Jarig!

Vandaag vier ik een kleine verjaardag. Deze blog wordt twee jaar. YAAY! Twee jaar, 198 schrijfsels, ik moet toegeven dat ik dat nooit verwacht had. Ik vind het nog steeds wat gek om mezelf een ‘blogger’ te noemen.

A birthday cupcake with two lighted candles.

Twee jaar geleden stonden we vlak voor onze trans-Atlantische verhuis. Toen ik mijn hele huishouden kritisch bekeek (Meenemen? Stockeren? Weg doen?), en daar mijn eerste blogpost aan weet, wist ik nog niet dat we exact een jaar later opnieuw zouden binnen vallen. De tickets voor onze terugkeer werden namelijk pas later aangekocht. Maar exact een jaar na die eerst post kwamen we weer thuis. Met 11 koffers en trolleys en buggy en baby en jetlag. En een verhaal.

 

Soms wordt er gezegd: what a difference a year makes. Maar ook vandaag waren we aan het inpakken. Net als toen, mja, dat nu ook weer niet helemaal.

 

In 5 punten: een korte vergelijking tussen 22 juli 2016 en 22 juli 2017

 

Inpakken van kleren, babyspullen en elektronica

 

Inpakken van kleren, peuterspullen en elektronica
Het vliegtuig wacht niet De auto vertrekt wanneer wij vertrekken, anders is er iets ernstig mis

 

Als het niet in de koffers past, kan het niet mee (stressssss) Als het niet in de koffers past, past het misschien nog aan mijn voeten, of naast de kinderstoel (no stress)

 

De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten, de rest gooien we desnoods binnen een week wel weg

 

We wisten waar we naar toe gingen, maar niet hoe we ons zouden voelen We wisten niet (helemaal) waar we naar toe gingen, maar wel dat we gaan relaxen
 

 

Het is een bijzonder jaar geweest sinds onze terugkeer naar België. Pittig, ook wel.

 

Maar vandaag hoeven we daar allemaal niet aan te denken. Vandaag kijken we vooruit.

Vandaag begint onze vakantie écht.

IMG_0758

Advertenties

Kamperen

Twintig. 20 jaar. Het is met een mengeling van trots en schaamte dat ik het steeds toegeef. Ik was 20 toen ik voor het eerst in een tent sliep. Mee op het scoutskamp als fourier om bij manlief, toen nog ‘nieuw lief’, te zijn. Nadat die mij had uitgelegd wat een fourier doet, uiteraard. En met de plechtige belofte dat ik niet zelf moest koken, enkel voor de boodschappen zorgen. Zo werd de kans op ondervoeding van de scoutsmeisjes en –jongens of overbezetting van de HUDO sterk gereduceerd (en ja, hij heeft me ook moeten uitleggen wat de HUDO was. Waarop ik steeds zorgde dat ik het toilet van de winkels opzocht, bij het boodschappen doen). Nee, koken was toen niet mijn sterkste punt – al heb ik die week wel een schitterende schotel spek-met-ei gemaakt.

 

Maar dus, over dat kamperen. Niks voor mij. Ik heb die twee weken verschrikkelijk kou geleden, enerzijds door onze heerlijke Belgische zomer, anderzijds omdat ik geen geschikte slaapzak had, en letterlijk alle kleren die ik bij had, over elkaar aandeed, om dan nog steeds al klappertandend te wachten tot ‘nieuw lief’ opdook van de totemisatie of het nachtspel. Ja, een mens ziet af voor de liefde. Hij begreep als snel dat een trektocht met kamperen niet tot de mogelijke koppelvakanties behoorde. Zeulen met een rugzak, niet kunnen douchen en dan een beetje rugpijn opdoen op een koud matje? Zelfkastijding. De zevende cirkel van de hel, ik zeg het.

 

Maar toch zijn deze laatste dagen behoorlijk kamperen. Ons volledige hebben en houden wordt uiteen gevezen en ingepakt, om gestockeerd te worden tot half augustus. Dan neemt de Deense familie, die we niet kennen en waarschijnlijk nooit zullen ontmoeten, ons hele Bostoniaanse leven over. Ze zullen het ontdekken in dozen, tussen krantenpapier en bubbel wrap. Ventje slaapt in een reisbedje en wij op een dun matrasje op de grond. We eten aan het bureautje. We hebben nog 1 lampje, 1 kookpot, 2 borden en 3 kopjes. En 1000 herinneringen. En zin om naar huis te gaan. Dat laat zich niet verpakken.

Cocoon

Niet storen aub’.

In de dagen en weken nadat ons ventje geboren was, voelde het alsof ik een groot bord aan de deur wilde hangen. Of rond ons huis. Of aan mijn nek. Met ‘niet storen aub’. Ik weet wel dat dit niet ongewoon is, zelfs niet meer dan normaal, dat je tijd nodig hebt, met je vers uitgebreide gezin. Om een nieuwe evenwicht te vinden, om elkaar te leren kennen. Om eenvoudigweg een paar uur vol ongeloof naar die kleine wereldburger te staren. Om te wennen. Maar voor mij, extraveel extravert, was het een ongekend gevoel.

 

Natuurlijk wilde ik wel wat bezoek. Het was zo fijn te zien hoe mensen instant verliefd werden op wat uiteraard de mooiste baby van de wereld was. Maar daarna mocht er weer tijd zijn voor ons drie, met twee pluizige viervoeters die het af en toe aandurfden zich naast ons in de zetel neer te vleien. De definitie van gezellig.

 

Ik had het al zo vaak gezien bij vrienden en vriendinnen, dat ze post baby een paar maanden van de radar verdwenen, voor ze weer actief contact zochten. Maar het was weer zo één van die typische dingen, die je nooit helemaal begrijpt voor je ze zelf mee maakt.

 

En toen, toen we bijna klaar waren om uit ons coconnetje te komen, toen verhuisden we, naar de andere kant van de oceaan. En onze agenda, die wist niet wat hem overkwam. Die eerste maanden van 2015 was het gewicht van de afspraken amper te dragen: doktersbezoeken, zaken regelen rond de zwangerschap, de baby, de babyborrel en doop, de verhuis, informatie krijgen over tijdskrediet, bevallen, het ziekenhuis, de beurs van manlief, het zoeken van een housesitter, alles rond het appartement dat we tegelijk nog aan het bouwen waren, afronden van projecten op mijn werk, afscheid nemen,… (er zitten nog 104 andere dingen achter deze drie puntjes verborgen). Regelen. Lijstjes. Alles goed, maar druk druk druk (zo hoort het toch?). Ik vond dat allemaal wel OK. En dan: de verhuis.

Alles.viel.weg.

 

Hobbies vielen weg. Sport viel weg. Vaste familiebezoekjes vielen weg. Koffie met de buurvrouwen viel weg. Afspreken met vrienden viel weg. Iets gaan drinken met de collega’s viel weg.

 

Wat bleef, waren wij drietjes. Tijd voor ons. Zo werd het appartement in Brookline ons nieuwe coconnetje.

 

Ken je dat gevoel dat je een liedje hoort en denkt: hoe kan dat nu, dat gaat over mij. Zo gek.

 

Dat is ‘Quiet little place’ van K’s Choice.

Zo gaat dat:

 

“Quiet Little Place”

In this quiet little place

I can’t remember having known a different pace

In this quiet little place

I can surrender to the beauty of its face

And now everything I see

Whether it’s an airplane or a tree

It makes me wonder

About the things I must have missed

And the chains around my wrists

They are no longer

In this quiet little place

I can’t imagine what it’s like to be back home

Where they care about what time it is

And spend their days answering the phone

And now everything I feel

Whether it’s fiction or it’s real

It’s so much clearer

Like the color of this light

It seems more dangerous and bright

But I don’t fear her

And slowly it fades, I’m back in the race

I have to fight it, I know

I don’t want to go away

In this quiet little place

You run your fingers through my hair and whisper “Hey”

And no matter how I try

I can’t seem to think of anything better to say

 

 

Tijd om uit ons coconnetje te komen, en naar huis te vliegen. Ik denk dat ik niet langer Rupsje Nooitgenoeg ben. Dus ja…Wie weet…  zijn we misschien een vlinder?

rupsje_20nooitgenoeg_20groot

De meubels redden

“De meubels redden”. Aan dit gezegde heb ik de laatste dagen vaker gedacht. Om héél verschillende redenen, dat wel.

 

Ten eerste. Onze verhuis komt eraan. Met rasse schreden stappen wij over dagen en weekends, de 21 ste juli nadert. Dat betekent heel wat inpakken. Maar aangezien wij met louter met koffers zijn toegekomen – toegegeven, een berg koffers waar manlief met zijn 192 cm volledig achter verdween – vertrekken wij ook met louter koffers. Wat wil zeggen dat al onze meubels én onze huisraad (denk – alles wat er los zit in je keuken, van vorken over toaster tot de wokpan) verkocht moeten worden.

 

We vroegen wat rond, wij verspreidden het nieuws, en enkele mogelijke geïnteresseerden doken op. De babysit, die met vier anderen gaat samenwonen in een ongemeubeld appartement. Haar ouders, die net een huurhuis hebben gekocht en dat willen uitrusten. De makelaar die korte termijn-appartement moet bemeubelen. Het werd telkens niets, om allerlei redenen (bijvoorbeeld: de makelaar beweert amper budget te hebben en zoekt nu achtergelaten meubels op straat. Het wordt duidelijk waarom haar flats voor korte termijn zijn).

 

Ik postte alles nauwkeurig op Craigslist, de tweedehands site, en beantwoordde alle mails die binnen kwamen. Vaak was al meteen duidelijk dat het niets zou worden (‘Zou je ook 20 dollar aanvaarden voor je sofa’s?’ ‘Zou je me één zitkussen van de grote sofa kunnen verkopen?’.) Ik voélde het haar op mijn hoofd witter worden.

Hoe zouden we onze meubels kunnen redden van de straat?

 

Ten tweede. Donderdagnacht, iets over één. Het brandalarm piept, alsof de batterij weer leeg is. Manlief staat op om er korte metten mee te maken. Hij opent de deur naar de gang en ik hoor klateren. Ik kan het geluid met mijn slaapdronken kop niet thuisbrengen. Klateren? Is er iets mis met de airco? Is er gevaar, is er actie nodig? Ik kruip toch ook het bed uit, meteen klaarwakker bij het zien van een waterval, vanuit de lampen en de scheuren in het plafond in de gang. Ettelijke liters stromen de gang in, door het vast tapijt, door de houten vloeren, naar de onderburen, die nu buiten met manlief staan te praten. Moeten we ons appartement uit? Moeten we de meubels redden?

 

Het bleek een gebarsten leiding bij onze bovenburen en tot drie verdiepingen lager hebben we daarvan mogen mee genieten. De emmers kwamen te laat, het tapijt had zich volgezogen en bleef nog drie dagen zompig. In de badkamer, waar de douche zich voor één keer niet in het bad bevond, heb ik de tandenborstels e.d. maar weggegooid. Geen van onze meubels liepen ook maar enige schade op. En nog beter: ventje is niet wakker geworden.

 

Maar zoals Erik dat zo mooi kan zeggen: ’t is gebeurd!

Met dank aan een Belgische vriendin die op de koffie kwam, en zich plots herinnerde dat een bevriend koppel Denen in augustus naar Brookline zou verhuizen. Een mailtje, een skype sessie en wat info rondsturen later, was het overgrote deel van onze spullen verkocht.

De meubels zijn gered. Alweer een stap dichter bij thuis gezet.

Mooie vragen

‘Wat is het eerste dat je gaat doen als je terug bent, je weet wel, buiten tijd spenderen met familie en vrienden?’

OH. Oh oh oh. Wat een mooie vraag. En zoals een prof me ooit zei: een student zegt ‘wat een mooie vraag’ omdat-ie het antwoord kent, maar later zeg je ‘wat een mooie vraag’ omdat je het antwoord niet (meteen) kent.

 

Tijd spenderen met familie en vrienden, is uitgesloten als antwoord (’t is een strenge hoor, die vraagstelster). Het is nochtans het eerste (en tweede, derde en vierde) dat in me op komt. En misschien is de vraag eerder ‘wat wil je doen’ en niet, ‘wat ga je doen’. Wat ik ga doen is niet zo lyrisch. Uitpakken. Wassen. Opruimen. Boodschappen doen. Enige orde in de chaos van onze slaapkamer en kelder trachten te scheppen (waar al onze spullen opgeslagen zijn). God heeft dan wel het goede voorbeeld gegeven, ik ben vrij zeker dat ons dat niet lukt in zes dagen. God had dan ook geen jetlag.

 

Maar wat wil ik doen? Ik wil me daar goed voelen. Ik hoop dat het als een oude, vertrouwde pantoffel mag zijn- je was vergeten hoe comfortabel die zat, perfect rond je voet gevormd, tot je het nog eens probeert. Oh ja, denk je dan, dat past. Ook: ventje het huis laten ontdekken. Voor hem zo goed als nieuw, dat huis, want hij woont ondertussen meer dan twee keer zo lang in de VS dan hij in België was. Hem voorstellen aan onze katjes. Toen hij minder dan vier maanden was, konden ze hem letterlijk links laten liggen, en in een boogje rond het wippertje huppelen. Nu zal onze crosser zich niet meer laten negeren.

 

Naar de bakker gaan. Alle koffiekoeken opkopen. Ik eet normaal niet eens eclairs, maar wil nu gerust een uitzondering maken. Betaalbare kaas op tafel zetten. Filet de saxe. MOSSELEN! Echt lekkere frietjes. Andalouse saus.

 

In mijn eigen bed slapen. Met mijn eigen kussens. Manlief is ook toegelaten. En baby ook, als-ie niet meteen kan wennen. Of als wij dat niet kunnen.

 

Kortom:

Wat ik wil doen, is thuis komen.

Goede voornemens- the sequel

Dag chocola. Dag cécémel. Vaarwel pralientjes. Dag mignonettes, matinettes en ferrero’s. Saluut American cookies. U zal gemist worden.

 

Neen, het is geen vrije adaptaties van ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ van Paul van Ostaijen. Het is me mentaal voorbereiden op de volgende van mijn goede voornemens.

 

Na eeuwen puntjes te tellen moet ik toegeven dat dat het laatste jaar niet aan de orde was.

lasagne

Bron: pinchofyum.com

Niet dat ik de gezonde keuken helemaal vaarwel zei, verre van. Ik moet nog altijd lachen bij het lezen van de meeste Amerikaanse recepten die ik uitprobeer. Voor zes personen, met in het totaal een ajuin en één paprika? Juist. Of de Skinny spinach lasagna, 12 porties, met wat – na het omrekenen- 150g spinazie bleek te zijn. Laat ik me daar even beroepen op de vrijheid van de chef, en de porties groenten fenomenaal de hoogte in jagen.

 

Ook nam ik elk recept dat zichzelf prees als ‘geweldig gezond’ met een korreltje zout – en klein korreltje, want je weet, in het land waar de helft van de producten een ‘reduced sodium’-label draagt, willen we vooral niet overdrijven.

 

Tel daarbij een energieke edoch risicoblinde zoon en de kilo’s bleven, ondanks de verminderde focus, vrij goed onder controle. Maar alles kan beter, nietwaar? En met onze grote oversteek in het verschiet, leek het me mooi een tandje bij te steken. Door een tandje minder in de chocolade te steken, bijvoorbeeld. Hoe lang? Ik zal beginnen met 40 dagen. Mijn eigen ‘vasten’. Da’s haalbaar, overzichtelijk en concreet. Als einddatum neem ik de dag dat we weer voet in ons Belgenlandje zetten. Dan moet een pralientje kunnen, toch?

 

Ik begon dus terug te tellen vanaf 21 juli – ja, we vertrekken inderdaad op de Nationale Feestdag! Laat ik eerlijk zijn, het was eerder ingegeven door het 500 dollar prijsverschil met 22 juli, dan door een onweerstaanbaar patriotistisch eergevoel. 40 dagen terug. Mijn gezicht moet geweldig geweest zijn, toen ik besefte waar ik toen terecht kwam.

 

Op 12 juni.

 

HOEZO zijn we op 40 dagen van de oversteek? WAAROM ben ik dan nog altijd stoer aan het verklaren dat we nog zeven weken Boston hebben? WAAR heeft mijn kalender, dan wel mijn halfslapend brein, mij in de steek gelaten? (Oh ja, dat is nog zoiets, ik heb een walvisbrein. Walvissen zijn ongelooflijk cool, ’s nachts blijft één hersenhelft waken, terwijl de andere helft slaapt. Een conditie die bij mij helaas ook optreedt als ik wakker ben).

OK. Rustig blijven.

Tijd om:

  • Hier alles kristisch te bekijken, wat mag mee, wat niet?
  • Meer koffers te bestellen via het internet, want wat mee mag, is behoorlijk wat
  • De Boston bucket list aan een grondig onderzoek te onderwerpen
  • De lijstjes te beginnen.

 

Oh kijk. Dat laatste ging al vlot.