Vlaamse week tegen pesten

Ik zag het een paar keer passeren op de sociale media, ik hoorde over de campagnes en ik las getuigenissen. Maar toch heeft het me dagen gekost om tot dit punt te komen. Waarop ik me achter mijn laptop zet, waarop ik probeer te bedenken wat ik wil zeggen. De Vlaamse week tegen pesten.

Zou ik toch niet over koken schrijven, of over de resultaten van mijn blogenquête (die is trouwens nog steeds HIER in te vullen, warme uitnodiging! Nog 2 mensen nodig voor een mooi rond getal!)?

Acties

Ik merk dat er wel wat gedaan wordt tegen pesten. Je hebt de babbeljuffen en -meesters. Scholen die volgens het KiVa-principe werken.  Je hebt de vier stippen op de handen – voor het geval dat je hierin niet thuis bent, elke stip staat voor een ander engagement nl.:

  • Ik vind pesten niet oké en zal er nooit aan meedoen.
  • Ik praat erover als pesten mij verdrietig of bang maakt.
  • Ik sluit niemand uit, voor mij hoort iedereen erbij!
  • Ik zal altijd proberen op te komen voor iemand die gepest wordt.

Ik denk dat ik veilig kan stellen dat er acties zijn tegen pesten.

In elk geval is er véél meer dan toen ik op de middelbare school zat. Want toen was er helemaal niks. En dat heb ik zelf mogen ondervinden.

Zelf gepest

Want ja, ik ben ook gepest. Jarenlang, en vrij serieus. Op dit moment word ik gezien als een zelfverzekerde madam met doorzettingsvermogen, iemand die de schouders recht en het hoofd omhoog houdt. Ik zie mezelf ook wel zo. Maar dat is dus wel anders geweest. En dat toegeven voelt eigenlijk als een soort bekentenis, alsof het iets is dat ik verkeerd gedaan heb.

Ik weet niet precies wanneer het begonnen is, en waarom – omdat ik krullen had, omdat ik altijd goede punten haalde – moet er eigenlijk een reden zijn? Of anders gezegd: moet er een reden zijn die bij mij ligt?

Punt is dat ergens eind lagere school/begin secundaire school ik steeds vaker verwijten naar mijn hoofd kreeg. Uitgesloten werd. Genegeerd. Soms zelfs fysiek aangevallen. En dat dan vaak door de meisjes die ik eigenlijk als mijn vriendinnen zag, en dus veel tijd mee spendeerde.

Genegeerd op school

Ik merk dat ik me er niet zo veel meer van herinner, dat ik heel wat moet weggeduwd hebben. Maar een paar dingen staan me nog heel helder bij. Huilen als ik thuis kwam, of ’s avonds in bed, en mijn moeder die dingen zei als ‘ze zijn allemaal jaloers’, ‘je moet gewoon niet reageren’ en ‘ik ben ook gepest vroeger’. Wat natuurlijk helemaal niet helpt.

En het totale negeren vanuit de school. Werd je genegeerd door de klasgenoten, dan deden de volwassenen er een schepje bovenop. Er werd echt niets gedaan. De leerkrachten deden niets, de directie deed niets. Of ze hadden één gesprek met de pesters, waarna alles alleen maar erger werd.

Op een bepaald moment was ik zo verkouden dat ik tijdens de speeltijden mocht binnenblijven. Dat was ZO rustig voor me, want de speeltijden waren het vervelendste. Ik kon gewoon lekker binnenblijven, en las boeken over de maan, het heelal, dieren, wat ik maar te pakken kreeg.

Die ‘verkoudheid’ heeft toen maanden geduurd, mijn moeder schreef gewoon steeds een briefje. En dan was dan ook gewoon zo. Niemand stelde zich daar vragen bij, niemand vroeg me hoe dat kwam. Ik mocht binnen blijven, en dat was dat.

Genoeg geweest

Ik weet ook nog glashelder wanneer ik besloot dat het genoeg was geweest. Ik had het zo lang genegeerd, en dat verbeterde helemaal niets. En als je 50 keer per dag te horen krijgt dat je lelijk en dik en unlovable bent, dan ga je dat uiteindelijk ook zelf geloven. Het kruipt onder je huid als een stiekeme teek die zich op je zelfvertrouwen voedt.

Maar zelfs lelijk, dik en unlovable, besloot ik dat het genoeg geweest was, en dat ik dit niet verdiende. Ik ging terug bijten. Zonder schrik voor de consequenties, want wat zouden ze doen, mij laten vallen? Ik wilde niet liever. En op school bleef ik goede punten halen, ik kreeg behoorlijk wat krediet van de leerkrachten.

Ik ben letterlijk scheldwoorden van buiten gaan leren. Heb geoefend voor de spiegel. De volgende keer dat ik belachelijk werd gemaakt, antwoordde ik. Heel fel. Ze schrokken zich een ongeluk.

En de jongen die mij op de bus aan het pesten was, maakte ik met de grond gelijk. ‘Ik ben misschien lelijk, maar iets is me niet duidelijk. Is dat jouw hoofd of heeft je nek overgegeven?’ De hele bus gierde het uit, en die vent heeft me nooit meer iets nageroepen.

Gevolgen

Ik zeg niet dat iedereen dit moet doen, maar voor mij werkte het. Ik wil daar niet fier op zijn, maar ik ben het stiekem wel. Ik scheurde me helemaal af van die meisjes, en zocht nieuwe vrienden. Dat was niet makkelijk, want mijn zelfvertrouwen was tot nul gereduceerd. Maar het lukte wel, langzaamaan.

Daarmee was het verhaal niet af. Ik ben nooit echt mezelf geweest die jaren. Dat kon echt niet meer. Er was een dikke muur gegroeid, en heel veel stekels. Oh, wat wilde ik verder gaan studeren. Opnieuw beginnen, heerlijk.

Het heeft mijn man heel wat tijd gekost om die muur af te breken, het zelfvertrouwen op te bouwen, om de stekels af te vijlen. Maar het is zijn verdienste, samen met enkele goede vrienden. Zonder hen was ik er nooit zo bovenop gekomen.

Word je sterker van gepest worden? In mijn ogen helemaal niet. Je wordt anders. Het verandert je.

Ik geloof veel minder in de goede bedoelingen van mensen. Ik krijg sneller argwaan. Ik heb heel lang een laag zelfbeeld gehad. Ik ben allergisch aan onrecht en aan mensen anders behandelen omdat ze ‘anders’ zijn. Ik vind dat niemand – écht NIEMAND – tegen mij hoeft te schreeuwen. Onder geen beding.

Ik denk niet dat ik ben wie ik ben dankzij dat pesten.
Ik ben wie ik ben, ondanks.

Bostonbaby doet van 10 naar 1

telraam-web

kollekt.be

Het mag al eens wat luchtiger, zei ik tegen mezelf. Misschien moet je eens een ‘tag’ invullen, zo een lijstje met vragen rond een bepaald thema waar je dan een antwoord op verzint, bijvoorbeeld.

Ik dwaalde wat rond in Google maar vond niet meteen iets dat me aansprak.

Tot ik het blogje las van Tifosa, die met ‘Van 10 tot 1’ een aantal lijstjes maakte over dingen die haar aanspreken – of net niet. Leek me leuk, lijstjes maken over mezelf, en vooral: vlot te schrijven, niet te veel over nadenken, geen al te zware kost.

Viel dat even tegen! Tien dingen over mezelf, lieve deugd, ik heb daar op lopen sjieken! Alsof ik mezelf net was tegengekomen. Heb zelfs af en toe de hulplijn (manlief) ingeroepen. Zes manieren om mijn hart te winnen? Ik vraag het aan het publiek, want ik heb even een black out over mijn eigen leven, lijkt het wel.

Maar het is toch gelukt, kijk.

10 dingen over mezelf

  • Mama, lief en vriendin, allemaal met een grote portie enthousiasme
  • Realist met een positief kantje (al pas ik wel bij ‘een optimist moet een slecht geheugen hebben’)
  • Bakster
  • Wetenschapper/leraar/schrijver
  • Lijstjes lover aka listomaniac
  • Empathisch
  • Cat person
  • Krullenbol (tijdelijk onder constructie)
  • Woonde 1 jaar met veel plezier in Boston met haar ventje en een baby en noemde daar een blog naar
  • Blinde vlekken: schoonmaken, strijken, naaien en alles wat moet ‘omdat het zo hoort

 

9 dingen die ik leuk vind

  • Kusjes van de zoon (‘tien kusjes mama’)
  • Cappuccino in de perfecte kop
  • Een wellness dagje
  • Tijd doorbrengen met vrienden en familie
  • All Things Brunch
  • Lekker eten (sushi, Thais, Italiaans, mega salades met alles erop en eraan)
  • Lijstjes
  • Snail mail, oftewel nog old school post krijgen
  • De liedjes van de top 500 van de 90’s meekelen

 

8 dingen die ik niet leuk vind

  • Onrecht, zeker als ik er niets aan kan doen
  • Murphy’s obsessie met ons leven de laatste 10 jaar
  • Mensen die hun job niet/niet goed doen zodat ik er last van heb
  • Dweilen (ok, laat ons eerlijk zijn, poetsen in het algemeen)
  • Stoofvlees
  • Gigantisch gezeur over dingen die er niet toe doen
  • Pesterijen, waaronder maar niet gelimiteerd tot: de ‘algemene soort’ maar ook racisme, seksisme, homofobie en agisme (slechte zorg is echt niet okee omdat de persoon in kwestie toevallig boven de 80 is)- dit valt eigenlijk ook vaak onder nr 1 nu ik het zo bedenk.
  • Rokers die zeggen dat ze niet willen stoppen ‘omdat ze willen genieten van hun leven’. Eeeeeuhm? Insert eyeroll emoticon.

7 plekken waar ik graag ben

  • thuis
  • op ons terras in het zonnetje, met mijn voeten in een zwembadje
  • mijn (schoon)ouderlijk huis
  • in de sauna of het bubbelbad
  • aan de zee, het hoeft niet eens mooi weer te zijn
  • in een koffiebar terwijl ik de tijd heb om wat tijd te ‘verdoen’, met een fijne gesprekspartner
  • in Valiano, Italië.

6 manieren om mijn hart te winnen

  • Met een gemeend vriendelijk woord
  • Door mij te doen lachen (en te lachen met mijn grapjes)
  • Door niet in hokjes te denken
  • Door een foodie te zijn (altijd handig voor tips!)
  • Door enthousiast en gepassioneerd over iets te zijn – hoeft niet eens iets te zijn waar ik geïnteresseerd in ben (al is het natuurlijk prettig om enthousiast te worden over hetzelfde)
  • Door attent te zijn- iemand die aan die ene datum denkt, of gewoon zomaar eens een kaartje stuurt, dat is toch heerlijk?

5 plaatsen waar ik nog/opnieuw heen wil

  • Nog eens: Ijsland
  • Eerste keer: New York /Cambodja/Namibië/Nieuw-Zeeland

4 dingen waar ik niet zonder kan

  • Man & zoon (stating the obvious here, I know)
  • Koffie – dit mag je letterlijk nemen, aangezien ik hoofdpijn krijg als ik geen koffie drink (ow oww… addiction alert!). Toch zijn er enkele periodes geweest dat ik ‘cold turkey’ ben gegaan. Maar ik vind koffie gewoon zo lekker, dat ik er steeds naar terug keer.
  • Minstens 7 uur slaap (en liefst 8)
  • Aangezien uit elke psychologische test (van onnozel quizke op het internet tot serieus assessment) blijkt dat ik een extravert persoon ben, kan ik eigenlijk ook niet zonder andere mensen. Als ik me niet lekker of vrolijk voel, kan even met iemand bellen of sms’en echt al een wereld van verschil maken.

 

3 lievelingsliedjes (in willekeurige volgorde)

2 wensen

  • Een goeie gezondheid voor mij en mijn lieve schatten, de rest komt vanzelf wel
  • Na de laatste turbulente maanden (of zelfs jaren), wens ik gewoon veel ‘gewoon’. En reken maar dat ik daarvan zal genieten.

1 laatste woord

  • Gezondheid

 

 

Tekst en uitleg #8

Ik vind het zelf opeens ongelooflijk verwarrend. Dat ik mijn vierde reeksje van de 1000 vragen van het magazine Flow wilde oplossen, maar dat dit toch al mijn 8ste Tekst en Uitleg rubriekje is.

Nu ja, het gaat dan ook om compleet random vragen, dus misschien maken de cijfertjes voor één keertje niet uit (moeilijk voor mij om aan te nemen, maar we probéren, écht!)

Daarom, deze week: Vragen 31 tot en met 40. Over telefoonverslavingen en centjes.

  1. Welk boek heb je het laatst gelezen?

‘Onvoorwaardelijk ouderschap’ van Alfie Kohn. Een boeiend pleidooi om je kinderen niet langer te straffen, maar ook niet te belonen. Ik geloof zelf niet zo in ‘in de hoek zetten’ bijvoorbeeld, maar dat je ook door complimentjes op een mooie tekening het zelfvertrouwen van een kind zou kunnen ondermijnen, is nog een moeilijke voor mij. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik ervan vind, en hoe ik het kan toepassen, maar ik heb het wel heel graag gelezen.

 

  1. Waarom heb je het kapsel dat je nu hebt?

Omdat er niets anders mee aan te vangen is. Ja, ik heb het geprobeerd, en neen, het viel niet mee. Er valt ook niet echt van ‘kapsel’ te spreken in het geval van een woeste krullenbos.

 

  1. Ben je verslaafd aan je telefoon?

Ik vrees het wel. Waarom kan dat ding ook zo veel?

 

  1. Hoeveel geld staat er nu op je bankrekening?

Dat weet ik niet precies, maar voldoende om aangenaam te leven.

 

  1. In welke winkel kom je graag?

In de Albert Heijn! Veel keuze, specialere producten, ik kom er heel graag. Zo jammer dat de twee dichtstbijzijnde winkels moesten sluiten.

  1. Welk drankje bestel je in een café?

Spuitwater of koffie – ik ben echt een seut wat dat betreft.

 

  1. Weet jij wanneer het tijd is om te vertrekken?

Ja, en dan ben ik nog anderhalf uur bezig om manlief dit ‘subtiel’ duidelijk te maken (wink wink hint hint nudge nudge).

 

  1. Als je voor jezelf zou beginnen, als wat zou dat dan zijn?

Als ik dat wist, kan ik je verzekeren dat ik het zou doen.

 

  1. Wil jij altijd winnen?

Als ik heel eerlijk ben, ben ik wel competitief ja. Daarom speel ik zelden mee met gezelschapspelletjes – ik kan er een behoorlijk slecht humeur van krijgen en dat wil ik mijn vrienden besparen. Het is gewoon in ieders voordeel dat ik en mijn slecht karakter niet mee speel.

 

  1. Ga je naar de kerk?

Nee, tenzij met Pasen of Kerst. Wat niet wilt zeggen dat ik nergens in geloof, maar dat was de vraag niet.

 

 

quote-Barry-Sanders-lets-just-win-it-and-go-home-31957

 

Tekst en uitleg #7

Twee weken geleden startte ik met het beantwoorden van 10 persoonlijke vragen. Zo kwam ik al bij de eerste 20 vragen van een reeks van 1000, die bij het magazine Flow werden uitgegeven. Ik ben dus nog wel even zoet. Deze week vraag 21 tot en met 30, over de mening van anderen, niets doen en guilty pleasures.

  1. Maakt het veel uit wat anderen van je zeggen?

Goh, het is natuurlijk altijd leuker als mensen positieve dingen zeggen over je. Maar ik maak een groot onderscheid tussen wie nu precies wat zegt. Ik kan het mij bijvoorbeeld echt niet aantrekken dat iemand in de supermarkt duidelijk afkeurende ogen trekt omdat zoonlief een crisis krijgt. ‘Wat de mensen wel niet denken’ – tja, wat ze willen he, daar heb ik toch geen vat op.

What-Other-People-Think-of-you-is-none

  1. Wat is je favoriete dagdeel

Elke avond leg ik zoonlief in bed. Dat houdt natuurlijk een heel ritueeltje in, pyjama aan, tandjes poetsen, boekje lezen, lichtje uit… en het eindigt met hem op mijn schoot in de grote schommelstoel op zijn kamer. Ik neurie het avondlied (zelf nooit bij de scouts geweest) en hij installeert zich comfortabel en ontspant. Dat is het beste moment.

 

Of als het een warme dag beloofd te worden, en je raakt op tijd uit bed om de ramen op te gooien: die frisse lucht die binnenkomt en het gevoel dat je supergoed bezig bent.

 

  1. Kan je goed koken?

Vroeger helemaal niet. Maar tegenwoordig breng ik het er aardig vanaf. Vooral bij desserts waag ik me al eens aan uitdagende receptjes.

DSC_2510

  1. Op welk seizoen lijk je het meest?

Volgens manlief: de zomer. Omwille van mijn warm karakter (ja, je merkt meteen waarom ik met hem getrouwd ben he).

 

  1. Wanneer heb je voor het laatst een dag helemaal niets gedaan?

Helemaal niets? Dat is toch niet mogelijk? Zelfs als je slaapt, zijn er wel 106 dingen aan de hand.

 

  1. Was je een gelukkig kind?

Ik maakte me behoorlijk veel zorgen, maar ik denk dat ik wel gelukkig was als kind. Als tiener, dat is dan weer een andere zaak.

 

  1. Koop je vaak bloemen?

Ja, ik laat geregeld boeketten leveren bij familie en vrienden. Voor mezelf koop ik zelden bloemen.

 

  1. Wat is je droom?

Mag ik even mijn joker inzetten?

 

  1. In hoeveel huizen heb je gewoond?

Als ik ‘huizen’ begrijp als alle plaatsen waar ik ooit gewoond heb: Mijn ouderlijk huis, het appartement dat ik deelde met een vriendin tijdens mijn studie, het huis dat ik drie maanden bewoonde tijdens mijn eindwerk in Martinique, het appartement waar ik met manlief gaan samenwonen, het huis dat we samen bouwden en onze flat in Boston.

 

  1. Wat is jouw guilty pleasure?

Vind ik een ietwat rare omschrijving: guilty pleasure. Waarom zou ik mij schuldig moeten voelen omdat ik het fijn joggen vind op liedjes van Britney Spears, of graag naar Jani’s programma’s kijk? Gewoon doen als je daar zin in hebt, zou ik zo zeggen! Het leven is al zo serieus, dat we ons toch niet gaan schamen omdat we genieten van wat ‘foute’ muziek, televisieprogramma’s of wat dan ook.

trips through the world

Run mommy run

Ik heb een vreemde relatie met joggen. Love to hate it/hate to love it, zoiets.

In het middelbaar was het wel duidelijk: ik zou wel gék zijn die martelarij vrijwillig te ondergaan. Elke maand september weer hetzelfde liedje: bij de les lichamelijke opvoeding moesten we gaan joggen in het park nabij de school. Er werd  geen enkele uitleg gegeven over de beste ademhalingtechniek, opbouwen van tempo, wat te doen bij een steek in je zij, of wat dan ook. Nee, hier is de start, zo loopt het parcours en als je onder de zoveel minuten loopt, ben je er net door.

Waarom dat precies in de maand september moest gebeuren, na twee maanden inactiviteit, het is me een raadsel. Mijn conditie was ongetwijfeld stukken beter in juni dan in september. Bovendien lag dat hele pad vaak al bezaaid met kastanjes of takjes, waardoor het een aanslag op je enkels werd. Waarom dat 2400m moest zijn, weet ik ook niet. Wel dat ik er alles aan deed om een voldoende te halen, alles wat me op dat moment leek te helpen: ik had zakdoeken bij omdat een snotneus natuurlijk de ademhaling verstoort (een ademhaling die kan omschreven worden als “locomotief die klinkt als stervende zeehond”), ik had chocola mee, en druivensuiker, voor die bekende dip na 1750m (je weet wel, het moment waarop de suikers in je lichaam zijn opgebruikt, hum hum),

Weinigen eindigden trouwens op tijd. Het ziekteverzuim lag die maand enorm hoog. We kregen extra punten als we elke les hadden meegelopen. Opeens werd inzet ook een factor.

Elk jaar dacht ik in oktober: nooit of van m’n leven ga ik voor de lol lopen. Wie doet zichzelf dit nu aan? Zoooooooooot!

Een kleine 10 jaar later. Ik vraag aan mijn kinesist wat ik moet doen om na mijn knieoperatie met een gerust hart te kunnen gaan skiën. Joggen, zegt hij. Zwaar voor de knieën, en dus ideaal als training. Ik wilde dat skiën écht. Maar met een gehechte kruisband en uitgerekte ligamenten, en de drie maanden stil zitten die erbij hoorden, was het traag opbouwen. Vaak hoorde ik mensen praten over Start to Run, ik kan je verzekeren, dat kon ik toen echt niet. Maar samen met een vriendin lukte het om, na ongeveer zeven maanden, voor het eerst 5 km te lopen. Ik klonk niet als een stervende zeehond, zelfs niet als een niet-rokers-zeehond. Hoogstens als een iets te enthousiaste yogi.

We gingen skiën en ik had nergens last van, niet van de knie en niet van de stress daarover.

Enkele maanden later liepen we 8 km. Een jaar na de 5, volgde de 10.

Nog een jaar later, na wat ups en downs, en na intensief trainen, liepen we 16 km in 100 minuten. 1uur40, terwijl ik nog zo fier aan mijn kinesist had verteld dat ik aan 7 minuten zat (en eigenlijk was het toen 6, maar ik wou wat stoefen).

We zijn een paar keer ‘teruggevallen’, daar niet van. Maar 5km kon ik altijd wel makkelijk aan. ‘Die eerste vijf zijn de moeilijkste’, zei ik aan iedereen die net begon. En het was fijn om te joggen, om je gedachten vrij te maken, ik kwam op de beste ideeën en de mooiste teksten op die boswegels.

Ondertussen is er veel gebeurd. Goeie en minder goeie dingen. Die  5 km was al lang niet meer vanzelfsprekend…En ik deed er alweer lang over om op te bouwen, heel lang. ’t Was vaker doorbijten dan ik misschien wil toegeven. Het was ook lang niet leuk.  Die eerste vijf zijn de moeilijkste, dat klopt… Hoe irritant als iemand dat zegt, zeg (sorry daarvoor dus).

Maar dit weekend had ik die 5 wel weer in de benen! Na zo’n 3 jaar! Hoera!

5000 m de goeie kant op.

38543-john-bingham-quote-if-you-run-you-are-a-runner-it-doesn-t-matter