2 december: een half leven met jou

2 december 1999

Gisteren heb je tijdens de film mijn hand vastgehouden. Mijn hart sprong zowat uit mijn lijf. Ik heb niets meer van de film gezien, maar bleef schijnbaar geïnteresseerd star naar het scherm staren.

Na het praten op je kot, waarbij ik je alle mogelijke signalen stuurde, had je me bij het afscheid nog steeds niet gekust. Dus deed ik dat maar, heel snel, om daarna gauw weg te lopen, helemaal assepoesterig, naar mijn pompoen –euh, auto.

Vandaag kus ik je weer. Maar geen van beiden loopt weg.

2 december 2003

We zijn samen afgestudeerd en wonen onofficieel samen op een klein flatje in Leuven. Ik ben een paar maanden aan het werk op Buitenlandse Zaken. Het werk is onnoemelijk saai. Ik ben ondertussen een aggregaat aan het volgen, om lessen wetenschap in het middelbaar te kunnen geven.

Jij verdedigt vandaag je doctoraatsvoorstel voor een jury, en hoopt op een beurs. We gaan samen lunchen om te vieren dat het vrij goed ging. Ik zweer dat een doctoraat niets voor mij is.

2 december 2007

We werken allebei aan ons doctoraat, en wonen sinds vorig jaar in een ruim appartement in Leuven. Tien dagen geleden werd mijn mama niet meer wakker. Ik ben helemaal kapot, maar zo dankbaar dat jij haar ook goed gekend hebt. Jij bent mijn rots in een hele, hele donkere tijd.

2 december 2011

We zijn nog niet lang terug van een hemelse huwelijksreis in Thailand, en houden het gevoel van wittebroodsweken levend in ons huisje. We mogen ons allebei doctor noemen. We dromen van een kindje. Mijn rugpijn blijkt een serieuze hernia te zijn.

2 december 2015

We vragen MJ, onze nanny/babysit om een paar uur langs te komen en op onze acht maanden oude schat te letten. Wij gaan uit eten in Brookline centrum, onze thuisbasis sinds een half jaar. We houden van Boston, van ons leven daar, en van elkaar. Maar niet van de Vietnamees waar we gaan dineren. Amerika en goed eten, het blijft een uitdagende combo.

 

2 december 2016

We raken zo langzaamaan gewend aan opnieuw in België zijn. Jij hebt je droomjob te pakken, ik keer terug naar het bedrijf waar ik daarvoor al werkte. Er blijkt heel wat veranderd, en niet altijd in mijn voordeel. We dromen van een broertje of een zusje voor onze krullenbol.

 

2 december 2017

Ik zit midden in de loodzware chemobehandeling voor een mola zwangerschap – iets waar ik tot voor deze zomer nog nooit van gehoord had. De laatste maanden zijn we bedolven onder een tsunami van slecht nieuws – het leek altijd maar erger te worden.

Over twee dagen moet ik weer 50 uur aan een baxter gaan hangen in het ziekenhuis, maar vanavond eten we sushi.

 

2 december 2018

Een rustig weekend is welkom: jij hebt het superdruk en ik moet wat bekomen van mijn derde week opnieuw aan het werk, na een jaar ziekteverlof. Krullenbol rust uit van een week in de klas. De klas vindt hij heerlijk. Wij vinden krullenbol heerlijk. Ik ga joggen want ik kan dat opnieuw. Ik speel met onze schat, want ik kan dat opnieuw. We koken samen, want… ja.

Dromen hebben we nog altijd, illusies iets minder. 19 jaar zijn we samen vandaag, letterlijk een half leven. Mijn verhaal telt evenveel hoofdstukken zonder jou als met jou.

 

Vanaf morgen zijn er méér bladzijden met een gouden randje.

Want schat, daar zorg jij voor, elke dag.

boeket bloemen

 

 

 

 

***Het idee voor deze flashback post kreeg ik van Trijnewijn.

 

 

Jij stond niet altijd aan mijn zij: 7 jaar getrouwd

samen

Mijn lieve schat,

Als dit jaar op zijn laatste beentjes loopt, zullen we een half leven samen zijn. En vandaag, op 15 oktober, zijn we zeven jaar getrouwd.

Ik zocht op welke huwelijksverjaardag dat is. Papier, kant, berkenhout,… ik vind het grappig om dat te weten.

De meningen zijn verdeeld. Het is dons, wol, of koper.

Wat tekenend. Zacht, en hard.

Zo waren ze wel, die voorbije jaren. Zacht, en hard.

 

Het was niet zoals ik me had voorgesteld. Helemaal niet. Wij zijn allebei planners, maar plannen maken heeft zo weinig zin gehad. Alles liep anders, en vaak was het enige wat wij konden doen ‘rolling with the punches’.

Er is zo veel gebeurd, die voorbije jaren. Het is bijna niet te overzien.

Maar één constante steekt er boven uit.

Die 15de oktober kwam je me halen, bij ons thuis. Ik kwam van de trap en de hele dag stond je aan mijn zij.

En alle dagen daarna ook.

ballonnen

Of nee, dat is niet waar. Je stond niet altijd aan mijn zij.

 

Toen ik geopereerd werd aan mijn rug, en acht maanden amper uit de voeten kon, stond je niet aan mijn zij.

Je stond overal. Je runde het huishouden, je zorgde voor boodschappen, eten, je bracht me naar de kine. Samen met oefeningen en tijd, bracht je me er bovenop.

En toen ik drie miskramen kreeg op acht maanden tijd, stond je niet aan mijn zij. Je hield mijn hand vast, je hield mijn schouders vast, je hield mijn hart vast, toen het klaar was om in stukken te vallen. En samen met tijd, lijmde je het weer zo goed als het kon.

En op onze allermooiste dag, toen ons allermooiste geschenk geboren werd, stond je niet aan mijn zij. Je zat achter me, op een stoel, en ik zat op een kruk tegen je aan. Samen met mij zag je hem voor de eerste keer. Dat prachtig wezentje dat ons ouders maakte, eindelijk.

Al die nachten dat hij huilde, dat ik borstvoeding gaf, toen stond je niet aan mijn zij. Je stond naast de wieg, klaar om hem op te pikken, te knuffelen, te verschonen en dan aan mij te geven. Zodat ik me kon bezig houden met voeden en nog eventjes verder slapen.

En toen we voor een broertje of een zusje gingen, en ik ziek werd, in een nachtmerrie terecht kwam die maar niet leek te eindigen, en chemo nodig had, toen stond je niet aan mijn zij.

Je zat tegenover me in het ziekenhuis, uuuuuurenlang. Je combineerde een uitdagende job vol verantwoordelijkheid, met alle verantwoordelijkheid over ons kleine gezinnetje. Je zorgde voor ons allemaal – misschien enkel te weinig voor jezelf – gedurende al die maanden.

 

Lieve schat, al die jaren, zo zacht en hard zijn ze geweest. Als dons en koper. En jij was er. Niet altijd aan mijn zij, maar altijd waar je nodig was.

 

You will forever be my always.

 

Dank je wel.

 

Ik hou van je.

quote always

Waarom ik 3 Valentijntjes heb

Goed, het was dus Valentijn en wij waren dat allebei compleet uit het oog verloren. Maar niets dat een grote portie sushi ’s avonds niet goed maakt.

Ondanks onze algemene plan om niet mee te gaan in de commercie van 14 februari, vond ik het wel fijn om na te denken over de liefdes in mijn leven. En ik kwam tot de conclusie dat ik niet minder dan drie Valentijntjes heb.

Want hoewel de voorbije maanden zo donker waren, in alle opzichten, waren er nog steeds momenten waarop ik manlief ‘zag’ zoals ik hem al mijn halve leven mag zien. Als ik op zijn schouder lag tv te kijken, na een rustige dag thuis. Als hij zonder dat ik iets vroeg die chips meebracht, die ik lekker vond (en die ik at onder het excuus dat ze mijn bloeddruk misschien wat konden verhogen). Als hij niet lachte met mijn toch wel redelijk belachelijk excuus van de bloeddrukverhoging. Als hij me kwam onderstoppen wanneer ik alweer om 21u in bed kroop, en zei ‘alweer een dag dichter bij beterschap’.

Je zegt het wel, je meent het wel, die ‘in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid’. Maar op dat moment kan je je – gelukkig – niet voorstellen hoe het voelt als iemand naar je kijkt, naar dat lijf dat afziet, er niet uitziet, naar die zielige pieren die overblijven op je hoofd en zegt ‘je ziet er anders uit dan op onze trouwdag, lieve schat, maar ik zie je nog liever dan toen’.

Ik heb alle geluk ter wereld dat ik je vrouw mag zijn, lieverd. Jij bent mijn eerste Valentijntje.

loveis1

Mijn tweede Valentijntje is een blonde krullenbol van bijna 3 jaar, die af en toe met een brede glimlach meedeelt als hij in bed kruipt: ‘mama beneden bij papa nu. Mama niet ziekenhuis’. Of hij zegt: ik geef je TEN kusjes mama (hij telt in het Engels tegenwoordig, maar ik krijg er echt tien, luidop nageteld). Wat kijk ik ernaar uit weer meer energie te hebben om mee te kunnen doen, om mee te gaan wandelen, om mee te gaan winkelen, om er gewoon te zijn voor hem. Gelukkig ben ik nooit te moe voor een knuffel!

loveis2

Het derde Valentijntje is wat moeilijker. Want het is niet moeilijk om man- en zoonlief graag te zien, aangezien zij allebei van de geweldigste specimen zijn die er op deze aardbol rondlopen. Eerlijk gezegd, dat gaat vanzelf.

Maar mezelf… dat gaat niet vanzelf. Hoewel ik best wel fier ben op hoe ik dit horrorverhaal ben doorgekomen, is het een uitdaging om nu echt blij te zijn met wie me aankijkt in de spiegel. Of niet aankijkt in de spiegel, want je tanden poetsen kan je ook met een blik gefixeerd op je deo. En je omkleden kan perfect terwijl je naar de andere kant van de badkamer staart.

Ik heb een plan. Een plan om beter te worden. Het omvat voeding, vitamines, beweging, sociale contacten, veel rust en tijd. Ik maak van mij mijn prioriteit. Hashtag backtome. Terug naar mezelf.

Dat ik van mezelf nu ook mijn eigen Valentijn maak – ik geloof ook wel in ‘Fake it till you make it’.

 

But I will make it.

loveis3

Zondag Zoondag #9: papadag

Ze liggen samen in ons bed en ‘doen alsof ze slapen’. Af en toe maakt manlief overdreven snurkgeluiden, wat keer op keer getrakteerd wordt op een klaterende schaterlach. Zoon kruipt over zijn buik, halverwege snuift manlief volleerd en besluit: even een pampertje verversen. Waarna de gekkigheid gewoon weer verder gaat.

 

Alles aan het tafereeltje doet me in een flits beseffen dat die man, mijn unief-liefje, een papa is. Hij is iemands vader. In een oogopslag, lijkt het wel.

 

We zaten samen op de banken van de universiteit, en hij was me in die zee van 360 man al opgevallen. Die knappe grote jongen met zijn blonde haren, knalblauwe ogen, en lange wimpers. Ik had het over hem tegen vriendinnen. We wisten nog niet hoe hij heette, dus we noemden hem Sven Svensson, vanwege dat bijna Scandinavische uiterlijk.

 

Niet veel later was het raak.

Ik wist van dag 1 dat hij een goeie vader zou zijn. We waren 19 toen we elkaar leerden kennen, en hij had er al een leven scouts en scoutsleider opzitten. Hij ademde rust en verantwoordelijkheid uit. Elk familielid was overtuigd dat hij een goede keuze was, na hem vijf minuten gesproken te hebben.

 

Maar goed, we waren wel studenten. En studenten leiden een studentenleven. Hij ging slapen om 3 uur en sliep een gat in de dag. Hij reed met een vriend naar het zuiden van Frankrijk, stond op een brug en sprong eraf, wetende dat de elastiek hem zou terughalen – om daarna meteen weer rechtsomkeer te maken en de nacht door naar huis te rijden.

Hij viel in slaap tijdens de dierkundeles, op de schouder van het meisje naast hem (die dat niet zo erg vond). Hij ontbeet nooit. Hij kookte zelden op kot, behalve om diepvriespizza met extra salami klaar te maken. Hij droeg t-shirts met reclameboodschappen van Frituur Rudy.

 

We leerden elkaar beter kennen. Na drie maanden was ik al zo zeker: dit is ‘em. Hij legde me uuuuuuren biochemie en informatica uit. Grote broer van drie zussen, wist hij wat (niet) te zeggen bij frustratie en niet-rationele boosheid. Hij vond het niet erg dat pastasalade het enige was dat ik kon klaarmaken. Hij bouwde mijn zelfbeeld op met een stevig fundament.

 

We bouwden een huis en namen twee katjes. We vertroetelden ze ontzettend. We gingen vaak en ver op reis, keken marathonsessie ‘House MD’, en genoten van alles wat kon. Hij vroeg me ten huwelijk en we vierden onze mooiste dag 11 maanden later. Ik vond het heerlijk hem eindelijk ‘mijn man’ te kunnen noemen. En we beseften dat we misschien ook wel iets anders wilden vertroetelen dan pluizige viervoeters.

 

Zoals zo vaak liepen plannen niet altijd helemaal volgens plan. Maar drie jaar later werd onze liefste jongen geboren. En die namiddag, opeens, werd die student die zijn haar blauw verfde voor een weddenschap, en dan naar het examen moest (oeps), die praeses was bij de ‘Foute t-shirt’-cantus, die me meenam om pitta te eten op onze eerste date, een vader.

 

Hij stond op die brug, tussen voor en na, en zonder twijfelen sprong hij. Er was geen elastiek.

 

Hij trok zijn t-shirt – dat ondertussen geen reclameboodschappen meer bevat- uit en hield dat bolletje baby tegen zich aan. Hij keek naar mij met een nieuw soort liefde, dan naar 3,5 kg gloednieuwe mens.  Ik had hem nog nooit zo gelukkig gezien.

Het plaatje klopte helemaal.

 

En zo werd dat leven dat we jaren met twee deelden, een leven met drie. Een leven waarin we soms ook om 3 uur (opnieuw) gingen slapen. Waarin studeren niet altijd het antwoord bood. Waarin routine van de baan werd geveegd.

 

Hij deed de marathonsessies rond de tafel lopen, in de hoop de krampjes te verjagen. De man die 6 minuten voor de les begon, uit zijn bed rolde, hij stond altijd mee op.  Hij viel in slaap tijdens ‘House MD’, met een baby op zijn schouder, en niemand vond het erg. Hij wilde updates over elke maaltijd die hij miste.

 

We verhuisden naar Boston, en opnieuw bouwden we een nieuwe routine op. Waarin hij een topjob had, en toch op tijd thuis was voor het badje (in een badkamer van 3 vierkante meter) en het bedje. Hij balanceerde tussen werk en gezin als een volleerd koorddanser. Hij liet ons nooit vergeten dat wij op 1 stonden.

 

Het had effect. Zoonlief is gek op hem. Na ‘bal’ was ‘papa’ het tweede woordje. Het waren en zijn vier handen op één buik.

 

Vind je dat niet erg?’, werd me soms gevraagd. Maar hoe kan ik dit erg vinden?

 

Die twee mannetjes van me, samen in een bed, aan het schateren, dat is zoals het hoort.

 

De familie Svensson, prettig gestoord.

 

Gelukkige vaderdag, mijn liefste schat.

Ik had me geen betere papa voor onze krullenbol kunnen dromen.

IMG_0363

Hou(d)t

Om 7 uur liep de wekker af. En ik, ik was blij dat ik wakker werd. Betekende dat ik geslapen had. De waarschuwing van de fotograaf bleef in mijn achterhoofd hangen: wallen krijg je niet weg met Photoshop. Een boterhammetje met choco later – mocht wel na maanden van extra sporten en met de hele familie naar lagere cijfertjes op de weegschaal streven- stapte ik in de wervelwind van onze mooiste dag.

 

Ons verhaal begon meer dan een decennium daarvoor. Letterlijk in een andere eeuw, een ander millenium zelfs. Waarom dan nog trouwen, werd ons gevraagd. Dat maakt toch geen verschil meer uit?

 

Maar voor ons was dat wel het geval. Voor ons was dit na al die jaren, opnieuw kiezen voor elkaar.  Voor mij flakkert er nog steeds iets op, als ik hem ‘mijn man’ kan noemen. Een warm gevoel – iets dat klopt, dat juist is.

 

Plots is het vijf jaar later. Een houten bruiloft, is me verteld.

 

Ook die 15de oktober scheen de zon, was de lucht blauw en de herfst een prachtig decor. Tussen toen en nu ligt vijf jaar van alles wat ik in onze geloften heb aangehaald:

 

Lieve schat, ik wil je vrouw zijn. Ik beloof je trouw te blijven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid.

We hebben ons deel gehad, van die ziekte en kwade dagen, van de harde noten om te kraken. Soms dachten we dat we zelf zouden kraken. Soms leek de hele boom op ons te regenen.  Soms voelden we ons ver weg van elkaar, samen op de zetel.

 

Maar de mooie dagen, de rijkdom van vrienden en familie en een gezonde prachtzoon, die waren en zijn er ook.

 

En dat maakt dat ik enkele weken geleden werd betoverd door één zin, omdat het exact was wat ik over die grote man van mij denk. Of liever: voel. Na 17 jaar samen, na 5 jaar man en vrouw

 

Lieve schat

 

Al mijn later is met jou.

img_6391