Een kersverse 4- jarige

Deze morgen werd je wakker toen ik zachtjes je kamer binnen kwam om ‘Happy Birthday’ te zingen.

Je ogen sprongen open en voor alle zekerheid vroeg je het toch nog maar eens: ‘Ben ik nu 4 jaar?’.

Ja, mijn lieve schat, vandaag word je vier jaar. Vier jaar, da’s echt al groot.  Je telt er nu al zo lang naar af, maar vandaag is het zover!

Het spoor van ballonnen viel je meteen op. Je lachte luid toen de hele living versierd bleek. Wauw, een kroon, overal slingers, ballonnen en kaartjes!

Maar, wat zit er onder dat witte doek daar?

Jaaaaaaa, het is die grote fiets waar je al zo lang van droomde! Met een bel, en een poot en twee remmen en alles erop en eraan!

Vandaag brachten we je allebei naar school, met een grote doos vol versierde cupcakes (ja, een klas van 27 kindjes, daar is mama eventjes zoet mee geweest!). Iedereen die je tegenkwam mocht het weten: Jij bent jarig vandaag! En je hebt een grote fiets gekregen!

Ik weet dat je een super dagje tegemoet gaat met al jouw vriendjes, en vanavond eten we pizza. Zaterdag volgt dan het échte feest.

Maar lieve schat, 2 april of niet, met jou is het eigenlijk elke dag een feestje. Het is zo ongelooflijk om jou te mogen zien opgroeien, te zien bijleren. Het is ongelooflijk wat een sprongen jij maakt – letterlijk én figuurlijk.

Vier jaar geleden ging onze mooiste wens in vervulling. Wat hebben wij uitgekeken naar je komst, jarenlang. Héél soms, als we durfden dromen, dachten we: ‘wie weet, wie weet, mogen we ooit mama en papa worden. En wie weet, wordt het wel kindje met blonde krulletjes’.

Daar denk ik nu zo vaak aan. En dan ben ik zo dankbaar dat jij er bent.

Van in het begin was het voor mij duidelijk: wij, met ons drietjes, wij doen dit samen. Wij zoeken het samen uit, dat baby-gedoe, de moeilijke momentjes, het slaapgebrek, de borstvoedingsperikelen, de frustraties, de woede omdat het koekje gebroken is.

En dat doen we nog steeds. Al leidt dat soms tot een aanpak die niet iedereen ideaal vindt. Niet straffen, maar bespreken. Niet afzonderen, maar aanhalen. Niet roepen, maar rust doorgeven. Niet minimaliseren, maar serieus nemen.

Voor ons voelt dat goed, voelt dat alsof we het samen aanpakken. Ik hoop dat jij er later ook met een warm gevoel op terug kijkt, op dat nest van ons.

Als ik jou in één woord zou moeten omschrijven, zou het – buiten schattig natuurlijk – ‘goed’ zijn. ‘Flink’ zeggen je juffen, maar ik zou dat anders noemen.

Jij bent zo intrinsiek goed, dat je altijd de regels wilt volgen, en anderen erop aanspreekt als zij dat niet doen. Dat je je zorgen maakt dat bloemen dood gaan als je ze plukt, dat je je het niet kan voorstellen dat je iemand expres zou pijn doen. Dat je je eigen doekjes uitleent als ik zeg dat ik ergens pijn heb. Dat je andere kindjes helpt als zij iets niet kunnen wat jij wel onder de knie hebt.

Soms denk ik dat we je ook nog wat ‘scherpe randjes’ gaan moeten leren, maar dan bedenk ik me dat de wereld daar vanzelf wel voor zorgt.

Daarom kan ik alleen maar blij zijn dat jij zo enthousiast wordt van… ja, van bijna alles eigenlijk. Van spelen, van turnen, van samen bakken, van samen boodschappen doen, van kleuren, van diertjes, van auto’s, van treinen, van cijfers en sinds kort ook van letters.

Jij slorpt alles op als een spons en verbaast ons elke keer met wat je oppikt en meeneemt.

En ja, dat perfectionistisch trekje, waarbij je kwaad kan worden als iets dan niet van de eerste keer lukt, of niet goed genoeg naar jouw mening… dat is een spiegel, je hebt niet alleen de krulletjes van mij geërfd, vrees ik.

Ik vond drie een heerlijke leeftijd. De ontwikkeling van jouw humor is geweldig. Je verhaaltjes die altijd langer werden, die onverwachte gedachtesprongen of links die je soms legt. Je voelt je sneller op je gemak in een groep. Je ontwikkelt je eigen smaak in kleren (jammer genoeg niet altijd datgene dat mama dan net zo leuk vond).

Ik kijk al uit naar dat volgende jaar.

Gelukkige verjaardag, lieve schat. Vier jaar, da’s echt al groot.

Advertenties

Een speciale verjaardag

Gisteren was het dikke truiendag. En wieltjesdag (met fiets of step naar school). En Wereld Darwin dag.

Ik geef toe, ik heb met geen van alle veel gedaan vandaag. Ik vierde een speciale verjaardag.

Gisteren is het 1 jaar geleden dat ik mijn laatste chemo kreeg. Eén vol jaar. En meestal lijkt het al een bizar horrorverhaal dat ik nu aan mensen vertel – of niet vertel, want ondertussen zijn er heel wat mensen in mijn omgeving die mijn geschiedenis totaal niet kennen. En soms is dat wel prettig zo.

Ik zou zo graag willen zeggen dat het na één jaar ook helemaal achter de rug is. Dat ik er niet vaak meer aan denk. Of dat het geen impact meer heeft.

Maar dat is natuurlijk niet zo.

Ik zeg wel ‘natuurlijk’ maar ik merk dat een jaar lang is. Of heel lang lijkt, soms. En geheugens zijn kort. Heel kort, soms.

Die combinatie, samen met hoe hard ik gewerkt heb om er niet meer ‘ziek’ uit te zien, maakt dat ik vaak het gevoel heb dat ik me moet verantwoorden. Verklaren. Verdedigen. Dat ik er nog niet ben. Dat bepaalde dingen (nog) niet gaan zoals daarvoor. Dat energie een kostbaar en eindig goed is  —

(Nu ik die laatste zin schrijf, denk ik, ‘wat toepasselijk, zo met al die klimaatmarsen’. Ik ben zoals het klimaat, mijn energie is kostbaar goed. Ha!)

Tegelijk doet die verjaardag me beseffen hoeveel kan veranderen in een jaar. Hoe ver ik gekomen ben. Speekmedaille voor mezelf!

Er is nog een hele weg te gaan, een onzichtbare weg – onzichtbaar voor wie niet goed kijkt of luistert, vermoed ik. Onzichtbaar voor mensen met een kort geheugen.

Maar da’s oké. Want weet je hoe dat zit met nachtmerries en horrorverhalen?

Je leert wie wel goed kijkt en luistert. Het maakt niet uit dat ik er nog niet ben. Ik heb supporters langs de weg.

Een jaar verschil

Ooit zei ik het aan mijn schoonzusje, die in een lastige situatie zat.

‘Wacht maar af hoeveel een jaar kan veranderen’.

En zaterdag besefte ik weer dat dat behoorlijk wijs was, van mij.

En waar.

Op 2 februari 2018 had ik geen vrolijke dag. Ik zat in de laatste fase van mijn chemobehandeling. Die had zijn tol al geëist op mijn lijf en mijn zijn. Ik probeerde zoveel mogelijk de horror van dag tot dag door te komen, maar was toch aan het aftellen geslagen: die week zou mijn laatste cyclus van start gaan.

Maar nee: mijn immuunsysteem, dat zo lang had stand gehouden, crashte. Net voor de eindmeet. Ik kreeg 39,8°C koorts en bleef drie dagen in het ziekenhuis zonder dat ze echt wisten wat ik had, en hoe ze dekoorts konden laten dalen.

En toen mocht ik eindelijk naar huis op donderdag, om maandag terug te keren om dan ‘hopelijk’ de laatste reeks zakken gif in mijn lijf te laten pompen.

En toen kwam vrijdag – en ik was jarig.

Mensen wensten mij een gelukkige verjaardag.

Ik haatte het.

Gelukkige verjaardag? Ik wilde in mijn bed kruipen en ergens onder die dekens verdwijnen en pas opstaan als alles voorbij was, en ik mij feniks-gewijs opnieuw durfde te vertonen. Ik verklaarde aan iedereen dat ik pas een maand later jarig zou zijn (en dat hebben we ook enigszins zo gevierd).

Maar toen mijn tante belde, die drie weken voordien de man waar ze 60 jaar van haar leven mee had gedeeld, had moeten afgeven, haalde ik een Oscar-waardige performance boven. Zij wist niet dat ik ziek was. En ik ging haar dat niet vertellen.

Een mens kan maar zoveel horror verdragen.

Op 2 februari 2019 had ik een vrolijke dag.

Ik stond op en manlief, mijn held, en krullenbol, mijn schat, hadden het huis versierd. Ze zongen me toe en ik kreeg een lekker ontbijtje.

De berichtjes en de filmpjes met zingende neefjes en nichtjes stroomden toe en ik bedankte iedereen uitbundig.

’s Middags kwam mijn familie een pistoletje met soep eten, en als dessert een lekkere pannenkoek – je bent jarig op lichtmis of je bent het niet, natuurlijk. Ik kreeg een e-reader cadeau en kijk al uit naar een vakantie waar de helft van de bagage niet uit kleppers bestaat.

’s Avonds kwamen enkele goede vrienden eten. Het was gewoon… gezellig. We hebben goed gelachen, goed gegeten, en niet als een wrak gaan slapen.

Nog een beetje kaas over…

Mijn lieve tante heeft niet gebeld. Zij is twee maanden na mijn vorige verjaardag haar man gaan vervoegen. Ik miste haar. En nog wel wat mensen. Ik hoop dat ze er eentje hebben gedronken op mijn gezondheid.

Wacht maar af hoeveel een jaar kan veranderen.

Ik heb het berekend. Deze verjaardag was precies 1 345 760 keer beter dan de vorige.

2 december: een half leven met jou

2 december 1999

Gisteren heb je tijdens de film mijn hand vastgehouden. Mijn hart sprong zowat uit mijn lijf. Ik heb niets meer van de film gezien, maar bleef schijnbaar geïnteresseerd star naar het scherm staren.

Na het praten op je kot, waarbij ik je alle mogelijke signalen stuurde, had je me bij het afscheid nog steeds niet gekust. Dus deed ik dat maar, heel snel, om daarna gauw weg te lopen, helemaal assepoesterig, naar mijn pompoen –euh, auto.

Vandaag kus ik je weer. Maar geen van beiden loopt weg.

2 december 2003

We zijn samen afgestudeerd en wonen onofficieel samen op een klein flatje in Leuven. Ik ben een paar maanden aan het werk op Buitenlandse Zaken. Het werk is onnoemelijk saai. Ik ben ondertussen een aggregaat aan het volgen, om lessen wetenschap in het middelbaar te kunnen geven.

Jij verdedigt vandaag je doctoraatsvoorstel voor een jury, en hoopt op een beurs. We gaan samen lunchen om te vieren dat het vrij goed ging. Ik zweer dat een doctoraat niets voor mij is.

2 december 2007

We werken allebei aan ons doctoraat, en wonen sinds vorig jaar in een ruim appartement in Leuven. Tien dagen geleden werd mijn mama niet meer wakker. Ik ben helemaal kapot, maar zo dankbaar dat jij haar ook goed gekend hebt. Jij bent mijn rots in een hele, hele donkere tijd.

2 december 2011

We zijn nog niet lang terug van een hemelse huwelijksreis in Thailand, en houden het gevoel van wittebroodsweken levend in ons huisje. We mogen ons allebei doctor noemen. We dromen van een kindje. Mijn rugpijn blijkt een serieuze hernia te zijn.

2 december 2015

We vragen MJ, onze nanny/babysit om een paar uur langs te komen en op onze acht maanden oude schat te letten. Wij gaan uit eten in Brookline centrum, onze thuisbasis sinds een half jaar. We houden van Boston, van ons leven daar, en van elkaar. Maar niet van de Vietnamees waar we gaan dineren. Amerika en goed eten, het blijft een uitdagende combo.

 

2 december 2016

We raken zo langzaamaan gewend aan opnieuw in België zijn. Jij hebt je droomjob te pakken, ik keer terug naar het bedrijf waar ik daarvoor al werkte. Er blijkt heel wat veranderd, en niet altijd in mijn voordeel. We dromen van een broertje of een zusje voor onze krullenbol.

 

2 december 2017

Ik zit midden in de loodzware chemobehandeling voor een mola zwangerschap – iets waar ik tot voor deze zomer nog nooit van gehoord had. De laatste maanden zijn we bedolven onder een tsunami van slecht nieuws – het leek altijd maar erger te worden.

Over twee dagen moet ik weer 50 uur aan een baxter gaan hangen in het ziekenhuis, maar vanavond eten we sushi.

 

2 december 2018

Een rustig weekend is welkom: jij hebt het superdruk en ik moet wat bekomen van mijn derde week opnieuw aan het werk, na een jaar ziekteverlof. Krullenbol rust uit van een week in de klas. De klas vindt hij heerlijk. Wij vinden krullenbol heerlijk. Ik ga joggen want ik kan dat opnieuw. Ik speel met onze schat, want ik kan dat opnieuw. We koken samen, want… ja.

Dromen hebben we nog altijd, illusies iets minder. 19 jaar zijn we samen vandaag, letterlijk een half leven. Mijn verhaal telt evenveel hoofdstukken zonder jou als met jou.

 

Vanaf morgen zijn er méér bladzijden met een gouden randje.

Want schat, daar zorg jij voor, elke dag.

boeket bloemen

 

 

 

 

***Het idee voor deze flashback post kreeg ik van Trijnewijn.

 

 

To be or not to be… jarig

Vorige vrijdag was ik jarig.

Maar alleen dit jaar.

Klinkt dat vreemd? Volgens mijn paspoort was ik al een maandje eerder jarig. Maar eerlijk gezegd, dat zag ik niet zitten. Het zou een vrijdag na drie dagen hospitalisatie zijn, sowieso al niet mijn beste moment, het werd de vrijdag na vier dagen van hoge koorts en uitstel van de start van de laatste chemocyclus.

Hoe dan ook, ik voelde me niet bepaald feestelijk en had dat ook al voorspeld.

Dus heb ik in de weken voordien aan iedereen die het horen wilde, verteld dat mijn verjaardag uitzonderlijk, enkel en alleen in 2018, vanwege een speciale zonnewende, schrikkelmaand en jaar van de hond en andere, hoogst wetenschappelijke redenen, een maand later viel.

Natuurlijk waren er heel wat mensen die deze memo niet gekregen hadden. En die me supergoed bedoeld, een ‘gelukkige verjaardag’ wensten, een maand te vroeg. En dat was moeilijk. Dat was echt even slikken. Want hoe kan je nu in die omstandigheden een gelukkige verjaardag hebben?

Die voormiddag was ik niet om aan te spreken, dat geef ik eerlijk toe. Ik besef heel goed dat ik ook pissed zou geweest zijn mocht niemand eraan gedacht hebben, dus ja, eigenlijk was het sowieso mis. Maar manlief was thuis en de namiddag werd toch nog aangenaam en zonnig in alle opzichten, wat helemaal zijn verdienste is, want mijn hoofd stond op onweer.

Vorige vrijdag waren er dan een aantal lieverds die me effectief een gelukkige verjaardag wensten. Een kleine drie weken na de laatste chemo is er inderdaad al veel veranderd. Mijn bloedwaarden gaan de goeie kant op, mijn haar komt weer piepen en het energiepeil is met momenten best OK. Ik voelde me dus behoorlijk goed, maar ook behoorlijk on-jarig.

Op zondag kwamen een aantal goeie vrienden brunchen. Iedereen bracht wat mee zodat wij niet te veel voorbereidingswerk hadden. Ik maakte vers appel- en ananassap. Er waren 2 soorten quiches, spinazie-, bananen- en appelpannekoeken, koffiekoeken, pistoleetjes, en fijn gezelschap. Het was fantastisch, gezellig en gewoon heerlijk gewoon. En ik besefte: jep, nu kan ik wel een jaartje ouder worden. En genieten van wat een privilege dat is.

IMG_2435

De tweede van de tweede

Ik ben zo iemand die eigenlijk niet in horoscopen gelooft, maar dan wel stiekem bij ‘Waterman’ kijkt wat er in de Metro staat. Ik moet toegeven dat de meeste kenmerken die watermannen worden toedicht, mij niet al te vreemd in de oren klinken. Maar echt geloven, nee. Ach nee.

Zo ook met numerologie, de leer van getallen die je meer over je levensloop en lot zou kunnen vertellen. Elk getal krijgt zijn eigen symbolische betekenis. Nu heb ik wel iets met getallen, ze blijven me gemakkelijk bij. Ik denk dat ik niet overdrijf: ik heb van tientallen mensen de verjaardag in m’n hoofd. Kijk ik naar de kalender, kan het gevoel me overvallen dat ik die dag ‘ken’, dat er iets gaande is – het moment om facebook te openen en te checken of ik geen verjaardag vergeet.

Bij mij lijkt het getal 2 te horen.

De tweede van de tweede zal altijd een bijzondere datum zijn voor mij. Maria Lichtmis, Groundhog Day, pannenkoekenfeest en het patroonsfeest van de KU Leuven. En mijn dag, jawel. De 22ste van de 2de is het dan weer mijn naamdag. Hier wordt daar geen aandacht aan besteed, maar Franse vrienden vergeten het zelden.

Toeval?

Dat kan.

Ik ga nog even verder.

De 2de van de 2de van het jaar 2002 werd ik 22 jaar. Ik was die dag exact 2 jaar en 2 maanden officieel verliefd en gelukkig met de liefde van mijn leven, aangezien onze romance schuchter begon op 2/12. Onze prachtige zoon kwam onze wereld mooier maken op een 2de van de 4de. Ik was die dag exact 422 maanden oud.

Deze 2de van de 2de wordt ons ventje 22 maanden. Nog 2 maanden voor zijn 2de verjaardag. Ik pikte hem op in de crèche, hij stortte zich in mijn armen en zag er opeens wat anders uit, groter. Het mollige babygezichtje maakt plaats voor een vinnige peutersmoel, en dat lijkt soms met sprongetjes te gaan. Onze grote man. Of hij een boterhammetje en een banaan wilt? Dat hoef ik dan weer geen 2 keer te zeggen.

cadeau