Groene vingers, deel 2

Een tijdje terug vroeg ik me af of je groene vingers kan kweken. Ik heb in elk geval mijn stinkende best gedaan. Ik heb mijn mini-kruidentuintjes omringd met liefde, frisse waterneveltjes en elke ochtend en avond met een nieuwsgierige blik over elke groene millimeter die was verschenen.

De potgrond en de grotere potjes om elk stengeltje zijn ruimte te geven, waren aangesleept. Ik begon erin te komen, googelde al enthousiast ‘hoe kweek je een avocadoplant uit een pit’ en hing nauwkeurig de pit aan drie tandenstokers boven een glaasje water.

Waarschijnlijk was eind mei niet meteen het ideale moment om aan de slag te gaan met zaden en fragiele scheutjes. Waarschijnlijk kwam de hittegolf van de voorbije dagen niet als geroepen. Waarschijnlijk heb ik het water onder de avocado toch niet voldoende ververst.

Het enige wat op de pit groeide, was schimmel.

En mijn kruidenplantjes, die zien er zo uit:

plantjes

Groene vingers? Groen lachen, ja.

Het is geen Pasen, ik verwacht geen wederopstanding.

Toch staan die potjes er zo al enkele dagen. Manlief zwijgt wijs, hij weet dat ik even tijd nodig heb. Morgen ruim ik het op, echt.

Maar weet je wat het ook is?

 

Deze vrijdagavond voel ik wel wat als mijn tijmscheut.

8 gedachtes over “Groene vingers, deel 2

Geef een reactie op tifosanele Reactie annuleren