Wat maakt mij gelukkig – the happiness tag

Af en toe (hahaha, juist ja) maak ik graag een lijstje. Deze vond ik bij Tifosa: een opsomming van wat je blij maakt. En laat het nu gewoon heel fijn zijn daar eens over na te denken!

Van welk eten word jij blij?

Ik kan daar eigenlijk heel kort op antwoorden: van eten word ik meestal blij! Tenminste… als het lekker is. Als het tegenvalt, kan het ook echt wel mijn dag verknallen.

 

Okee, iets specifieker… Ik word echt blij van Thais, sushi, lasagne, gevulde paprika, vol-au-vent en gigantische salades met geitenkaas en spekjes en appeltjes en croutonnetjes en… dju, honger nu.

maki-716433__340

Verder kan ik echt uitkijken naar dat eerste slokje koffie ’s morgens, en naar zowat alle voedingswaren die je op een brunch tegenkomt. Bruncheten (of brunch eten) vind ik geweldig want het betekent meestal dat je in fijn gezelschap bent, tijd hebt en honderd verschillende dingetjes kan proeven (want hey, het zijn twee maaltijden in één dus je mag wel wat, toch?).

breakfast-498480__340

Welke film maakt je vrolijk?

Niet lachen, maar van dingen zoals ‘Legally Blonde’. Of ‘Nothing Hill’.Of ‘Le fabuleux destin d’Amélie Poulain’ – al kan die accordeonmuziek ook iets melancholisch hebben.

Welk kledingstuk maakt je happy?

Aangezien ik alles behalve een shopping queen ben, ga ik het houden op kledingstukken die me gewoon goed staan en flatteren.

Die ene broek die al 15 jaar (en drie kledingmaten) mee gaat, een blauwe blazer waar ik altijd complimentjes mee oogst, het jurkje dat ik kocht zes maanden na de bevalling, voor het huwelijk van de schoonzus, en waarin ik me knap voelde.

Van welke beautyproducten word je blij?

Olalala, ook hier ben ik verre van een expert. Ik ga dan ook graag voor een naturel look. Ik zou zeggen, van een goeie mascara, want dat doet al veel. Hoe ouder je wordt, hoe meer moeite het kost eruit te zien alsof het geen moeite kost…

mascara-444166__340

Wat is jouw gelukkigste herinnering?

Onze huwelijksdag, trouwen met mijn beste vriend met iedereen die we graag zien erbij – de geboorte van onze lieve zoon  – onverwacht gevraagd worden om meter te worden – mijn doctoraat afleggen na vier jaar hard werk waarvan één jaar met het grootste verdriet.

Dat waren de ‘grootse’ dingen.

Maar ik heb ook zoveel gelukkige herinneringen aan de kleinste dingen.

  • Voorlezen uit Agatha Christie aan mijn groottantes op woensdagnamiddag
  • In de file staan met die goeie vriend na een dagje aan de zee, en die extra babbeltijd alleen maar leuk vinden
  • De omhelzing van mijn mama na drie maanden thesissen in het buitenland
  • Naar huis rijden en zeggen: ja ik vind ook dat we die bouwgrond moeten kopen
  • De vroedvrouw die zei: ‘’t is een zoontje’ en wij die niet kunnen stoppen met ‘gibberen’
  • Ons thuis voelen in de Ikea in Boston, daar viel een last vol heimwee van onze schouders

Van welke muziek word jij blij?

Na deel uit te maken van hun koor vorig jaar, staat de muziek van K’s Choice hier zeker bovenaan mijn lijstje. Er hangen nu nog zo veel meer heerlijke herinneringen aan!

Verder word ik ook gewoon blij van blije muziek zoals ‘Happy’ van Farrell Williams, of van die goeie muziek uit de jaren ’90. Als er een muziekmarathon uit dat decennium op de radio passeert, huppel ik door de dagen.

music-cassette-429264__340

Wat doe je op dagen als je jezelf down voelt om weer happy te worden?

  • Heel diep inademen, een kopje koffie halen en/of iets lekkers eten
  • Knuffelen met manlief of kleine krullenbol – ook onze katjes zijn goed knuffelmateriaal
  • Als ik niet bij hen ben, contact zoeken met manlief of vrienden; even bellen, een berichtje sturen, even klagen…
  • Naar buiten gaan en rustig nadenken over alles waar ik zo dankbaar over mag zijn
  • Een lijstje maken met plannen of iets leuks vastleggen
  • Iets bakken!

 

Noem drie willekeurige dingen die je ontzettend gelukkig maken.

Uiteraard word ik ontzettend gelukkig van die prachtige wezens waarmee ik een thuis deel.

Maar deze zou ik niet willekeurig noemen.

 

Vandaar dat mijn lijstje bestaat uit:

  • Cappuccino met een tekeningetje in de melk: dat iemand de tijd en moeite heeft genomen om mijn favoriet drankje zo mooi af te werken, maakt me blij. Of als manlief – die zelf geen koffie drinkt – speciaal voor mij melk opschuimt om me zo het perfecte kopje te bezorgen…. It must be love!
    coffee-668550__340
  • Onverwachte geschreven post krijgen: vroeger had ik pennenvriendjes, maar tegenwoordig is e-mail zo makkelijk. Toch vind ik het zalig om een geschreven brief te krijgen. Ik lees die dan extra traag, omdat ik zuinig wil zijn op dit cadeautje. Ik zou zo’n brief dan ook nooit weggooien!
    letter-447577__340
  • Een nieuw dessertje maken voor vrienden en merken dat het een schot in de roos is: bakken en kokkerellen is fantastisch als je er de tijd voor hebt, en als ik dan ook nog mijn nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen en smaken kan linken aan het feit dat ik vrienden graag vet mest – tja, dan weet je dat het een goeie dag was!
    IMG_20160214_131400

 

Ps- Disclaimer: mijn vrienden zijn niet vet. Dus misschien doe ik mijn werk niet goed (genoeg). Iets om over na te denken, terwijl ik een kookboekje open sla.

 

Van welk eten worden jullie blij?

 

Advertenties

Mooie dagen

De zondag dat ik niet nerveus hoefde te worden voor maandag

De dag dat ik een haarlijn zag

De dag dat ik de shampoofles besloot te gebruiken

De dag dat ik de muts afzette in het zwembad

De dag dat ik ook buiten het zwembad mijn sjaals en mutsjes in de hoek gooide

De dag dat ik naar buiten ging zonder, en dat vergat

De dag dat de kinesiste zuchtte ‘jij hebt wel véél haar he’

De dag dat twéé mensen zeiden: hé, je krullen zijn er weer.

De eerste bad hair day

De dag dat ik 5 kilometer wandelde zonder al te veel problemen

De dag dat ik in een pashokje stond, en durfde kijken

De dag dat ik in de spiegel keek, en lachte

De dag dat er model in mijn haar te knippen was

De dag dat manlief zuchtte dat de douche-afvoer weer verstopt was door mij

De dag dat ik voor het eerst in een jaar mijn foto op Facebook postte

 

De dag dat ik voor het eerst in vijf maanden mijn ring kon aandoen –

Dat is vandaag. Een mooie dag.

 

IMG_4057

 

*de dag dat het geheugen weer mee wilde, heeft zich nog niet aangekondigd, valt het op?

Wereldvluchtelingendag

skunk-2398029__340

Ons avondritueel is een beetje veranderd deze week.

Een paar dagen geleden kon geen van onze eigen boekjes of de verhaaltjes van de bib krullenbol bekoren. Ook een gedichtje zag hij niet zitten.

Dus besloot ik een verhaaltje uit mijn spreekwoordelijke mouw te schudden. Hij mocht kiezen over welk diertje het ging.

 

Zo komt het dat hier al een verkouden olifant met een verstopte slurf (vééééél snottepieten!), een nijlpaard met hoogtevrees en een paars schaapje gepasseerd zijn.

 

Gisteren koos krullenbol voor een nieuw personage: een stinkdier.

 

  • ‘En hoe gaat dat stinkdier dan heten, schattie?’
  • ‘Kwaak’.
  • ‘Kwaak?’
  • ‘Ja, Kwaak’.

 

Kwaak it is, dus.

 

Kwaak Le Stinkie, om precies te zijn. Want tegenwoordig doen wij ook aan achternamen.

 

Door Kwaak Le Stinkie begin ik ernstig een carrière in comedy te overwegen. Het verhaal ging namelijk ongeveer zo.

 

Ik: Dus er was eens een stinkdier, en die heette Kwaak Le Stinkie.
Krullenbol: Whahahahaaaaaaa *lachen-gieren-brullen*

Ik: Op een dag ging hij naar school, en zijn klasgenootjes zeiden ‘Hey, goeiemorgen Kwaak Le Stinkie’

Krullenbol: Whahahahaaaaaaa *lachen-gieren-brullen* (nog nahikkend: ‘Nog meer mama’)

Ik: En ze hadden turnen die dag. En Kwaak Le Stinkie….

Krullenbol: Whahahahaaaaaaa *lachen-gieren-brullen- trappelen met de beentjes*

 

Enfin, je snapt het plaatje. Hij gierde het uit van de pret, en wij volgden omdat het steeds even klaterend en vol overgave was. Ook de zesde keer dat Kwaak Le Stinkie ter sprake kwam. En de tiende. En de vijftiende.

Tot Kwaak Le Stinkie ook ging slapen.

Daarna werden wolkenlampjes uitgedaan, kusjes en knuffels uitgewisseld, en slaapwel gewenst.

 

Waarom ik dit nu vertel?

 

Ten eerste, omdat ik dit niet wil vergeten.

 

Ten tweede.

Omdat élk kind een Kwaak Le Stinkie verdient ’s avonds.

En ik hoop dat niemand dat vergeet.

Vijf op vrijdag: wat ik niet kan

Aaaaah Friday. My second favorite F-word. – dit staat op een onderzettertje dat ik ooit aan een collega cadeau deed. Het deed me aan haar denken, omdat we samen een mini-dansje durven te maken als de laatste dag van de werkweek aanbreekt.

Alleen heb ik vandaag een mooi aantal vergaderingen, en niet allemaal dicht bij huis, dus het zou kunnen dat de beruchte vrijdagnamiddagfile de start van mijn weekend een beetje uitstelt. Bovendien krijgen we vanavond bezoek, waar manlief en ik al lang naar uitkijken. Gelukkig staat het diner al netjes te pruttelen in mijn slow cooker: Jeroen Meus’ ossobuco. Hij haalt in het recept aan dat je er tijd voor moet maken, wel Jerre, wat dacht je van kalfsschenkel die zich 8 uur lang op 80°C alle smaken van de groentjes en de kruiden eigen heeft kunnen maken? Jep, over mijn slow cooker schrijf ik zeker binnenkort, want samengevat: zo’n ding is vreselijk handig. En de geur die je huis vult is gewoon geweldig – ik krijg nu al honger als ik er aan denk.

Maar goed, eventjes bij de les blijven: de vijf op vrijdag. Ik dacht, ik ben in een eerlijke bui, laat ik maar starten met vijf dingen die ik totaal niet kan. Dingen die voor een ander misschien helemaal vanzelfsprekend lijken, maar waarbij ik het gevoel heb dat ik de algemene cursus gemist heb, die blijkbaar alle andere mensen op deze wereld volgden. Stiekem, toen ik niet keek.

Vijf ‘gewone’ dingen die ik niet kan:

  1. Ik kan niet fluiten. Het is gewoon gênant. Om dit euvel enigszins te verdoezelen, zing ik dan maar de woorden ‘fwiet fwiet’. News flash: dat verdoezelt helemaal niets.

.

  1. Naaien/stikken: Ja, ik kan een knop aannaaien, maar of die er twee weken later nog aanhangt, valt zwaar te betwijfelen. Een scheur in een kledingstuk kan ik zeker maken, maar mag het daarna de verkleedkoffer in?

.

  1. Naar de koers kijken, zonder het op mijn zenuwen te krijgen en met iets anders te beginnen. Dit geldt ook voor darts, voetbal, snooker, voetbal (de lijst is niet compleet). Enige uitzondering is het WK voetbal, toen zat ik evengoed met strepen op mijn wang aan de buis gekluisterd.

.

  1. Iemand anders melk in mijn koffie laten schenken. Of voor iemand anders melk in de koffie doen. De gewenste hoeveelheid melk in je koffie is een belangrijke, persoonlijke en precieze aangelegenheid. Ik kan het echt niet hebben dat iemand mijn koffie verknalt door er te weinig, of godbetert, te véél in te doen. Ik zou dan ook nooit iemand een soortgelijk onrecht aandoen.

.

  1. Niet aan de melk ruiken voor ik hem in mijn koffie giet. Is totaal onmogelijk. Zelfs al doe ik zelf het flesje open, ik MOET gewoon effe checken.

energy

Leven in cijfers

Ik heb iets met cijfers. Ze blijven hangen. Ze haken zichzelf in mijn geheugen. (Huwelijks)verjaardagen, bepaalde data, ongemerkt planten ze zichzelf in mijn interne agenda. Ik kan ook echt het ‘mooie’ in een datum zien. Hmm, dat klinkt een beetje raar nu ik het zo schrijf. Misschien ligt mijn eigen verjaardag aan de basis, zoals ik al eerder omschreef.

 

Nu kwam ik toevallig bij een website uit die wat dat betreft helemaal mijn ding is. Het opzet is heel eenvoudig: je geeft je/een naam in, je geboortedatum, en je krijgt een reeks van cijfers, die bepaalde elementen van je leven omschrijven. Hoeveel dagen, weken, maanden verblijd je de wereld al met je gezelschap? Hoeveel kilo voedsel heb je al vermalen?

 

Kortom, totaal nutteloos en bijgevolg ook erg grappig.

 

Een paar cijfers over mezelf:

Screen Shot 2017-03-12 at 15.16.54

Slaap– Ik heb behoorlijk wat slaap nodig, dus deze cijfers mogen gerust naar boven worden afgerond. Met minder dan 7 uur, ben ik al wat uit mijn lood geslagen, na twee dagen met zes uur slaap, gaat het humeur er al wat onder lijden.

 

Voedsel – Wow. Nu ja, het valt niet te ontkennen: ik hou van eten. Het is zeker veel meer dan louter energie binnenhalen voor mij.

Screen Shot 2017-03-12 at 15.17.19

Tanden poetsen -27 108 keer, minstens! Ik kan echt niet tegen het gevoel van ‘vieze’ tanden, en zal nooit gaan slapen zonder poetsen. Ook al is het midden in de nacht, ook al ben ik doodop, even moeten die bijters geschrobd worden.

Screen Shot 2017-03-12 at 15.17.47

Haar– 222 inches, dat is 5,36 meter. Ik ga ervan uit dat ze hoofdhaar bedoelen. Ik ben er vrij zeker van dat mijn haar sneller groeit dan gemiddeld. Ik spaar ook steeds een jaar of twee, om dat mijn paardenstaart te doneren aan Kom Op Tegen Kanker. Die maken er pruiken van voor mensen die er nood aan hebben, maar het niet kunnen betalen. Ik moet wel elke keer een speciale enveloppe zoeken, die niet uit zijn voegen barst als die staart wordt opgestuurd.

Screen Shot 2017-03-12 at 15.18.03

Oepsie. Excuus.

Of zoals ze in Zweden zeggen: Pardon my Danish.

Ook eens proberen? Kijk op http://lifeinnumbers.co.uk

Vier en geen

Om 40 dagen lang elke dag te schrijven, moet je al eens aan de inspiratieboom schudden. Maar als dat enkel een verdroogd blaadje oplevert, kunnen we ons gelukkig verdiepen in de lijst met 56 mogelijke onderwerpen, die Kathleen, de bedenker van de uitdaging, ons doorstuurde.

Voor vandaag koos ik deze:

 

Waarvoor kus je nog iedere dag uw twee pollekes? (Waarvoor ben je extreem dankbaar, met andere woorden).

 

Ik dacht meteen terug aan dat moment dat mijn leven op zijn kop stond. Letterlijk. Ik hing ondersteboven, en mijn autogordel deed zijn werk en tartte de zwaartekracht. Ik herinner me het gevoel glashelder, maar niet wat ik zag, dat kon ik niet thuisbrengen. Alsof mijn hersenen weigerden te registreren dat we net over de autostrade waren ‘gevlogen’ (dit is het woord dat getuigen later gebruikten) door overkop te gaan en vier of vijf keer in de lucht te tollen, om uiteindelijk op het dak van de auto te belanden. Over twee van de drie rijstroken op de autostrade.

Niet mijn beste parkeermanoeuvre.

Die films waarin dramatische gebeurtenissen in slow motion voorbij komen? Is ook echt zo. Dat overkop gaan duurde heel lang. Ik herinner me wat ik dacht, nl. ‘als ik gewoon mijn hoofd en nek heel kan houden, dan komt het goed’. Geluid was er niet, alleen een gevoel van ongeloof, dit kan niet waar zijn, dit gebeurt toch gewoon niet, zoiets?

Tien (of 1? Of 100?) seconden na de onzachte landing kwam het geluid met een schok terug.

Geroep. Getier. Gekrijs. Mijn schoonzusje op de achterbank. Zij is er nog, dacht ik, opgelucht. En de andere twee? Toch waren mijn eerste woorden ‘sorrysorrysorrysorry’ – ik zat immers achter het stuur. Mijn schuld dat we hier liggen. Hangen. Dat dit het einde van onze skivakantie is.

Daarna ‘is iedereen OK? Kan iedereen iets zeggen?’ Hoe kalm klonk ik, tenminste in mijn hoofd. Eerst iedereen horen, dat was prioriteit. ‘Hij bloedt, hij bloedt’ gilde de schoonzus, over de vriend die naast haar op de achterbank zat. ‘Ik ben OK’ hoorde ik hem zeggen, met vaste stem. Ik weet dat mijn schat op de passagiersstoel naast mij iets heeft geantwoord, maar hij weet het niet meer. Heb ik dan wel iets gevraagd? Twijfel. Voel ik me nog altijd wat schuldig over.

Er waren zo snel mensen aan onze wagen. Ze hielpen iedereen uit de auto. Door de ramen, of door de deur die toch nog opende. Ik zat er als laatste in. ‘Coupe le moteur’ riep iemand. Oh ja, we waren nog in Frankrijk. Waar? Geen idee. Op weg naar huis. Ergens.

Ik grabbelde naar waar de sleutels zouden moeten zitten. Niets. Nog eens proberen. Waar waren die krengen? ‘Je n’y arrive pas’ riep ik.

Kijk eens aan. Net gevlogen, en in perfect Frans antwoorden.

Ik ben er zelf uitgekropen. Dat betekent dat ik zelf mijn gordel heb losgemaakt, waarschijnlijk een beetje naar beneden ben ‘gevallen’ en gedraaid ben om uit dat raam te kruipen. Dat zal wel, maar dat weet ik niet meer.

‘Pas op, er ligt glas, pas op voor je handen’, zei iemand, ik denk in het Nederlands. Ik dacht ‘dat is wel het laatste van m’n zorgen, glas in mijn handen. Get me out of here, en waar is de rest?’

Mijn vingers deden raar. Verder leek ik geen pijn te hebben. Ik moest eerst iedereen gezien hebben, daar waren ze. Schat zei dat alles goed ging, hij had het alleen zo koud, die vriend bleek inderdaad aan zijn oog te bloeden, mijn schoonzus lag op de grond, ze had aangegeven rugpijn te hebben, en er werd geen risico genomen. Ik maakte me wat zorgen, maar iedereen was er. En ik maakte me al wat minder zorgen toen de verplegers haar broek wilden openknippen en zij reageerde met ‘NON! Ce sont mes jeans préférés’ (hey, je bent een fashionista of je bent het niet).

Het was niet mijn schuld. De oudere man die ons van rechts wilde voorbij steken, en hierbij onze voorste wielkas had geraakt, waardoor de wagen was beginnen zwalpen, stond opeens bij ons. Hij excuseerde zich, honderd keer. Hij had het niet eens gemerkt, had ons zien vliegen in de achteruitkijkspiegel. Ik knipperde met mijn ogen. Het was niet mijn schuld?

‘Dat ik niet had moeten overcorrigeren, dan waren we niet overkop gegaan’, zei ik tegen de ambulancier die ons later naar het ziekenhuis bracht (welk ziekenhuis? Ik heb het even moeten vragen – we waren in Metz). Ik was luidop aan het nadenken, terwijl ik ergens een rekkertje vond om mijn haar samen te houden – mijn haarspeld lag in het wrak.

Hij zei: Wat jij gedaan hebt, heeft er voor gezorgd dat iedereen OK is. Wat jij deed, was dus perfect.

Het was niet mijn schuld.

Toen de brandweer arriveerde, werden er meteen twee vragen gesteld:

“Combien de personnes dans la voiture?

Combien de déces?”

 

Ik kus na tien jaar nog altijd mijn pollekes.

Ik kus nog altijd mijn pollekes, dat ik ‘VIER EN GEEN’ kon zeggen.  VIER EN GEEN. VIER EN GEEN.

VIER EN GEEN.

Het klonk als gillen in mijn hoofd.

ski

Vijf op vrijdag – in mijn handtas

Op vrijdag hoeft het allemaal niet lang of ingewikkeld te zijn. Op vrijdag mag een tekstje gewoon het equivalent zijn van gemakkelijke pantoffels, van een diner dat je enkel de oven in hoeft te schuiven (vanavond pizza, YAY!).

De vijf op vrijdag is zo’n rubriek. Vijf dingen die ik in een lijstje wil gieten, vijf puntjes die misschien alleen gerelateerd zijn door de neuronen in mijn brein. Of in dit geval, mijn handtas. Op dit moment is mijn handtas een donkergroene leren tas die ik in Italië in een ambachtelijk winkeltje vond, waar het echt nog naar leer rook – ik zeg nu ‘ambachtelijk’ maar waarschijnlijk wordt dat per ton binnen gesmeten vanuit een fabriek. Ik kreeg de kleur niet uit mijn hoofd, en ben uiteindelijk gezwicht.

Ik ken het cliché van de handtas waar een halve supermarkt of voorraadkamer in te vinden is. Ik denk dat het bij mij nog meevalt…multifunctionaliteit zorgt ervoor dat het aantal items onder controle blijft.

Vijf dingen die altijd in mijn handtas te vinden zijn.

  1. Portefeuille. Uiteraard. Houder van kaarten (krediet-, bank-, tank-, getrouwheids-, etc), foto’s, muntstukjes (en af en toe eens een briefje), identiteitskaart (van mij en van ventje, met fotootje van toen-ie 3 weken was, en verdacht op een varkentje van Angry Birds lijkt), gele stickertjes van de CM, rijbewijs, donorkaart van het Rode Kruis met mijn bloedgroep op (waarom eigenlijk?), en een stukje van mijn sleutelhanger dat ik al 2,5 jaar wil plakken.
  2. Papieren zakdoekjes. Multifunctionaliteit ten top. Opvanger der snotneus. Omwikkelaar van de Paper cut. Schoonmaker van je schoenen. Alternatief voor een vieze handblazer, of stiekem voor wc-papier als er plots geen aanwezig blijkt te zijn.
  3. Paracetamol. Tegen allerlei pijntjes. Mijn groottante beweerde met de grootste stelligheid dat Dafalgan goed was ‘voor pijn aan de kop’ en Panadol (met exact hetzelfde actieve bestanddeel dus) voor ‘pijn aan de benen’. Who am I to disagree?
  4. Tandfloss. Weinig dingen kunnen me zo gek krijgen als dat ene stukje tussen je tanden dat je er met de beste wil van de wereld niet krijgt uitgepeuterd. Niet multifunctioneel? Als je gaat vissen heb je altijd een lijn bij, tenminste als de kabeljauw van muntgeur houdt!
  5. Nagelvijl. Ik weet dat ik zei dat weinig dingen me zo gek kunnen maken als een haakje tussen je tanden, maar een haakje aan m’n nagel is zeker ook zoiets. Ik ben nochtans niet zo met nagels bezig, lak ze zelden. Niet multifunctioneel? Nooit een film met een gevangenisontsnapping gezien, zeker?

 

Wat mag er niet ontbreken in jouw handtas?

Leren lezen

Er was een tijd dat ik helemaal ‘mee’ was. Met het nieuws, bedoel ik. Elke dag pendelde ik naar Jette, in een ‘handige’ combi van fiets-trein-tram-metro-bus (neen, dit is geen grap, ik nam letterlijk al deze vervoersmiddelen in 1 pendeltochtje). Tijdens die 20 minuten trein had ik net de tijd om de Metro door te nemen. Zo wist ik toch een beetje wat er gaande was op deze wereld.

Ik zou nu gerust online de krant kunnen lezen. Of naar het nieuws kijken ’s avonds. Maar ik doe het vaker niet dan wel. Ik word er gewoon zo…. geïrriteerd van. Boos. Of een tikje triest.  Ik krijg heimwee naar de tijd dat fake news gewoon de lolletjes waren die we voor ons studentenblad verzonnen. Dat vluchtelingen veilig waren ‘op hoog’. Dat het leek dat alles altijd beter zou worden.

Het was dus eerder toevallig dat ik het laatste nieuwsitem van het Eén-nieuws zag eergisteren. Een nieuwe (gratis) app, die kinderen tussen 6 en 9 wilt stimuleren om meer te lezen. ‘Ketnet Dub’ laat kinderen de stem inspreken van één van de personages in het verhaal. Ze lezen de tekst die verschijnt bij de tekenfilm luidop voor, de app neemt hun stem op en ze kunnen meteen luisteren hoe zij zelf als tekenfilmfiguur klinken.

ketnet

deredactie.be

De insteek was dat de meeste kindjes niet zo graag lezen en dus best wat hulp kunnen gebruiken… daar herken ik me niet echt in. Als ik denk aan lezen als kind, komen er meteen warme herinneringen naar boven. Elke avond een kwartiertje quality time met mijn mama, die bij mij op bed kwam zitten, om verhaaltjes te lezen, gedichtjes op te zeggen (vaak ‘tweestemmig’ want ik kende het repertoire door en door), of rebussen te tekenen. Haar ‘stokkenpotengeit’ deed me over de grond rollen van het lachen, ik kan het nu nog niet schrijven zonder dat de mondhoeken naar boven krullen. Zo’n fijne tijd, die er zeker toe bijgedragen heeft dat ik later de jeugdsectie van de bibliotheek uitlas.

Dat ventje niet graag zou lezen later, was dus helemaal niet in me opgekomen. Nu ja, we hebben nog eventjes tijd.

Maar die app, die heb ik al gedownload. En ik zal het uitgebreid testen. Dat heeft te maken met nr. 5 van mijn bucket list, zie je: de stem van een tekenfilmfiguur inspreken. *CHECK*…. of toch een beetje!

Run mommy run

Ik heb een vreemde relatie met joggen. Love to hate it/hate to love it, zoiets.

In het middelbaar was het wel duidelijk: ik zou wel gék zijn die martelarij vrijwillig te ondergaan. Elke maand september weer hetzelfde liedje: bij de les lichamelijke opvoeding moesten we gaan joggen in het park nabij de school. Er werd  geen enkele uitleg gegeven over de beste ademhalingtechniek, opbouwen van tempo, wat te doen bij een steek in je zij, of wat dan ook. Nee, hier is de start, zo loopt het parcours en als je onder de zoveel minuten loopt, ben je er net door.

Waarom dat precies in de maand september moest gebeuren, na twee maanden inactiviteit, het is me een raadsel. Mijn conditie was ongetwijfeld stukken beter in juni dan in september. Bovendien lag dat hele pad vaak al bezaaid met kastanjes of takjes, waardoor het een aanslag op je enkels werd. Waarom dat 2400m moest zijn, weet ik ook niet. Wel dat ik er alles aan deed om een voldoende te halen, alles wat me op dat moment leek te helpen: ik had zakdoeken bij omdat een snotneus natuurlijk de ademhaling verstoort (een ademhaling die kan omschreven worden als “locomotief die klinkt als stervende zeehond”), ik had chocola mee, en druivensuiker, voor die bekende dip na 1750m (je weet wel, het moment waarop de suikers in je lichaam zijn opgebruikt, hum hum),

Weinigen eindigden trouwens op tijd. Het ziekteverzuim lag die maand enorm hoog. We kregen extra punten als we elke les hadden meegelopen. Opeens werd inzet ook een factor.

Elk jaar dacht ik in oktober: nooit of van m’n leven ga ik voor de lol lopen. Wie doet zichzelf dit nu aan? Zoooooooooot!

Een kleine 10 jaar later. Ik vraag aan mijn kinesist wat ik moet doen om na mijn knieoperatie met een gerust hart te kunnen gaan skiën. Joggen, zegt hij. Zwaar voor de knieën, en dus ideaal als training. Ik wilde dat skiën écht. Maar met een gehechte kruisband en uitgerekte ligamenten, en de drie maanden stil zitten die erbij hoorden, was het traag opbouwen. Vaak hoorde ik mensen praten over Start to Run, ik kan je verzekeren, dat kon ik toen echt niet. Maar samen met een vriendin lukte het om, na ongeveer zeven maanden, voor het eerst 5 km te lopen. Ik klonk niet als een stervende zeehond, zelfs niet als een niet-rokers-zeehond. Hoogstens als een iets te enthousiaste yogi.

We gingen skiën en ik had nergens last van, niet van de knie en niet van de stress daarover.

Enkele maanden later liepen we 8 km. Een jaar na de 5, volgde de 10.

Nog een jaar later, na wat ups en downs, en na intensief trainen, liepen we 16 km in 100 minuten. 1uur40, terwijl ik nog zo fier aan mijn kinesist had verteld dat ik aan 7 minuten zat (en eigenlijk was het toen 6, maar ik wou wat stoefen).

We zijn een paar keer ‘teruggevallen’, daar niet van. Maar 5km kon ik altijd wel makkelijk aan. ‘Die eerste vijf zijn de moeilijkste’, zei ik aan iedereen die net begon. En het was fijn om te joggen, om je gedachten vrij te maken, ik kwam op de beste ideeën en de mooiste teksten op die boswegels.

Ondertussen is er veel gebeurd. Goeie en minder goeie dingen. Die  5 km was al lang niet meer vanzelfsprekend…En ik deed er alweer lang over om op te bouwen, heel lang. ’t Was vaker doorbijten dan ik misschien wil toegeven. Het was ook lang niet leuk.  Die eerste vijf zijn de moeilijkste, dat klopt… Hoe irritant als iemand dat zegt, zeg (sorry daarvoor dus).

Maar dit weekend had ik die 5 wel weer in de benen! Na zo’n 3 jaar! Hoera!

5000 m de goeie kant op.

38543-john-bingham-quote-if-you-run-you-are-a-runner-it-doesn-t-matter

Meters

‘Zo, voor vandaag is je onderwerp al wel duidelijk’.

Ik kijk manlief een beetje verward aan (of toch: verwarder dan gewoonlijk voor de eerste koffie). Bedoelt hij dat ik kan schrijven over hoe onze zoon ‘po po po’ begint te zeggen als hij op het potje wilt gaan zitten? (Waar hij verder zonder gevolg een tijdje zit en blij rondkijkt, maar toch…het is een begin!). Of over mijn eerste poging in ….3 (?) jaar om 5 km aan één stuk te lopen deze middag?

‘Over meters, hé, je kan het over meters hebben’.

Aaaaaah! Ja, dat kan natuurlijk, ik kan het over meters hebben. De personen, niet de lengtemaat. Ik heb de mijne namelijk uitgenodigd om samen uit eten te gaan vanavond. Maar misschien moet ik even wat uitzoomen.

Af en toe gaan manlief en ik graag eens een paar uur op een plek zitten zonder al te veel afleiding. Dat is al een koffiezaak geweest, maar even goed een tafeltje aan het raam bij de Lunch Garden. We mikken op eens in de zes maanden, maar ik geef toe dat dat de laatste twee jaar nog niet vaak is gebeurd.

In die paar uur maken we elk eerst zelf een lijstje van wat we belangrijk vinden, en wat we graag willen doen/hebben/behalen/bereiken/… de komende tijd. Als we allebei uitgeschreven zijn, leggen we de lijstjes aan elkaar voor, en bespreken we de puntjes. Er zijn verschillende categorieën, die door de tijd kunnen veranderen, maar ‘familie en vrienden’, ‘gezin’, ‘gezondheid’, en ‘professioneel’ zijn ondertussen wel standaard geworden.

Categorie ‘familie en vrienden’ – Zien we deze mensen wel genoeg? Wie niet/wel? Wat kunnen we daaraan doen, eenmalig of structureel? Zijn er bepaalde dingen die we iemand dringend moeten zeggen, is er iemand die misschien wat hulp nodig heeft, en ga zo maar door.

We moeten natuurlijk realistisch blijven, in de tweede categorie besloten we eerder echt wat tijd voor ons drietjes in te plannen, de zogenaamde ‘onbeplande’ weekenddagen. Ze staan aangeduid op onze gemeenschappelijke Google kalender, er mag niets op gepland worden. Het is een streven, dat lukt niet altijd. En soms denken we op zo’n onbeplande zaterdag ook wel ‘zouden we die of die niet eens bellen en iets leuks gaan doen met z’n allen’. Dat is allemaal OK. Minder streng zijn voor onszelf is zeker ook een streven.

Over het algemeen wordt er na zo’n brainstormsessie druk gemaild naar vrienden en familie. Zullen we nog eens gaan lunchen, wij organiseren een brunch, wat denken jullie van een dinertje, misschien is een play date met de kindjes wel leuk (en duiken wij ondertussen in de koffie en taart)? Ja, ik zie nu plots ook het terugkerende thema van eten opkomen, tja, wat wil je met twee foodies onder één dak?

Of, zoals bij de vorige brainstorm naar boven kwam, waarom doen we niet eens iets, specifiek voor en met onze meters?

Bij manlief gaat het om zijn lieve oma, bij mij om een prettig gestoorde nicht. We checkten onze kalender, we belden ze op, en we reserveerden elk een tafel voor 2 in een restaurant.

En voilà, vanavond ga ik met mijn meter dineren. Ik denk dat de laatste keer dat we met twee iets deden, die keer was dat ik op mijn 12de bij haar mocht gaan logeren tijdens de vakantie. Tijd voor wat nieuwe herinneringen!

Misschien wil jij ook eens iemand uitnodigen, gewoon omdat het kan?

quote

40 dagen bloggen – de planning

40 dagen elke dag bloggen, hoe doe ik dat? Zoiets kan me nooit lukken zonder een degelijke planning. OK, maar een blogplanning opstellen, hoe doe je dat dan weer? Ik ben hier duidelijk aan begonnen vanuit een wilde ‘eerst doen en dan nadenken’- actie (en dat noemt zichzelf een berekend mens), dus nu moet ik het maar uitzoeken.

Gelukkig kreeg ik al wat hulpmiddelen van de opsteller van de challenge. Een lijstje met ideetjes, en enkele goeie tips. Werken met terugkerende rubrieken, zou bijvoorbeeld handig zijn en het creatieve brein dat alle kanten opschiet, wat leiden.  Een rubriek kan wekelijks zijn, maandelijks of wanneer het uitkomt, maar heeft wel een gemeenschappelijk insteek of thema. Wat online zoekwerk later, merk ik dat er voor-en tegenstanders zijn van het werken met rubrieken. Het zou de creativiteit beperken, maken dat je steeds over hetzelfde kletst, of dezelfde rubrieken gaat maken als 1200 anderen, tenzij je fantastisch origineel uit de hoek komt. Na wat wikken en wegen heb ik beslist dat terugkerende thema’s waarschijnlijk een goed idee zijn, tenminste in deze 40 dagen.

De rubrieken waar ik nu al aan denk:

  • Zo(o)ndag, iets over ons ventje op zondag – dit kan zeker aangevuld worden met iets anders over onze superpeuter op een andere dag
    .
  • Op maandag een status van onze Dagen Zonder Vlees, de topreceptjes en het menu van de volgende week
    .
  • Woorden op woensdag – ‘iets’ met woorden, een liedjestekst, een gedicht, of gewoon een bedenking over onze mooie Nederlandse taal
    .
  • Vijf op vrijdag (dat is een bekende van andere blogs, niet origineel dus, maar goed een mens mag ook al eens traditioneel doen): een lijstje van vijf …..(in te vullen, kan vanalles zijn, dus is heel ruim).

.

Het kan perfect dat ik hier nog van afwijk, maar het is een eerste stap. Daarnaast heb ik nog wat losse ideetjes, hintte een enthousiaste buurvrouw dat een gastblog misschien ook leuk kan zijn (is dat vals spelen?), en kan ik in hoogste nood nog altijd gaan spieken, want ik vond ondertussen twee blogs die ook meedoen aan de #40dagenbloggen uitdaging, eentje van een collega, en eentje van een ex-collega.

Ik denk niet dat ik er nu al 40 uit mijn mouw schud, dus wie de inspiratie vindt, mag ze mijn adres geven!instasize_0303180444

De nieuwe uitdaging- dag 1

02-40dagenbloggen

 

Tournée Minérale? Wij hebben meegedaan, ja. En het gehaald ook, met glans. Het is dan ook niet echt een uitdaging voor mij, aangezien ik amper alcohol lust, vaak denk aan al dat lekkers dat ik voor die calorietjes zou kunnen opsmikkelen, en mijn eten het liefst van al combineer met een lekker glaasje water. Toen manlief op 2 januari aankondigde dat hij, naast het voornemen om gezonder te gaan eten, ook een jaar wilde proberen geen alcohol te drinken, sloot ik me zonder enige twijfel bij hem aan. Die twee jaarlijkse glazen bubbels op een receptie, omdat ik geen zin heb in nóg fruitsap, of dat ene slokje wijn, puur uit nieuwsgierigheid of dat de smaken op het bord nu echt accentueert…. Ach, die kan ik gerust laten. Ik zou het bijna geen uitdaging noemen.

Me engageren voor Dagen Zonder Vlees, mag dan al iets meer die stempel dragen. De veertig dagen van de vasten letten op je vleesconsumptie. Gelukkig is de bedoeling dat je minder vlees en vis eet, helemaal schrappen zou me niet lukken, vrees ik – en het zou op luid protest stoten hier thuis. Ik streef dus naar 5 dagen veggie per week. Met een rugzak vol nieuwe receptjes die getest en goedgekeurd zijn in Amerika, moet dat zeker lukken. Ze waren wat in de vergeethoek geraakt, moet ik toegeven. Ik ben geen fan van tofu, quorn en dingen die eruitzien als vlees maar het stiekem niet zijn. Ik ga dan liever voor een gerecht dat geen ‘ontvleesd’ menu is, maar echt op zichzelf mag staan. Waar manlief niet het gevoel heeft dat ik ben vergeten de kip uit te leggen, bijvoorbeeld. Of dat er geen rundsvlees meer in de diepvries zat. Het weekmenu is opgesteld, en het ziet er goed uit, al zeg ik zelf.

En af en toe komt er iets voorbij, en denk ik: Kom, we doen eens zot. Zo ook vandaag, toen een collega aankondigde dat ze meedeed aan een nieuwe uitdaging: 40 dagen bloggen. Een challenge in het leven geroepen door Kathleen van de website De Verbeelding. Soms denk ik dat ik twee persoonlijkheden heb. Waar de ene ‘typ typ typ – huppa ingeschreven’ doet, roept de andere meteen ‘KIP!’ (en dan op Dagen Zonder Vlees…). ‘KIP, hoe ga je dat doen?’ En ook: ‘het kan echt niemand schelen wat jij op 40 dagen gaat vertellen.’

Ik kreeg een mail met een lijstje van 56 onderwerpen waar inspiratie uit te halen valt, ik kreeg een kalender om mijn posts te plannen, de melding dat ik 6 dagen mag ‘skippen’ (ben al een dag te laat begonnen, dus ai…) en een hele reeks tips om de creativiteit te laten opborrelen.

Ze borrelde al. En toen dacht ik: Ik doe eens zot. Want het is fijn om te schrijven, en ik kwam er niet toe hier in ons Belgenlandje, of toch niet veel. Om allerlei redenen die ik mezelf in mijn kop gestoken heb (niets te vertellen, niet interessant, geen tijd, geen energie, het nieuwe seizoen van ‘Bones’ en ‘The big bang theory’ is op tv). Alleen…schrijven, dat is me-time. Dat doe ik voor mezelf – net als mijn ‘neen’ aan de alcohol en mijn ‘ja’ aan de groentjes. En ja, ik heb een tikje medelijden met die paar lezers wiens mailbox nu – hopelijk – 34 keer zal vollopen met mijn gezwets. Maar hey, dat ‘delete’ of ‘ontvolg’ knopje staat daar met reden. En wie wel over mijn schouder wenst mee te kijken, is heel welkom. Ik zou zeggen, doe eens zot! 🙂

De tweede van de tweede

Ik ben zo iemand die eigenlijk niet in horoscopen gelooft, maar dan wel stiekem bij ‘Waterman’ kijkt wat er in de Metro staat. Ik moet toegeven dat de meeste kenmerken die watermannen worden toedicht, mij niet al te vreemd in de oren klinken. Maar echt geloven, nee. Ach nee.

Zo ook met numerologie, de leer van getallen die je meer over je levensloop en lot zou kunnen vertellen. Elk getal krijgt zijn eigen symbolische betekenis. Nu heb ik wel iets met getallen, ze blijven me gemakkelijk bij. Ik denk dat ik niet overdrijf: ik heb van tientallen mensen de verjaardag in m’n hoofd. Kijk ik naar de kalender, kan het gevoel me overvallen dat ik die dag ‘ken’, dat er iets gaande is – het moment om facebook te openen en te checken of ik geen verjaardag vergeet.

Bij mij lijkt het getal 2 te horen.

De tweede van de tweede zal altijd een bijzondere datum zijn voor mij. Maria Lichtmis, Groundhog Day, pannenkoekenfeest en het patroonsfeest van de KU Leuven. En mijn dag, jawel. De 22ste van de 2de is het dan weer mijn naamdag. Hier wordt daar geen aandacht aan besteed, maar Franse vrienden vergeten het zelden.

Toeval?

Dat kan.

Ik ga nog even verder.

De 2de van de 2de van het jaar 2002 werd ik 22 jaar. Ik was die dag exact 2 jaar en 2 maanden officieel verliefd en gelukkig met de liefde van mijn leven, aangezien onze romance schuchter begon op 2/12. Onze prachtige zoon kwam onze wereld mooier maken op een 2de van de 4de. Ik was die dag exact 422 maanden oud.

Deze 2de van de 2de wordt ons ventje 22 maanden. Nog 2 maanden voor zijn 2de verjaardag. Ik pikte hem op in de crèche, hij stortte zich in mijn armen en zag er opeens wat anders uit, groter. Het mollige babygezichtje maakt plaats voor een vinnige peutersmoel, en dat lijkt soms met sprongetjes te gaan. Onze grote man. Of hij een boterhammetje en een banaan wilt? Dat hoef ik dan weer geen 2 keer te zeggen.

cadeau

Lieve ik op 1 januari 2016

31 januari 22u34. Traditioneel heb ik nog anderhalf uur om mijn nieuwjaarsbrief boven te halen. Niet voor mijn meter, zij kreeg een bos bloemen. Niet van mijn metekindje, want ondanks dat verkleinwoord, is ze er stiekem toch in geslaagd 18 te worden. Nee, mijn nieuwjaarsbrief is aan mezelf. Ik, een jaar geleden, aan de start van 2016.

 

Lieve ik op 1 januari 2016,

 

Je vierde gisteren oudejaar door met je twee mannen te gaan wandelen in Boston Centrum, om zes uur ‘s avonds België via Skype gelukkig nieuwjaar te wensen, een grote pizza te beleggen met extra salami en gewoon heerlijk op de zetel naar een filmpje te kijken terwijl het jaar van de verandering en verwondering, 2015, naar zijn einde tikte. Het was het perfecte rustige einde van een hectisch, fantastisch en avontuurlijk jaar.

 

2016 zal je nog meer van hetzelfde bieden. Een tijdje toch, want het jaar valt uit elkaar in twee grote delen. Nu je je ritme hebt gevonden in Boston, zal je genieten van het feit dat je de weekdagen niet meer uit elkaar kan halen. Dat je tijd hebt om nieuwe recepten en kookmethodes uit te proberen (ja, die slow cooker wordt een succes). Dat je hoofd een fijne plek is om te vertoeven.

 

Familie en vrienden komen je bezoeken, je zoon wordt één jaar en verbaast je elke dag nog steeds met wat hij al kan, hoe groot hij al is. Hij zal zijn eerst stappen zetten, en er zullen er meteen véél volgen, want het is zonder twijfel een ‘crosserke’.

 

Je probeert ook te crossen, herbegint nog maar eens met ‘Start to run’. Het is met wisselend succes, maar ik garandeer je dat je conditie binnen een jaar beter zal zijn dan nu– al moet je je daar ook weer niet te veel van voorstellen.

 

Je leert mensen kennen die je zullen bijblijven. De grote terugkeer wordt stresserend. Het is van het examen thermodynamica in 2e kan geleden dat je nog zo gezweet hebt van de stress. Maar ook deze keer komt het goed!

 

De terugkeer is moeilijker dan verwacht. Kost meer energie. Is niet zo vanzelfsprekend. Je begint opnieuw te werken, elke dag naar kantoor, en ventje gaat naar de crèche. Geef hem twee weken, en hij steelt ook daar de show. Jij hebt meer tijd nodig. Er lijkt een tijdje iets scheef te zitten, je krijgt het niet goed verwoord, en merkt dat sommige mensen het niet begrijpen. Dat is niet erg – we hebben in 2016 zeker geleerd dat kennissen, maar ook vrienden en familie je nog steeds kunnen verrassen. Sommigen, waarvan je het niet verwacht had, houden heel actief contact. Of laten eenvoudigweg weten dat ze er nog zijn. Van anderen had je dan misschien wat meer of iets anders gehoopt. Maar beste ik, ook na dit jaar is je geloof in je vrienden vrijwel onaantastbaar.

 

Er gebeuren zo veel mooie dingen in het jaar dat voor je ligt. En er verandert weer zo veel. Wees wat geduldig met jezelf, je weet toch dat watermannen niet goed tegen verandering kunnen?

Ach, ik weet nu al dat je die raad snel zal vergeten…leer mij mezelf kennen.

quote

Mama’s peuterpuberteit

Hoe oud is je ventje nu? 20 maanden? En, is de peuterpuberteit al begonnen? Is het al ‘nee nee nee’ bij elke vraag?

Eerlijk? Bij hem nog niet. Hij heeft wel eens een slechte bui, maar wie heeft daar geen last van, als de nick nackjes op zijn, of als je de schil van de banaan niet mag opeten.

Maar bij het jaaroverzicht van 2016, krijgt zijn mama wel een acute aanval van die peuterpuberteit.

Levens weggerukt uit onze eigen luchthaven

NEE

Politiebewaking op een kerstmarkt, tegen de moordende truckers

NEE

Nochtans gaan zatte doodrijders, aanranders en verkrachters nog steeds zo vaak gewoon vrijuit

NEE

Kinderen zijn zo getraumatiseerd dat ze niet meer huilen

NEE

Mensen vluchten voor hun leven maar er lijkt geen plaats in de rest van de wereld

NEE

Zwarte Piet is een racist en de kerststal is beledigend

NEE

En als de kerststal er dan toch staat, worden lammetjes de kop ingeslagen door tieners

NEE

Liegen, racisme en mysogenie brengen je naar het Witte Huis

NEE NEE NEE

Nog negen dagen 2016. Ik wil me concentreren op alles waar ik ‘ja’ op kan zeggen. De kerstboom. De lichtjes. Lekker eten bij heerlijke mensen. Een dagje van ‘niets moet’ met mijn twee favoriete ventjes, gewoon thuis. Mijn coconnetje van dennenaalden en inpakpapier. Hoe ik dat ga aanpakken? Het plan is nog niet volledig uitgewerkt, maar ik start alvast met geen nieuws meer, maar Jani’s ‘Zo man zo vrouw’, enkel facebook checken om niemands verjaardag te vergeten, geen online kranten meer of dan enkel artikeltjes te lezen als ‘de 5 nieuwste ondergoedtrends van de winter’, ‘hoe je huis isoleren met tandpasta’, ‘deze kat redde iedereen uit een brandend bejaardentehuis’ of de showbizz-nieuwtjes… (WAT? Brad en Angelina uit elkaar? AaaaahhhhhhhhHHHH – just give me some hot cocoa with one thousand marsh mellows!).

Vintage sky background, texture with the base of the sky.

November

Ik zal het maar bekennen: ik haat november. Wat een rotmaand is me dat, zeg. Alvast mijn excuses aan iedereen die dan jarig is, ik wens je van harte een geweldige dag, en jij kan het ook niet helpen dat je die maand ter wereld kwam.

 

Maar verder is het koud, nat, triest en vreselijk donker. Donker als ik ga werken, en donker wanneer ik weer thuis kom. Misschien glijd ik wel uit op wat dode bladeren of die eerste vorst die me tien minuten vertraging oplevert in de ochtendrush, omdat ik niet meer weet waar we het krabbertje hebben gelaten.

 

De herdenkingen lopen een hele maand door. Al denk ik wel vaker aan de mensen die ik mis, en mis ik wel vaker de mensen aan wie ik denk, in november krijgt dat toch weer zo’n triest randje. In de regen naar de begraafplaats, merken dat je nu écht die wintertruien moet opduikelen, alweer opstaan met keelpijn en een lopende neus en met momenten moeten opboksen tegen een gevoel van complete ontreddering…

 

Neen, tussen november en mij komt het niet meer goed. De relatie is permanent beschadigd en er is geen therapie meer aan te slepen.

 

Was er dan helemaal niets vrolijks te beleven? Dat klopt nu ook weer niet.

 

Ons ventje, niet echt een grote prater, begint steeds meer woordjes op te pikken. Nu, hij snapt duidelijk al heel veel, maar hij begint steeds meer woordjes te gebruiken. Ik had nooit verwacht wat een golf van enthousiasme me zou overspoelen, vanwege iets eenvoudigs als naar zijn loopwagentje wijzen en ‘otto’ zeggen. Of hoe waanzinnig cool ik het vond dat hij opeens wél antwoordde op de vraag ‘wat doet de hond’ (‘wa wa wa’). Geniaal. Ons kind is gé-ni-aal. Gelukkig ben ik objectief. Wetenschapper en zo, weet je wel.

 

Het jongste nichtje werd gevierd met een vrolijke babyborrel, en ik had – misschien iets te overmoedig, waarschijnlijk had ventje net ‘aaitje’ geroepen naar de kat – beloofd om twee versierde taarten te maken. Het plan was onszelf te overtreffen, en ik denk dat dat gelukt is. Het werd een biscuit met chocolademousse en chocoladeganache met als thema ‘varkentjes in de modderpoel’ en een biscuit met mascarponecrème en bananen. Die laatste werd met suikerpasta omgetoverd in ‘Bobke’, een minion. ‘Bobke’ was de werknaam van het jongste nichtje, die eind augustus een Bobetje bleek te zijn.

 

Dat ik helemaal in ‘moederkloek-de-fiere-hen’-modus ga als mijn zoon alweer duidelijk aantoont dat hij gewoon DE BESTE PEUTER EVER is, dat mag niet verbazen. Ik heb het van geen vreemde. Maar het is me een raadsel hoe het in mijn genetisch materiaal is gesukkeld dat ik bak om de regen en duisternis te verdrijven – buiten of in ’t koppeke.

 

Hoe dan ook draaide de oven in november overuren.

Gelukkig heb ik een prachtige liefdesrelatie met december. Welcome, honey!

 

Boston in 10 woorden

Top 3 van vragen drie maanden na de terugkeer naar België:

  • En, hoe gaat het nu?
  • En ben je het al wat gewoon hier?
  • Mis je het niet?

 

En  ik dan maar grijnzen. Omdat ik tijd probeer te winnen. Ik probeer in te schatten of de vragensteller het korte of het lange antwoord verwacht.

 

Goed, goed.

Ja, ja dat begint te komen hé.

Bwa, met momenten.

 

het korte antwoord.

 

Het lange antwoord ga ik je besparen. Het verschilt ook van dag tot dag, soms zelfs van minuut tot minuut. Laat ons het erop houden dat ik zó blij was toen mijn neef meldde dat hij langs Boston zou passeren op zijn reis aan de Oostkust. Heb meteen enthousiast twee bladzijden reisadvies uitgeschreven, met de ‘absolute to do’s’ en de ‘optionele dingen als je meer tijd hebt’. Er blijkt een reisgids in mijn hoofd gegroeid te zijn, en ik wist het zelf niet.

 

Want ja, wij zijn Boston fans geworden. En dan mis je die stad al wel eens. Want mocht ik Boston in 10 woorden omschrijven dan waren dat:

 

 

  1. Groen
  2. Kindvriendelijk – die eerste twee waren duidelijk door de vele parkjes met speeltuintjes voor alle leeftijden (nu ja, ik zat wel klem in de buisglijbaan dus misschien moet ik dit nuanceren)
  3. Hogeropgeleid
  4. Multicultureel – deze volgende twee hangen samen met de vele, véle universiteiten en colleges die Boston rijk is
  5. Luid – dit was niet het geval waar wij woonden, maar eens in het centrum viel ons op hoe veel lawaai er was. Mensen zijn luider. De metro is luider. Zelfs de sirenes van de brandweer klonken luider.
  6. Veilig – ik ben geregeld ’s avonds alleen gaan joggen, heb me geen moment onveilig of ongemakkelijk gevoeld
  7. Engels (ze zijn toch zo trots dat ze met een iet of wat grappig accent ‘Hahvahd’ zeggen, en de gebouwen van de universiteit zijn kopiëen van wat er in Cambridge, UK staat)
  8. Oud (een huis van meer dan 100 jaar! Komt dat zien!)
  9. Onvoorspelbaar (het weer vooral – dag 1 is het 19°C, dag 2 regent het, dag 3 ligt er sneeuw)
  10. Bereikbaar – alles wat de moeite is voor een 3-daagjes-toerist is makkelijk te bereiken met het openbaar vervoer of zelfs te voet.

 

Sloeg nummertje 10 nu ook maar op de bereikbaarheid vanuit België. Dan ging ik echt elke maand een dagje shoppen, of gewoon in het park wandelen met ons ventje.

 

Want toen de neef me mailde dat hij Boston de leukste stad van zijn reis vond, was ik fier, man. Zat ik te blinken als een opgepoetst zilveren theepotje! Terwijl wij uiteraard nul komma nul hebben bijgedragen aan hoe fijn Boston is voor zijn bezoekers. Maar bel me gerust als je dat gaat testen.

boston

Kleine dingen

Af en toe krijgen we het Standaard Magazine mee als leesvoer. Zelf kopen we krant noch magazine, maar af en toe wilt een mens wel eens bladeren, nietwaar. Eén rubriek trekt altijd mijn aandacht, lees ik een paar keer opnieuw. Een al dan niet bekende Vlaming somt tien kleine dingen op, waar hij of zij echt van kan genieten.

 

In tijden van burn out, stress en de Trumpisatie van de wereld, is dat misschien wel hetgene waar we niet genoeg stil bij staan. Mindfulness, in een wollig woordje. Alleen al nadenken over mijn eigen fijne lijstje, maakte me al vrolijk – bij deze!

 

  1. Als ik me net hebt ingegraven onder het donsdeken, nog tussen slapen en waken, en het begint zachtjes te regenen op het dak. En ik lig heerlijk binnen.
  2. Die eerste sneeuw van het jaar – ik kán niet blijven zitten, ik moet echt even naar het raam om de dwarrelende vlokjes te bewonderen.
  3. De eerste slok koffie van de dag – bij voorkeur in een kop die perfect in de hand ligt en een vrolijk kleurtje heeft
  4. Als ik ventje ga ophalen in de crèche: hij is nog keihard rond een speelhuisje aan het crossen, schaterend, of hij danst in het ballenbad. Dan ziet hij mij, en komt met zijn armpjes uitgestoken naar me toe gelopen voor de beste knuffel ever.
  5. Als ik een echte brief krijg van iemand, totaal onverwacht.
  6. Als ik wakker word op een maandagochtend, en besef dat het nog een verlofdag is.
  7. Als ik vanuit de douche een lege fles shampoo richting vuilbak keil, en scoor.
  8. Als iemand op een onmogelijk moment een ‘onmogelijk’ iets wenst (zoals: had ik nu maar een veiligheidsspeld hier op deze boswandeling), en ik dat kan tevoorschijn toveren.
  9. Als manlief de perfecte cappuccino maakt voor mij, terwijl hij zelf geen koffie lust.
  10. Wanneer de herfst opeens een versnelling kouder schakelt, maar mijn voeten ’s avonds in de zetel worden warmgehouden door één van onze pluizige viervoeters van de feliene oriëntatie.

 

Wat staat er op jullie fijne lijstje?

cappu

Koppig zijn

Eén van mijn nieuwe collega’s heeft een blog. Nu ja, het is bijna grappig dat ik ‘nieuwe’ collega’s zeg. Zij werken daar immers gemiddeld ook al een jaar, en voor hen ben ìk de nieuwe eend in de bijt. Goed, maakt niet uit –  nieuw, oud, ancien, terug-van-weggeweest, allemaal toffe madammen, met wie ik altijd wel ergens een paar dingen gemeen heb.

 

Zo nu ook: vorige week las ik nog hoe Nele wel eens doktersadvies in de wind durft te slaan, om daarna natuurlijk zieker te worden, en te moeten toegeven dat die paar dagen thuis toch écht wel nodig zijn. En ja, ook dat hebben we  gemeen, ik pleit schuldig.

 

Terwijl ik iedereen aanmaan om naar je lichaam te luisteren, te doen wat de dokter zegt, niet te blijven doorgaan tot over die grens… knikte ik de voorbije weken bij de zoveelste ‘dat het toch wel zwaar moet zijn, zo opnieuw aan het werk’, ‘dat de combinatie peuter en meer dan full time werken wel pittig moet zijn’. ‘Ik ploeter me er wel door hoor’, dacht ik eigenlijk stiekem. ‘Komt allemaal goed. Ja, ik ben moe, ja, ik heb al een maand keelpijn en met momenten sputtert mijn maag tegen, maar wie heeft dat niet?’

 

En zo lag ik vorige week figuurlijk in de lappenmand (letterlijk waren het de katjes). Buikgriep? Beestjes uit de crèche? Voedselvergiftiging? Manlief was duidelijk: je blijft thuis én je rust. En zorg ervoor dat het huis NIET piekfijn in orde is straks.

 

Deze keer had ik weinig overtuiging nodig: ik sliep twee dagen de dag weg, en ook daarna bleef het energiepeil behoorlijk laag. Elke poging om hier en daar toch al eens op te ruimen, leek aanleiding te zijn voor een dutje.  Mijn lijf kent mijn hoofd langer dan vandaag (gelukkig maar): subtiele hints werken zelden, meteen de grove middelen inzetten.

 

Dus, spelende vrouw, wat hebben we nu geleerd deze week?

 

Koppig zijn mag, maar met mate.

Rusten als je ziek bent.

Slapen als je moe bent.

En weinig is zo zalig als ‘Maya de Bij’ kijken met je 18 maandertje die zich spontaan op je schoot nestelt, hoofdje tegen je schouder, handje om je vingers. Hij zucht eens alsof alles nu goed is.

En dat is het ook.

Hou(d)t

Om 7 uur liep de wekker af. En ik, ik was blij dat ik wakker werd. Betekende dat ik geslapen had. De waarschuwing van de fotograaf bleef in mijn achterhoofd hangen: wallen krijg je niet weg met Photoshop. Een boterhammetje met choco later – mocht wel na maanden van extra sporten en met de hele familie naar lagere cijfertjes op de weegschaal streven- stapte ik in de wervelwind van onze mooiste dag.

 

Ons verhaal begon meer dan een decennium daarvoor. Letterlijk in een andere eeuw, een ander millenium zelfs. Waarom dan nog trouwen, werd ons gevraagd. Dat maakt toch geen verschil meer uit?

 

Maar voor ons was dat wel het geval. Voor ons was dit na al die jaren, opnieuw kiezen voor elkaar.  Voor mij flakkert er nog steeds iets op, als ik hem ‘mijn man’ kan noemen. Een warm gevoel – iets dat klopt, dat juist is.

 

Plots is het vijf jaar later. Een houten bruiloft, is me verteld.

 

Ook die 15de oktober scheen de zon, was de lucht blauw en de herfst een prachtig decor. Tussen toen en nu ligt vijf jaar van alles wat ik in onze geloften heb aangehaald:

 

Lieve schat, ik wil je vrouw zijn. Ik beloof je trouw te blijven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid.

We hebben ons deel gehad, van die ziekte en kwade dagen, van de harde noten om te kraken. Soms dachten we dat we zelf zouden kraken. Soms leek de hele boom op ons te regenen.  Soms voelden we ons ver weg van elkaar, samen op de zetel.

 

Maar de mooie dagen, de rijkdom van vrienden en familie en een gezonde prachtzoon, die waren en zijn er ook.

 

En dat maakt dat ik enkele weken geleden werd betoverd door één zin, omdat het exact was wat ik over die grote man van mij denk. Of liever: voel. Na 17 jaar samen, na 5 jaar man en vrouw

 

Lieve schat

 

Al mijn later is met jou.

img_6391