In de krant – deel 2

Terwijl ik de hele verhuis en reis naar huis nog aan het verteren ben – een noodzakelijke stap voor erover geschreven kan worden – heb ik het lijstje waarover Amerikanen zich in Europa verbazen, verder aangevuld. Deel 1 met de puntjes 1 t.e.m. 6 vind je hier.

 

7. Wij moeten wachten op onze rekening. Soms moeten we zelfs opstaan om ze te gaan vragen

Dat is waar, ik ben in België al een paar keer moeten overgaan tot de ‘kijk-ik-doe –mijn-jas-aan-pas-op-ik-wandel-naar-de-deur’-truc om de rekening te krijgen. In Amerika ligt die al op tafel wanneer ze het dessert brengen. Nee, er wordt niet gevraagd of je nog een koffietje wenst. Misschien omdat ze dan weer gratis refills moeten geven?

 8. Onze melk staat uit de koelkast en toch worden we niet ziek

Hier had ik helemaal niet bij stilgestaan, tot de Amerikaanse vriendin met de nodige argwaan vroeg of wij inderdaad melk gewoon in de kast lieten staan. Mijn eerste reactie was dat de bus echt wel in de frigo staat, maar toen besefte ik dat de voorraad inderdaad gewoon twee maanden in de garage kan vertoeven. Het blijkt aan het verschil te liggen tussen de Amerikaanse pasteurisatie en de Europese UHT. Tussen twee haakjes, zowel manlief als ikzelf werden lactose-intolerant in Boston. Ik dacht nog dat het aan de zwangerschap lag, maar dat zoiets ook besmettelijk zou zijn, leek me sterk. We wijten het dan ook aan de andere behandeling van melkproducten, en kopen braafjes lastosevrije melk en yoghurt, om niet verder bij te dragen aan het broeikaseffect.

9. We mogen vloeken op de radio

En ‘shit’ hoeven we niet ‘the S-word’ te noemen.

10. We hebben ongelooflijk veel betaald verlof

Een gemiddelde Amerikaan moet het rooien met 10 dagen, ofte twee miezerige weekjes per jaar. Het is dan ook niet gek dat ze nog niet veel van de wereld hebben gezien. Of Europa ‘willen doen’ op tien dagen. Zwangerschapsverlof is trouwens niet federaal geregeld, elk bedrijf mag er zelf over beslissen. Het minimum is acht weken, onbetaald. Maar, zo vertelde een Amerikaanse me, toen ze mijn verbaasde smoel zag, je krijgt dan wel je job terug als je opnieuw start, hoor. OOOOOHhhhh, maar dan is het goed! Hartelijk bedankt!

11. Sommige mensen hebben geen auto

Dit punt moet ook plaatsafhankelijk zijn – in Boston is het eigenlijk logisch dat je geen auto hebt. Om te beginnen is de verzekering enorm duur, is er amper parkeerplaats en kost een uurtje parkeren in de stad zo maar eventjes 25 dollar. En als we er niet geraakten met het degelijke openbare vervoer, huurden we een auto voor een paar uurtjes.

 

12. Bijna iedereen weet hoe zijn oven werkt

… en gebruikt die dus niet enkel om nog wat spullen in te bewaren. Een andere trend duikt dan weer wel op, nl. een ‘soevit’. Jaja, ik heb het drie keer gevraagd, het bleef klinken als ‘soevit’. Tot ik het zag, en begreep dat het om een ‘sous-vide’ ging, een warmwaterbad, zodat je je vlees zachtjes tot perfectie kan laten garen. Het is nu even hip, maar heel ver gaat die keukengekte niet. In een land waar ‘zelfgemaakt’ betekent dat je zelf het pakje hebt opengeknipt, mag het niet verbazen dat de meesten nog nooit een staafmixer ‘in ’t echt’ gezien hadden. Ze komen daar dan ook zelden voor in het wild.

In de krant – deel 1

‘Je staat in de krant’, stuurde een vriend me recent als berichtje. Met daarbij een foto van een tekst uit De Standaard. Nu was ik me niet bewust van enige heldendaad van mijnentwege, noch van krantwaardig schandelijk gedrag, dus het was met grote nieuwsgierigheid dat ik de foto bestudeerde.

Het bleek om een artikeltje te gaan, getiteld ‘Rare jongens, die Europeanen’ waarbij 12 punten werden opgesomd die Amerikanen vreemd vonden aan Europa. Neen, ik had het niet geschreven, maar ja, het was wel een onderwerp dat in mijn pen zou kunnen leven. Ik heb hier al rondgevraagd naar clichés over Europeanen namelijk, in de hoop wat stof voor een blogpost te kunnen verzamelen. Helaas kwamen de meesten niet verder dan de gewone clichés als  ‘Fransen zijn snobs’ en ‘Duitsers zijn strikt’.

Nu was deze lijst opgesteld aan de hand van blogs van Amerikanen, die door Europa reisden en zich verbaasden over die kleine dingen die telkens nét anders zijn. Nu is België niet ‘heel Europa’ en Boston niet ‘alle Verenigde Staten’ maar het loont de moeite het even af te checken met onze dagelijkse beslommeringen (hier deel 1, van 1 tot 6. Binnen enkele dagen verschijnen vragen 7 t.e.m. 12).

 

  1. Europeanen ontbijten slaapverwekkend saai.

 

Recent hoorde ik een moeder zuchten dat het niet evident was om altijd drie gezonde maaltijden op tafel te zetten. Vooral dat warm ontbijt was een ellende. Warme havermout is toch écht wel een minimum en ‘gelukkig’ bestaan er kant-en-klare oplossingen zoals wafels, wafels met een kipfilet tussen of de Kellogg’s breakfast sandwich (twee pita’s met een omelet, spek en spinazie tussen) die je allemaal in de vriesafdeling van elke supermarkt vindt.

Pardon? U eet gewoon een boterham of een koffiekoek? De Amerikaanse varianten daarvan zijn echt niet om over naar huis te schrijven, helaas. Magere vleeswaren, buiten kip- en kalkoenfilet, zijn niet te vinden en op de gekookte ham staan dingen als ‘slechts 15% water toegevoegd’. Of nog beter, op een soort rosbief voor op de boterham: ‘10% karamelkleur toegevoegd’. Geen wonder dat ze dat hun kinderen niet willen aandoen.

kellogs

  1. Onze Europese koffies zijn belachelijk klein.

En ze zijn vaak niet eens mee te nemen. Ellende troef dus! Al moet ik toegeven dat ik de gratis refills wel ga missen. Al is dat enkel en alleen omdat je drie keer moet bijvullen om een Europese hoeveelheid caffeïne binnen te krijgen. Zo goed als iedereen loopt te slurpen uit een gigantische beker, of handige waterfles-met-inklapbaar-teutje. De angst voor dehydratatie is blijkbaar reëel.

 

  1. Onze belegde broodjes zijn zo goed als onbelegd.

Inderdaad, op onze belegde broodjes ligt gemiddeld één tot twee sneetjes kaas. Of ja, een sneetje hesp. Of allebei. Dat valt in het niets tegenover het pak ham of de blok kaas die hier tussen de witte boterhammetjes worden geduwd. Elke keer moet manlief vragen om 90% van het beleg er weer af te halen. Om helemaal voor gek versleten te worden, want wie wilt er nu niet een half varken op het blaadje sla vinden?

IMG-20160526-WA0009

Manlief krijgt lunch aangeboden op een congres

  1. Onze winkels zijn zo goed als nooit open.

Oh, wat ga ik de Amerikaanse openingsuren missen! Op zondagavond 20u op het gemakje inkopen gaan doen? Geen probleem! Thuis sluit de bakker op de middag – toen beseften we dat we niet meer in een stad woonden.

 

  1. In Europa zijn geen bag boys en je groenten weeg je zelf.

Toch even nuanceren. Je kan hier ook je eigen groenten wegen. Alleen kan dat tot een acute migraine-aanval leiden. Er is geen duidelijk scherm met fotootjes van de groenten en het fruit. Er zijn codes. Die codes staan ergens, verborgen op het prijsplaatje. Of niet. Een doorwinterde schattenzoeker die het niet opgeeft na de courgettes, de paprika’s en een tomaat of drie.

Dat iemand je boodschappen voor je inpakt, kan inderdaad handig zijn. Het gaat wel vlotter. Maar hoe goed de mannen (en madammen) van de Colruyt ook leren stapelen, de bag boys (en ladies) hebben niet dezelfde cursus gevolgd. Néé alsjeblieft niet de melk bovenop mijn verse kruiden. En de eieren mogen van boven, dank je wel.

Je zal ook steeds zien dat de inpakker (of zakkenvuller? Klinkt toch verkeerd…) steeds een pauze neemt als ik aan de beurt kom. Al zal de kassier dan mee helpen inpakken, ik zie het in de Delhaize niet zo snel gebeuren.

 

  1. Onze obers verwachten geen fooi, maar zijn wel onvriendelijk

Eerlijk? Ik vind dat fooi-systeem stresserend. Wanneer wel, wanneer niet? Hoeveel? De pizzajongen die mijn bestelling brengt, die doet toch gewoon zijn werk? Moet ik hem belonen omdat hij de doos niet heeft laten vallen? En dat er zo maar even 15 tot 20% bij de rekening komt, is soms wel even slikken. Nu is het voorstel op tafel gegooid om obers gewoon beter te betalen, in plaats van echt af te hangen van fooien omdat ze ocharme $2/uur verdienen. Ik stem in elk geval al voor!

 

(hier het originele artikel)

http://www.standaard.be/cnt/dmf20160517_02293060