Onvoorspelbaar heimwee

Heimwee

Heimwee is een raar beestje. Het kan een beetje pikken, of je even doen dubbelslaan. Dat komt en gaat. Zo…onvoorspelbaar. En dat maakt het soms wel moeilijk, omdat je je er niet op kan voorbereiden.

Het zou toch praktisch zijn, als dat anders was.

Mocht Frank Deboosere elke avond om 19u een kaart tonen: in het centrum van het land is er morgen grote kans op heimwee. Verwacht je maar aan grote vlagen. 70% houdt het niet droog.

Dan kon je je wapenen, met fotoboek en zakdoek. Kon je die wee weg beginnen puffen.

Dan wist je op voorhand: OK ik lees dit artikel over de Boston marathon, ik zet me even schrap. Goed, tijd om iets leuks te plannen, want deze film speelt zich af rond Harvard.

Maar nee, het overvalt je. Op belachelijke momenten.

Bestel je nietsvermoedend in de Starbucks van Leuven station een tall decaf latte amandelmelk met suikervrije vanillesiroop

*POEF*

Sta je 1 seconde lang op Coolidge Corner met de buggy, terwijl de ‘T’ voorbij zoeft.

 

Ik geef het toe, puffen deed ik.

Advertenties

Boston bucket list- revisited

5381867-tumblr-bucket-list-quotes

Vanmiddag had ik afgesproken om te gaan lunchen. Als je in centrum Leuven werkt, is dat één van de voordelen: stap je kantoor uit en er ligt meteen een wereld aan keuzes van gezonde, lekkere lunches aan je voeten.

Het werd soep vandaag.

Met iemand die we het laatst gezien hebben toen we op een zonnige vrijdagavond pizza aten in een park in Boston, en dit een picknick noemden (Wat zeg ik? Dit was een picknick. Een perfecte picknick). Die picknick buddies waren na twee jaar Oostkust naar het Belgenlandje teruggekeerd, en hadden ook al gemerkt dat er zoiets bestaat als de omgekeerde cultuurshock.

 

En terwijl wij deze zomer braafjes een weekje naar de kust trekken, gaan zij een maand terug naar Boston en omstreken, om daar verder te verkennen waar ze nog niet de kans toe hadden. Wat een heerlijk idee!

 

Het deed me denken aan alles wat we in ons jaar Boston gedaan hebben, maar ook aan wat we (nog) niet gedaan hebben.

In augustus 2015 schreef ik een blogje over alles wat we graag wilden doen en zien: onze Boston bucket list. Nieuwsgierig ben ik dit gaan opduikelen om na te gaan wat we kunnen afstrepen, en wat we bij een volgend bezoek (want ja, dat komt er, ooit) op de planning moeten zetten.

 

Is gelukt:

  • Ongegeneerd de toerist uithangen in Boston hebben we op meer dan één gelegenheid gedaan. Van de lijst ’50 best things to do in Boston’ hebben we er geen 30 gehaald – ook al omdat een deel mij niet aansprak – maar de lentebloesems in de parken, de Freedom Trail en de Harvard Tour kan ik ondertussen dromen. We brachten ook een bezoekje aan de Museum of Science (en keken op een avond door een telescoop naar sterren en planeten), de Franklin Zoo en de schildpadden van de New England Aquarium. We wandelden over Castle Island, bezochten de Boston Public Library, en gingen schaatsen op Frog Pond (of liever; zagen mensen schaatsen).
    .
  • Hoewel we niet van alle typische Amerikaanse sporten een match of game hebben bijgewoond, was het heerlijk spannend om de Boston Celtics een basketbalmatch te zien winnen, en heerlijk on(t)-spannend om naar een Red Sox-game te gaan. Of zoals onze babysitter het zei: naar baseball gaan kijken is zo interessant als ‘watching paint dry’.
    .
  • Een jaar meer tijd hebben om te koken heeft zeker zijn vruchten afgeworpen. Ik heb meer dan 20 nieuwe ingrediënten leren kennen en werd verliefd op de handigheid van een slowcooker (over beiden later meer). De pizza’s met butternut squash, ricotta en cranberry én die met geroosterde kip, gekarameliseerde peer en fontina kaas, werden getest en goedgekeurd.
    .
  • We hebben Halloween en Thanksgiving gevierd zoals het hoort, en hebben daar enorm van genoten! Ons ventje was zonder twijfel het schattigste draakje in de wijde omtrek.

Zoals we ons hadden voorgenomen, hebben we in november 2016 ‘Friendsgiving’ naar België gehaald: we nodigden vrienden uit voor een lekker etentje en even stilstaan bij de lange lijst van dingen waar we dankbaar voor mogen zijn.

  • Ik heb me wel degelijk verdiept in het extreme couponing verhaal, en heb daar enkele kleine succesjes mee gehaald. Uiteindelijk was onze conclusie dat dit wel enorm veel tijd kost, en met onze ontdekking van de Aldi-winkel en de markt met betaalbare groenten en fruit, werden de bonnetjes enkel geknipt wanneer ik ze toevallig tegenkwam.

 

Er is zeker nog veel meer te beleven in Boston, maar vooral ook in de omstreken, waar we eigenlijk (bijna) niet geweest zijn. Maine, Vermont, Cape Cod, dat zijn zeker ook bestemmingen die ik nog niet meteen van ons lijstje wil schrappen.

 

Maar ook hier in België kan een bucket list de moeite zijn. Het kan aan mijn gekende verslaving aan lijstjes liggen, maar als je eens verder nadenkt over wat je graag wilt doen/halen/beleven, dan is de kans groter dan dat ook gebeurt. Noemen ze dat geen visualisatie of zoiets?

boston tekening

Wicked storm

Vanmorgen kreeg een berichtje van de vriendin die een jaar geleden een heel fijn weekend bij ons in Boston doorbracht. De link die ze doorstuurde, verwees naar een krantenartikel waarin een grote storm in Massachusetts werd aangekondigd. Meer dan een halve meter sneeuw wordt er verwacht. En wij wandelden toen in een licht truitje over de Freedom Trail en maakten zonovergoten foto’s in de Harvard Yard.

 

‘Ik voel een blogje over het weer in Boston opkomen’, schreef iemand anders me, die de blizzard ook al aangekondigd had gezien. Er valt inderdaad wel iets te vertellen over dat weer in New England, dat in de tussenseizoenen zo verschrikkelijk variabel kan zijn, dat je gerust temperatuursprongen van 20°C op 2 dagen kan verwachten. Zoals toen mijn schoonouders ons kwamen bezoeken. Op vrijdag genoten we van een lentezon tijdens een wandeling, de jassen vakkundig onderin de buggy gepropt, de volgende dag vierden we de verjaardag van het kleine ventje met een matig weertje, en de dag daarop viel mijn ‘happy birthday’ voor het grote ventje stil omdat ik niet kon geloven dat er 20 cm sneeuw was gevallen.

 

Maar eigenlijk wilde ik helemaal niet over Boston schrijven, laat staan over het weer.

 

Vandaag was zo’n dag waarin je wat opgeslokt wordt door administratie, regeltjes, documenten. Ik probeerde me daardoor te worstelen én ondertussen goed gehumeurd te blijven – en niet evidente opdracht. Bij het zoveelste kopje koffie dat ik ging bijtanken, stond ik even in de keuken en keek door het raam.

 

En plots was het daar. Niet de tuin aan die keuken, met de hagen en het grasveld. Het verdween, het ritselde weg, zoals de vertrekuren op dat grote bord in de hal in de luchthaven van Zaventem – de bordjes kantelden en er verscheen iets anders. Daar was ons uitzicht, vanuit ons appartement. De treurwilgen die Grigg’s Park omranden, waar ons ventje zo vele uren heeft gespeeld. De elektriciteitsdraden die de eekhoorntjes laten oversteken, de palen staan scheef, maar dat lijkt niets uit te maken. De parking beneden aan ons gebouw. De rustige straat waar we pizza’s lieten leveren om ze in het park op te eten (want: “pizzas can’t be delivered to a park”. Dat weten we dan ook alweer). De daken van de appartementsgebouwen op Beacon street.

 

In de zon. Met herfstkleuren. Onder de sneeuw. Met nieuwe blaadjes.

 

Vandaag mis ik Boston, en mijn uitzicht. Sneeuwstorm en al.

unnamed-1

wicked

 

 

Maar niet zo maar

Als mijn haar ’s morgens de wet van de zwaartekracht tart

Als mijn thee koud is geworden, maar ik ze toch opdrink

Als ze bij het file-overzicht de Belliardtunnel aanhalen

Als ik zoonlief een gedichtje voordraag, en hij dat geweldig vindt

Als de buurvrouw vraagt of ik andijvie wil

Als het geluid van trolleywieltjes op weg naar huis, Leuven vult

Als ik merguez-worstjes eet en denk ‘ja, dat is schapenvlees’

Als een Hema winkel een koffiehoek heeft

Als iemand de horoscoop van Vissen leest

Bij elk kruiswoordraadsel

Als ik een speciaal hapje koop voor de katten

Als iemand voor mij een appeltje schilt

Negen jaar kan een eeuwigheid zijn, soms lijkt het gisteren, soms lijkt het nu.

Maar die momentjes, de fracties, de secondjes, dat ik aan je denk, mama, dat is een lijst die zijn einde nog niet heeft gevonden.

loesje

Boston in 10 woorden

Top 3 van vragen drie maanden na de terugkeer naar België:

  • En, hoe gaat het nu?
  • En ben je het al wat gewoon hier?
  • Mis je het niet?

 

En  ik dan maar grijnzen. Omdat ik tijd probeer te winnen. Ik probeer in te schatten of de vragensteller het korte of het lange antwoord verwacht.

 

Goed, goed.

Ja, ja dat begint te komen hé.

Bwa, met momenten.

 

het korte antwoord.

 

Het lange antwoord ga ik je besparen. Het verschilt ook van dag tot dag, soms zelfs van minuut tot minuut. Laat ons het erop houden dat ik zó blij was toen mijn neef meldde dat hij langs Boston zou passeren op zijn reis aan de Oostkust. Heb meteen enthousiast twee bladzijden reisadvies uitgeschreven, met de ‘absolute to do’s’ en de ‘optionele dingen als je meer tijd hebt’. Er blijkt een reisgids in mijn hoofd gegroeid te zijn, en ik wist het zelf niet.

 

Want ja, wij zijn Boston fans geworden. En dan mis je die stad al wel eens. Want mocht ik Boston in 10 woorden omschrijven dan waren dat:

 

 

  1. Groen
  2. Kindvriendelijk – die eerste twee waren duidelijk door de vele parkjes met speeltuintjes voor alle leeftijden (nu ja, ik zat wel klem in de buisglijbaan dus misschien moet ik dit nuanceren)
  3. Hogeropgeleid
  4. Multicultureel – deze volgende twee hangen samen met de vele, véle universiteiten en colleges die Boston rijk is
  5. Luid – dit was niet het geval waar wij woonden, maar eens in het centrum viel ons op hoe veel lawaai er was. Mensen zijn luider. De metro is luider. Zelfs de sirenes van de brandweer klonken luider.
  6. Veilig – ik ben geregeld ’s avonds alleen gaan joggen, heb me geen moment onveilig of ongemakkelijk gevoeld
  7. Engels (ze zijn toch zo trots dat ze met een iet of wat grappig accent ‘Hahvahd’ zeggen, en de gebouwen van de universiteit zijn kopiëen van wat er in Cambridge, UK staat)
  8. Oud (een huis van meer dan 100 jaar! Komt dat zien!)
  9. Onvoorspelbaar (het weer vooral – dag 1 is het 19°C, dag 2 regent het, dag 3 ligt er sneeuw)
  10. Bereikbaar – alles wat de moeite is voor een 3-daagjes-toerist is makkelijk te bereiken met het openbaar vervoer of zelfs te voet.

 

Sloeg nummertje 10 nu ook maar op de bereikbaarheid vanuit België. Dan ging ik echt elke maand een dagje shoppen, of gewoon in het park wandelen met ons ventje.

 

Want toen de neef me mailde dat hij Boston de leukste stad van zijn reis vond, was ik fier, man. Zat ik te blinken als een opgepoetst zilveren theepotje! Terwijl wij uiteraard nul komma nul hebben bijgedragen aan hoe fijn Boston is voor zijn bezoekers. Maar bel me gerust als je dat gaat testen.

boston

Cocoon

Niet storen aub’.

In de dagen en weken nadat ons ventje geboren was, voelde het alsof ik een groot bord aan de deur wilde hangen. Of rond ons huis. Of aan mijn nek. Met ‘niet storen aub’. Ik weet wel dat dit niet ongewoon is, zelfs niet meer dan normaal, dat je tijd nodig hebt, met je vers uitgebreide gezin. Om een nieuwe evenwicht te vinden, om elkaar te leren kennen. Om eenvoudigweg een paar uur vol ongeloof naar die kleine wereldburger te staren. Om te wennen. Maar voor mij, extraveel extravert, was het een ongekend gevoel.

 

Natuurlijk wilde ik wel wat bezoek. Het was zo fijn te zien hoe mensen instant verliefd werden op wat uiteraard de mooiste baby van de wereld was. Maar daarna mocht er weer tijd zijn voor ons drie, met twee pluizige viervoeters die het af en toe aandurfden zich naast ons in de zetel neer te vleien. De definitie van gezellig.

 

Ik had het al zo vaak gezien bij vrienden en vriendinnen, dat ze post baby een paar maanden van de radar verdwenen, voor ze weer actief contact zochten. Maar het was weer zo één van die typische dingen, die je nooit helemaal begrijpt voor je ze zelf mee maakt.

 

En toen, toen we bijna klaar waren om uit ons coconnetje te komen, toen verhuisden we, naar de andere kant van de oceaan. En onze agenda, die wist niet wat hem overkwam. Die eerste maanden van 2015 was het gewicht van de afspraken amper te dragen: doktersbezoeken, zaken regelen rond de zwangerschap, de baby, de babyborrel en doop, de verhuis, informatie krijgen over tijdskrediet, bevallen, het ziekenhuis, de beurs van manlief, het zoeken van een housesitter, alles rond het appartement dat we tegelijk nog aan het bouwen waren, afronden van projecten op mijn werk, afscheid nemen,… (er zitten nog 104 andere dingen achter deze drie puntjes verborgen). Regelen. Lijstjes. Alles goed, maar druk druk druk (zo hoort het toch?). Ik vond dat allemaal wel OK. En dan: de verhuis.

Alles.viel.weg.

 

Hobbies vielen weg. Sport viel weg. Vaste familiebezoekjes vielen weg. Koffie met de buurvrouwen viel weg. Afspreken met vrienden viel weg. Iets gaan drinken met de collega’s viel weg.

 

Wat bleef, waren wij drietjes. Tijd voor ons. Zo werd het appartement in Brookline ons nieuwe coconnetje.

 

Ken je dat gevoel dat je een liedje hoort en denkt: hoe kan dat nu, dat gaat over mij. Zo gek.

 

Dat is ‘Quiet little place’ van K’s Choice.

Zo gaat dat:

 

“Quiet Little Place”

In this quiet little place

I can’t remember having known a different pace

In this quiet little place

I can surrender to the beauty of its face

And now everything I see

Whether it’s an airplane or a tree

It makes me wonder

About the things I must have missed

And the chains around my wrists

They are no longer

In this quiet little place

I can’t imagine what it’s like to be back home

Where they care about what time it is

And spend their days answering the phone

And now everything I feel

Whether it’s fiction or it’s real

It’s so much clearer

Like the color of this light

It seems more dangerous and bright

But I don’t fear her

And slowly it fades, I’m back in the race

I have to fight it, I know

I don’t want to go away

In this quiet little place

You run your fingers through my hair and whisper “Hey”

And no matter how I try

I can’t seem to think of anything better to say

 

 

Tijd om uit ons coconnetje te komen, en naar huis te vliegen. Ik denk dat ik niet langer Rupsje Nooitgenoeg ben. Dus ja…Wie weet…  zijn we misschien een vlinder?

rupsje_20nooitgenoeg_20groot

Mooie vragen

‘Wat is het eerste dat je gaat doen als je terug bent, je weet wel, buiten tijd spenderen met familie en vrienden?’

OH. Oh oh oh. Wat een mooie vraag. En zoals een prof me ooit zei: een student zegt ‘wat een mooie vraag’ omdat-ie het antwoord kent, maar later zeg je ‘wat een mooie vraag’ omdat je het antwoord niet (meteen) kent.

 

Tijd spenderen met familie en vrienden, is uitgesloten als antwoord (’t is een strenge hoor, die vraagstelster). Het is nochtans het eerste (en tweede, derde en vierde) dat in me op komt. En misschien is de vraag eerder ‘wat wil je doen’ en niet, ‘wat ga je doen’. Wat ik ga doen is niet zo lyrisch. Uitpakken. Wassen. Opruimen. Boodschappen doen. Enige orde in de chaos van onze slaapkamer en kelder trachten te scheppen (waar al onze spullen opgeslagen zijn). God heeft dan wel het goede voorbeeld gegeven, ik ben vrij zeker dat ons dat niet lukt in zes dagen. God had dan ook geen jetlag.

 

Maar wat wil ik doen? Ik wil me daar goed voelen. Ik hoop dat het als een oude, vertrouwde pantoffel mag zijn- je was vergeten hoe comfortabel die zat, perfect rond je voet gevormd, tot je het nog eens probeert. Oh ja, denk je dan, dat past. Ook: ventje het huis laten ontdekken. Voor hem zo goed als nieuw, dat huis, want hij woont ondertussen meer dan twee keer zo lang in de VS dan hij in België was. Hem voorstellen aan onze katjes. Toen hij minder dan vier maanden was, konden ze hem letterlijk links laten liggen, en in een boogje rond het wippertje huppelen. Nu zal onze crosser zich niet meer laten negeren.

 

Naar de bakker gaan. Alle koffiekoeken opkopen. Ik eet normaal niet eens eclairs, maar wil nu gerust een uitzondering maken. Betaalbare kaas op tafel zetten. Filet de saxe. MOSSELEN! Echt lekkere frietjes. Andalouse saus.

 

In mijn eigen bed slapen. Met mijn eigen kussens. Manlief is ook toegelaten. En baby ook, als-ie niet meteen kan wennen. Of als wij dat niet kunnen.

 

Kortom:

Wat ik wil doen, is thuis komen.

Thuis

Met de eerste zomerprik (tja, op één dag van 18°C naar 35° met 100% vochtigheid, dat kan prikken), arriveerden ook de vriendjes voor een lang weekend. Ze brachten de zon mee in hun handbagage, want ze zijn net als wij sinds een aantal maanden kustbewoners van de VS. Alleen is het een andere kust.

 

Toen kwamen wij tot het besef elkaar vorig jaar in juli voor het laatst gezien te hebben. Ook al voelde dat niet zo, ook al was het moeilijk te geloven, het bewijs liep joelend rond de koffers. Toen we zoveel maanden geleden in onze tuin thuis zaten te brunchen, lag hij nog niet mobiel te wezen en belletjes te blazen in een wippertje.

 

Het gesprek landde op het onderwerp dat me al even bezighoudt. Een woord dat sinds enkele maanden in mijn hoofd woont als een onvoorspelbaar insect. Het duikt op en slaat haakjes in mijn gedachten, sinds het mailtje van manlief: datum en vliegtuigplaatsen voor terugkeer vastgelegd. Of, zoals hij het zelf schreef: tickets richting ‘thuis’. ‘Thuis’. Hoeveel subtekst er alweer in zo’n kleine zwevende komma’s kan verborgen zitten.

 

Dus nadat enkele verduidelijkingen nodig bleken in onze gesprekken – bedoel je ‘thuis’ of ‘thuis thuis’? Hier thuis? Daar thuis? Allez ja, niet hier maar …– vroeg ik me af wat thuis definieert.

 

Letterlijk in het woordenboek: Je woning, waar je je goed voelt. Ook: het middelpunt van een huishouden, dierbare relaties en interesses, samen met het comfortabele en tevreden gevoel dat dit opwekt.

 

In de boutade van elke Belg: waar mijn Stella staat. Maar ik drink geen bier.

 

Voor één van de vriendjes: waar mijn spullen staan. Dus thuis is met de container aangekomen, in noppenfolie gewikkeld? Nee, … die dierbare relaties blijken toch te spelen ook. Het wordt al snel duidelijk dat het niet zo makkelijk te vatten is, en bovendien voor iedereen anders.

 

Oost, West, thuis best. Enkel West getest, dat helpt ook al niet. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Onzin, het klokje is van Ikea dus het tikt ontelbaar vaak hetzelfde. In het Engels dan: home is where the heart is.

 

Aha.

 

Voilà.

 

Vanaf half augustus is mijn thuis tussen pakweg 9 en 6 een crèche die De Bijtjes heet.

Riing riiiing

“Ring Riiiiing. Ring Riiiiiiing. Ah, hallo! Ja, dag oma! Hoe gaat het? Ja, ons ventje is hier hoor. Oh, je wilt hem spreken? OK, hier komt ie. ’t Is voor jou, ’t is oma!”. Ik hou de plastieken hoorn in zijn richting. Het ding maakt een rammelend geluidje. Hij lacht breed, dit vindt hij echt geweldig. Hij neemt de hoorn over en houdt die aan mijn oor. Of aan mijn neus. Hoe het uitkomt.

telefoon fisher price.jpg

Dat speelgoed is al behoorlijk retro. Wij bellen tegenwoordig bijna alleen nog met Skype of Facetime. Of we sturen een Whatsapp’je. Of een facebookberichtje. Al die mogelijkheden tot communicatie maken over de plas zitten een stuk aangenamer. Het leek de voorbije negen maanden korter te maken. Ook al zijn we niet thuis, familie en vrienden kunnen ons ventje letterlijk zien opgroeien, want als hij het Skype-beltoontje hoort, is hij graag van de partij. Hij wilt steeds aan de gezichten komen, draait soms de Ipad om. Waar zitten ze nu? 

Wij vroegen ons af hoe dat zou gaan, nu de familie een paar weken niet meer op het schermpje te zien was, maar in 3D in onze woonkamer. Zou ons ventje hen herkennen? Zou hij het eng vinden? Uiteindelijk is het alsof je je favoriete filmster in het echt ontmoet!

 

Na een paar uur wennen ging het prima. Het bleek veel leuker om échte gezichten te kunnen aanraken, te knuffelen, samen rond te wandelen en verstoppertje te spelen. Omdraaien en nog steeds de persoon vinden!

 

Nu zit iedereen weer aan de andere kant van de oceaan, en van het scherm. We skypen. Ventje draait de Ipad om. Waar zitten ze nu? Spelen ze weer verstoppertje? Er is alleen het zilverkleurige materiaal van het toestel. En opeens lijken de volgende drie maanden lang. Langer. Dat heet metaalmoeheid denk ik.

Gedeelde vreugde, gedeelde smart

Het is ongelooflijk dat op zo’n jonge leeftijd al heel wat karaktertrekken naar boven komen. Ja, mijnheertje heeft het graag precies zoals hij het wilt. Als hij applaus en aandacht krijgt, kan hij altijd een tikje meer, en met meer enthousiasme (echt, geen ideeeeee van wie hij dat heeft). Als iemand het waagt zijn aanwezigheid te negeren, zoals recent nog, gaat hij allerliefst lachen en houdt ie zijn hoofdje schuin: “Jij ook lachen?”.  Ik kan je niet vertellen wat voor persoon daar niét door smelt, want dat is ons tot vandaag nog nooit overkomen.

Hij blijkt best sociaal, en ook met delen heeft hij helemaal geen probleem.

Hij eet alleen groentenpuree als hij zelf ook een lepeltje krijgt om mee te prakken. Het in zijn eigen mond steken, gebeurt nog niet, maar er wordt wel geregeld een portie richting mama of papa gestoken. Met het hoofd een beetje schuin lijkt hij te zeggen: “Jij ook hapje?” – “Ja, mama ook een hapje” – Blijkt zo dat gepureerde bloemkool met vis nog best te eten is!

 

Ik poets zijn zes tanden en nadat hij even geduldig zijn mondje heeft opengehouden, neemt hij de tandenborstel beslist over en draait hem om, richting mijn lippen: “Jij ook poetsen?” “Ja, mama ook tandjes poetsen”.

tandenborstel 

 

Hij en zijn doekje zijn onafscheidelijk. Hij houdt het aan zijn neus, hij sabbelt er een beetje op, hij legt het op zijn hoofd als hij slaapt, het troost hem als hij overstuur is, kortom Doekje (de hoofdletter is verdiend) is een beste maatje. Maar als hij op mijn schoot zit, zal hij ook al eens een puntje stof mijn richting uitduwen: “Jij ook Doekje?” – “Ja, mama ook Doekje”. Na even ‘doen-alsof-ik-sabbel’, trekt hij het met een snok weg en kraait het uit van pret als ik dan keer op keer een gezicht vol ongeloof en grote ogen opzet.

 

We kregen drie weken lang bezoek van familie en daarna ook van vrienden. Het was fijn, het was gezellig, het was vakantie. Ons ventje maakte snel vriendjes, er werd heen en weer gekropen en aan het handje gestapt. Maar vorige vrijdag namen we afscheid van iedereen. En die namiddag had hij het moeilijk. Hij wilde geen dutje, hij wilde niet spelen, het voelde alsof er iets mis was. Hij jammerde wat en ik vroeg me af of hij het gezelschap miste.  Ik zong voor hem, we dansten rond, maar hij leek nog steeds wat triest. Ernstig hield hij zijn hoofd schuin.  *Zucht*. “Ja, schatje, mama ook”.

Boston, 1 januari 2016

1 Januari 2016.

Die eerste dag van het jaar uitgeschreven zien staan, dat kan toch niet anders dan herinneringen oproepen? Op de één of andere manier spreek ik dat ook altijd behoorlijk plechtstatig en met de nodige nadruk uit: 1-JANuaRI-2016. Ik had er geen idee van, maar de mooie traditie van het voorlezen van de nieuwjaarsbrieven is blijkbaar niet universeel, of wijd verspeid: hier hadden ze er nog nooit van gehoord. Dus mijn Amerikaanse kennissen hebben niet het genoegen gehad zelf met een brief klaar te staan, na uren lang datzelfde tekstje met de hand en een uiteraard half lekkende vulpen uit te schrijven. Ze hebben nooit het applaus gekregen dat elke voordrager verdient. En ze hebben nooit hun kindjes bij de hand gehouden en voorgefluisterd van ‘een kusje hier, een kusje daar – gelukkig nieuwjaar!’ (waarbij het kindje in kwestie waarschijnlijk al dagen de tekst in huis aan het opdreunen was, maar op het moment suprême toch liever onder de tafel lijkt te kruipen).

Kortom: they are missing out!

 Een jaar geleden, op 1 januari 2015, wenste iedereen ons een extra goed jaar toe, want het zou een tijd worden van grote veranderingen. Dat was erg spannend – Watermannen kunnen niet zo goed met veranderingen om, naar het schijnt. Maar 364 dagen later, op oudjaar, voelde ik iets van droefheid, dat we 2015 aan het wegtellen waren. Als afscheid nemen van een goede vriend. Want wat een vriend is 2015 geweest! Verrassend, overweldigend, met momenten stresserend, maar ook fantastisch, vrolijk, warm. De langverwachte ooievaar kwam niet alleen bij ons langs, maar ook bij een aantal mensen die ons zo nauw aan het hart liggen. Sommigen keken al zo lang uit naar zijn komst, anderen iets minder lang, maar daarom niet minder sterk.

Wij stapten op het vliegtuig richting US, anderen stapten in het bootje richting WIJ. Zij deden dat in stijl en met een geweldig feestje.

Manlief zag een item van zijn bucket list waarheid worden toen hij voor het eerst (en voor het ‘tweeds’) als peter werd gevraagd. Er werden huizen gekocht/verbouwd, knopen doorgehakt, nieuwe jobs gevonden, promoties gehaald, feestjes gegeven, droomreizen gemaakt en nog veel meer.

Samengevat: 2015 was een goeie vriend. 2016 is nu nog een nieuwe, onbekende kennis. Ik wens dat het voor iedereen die we graag zien ook een goeie vriend wordt. Dan zuchten we allemaal diep op 31 december, met iets van spijt dat het jaar voorbij is, en leggen we onze brief klaar voor de volgende morgen –

 

een snuifje liefde, een lepeltje feest,

een vracht van ‘dat-is-hier-nog-nooit-zo-plezant-geweest’

de prachtige dagen die je graag boekt

de stevige schouder, de steun die je zoekt

veel goeie vrienden, een klein lief gebaar,

ondanks de kater is het briefje klaar

en kan ik je wensen, 

Gelukkig Nieuwjaar!

 

Boston, 1 januari 2016.

Wat zo fijn is aan België

Disclaimer: dit is een heimwee-post. Enige meligheid kan niet uitgesloten worden.

Er is natuurlijk heel veel fijn aan België. Maar 8 dingen komen meteen in me op.

  1. Mijn vrienden, familie, buren en collega’s. Wat ken ik toch veel leuke mensen in België.
  2. Het is leuk van mensen zelf te horen dat ze mijn blog lezen. En al eens moeten lachen! Hoera! Compliment van de maand: ‘jij schrijft nog goed seg’. Laat ik even  de verbaasde toon negeren.
  3. Lekker eten. België is toch het meest onderschatte culinaire hoogstandje van Europa? Van de eenvoudigste stoemp en mosselen met goei frietjes tot al die driesterrenrestaurants, chocolade, kazen, … voor elk wat wils en altijd smakelijk. Zoals een Franse vriend van me ooit zei: het is verbazend dat er nog slanke Belgen zijn!
  4. Tijd nemen om te genieten van al dat lekker eten. Aperitiefje, voorgerechtje, hoofdgerecht, dessertje, koffie en daartussen gezellig kletsen met de mensen van punt 1.
  5. Naar de dokter gaan en niet bang zijn van de rekening. Ik apprecieer dat sociaal vangnet steeds meer nu ik er even niet meer inpas.
  6. Ik ken er de centjes en de muntjes. Ik hoef er niet per ongeluk expres altijd met een biljetje te betalen om al die kopertjes niet te hoeven bestuderen.
  7. Onze katjes zijn er. En ze leerden onze happy baby nu al een beetje kennen (t.t.z. Scotty liep nog steeds in een grote boog om terwijl Janie kopjes gaf).
  8. Vertrouwdheid. Voelt als onder een dekentje zitten met een romige chocomelk.

Ter compensatie zit er niks anders op dat me hier te installeren onder een echt dekentje bij mijn twee ventjes met een kopje troost. Gemaakt met brokjes pure Côte d’Or, zorgvuldig in warme melk gedompeld. Ahh, comfort food – comfort and food, two of my favorite things.

Bewolkt. Met kans op regen.

Een week. Zeven dagen. 168 uren. Omgevlogen zijn ze. Misschien lijkt dat ook zo omdat we genoeg activiteiten hadden om een maandje mee te vullen.

Op donderdagmiddag landden we in Zaventem, na twee nachtvluchten en een happy baby die flink geslapen had – en als hij niet sliep, was hij vrolijk aan het vertellen. Goed, voor de passagiers die een oog dicht wilden doen, was dat vertellen misschien ook niet zo aangenaam (toegegeven, zijn verhalen zijn moeilijk te volgen en de pointe laat nogal op zich wachten), maar het is beter dan huilen. Mama en papa hadden toch een negental minuten geslapen door in half comateuze toestand tegen het vliegtuigraam te hangen of met het voorhoofd op de vuilste plaats van het vliegtuig te liggen (neeee…. da’s het opklaptafeltje he). Behoorlijk verkreukeld en met een berg koffers waar zelfs manlief met zijn 192 cm achter verdween, kwamen we aan in Zaventem. Een fantastisch welkomscomité stond ons op te wachten, dat helpt bijna beter dan koffie om weer even helder te zien (bijna).

En dan ons weekje België. Zo veel lieve vrienden gezien, leuke familie, toffe collega’s – check, naar een spetterend trouwfeest geweest- check check, het was prachtig. Ik zou het op hormonen kunnen steken, maar wie krijgt het nu niet moeilijk als je bij twee mensen staat die elkaar gewoon zo graag zien? En wie staat er niet te blinken als zoonlief in zijn überschattig kostuumpje inclusief Ciske-de-rat-pet overal complimentjes oogst? – ontroerde schoonzus en fiere mama CHECK!

Dan: de klop van de spreekwoordelijke hamer krijgen in de vorm van de onappetijtelijke cocktail van oververmoeidheid, jetlag, buikgriep, koortsaanvallen en zondag zo mottig als een krab in bed doorbrengen – jammer genoeg check (voor alle duidelijkheid: er kwam geen alcohol aan te pas in deze cocktail).

Uit eten geweest – check, en heel wat van mijn ‘to eat when in Belgium’-lijstje kunnen afkruisen, zoals mosseltjes, koninginnehapje en gewoon een goed boke met brie. Dat kan smaaaaaaken!

In ons eigen bed geslapen – zoooooooooo onbetaalbaar!

Onze katjes geknuffeld- dubbel check, maar ze worden duidelijk goed verzorgd, dus daar hoeven we ons geen zorgen over te maken.

Langs Kind & Gezin voor een vaccinatie – check, en ventje was heel flink!

Maar natuurlijk is er altijd tijd te weinig, en dus is er ook een lijstje met mensen die we niet hebben kunnen zien – schuldgevoel – of die we te kort hebben kunnen zien – nog schuldgevoel. En dan nog die kleine kwestie van de achterbuurman die plots een 2,5m hoge schutting op de perceelsgrens plaatst en als argument om dit zonder overleg te doen aanhaalt ‘dat onze buren dat vroeger ook niet hadden gevraagd’. En hij was meester in de rechten dus wat gingen wij eraan doen misschien? Oh-oww zien wij eruit alsof we daardoor onder de indruk zijn? Ja? Dat zal dan misschien door onze wallen komen. Please don’t be fooled. Dus – ook nog boos.

En dan alweer afscheid nemen, ik ben daar geen held in. Een vriendin in het buitenland zei me dat heimwee standaard een jaar duurt. Dus als dit vervelende gevoel voorbij is, zijn we alweer terug. Ja, we weten dat we naar een gezellig appartement terugkeren, waar we graag zijn, maar toch… Ja, we betrapten onszelf erop te zeggen dat we dit of dat moesten doen ‘als we thuis waren’ in Boston, maar toch… Ja, en we zijn vaste gebruikers van Skype geworden en da’s toch leuk dat we elkaar dan kunnen zien, maar toch…

Toch kan je wat je het meeste mist niet meenemen in je valies.

Toch voelde ik me bij het vertrek als het Belgisch weertje – bewolkt. Met kans op regen.

Screen Shot 2015-10-16 at 07.19.08