Kinderpraat #5

Eén van de meest fantastische dingen aan een vijfjarige vind ik de redeneringen die worden opgebouwd. Oh, en de ‘fopjes’ die stilaan dagelijks naar boven komen! Oh, dat zijn al twee dingen. Nu ja, ze hebben beiden te maken met mijn volgende lijstje: enkele uitspraken van Krullenbol, die ik noteerde om ze zeker niet te vergeten.

Hier zijn ze dus, een greep uit de kleuterpraat van onze 5-jarige krullenbol.

Ik: Daar heb je een goede oplossing gevonden, schat.
K: Ja, dat heb ik goed geslimd he.

*We hebben het over materialen, aan tafel*
K: Het bestel is van metaal. Het glas is van glas. Door glas kan je kijken. Maar door een lepel niet.

Ik: Waar is het rode potlood?
K: Dat is een mystering, mama. Ik zal dat oplossen. Waar is mijn vergrootglas?

*Over de kleurenmonsters die voor gevoelens staan*
Ik: Dus het roze monster is voor als je verliefd bent. En hoe is dat dan, als je verliefd bent?
K: Dan ben je altijd blij bij een kindje.
Ik: En ben jij dan verliefd?
K: Ja, op Andrei. (beste vriendje)

*houdt appelmoes in zijn mond*
Ik: Wat ben je aan het doen?
K: Ik ben het aan het opwarmen.

*Papa gebruikt de tondeuse*
K: ben je je baard en je snor aan het scheten?

K: Ik kan niet opruimen, ik ben aan het zweten.

*Hij maakt snurkgeluidjes*
K: Mijn mond is aan het slapen.

*bij het bakken van bananenbrood*
K: Ik ben sterker dan een banaan.

Ik: Heb je een uitstapje gemaakt met de bus?
K: Nee we zijn in de bus gestapt. (dus niet uit-gestapt)

*We rijden naar de bib*
Ik: Kan jij me zeggen hoe ik moet rijden naar de bib, schat?
K: Volg de pijltjes mama.
Ik: Welke pijltjes? Er staan geen pijltjes van thuis naar de bib.
K: De pijltjes die tik tak doen. Die wijzen je hoe je moet rijden.
(de richtingsaanwijzers dus!)

K: Welke dag is het vandaag?
Ik: het is vandaag woensdag.
K (geïrriteerd): het is altijd maar woensdag!

*Twee dagen na zijn vijfde verjaardag gaan we een balletje over en weer gooien*
K: Toen ik vier jaar was, kon ik dat heel goed.

*In bed, hij blijft maar bewegen*
Ik: eventjes rustig worden schatje. Het is tijd om te gaan slapen.
K: Het zijn mijn billetjes mama, die weten dat niet, die zijn aan het dansen.
Ik (onder de dekens): Okee, billetjes, ook voor jullie is het tijd om te gaan slapen.
K: Nu dansen ze nog harder, mama!
Ik: Wat kan ik doen om ze rustig te krijgen?
K: Het avondlied zingen, dat helpt zeker!
(en inderdaad….)

Schrijven jullie ook wel eens wat op van wat jullie kinderen allemaal vertellen?

Kleuterpraat #2

Eén van de meest fantastische dingen aan een driejarige vind ik de ontwikkeling van humor en creativiteit. Oeps, dat zijn twee dingen. Nu ja, ze hebben beiden te maken met mijn volgende lijstje: enkele uitspraken van krullenbol, die ik noteerde om ze zeker niet te vergeten.

Hier zijn ze dus, een greep uit de kleuterpraat van onze 3,5-jarige krullenbol.

*5 december*

I: okee, schat, we zetten alles klaar voor Sint en Piet. Een glaasje water, een suikerklontje, een worteltje, een koekje, je schoen…

K: Nee mama, een schoen dat lust piet niet.

kleuterpraat

*Nadat hij de dagen van week geleerd heeft*

I: Papa is vier dagen weg. Vandaag is het zondag. Hij komt weer terug op donderdag.

Er breekt een onweer uit.

K: Oh mama, het is al donderdag!

.

*aan het spelen*

I: Wat doe je?

K: ik wil weerkalendertje spelen

.

De poetsvrouw: Bonjour, Krullenbol.

K: Nee, ik ben niet bonsjoer, ik ben Krullenbol!

.

*Ik wil een schriftje kopen*

K: Nee mama, dat is niet voor jou, dat is voor mensen.

I: Maar ik ben toch een mens?

K: Nee mama, jij bent een meisje.

I: dat klopt, maar meisjes zijn toch ook mensen?

K: Neu-euh.

.

*met de meetlat*

I: Hoe groot is mama?

K: dertig en veertig.

I: En hoe groot is papa?

K: vijftig en zeven

I: En jij?

K: dertig en veertig en zeven.

.

*Op het potje*

’t Is leeg. (hij, niet het potje).

.

*’s avonds*

I: We moeten je nageltjes knippen.

K: Nee mama, niet de naveltjes knippen!

.

*aan tafel*

K: ik wil niet meer eten mama. Anders word ik veel te groot.

.

*het is al zover*

I: schat, je broek is te kort geworden.

K: Nee mama kijk. Ik trek mijn sokken op. Dan is die niet meer te kort

(Nota voor alle mannen: dat is schattig als je drie bent, maar daarna niet meer!).

’t Is geen wedstrijd, maar dat kind van ons is toch één van de grootste komieken die ik ken! Prettige week iedereen!

Meer kleuterpraat lezen?

  • kleuterpraat #1

Peuterpraat – bijna 3 jaar

Toddler-talking-back-to-mom

 

Er is geen ontkennen aan, binnen een kleine maand wordt onze kleine krullenbol drie. Hoewel het even duurde voor hij écht is beginnen praten – zou dat jaar Amerika er voor iets tussen zitten? – heeft hij die kleine achterstand ruimschoots ingehaald.

 

Ik vind het dan ook geweldig dat hij op sommige momenten echt een spraakwaterval is. Op andere is hij dan weer net een juke box die de hele tijd speelt. ‘Voeder Japop, Voeder Japop, slaap jij nog?’. Ook passeren hier vaak twee beren of komt er een haasje aangelopen.

 

Een greep uit de uitspraken van de voorbije maanden.

Peuterlogica

Zoonlief: Ik ben bang.
Ik: waar ben je bang van?
ZL: van de vliegtuigen.
Ik: maar die doen toch niets?
ZL: jawel, die vliegen.
Geen speld tussen te krijgen he!

Hij kan goed tellen, maar soms loopt er toch iets mis: ‘mama ik geef je ‘ten en tien’ kusjes!’ Geeft me twee kusjes en zegt bij het eerste ‘ten’ en bij het tweede ‘tien’.

Hij zit ‘verstopt’ onder de dekens.
Papa: Waaaaaaaar ben je? Ben je in de badkamer?
ZL: Nee!
Papa: Waar ben je dan? Ben je verstopt?
ZL: Ja, onder de dekens.
Het concept van verstoppertje is nog niet helemaal doorgedrongen OF hij is net iets te behulpzaam natuurlijk.

Al ‘best volwassen’…

Zl ziet een filmpje op Youtube over iemand die een hindernissenparcours overwint: ‘wow, da’s keicool!’

Iets te vroeg wakker en mama draagt hem na vele pogingen om wat verder te slapen, dan maar naar beneden: ‘Het is nog best donker!’
Noooooo kidding!

Twee autootjes belanden onder de zetel. ‘Oh nee, vréselijk!’

Ik drink altijd eerst een kop thee voor ik aan de koffie begin. Zoonlief vraagt of ik kop thee in mijn hand heb. Ik zeg dus: ‘nee mijn thee is al op, dit is de koffie’.
Waarop hij: ‘Goed, ik snap je.’

 

…of net niet!

Ik: Kom, we gaan naar boven.
ZL: Nonni, nonni, nonni.
(Bumba, I blame YOU!)

 

Ik: Schatje, de poetsvrouw is er,  maar wij gaan boodschappen doen.
ZL: Ja. Straks Madam Poets niet meer hier.

 

Ik: Schatje, je broekje is nat, je mag wel in je slipje lopen als je wilt.
ZL: Nee mama. Ik proper broekje aandoen. Ik niet in mijn beentjes lopen.

 

Gewoon zo schattig

Ik: Schatje, de diertjes uit het boek gaan nu allemaal slapen. Zeg maar ‘slaapwel’ aan de diertjes!
ZL: Slaapwel, toekan!

De kat knort in zijn slaap.
ZL: Scotty nurkt. Is éél grappig!

En mijn favorietje momenteel –
‘Mooie haartjes mamaatje!’ – Ook al heb ik dat nooit gevraagd ❤

 

carousel_package_1024x768_toekan_blij

Vijf op vrijdag: grappigste momenten van de week

Het was een drukke week. Alweer. We keken uit naar het weekend. Alweer. Maar deze week werden we ook herinnerd aan twee zaken die absoluut prioriteit verdienen:

 

Familie.

 

Samen lachen.

 

Wat zo mooi was aan de vorige week? Dat ik steeds een mooie combinatie kreeg van beiden: vijf familiemomentjes waarbij ik vragen kreeg of opmerkingen hoorde die me zo deden lachen. En omdat het vrijdag is, na een week van zon en rommelend onweer op alle vlakken, deel ik ze graag.

 

  1. Zaterdagnamiddag op het pleintje. Zoals zo vaak staan manlief en ik samen buiten terwijl zoonlief op zijn loopfietsje rondtoert. Twee buurmeisjes van bijna 4 doen gezellig mee. Ze vinden het wel leuk om een praatje te slaan. Maar hoewel ik ze al minstens vijf keer heb verbeterd, blijven ze dingen vragen als ‘waarom praat jouw kleine broertje nog niet veel?’ en ‘waarom draagt jouw kleine broertje een helmpje?’. Ik ben ouder dan hun moeders, wed ik. Maar ik vind het wel een mooi compliment!

.

  1. In dezelfde reeks werd me de vraag gesteld: ‘Waarom heeft jouw papa de kantjes van het gras niet af gemaaid?’ Ik heb manlief met een grote smile gemeld dat hij wel degelijk de ‘papa’ is in dit verhaal.

.

  1. Zondagmiddag bij de schoonouders. Een gezellige bende. Alle aanwezige ‘schoonkinderen’ (3 schoonbroers en ik) kennen elkaar zo’n 8 à 10 jaar.
    Zoonlief is over zijn eerste verlegenheid heen en rent rond met het neefje en de nichtjes. ‘Vrolijke dolle bende’ is een mooie omschrijving.
    Eén van de schoonbroers heeft zoonlief, die nu luid en allerschattigst aan het schateren is, in het oog. ‘Van wie heeft die eigenlijk die krulletjes?’ vraagt hij. Ik kijk hem aan, knipper met mijn ogen, en verwacht elk moment het ironische lachje. Maar nee. Hij meent het. Ik leg uit dat zowel mijn vader als mijn moeder krullen hadden. Maar eigenlijk is die uitleg op zich al hilarisch. Voor de mensen die me niet elke dag tegen komen, dit ben ik van mijn beste kant.P1110474
    Dus ja, van wie? Blijft een raadsel hé.
    .
  2. Dinsdagavond, boekjestijd! Ik kocht een tijdje terug een boekje in de Action met 100 dieren achter flapjes. Zoonlief vindt het heerlijk die op te tillen en te ontdekken welk beestje erachter zit. Een tijg(er)! Een sijash (giraf)! Een poes! Een ‘ondje’! Er zijn ook variaties mogelijk – dan staat er bovenop het flapje een staart, en van wie die staart dan wel mag zijn, kom je te weten als je het flapje opent. Kregen we deze conversatie: ‘En van wie is deze staart, schatje?’ Antwoord: ‘van papa’.

    .

  3. Het is een ritueeltje geworden, een vraag gevolgd door een dikke knuffel. De vraag is altijd dezelfde: ‘Wie is mama’s beste vriend?’. Over het algemeen zijn er twee mogelijkheden: ofwel heeft hij zin om mee te spelen, en gilt hij lachend zijn – steeds beter verstaanbare – naam. Ofwel kijkt hij bedenkelijk, fronst een beetje en zegt: ‘neen.’ Waarop ik dan door begin te vragen. ‘Is papa mijn beste vriend?’ ‘Neeeeeee’. ’Is Scotty mijn beste vriend?’ ‘Neeeeeee’. ‘Is Bumba mijn beste vriend?’ ‘Neee-eeee-heee’, tot ik met mijn vragen bij hem terecht kom.
    Maar woensdag tijdens de ochtendrush ging het anders. Stond ik even met mijn elektrische borstel en mijn mond vol tanden.‘Schatje, wie is mama’s beste vriend?’. Onmiddellijk antwoord: ‘Mama!!’

    Ja, mijn kleine zenmeester.
    Dat zou zo moeten zijn, je hebt gelijk. Niet alleen net voor moederdag.
    Mama’s beste vriend, dat zou mama moeten zijn.

    Die dikke knuffel heeft hij uiteraard óók gekregen!

Zoondag #4: peuterpraat

Je hoort het zo vaak over jonge kinderen: dat ze ofwel eerder motorisch sterk zijn, of eerst taalvaardig worden. Ons mannetje is er eentje van de motorische ontwikkeling. Op 12 maanden zette hij zijn eerste stapjes en het leek een seconde later dat hij sprintte, bochtjes nam, dingen van de grond oppikte, achteruit stapte, hurkte, en sprong. Toen hij de trap begon op te lopen, was dat meteen met één been op elke trede (en dus niet door de tweede voet ‘bij te zetten’). Als hij een bal gooit, is dat gerichter dan zijn mama dat kan (die werpt dan ook écht als een meisje, tssss, niks mee aan te vangen).

 

Zijn beste vriendje in de crèche, een goeie maand ouder dan hij, verbaasde me dan weer keer op keer met zijn uitgebreide woordenschat. Onze man begon net iets verder te raken dan ‘papa’ en deze jongen wees aan in een boekje met dieren: ik was al helemaal onder de indruk na koe, hond, kat, en paard, maar viel bijna achterover door ‘panda, koala, flamingo, olifat en neushoon’.

 

Zo zie je maar, elk kind is anders. Ik maakte me geen zorgen, maar begon wel uit nieuwsgierigheid een lijstje met de woordjes die zoonlief gebruikte. Het bleek een veelvoud te zijn dan de tien die ik spontaan zou schatten.

 

En dan opeens: de klik. Onder de douche vroeg hij ‘noh wate’ om over zijn hoofdje te gieten. Twee of drie woordjes komen plots bij elkaar te staan. Elke dag komen er nieuwe boven, het is niet meer bij te houden. Hij verrast ons keer op keer.

 

Nu kan ik de nieuwe rubriek starten waar ik al even naar uit keek: een greep uit wat ons peutertje zegt. Toddler talk, of te wel: peuterpraat.

 

  • Nog-isch, mama: dat graag opnieuw doen, mama
  • Boemetjeu pukken: met een madeliefje in elke hand, kom je door het hele land!
  • Noh pietse: het tiende toertje rond het plein op de loopfiets
  • Boempataat: ik ben gevallen maar het is niet erg
  • Tein me otto! Een t(r)ein is altijd reden tot vreugde, maar als die trein dan ook nog eens auto’s vervoert… tja, je begrijpt dat dat feest is.
  • (armen in de lucht) JEEEEEEE pasjtaa: hij is fan van spaghetti, zoveel is duidelijk
  • (half zingend) Hi hi hi , ha ha ha: mijn zoon zit af en toe duidelijk te denken aan beren die broodjes smeren.
  • (met zijn handen aan zijn voeten) Tee! Noh e tee! Nog e tee! E noh e tee!: een mens heeft nogal wat tenen.
  • (wijst op zichzelf) ‘Ti’: antwoord op ‘wie is mama’s beste vriend?’. Aangezien het deel van zijn naam is, denken we dat het eerder een afkorting is, dan een andere vorm van ‘ik’.
  • (tegen papa) Mama pipi edaan: blijkbaar belangrijke info die gedeeld moest worden. Geen mysterie meer in je relatie eens je een peuter hebt rondlopen.

 

Unknown