Onze vakantie 2019 – het vertrek

‘Zo, alles past erin’.

Het is dankzij uren en uren Tetris dat manlief zo goed geworden is in ons halve huishouden in de auto krijgen. Tenminste, dat denk ik dan.

Bij het voorbereiden van een reis hebben we een vaste taakverdeling. Ik zorg dat alles geregeld is (de buurvrouw komt de katjes eten geven, de plantjes staan samen om water te krijgen, de sleutel van de brievenbus ligt klaar) en dat alles er is – wat vaak betekent dat ik al weken lijstjes aan het maken ben, na heel wat onderzoek een nieuwe autostoel koop, de postvrouw elke dag minstens drie online bestellingen langsbrengt (aftersun, zwembandjes, soldenkoopjes want nu blijk noch ik noch Krullenbol nog shortjes te hebben die passen)

En Manlief zorgt dat alles mee kan. Ja, ook de bak met speelgoed. Ook de twee ventilatoren. Ook de grote nieuwe elektrische koelbox. Ook onze hoofdkussens, want elk vakantiebed valt beter mee als je op je eigen kussen kan pitten. Ook de tien flesjes bier die we meenemen als cadeau voor Franse vrienden die we pas over twee weken gaan zien. Ook een oversized opblaasbare eenhoorn. Enfin ja, de essentials, je hoort het al.

De dagen ervoor waren aftellen en tandenbijten. Het was hoog tijd, voor ons allemaal. Manlief was moe, Krullenbol werd kregelig en ik had elke dag wel iets nieuws: hoest, lopende neus, buikkrampen, een nek die vast zat, hoofdpijn door de nek die vast zat…

Ik weet het, ik weet het, nog even volhouden’ zei ik aan mijn lijf. Het grommelde eens en zorgde dat de kinesist ook de rechterkant van mijn gezicht moest losmaken. ‘Ik heb lang genoeg volgehouden, wie niet horen wil zal voelen’, leek het antwoord.

Het was dus geen opgave om om 3u30 op te staan die vrijdagochtend. Om de laatste spulletjes uit de koelkast te vissen en weg te steken. Om ons ventje in zijn pyjama over te hevelen naar zijn autostoel. Zodat we om 4u20 finaal onze oprit afrijden.

De vakantie is begonnen. Jawel.

.

Uiteindelijk doen we 20 uur over 1350 km. Er lijkt geen einde aan te komen. Maar eerlijk: we hebben er ons weinig in opgejaagd. ‘We komen er, ooit’, zeiden we tegen elkaar, als de GPS nog maar eens een uur optelde, of het zoveelste ongeval op de weg aankondigde.  En zo kwamen we er dus inderdaad, om half één ’s nachts.

De vakantie is begonnen. Jawel.