Kinderpraat #4

Eén van de meest fantastische dingen aan een vierjarige vind ik de ontwikkeling van humor en creativiteit. Oeps, dat zijn twee dingen. Nu ja, ze hebben beiden te maken met mijn volgende lijstje: enkele uitspraken van krullenbol, die ik noteerde om ze zeker niet te vergeten.

Hier zijn ze dus, een greep uit de kleuterpraat van onze 4,5-jarige krullenbol.

Ik: doe je je schoenen aan, schat?
K: Maar ik kan dat niet.
Ik: Jawel, doe de plakkers open, dan kan je het zelf.
K: Maar dan ga ik zweten, en ik ben net gewassen.

*Ik doe handcrème op*

K: Wat is dat, mama?
Ik: Dat is voor handen, schatje.
K: Maar wij hebben toch al handen?
Ik: Ja, maar dat is om zachte handen te krijgen
K: Ah, is dat dan voor papa’s?

*wijzend op mijn arm*

K: Heb je daar bloed op je arm, mama?
Ik: Oh nee, schat, dat is een moedervlekje
K: Ik heb dat niet he, mama. Ik heb kindjesvlekjes.

*’s Avonds, aan het spelen*

Ik: schat, wil je dat opruimen alsjeblieft?
K: Mama, ik kan niet alles tegelijk!

*Ziet kindje lopen met twee mannen*

K: Heeft dat kindje twee papa’s?
Ik: Dat kan. Sommige kindjes hebben twee papa’s, sommige kindjes hebben twee mama’s.
K: en sommige kindjes hebben twee kindjes.

*Met neefje op de achterbank*

Ik: we gaan nog een brief op de bus doen.
K: Maar bussen rijden toch, hoe gaat je dat dan doen?

Liggen allebei gedurende twee minuten dubbel.

*Ziet volgend bord – *

Kijk mama, het kasteel is gesloten!

.

.

Je ziet, ik leef met een echte komiek. Soms zie ik de punchline aankomen, maar vaak ook helemaal niet. Ik sta nog vaak verbaasd over hoe dat koppetje werkt!

Een kersverse 4- jarige

Deze morgen werd je wakker toen ik zachtjes je kamer binnen kwam om ‘Happy Birthday’ te zingen.

Je ogen sprongen open en voor alle zekerheid vroeg je het toch nog maar eens: ‘Ben ik nu 4 jaar?’.

Ja, mijn lieve schat, vandaag word je vier jaar. Vier jaar, da’s echt al groot.  Je telt er nu al zo lang naar af, maar vandaag is het zover!

Het spoor van ballonnen viel je meteen op. Je lachte luid toen de hele living versierd bleek. Wauw, een kroon, overal slingers, ballonnen en kaartjes!

Maar, wat zit er onder dat witte doek daar?

Jaaaaaaa, het is die grote fiets waar je al zo lang van droomde! Met een bel, en een poot en twee remmen en alles erop en eraan!

Vandaag brachten we je allebei naar school, met een grote doos vol versierde cupcakes (ja, een klas van 27 kindjes, daar is mama eventjes zoet mee geweest!). Iedereen die je tegenkwam mocht het weten: Jij bent jarig vandaag! En je hebt een grote fiets gekregen!

Ik weet dat je een super dagje tegemoet gaat met al jouw vriendjes, en vanavond eten we pizza. Zaterdag volgt dan het échte feest.

Maar lieve schat, 2 april of niet, met jou is het eigenlijk elke dag een feestje. Het is zo ongelooflijk om jou te mogen zien opgroeien, te zien bijleren. Het is ongelooflijk wat een sprongen jij maakt – letterlijk én figuurlijk.

Vier jaar geleden ging onze mooiste wens in vervulling. Wat hebben wij uitgekeken naar je komst, jarenlang. Héél soms, als we durfden dromen, dachten we: ‘wie weet, wie weet, mogen we ooit mama en papa worden. En wie weet, wordt het wel kindje met blonde krulletjes’.

Daar denk ik nu zo vaak aan. En dan ben ik zo dankbaar dat jij er bent.

Van in het begin was het voor mij duidelijk: wij, met ons drietjes, wij doen dit samen. Wij zoeken het samen uit, dat baby-gedoe, de moeilijke momentjes, het slaapgebrek, de borstvoedingsperikelen, de frustraties, de woede omdat het koekje gebroken is.

En dat doen we nog steeds. Al leidt dat soms tot een aanpak die niet iedereen ideaal vindt. Niet straffen, maar bespreken. Niet afzonderen, maar aanhalen. Niet roepen, maar rust doorgeven. Niet minimaliseren, maar serieus nemen.

Voor ons voelt dat goed, voelt dat alsof we het samen aanpakken. Ik hoop dat jij er later ook met een warm gevoel op terug kijkt, op dat nest van ons.

Als ik jou in één woord zou moeten omschrijven, zou het – buiten schattig natuurlijk – ‘goed’ zijn. ‘Flink’ zeggen je juffen, maar ik zou dat anders noemen.

Jij bent zo intrinsiek goed, dat je altijd de regels wilt volgen, en anderen erop aanspreekt als zij dat niet doen. Dat je je zorgen maakt dat bloemen dood gaan als je ze plukt, dat je je het niet kan voorstellen dat je iemand expres zou pijn doen. Dat je je eigen doekjes uitleent als ik zeg dat ik ergens pijn heb. Dat je andere kindjes helpt als zij iets niet kunnen wat jij wel onder de knie hebt.

Soms denk ik dat we je ook nog wat ‘scherpe randjes’ gaan moeten leren, maar dan bedenk ik me dat de wereld daar vanzelf wel voor zorgt.

Daarom kan ik alleen maar blij zijn dat jij zo enthousiast wordt van… ja, van bijna alles eigenlijk. Van spelen, van turnen, van samen bakken, van samen boodschappen doen, van kleuren, van diertjes, van auto’s, van treinen, van cijfers en sinds kort ook van letters.

Jij slorpt alles op als een spons en verbaast ons elke keer met wat je oppikt en meeneemt.

En ja, dat perfectionistisch trekje, waarbij je kwaad kan worden als iets dan niet van de eerste keer lukt, of niet goed genoeg naar jouw mening… dat is een spiegel, je hebt niet alleen de krulletjes van mij geërfd, vrees ik.

Ik vond drie een heerlijke leeftijd. De ontwikkeling van jouw humor is geweldig. Je verhaaltjes die altijd langer werden, die onverwachte gedachtesprongen of links die je soms legt. Je voelt je sneller op je gemak in een groep. Je ontwikkelt je eigen smaak in kleren (jammer genoeg niet altijd datgene dat mama dan net zo leuk vond).

Ik kijk al uit naar dat volgende jaar.

Gelukkige verjaardag, lieve schat. Vier jaar, da’s echt al groot.

Vakantieplannen

Eens het stof op de nieuwjaarsbrieven is neergedwarreld, begint het zo al wat te kriebelen.

En dan, bij het eerste straaltje zon van januari, weten we het wel zeker: het is tijd om vakantie te plannen!

Vader en zoon in toscane, aan het wandelen bij zonsondergang

Ondertussen staan er al een paar fijne uitstapjes op de kalender.

Begin maart ga ik met mijn schoonzusjes en schoonmama naar Londen (Londen, baby!), in juni gaan we met vrienden een paar dagen naar Stockholm (Stockholm, baby!), en dan hebben we nog die goeie vriend die trouwt met een Litouwse schone (eeeuh… Vilnius, baby! Ja, dat hebben we ook moeten googlen).

Ik ben nog nieuw in de wondere wereld van het ‘kampjes-gebeuren’. Het heeft een paar honderd berichtjes op de ‘mama-chat’ geduurd (zoals: wat gaan jullie doen met de krokus, wie gaat er naar de wildgym, wat denken jullie van kleuterkantklossen e.d.) maar ondertussen zijn we zelfs daar op de kar gesprongen: zoonlief is al ingeschreven voor een turnkampje. (Excuses aan de mensen die grijs haar krijgen van het woord ‘kampje’, voor mij is dat een kamp waar je niet blijft slapen).

Maar dan… die negen weken in de zomer overbruggen, met onze tegen-dan-vierjarige! De rondreismicrobe steekt wel weer de kop op (geen antibiotica tegen bestand), maar met onze actieve krullenbol moeten we toch rekening houden met voldoende ‘rust- en leef-je-uit-tijd’.

Ik wil ook graag nog eens onbekende oorden opzoeken. Scandinavië misschien? Of eens een minder bekend deel van Italië, Frankrijk, Duitsland?

Of gewoon toch naar de Belgische kust, je kan tenslotte niet beter zitten als het mooi weer is. Maar ja, wie zegt dat het mooi weer gaat zijn?

Gelukkig hebben we nog even tijd, en is het gewoon ook wel leuk om na te denken over de zomer. Tegelijk lijkt het me wel nodig om iets vast te leggen…

Hebben jullie al vakantieplannen dit jaar? Nog tips voor een vakantie met een actieve kleuter?

Kleuterpraat #1

Eén van de meest fantastische dingen aan een driejarige vind ik de ontwikkeling van humor en creativiteit. Oeps, dat zijn twee dingen. Nu ja, ze hebben beiden te maken met mijn volgende lijstje: enkele uitspraken van krullenbol, die ik noteerde om ze zeker niet te vergeten.

Ik probeer zoveel mogelijk op te schrijven, maar af en toe raken we in zo een absurde discussie – want ik zou durven zeggen dat ik ook enige creativiteit en improvisatietalent bezit – dat het niet samen te vatten valt.

Maar vaak doe ik toch een poging. En als ik dan terugblader in die notities, valt me op hoe fel zijn taal erop vooruit gegaan is, alleen al het laatste half jaar. Ongelooflijk.

Hier zijn ze dus, een greep uit de kleuterpraat van onze 3,5-jarige krullenbol.

 

*over de kat*

I: Waar is Janie?

K: Janie is weg mama. Ze is op vakantie met het vliegtuig. Zo vloog ze weg.

I: En waar is ze naartoe?

K: Naar het park. En de marktplaats.

 

*wijst naar zijn buik*

K: Dat is Doda. Doda is mijn buik. En hoe heet jouw buik?

(geen idee eigenlijk, we zijn niet zo’n goeie maatjes)

 

*Maakt een tekening en krabbelt er dan overheen*

Dat is de hond die je niet kan zien.

 

*We gaan pannenkoeken bakken*

K: Ik wil een eitje afbreken.

Of, op een andere keer

K: ik wil een eitje plukken.

 

I: Nog één keer slapen en we gaan je tractor kopen.

*Legt zich op de grond met zijn ogen dicht*

K: ik heb één keer geslaapt!

 

*In de zomer*

I: Kom schatje, de zon schijnt, ik smeer je in op je tractor.

K: Neen mama, niet op mijn tractor smeren!

 

*’s Avonds buiten op het terras*

K: Mama, de maan is heel hoog. Ik kan er niet aan.

I: Nee dat klopt, schat, de maan is echt heel heel hoog. Onze armen zijn te kort.

K: Ja.

Denkt even na.

Papa, wil je mij oppakken?

 

*Eet een hele sappige peer, het sap druipt op de grond*

K: Oh nee, mijn peer smelt.

 

*Hij kan ergens niet aan*

K: Mijn arm is heel super klein.

 

*Laat een scheetje*

K: Pardon voor mijn poepje.

 

*Maakt een proestgeluid*

K: Mijn mond liet een protje

 

*Drie stappen van het vakantiehuisje*

K: Oh nee, wij zijn gedwaald!

 

*Er liggen allemaal blokjes op de grond*

K: Hier ligt krullenbol. Ik heb die gemaakt.

(Hij had een ‘sneeuwengel’ gemaakt in de blokjes).

 

*Sinterklaas*

K: De pieten hebben zo veel rommel gemaakt, dat er een mandarijn in mijn schoen was, mama!

 

*in de auto*

K: Mama er zit een beer achter ons!

I: Oei, maar ik geef gas, en ik rij 50km/u, zo snel kan de beer niet.

K: Deze wel, hij heeft rolschaatsen aan.

bear-422682_1920

 

En met dat beeld…. Wens ik jullie een prettige avond!

 

 

Eerdere uitspraken lezen?

Een kleutercrisis in het openbaar? Dit deed ik

Ik sta aan mijn auto op de parking van het kinderdagverblijf, en mijn zoon krijgt een crisis. Een tantrum, zoals ze dat in het Engels zeggen. Een epic tantrum, zoals ik dat zou zeggen.

peuter

Ik heb hem net opgepikt na een dagje spelen waarop alles normaal verlopen is, volgens de verzorgsters. Hij was blij om mij te zien.

Maar toen.

Toen viel er een verdwaalde regendruppel op zijn schoen. En die maakte een vlek. Een VLEK mensen!

 

ALL. HELL. BREAKS.LOOSE.

 

Hij huilt hard en de tranen biggelen over zijn wangen. Geen sprake van dat hij met KLETSNATTE schoenen in de wagen stapt. Nee. Hij blijft wel hier, alsjeblieft, dankjewel. Hij blijft hier wel naast de auto zitten.

Omkopen met een koekje? Moeder, wat denk je wel? Zo goedkoop is ie niet hoor.

 

Ik zou hem kunnen zeggen dat hij moest ophouden met huilen. Ik zou kunnen sussen (of een poging doen). Ik zou boos kunnen worden, en roepen. Ik zou hem in de autostoel kunnen wringen (toen kon ik dat nog).

Maar dat deed ik niet.

Wat ik wel deed? Het enige dat hielp – ik deed niets.

 

Ik ging een halve meter van hem zitten, en zei dat als hij een knuffel wilde, hij het maar moest zeggen. Ik raakte hem niet aan. Ik keek niet zijn kant op.

Er passeerde mensen. Die keken, ja. Maar ik schaamde me niet. Waarom zou ik? Omdat mijn kind overprikkeld is na een drukke dag? Omdat hij dat mag uiten? Omdat ik hem de tijd geef om te razen?

Nee, daar schaam ik mij niet voor.

kind alleen

Dat is een parel van een tip die ik zou geven aan kersverse ouders – voor zover iemand tips van mij zou willen.

 

Niets doen is soms het beste wat je kan doen.

 

Mijn zoon was iets rustiger geworden, aanspreekbaar. Ik vroeg of hij een knuffel kon gebruiken. Hij knikte. Ik nam hem op schoot, we zaten zo nog even. Toen vroeg ik of we samen naar huis konden gaan. Hij knikte weer, en ik zette hem zonder moeite in de autostoel.

Dit heeft alles bij elkaar een paar minuten geduurd, en ik kwam- redelijk opgetogen – thuis met een vrolijk kwebbelende peuter. Denk je dat roepen, dreigen, en forceren, tot een beter resultaat hadden geleid?

Ik ook niet.

 

Lees bij Misses Lee Blogt mijn gastblog in de reeks ‘Bewust maar niet perfect’ met de vijf andere supereenvoudige mantra’s die me al ontelbare keren hebben geholpen bij pittige ouderschapsmomentjes! Omdat iedereen soms wel een reddingsboei kan gebruiken in de stormen van onze kinderen (en van ons!).

boei

Hoe ga jij om met een crisis van je kind in het openbaar?

Een eerste schooljaar

Op weg naar huis in de buggy is het even genoeg geweest.

‘IK WIL NIET NAAR HUI-UI-UIS!

 

Ik zet me aan de kant van de weg en leun op een paaltje.

 

‘Okee, schatje.’

 

We staan daar. Een paar minuten. Tot zijn storm gaat liggen.

 

Ik snap het wel. Het is veel geweest. Het is de laatste dag van het schooljaar – zijn eerste laatste dag- en niets was vandaag zoals daarvoor. Er werd gedanst op de speelplaats, gezongen, en een erehaag gemaakt voor de leerlingen van het zesde, die afscheid namen van de school.

 

Heel fijn. Heel luid.

 

Een grote vakantie, hoe groot is die? Twee maanden, hoe lang duurt dat? En wat nu?

 

Lijken me vragen als je drie jaar bent, toch?

 

Zijn eerste schooljaar heeft uiteindelijk niet zo heel lang geduurd. Hij mocht eigenlijk in november vorig jaar al beginnen. Maar zo net 2,5 jaar, dat leek ons zo jong. We hadden al besloten dat hij in januari op school zou starten. En misschien zou ik dan twee maanden halftijds ouderschapsverlof kunnen opnemen, om bij hem te zijn bij die grote overstap.

 

Want we verwachtten wel dat het een grote overstap zou zijn, voor ons klein, gevoelig mannetje. Die net zoals zijn mama niet zo fantastisch tegen verandering kan.

 

Maar goed, alles liep dus anders. Ik werd ziek, kon er helemaal niet voor hem zijn zoals ik dat wilde en al snel werd beslist zijn start op school op te schuiven. Op de crèche stak hij dan wel met kop en schouders boven iedereen uit, hij amuseerde zich te pletter en ging nog steeds graag. Zelfs al viel hij van de loopfietsjes omdat zijn benen te lang werden.

 

Na de paasvakantie en zijn derde verjaardag stond zijn nieuwe rugzakje klaar.

IMG_2925

En zoals ze dat dan zeggen: hij was er klaar voor.

 

Hij had geen enkel ongelukje in de klas. Hij rende naar de school. Hij gilde van pret als de bel ging. Hij vond ‘tunere’ super want dan mocht je ‘heel hard lopen en ver springen en met een stok op een bal slaan’ (waren wij al enigszins bezorgd over de veiligheid in de gymles, bleek dit om een schuimrubberen ‘noodle’ te gaan).

 

Hij snapte dat dit een volgend hoofdstuk was.

‘De blauwe poort [van de crèche] is dicht, he mama. Nu is de oranje poort open’.

 

Na twee weken was het oudercontact. Op zich heel grappig om dan al te gaan, maar we waren alle twee paraat (én nerveus!). Hilarisch om te zien hoe een man van meer dan 1m90 zich op die kleine kleuterstoeltjes plooit. Maar ook papa wilde geen woord missen.

 

Heel pienter. Vriendelijk. Altijd enthousiast. Wat gevoelig. Ligt goed in de groep.

 

Eerlijk gezegd snap ik niet dat mensen met kinderen nog buitenverlichting plaatsen – ik straal voldoende denk ik.

 

Maar vandaag, na twee en een halve maand, was het eerste schooljaar voorbij.

En daar moet iedereen weer even aan wennen, om de batterijtjes op te laden.

rawpixel-463437-unsplash

Weekendje aan zee met Superheld

Een weekendje aan zee. Wat tijd met ons drietjes. Ja, daar waren we wel aan toe.

De wagen werd vakkundig vol gehesen, de koelkast werd aan een kritisch oog onderworpen en slechts twee uur later dan we hadden gepland, zetten we koers naar de kust.

 

Het was al even geleden dat we deze driedaagse met drie vastlegden, en dat we besloten om naar het appartementje terug te keren waar we vorige zomer een fijne week doorbrachten. Immers, het ligt vlak aan het strand, het heeft een groot balkon en er is meer dan één vork in de keuken te vinden. En zo lang ik me kan herinneren, staat naar de zee gaan gelijk aan rust, ontspannen en genieten.

 

Pas twee weken geleden begon het me te dagen, dat het wel eens confronterend zou kunnen zijn.

Dat het niet alleen het appartementje is waar we een leuke vakantie hadden, het is ook het appartementje waar we een leuke vakantie hadden, vóór de hemel op ons hoofd viel, en het zes maanden nacht werd.

 

En opeens werd alles zo dubbel.

 

Dus ja, ik had stress. En niet alleen omdat er evidentere zaken zijn dan inpakken met een klaterende kleuter in de buurt. Ik had stress omdat ik dacht ‘wat als…’

 

….wat als de zee níet meer gelijk staat aan rust? Wat als het gelijk staat aan de ramp die je niet zag aankomen?

… wat als ik de zetel alleen herken als de plek waar ik een jaar terug misselijk zat te wezen – en blij was met die mottigheid, want ‘dat was zo’n goed teken tijdens een prille zwangerschap’.

… wat als ik alleen kan denken aan die voorzichtige hoop die we voelden, en die zo afschuwelijk is neergemaaid?

 

Stress.

 

We gingen wandelen op het strand. Alleen ‘wij drietjes’, zoals krullenbol dat zo mooi zegt.

Ik hield twee paar sandalen in mijn handen- één paar maatje 27 en één paar maatje 47 en luisterde.

 

Ik luisterde naar die grote schat van mij die vertelde hoe de zee soms dichtbij is, en dan weer veraf. Hoe er in dat laatste geval plassen en riviertjes worden gevormd op het strand. Hoe die grote vogel een meeuw wordt genoemd en dat die net een visje uit een plas had gehaald.

 

  • Een MEEUW, niet een LEEUW! Die pootafdrukjes zijn van een MEEUW!
  • Neen, deze zijn van een hond, niet van een olifant. Een olifant houdt niet van zand.

 

Ik luisterde naar de uitleg over de schelpjes, en dat die hele lange ‘messen’ worden genoemd. Hoe wormpjes zich in het zand graven en een worstje achterlaten.

 

Onze krullenbol was in een ‘superman’-fase. Hij heeft zo’n 76 keer ‘out of the blue’ik ben superheld’ geroepen, en dan in de lucht gegooid wat hij op dat ogenblik in zijn handen had (of het nu zand, een schelpje of zijn pet was). Blijkbaar is zijn superkracht heel hard dingen gooien, aldus manlief. We lachten.

 

Superheld draagt zand naar de zee. Met een geel schepje. Water dragen naar de zee, daar heb ik van gehoord, maar zand? Bijzonder, heel bijzonder.

 

Zoals Superheld natuurlijk.

 

En toen verdween de stress. En wist ik het wel. De zee, dat blijft rust. Wat niet mocht zijn zal niet de overhand nemen. Wat er is, dat telt.

 

Dus ik glimlachte bij de raad van grote schat aan kleine schat: met kwallen word je best geen vriendjes.

 

Ook goed advies voor je verdere leven, lieve Superheld.

IMG_3921

De kleine poëet werd drie!

IMG_2982

Het was zo ver, krullenbol werd drie jaar. Ik vond het prachtig. Toen hij 1 werd, kon ik het niet geloven.  Op zijn tweede verjaardag dacht ik ‘nu al?’. Maar zijn derde verjaardag kwam zo mooi op tijd. Als je boven de meter uitsteekt, en tot 20 telt, in het Nederlands en het Engels, dan kan je gerust drie worden. Dat past.

 

Het was mooi weer en hij wees op de lucht vol ‘vliegtuigstreepjes’. Bij de mama ging het dagen – peuters, dat zijn kleine poëten. Woorden die passen, maar niet bestaan, die worden uitgevonden. Zoals toen hij wat langer in bad had geplonsd en hij plots ontzet naar zijn vingers keek. ‘Ja, je vingers hebben rimpels, maar straks komt dat weer goed’, zei ik. ‘Ja, het zijn vimpels’, zei hij, nog steeds niet helemaal gerust gesteld.

‘Wij moeten misten’ – die ochtend dat je geen hand voor ogen zag, maar we er wel door moesten.

Of toen hij mij plaagde door mij aanhoudend ‘protkusjes’ te geven en ik de beste acteerprestatie ooit neerzette door te doen alsof ik het niet zo leuk vond en riep ‘waarom, waaaarooooooom?’. Hij stopte, keek even omhoog, en haalde zijn schouders op terwijl hij zuchtte ‘waarom, waarom, wat is waarom?’. Tja, dat weet zelfs mama niet!

Zijn verjaardagsfeestje was een groot succes. Er waren ‘kadookjes‘ en er was taart en het was zo heerlijk gezellig. ‘Waarom kreeg je eigenlijk een feestje?’, vroeg ik.

‘Voor mijn driejaardag’, zei hij vrolijk. Want ik ben ‘driejaardig’.

 

Volgend jaar zal het nog mooier zijn –

 

Een ‘vierjaardag’ vier je niet elke dag.

party

 

Twee gezichten van augustus

Zo een roze plumeau met hele veertjes, samengehouden op een bamboestok.

Ik vond die vroeger onweerstaanbaar zacht, maar dat is niet de reden waarom ik er nu eentje zoek. Ik zou er de stofpluksels mee weg vegen, de webben die zich geweven hebben over mijn blog de laatste weken.

Augustus was een hele vreemde maand. Eentje met twee gezichten.

Zomer, ja, maar tijdens onze staycation in België was daar met momenten weinig van te merken. Onze nieuwe tuinmeubels werden in het begin van de maand geleverd, en hebben al meer staan verdampen dan dat ze bruikbaar waren. Soms speet het me, dat we toch niet de zekere zon hadden opgezocht.

Vakantie, ja, en daar hebben we zeker van genoten, vooral van de extra tijd met onze kleine man. Hij was het zonnetje, ook als het buiten goot. We gingen samen zwemmen, we speelden met de trein, we gingen wandelen door de velden en ontdekten daar maïs, koeien, fietsers, steentjes en ander leuks.

Maar tegelijkertijd voelde ik me niet goed. Ik was moe. Zoals ik al moe was sinds begin juni. Op een manier die me wat beangstigde, met een vermoeidheid waar ik mij niet kon ‘uit-willen’, waar geen cafeïne tegenop kon. Dus ik sliep. Samen met ons ventje deed ik vaak een dutje. Het was tenslotte vakantie…

die eindigde in nogmaals ondersteboven gehaald worden door een virus, rotzooi allerhande, lage bloeddruk en een week op de zetel. Ik voelde me soms niet meer als mezelf.

Op het werk ontplofte er een bommetje, ik kreeg dat nieuws via een berichtje en probeerde er verder niet te veel bij stil te staan. Niet piekeren, niet piekeren. Vakantie, vakantie.

Een vakantie waarin ook zo veel moois gebeurde. Kleine reusje ging met rasse sprongen vooruit. Opeens kon hij tot tien tellen – al is ‘ves’ wel een bijzonder getal tussen vijf en zes. Groen, blauw, rood, geel, paars, bruin, zwart, wit – hij benoemde dat out of the blue correct. Zijn zinnen groeiden met gemiddeld 2-3 woorden. Hij kent zonder overdrijven minstens 75 dieren. Hij sprak opeens van ‘mijn’ en ‘jij’ (toegegeven, het antwoord op de vraag “doet mama dat of ga jij dat doen”, is soms nog wel ‘jij dat doen’). Even knipperen en onze peutert leek elke dag meer op een kleutertje. Mama zo fier.

En niet te vergeten: ik werkte stevig aan mijn bucket list. In het voorjaar vertelde een vriendin me dat K’s Choice wilde optreden met een koor, en dat je je kon opgeven om daar deel van uit te maken voor twee concerten. Geen zangervaring vereist, alleen graag zingen.

Ik twijfelde. Ik zing zo graag. Alleen betekent dat onder de douche, in de wagen. Maar K’s Choice…. Al meer dan een half leven fan. ‘Cocoon crash‘ (een CD) heeft toch wel een groot deel van mijn tienerjaren ingepalmd.

Na een duwtje van manlief, schreef ik me in. Vijf dagen workshops volgden in augustus, voor we op 26 augustus effectief op het podium achter Gert en Sarah Bettens stonden, en optraden in De Singel in Antwerpen.

Ik vertel hier graag een andere keer meer over, maar HET WAS GEWELDIG. Geweldig en overweldigend. De energie die vrijkwam, bij mij, bij de 239 andere koorleden, bij de coaches, bij de leden van K’s Choice … zou drugs zo voelen?

Ja, augustus – een maand met twee gezichten.

Ik leerde minstens 1 belangrijke les: je kan niet piekeren en zingen tegelijk.

muzieknoot