De nieuwe keuken challenge- meer koken en met meer plezier

De meest gestelde vraag bij ons thuis?

Het is een nek-aan-nek race tussen ‘welk weer wordt het vandaag’ – daar heeft Siri een antwoord op– en ‘wat eten we vanavond‘ – daar weet Siri helaas niets van.

Ik moet de eerste (thuis-)kok nog tegen komen die nooit op zoek is naar inspiratie voor het weekmenu. Het is ook erg gemakkelijk om gewoon naar de klassiekers terug te grijpen, en hoewel je variatie op je bord heel fijn vindt, lijkt het er maar niet van te komen om eens iets nieuws te proberen.

Klinkt bekend? Bij mij ook. Daarom maakte ik een lijstje van kookuitdagingen. Zo combineer ik mijn liefde voor lijstjes (vooral het afstrepen van een puntje dan) met mijn nood aan ideeën.

En wie weet, misschien kan jij dat ook wel gebruiken? Ik heb alles zo ruim mogelijk geschreven, zodat het voor iedereen haalbaar is, van carnivoor tot vegan, van starter tot topkok. Doe er gewoon lekker je zin mee!

Er zijn 26 uitdagingen, voor de volgende 52 weken. Dat wilt helemaal niet zeggen dat je 26 nieuwe dingen moet gaan koken. Je zal zien dat sommige puntjes sowieso de revue zouden passeren, zoals bij mij bijvoorbeeld het koken met 4 ingrediënten of minder.

Andere puntjes zullen iets meer planning en werk kosten. Mijn favoriete soep ter wereld is Thaise kippensoep. Dat heb ik nog nooit gemaakt. Zo kan ik meteen eentje van puntje 2 en 5 samen afstrepen (én 22!).

Door eens even uit mijn comfortzone te treden, en de dingen eens anders aan te pakken, hoop ik op een nieuwe keuken-ervaring (je weet wel, nouvelle cuisine en al! Héhé).

  1. Kook met 5 ingrediënten die je nooit eerder gebruikte
  2. Kook 5 recepten die je nooit eerder probeerde
  3. Volg een recept dat al minstens 2 generaties in je familie zit
  4. Maak je signature dish – het gerecht waar jij bekend voor staat
  5. Maak je favoriete soep ter wereld
  6. Kook voor minstens 20 personen
  7. Organiseer een brunch met vrienden
  8. Kook met iemand waarmee je nog nooit gekookt hebt
  9. Kook een driegangen menu
  10. Maak een gerecht uit je jeugd
  11. Maak een gerecht uit je streek
  12. Maak een gerecht dat oorspronkelijk afkomstig is van: Afrika – Noord-Amerika – Zuid-Amerika – Azië – Australië
  13. Maak een gerecht met 4 ingrediënten of minder
  14. Gebruik een ingrediënt dat je als kind echt niet lustte
  15. Bereid een hoofdgerecht waar fruit in verwerkt is
  16. Gebruik een techniek die je nooit eerder probeerde
  17. Maak een gerecht voor iemand die niet bij jou woont
  18. Maak een gerecht met een (eetbare) bloem
  19. Maak een drankje dat je nooit eerder probeerde
  20. Maak een vegan gerecht – voor de veganisten onder de deelnemers, maak jullie favorietje.
  21. Kook met iemand jonger dan 10 jaar
  22. Maak een gerecht dat je normaal als take out zou laten komen/afhalen
  23. Bereid een volledige maaltijd op je barbecue
  24. Maak het lievelingsgerecht van je beste maatje, en nodig die uit.
  25. Maak een maaltijd met minstens 6 verschillende kleuren
  26. Zet elke seizoen één week lang enkel seizoensgroenten op het menu: lente – zomer – herfst – winter

Ik denk dat ik zo af en toe een update zal geven van hoe ver ik sta met mijn lijstje. Verder: gene stress. Lukt het alle 26 puntjes uit te voeren? Schitterend! Lukt er eentje niet of heb ik er geen zin in? Ook okee!

Heb je zin om mee te doen? Heel fijn!

Ik hoor heel graag via de reacties wat jullie al gemaakt hebben, of schrijf erover op je eigen blog, je Facebookprofiel, of social media -kanaal naar keuze. Gebruik dan de hashtag #nieuwekeukenchallenge, dan kunnen we dat volgen. Postduif mag ook, maar pas op, ik kan die gebruiken voor nr 2. Oh, en voor 14.

Advertenties

No Sugar November – week 3: the good, the bad and the ugly

no sugar november 3

De derde week suikervrij eten. Het begon met een ontbijtbuffet op hotel en eindigde met een etentje onder vrienden. Jaaaa…. Makkelijk was dat niet. Een overzicht van ‘the good, the bad and the ugly’  van deze week van No Sugar November.

The good

Laat ik beginnen met ‘the good’:

  • de afkickverschijnselen zijn achter de rug, en ik heb de indruk dat mijn metabolisme zich geschikt heeft naar de nieuwe gewoonte.
  • Ik heb minder ‘cravings’, onbeheersbare goestingskes naar zoet, en voel me gewoon voldaan na een maaltijd – en nog een hele tijd erna ook.
  • Ik heb ook de indruk dat ik minder nood heb aan snacken tussendoor, al kan je natuurlijk ook perfect snacken zonder suiker, het hoeft niet zo.
  • Ik begin voldoende suikervrije alternatieven te vinden voor de dingen die ik echt miste of niet wilde opgeven, zoals ontbijtgranen en bouillon. Ik heb zelfs enkele lekkere snacks gevonden op basis van noten en dadels, heerlijk!
  • Ik liep – toegegeven, met wat moeite – voorbij de proevertjes in de winkel én ik bakte wafels voor het grootouderfeest op school zonder er ook maar eentje te testen.

 

The bad

Uiteraard was het niet allemaal geweldig dus hier ook ‘the bad’:

  • Af en toe werd ik slordig met het lezen van de ingrediëntenlijst. Ik had een soort rijstwafeltjes met kaassmaak in huis die ik gecheckt had (yup! Suikervrij!), en grabbelde gehaast een andere smaak (barbecue) mee. Het pakje was leeg voor ik zag dat daar dus wél suiker in zat.
  • Ik was met momenten nog steeds heel moe dus ben nog ‘in blijde verwachting’ van al die ongebreidelde energie
  • Het blijft moeilijk in een sociale setting om dat suikervrije door te drukken. Mijn grootste toegeving van de voorbije drie weken was dan ook het opeten (én ontzettend genieten) van het dessert dat vrienden hadden gemaakt. Het was een suikerbom, het smaakte heerlijk, en het gaf maar een klein beetje buikpijn.Eigenlijk is dat laatste niet echt ‘bad’ – ik heb heel bewust gekozen om te genieten van dat dessert.

 

The ugly

En dan hebben we nog ‘the ugly’:

  • Ik blijf me verbazen waar allemaal suiker in zit. Ik wilde zelf brood gaan bakken maar dan wel op de ‘makkelijke’ manier met een broodmix. – zit suiker in. Maar ook weer niet héél veel. Ik moet dus echt gaan nadenken over een bepaalde limiet die ik aanvaardbaar vind.
  • Een open deur waarschijnlijk, maar vetarme dingen zitten tjokvol suiker. Ugh.
  • Dat suiker zowat overal in zit, betekent ook wel dat je zelf heel veel moet gaan voorbereiden. Je kan er echt niet op aan dat je een suikervrij alternatief gaat vinden in de take away of de soepbar of waar dan ook. Nu ben ik wel een fan van zelf gemaakt, maar daar kruipt uiteraard ook wel tijd en planning in!

 

De hele clou van No sugar November is voor mij wel de bewustwording. Ik WIST wel dat er zowat overal suiker in verborgen zat, maar als je je neus letterlijk in die ingrediëntenlijsten duwt, ga je het pas echt beseffen.

En ook dat het best zonder kan. En dat dingen dan vanzelf zoeter gaan smaken. Ik deed één scheutje agavesiroop in een thee en schrok echt van wat voor een effect dat had.

Bij het horen van mijn plan hoor ik vaak van mensen ‘dat zou ik echt niet kunnen’. Uiteindelijk gaat het bij mij nog vrij vlot (al denkt manlief daar misschien anders over, hij moet het humeur verdragen…), al is het natuurlijk wel een inspanning en constant waakzaam zijn over wat je in je mond stopt.

Maar wie weet, misschien helpt het wel dat ik al twee zoetjes thuis heb!

Kijk jij wel eens op een ingrediëntenlijst?

 

 

Lees meer over mijn No Sugar november:

  • hier over de uitdaging
  • hier over de eerste week, met alle afkickverschijnselen
  • hier over de tweede week waar ik op dreef kwam

Mijn man eet vegan…#6 vegan gebak

Untitled design

Van 1 tot 7 oktober volledig vegan koken, en het liefst op zo’n manier dat manlief het niet merkt – dat was de opdracht vorige week.

Tijdens de voorbereidingen had ik al heel wat bijgeleerd (en hoofdpijn ontwikkeld). Over het waarom van veganistisch eten, over wat vegan terminologie en over hoe bepaalde dierlijke producten kunnen vervangen worden (wist je bijvoorbeeld dat heel wat kaas stremsel uit kalvermagen bevat en dus in se ook al niet vegetarisch is? It was news to me!).

 

Eén ding was me echter glashelder vanaf de eerste seconde van deze uitdaging: Het verjaardagsfeestje dat we zaterdag voor mijn vader hadden georganiseerd, zou nooit ofte van ze leven ‘geveganiseerd’ kunnen worden.

Never.

Jamais.

Op het menu stond namelijk soep, brood…. En een kaas- en charcuterieschotel.

Nou dan. Over and out. Dat is in ‘vegantaal’ vloeken in de kerk én spuwen op de pastoor, denk ik.

 

Omdat heel wat van de planning en organisatie in mijn schoot was gevallen, mijn energie niet oneindig is en je voor +30 personen ook niet zomaar iets anders op tafel tovert, legde ik er me bij neer. We zouden geen vegan feest geven. Ik zou geen bakken hummus, auberginepasta en boerinnekeschoco aanzeulen om plots te verklaren dat dat het beleg voor de avond was.

kaasschotel

Maar! Ik wilde wel proberen om voor het dessert tenminste één vegan alternatief te maken.

Nu ben ik iemand die graag en vaak aan het bakken slaat- ik heb zelfs een ‘back it list’-, maar een taart zonder eieren was nog niet tot in mijn oven geraakt.

Ik ging dus op zoek naar een lekker receptje. Ik wilde sowieso iets met fruit – en uiteindelijk landde ik op een appel-speculaascake. De eieren werden vervangen door olie. Op vrijdag ging ik aan de slag.

Het deeg leek enorm vloeibaar en bij het bakken kwam het amper omhoog.

Eerlijk gezegd haalde ik het uit de vorm en was ik overtuigd ik dat het een compleet misbaksel was.

 

Een vriendin kwam lunchen en zij was van mening dat vegan gebak niet lekker kón zijn. Ik showde mijn ‘zielige’ cake en we besloten een klein stukje te proeven.

Al bij al bleek het stukken beter dan verwacht! Maakt dat er toch een vegan gebakje aan ons dessertenbuffetje stond.

Maar laat ik nog niet meteen een carrière plannen als vegan bakker. Of traiteur.

 

Bakken jullie wel eens wat?

Mijn man eet vegan.. #5 over ‘veganisen’ en vleesvervangers

Untitled design

 

Toen ik samen met Sofie van de blog Fiekefatjerietjes mijn uitdaging besprak, stelde ze dat manlief het toch écht wel zou merken als ik plots een hele week vegetarisch of zelfs veganistisch zou gaan koken.

Ik was daar niet zo zeker van. Manlief is dan wel een attent, lieve man, die vaak al sneller dan ikzelf doorheb dat er me iets dwarszit, maar voor heel wat andere dingen is hij stekeblind.

Zo heb ik ooit een verrassingsfeest gepland, waarbij ik terwijl hij thuis was een sportzak vol spullen heb binnen gezeuld. Hij heeft dat (per ongeluk) gezien, vroeg ernaar, ik zei gewoon ‘niets om je zorgen over te maken’, zette de zak uit beeld, en een week later was de lieverd compleet verrast dat die sportzak vol verrassingen zat.

 

Gelukkig ben ik echt niet het type dat gaat shoppen in de stad en dan een zin begint met ‘hey schat, zie je niets anders aan mij’, want ik zweer het je, dat is een verloren zaak.

Zo een slimme mens, zo een slechte detective. (Love you, sweetie!)

 

Maar goed, om hem toch niet te onderschatten, wilde ik graag een vleesvervanger gebruiken, en de bloemkoolovenschotel die donderdag op het menu stond, leende zich hier prima toe. Een laagje ‘gehakt’, een laagje bloemkool en een laagje puree, dat zou enig rookgordijn kunnen werpen over mijn ‘verborgen vegan’ verhaal.

Om een niet zo lang verhaal nog korter te maken: er werd enorm gesmuld van deze ovenschotel. Het veggie gehakt smaakte wat zoutig en de textuur was smakelijk. Helaas kwam toen wel de vraag: ‘zijn dat gehakte champignons’?

Conclusie: Lekker dat veggie gehakt, maar it’s not fooling anyone. Toch smakelijk gegeten, en ik heb dan maar iets gemurmeld want weet ik veel wat erin zat, het zouden wel champignons kunnen zijn he!

 

Vrijdag eten wij vaak zelfgemaakte pizza– heerlijk om het weekend in te luiden. We gebruiken hiervoor een bloemkoolpizzabodem van Albert Heijn. Die bleek gelukkig geen ei te bevatten!

Nu legt manlief daar als gewoontediertje wel altijd vlees op. Kalkoensalami om precies te zijn. Ik heb dan maar de kaart getrokken van ‘oeps niet gekocht’ (wat an sich niet gelogen was, ik had het niet gekocht).

Maar dan: kaas. Geen pizza zonder kaas! Geraspte kaas had ik ook niet gekocht, maar we hadden nog parmezaan… Nu weet ik dat er een vegan substituut bestaat voor parmezaanse kaas, nl. een mengeling van gistvlokken en cashewnoten. Maar gistvlokken ligt op dit moment niet standaard in de voorraadkast. Dus ja, niks aan te doen, parmezaan op de pizza.

pizza

Kunnen we anders niet even doen alsof het gemalen noten zijn? Pretty pretty please?

Het blijkt gemakkelijker volledig nieuwe dingen te koken dan meer traditionele dingen te ‘veganisen’.

Maar oefening baart kunst, ongetwijfeld! Helaas ben ik die kunst niet meester voor zaterdag…

Want op zaterdag stond me de grootste uitdaging van de hele week te wachten: een familiefeestje!

 

Hebben jullie een vast vrijdagavondmenu?

 

Deze post kadert in een 7 dagen uitdaging om een week vegan te koken zonder dat mijn man het merkt. Lees hier de andere posts:

Mijn man eet vegan…#4 so far so good

Untitled design

Dag van de Duurzaamheid vandaag

Ik had het gisteren al even over mijn insteek om (wat meer) plantaardig te gaan eten. Ik ben iemand die geraakt kan worden door cijfers. En dat is exact wat de website van worldometers doet. Kijk heel even en zeg me dan dat er geen actie nodig is.

 

Een luchtiger noot (want ik word echt ongemakkelijk van die cijfers):

Wist je dat ze in Amerika woensdag ook wel ‘hump day’ noemen? Omdat je op woensdag door de helft van de week heen bent (en dus ‘over the hump’).

Ons dagmenu

Dit helemaal terzijde. Deze woensdag was ook de dag dat ik volledig plantaardig at en kookte.

’s Morgens een ontbijtje met muesli,  Alpro sojayoghurt, en framboosjes. De sojayoghurt is hier sowieso standaard, vanwege de lichte lactose-intolerantie van manlief, en ook omdat dat gewoon een lekker ‘vloeiende’ yoghurt is.

Als lunch at ik ongeveer hetzelfde als gisteren, nl. een bietenwrapje met veggie gyros en groentjes. Dat had zo gesmaakt, en ik had alle ingrediënten nog liggen.

In de namiddag was krullenbol thuis en deden we het lekker rustig aan.
Op dinsdag was hij naar de markt geweest met de klas en in de namiddag was het hondje van de juf op bezoek gekomen. Toen kwam zijn opa hem oppikken omdat ik een afspraak had, en je begrijpt dat dat allemaal heel fijn was, maar ook een heleboel indrukken teweeg bracht. Dus even Dora and Chill.

Die luie namiddag heeft het geplande vegan avondeten niet in het gedrang gebracht. De pompoencurry met spinazie van Sofie was snel klaar (ik verving alleen de aubergine door een courgette) en stond dan ook lekker te pruttelen toen manlief thuis kwam.

Die laatste was zowat uitgehongerd en stortte zich op het bordje dat ik hem voorschotelde. Een keer of drie zuchtte hij dat het hem allemaal toch zo smaakte. Het was dan ook echt heerlijk – al zeg ik het zelf. Pompoen, courgette, kikkererwten, kokosmelk, thaise currypasta, … what’s not to love?

Het hoeft dus helemaal niet moeilijk of ingewikkeld te zijn om plantaardig te koken. Geen complexe ingrediënten, geen moeilijke technieken, geen lange kooktijden… maar gewoon een lekker, voedzaam maaltje.

pompoencurry

De struggles van eerder deze week, toen ik zo van mijn melk was, waren even vergeten. Dit smaakte naar meer! Enfin, we hadden genoeg, maar je snapt me wel.

 

Op donderdag staat er bloemkoolovenschotel op het menu, en hier plan ik vegan gehakt te gebruiken in een poging een vlezige illusie te scheppen! Benieuwd!

 

Verborgen vegan vs. de vleeseters: 2 – 1.

 

Gebruiken jullie wel eens vleesvervangers genre veggie gehakt of burgers? En welke dan?

Mijn man eet vegan #2: de boodschappenhel

quotes-Mijn-man-eet-vegan-2-

Boodschappen doen

Ik sta in de versafdeling en krab in mijn haar. Ik kijk voor de honderdste keer naar mijn lijstje. En naar de ingrediëntenlijst. En naar mijn lijstje.

Winkelen als veganist, het blijkt geen eitje.

Een paar dagen geleden kreeg ik een weekmenu van Sofie van Fiekefatjerietjes, om zeven dagen veganistisch te koken. Over dat menu werd wat heen- en weer gemaild en ik kreeg ook twee tips mee.

Tips voor het ‘verborgen’ gedeelte van de vega-week: kan ik zeven dagen zuiver plantaardig gaan zonder dat manlief zich vragen begint te stellen?

Mijn man eet vegan… en hij weet het niet?

Tip 1: gebruik voldoende groenten of peulvruchten die de ‘bite’ van vlees kunnen vervangen, zoals kikkererwten in de curry en bloemkool in de ovenschotel.

Tip 2: gebruik enkele vleesvervangers in de hoop dat die ook werkelijk vlees gaan vervangen – zodat het veggie gehakt in de ovenschotel misschien wel kan doorgaan voor ‘the real deal’. (Btw, ik ben geen fan van de meeste vleesvervangers, maar aangezien we hier een stiekeme component hebben, kon het wel eens dienst doen).

 

Lunch?

De uitdaging ging vooral over ons avondeten, maar ik wilde zelf ook graag plantaardig lunchen. En daar loop ik al aardig vast: wat ga ik in godsnaam in mijn salade doen buiten wortel en tomaat? En wat smeerde ik op mijn brood? Choco dan maar? Nu ja, niet de choco die ik in de kast heb staan, wegens met melk. Het is toch ook niet de bedoeling dat ik deze week een kilo bij kom?

Waarom kan ik niks verzinnen waar geen kaas, vlees, melk of ei inzit?!

Ik draai rond en rond in de Colruyt en blijf maar producten onderzoeken, om daarna zuchtend weer weg te zetten. Neen. Weer scharreleiwit. Wat? Zit hier ook ei in? Hoe kan dat nu?

Mijn leven hangt aaneen met ei, zo blijkt. Het zit ei zo na in alles.

De dingen die dan wél voldoen, zoals bepaalde burgers, hebben dan weer behoorlijk wat calorieën. Ik tel eigenlijk al maanden braaf puntjes en hou me steeds maar voor dat vegans over het algemeen geen ronde tonnetjes zijn.

 

Koppijn. Koppijn in de Colruyt. Waar ben ik aan begonnen?

potatoes

Goed. Even rustig inademen. Het is natuurlijk wennen. Ik ken de juiste producten nog niet. Dat kost even tijd. Ik weet nog niet hoe ik bepaalde dingen kan vervangen.

Dat is zoals een nieuwe taal leren, en op dag 1 denken dat je alle woordenschat beheerst (edelgist of flaxegg, iemand?).

 

Uiteindelijk ben ik best tevreden wanneer ik mijn kar afreken. Moe, maar tevreden. Vanavond maak ik pasta verde – dat is toch het plan.

Alleen jammer dat ik nog naar een afspraak moet, en idealiter daarvoor gegeten heb. Ik heb teveel op etiketten gestaard. De honger is over.

Manlief komt thuis en steekt bij wijze van snack een rolletje kippenwit in zijn mond. Ik vind dat opeens behoorlijk erg, maar what can I say?

Ik krijg een mega energiedip en kom niet verder dan een banaan. Manlief biedt aan iets te maken voor me. Ik denk triest aan de challenge maar zeg toch ja. Het is een pastaslaatje met spekjes en een yoghurtdressing en het smaakt heerlijk.

 

Van flexitariër naar vegan, dag 1 liep niet van een (l)eien dakje.

Maar morgen is er nog een dag. Een dag om het groener te doen. Tijd om die nieuwe woordenschat en grammatica onder de knie te krijgen.

Ik bel je zomaar eens- Feelgood challenge #4

Feelgoodchallenge

Het is eigenlijk nog niet zo zot lang geleden (okee, eerlijkheidshave geef ik toe: toch wel een half leven) dat ik uren en uren doorbracht in de gang van mijn ouderlijk huis, op de trap zittend, of liggend op het tapijt.

Nee, ik was niet gestraft. Mijn ouders geloofden trouwens toen al niet in een time out.

Ik was aan het bellen.

Ik hing aan de lijn, de vaste lijn, met een vriendin of met mijn beste vriend, die ik mogelijk al een hele dag gezien had maar héééééé er viel nog zo veel te bespreken. Soms was het nuttig (zo begon het meestal), over het huiswerk, of een opdracht, maar meestal was het gewoon…babbelen. Babbelen babbelen babbelen, uuuuuren aan een stuk.

oude telefoon

Ik ben dat niet verleerd, dat babbelen. Meer nog, ik ben gewoon een expert. Ik begon deze week niet voor niets over een koffie klasj. Maar het is gewoon niet meer zo vanzelfsprekend, want ik heb van alles te doen, de andere persoon heeft van alles te doen, woont in sommige gevallen in een totaal andere tijdszone, … ‘zomaar’ bellen, het gebeurt nog, maar vaker stuur ik een berichtje of whatsappje, en dan kan dat zo wat tussen de mazen van het tijdsgebreknet glippen.

 

Ik dacht de opdracht van de Feelgood Challenge deze week dus eventjes snel te klaren:

Bel je vriendin! Of iemand anders, maar niet je moeder of je vader. Maar vraag hoe het gaat met de ander.

 

Aangezien mijn langste telefoongesprek met mijn vader waarschijnlijk 32 seconden bedraagt (de man houdt het graag to the point, dit heb ik duidelijk niet geërfd), was dat sowieso geen optie.

Op maandagavond belde ik dus even naar een vriendin. Zo maar even. Tot ik vroeg of ze me kon helpen met een bepaald ideetje voor het verjaardagsfeest van mijn vader, volgende week. Zij is super creatief, dus de ideale persoon om hulp aan te vragen.

Oei… telt dit nog? Dit was dus niet ‘zomaar’.

Later in de week had ik een gemiste oproep van mijn schoonzusje, dus ik belde haar terug. We praatten over koetjes en kalfjes.

Maar zij had mij eerst gebeld. Dus ja…

Oh, en er was nog een Skype gesprek met die vriend uit het buitenland! Ja, dat was écht zo maar! En heel gezellig!

Ah maar dat was zondag. En de challenge begon op maandag.

Nou ja… ik heb dus heel wat afgekletst deze week. Maar bellen, om zo maar eens te bellen, dat is eigenlijk niet gelukt. Je wilt niet storen, je denkt ‘ik heb nu geen 10 minuten, dan wordt het weer te laat, ik kan beter eerst nog dit doen’ *vergeet instant dat ik ging bellen*…. Tja, blijkbaar is het toch moeilijker dan ik dacht!

whatsapp

Whatsapp killed the bakeliet phone

Better luck next week!

Bellen jullie nog wel eens zomaar naar iemand?

 

 

DIT IS DE VIERDE TEKST IN DE FEEL GOOD CHALLENGE VAN KIMBERLY EN MEREL.
LEES HIER  ‘TROTS OP MEZELF’,  ‘WAT MENSEN ÉCHT VAN ME DENKEN‘ EN ‘WAAROM IS NEE ZEGGEN ZO MOEILIJK?’

#FeelgoodchallengeNL2018

 

Waarom is ‘nee’ zeggen zo moeilijk? – Feelgood Challenge #3

Feelgoodchallenge

We wandelden naar huis na een ongetwijfeld geweldige schooldag (want laat ons eerlijk zijn – welke driejarige zegt er meer dan ‘goeeeed’ als je vraagt hoe de dag was? Ik vraag dat dus niet meer. Enfin, ander verhaal).

Ik vroeg vier dingen

  1. Of hij langs de ganzen naar huis wilde lopen
  2. Of hij zin had om nog wat te fietsen
  3. Of hij wat fruit wilde eten
  4. Of we naar links of naar rechts moesten.

 

Op alle vragen kreeg ik hetzelfde antwoord, namelijk: ‘Nee’.

Ik moest glimlachen en dacht aan de Feelgood Challenge van deze week. Zeg eens een keertje ‘nee’ tegen iets dat je niet ziet zitten. Duidelijk beheersten we deze eigenschap als kleuter tot in de vingers (‘Ik ben twee en ik zeg nee’ is over het algemeen een bekende slogan), maar ergens onderweg zijn we dat vermogen kwijt geraakt.

 

Want ja, ‘nee’ zeggen is moeilijk.

 

Waarom eigenlijk?

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom ik ‘nee’ denk maar ‘ja’ zeg. Zo haat ik het om mensen teleur te stellen, of nog erger: hen het gevoel te geven dat ze afgewezen worden. Blijkbaar hebben vooral mensen die vroeger gepest werden, de neiging om zo veel mogelijk sociaal aanvaard te antwoorden, om erbij te horen. En vrouwen zijn al helemaal van die ‘pleasers‘.

Ik wil ook altijd graag helpen, en wil ook als een vrijgevig iemand gekend staan.

En stel je voor dat je overkomt als onbeleefd, of al helemaal een ramp: ondankbaar!

Ik sta daar niet alleen in, dat weet ik. In heel wat Aziatische landen is het ronduit not done om ‘nee’ te zeggen, zéker niet tegen gasten. En ‘nee’ zeggen tegen de baas, dat is al helemaal een uitdaging – hallo, stress!

Maar goed, voor jezelf kan het wel heilzaam zijn om eens ‘nee’ te zeggen. Omdat je geen zin hebt. Omdat je geen energie hebt. Of omdat het iets is waar je de energie die je wel hebt, niet wilt aan besteden.

Dat laatste speelt bij mij wel sterker mee, denk ik, na het ziek zijn en al die vermoeidheid: energie is kostbaar en kan je maar één keer spenderen. Het kan dus maar beter de moeite waard zijn!

ja en nee

Ik zeg al eens ‘nee’…

De laatste maanden ben ik dus een stuk eerlijker geworden met mezelf (en bijgevolg ook mijn omgeving) en zeg ik al eens ‘nee’.

  • ‘Nee’ tegen een etentje, waar ik eigenlijk graag wilde bij zijn, maar dat in een drukke week valt.
  • ‘Nee’ tegen een kennis die wilt afspreken nog voor we op vakantie vertrekken.
  • ‘Nee’ tegen mijn werk (en tegen mezelf!) als er gevraagd wordt of ik er al klaar voor ben opnieuw te starten.

 

…En meestal gaat dat goed

En ook deze week nam ik mijn agenda onder de loep. Ik dacht even na en stuurde een berichtje naar een vriendin die een feestje gaf op zaterdag. Ja, ik wil heel graag haar verjaardag vieren. Maar feestjes zijn momenteel voor mij echt te druk, te luid, te laat.

Dus nee, ik kwam niet naar haar feestje. Ik heb wel een ander voorstel gedaan, nl. samen sushi gaan eten en lekker bijkletsen – twee dingen waar ik wel degelijk energie van krijg.

Et voilà, ik weet zeker dat zij een knalfuif gaat hebben, en ik heb nog iets leuks om naar uit te kijken.

 

Maar niet iedereen wilt je ‘nee’ aanvaarden

Mijn tweede ‘nee’ was een stuk lastiger.

Ik zei ‘nee’ tegen de opleiding waar ik nu negen jaar een avondles verzorg. De coördinator was een paar maanden geleden één en al begrip – als het niet ging, moest ik het zeggen, als het te zwaar was, vonden ze wel een oplossing.

Maar nu ik effectief zeg dat het niet zal lukken, is het andere koek… Ik voelde al meteen een vlaag van schuldgevoel en had mijn ‘nee’ bijna ingetrokken. Maar ik ga voet bij stuk houden omdat er niemand bij gebaat is dat ik mezelf te zwaar belast. Vooral ikzelf niet. En laat dat nu de persoon zijn waar ik wat meer voor wil zorgen.

 

Nu is het tijd om af te ronden. Ik ga van een half uurtje ‘me-time’ genieten. Ik zou nog de afwas kunnen doen, of rekeningen betalen, of of of … maar… nee.

 

Hebben jullie moeite om ‘nee’ te zeggen?

nee zeggen

DIT IS DE DERDE TEKST IN DE FEEL GOOD CHALLENGE VAN KIMBERLY EN MEREL.
LEES HIER DE EERSTE TEKST ‘TROTS OP MEZELF’,
EN DE TWEEDE TEKST ‘WAT MENSEN éCHT VAN ME DENKEN

#FeelgoodchallengeNL2018

 

Wat mensen écht van me denken – Feelgood Challenge #2

Feelgoodchallenge

Opdracht van de week – bijna afgehaakt

Vorige week schreef ik over waar ik trots op ben bij mezelf, in het kader van de Feelgood Challenge die ik volg. Ook al zit het er redelijk ingedramd dat dat geen dingen zijn die je luidop zegt of schrijft – misschien zelfs niet denkt. Onzin natuurlijk. Iedereen heeft veel om trots op te zijn, en wat kan het kwaad om het daar eens over te hebben? Het lijkt me een leuker onderwerp dan pakweg de Trump administratie.

En toch was het niet heel eenvoudig om de uitdaging tot een goed einde te brengen.

 

Deze week was dat niet anders.

Meer zelfs, toen ik de uitdaging las, dacht ik eigenlijk meteen: ‘dat is helemaal niets voor mij, die skip ik wel even’.

Dit was namelijk de opdracht:

Ken je dat rotgevoel? Dat je langs een groepje loopt dat net iets te hard lijkt te lachen. Zou het over jou gaan? Of wanneer je voor een groep mensen gaat staan, ze aankijkt en plots knikkende knieën krijgt. Je staat mooi voor gek, je weet het zeker.

Uiteindelijk is maar één mening echt belangrijk en dat is die van je naaste omgeving. Mensen die je vertrouwt en die eerlijk durven zijn. 

Opdracht van deze week: 
Vraag tenminste aan vijf mensen wat ze je beste eigenschap vinden. 

 

Ik heb ondertussen genoeg watertjes doorzwommen om mij echt behoorlijk weinig aan te trekken van wat mensen al dan niet van mij denken. Aan de ene kant heb ik de laatste twintig jaar – met hulp van manlief en vrienden – stevig aan mijn zelfvertrouwen gebouwd. Aan de andere ben ik ook tot het besef gekomen dat mijn ‘fuck-budget’ gewoon té laag is om me iets aan te trekken van wat mensen die ik niet eens (goed) ken, al dan niet van me denken.

Tuurlijk is het leuker om populair te zijn, om goed over te komen, en een goeie indruk na te laten. Maar kijk, als dat eens wat minder lukt, so be it. Als ik dan al zo een stemmetje in mijn hoofd krijgt dat zegt ‘oei, wat zal die niet denken?’, dan wordt dat vakkundig weg gepropt door een luid ‘WHO CARES?’. Ik kan niet bij iedereen in de smaak vallen, ik ben niet Nutella!

De mening van je omgeving

Het is natuurlijk een andere zaak als het over mensen gaat die dichter bij je staan. Al ben ik het hier ook niet helemaal eens met de opgave van de uitdaging: ‘Er is maar één mening echt belangrijk, en dat is die van je naaste omgeving’.

Nou nee, tenzij ik een absoluut onmens ben- waar ik niet vanuit ga-  is maar één mening echt belangrijk, en dat is de mijne. En in uitbreiding, mijn man en mijn zoon. Maar als ik dingen doe die kwetsend of niet correct overkomen, mag mijn naaste omgeving mij daar zeker op aanspreken. Mijn mening staat ook niet in steen gegrift.

Maar goed, terug naar de opdracht. Vraag aan minstens vijf mensen wat je beste eigenschap is.

Ooit een 360° beeld gekregen

Ik dacht terug aan de loopbaanbegeleiding die ik een aantal jaar geleden volgde. Daar kreeg ik een gelijkaardig huiswerkje mee: een lijst van 60 eigenschappen, waar ik verschillende mensen 10 mocht laten uitkiezen die mij het best omschreven.

Ik heb dat toen aan manlief gevraagd, twee goeie vrienden, de student waar ik de thesis van begeleid had (en waar ik dus eventjes ‘de leiding’ over had), een vroegere manager en een collega. Ook vulde ik het zelf in. Zo had ik een 360° beeld.

De resultaten vond ik verbluffend. Iedereen gaf heel gelijkaardige antwoorden – in sommige gevallen werden bepaalde eigenschappen door 4-5 mensen aangehaald. En bovendien: ik kon mij heel erg vinden in de eigenschappen die anderen mij toedichtten (btw, het ging niet alleen over positieve eigenschappen he).

Ik leerde twee waardevolle lessen, nl. dat ik overkom zoals ik denk dat ik ben (en wil overkomen), en dat dit het geval is ongeacht hoe de mensen tegenover me staan. What you see is what you get, zeg maar.

Vijf mensen, vijf meningen

Maar dus, vijf mensen. Ik heb even nagedacht en vroeg het toen aan

  • Een vriendin die ik meer dan 25 jaar ken
  • Een vriendin die vroeger een collega was (ken ik 10 jaar ondertussen)
  • Een vriendin van tijdens mijn studies (ken ik ongeveer 18 jaar, waarvan 12 jaar goed, want in het begin klikte het niet echt, haha. Nu woont ze op 1000 km en stuur ik haar af en toe een leuke, ouderwetse brief).
  • Een vriendin van na de studies (ken ik ongeveer 13 jaar).
  • Manlief (ken ik 20 jaar en vrij goed!)

 

Nu ik dit lijstje zo bekijk denk ik dat dit inderdaad wel mensen zijn die me goed kennen – en ik word OUD! Zoveel is duidelijk!

Buiten aan manlief heb ik het iedereen via WhatsApp gevraagd. Ik had het nog wel gedurfd live, maar de gelegenheid deed zich niet voor, en het was toch wel handig zo, konden ze even nadenken!

whatsapp ballonnetje vraag

Eigenlijk niet eens letterlijk een vraag, als ik het zo bekijk…

Goed… de antwoorden van de jury!

  • Vriendin 1: Trouw en aandacht geven aan anderen/oprechte empathie
    .
  • Vriendin 2: Wat ik echt tofste vind is je positivisme
    .
  • Vriendin 3: Jouw beste eigenschap is jouw volhardendheid (geen idee wat het juiste woord is) wat iedereen ongelofelijk inspireert. Jouw vallen en terug opstaan met ongelofelijke energie is echt een inspiratie voor al jouw vrienden en familie. En dan ben je ook gewoon de beste vriendin dat iemand zicht kan dromen, zelfs op lange afstand. Omwille van onze lange vriendschap en alle dingen die zich op al die momenten hebben afgespeeld, kan ik altijd naar jou bellen en ik weet dat je altijd een luisterend oor hebt voor mij. (Bij deze moest ik efkes een traantje wegpinken).
    .
  • Vriendin 4: Jouw taalvaardigheid. Nee wacht, je doorzettingsvermogen, weerbaarheid en organisatietalent, ja neem die maar want dat is persoonlijker.
    .
  • Manlief: Dat je aan alles denkt. (Tot zover het romantische beeld van mij, hahaha, ik moest erg lachen. Ik denk dat ik het op een avond na een drukke dag heb gevraagd, de arme schat).

 

 

Hoe ik me hierbij voelde? Zoals ze in het Engels zeggen: Like a million bucks!

Zouden jullie vrienden durven vragen naar je beste eigenschap?

 

 

 

DIT IS DE TWEEDE TEKST IN DE FEEL GOOD CHALLENGE VAN KIMBERLY EN MEREL.
Lees hier de eerste tekst ‘Trots op mezelf’.

#FeelgoodchallengeNL2018

Trots op mezelf? Feelgood Challenge #1

Feelgoodchallenge

Langzaamaan krijg ik weer energie voor nieuwe dingen.

Da’s een goed teken he!

 

Ik wilde bijvoorbeeld graag iets nieuws proberen met mijn blog. Mij qua inhoud en thema een beetje laten sturen, zeg maar. Nu ja, ‘sturen’, ik ben uiteraard nog steeds hetzelfde ongecontroleerde projectiel als altijd dus laat ik het op ‘qua inhoud en thema laten inspireren’ houden.

 

De Feelgood Challenge

Zo kwam ik op een uitdaging, een challenge, waar alles draait om je goed voelen, gelukkig zijn en acceptatie, in de eerste plaats van jezelf. Elke week krijg je een thema aangereikt in dat verband, waar je dan mee aan de slag kan. Laat dat hele acceptatie-gedoe nu niet mijn sterkste puntje zijn. Comfortzone, waar ben je?

 

Deze week is de opdracht:

Ga bij jezelf na waar je trots op bent. Het mag klein zijn, maar ook groots. Dat is helemaal aan jou. En als je denkt dat er écht niets is, vraag dan om hulp aan anderen. Waarom zijn ze trots op jou of vinden ze dat je echt ongelooflijk trots mag zijn op jezelf?

 

Trots? Tuurlijk wel!

Waar ben ik trots op? Hoe moeilijk kan het zijn? Eitje! Ik schud dat wel even uit mijn mouw.

Ik ben trots op onze kleine krullenbol, op mijn lieve man, op mijn toffe vrienden, op mijn vader, op ons gezellig huisje…

Ik schreef het neer en besefte dat ik mijn fierheid vooral projecteerde buiten mezelf om.

Hum. Ga opnieuw langs start.

 

Misschien is het toch zwaarder dan verwacht om zoiets neer te schrijven. Want alles waar mensen me voor complimenteerden, zoals mijn krullend haar, dat vond ik maar normaal. Of tenminste, misschien niet normaal, maar in elk geval iets waar ik zelf geen verdienste aan had. Ik had gewoon geluk dat het zo was.

En dat geldt ook voor duidelijk lesgeven, vlot voor publiek spreken en fijne teksten schrijven – komt allemaal vrij natuurlijk en vanzelf, dus trots kan ik daar niet op zijn.

Waar is je positief zelfbeeld als je het nodig hebt?

Waarom zit het er zo in gebeiteld dat fier zijn niet okee is? Zou dat iets Vlaams zijn, aangezien ‘eigen stoef stinkt’? Je durft het bijna niet te zeggen, dat je jezelf eigenlijk best een klopje op je schouder wilt geven (plus: dat staat ook raar).

 

Waar ik trots op ben?

Ik heb eens lang en hard nagedacht.

En ik ben fier op mezelf omdat

  • Ik een doctoraat heb geschreven én verdedigd in het jaar nadat mijn mama is weggevallen. Ik was en ben fier op dat boekje en het is opgedragen aan haar.
  • Ik een trouwe vriendin ben die altijd paraat wil staan, al haar energie wilt steken in een ander gelukkig maken. Maar ook dat ik daar de laatste jaren wat grenzen in getrokken heb, zodat er wat energie overblijft om mij zelf gelukkig te houden.
  • Ik ben blijven praten met manlief tijdens alle stormen en nachtmerrie-scenario’s, dat we op elk moment een team zijn gebleven en op elkaar konden rekenen.
  • Ik ondanks het twijfelen en ploeteren met momenten, een goeie mama ben. That’s right I SAID IT!
  • Ik mij niet liet afschrikken door het grote avontuur dat emigreren met een baby was en wij voor een jaar van Boston onze tweede thuis konden maken.
  • Ik 18 maanden borstvoeding heb gegeven, ondanks het feit dat zoonlief na zes weken een flesje boven mijn lijf verkoos. Ik heb dus heel die tijd afgekolfd in tientallen kamers, toiletten (ugh), luchthavens, badkamers, koude lokalen en een vestiaire op een trouwfeest.
  • Ik tijdens de absolute soap die mijn leven de laatste tien jaar is gebleken, toch het personage ben dat niet kapot te krijgen is. En ondanks alle ongelukken, sterfgevallen, miskramen, operaties, ziektes en chemo’s, zoek ik stiekem nog steeds dat zilveren lijntje.

 

Misschien is dat de samenvatting. Ik ben een kleine optimist. Nog steeds. En daar ben ik trots op.

 

Waar ben jij trots op?

 

 

Dit is de eerste tekst in de Feel Good Challenge van Kimberly en Merel.

#FeelgoodchallengeNL2018

2017: salut en de kost!

Zo, 2017.

Jouw laatste uren zijn ingegaan.

Je startte veelbelovend. Wij hielden ons aan onze goede voornemens: we letten op ons eten, we gingen joggen, we spendeerden veel tijd bij familie en vrienden, we gingen op vakantie in eigen land en genoten volop, kortom het ging goed met ons.

Ik ging een aantal uitdagingen aan, 40 dagen minder vlees en vis eten, en 40 dagen bloggen. Beiden werden met succes afgerond en ik ontdekte weer hoe fijn het was om te schrijven.

Maar toen we aan onze volgende droom wilden beginnen, 2017, om voor een broertje of zusje voor krullenbol te zorgen, toen kwam de grootste uitdaging van jou.

We dachten dat we het zo wel wat kenden, het ongeluk van een miskraam. Dat het nog zo veel erger kon, daar hadden we geen idee van.

Maar sinds de zomer leek het of we steeds maar verder wegzakten in een vervloekte berg van slecht nieuws. Voor we goed en wel beseften dat er géén baby zou zijn in maart, zat ik in het ziekenhuis om chemo te krijgen. Verloor ik mijn droom, mijn gezondheid, mijn haar.

Wat ik wel vond, was de warmte en steun van familie en vrienden. Het geeft kracht, te weten dat zo veel mensen je een warm hart toedragen, en mee supporteren. Alle kaartjes, smsjes, pakjes, bezoekjes, telefoontjes, koffietjes, maaltijden, … Het is wat ik wél wil onthouden van 2017.

2018 wordt het jaar van heropbouwen. Van terug naar normaal. Wat kijk ik daar naar uit.

Naast een goeie gezondheid wens ik iedereen een rustig jaar toe.

2018: Welkom!

Happy-New-Year-Images-2018-HD-6

Meststoffen – de start

meststoffenvoorjouwblog

Dus. Dat blogske van u. Wat wil je daar eigenlijk mee?

Hoe zeg je? Een hobby? Klinkt als kantklossen. Wat? Zo maar iets, dat je ooit begonnen bent? Niet te enthousiast worden hé.

Ja, die stemmen in mijn hoofd… ze zijn niet altijd even sympathiek.

Maar ik vond het erg prettig om die blog te starten, uit te werken, ermee bezig te zijn. En na 152 postjes, die 9300 keer gelezen werden, wordt het misschien tijd eens even na te denken. Trouwens, met nadenken is (meestal) niks mis.

Ik was zo op dreef tijdens de ‘40 dagen bloggen’- uitdaging, dat ik wat bang was om daarna het spreekwoordelijke zwarte gat tegen te komen. Uit andere blogs, en gesprekken met de bloggende collega, bleek al snel dat ik niet alleen was daarin.

Ik zocht iets. En ik vond iets, bij de persoon die de uitdaging op poten had gezet.

Zij biedt een cursus aan, ‘Meststoffen voor je blog’. Komaan, als gediplomeerd landbouwer (hum hum) moest die titel me wel aanspreken. Eerst was ik wat terughoudend, maar toen viel er nog een kortingsbon in mijn mailbox en ging ik voor de bijl. Ik schreef me in.

Over de komende vier weken zal ik om de twee dagen een mail krijgen, met daarin een opdracht. Bedoeling is mijn blog te laten groeien. Welke richting op, daar zal ik dus over na moeten denken (to infinity… and beyond?).

Ik krijg al een beetje stress, zo elke 48u een opdracht. Wie weet wat gaat dat zijn? Op wie ga ik deze zenuwen uitwerken? Komt dat wel goed?

U weze alvast gewaarschuwd!

omg

 

Volg mijn blog met Bloglovin

DZV: conclusies

Meer dan 113 000 mensen deden dit jaar mee aan Dagen Zonder Vlees. Eentje daarvan was ik, enthousiaste vegetariër at interim op zoek naar nieuwe receptjes en manieren om volwaardige maaltijden op tafel te toveren zonder vlees of vis.

Ik vond de insteek van Dagen Zonder Vlees heel geruststellend: nee, je hoeft niet permanent de quorn in te duiken, elke dag telt. Het doel is minder vlees en vis eten dan daarvoor het geval was. Ik maakte sinds onze terugkeer uit Boston ongeveer 1 keer per week iets vegetarisch klaar. Doel voor deze Vasten: gemiddeld minstens 5 dagen per week voor veggie gaan. Omgerekend is dat 71,4% van de tijd, onderscheiding.

Het kostte iets meer opzoekwerk dan gewoonlijk, maar de websites van o.a. DZV, EVA (evavzw.be), Hello Fresh en Albert Heijn brachten inspiratie. Het duurde even om in het ritme te komen (de eerste week was echt geen succes) maar daarna rijgde ik de veggie dagen achter elkaar.

Het overzicht van mijn weken (een groene bol is een dag zonder vlees of vis):

 

In die 46 dagen slaagde ik erin om 33 dagen volledig vegetarisch te eten. De dagen dat dat niet lukte waren hoofdzakelijk weekenddagen (gaan eten bij de (schoon-)ouders), te wijten aan verleidelijke sushi, BBQ-weer en gebraden kippetjes. 33 gedeeld door 46 = 71,7%.

Geslaagd! Nét!

Het weekmenu van volgende week is al opgesteld. Ik vond het bijna moeilijk, om weer vlees op te nemen in dat lijstje. Het voelde…toch een beetje verkeerd. En ik deelde manlief mee dat het aantal veggiedagen vanaf nu wordt opgetrokken tot 3-4 per week. Hij protesteerde niet.

Maar maakt dat nu eigenlijk uit, dat wij wat minder vlees gaan eten?

Het blijkt van wel. Stel dat je gedurende een jaar ervoor kiest om wat minder vlees en vis te eten.

Door 1 dag per week geen vlees te eten bespaar je evenveel als 1100 km met de fiets rijden in plaats van met de auto. Je bespaart evenveel als wanneer je je huis een hele winter één graad minder warm stookt en in de zomer de airco uit laat staan. Alleen ben ik niet zo’n fietser. En ik heb het eigenlijk graag warm thuis (behalve in de zomer, ik kan niet slapen als het heel warm is).

Door 2 dagen per week geen vlees te eten bespaar je evenveel als wanneer je je woning perfect zou isoleren, zowel daken als ramen. Maar hey, ik ben niet zo handig met glaswol.

Door 3 dagen per week geen vlees te eten, bespaar je evenveel als wanneer je te voet op citytrip naar Barcelona zou gaan in plaats van met het vliegtuig (heen en terug). Maar als je maar een weekje verlof hebt, dan lijkt me dat iets te tijdrovend.

Door 4 dagen geen vlees te eten, bespaar je evenveel als wanneer je naar Tunesië zou zwemmen in plaats van te vliegen. Alleen ja… in Tunesië is nu echt niets te zien, en … ik kan niet goed zwemmen!

Kortom, ik zie het allemaal beter zitten om 3 of 4 dagen zo’n lekker veggie receptje op tafel te zetten dan kou te lijden, te isoleren, op bedevaart te gaan naar Barcelona of een ‘Michael Phelps’ke’ te doen.

En jullie? Echte vleeseters of grote groentenlovers?

Unknown

 

40 dagen bloggen – de planning

40 dagen elke dag bloggen, hoe doe ik dat? Zoiets kan me nooit lukken zonder een degelijke planning. OK, maar een blogplanning opstellen, hoe doe je dat dan weer? Ik ben hier duidelijk aan begonnen vanuit een wilde ‘eerst doen en dan nadenken’- actie (en dat noemt zichzelf een berekend mens), dus nu moet ik het maar uitzoeken.

Gelukkig kreeg ik al wat hulpmiddelen van de opsteller van de challenge. Een lijstje met ideetjes, en enkele goeie tips. Werken met terugkerende rubrieken, zou bijvoorbeeld handig zijn en het creatieve brein dat alle kanten opschiet, wat leiden.  Een rubriek kan wekelijks zijn, maandelijks of wanneer het uitkomt, maar heeft wel een gemeenschappelijk insteek of thema. Wat online zoekwerk later, merk ik dat er voor-en tegenstanders zijn van het werken met rubrieken. Het zou de creativiteit beperken, maken dat je steeds over hetzelfde kletst, of dezelfde rubrieken gaat maken als 1200 anderen, tenzij je fantastisch origineel uit de hoek komt. Na wat wikken en wegen heb ik beslist dat terugkerende thema’s waarschijnlijk een goed idee zijn, tenminste in deze 40 dagen.

De rubrieken waar ik nu al aan denk:

  • Zo(o)ndag, iets over ons ventje op zondag – dit kan zeker aangevuld worden met iets anders over onze superpeuter op een andere dag
    .
  • Op maandag een status van onze Dagen Zonder Vlees, de topreceptjes en het menu van de volgende week
    .
  • Woorden op woensdag – ‘iets’ met woorden, een liedjestekst, een gedicht, of gewoon een bedenking over onze mooie Nederlandse taal
    .
  • Vijf op vrijdag (dat is een bekende van andere blogs, niet origineel dus, maar goed een mens mag ook al eens traditioneel doen): een lijstje van vijf …..(in te vullen, kan vanalles zijn, dus is heel ruim).

.

Het kan perfect dat ik hier nog van afwijk, maar het is een eerste stap. Daarnaast heb ik nog wat losse ideetjes, hintte een enthousiaste buurvrouw dat een gastblog misschien ook leuk kan zijn (is dat vals spelen?), en kan ik in hoogste nood nog altijd gaan spieken, want ik vond ondertussen twee blogs die ook meedoen aan de #40dagenbloggen uitdaging, eentje van een collega, en eentje van een ex-collega.

Ik denk niet dat ik er nu al 40 uit mijn mouw schud, dus wie de inspiratie vindt, mag ze mijn adres geven!instasize_0303180444

De nieuwe uitdaging- dag 1

02-40dagenbloggen

 

Tournée Minérale? Wij hebben meegedaan, ja. En het gehaald ook, met glans. Het is dan ook niet echt een uitdaging voor mij, aangezien ik amper alcohol lust, vaak denk aan al dat lekkers dat ik voor die calorietjes zou kunnen opsmikkelen, en mijn eten het liefst van al combineer met een lekker glaasje water. Toen manlief op 2 januari aankondigde dat hij, naast het voornemen om gezonder te gaan eten, ook een jaar wilde proberen geen alcohol te drinken, sloot ik me zonder enige twijfel bij hem aan. Die twee jaarlijkse glazen bubbels op een receptie, omdat ik geen zin heb in nóg fruitsap, of dat ene slokje wijn, puur uit nieuwsgierigheid of dat de smaken op het bord nu echt accentueert…. Ach, die kan ik gerust laten. Ik zou het bijna geen uitdaging noemen.

Me engageren voor Dagen Zonder Vlees, mag dan al iets meer die stempel dragen. De veertig dagen van de vasten letten op je vleesconsumptie. Gelukkig is de bedoeling dat je minder vlees en vis eet, helemaal schrappen zou me niet lukken, vrees ik – en het zou op luid protest stoten hier thuis. Ik streef dus naar 5 dagen veggie per week. Met een rugzak vol nieuwe receptjes die getest en goedgekeurd zijn in Amerika, moet dat zeker lukken. Ze waren wat in de vergeethoek geraakt, moet ik toegeven. Ik ben geen fan van tofu, quorn en dingen die eruitzien als vlees maar het stiekem niet zijn. Ik ga dan liever voor een gerecht dat geen ‘ontvleesd’ menu is, maar echt op zichzelf mag staan. Waar manlief niet het gevoel heeft dat ik ben vergeten de kip uit te leggen, bijvoorbeeld. Of dat er geen rundsvlees meer in de diepvries zat. Het weekmenu is opgesteld, en het ziet er goed uit, al zeg ik zelf.

En af en toe komt er iets voorbij, en denk ik: Kom, we doen eens zot. Zo ook vandaag, toen een collega aankondigde dat ze meedeed aan een nieuwe uitdaging: 40 dagen bloggen. Een challenge in het leven geroepen door Kathleen van de website De Verbeelding. Soms denk ik dat ik twee persoonlijkheden heb. Waar de ene ‘typ typ typ – huppa ingeschreven’ doet, roept de andere meteen ‘KIP!’ (en dan op Dagen Zonder Vlees…). ‘KIP, hoe ga je dat doen?’ En ook: ‘het kan echt niemand schelen wat jij op 40 dagen gaat vertellen.’

Ik kreeg een mail met een lijstje van 56 onderwerpen waar inspiratie uit te halen valt, ik kreeg een kalender om mijn posts te plannen, de melding dat ik 6 dagen mag ‘skippen’ (ben al een dag te laat begonnen, dus ai…) en een hele reeks tips om de creativiteit te laten opborrelen.

Ze borrelde al. En toen dacht ik: Ik doe eens zot. Want het is fijn om te schrijven, en ik kwam er niet toe hier in ons Belgenlandje, of toch niet veel. Om allerlei redenen die ik mezelf in mijn kop gestoken heb (niets te vertellen, niet interessant, geen tijd, geen energie, het nieuwe seizoen van ‘Bones’ en ‘The big bang theory’ is op tv). Alleen…schrijven, dat is me-time. Dat doe ik voor mezelf – net als mijn ‘neen’ aan de alcohol en mijn ‘ja’ aan de groentjes. En ja, ik heb een tikje medelijden met die paar lezers wiens mailbox nu – hopelijk – 34 keer zal vollopen met mijn gezwets. Maar hey, dat ‘delete’ of ‘ontvolg’ knopje staat daar met reden. En wie wel over mijn schouder wenst mee te kijken, is heel welkom. Ik zou zeggen, doe eens zot! 🙂