Sneeuw

Elk jaar opnieuw komt het er wel eens van. Op zich is het dus niet eens zo uitzonderlijk.

En toch.

Elk jaar opnieuw vind ik die eerste sneeuw… bijna magisch.

Er dwarrelen bevroren vlokken water naar beneden. En alles wordt wit.

En ja, in België betekent dat ook dat het halve land op zijn kop staat, vervoersmiddelen massaal in staking gaan, we een paar ton zout de natuur in kappen, het nieuwsbericht alleen daarover lijkt te gaan…

Maar als ik dan naar buiten kijk, is het alsof de winterplooien zijn gladgestreken.

Alles klinkt stiller, als er een tapijt ligt.

Het licht is anders.

Alsof sneeuw het ene vasthoudt, en het andere weerkaatst.

Als je dan nog een zonnetje krijgt, en je helemaal ingeduffeld naar buiten stapt, klaar om je voetafdrukken achter te laten op de wereld –

– dan kan je toch niet anders dan denken

‘Die winter is zo slecht nog niet’.

Tot het de volgende dag geen licht lijkt te worden, alles vol smurrie ligt, en het de hele tijd drasht. Dan denk ik als bij toeval andere dingen (*niet voor publicatie*).

Houden jullie van de sneeuw?

Advertenties

30 dagen zonder klagen?

Vorig voorjaar deed ik mee aan een aantal uitdagingen, zoals Dagen Zonder Vlees en 40 dagen bloggen.

Deze winter is mijn uitdaging van een ander kaliber.

Maar de 30 dagen zonder klagen zag ik wel passeren.

Op zich vind ik het een interessant initiatief, al was het maar om mensen ervan bewust te maken dat er met momenten veel afgezeurd en gezaagd wordt over kleine dingen die er eigenlijk niet toe doen.

Maar wat verstaan we onder klagen? Het feit dat het zowat de donkerste december en januari waren in tijden, en dat dit op het humeur en vitamine D-gehalte van mensen slaat, is een gewone vaststelling, toch? Blijkbaar heeft de zon zich 11 uur laten zien in december, maar ik denk dat ik toen net sliep.

Goed, we kunnen het eens proberen. Vorige week werd ik weer opgenomen in Gasthuisberg, en ook deze keer was er geen privé-kamer vrij. Niet minder dan drie dames passeerden als ‘roomie’ de revue tussen maandagochtend en woensdagnamiddag. Elk brachten zij hun eigen verhaal, stress en verdriet mee.

Maar okee, waar me dat de vorige keren heel erg raakte, kon ik het nu iets beter afblokken.

Moeilijker af te blokken was het geluid van stenen die werden doorgeslepen, drie dagen lang, op de werf vlak naast mijn raam.

En na het geluid van de slijpschijven, was het de pomp van de chemo die elk uur van de nacht in alarm ging, zonder aanwijsbare reden.

Alweer, ik wil niet klagen, dit zijn feiten, toch?

Nog een feitje: de tweede dame bleek op een straat van mijn ouderlijk huis te wonen, en de hele familie van mijn moeder te kennen, zijzelf en mijn grootouders incluis. Ze bleken zelfs op dezelfde school gezeten te hebben! En terwijl ik mezelf steeds minder graag zie in de spiegel (wie is dat bleke, opgezwollen, afgewassen patiëntje?), zag zij de trekken van mijn ma – en dat is bij de mooiste complimenten die ik kon krijgen.

En een laatste feitje: mijn lievelingsoom is niet meer. Zijn afscheid was op woensdag, terwijl ik nog aan een infuus hing. Ik kon er dus niet bij zijn, wat me veel verdriet heeft gedaan. Gelukkig besliste ik de tekst die in mijn hoofd gegroeid was sinds ik het smsje van mijn nicht kreeg, neer te schrijven, en wilde mijn zus het voorlezen. Ik denk dat ik daarin heb weergegeven hoe we onze tonton zullen herinneren: als de liefste, vrolijke, en grappigste nonkel die je je kan voorstellen. Zo was ik er toch nog een beetje bij.

Maar klagen? Nee joh.

Wicked storm

Vanmorgen kreeg ik een berichtje van de vriendin die een jaar geleden een heel fijn weekend bij ons in Boston doorbracht. De link die ze doorstuurde, verwees naar een krantenartikel waarin een grote storm in Massachusetts werd aangekondigd.

Meer dan een halve meter sneeuw wordt er verwacht. En wij wandelden toen in een licht truitje over de Freedom Trail en maakten zonovergoten foto’s in de Harvard Yard.

‘Ik voel een blogje over het weer in Boston opkomen’, schreef iemand anders me, die de blizzard ook al aangekondigd had gezien.

Er valt inderdaad wel iets te vertellen over dat weer in New England, dat in de tussenseizoenen zo verschrikkelijk variabel kan zijn, dat je gerust temperatuursprongen van 20°C op 2 dagen kan verwachten.

Zoals toen mijn schoonouders ons kwamen bezoeken. Op vrijdag genoten we van een lentezon tijdens een wandeling, de jassen vakkundig onderin de buggy gepropt, de volgende dag vierden we de verjaardag van het kleine ventje met een matig weertje, en de dag daarop viel mijn ‘happy birthday’ voor het grote ventje stil omdat ik niet kon geloven dat er 20 cm sneeuw was gevallen.

Maar eigenlijk wilde ik helemaal niet over Boston schrijven, laat staan over het weer.

Vandaag was zo’n dag waarin je wat opgeslokt wordt door administratie, regeltjes, documenten. Ik probeerde me daardoor te worstelen én ondertussen goed gehumeurd te blijven – en niet evidente opdracht. Bij het zoveelste kopje koffie dat ik ging bijtanken, stond ik even in de keuken en keek door het raam.

En plots was het daar. Niet de tuin aan die keuken, met de hagen en het grasveld. Het verdween, het ritselde weg, zoals de vertrekuren op dat grote bord in de hal in de luchthaven van Zaventem – de bordjes kantelden en er verscheen iets anders.

Daar was ons uitzicht, vanuit ons appartement. De treurwilgen die Grigg’s Park omranden, waar ons ventje zo vele uren heeft gespeeld. De elektriciteitsdraden die de eekhoorntjes laten oversteken, de palen staan scheef, maar dat lijkt niets uit te maken.

De parking beneden aan ons gebouw. De rustige straat waar we pizza’s lieten leveren om ze in het park op te eten (want: “pizzas can’t be delivered to a park”. Dat weten we dan ook alweer). De daken van de appartementsgebouwen op Beacon street.

In de zon. Met herfstkleuren. Onder de sneeuw. Met nieuwe blaadjes.

Vandaag mis ik Boston, en mijn uitzicht. Sneeuwstorm en al.

sneeuwstorm

Ijs Ijs baby

In Ijsland hebben ze een gezegde.

‘Bevalt het weer je niet, wacht dan vijf minuten’.

Het had helemaal over Boston kunnen gaan. OK misschien is vijf minuten overdreven, maar ‘what a difference a day makes’.

Manlief geeft het liefst het voorbeeld van die ene week in de herfst dat hij élke werkdag een andere trui of jas aanhad. Omdat het weer elke dag zo grondig anders was. Ikzelf heb al verteld van de sneeuwstorm, vier dagen nadat ik op kerstavond mensen in sandalen en t-shirt zag winkelen.

Misschien moet ik eerst nog even vertellen dat manlief en ikzelf een paar weken geleden besloten de loopschoenen van onder het stof te halen om de conditie een schop onder de kont te geven. Het is niet de eerste keer dat ik besluit de winter door te joggen. Ik heb gejogd in regenvlagen waarbij ik na een half uur geen droge vezel meer aan m’n lijf had. Ik heb gejogd op een Finse piste omdat alle andere wegen een ijspiste waren geworden. Ik heb gejogd op een 1ste  januari terwijl ik zelf in een sneeuwmadammetje veranderde. Ik was van mening dat er geen slecht weer bestaat, alleen slechte/onaangepaste loopkledij.

 

En toen kwamen we naar Boston. En ging ik ‘Start to runnen’.

Dus goed, tijdens de vorige sneeuwstorm heb ik één dag gewacht met de training tot de voetpaden waren schoongemaakt. En ja, ik heb voor kerst een speciale muts gekregen die ook je mond en neus verbergt zodat ik geen ‘ice cream headache’ meer krijg (kan volgens mij ook dubbelen voor minder legale doeleinden). En verder wilde ik vooral niet flauw doen.

Tot vorige week. Manlief keek naar het weerbericht en zei: Oh wauw, zaterdag en zondag wordt het 14°. De lente komt eraan! En dan ik: euhm lieverd…. Dat weerbericht stelt ook dat het nu momenteel 39° is. Het is in Fahrenheit. Je weet wel… waar water bevriest op 32°? (Manlief heeft er drie lange verwonderde seconden over gedaan om daarna diep ohhh-owwww te zuchten.)

 

En inderdaad: oh owwww… zondagvoormiddag was het -23°C. Maar dat zegt niet alles. Boston staat ook bekend voor zijn hevige wind, die het allemaal nog wat frisser doet aanvoelen. Je wilt dus ook echt de wind chill factor kennen, hoe die -23° aanvoelt. Wel, dat was -42°C.

Screenshot_2016-02-14-07-49-14

Bij -42°C krijg je bizarre conversaties. Zoals: ‘ik ga mijn haar pas wassen nadat ik brood ben gaan kopen, want ik wil niet dat het bevriest’. En: ‘mijn neus doet pijn omdat mijn neusharen bevroren zijn’. En: ‘ik heb water in de lucht gegooid en het kwam als sneeuw naar beneden’ (daar hebben we jammer genoeg geen filmpje van).

 

Die dag heb ik besloten wat voor jogger ik ben. Ik wil geen watje zijn dat zeurt over het weer. Ik wil niet elke sneeuwvlok aanhalen als excuus om in de zetel te blijven zitten. En ik wil niet bibberen omwille van wat vrieskou. Maar mijn grens is -20°C. Dat dan weer wel.

 

Ps- Gisteren was het -10°C. Vandaag is het +12°C. Een verschil van 35 graden in twee dagen dus. Zwéten mensen, zwéten.

Sneeuw

Een tijdje terug las ik een artikel waarin de vraag werd gesteld waarom stormen en orkanen altijd vrouwennamen krijgen. Hier zijn ze er in elk geval van afgestapt, want vorig weekend maakten we kennis met Jonas, de sneeuwstorm die een groot deel van Midden- en Oost-Amerika van een wit tapijt voorzag.

Mensen werden opgeroepen hun generator in de aanslag te houden, voorraden in te slaan en vooral binnen te blijven. Boston lag gelukkig enkel op de grens van het sneeuwfront, bij ons begon het op zaterdagavond te sneeuwen en lag er zondag zo’n 15 cm te blinken onder een staalblauwe hemel met zonnetje.

Geen stormtaferelen dus zoals elders in de States, of zoals hier vorig jaar. Iedereen die we hierover al hoorden, spreekt van de ergste winter in 50 jaar.

Het begon te sneeuwen in januari/februari en elk weekend was er wel een storm, wat al snel opbouwde naar sneeuwhopen van anderhalve tot twee meter hoog. Mensen zijn echt getraumatiseerd, zijn waarschijnlijk nu nog in hun slaap aan het sneeuwscheppen (want: na elke sneeuwval heb je maar een beperkt aantal uren om de stoep vrij te maken… it’s the law).

De foto’s van vorige winter zijn behoorlijk hallucinant: mensen die in witte gangen lijken voort te bewegen, waarvan je alleen de bovenste helft, in een donzen jas geduffeld, boven de sneeuwmuur ziet uitkomen.

Mensen naast een witte berg, hun auto. Auto’s die moeten uitgegraven worden. Die mensen waren op weg naar hun werk. Want de stad valt niet stil omdat er een sneeuwvlok is gespot. Het openbaar vervoer blijft rijden, en het aantal sneeuwdagen voor scholen is in die drie maanden dat alles letterlijk ondergesneeuwd was, beperkt gebleven tot zes.  Dus die 15 cm dit weekend, met temperaturen die met het vriespunt flirten… tja, dat is bijna strandweer voor de inwoners van New England he.

Wij toch blij dat we ons ook al donzen jassen hebben aangeschaft. Ik had er namelijk coupons voor*.

*Hey niet lachen, de jas van manlief, 450 dollar zo maar even, heeft er nog 85 gekost!