Beter een goeie buur

We hebben getekend. Het is officieel sinds vandaag.

Ik denk dat ik 5 centimeter kleiner ben geworden. En niet omwille van de hittegolf.

Maar wel omdat onze lieve buurvrouw bevestigt dat ze binnen een paar maanden een uur verderop gaan wonen. Daar zijn allemaal goeie redenen voor. En dus moet ik vooral blij zijn, dat ze zo snel een leuk huis hebben gevonden, met een grote tuin voor de honden.

Alleen ben ik niet zo blij. En dat is super egoïstisch. Maar kijk, het is nu eenmaal zo.

Want ik ken onze straat niet zonder onze buurvrouw. Zij was de eerste die tien jaar geleden in de nieuwe verkaveling kwam wonen. Wij volgden een jaar later. Ze had toen al foto’s genomen van onze bouw vanuit haar raam, omdat ze dacht dat we dat leuk zouden vinden en anders nooit zo’n perspectief zouden hebben.

We vonden het heerlijk.

In mijn ouderlijke straat kenden wij onze buren niet. Ik vond het dan ook zalig dat onze doodlopende straat een jaarlijkse barbecue begon te organiseren, waarbij iedereen bleef hangen tot lang na zonsondergang.

En de buurvrouw, die door een vreselijk ongeval niet meer kon werken, die was er altijd.

Altijd om pakjes aan te nemen, altijd om te kijken of alles wel in orde was in de straat, altijd om de katjes eten te geven als wij op vakantie gingen, altijd om wat groenten of rabarber te geven die ze te veel had, als ze kon helpen dan zou ze het niet laten.

Ze is super creatief, heeft graag volk rond haar heen, en dat resulteerde in een paar van de beste Halloween-feesten die je je kan voorstellen. De hele tuin werd omgetoverd in een griezelpaleis, en alle buren kwamen volledig uitgedost genieten van de pompoensoep en de enge hapjes. Voor elk kindje had ze een gepersonaliseerd cadeautje klaar.

(Hebben ze allemaal zelf gemaakt, nota bene).

En toen ik ziek werd, en op sommige dagen echt het huis uit moest maar gewoon niet ver geraakte, en dan was ze er ook. Wat heb ik daar veel gezeten, koffie drinkend, uitgeput of opgefokt, maar zo blij dat ik even naar haar mega installatie kerstlichtjes kon kijken en niet verder hoefde na te denken.

Ja, we hadden een buurvrouw van goud.

Maar nu komt er dus iemand anders wonen.

Ze zeggen: beter een goeie buur dan een verre vriend.

Zou het één het ander kunnen worden?

Jarig!

Vandaag vier ik een kleine verjaardag. Deze blog wordt twee jaar. YAAY! Twee jaar, 198 schrijfsels, ik moet toegeven dat ik dat nooit verwacht had. Ik vind het nog steeds wat gek om mezelf een ‘blogger’ te noemen.

A birthday cupcake with two lighted candles.

Twee jaar geleden stonden we vlak voor onze trans-Atlantische verhuis. Toen ik mijn hele huishouden kritisch bekeek (Meenemen? Stockeren? Weg doen?), en daar mijn eerste blogpost aan weet, wist ik nog niet dat we exact een jaar later opnieuw zouden binnen vallen. De tickets voor onze terugkeer werden namelijk pas later aangekocht. Maar exact een jaar na die eerst post kwamen we weer thuis. Met 11 koffers en trolleys en buggy en baby en jetlag. En een verhaal.

 

Soms wordt er gezegd: what a difference a year makes. Maar ook vandaag waren we aan het inpakken. Net als toen, mja, dat nu ook weer niet helemaal.

 

In 5 punten: een korte vergelijking tussen 22 juli 2016 en 22 juli 2017

 

Inpakken van kleren, babyspullen en elektronica

 

Inpakken van kleren, peuterspullen en elektronica
Het vliegtuig wacht niet De auto vertrekt wanneer wij vertrekken, anders is er iets ernstig mis

 

Als het niet in de koffers past, kan het niet mee (stressssss) Als het niet in de koffers past, past het misschien nog aan mijn voeten, of naast de kinderstoel (no stress)

 

De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten, de rest gooien we desnoods binnen een week wel weg

 

We wisten waar we naar toe gingen, maar niet hoe we ons zouden voelen We wisten niet (helemaal) waar we naar toe gingen, maar wel dat we gaan relaxen
 

 

Het is een bijzonder jaar geweest sinds onze terugkeer naar België. Pittig, ook wel.

 

Maar vandaag hoeven we daar allemaal niet aan te denken. Vandaag kijken we vooruit.

Vandaag begint onze vakantie écht.

IMG_0758

De grote oversteek- de laatste dag

Het stof is neergedaald en de bagage iet of wat gesorteerd. De jetlag is verteerd, samen met een goeie portie mosselen met frietjes, lekker brood en vers vleesbeleg, de beste chocoladekoek EVER, en véél snoep allerhande.

 

Voldoende rust en ruimte om terug te kijken naar de meest hectische dag van het jaar – tot dusver dan. 21 juli. De laatste dag in Boston.

 

Om die dag, die een week leek te duren en toch vooruit vloog als een specht op speed, te beschrijven, is één woord voldoende: CRAZY! Het is van een examenperiode in ver vervlogen tijden geleden dat ik nog zo gezweet heb van de stress.

 

We begonnen ’s morgens vroeg met het opruimen en uitzoeken. We hadden al ingezien dat we behoorlijk streng zouden moeten sorteren in kleren en speelgoed en… in alles eigenlijk, om alles in onze koffers te krijgen. Icelandair biedt aan transatlantische reizigers de optie om 2 grote koffers per persoon (tot 23 kg) mee te nemen. Wij kochten ook een stoel voor ons ventje, vooral om wat meer comfort te hebben, al zat hij op onze schoot. Met ons drietjes konden wij ons dus 6 grote koffers veroorloven. Daarbij kwamen de 3 trolleys van de handbagage. En na onze eerste schifting besloten we nog 1 extra grote koffer mee te nemen.

 

Voor alle wenkbrauwfronsers: bedenk wel dat wij àlles in te pakken hadden. Onze kleren, van zomerkleren tot de grote dikke donzen jassen die we hier hebben gekocht. Van sportschoenen tot stevige stappers tot sandalen. Lakens, dekentjes, bad- en keukenhanddoeken. Laptops, fototoestel, radiootje, en alle opladers en elektrische draden die je gemiddeld in huis hebt. Een groot deel van het speelgoed, van blokjes tot muzikale werkbankjes. Ik lijst het nu wel mooi op, maar het bleek dat ook wij dit VOL-LE-DIG onderschat hadden.

 

Maar goed, de laatste dag dus. Om 11u kwam Ursula langs, een kennis van me, die zo vriendelijk was ons haar hulp en auto aan te bieden voor de laatste verhuis. Want hoewel manlief het vorige weekend het grootste deel van de meubels uit elkaar had gevezen en naar onze gehuurde opslagruimte had gebracht, waren er toch die laatste spulletjes, waarmee we de voorbije dagen hadden gekampeerd: twee opklapstoelen, wat potten en pannen, een dun matrasje, één lampje… het nam nog behoorlijk wat plaats in. Om concreet te zijn: 95% van de vrije ruimte in haar auto. Met de stofzuiger op mijn schoot reden we naar de opslagplaats. Daar was ik o-zo-blij met de uren die ik vroeger aan Tetris heb verspeeld, want we kregen er alles nét in. Ook de fles champagne die we aan onze Deense kopers lieten om hen te verwelkomen in de stad die ons een jaar een thuis bood. (Dat was ook een pragmatische zet, als ik eerlijk mag zijn. Vreemd hoeveel flessen drank je krijgt op een afscheidsfeestje, terwijl het toch duidelijk is dat die niet mee over de plas gaan en wij de laatste dagen in Boston niet wilden doorbrengen in een staat van permanent delirium).

Na een stop in een supermarkt, startte Ursula’s auto niet meer. Gezien de to-do-lijst van de dag, zat er niets anders op dan afscheid nemen op de parking en te voet naar huis wandelen. Waar Het Grote Inpakken kon beginnen. Eitje, volgens manlief. Alles lag immers al òp de koffers. Alleen raakten die niet snel dicht. Wat volgde, was een urenlange dans van inpakken, uithalen, proppen, afwegen, wegleggen, …het leek eindeloos. Steeds meer spullen belandden op de ‘hier laten’-stapel. En nog geraakten de koffers niet dicht. Ondertussen diende ons ventje natuurlijk ook geëntertained te worden, want hij vond het allemaal maar raar en wilde liever rondlopen dan op een koffer zitten. De temperatuur rees met de wijzers van de klok, letterlijk en figuurlijk.

 

Ik moest het geleende reisbedje nog terugbrengen naar een kennis, en nam een Uber om er sneller te geraken. De modem moest nog terug naar de winkel, maar de overbuurvrouw bood aan dit in orde te brengen. Ja, enter onze overbuurvrouw, Maleia. Onze reddende engel.

 

Maleia’s verhaal is lang en aangrijpend. Kort gezegd: zij verhuisde een halve week voor onze laatste dag naar het appartement tegenover ons, en had meubels nodig. Jammer dus dat wij haar alleen nog maar onze zetel konden verkopen, want die verhuis naar de andere kant van de gang was nét iets makkelijker. Zij blijft een jaar in Boston, om met haar jongste dochtertje van 7 maanden dichter bij het kinderziekenhuis te zijn. Want Caroline heeft een potentieel dodelijke aandoening, die twee jaar geleden ook al het leven kostte van haar broertje.

 

En toch was Maleia een vrolijke, lieve vrouw, die aanbood ons vuilnis weg te brengen, de achtergelaten kleren te sorteren en weg te geven, en zelfs – omdat we in complete tijdsnood raakten- de koelkast leeg te maken. Ze hield zich bezig met ventje toen wij rond 17u steeds driester dingen uit onze stapels begonnen te trekken om achter te laten, meer en meer overtuigd dat we dat vliegtuig nooit zouden halen. Dat onze chauffeur die we op voorhand hadden geregeld, en die ons om 17u45 zou ophalen, om 17u40 sms’te dat hij een platte band had, hielp hoegenaamd NIET. Maar Maleia bleef rustig en verzekerde ons dat zij alles zou regelen, wat wij niet geregeld hadden gekregen. Ik vond het vreselijk om ons appartement in zo’n staat van chaos achter te laten, ik kon wel janken, maar er zat niets anders op. Maleia krijgt nog een gigantisch pak Belgische chocolade opgestuurd als bedankje.

 

We hadden uiteindelijk twee taxi’s nodig om onze berg spullen naar de luchthaven te krijgen. Die berg? Zeven grote valiezen, vier handbagage trolleys, twee rugzakken, een grote luiertas, een buggy en een autostoel. Ik zat alleen in de tweede taxi en stortte mijn hart uit bij de vrouwelijke chauffeur. Ik had een half uur tot aan de luchthaven om te stoppen met trillen.

bagage

Dat bleek voldoende. Een vriendelijk klapke met de dame aan de incheckbalie en een lachje van ons ventje, en we moesten maar voor één extra koffer betalen (de extra trolley werd door de vingers gezien). We raakten vlot door de security, konden zelfs nog een pizzaatje eten en stapten gepakt en gezakt op het vliegtuig. Dat half uur vertraging kon me zelfs al niet meer schelen. We hadden het gehaald. Wat we achterlieten, zijn maar spullen. Spullen zijn te vervangen. Herinneringen niet. En die zijn ongelimiteerd mee te nemen.

 

De Boston skyline is heel mooi, ook ’s nachts. Ik keek uit het raampje, dan naar manlief. Dat was het dan, lieve schat. Wat een crazy dag. Wat een crazy jaar. Maar wat een avontuur.

 

Kamperen

Twintig. 20 jaar. Het is met een mengeling van trots en schaamte dat ik het steeds toegeef. Ik was 20 toen ik voor het eerst in een tent sliep. Mee op het scoutskamp als fourier om bij manlief, toen nog ‘nieuw lief’, te zijn. Nadat die mij had uitgelegd wat een fourier doet, uiteraard. En met de plechtige belofte dat ik niet zelf moest koken, enkel voor de boodschappen zorgen. Zo werd de kans op ondervoeding van de scoutsmeisjes en –jongens of overbezetting van de HUDO sterk gereduceerd (en ja, hij heeft me ook moeten uitleggen wat de HUDO was. Waarop ik steeds zorgde dat ik het toilet van de winkels opzocht, bij het boodschappen doen). Nee, koken was toen niet mijn sterkste punt – al heb ik die week wel een schitterende schotel spek-met-ei gemaakt.

 

Maar dus, over dat kamperen. Niks voor mij. Ik heb die twee weken verschrikkelijk kou geleden, enerzijds door onze heerlijke Belgische zomer, anderzijds omdat ik geen geschikte slaapzak had, en letterlijk alle kleren die ik bij had, over elkaar aandeed, om dan nog steeds al klappertandend te wachten tot ‘nieuw lief’ opdook van de totemisatie of het nachtspel. Ja, een mens ziet af voor de liefde. Hij begreep als snel dat een trektocht met kamperen niet tot de mogelijke koppelvakanties behoorde. Zeulen met een rugzak, niet kunnen douchen en dan een beetje rugpijn opdoen op een koud matje? Zelfkastijding. De zevende cirkel van de hel, ik zeg het.

 

Maar toch zijn deze laatste dagen behoorlijk kamperen. Ons volledige hebben en houden wordt uiteen gevezen en ingepakt, om gestockeerd te worden tot half augustus. Dan neemt de Deense familie, die we niet kennen en waarschijnlijk nooit zullen ontmoeten, ons hele Bostoniaanse leven over. Ze zullen het ontdekken in dozen, tussen krantenpapier en bubbel wrap. Ventje slaapt in een reisbedje en wij op een dun matrasje op de grond. We eten aan het bureautje. We hebben nog 1 lampje, 1 kookpot, 2 borden en 3 kopjes. En 1000 herinneringen. En zin om naar huis te gaan. Dat laat zich niet verpakken.