Last battle

Het is begonnen, die laatste cyclus.

Na ontiegelijk lang wachten kwamen ze aan met alle zakken. Tot op het laatste moment bleef ik in spanning: ‘alle bloedwaarden zijn gekend, alleen je aantal witte bloedcellen nog niet’. En laat dat na de crash van vorige week, die de bitcoin zou doen blozen, nu het meest van belang zijn vandaag.

Maar zakken met zout water die worden aangerukt, dat betekent dat de chemo is voorgeschreven. En ze schrijven dat alleen voor als alle bloedwaarden goed waren.

En ja hoor. Heb je ooit. Witte bloedcellen stonden mooi op 4,2 (10*9/L), net boven het minimum voor gezonde mensen (vanaf 4, vorige week maandag stond ik op 0,8). Ik val vandaag binnen de grenzen van gezonde mensen, nou ja, voor dat ene dingetje dan. Maar da’s een begin he.

Ik voel het wel. Dat ik eens twee weken geen chemo heb gehad, voor het eerst in vijf maanden. Ik ben opgeklaard, samen met het weer. Net voldoende om weer terug te keren naar het ziekenhuis voor de volgende vijf zakken. Maar nu echt wel voor de laatste keer. En dan volgende week nog 50 minuten infuus, ook voor de laatste keer.

Zelfs op het moment dat ik dat schrijf, die ‘laatste keer’, trekt mijn oog een beetje. Trilt een neusvleugel. Klemt mijn kaak.

Zou het echt zo zijn? Ik kan het me niet goed voorstellen. Ik ben al zo lang in gevechtsmodus, ik probeer al zo lang dag per dag te bekijken en door te komen, omdat verder vooruit kijken alleen maar afgestraft werd met een angstaanval of minstens een paar uur serieus piekeren.

En nu dat niet meer hoeft, voel ik me als de Coyote die achter Road Runner aan zit, hij loopt en loopt en loopt, en boven de afgrond stopt hij plots. Hij kijkt nog even schaapachtig in de lens en poef! Daar gaat ie dan. En misschien krijgt hij daarna nog een aambeeld op zijn kop.

Ik wil stoppen met lopen en vechten, echt. Ik ben moe, mijn gezin is moe, het mag echt over zijn. Maar tegelijk ben ik bang om te stoppen. Want dan val ik. Diep.

Denk ik.

 

coyote
bron: value news

 

Advertenties

Tanden bijten voor gevorderden

Met een routine die eigenlijk pijnlijk is, pakken we mijn koffer in.

Ik weet ondertussen exact wat ik ga nodig hebben, en wat er toch niet nuttig is gebleken. Een scherp mesje om fruit te snijden, een grote waterkan om efficiënter water te kunnen drinken, de medicijnen die eigenlijk in het ziekenhuis voorzien zouden moeten worden vanaf dinsdagochtend  8u, maar waar dat meestal niet het geval is (dus dan neem ik ze zelf maar mee, kwestie van mijn lever niet onnodig te laten afzien), en een zak met mijn twee hoofdkussens in.

Ik draag losse sneakers omdat mijn voeten tegen woensdag zo opgezwollen zullen zijn dat andere schoenen niet dicht raken. Desondanks zit er lood in, vanmorgen.

Ik draag een gemakkelijke t-shirt waar ik in kan slapen en een bh waar de bandjes afkunnen, zodat ik geen hulp moet vragen om me om te kleden wanneer ik aan de chemo hang de eerste avond – na een paar keer een korte opmerking te krijgen dat dat niet echt de bedoeling was om je om te kleden als de chemopomp aanstaat, kreeg ik een aantal weken terug het verwijt dat ik goed genoeg wist dat dit omkleden, en dus even ontkoppelen van de chemo dat daarbij noodzakelijk is, absoluut giftig was voor de verpleging en ik dat blijkbaar doelbewust negeerde. Zo bracht ik hun gezondheid dus welwillend in gevaar.

Daar was ik even niet goed van, en ik bedacht dus een oplossing.

We vertellen zoonlief dat mama weer naar het ziekenhuis moet. Hij blijft er rustig onder. Vanavond kom je met oma bezoeken. En dan twee keertjes slapen en mama moet nooit meer gaan. Niet meer ziekenhuis. Weten wij veel dat dit gedoe tot op het allereinde rotverrassingen blijft bieden. ’s Avonds wordt hij huilend naar de lift gedragen want ‘bij mama blijven’. Krak, moederhart.

Deze achtste cyclus moet de laatste zijn, deze achtste opname ook.

Licht zenuwachtig hoor ik de vrouw aan de inschrijfbalie alweer mijn adres en telefoonnummer aframmelen. Ik heb ooit een keer vooraf gezegd ‘alles is hetzelfde gebleven hoor, sinds een week’ maar dat werd me niet in dank afgenomen. Ze vraagt nog eens mijn naam en geboortedatum. Geen kans dat je die hier ooit vergeet.

Er valt een pak van mijn schouders als blijkt dat ik een kamer alleen heb. Hoera! Dat scheelt zo ontzettend veel in extra stress. Geef me nu gewoon die vijf zakken chemo en dan kan ik woensdag naar huis.

Vier uur na het bloed nemen, komt de verpleegster langs. Dat ik al lang moet wachten, he. Maar dat dat komt omdat mijn bloedwaarden niet goed zijn. Mijn witte bloedcellen zijn enorm gezakt. Tot nu toe waren ze wel laag, maar stegen ze zelfs af en toe een beetje en was er geen enkel probleem. Maar sinds deze laatste cyclus zijn ze echt gekelderd. Naar onder de grens ‘goed genoeg om chemo te krijgen’. Nu willen ze de professor laten beslissen wat er moet gebeuren, maar die zit vast in het operatiekwartier. En dus moeten we wachten.

Twee uur later komt het verdict: de chemo wordt vandaag niet gestart. Ik krijg een spuit die mijn immuunsysteem moet boosten en morgen checken ze weer. Ten vroegste ga ik donderdag naar huis.

Ondertussen moet ik wel in het ziekenhuis blijven omdat ik administratief als ‘ingeschreven’ sta. Ik vind dat een enorm domme reden om niet in mijn eigen bed te slapen, maar krijg karma-gewijs meteen op mijn kop: 20 minuten laten zit ik te trillen onder mijn deken, en wijst de thermometer 38,3°C aan. Nu moet je weten dat ik zo goed als nooit koorts krijg, het is drie jaar geleden volgens mijn herinneringen. En al zeker niet een oplopende temperatuur die een half uur later 39,6°C bedraagt. Nieuw record!

Die koorts betekent wel dat ik antibiotica moet krijgen. Chemo zal er morgen niet bij zijn. Misschien ook niet de dag erna. Eigenlijk weten ze het niet goed, het is afwachten. Afwachten tot ik weer chemo mag krijgen. Mijn aftelkalender kan de vuilbak in.

Het is blijkbaar echt heel normaal dat je witte bloedcellen op een bepaald moment zo laag komen te staan, en het is verwonderlijk dat ik het zo lang heb volgehouden. Maar het voelt echt alsof je na een marathon op de laatste kilometer over je eigen tenen struikelt en stof moet vreten.

Allez lijf, je deed het zo goed. Ik weet dat ik veel op je gevloekt heb en niet meer in de spiegel kan kijken maar je bleef zo sterk. Was die laatste cyclus er echt te veel aan? Was dat net over je kantelpunt? Het spijt me echt dat ik je dit aandoe. Als dit ooit achter de rug is dan gaat al mijn energie naar beter worden, lijf. Ik beloof het. Terug vriend?

images

 

Hoe het allemaal begon? Met een droom van een broertje of een zusje die naar zware chemo leidde, via een zeldzame afwijking bij de bevruchting.

Lees de start hier

En later schakelde ik over van lichtere chemo naar zware.