bloggen challenge’ op het einde van deze week aan zijn einde zou komen. Immers, maart telt 31 dagen, en dan nog negen in april, en daar heb je je 40 blogjes. Maar, de Vasten loopt toch tot Pasen? En Pasen is toch pas op 16 april?

 

En hoe zat dat dan eigenlijk met Dagen Zonder Vlees, die ook verkondigen 40 dagen naar minder vlees en vis te streven? Verwarring alom!

 

Op zo’n ogenblik kan je natuurlijk maar één ding doen: Google to the rescue! Bleek dat er inderdaad eigenlijk 46 dagen tussen Aswoensdag en Pasen zitten, maar dat er op zondag niet gevast werd. Ha! Die gebraden kippetjes en gourmetjes op de zondagse familiemiddagen waren dus helemaal ingecalculeerd!

 

Ik ga er dus vanuit dat onze Dagen Zonder Vlees lopen tot Pasen. Deze vijfde week liep heel goed, dank je wel. Hier is mijn tussenstand:

Screen Shot 2017-04-03 at 21.51.30

Ik heb de voorbije zeven dagen volledig vegetarisch gegeten. Nu ging dat enigszins met wat ups en downs.

 

De ups: De spinazie-kaasburger die ik kocht in de Albert Heijn was echt geweldig. Samen met de gegrilde bloemkool en de krielaardappeltjes smaakte me dit heel erg. Een blijvertje!

DSC_2442

De shashuka, waarbij eieren gepocheerd worden in een bedje van geitenkaas, tomaten en paprika, had net iets te lang op het vuur gestaan, waardoor de dooiers wat te vast waren geworden. Toch vond manlief dit een absoluut topgerecht. Hij is altijd vrijgevig met complimentjes over mijn kookkunsten, maar vier of vijf keer horen dat het echt geweldig is, dat gebeurt me toch niet zo vaak (geen foto wegens totaal niet fotogeniek gerecht).

 

De downs: Ondanks het feit dat ik het recept van de pompoenspinazielasagne volgde, zoals beschreven in het Jamie magazine, heeft dit toch geleid tot de eerste echte ‘mislukking’ van deze DZV-periode. Door een tekort aan saus waren de lasagnevellen totaal niet zacht en gaar. Omdat de groentjes er wel goed uitzagen, hebben we deze vakkundig van de lasagne geschraapt, er een Philadelphiasausje bij gemaakt en op gewone pasta gegoten. Op zich lekker, maar ik bleef het wat sneu vinden.

De chili sin carne is niet op tafel gekomen wegens een totaal gebrek aan ‘goesting’ om te koken, het is toen dus een slaatje geworden met kaasflapjes.

DSC_2450

Deze week staat er het volgende op het menu:

 

Maandag: Thai beef salade – tja, de naam geeft het al wat weg, vandaag zal ik niet als volledig veggie kunnen ingeven. Manlief is namelijk jarig en mocht kiezen wat er op het menu stond. En zoals wel duidelijk is: verjaardag > DZV.

Dinsdag: Rijst met kokosspinazie

Woensdag: Mexicaanse salade met maïs en zwarte bonen. Ik heb met allerlei bonen leren koken in Amerika, en vond deze zwarte bonen bij de Albert Heijn. Zou er een reden zijn waarom Nederlanders zo veel meer soorten bonen in de rekken willen?

Donderdag: Portobello met geitenkaas en walnoten, en krieltjes.

Vrijdag: Zelf belegde pizza met bloemkoolbodem. Die bloemkoolbodem vind ik in… euh ja, Albert Heijn. Er is een thema.

 

Verder kreeg ik deze week de eerste vraag of ik supplementen nam om de tekorten die je oploopt door vegetarisch te eten, op te vangen. Oei, euh nee? Ik voel me eigenlijk heel goed, veel minder namiddagdipjes. Het zal nog wel meevallen zeker, ik eet af en toe nog wel eens vlees, toch? En zitten er niet gewoon heel veel vitamines in chocola? Check!

Vrienden en courgettebrood

I made a friend today. And zucchini bread. I also made zucchini bread.

 

Mensen leren kennen loopt niet van een leien – of zelfs niet van een strooien – dakje in de Verenigde Staten. Hoewel dat een verzuchting was van de voorbije maanden, is het misschien niet te verwonderen. Recent vatte een vriend het heel mooi samen: je huidige vriendenkring in België is het resultaat van meer dan 30 jaar sociale interactie en investeren. Hoe kan je dan verwachten dat het op een paar maanden gebakken is?

 

Juist. Laat bakken nu net iets zijn waar ik goed in ben (ja, ik mag dat zeggen hé, weet je nog). Dus toen ik in de ‘mamagroep’ Michelle en haar zoontje Wes leerde kennen, met wie ventje en ik het best goed konden vinden, nodigden we hen uit voor resp. koffie en met blokjes spelen. En om samen iets te bakken.

 

Het werd courgettebrood, omdat we dat allebei nog nooit geprobeerd hadden. Een vrij gezonde versie van een cake, waar stiekem nog een portie groenten in verstopt zit. Wat blijkt? Samen bakaanwijzingen volgen met één oog en je zoon in de gaten houden met het ander, is niet alleen een recept voor schele hoofdpijn, maar ook voor een fijne namiddag vol prettige- zij het op tijd en stond onderbroken omdat je echt niet met blokjes op de ander zijn hoofd mag slaan help nee daar niet opkruipen hey niet aan de lamp rammelen wie wilt er een stukje fruit – gesprekken.

 

En omdat het baksel ook écht de moeite was, deel ik het graag met jullie.

 

Het recept:

Ingrediënten

 

1 1⁄2 cups volgranenbloem

3⁄4 cup suiker

1⁄4 theelepel bak soda

1⁄2 theelepel bakpoeder

1⁄4 theelepel zout

1 1⁄2 theelepel kaneel

2 eieren

2 1⁄4 cups courgette, geraspt (ongeveer 2 medium courgettes)

1⁄4 cup olie

1 1⁄2 theelepel vanilla extract

1⁄4 cup gehakte walnoten

 

Jep, het is een Amerikaans recept. Gelukkig heb ik maatlepels die ervoor zorgen dat ik niet elke hoeveelheid moet gaan googlen.

spoons

Zoals ik al eerder aanhaalde, is 1 cup bloem namelijk niet hetzelfde als 1 cup suiker. Nu is de website waar ik de mosterd (of in dit geval, het brood) haalde, zo vriendelijk een extra knopje bij hun ingrediëntenlijst te voorzien. Zo kan je switchen tussen ‘US measurements’ met alle lepels en kopjes vandien, of ‘Metric measurements’. Ja, ik was ook enthousiast. Hoe handig! Hoe praktisch! Wat een goed idee! Maar toen ik alles eventjes snel wilde overzetten naar ons geliefd metrisch systeem, kreeg ik dit aangeboden:

 

354.88 ml volgranenbloem

177.44 ml suiker

1.23 ml bak soda

2.46 ml bakpoeder

1.23 ml zout

7.39 ml kaneel

2 eieren

532.32 ml courgette

59.14 ml olie

7.39 ml vanilla extract

59.14 ml walnoten

 

Hum. Humhum. Die eieren, olie en vanille komen helemaal goed. Over de rest moet ik even diep nadenken….

 

Over de uitvoering hoeven we gelukkig niet lang na te denken. Meng natte ingrediënten. Meng droge ingrediënten. Meng alles samen. Doe in ingevette cakevorm. Zet 40-45 min in een voorverwarmde oven op 180°C. Klets wat verder terwijl de oven het werk doet.

brood

Et voilà. Lekker als dessert of zelfs als ontbijt. De courgette zou je zo vergeten, maar het maakt het brood erg fris. De walnoten zijn een extra knapperige toets die ik zeker niet zou weglaten bij het bakken. De koffie en de –klets tijdens, ook niet.

 

 

Bron: http://www.food.com/recipe/low-fat-healthy-zucchini-bread-375809?photo=324389

Granola-la-la

Wat ik echt vakantie vind? Meer tijd doorbrengen met de mensen die je het liefste ziet, uiteraard maar ook: uitgebreid ontbijten. De tijd hebben om rustig je koffietje te drinken, misschien zelfs een pannenkoekje of een eitje te bakken, wat fruit erbij… zalig. Voor die dagen, maar ook voor de dagen dat het allemaal wat sneller moet, heb ik een receptje op punt gesteld: dat van chunky granola. Havermout is aan een opmars bezig, maar geef toe, het zijn vlokjes karton met een dikke nek. Vandaar een kleine tip om van havermout een lekker knapperig ontbijt te maken. Eenvoudig en ook helemaal naar eigen smaak aan te passen. Laat je niet afschrikken door de lijst ingrediënten – uiteindelijk is het enige ‘koken’ dat eraan te pas komt, alles bij elkaar smijten en in de oven zetten. Gemakkelijk én stukken goedkoper dan wat je in de winkel koopt!

Verwarm de oven voor op 160°C. Meng in een grote kom alle droge ingrediënten bij elkaar (zie hieronder).

In een pannetje of een microgolfpotje meng je ook de overige ingrediënten door elkaar, en je verwarmt deze tot alles begint te pruttelen/gesmolten is (–> alles behalve de microgolfpot, voor alle duidelijkheid. Aha, jaja, hier in Amerika kan een mens niet duidelijk genoeg zijn!).

Dan meng je de gesmolten ingrediënten bij de droge en meng je goed. Schud alles uit op een ovenplaat die je met bakpapier hebt bekleed.

Bak 25 min af op 160° en verlaag dan de temperatuur naar 100° C voor nog eens 10 min. Neem de eerste keer af en toe een kijkje, want elke oven is anders en je wilt niet dat je werk eindigt als een hoopje zwartgeblakerde grind.

 

Voor een portie waar je een weekje verder mee kan:

Droge ingrediënten

  • 315 g havermoutvlokken (geen instant)
  • 90 g geraspte kokos, liefst ongezoet
  • 75 g gehakte noten naar keuze
  • 75 g lijnzaad of andere zaden/pitten (aanrader: zonnebloempitten)

 

‘Natte’ ingrediënten

  • 60 g kokosolie (of een andere olie, maar ik vind deze wel lekker). Je kan ook boter gebruiken, maar dan wordt de granola korreliger, niet brokkelig.
  • 50 g pindakaas (als je daar niet van houdt, kan je ook gewoon 110 g olie in het totaal toevoegen)
  • 50 g honing of maple syrup (zoetebekken kunnen nog een eetlepel bruine suiker toevoegen. Of meer honing natuurlijk!)
  • beetje zout, en als je dat lekker vindt, een flink schepje kaneel (in mijn geval: check)
  • 100 ml melk

 

Belangrijk is de zoetstoffen niet helemaal weg te laten. Ze zorgen voor de brokkeligheid van de granola. Ik heb gehoord dat als je dat toch wilt proberen, je eiwit kan toevoegen voor meer ‘samenhang’, maar dat heb ik zelf nog niet getest. Voor het overige kan je zoveel weglaten of toevoegen als je wilt.DSC_1560

Laat na het bakken minstens een uur afkoelen in de oven – of de hele nacht als dat kan. Dan heb je een dikke granolakoek die je in stukjes kan breken.

 

 

 

 

Daarna kan je nog gedroogd fruit toevoegen, zoals rozijntjes, gedroogde besjes of banaanschijfjes, studentenhaver, stukjes chocolade… Luchtdicht bewaren. Naar het schijnt blijft het wel een week of twee goed, maar zo lang heeft de voorraad het nog niet overleefd bij mij! Heerlijk met yoghurt en vers fruit ’s morgens. Of gewoon als tussendoortje. Smakelijk!

Granola-detail

Smakelijke vrienden

Ik was eigenlijk een ander postje aan het schrijven. Over het Amerikaanse schoolsysteem. Hoe meer ik erover hoor, hoe meer het me verbaast. Dat tekstje komt er waarschijnlijk nog wel. Er is iets anders dat nu al een paar dagen in mijn hoofd ronddwarrelt. Het gaat, misschien niet verbazingwekkend, over eten.

Een week terug gingen manlief en ik uit eten om te vieren dat ik een (kort) tijdje geleden geboren ben. Vlakbij ons appartement is een Frans restaurant open gegaan, waarover ik niets dan goed las. De koks zijn echte Fransen en het menu was eveneens in het Frans opgesteld, met een Engelse verklaring van woorden als ‘terrine’, ‘tarte tatin’ en ‘île flottante’. Wij hebben het uitgetest en het was een verademing. Het brood was heerlijk! De wijn idem! Het hoofdgerecht werd niet op tafel gezet terwijl je net je vork neerlegde na het voorgerecht. Er werd niet raar gekeken toen manlief zijn biefstuk bijna rauw bestelde (en hij kreeg geen preek over mogelijke ziektes die voortkomen uit niet doorbakken voedsel….). De rekening werd je niet passief agressief opgedrongen. Het was duidelijk dat niet alleen de Franse gerechten, maar ook de Franse stijl van dineren was geïmporteerd en wij genoten met volle teugen (ook weer niet té volle teugen, want dat glas wijn was wel $15).

 

 

Het deed me opnieuw beseffen hoe wij (Belgen, Fransen, …en wel meer Europeanen) eten zien als zo veel meer dan brandstof. Hoe samen dineren niet alleen betekent dat je niet zelf hoeft te koken. En hoe veel lekkers herinneringen meebrengt aan bepaalde mensen.

 

Ik kan nu eenmaal geen cupcake eten zonder aan mijn schoonzusje-het-zelfverklaarde-cookiemonster te denken, al is het maar even. Kinderchocolade, tja, dat zijn mijn zussen. Manlief lacht elke keer om de ‘huisregel’ dat je die reepjes altijd in een even aantal moet eten (maar hij maakt er graag gebruik van als ik hem maar één reepje chocola breng- “hela, je kent de regels”). Gestoofd witloof, goh, dat is mijn vader, en wel omdat dat het enige is dat hij écht niet lust. Het moest in de keuken op het fornuis blijven staan, of de geur benam hem zijn eetlust. We gaven hem ooit een versierde wasknijper als vaderdagcadeau, maar het was zijn maat niet denk ik. Witloof met hesp in de oven, da’s mijn groottante, wiens legendarische saus ik nog steeds niet heb kunnen evenaren, en de wafeltjes waarvan ik er 12 000 moet gegeten heb en die ik nu nog met veel plezier maak, naar haar recept.

Courgettesoep en een broodje met kaas… – de vriendin die dit maakte bij gezellige onderonsjes tijdens de studententijd. Koffie(klasj) en belegde broodjes – de vriend die zijn krabsla zelf moet maken nu hij in Mexico woont. Pikante Tikka Massala saus – mijn lieve huisgenote en getuige die voor mij kookte toen ik dat zelf nog niet kon, en er zo voor zorgde dat ik geen 100 kg woog aan het einde van m’n studies. Maar die de hele pot spicy marinade voor een lichte saus aanzag waardoor we allebei vuur spuwden terwijl de tranen ons over de wangen rolden; van pittigheid én van het lachen.

Worteltjes… die zijn oranje. Geweldig, Ge-WEL-Dig ORANJE. Dat heb ik geleerd van zoonlief (nu zijn slabbertje, zijn lepeltje, en zijn bordje ook geweldig, geweldig oranje zijn gebleven).

Starbucks koffie met hele lange namen (skinny iced decaf caramel soy latte, bijvoorbeeld) doet me denken aan de ‘was-collega-werd-vriendin‘ die me een koffiekaart van Starbucks cadeau deed en me als eerste liet weten dat ze opnieuw zwanger was.

Chocolade met nootjes én rozijntjes – wat ik heerlijk vind – en witte paaseitjes met pistachevulling – de enige die altijd overblijven en die je dan opeet omdat er écht niks anders meer is; mijn moeder, eigenlijk niet eens zo’n zoetekauw.

En zo kan ik nog even doorgaan (ferrero rocher! matinnettekes! mignonetjes! chocomousse!). Allemaal zo’n fijne herinneringen, wie heeft er nog foto’s nodig? Al moet ik dringend vrienden maken over appels en rijstwafels. De weegschaal geeft niet om nostalgie.

Groe(n)tjes uit Boston

Wat doet een mens wanneer zijn of haar dag er opeens helemaal anders uitziet? Wel honderd nieuwe dingen, zo blijkt. Eén daarvan is meer tijd besteden aan koken. Niet alleen meer tijd aan het fornuis (hoewel…), maar ook aan de voorbereidingen: het menu opstellen, het boodschappenlijstje maken – ik kan er al eens langer over nadenken. Er worden zelfs goeie voornemens aan gekoppeld, zoals elke week nieuwe ingrediënten leren kennen. Bijvoorbeeld nieuwe groenten. Nieuw, omdat ik ze echt nog nooit gezien heb (‘huh, wat is dat voor knol’ – en het dan niet over de winkelbediende hebben) of nieuw omdat ik er nog nooit mee gekookt heb door pakweg kindertrauma’s (Spruitjes! Rode kool! *rent gillend weg* ), onwetendheid (‘Hoe moet je dat eigenlijk klaarmaken, zo’n biet? Ah oei, da’s een raap?’) of omdat het er eenvoudigweg nooit van is gekomen (‘Heb ik zin in boerenkool? Meh!’).

Redenen genoeg dus om ons te beperken tot de gouwe ouwe boontjes, worteltjes, bloemkool en andere smakelijke bekenden. Maar als ons kleinste ventje nieuwe smaken moet leren kennen, zij het netjes gepureerd met een patatje of wat pasta, dan kunnen wij toch niet achterblijven? Dus hop, naar de Stop N Shop! Foto’s nemen van de onbekende groenten, thuis receptjes opzoeken en de week erna op het menu zetten. Manlief verrassen met wat er in de koelkast ligt (‘Wat zijn die groene bladeren met gele, paarse en rode steeltjes aan?’) en op zijn bord (‘Pizza met geroosterde rode biet en pompoen? Géén salami? Ben je zeker schat?’ *licht ongeruste blik*).

 

Maar de beoordeling van de master jury is overwegend positief. En wat blijkt; onbewust eten we nu ook vaker vegetarisch. Maar dan wel op een manier dat je het vlees echt niet mist, neen echt, zelfs mijnheer de meatlover niet. Dat is natuurlijk mooi meegenomen! Ik wilde tot nu toe best wel wat minder vlees gaan eten (ecologisch enzo), maar die maaltijden zagen er altijd uit alsof iemand het vlees gewoon vergeten was of per ongeluk had vervangen door iets dat niet anders kan omschreven worden als Spongebob Squarepants’ pants.

Hier onze top 5 (vegetarisch of not so much, maar altijd met een smakelijk groentje in de hoofdrol)

1. Hartige taart met rode kool en geitenkaas

Bij deze zijn alle kindertrauma’s in verband met rode kool gesmolten als sneeuw voor de zon! De kool wordt gekookt met balsamico azijn en wat bruine suiker, mjum mjum. Het helpt natuurlijk ook dat de korst voor een groot deel uit parmezaan bestaat – alsof je een gigantisch kaaskoekje eet! Voor het recept zie: http://etenuitdevolkstuin.nl/2014/02/23/hartige-taart-met-rode-kool-uit-delicious/ .

DSC_0621

Korst net niet groot genoeg gemaakt 🙂

 

2. Pasta met snijbiet en gehakt

Rainbow chard. Ik ben het moeten gaan opzoeken. Bleek het ‘snijbiet’ te betekenen. Ben ik dat ook moeten gaan opzoeken – zo blijft een mens wel bezig natuurlijk. Het wordt omschreven als de voorloper van spinazie met een mildere smaak. Hier worden verschillende rassen gemengd en dat geeft allerlei kleurtjes steel (vandaar de ‘rainbow’). Dit receptje is super snel en erg lekker: http://www.foodnetwork.com/recipes/food-network-kitchens/rigatoni-with-swiss-chard-and-sausage.html?soc=socialsharingpinterest .

IMG_20160118_144634

3. Quiche van groene asperges met een spaghetti-pompoen-korst

Van spaghettipompoen had ik nog nooit gehoord. Maar eens gegrild wordt snel duidelijk dat ie zijn naam niet gestolen heeft. Het dradige vlees kan gebruikt worden als vervanger van pasta, of in dit geval, samengeduwd worden in een quichevorm en dienst doen als smakelijke bodem. Toppie. Het recept is op dit manier glutenvrij en ook vegetarisch – al denk ik dat wat spek erbij gooien zeker lekker zal zijn. OK, dat laatste was waarschijnlijk een overbodige opmerking: ergens wat spek bij gooien is toch (bijna) altijd lekker? Voor het recept zie: http://tastykitchen.com/blog/2012/09/asparagus-quiche-with-a-spaghetti-squash-crust/ .

 

ps– ik moet er eerlijkheidshalve wel bijzeggen dat manlief me halverwege de maaltijd vroeg of het oorspronkelijke recept ook met groene boontjes was. Waarop ik dan schaapachtig: eeeeeeuhhh…. het zijn groene asperges. Duhuh.

 

4. Pasta met avocadosaus

Natuurlijk kende ik al avocado’s. Maar ik had ze nog nooit als spaghettisaus gebruikt! Enige minpuntje hierbij is dat ik het altijd zo moeilijk heb om een echt rijpe avocado te vinden. Als je ze koopt, zijn ze zogezegd ‘klaar om te eten’ maar NEEEEEE dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Als je te vroeg bent, is er geen weg meer terug, want je hebt de sucker natuurlijk al in twee gesneden. Als je dan weer wacht tot ie echt zacht aanvoelt, is de binnenkant al onsmakelijk bruin.

Maar goed, stel dat je dus toch dat fantastisch moment van het-leven-is-mooi-de-avocado-is-rijp gevonden hebt, schrap dan alles van het menu en maak dit! Het gerecht is in feite vegetarisch, maar spekjes…. Ah, you get it. http://damndelicious.net/2014/06/20/avocado-pasta/ .

 

DSC_0663

5. Gehaktballetjes, stoemp van groene kool en speksaus

Van onze eigen Jeroen Meus (http://www.een.be/programmas/dagelijkse-kost/recepten/kippengehaktballen-stoemp-met-savooikool-en-speksaus). Het mag dan wel dagelijkse kost heten, met die jager-achtige saus smaakt het als een feestmaal. Groene kool leek heel saai in mijn ogen, ik had het nog maar zelden klaargemaakt. Maar dit komt zéker nog eens op tafel. Ik vond het best veel werk, maar misschien word ik er wel efficiënter in. Manlief zal het in elk geval niet erg vinden dat ik oefen!
IMG_20151209_193729

 

Ik vraag me al aan af waarom oh waarom ik een top 5 heb gemaakt! Nu kan ik niets meer vertellen over de pizza met bloemkoolkorst, de pasta met bloemkoolsaus (tiens, een thema), de raapjes in de oven, de zalm met olijfjes en pistachenootjes, …en vooral: de pittige falafel met avocadosaus. Nu ja, next time!

Laat zeker weten mocht ik je overtuigd hebben een receptje te proberen. Of heb je zelf nog andere, minder alledaagse manieren om groenten klaar te maken? Ik hoor het zeker graag! En ondertussen: veel groentjes uit Boston en smakelijk!

Kiss the cook (deel 1)

Hier in hamburgerland is het zo een beetje mijn taak geworden om ’s avonds voor het eten te zorgen. Ik ben niet te beroerd om toe te geven dat manlief beter kookt dat ikzelf. Hij heeft dat met de paplepel meegekregen (mooi passende uitdrukking hier), terwijl ik vroeger acute stressaanvallen kreeg aan het fornuis: Hoe krijg je alles tegelijk klaar? De aardappelen zijn alweer koud en ik moet nog aan de groenten beginnen. Waarom is mijn vlees vanbinnen nog rauw en van buiten zwart? Hoeveel is ‘een snuifje’ zout? Waarom kookt de pasta over?

 

Kortom, ik was meestal de hulpkok van dienst, die de groentjes sneed, wat afwaste en voor de rest vooral uit de buurt bleef van de magie die maakte dat alle ingrediënten samen een lekker maaltje vormden.

 

Tot manlief geschifte uren begon te werken, en ik het beu was altijd die rauwe gesneden groenten dan maar op te knabbelen of me op de cornflakes te storten. Crunchy muesli of rice crispies allemaal lekker, maar niet elke avond!

 

Uiteindelijk is het nog wel goed gekomen. Ik begon het zelfs leuk te vinden. Manlief is ook een erg dankbaar proefkonijn – hij eet ongeveer alles en geeft positieve feedback. De kans dat er nu iets eetbaars tot lekker op tafel komt, is dan ook behoorlijk reeël geworden.

 

Dus nu zitten we hier in een land waar je kan zeggen dat de cake ‘home made’ is omdat je zelf het pak hebt opgeknipt en die in je oven ‘at home hebt gemade’. Recepten (bijvoorbeeld in het ‘boekske’ van de supermarkt) hebben het vaak over de pot pastasaus, de voorgesneden groenten, de gekochte guacamole. Dat is dan lekker als lunch met een pintje erbij. Tussen haakjes staat er dan: ‘lemonade for the kids’. Dit impliceert dus dat (a) dat blijkbaar duidelijk moet gesteld worden dat je geen pintjes geeft aan de kinderen, en (b) dat limonade bij de maaltijd hier een goed idee lijkt. Ik voel mij dan bijzonder ver van huis…

 

Dus dan maar zelf aan de slag! Maar dat is niet zo evident. ‘A cup’ lijkt misschien een handige maat (hop, je schept een kopje rijst uit de doos), maar ik heb wel drie verschillende kopjes in de kast staan, welke moet ik nemen? En ‘a cup of’ bloem is zeker niet hetzelfde als ‘a cup of’ suiker. Het eerste weegt zogezegd 128 gram, het tweede 202 gram. Bij groenten wordt er ook nog wel eens gesproken van ‘stacked cups’, dat wilt dan waarschijnlijk zeggen dat je die groenten wat in dat kopje moet proppen ofzo? En dan heb ik het nog niet gehad over de ounces en pounds. Er gaan 16 ounces in 1 pound. Wat een handige maatstaf! Dat is al zo gemakkelijk als de omzetting van graden Fahrenheit naar graden Celsius (namelijk (graden Fahrenheit – 32)x 5/9, easy peasy). Oh en er zijn ook nog ‘fluid ounces’.  Aaaaaaaaaahhhhh!

 

Maar ik ben de uitdaging aangegaan (goeie voornemens en al) en maak nu een weekmenuutje waarbij ik nieuwe recepten, kookwijzen en ingrediënten uitprobeer. Zonder te willen stoefen: dat heeft al tot aangename verrassingen geleid. Over de sterreceptjes vertel ik later zeker meer, want wie heeft zich al niet eens afgevraagd: wat eten we vandaag? Wel, vanavond is dat pittige falafel met gegrilde groenten op een naan broodje (the Naan-wich). OOOoowwwhh Yeah!

Falafel-Sandwich-600x900

bron: a pinch of yum 

 

 

http://pinchofyum.com/spicy-falafel-roasted-veggie-naan-wich

De smaak van kerst

Zoals met Halloween alles naar pompoen en kaneel smaakt (cake, thee, brood, ijs, koekjes, chips – je kan het zo gek niet bedenken), op Thanksgiving allemaal rond kalkoen draait (maar hier gelukkig geen cake-variant van bestaat, of ik heb ze nog niet gespot), zo is de smaak van Kerstmis blijkbaar pepermunt. Pepermunt heeft de winkelrekken overgenomen. Pepermunt is niet meer te ontlopen. Nadeel: buiten mijn tandpasta en kauwgom hoeft voor mij echt niets naar pepermunt te smaken. Voordeel: het is aangetoond dat pepermunt een geur en smaak is die je oppept en energie geeft. In de donkerste maanden van het jaar is dat dus eigenlijk nog niet zo gek.

If you can’t beat them, join them. Een receptje met pepermunt, als oppeppertje voor de winter: Pepermunt – chocolade koekjes (dubbele portie chocolade). Al kan ik niet garanderen dat je daarna meteen wilt gaan sporten. En om bij de klassieker te blijven, daarna ook nog old-school chocolate chip cookies. Smakelijk!

Pepermunt-dubbele chocolade koekjes

12 stuks

  • 60 gr zelfrijzend bakmeel (of gewoon bakmeel en een theelepel bakpoeder)
  • 1 ei
  • 90 gr kristalsuiker
  • 75 gr pure chocolade
  • 200 g witte chocolade
  • pepermunt extract
  • 10 pepermuntsnoepjes
  • 25 gr ongezouten boter

Verwarm de oven voor op 175°C.

Smelt de pure chocolade met de boter au bain marie en laat wat afkoelen. Door de boter wordt het een glimmende, dikkige chocolademengsel.

Voeg 3 druppeltjes pepermuntextract toe. Mix dan het ei schuimig met de suiker.

Voeg het bakmeel en het chocolademengsel toe.

Roer met een pannenlikker of pollepel alles door elkaar.

Zet het mengsel 15 minuten in de koelkast om steviger te worden, anders wordt het lastig om er bolletjes van te draaien. Breek ondertussen de pepermuntsnoepjes in kleine stukjes.

Bedek de bakplaat met bakpapier. Rol 12 bolletjes van het chocolade-mengsel. Zet ze 8 à 10 minuten in de oven. Ze horen er nog wat zacht uit te zien, zodat ze lekker zacht van binnen zijn. Laat afkoelen op de bakplaat.

Smelt de witte chocolade au bain marie. Dompel de koekjes hierin onder. Leg op een bakpapiertje

Bestrooi met pepermuntstukjes.

Plaats de koekjes in de koelkast zodat alles harder wordt.

pepermunt koekjes

bron: Marthasteward.com

 

Klassieke Chocolate chip cookies

Voor een heel aantal hongerigen

  • 250 gr bloem
  • 1/2 tl bakpoeder
  • 1/2 tl zout
  • 170 gr ongezouten boter, gesmolten
  • 200 gr bruine basterdsuiker
  • 100 gr kristalsuiker
  • 1 el vanille-extract
  • 1 ei
  • 1 eidooier
  • 175 gr chocolate chips (of fijngehakte pure chocolade)

Verwarm de oven voor op 170 graden Celsius/Gasovenstand 3. Vet een bakplaat in of bedek met bakpapier.

Zeef de bloem, bakpoeder en zout boven een kom een roer door elkaar. Zet weg.

Roer de gesmolten boter, bruine suiker en suiker in een middelgrote kom goed door elkaar.

Klop het vanille-extract, ei en eigeel erdoor tot een licht en romig mengsel.

Voeg het bloemmengsel toe en roer goed door elkaar.

Roer de stukjes chocola erdoor met een pollepel.

Schep hoopjes deeg op de bakplaat (gebruik voor ieder koekje ongeveer 1 el deeg) op ongeveer 8 cm afstand.

Bak de koekjes 15-17 minuten in de voorverwarmde oven, totdat de randjes licht verkleurd zijn. Laat ze een paar minuten afkoelen op de bakplaat voordat je ze op een rooster verder laat afkoelen.

Maak je populair door ze uit te delen of vertel aan niemand dat je gebakken hebt, en smikkel ze allemaal lekker zelf op bij een kopje thee of koffie!

P1120663

Bron: mijn oven