De vijf mooiste momenten uit twaalf dagen Toscane

Twaalf dagen van augustus vertoefden wij op één van de mooiste plekjes op aarde: Toscane.

Ik kan wel blijven kijken naar dat glooien, de groene lijntjes van de wijngaarden, de velden vol zonnebloemen, de statige cipressen (‘groene torens’ noemde krullenbol ze). Ik hoop dat ik genoeg heb opgeslagen in mijn grijze cellen om even verder te kunnen. Dit zijn de beelden die mij warm moeten houden deze winter!

DSC_3490Toscane wijngaarden

We waren er met familie, van twee tot tweeënnegentig jaar. En we hebben genoten. Alsof alles weer wat helderder werd. Alsof je bovenkomt na drie lengtes onder water (wat manlief zijn record was, btw).

 

En na die twaalf dagen pakten we onze koffers, en beseften weemoedig dat heimwee zich al voor vertrek kan laten voelen.

Het vakantiegevoel vasthouden kan alvast door een paar uur naar foto’s te staren, maar ook door met manlief onze top 5 van favoriete momenten op te stellen.

Hier zijn alvast die van mij (niet volgens rangorde)

  1. Met drie in één bed. Met 11 volwassenen en 6 kinderen in één huis, daar komt al wat gepuzzel-een-tetrismeester-waardig aan te pas. Of kort gezegd: krullenbol sliep bij ons op de kamer. Omdat onze kamer een ontzettend breed bed had, sliep hij ook gewoon tussen ons in. En al was dat wel weer even wennen: zo naast dat kleuterlijfje kruipen in het donker, mij een weg banen tussen de bergen doekjes en hem voorzichtig nog een kusje geven, zorgde er elke avond voor dat ik met een glimlach insliep.
    .
  2. Mini Citytrippen. We trokken er een paar keer met ons drietjes op uit, een namiddagje naar Pienza en een dagje naar Firenze. Het was 20 jaar geleden dat ik in Firenze was en ik zag mijn jonge zelf daar zitten, aan de trappen van de Duomo. Hand in hand met manlief en met een kleuter in de draagzak had ik haar graag gezegd: Ik weet dat je je nog niet thuis voelt tussen de klasgenoten, en het wordt nog hobbelig – maar weet je, het komt goed!

    Ik heb erg genoten van die dagen. Natuurlijk vereist citytrippen met een driejarige een ander tempo, en voldoende ruimte voor ‘heel veel de straat op en af lopen’, pizzaatjes eten en niet alles tegelijk willen – maar het waren gewoon heel fijne uitstapjes.
    firenze
    .

  3. Vallende sterren tellen. Elk jaar trekken de Perseïden, een meteorenzwerm, langs de aarde, en de ongelukkigen die in onze dampkring terecht komen, zorgen voor een regen aan vallende sterren.

    Omdat wij wel wat wensen in onze mouw hadden, hebben we dus enkele avonden staan kijken. Wolken gooiden al eens roet in het eten, maar op een heel heldere nacht nestelden manlief en ik ons op de ligstoelen aan het zwembad om zonder nekpijn naar gloeiende bolletjes te speuren.

    En ja hoor, we zagen er! Dat blijft toch iets magisch.
    Maar niet bepaald één per minuut, zoals er soms beloofd werd. Dus na een stuk of vier, wilden we nog heel graag eentje zien. Wachten wachten wachten. Vroeger dacht ik dat je één ster moest uitkiezen en dan hopen dat die zou vallen. Ha!

    Manlief: ‘Allez, nog vijf minuten en we gaan naar binnen’.
    Ik: Maar hoe weten we wanneer de vijf minuten om zijn? We hebben geen horloges of GSM’s.
    Manlief: wacht, euhm….*begint bloedserieus te zingen* Ik heb een potteke met ve-hee-het, al op de tafel gezet. TWEE-DE COU-PLET. Ik heb een potteke potteke potteke potteke…

(Tegen dit moment lag ik al strike op mijn zetel. Maar we hebben er geen meer gezien).

 

  1. De watergevechten. Er waren waterpistolen, drijvende matrassen, opblaasbare eenhoorns en krokodillen, veel wilde kindjes met zwembandjes en een ‘tantie’ die niet van wijken wist . Do I need to say more?

    unicorn zwembad
    .

  2. De eenhoorntaart. Hij stond al een tijdje op mijn ‘to bake’-list, en toen mijn frank viel dat een nichtje jarig was op vakantie, stelde ik maar al te graag voor om de verjaardagstaart in elkaar te boksen.
    Braaf had ik alle benodigdheden meegebracht uit België, nadat we twee jaar geleden tot onze scha en schande hebben ontdekt dat er geen gewoon bakpoeder te vinden is in Toscane. Samen met mijn schoonzusje, die zich nu een volleerd botercrèmemaker mag noemen, maakten we er een prachtexemplaar van, al zeg ik het zelf.
    En het feestvarken? Die was héél tevreden!

    ps– Mocht je aan krullenbol vragen wat zijn top 5 was, denk ik dat je iets zou krijgen als: 1. pizza, 2. pizza, 3. zwembad., 4. worstjes, 5. pizzapizza (omdat 3/5 gewoon niet genoeg was).

Advertenties

Het werd zomer – zes maanden post chemo

12 februari 2018

Ik parkeer me op de bezoekersparking van Gasthuisberg. Ik hijs mijn tas op mijn rug en wandel de hele weg naar de ingang. Soms merk ik dat mensen staren, naar mijn hoofddoek vermoed ik, maar meestal merk ik dat niet.

Vanaf de ingang is het nog ongeveer 6 minuten stappen naar de dagzaal. Daar zit manlief al op mij te wachten. Ik schat dat de hele weg zo’n goeie 500 meter beslaat. Wanneer ik aankom, bonst mijn hoofd en ben ik buiten adem. Dat gevoel houdt een uur aan. Ik ben echt op.

We hebben vandaag een klein kamertje ter onze beschikking op de dagzaal. Dat betekent dat we een deur kunnen sluiten op de snerpende alarmgeluiden die non-stop doorgaan. Het onophoudelijk lawaai overal was de voorbije maanden vaak een extra bron van stress.

Mijn bloed wordt getrokken – of liever ‘getapt’ uit de katheder in mijn arm – en ergens verwacht ik alweer slecht nieuws te krijgen. ‘Slecht nieuws’ betekent in dit geval vreemd genoeg: dat ik de chemo niet kan krijgen. Dat mijn immuunsysteem weer gecrasht is, zoals twee weken geleden. Dat dit toch nog niet mijn laatste rit naar de oncologische dagzaal is.

Een paar uur later – en na de verpleegkundigen en de co-assistente een keer of drie te verbeteren en te herinneren aan wat er precies moet nagekeken worden –  hangt de zak dan toch.

 

Een paar keer gaat de pomp in alarm, omdat de chemo niet goed doorloopt. Het hangt helemaal af van hoe ik mijn arm hou, of het spul in mijn aders geraakt of niet. Mocht het niet de laatste keer zijn, zouden ze de katheder opnieuw moeten steken.

 

En dan zit de laatste druppel erin. Twaalf injecties, 56 zakken en ontelbare pillen.

 

De verpleegkundige vraagt of ik klaar ben voor de verwijdering van de katheder. Ik knik, toch wat nerveus. Ze trekt wat plakkers van mijn arm en vraagt even diep uit te ademen. Letterlijk twee seconden later heeft ze een buisje van een halve meter in haar handen. Op mijn rechterbovenarm zit een klein wondje dat amper bloedt. Er komt een rond pleistertje op. Een muggenbeet. Ik ben een beetje misselijk.

 

Manlief weet dat er in andere landen vaak een bel hangt op de dagzaal. Wie klaar is met de behandeling, mag bellen. In Gasthuisberg hangt er geen. Hij zoekt een appje en ik luid een klok door op het scherm te tikken. Ringing the chemo bell. I did it.

 

Mijn mantra is al weken:

Tegen de zomer zal alles – en zeker ik – er helemaal anders uitzien.

 

12 augustus 2018

Ik parkeer me op een grote luchtmatras die naar het midden van het zwembad dobbert. Ik hijs een groot waterpistool aan boord. Ik merk dat ik in de gaten gehouden word. De hel kan elk moment los barsten. Dan word ik onder vuur genomen in een furieus watergevecht, waarbij de andere partijen langs de kant staan of op een grote opblaas-eenhoorn zitten.

IMG_5040

Maar op dit moment is het nog rustig. Er druppelt water uit mijn haar op mijn zonnebril. Ik sluit mijn ogen. Ik hoor alleen ‘studio cicade’, en af en toe wat gegiechel, van de nichtjes en de neefjes, die ronddobberen in zwembandjes.

 

Zou Toscane gemaakt zijn als eerste, toen God nog veel inspiratie had?

 

Straks is het aan ons om te koken. We zullen ribbetjes op de barbecue gooien en tomaten plukken in de tuin. Een watermeloensalade maken. En als dessert kunnen we de regenboogrestjes opeten van de grote eenhoorntaart die ik een paar dagen geleden bakte voor het jarige nichtje. Ik krijg al honger.

 

Al kan dat ook van al die watergevechten zijn.

 

Het is zomer. En ik had gelijk.

 

IMG_5174

IMG_5055

Wel op wolkjes

2 juli. De eerste officiële dag van de grote vakantie.

 

Stond op de planning: in de voormiddag naar de speeltuin gaan, op de middag misschien een dutje en in de namiddag naar de winkel en in bad.

 

Gisteren was het al een topdag geweest. We waren gaan barbecueën bij Papo en daar waren zijn tante en zijn peter ook. Peter is niet minder dan een idool, dus dat we mee mochten op de boswandeling was ‘écht heel supertof’. De boswandeling viel wat langer uit dan verwacht, en hoewel hij zijn beste beentje voorzette, was het vaatje wel ‘af’ die avond.

Onderweg naar ons huis viel hij in slaap in de auto, hij liet zich ‘transfereren’ naar bed en sliep voor het eerst in ik-weet-niet-hoe-lang 13uur aan één stuk.

 

Vanmorgen was hij heel vrolijk, maar al snel werd me duidelijk dat de speeltuin te hoog gegrepen was. Ja, hij had er zeker zin in. Ja, hij wilde me wel even helpen met zonnecrème smeren. Maar nee, de verdere stappen kwamen er maar niet van.

 

Ik liet het zijn. Hij mag van mij gerust een paar dagen rust. Het einde van het schooljaar was niet niets en de voorbije week was niet zo gestructureerd als anders: dat kost energie.

 

Daarom suggereerde ik voorzichtig na de boterhammetjes met komkommerwieltjes of we niet eventjes zouden gaan rusten (je weet wel: ‘neeeee, niet slapen schat, gewoon een beetje rusten’).

 

De eerste poging was mislukt, maar daarna gaf hij zelf aan moe te zijn. Ik vroeg of hij naar zijn eigen kamertje wilde, met het maantje en de wolkjes, of naar de kamer van mama en papa (niet de standaard optie, maar het is daar momenteel wel een paar graden koeler). Hij koos het laatste, niet de wolkjes.

 

Of mama even bij hem wilde blijven liggen? Dat wou mama wel.

‘Ola mama, jij hebt geen lakentje. Ik leg mijn doekjes.’

 

Met het grootste geduld en precisie legt hij vier tetradoekjes één voor één op mij. Geen plekje arm mag onbedekt blijven, ondanks mijn terloopse opmerking dat ik het echt wel warm genoeg heb.

‘Zo mama, nu heb jij geen koud’.

‘Dank je wel schatje, dat is heel lief. Laat ons nu even rusten.’

 

Nu wilt hij ‘ondersteboven’ gaan liggen (met zijn hoofd naar het voeteinde). Een kleine verhuis volgt. Opeens ligt zijn hoofd weer naast dat van mij. Ik tuur tussen mijn wimpers. Hij lacht zijn kleine tandjes bloot.

 

‘Mama, wij zijn beste vrienden’.

 

Geen vraag. Geen bevestiging nodig.

 

Het is alsof mijn hart trilt.

Niet in zijn kamer. Wel op wolkjes.

P1100997

Twee gezichten van augustus

Zo een roze plumeau met hele veertjes, samengehouden op een bamboestok.

Ik vond die vroeger onweerstaanbaar zacht, maar dat is niet de reden waarom ik er nu eentje zoek. Ik zou er de stofpluksels mee weg vegen, de webben die zich geweven hebben over mijn blog de laatste weken.

Augustus was een hele vreemde maand. Eentje met twee gezichten.

Zomer, ja, maar tijdens onze staycation in België was daar met momenten weinig van te merken. Onze nieuwe tuinmeubels werden in het begin van de maand geleverd, en hebben al meer staan verdampen dan dat ze bruikbaar waren. Soms speet het me, dat we toch niet de zekere zon hadden opgezocht.

Vakantie, ja, en daar hebben we zeker van genoten, vooral van de extra tijd met onze kleine man. Hij was het zonnetje, ook als het buiten goot. We gingen samen zwemmen, we speelden met de trein, we gingen wandelen door de velden en ontdekten daar maïs, koeien, fietsers, steentjes en ander leuks.

Maar tegelijkertijd voelde ik me niet goed. Ik was moe. Zoals ik al moe was sinds begin juni. Op een manier die me wat beangstigde, met een vermoeidheid waar ik mij niet kon ‘uit-willen’, waar geen cafeïne tegenop kon. Dus ik sliep. Samen met ons ventje deed ik vaak een dutje. Het was tenslotte vakantie…

die eindigde in nogmaals ondersteboven gehaald worden door een virus, rotzooi allerhande, lage bloeddruk en een week op de zetel. Ik voelde me soms niet meer als mezelf.

Op het werk ontplofte er een bommetje, ik kreeg dat nieuws via een berichtje en probeerde er verder niet te veel bij stil te staan. Niet piekeren, niet piekeren. Vakantie, vakantie.

Een vakantie waarin ook zo veel moois gebeurde. Kleine reusje ging met rasse sprongen vooruit. Opeens kon hij tot tien tellen – al is ‘ves’ wel een bijzonder getal tussen vijf en zes. Groen, blauw, rood, geel, paars, bruin, zwart, wit – hij benoemde dat out of the blue correct. Zijn zinnen groeiden met gemiddeld 2-3 woorden. Hij kent zonder overdrijven minstens 75 dieren. Hij sprak opeens van ‘mijn’ en ‘jij’ (toegegeven, het antwoord op de vraag “doet mama dat of ga jij dat doen”, is soms nog wel ‘jij dat doen’). Even knipperen en onze peutert leek elke dag meer op een kleutertje. Mama zo fier.

En niet te vergeten: ik werkte stevig aan mijn bucket list. In het voorjaar vertelde een vriendin me dat K’s Choice wilde optreden met een koor, en dat je je kon opgeven om daar deel van uit te maken voor twee concerten. Geen zangervaring vereist, alleen graag zingen.

Ik twijfelde. Ik zing zo graag. Alleen betekent dat onder de douche, in de wagen. Maar K’s Choice…. Al meer dan een half leven fan. ‘Cocoon crash‘ (een CD) heeft toch wel een groot deel van mijn tienerjaren ingepalmd.

Na een duwtje van manlief, schreef ik me in. Vijf dagen workshops volgden in augustus, voor we op 26 augustus effectief op het podium achter Gert en Sarah Bettens stonden, en optraden in De Singel in Antwerpen.

Ik vertel hier graag een andere keer meer over, maar HET WAS GEWELDIG. Geweldig en overweldigend. De energie die vrijkwam, bij mij, bij de 239 andere koorleden, bij de coaches, bij de leden van K’s Choice … zou drugs zo voelen?

Ja, augustus – een maand met twee gezichten.

Ik leerde minstens 1 belangrijke les: je kan niet piekeren en zingen tegelijk.

muzieknoot

Eerste dag effect

Ik las over het ‘eerste-nacht-effect’ op vakantie. Je denkt ‘eindelijk, eindelijk, relax, lekker slapen’ (of je bent ouder van een baby/peuter en je denkt, ‘lekker slapen, ik laat het lichtje in de keuken branden want ik kan hier nog niet blindelings een flesje maken om 4u ’s nachts’).

 

Blijkbaar is het wetenschappelijk bewezen dat je die eerste nacht in een vreemd bed vaak niet fantastisch slaapt. Als een vogel of een walvis blijft de helft van je brein actiever, om mogelijk gevaar op te sporen. Bij mij resulteerde het in elk geval in ingewikkelde en uitgebreide dromen, maar ik heb dan ook altijd al geweten dat ik een vogelbrein heb. Ik zou bijna zeggen, als een kip zonder kop, maar goed, die heeft dan weer net géén vogelbrein.

 

Ik heb echter nog nooit iets gelezen over het ‘eerste-dag-effect’. Die eerste keer ontbijten met het vers stokbrood dat man- en zoonlief zijn gaan kopen in alle vroegte, terwijl ik nog een klein beetje mocht verder slapen. Dat eerste kopje koffie op het terras.

IMG_0760

 

Het strand op wandelen met 15 kg peuter in de draagzak op je rug, dat gevoel de zee terug te zien, hallo, oude vriend. De lucht blauw met wolkjes, behalve waar de vliegers kleuren.

 

Mosselen gaan eten, natuur natuurlijk. Een blos op je neus voelen. Een dutje doen. De zeebries als haardroger gebruiken.

IMG_0770

’s Avonds knispert de vloer van je appartementje onder je blote voeten. Het universele gevoel: dit was een mooie dag.

IMG_0766

Zomerreces

Nog één dagje werken en mijn zomervakantie staat voor de deur. Hoewel er morgen nog één en ander op het programma staat, ben ik er vrij rustig onder. De projecten lopen allemaal volgens schema, de grootste knelpunten werden de voorbije week weggewerkt en er werden afspraken gemaakt met een aantal collega’s voor die paar issues die in mijn verlof zullen opduiken.

 

We hebben er dit voorjaar wat over gepiekerd, over waar we heen zouden trekken en hoe lang. Maar uiteindelijk besloten we dat we met onze kleine man de laatste twee jaar voldoende kilometers hebben afgelegd. We gaan een weekje naar de zee, en ik kijk er enorm naar uit. De laatste weken kwamen we – meestal toevallig in het typische ‘en waar gaan jullie op congé’-praatje te weten dat echt behoorlijk wat van onze vrienden in de buurt gaan zitten aan zee. Dat is heel fijn, maar we beseffen heel goed dat we ook tijd voor ons drietjes nodig hebben.

 

Zowel manlief als ikzelf hebben ettelijke jeugdvakanties aan zee doorgebracht, en we hebben er allebei hele warme herinneringen aan, zelfs al liet de temperatuur te wensen over (hoewel, in mijn herinneringen is het echt overwegend zonnig, was er eind jaren ’80 – begin jaren ’90 toevallig geen rits van hete zomers?).

 

Daarna ben ik nog twee weken, en manlief één week thuis met zoonlief. Ook daar gaan we voor het ‘alles mag niets moet’ principe.

Natuurlijk staan er heel wat leuke dingen gepland, en natuurlijk is er weer een lijstje van dingen die ik deze zomer, en daarna, zou willen bereiken.

Maar manlief kwam met een interessante stelling: dat de zomermaanden een mooi moment zijn om te plannen voor ‘de tweede helft van het jaar’ maar ook, en zelfs misschien vooral, om samen te vatten wat je allemaal bereikt hebt in die eerste helft.

 

Dat staat dus als eerste op mijn ‘to do’-lijstje: opsommen wat er allemaal goed is gegaan de voorbije maanden.

 

Of nee, correctie! De eerste punten op mijn lijstje zijn: nu eerst lekker slapen, er morgen nog een lap op geven, en dan een mentale opruimactie om over al de rest na te denken.

quote