Coming out in Aquamundo

Een paar dagen Centerparcs was net wat we nodig hadden. Eventjes weg, eventjes met ons drietjes. We hadden een VIP cottage geboekt, met een sauna in het huisje zelf, verse broodjes die elke ochtend werden geleverd en ander heerlijks.

Aangezien de zomer, of zelfs de lente, nog niet in de lucht hing, planden we vooral uitstapjes naar het subtropisch zwemparadijs Aquamundo. Krullenbol vindt rond fladderen in zo’n peuterbadje geweldig, en al helemaal als er een glijbaantje is. Bleek dat glijbaantje nu toch wel in de vorm van een olifant zeker. Het wordt niet veel beter dan dit, people!
Voor mij stelde dat zwembad meer dan één uitdaging.

  • Zo gaan zwemmen, ook al sla je zelf geen slag, is best vermoeiend. Ik wist niet zeker of ik dat allemaal wel ging trekken.
  • Natuurlijk valt er weinig te verbergen in zwemkledij. Ook die extra 10 kilo niet. Zéker die extra 10 kilo niet. Minder aangenaam als je je al niet geweldig in je vel voelt. Ik had nog een burqini overwogen maar dat vond ik er net wat over.
  • Een katoenen mutsje dragen is ook maar wat gek aan een ploeterbadje. Geweldige oplossing – of zo dacht ik – een badmuts. Niemand die gek opkijkt als je zo’n ding op je hoofd hebt in die setting. Dat liep niet helemaal zoals gepland…

 

We zijn gaan zwemmen. We zijn elke dag gaan zwemmen.

Hier is hoe ik die uitdagingen heb aangepakt.

 

Het energiepeil

Puntje 1 was te ontdekken. Het ergste wat er kon gebeuren, was dat ik eerder naar ons huisje zou terug keren, om daar een dutje te doen. Dat gebeurde niet. Het schateren van zoonlief gaf me voldoende energie om een uur of twee rond te spetteren en ontelbare keren te supporteren aan de glijbaan. Op een eventueel klein dipje waren ze helemaal voorzien want ze verkochten koffie aan het zwembad, dus ik zat gebeiteld.

 

Het zwempak

Bij uitdaging 2 was het dan eerder een kwestie van ‘zet je erover’. Na mezelf een keer of 162 gezegd te hebben dat het allemaal wel meevalt, en dat niemand iets kan verbergen in zwemoutfit, trok ik mijn zwempak aan (bikini is meer dan een brug te ver momenteel) en heb ik doorgebeten. Ja, er liepen mensen rond die op een kalender pasten. Natuurlijk valt je oog daar eerst op. Je ziet hoofdzakelijk wat je wilt en niet hebt. Maar ja, er liepen er nog véél meer rond die een heel ander soort kalender zouden maken. En dat was allemaal ok. Dus ik ook.

(Tussen haakjes, manlief vertrouwde me de eerste dag langs het peuterbadje toe dat hij niet verwacht had dat er zó veel zwangere vrouwen zouden zijn. Ik kon alleen maar zeggen: ik wel. Zoals ik al zei: je ziet hoofdzakelijk…).

 

De muts

Puntje drie – de eerste dag hadden we de tijd niet genomen om een badmuts te kopen. Ik hield dus mijn chemomutsje aan en dacht er niet te veel over na. Ik bedoel: ik zat naast een papa die heelder scènes van War of the Worlds op zijn armen had. (Ik weet ook alleen maar dat het War of the Worlds was omdat die woorden zijn hele onderarm sierden). Mensen hadden lichaamsdelen laten piercen waarvan ik niet besefte dat je er een stuk metaal door kon poken. Wat is een katoenen mutsje dan?

Maar de tweede dag kochten we wel een badmuts. Nu had ik vroeger ZO VEEL haar dat ik eigenlijk nooit een badmuts kon opzetten – gewoon te veel, te lang, te dik haar, dat liet zich niet in  zo’n klein plastieken bolletje proppen. Dat ‘probleem’ is nu van de baan, dus ik zette de muts op en HOWLY CRAP WHAT THE HORROR HELL dat deed PIJN! AUWIE! Mijn slapen werden binnen drie seconden gepletterd, en ik vroeg me meteen af hoe ik dat zou uithouden. Neen, dat had ik er totaal niet voor over.
Dus hup, bye bye badmuts, hallo katoenen mutsje.

 
Maar toen begon manlief enthousiast te vertellen over een aantal van de grote, verrassend spannende glijbanen. Na drie dagen aan de kant van een peuterbadje – hoe plezant het daar ook toeven is – had ik ook wel zin om de grote draaitrap in het midden van Aquamundo te nemen en de ‘Monkey Splash’ te proberen. Alleen ja… dan gaat je hoofd onder water en verlies je niet alleen je oriëntatiegevoel, maar ook je mutsje.

Ik keek rond naar die zee van mensen – allemaal anders.
Kleine mensen, grote mensen, mensen met gênante tattoos zoals kusmondjes van de schouder tot in de zwemshort – mensen van S naar XXL –  blond haar, donker haar, geen haar, groen haar –

en ik dacht

F*CK IT

 

En ik liet het mutsje liggen.

Niemand keek naar die vrouw die een korte coupe vroeg bij de kapper en waarbij ze duidelijk de verkeerde kop van de tondeuse hadden gekozen. Zelfs ondanks haar half waanzinnige grijns alsof ze net de beste mop ter wereld had gehoord.

En als ze keken, heb ik het niet gemerkt: ik had het te druk met tollen en gieren in de Monkey Splash!

Het was fris, bevrijdend, en eerlijk.

HET WAS GEWELDIG!

Monkey-Splash-glijbaan

SaveSave

Haar verhaal/hair story

quote

Mag ik vandaag vertellen over vroeger? Mag ik vertellen over iets dat mogelijk heel banaal klinkt?

Ik wil het hebben over mijn haar.

Iedereen heeft iéts, een eigenschap, een fysiek kenmerk. ‘Die met die blauwe ogen. Die met de sproetjes.’ Het is onlosmakelijk met die persoon verbonden. Ik ben ‘die met de krullen’.

Ik heb er geen verdienste aan. Het is genetica in een zuivere vorm. Als je mama krullen heeft, en je papa krullen heeft, dan zit de kans er in dat jij ook krullen hebt. Dan is er nog zoiets als ‘heterosis’ (waarbij de eigenschap van beide ouders nog versterkt wordt bij de kinderen), en dan heb jij héél véél haar, en héél véél krullen.

Die krullen maakten dat ik een objectief schattig kleutertje was. Later werd het minder schattig. Toen werd de bos moeilijk te temmen, waren vergelijkingen met de Jackson Five niet geheel onterecht. Leek het vooral iets waardoor ik ‘anders’ was, op een leeftijd dat ik daar geen boodschap aan had. Waarom had ik zo een weerbarstig haar, waar geen speld of spray tegenop gewassen was?

En ja, mensen die anders zijn – die worden wel eens gepest.

Weet je wat mijn bijnaam werd, blijkbaar van toepassing op iemand die met een krullenbol rondloopt? Wat me dag na dag werd nageroepen, zelfs door jongeren die me helemaal niet kenden?

Bloemkool.

Nu lijkt het me gewoon zo gek dat ik waarschijnlijk in lachen zou uitbarsten en de vergelijking met een ongelooflijk veelzijdige en lekkere groente niet eens zo erg zou vinden. Op mijn 13de/14de daarentegen, was ik ervan overtuigd dat ik zowat het lelijkste schepsel was dat de aarde ooit mocht bewandelen sinds het monster van Loch Ness. Ik had uitzonderlijk haar, en dat was uitzonderlijk raar. Ik was uitzonderlijk raar.

Mijn aanpak? Conformeren. Ik overtuigde mijn moeder dat ik er genoeg van had en liet mijn haar twee jaar lang steilen door een Brusselse kapper die graag wilde testen of bepaalde chemische producten ook Europees haar konden ontkrullen. Het betekende een drie uur durend kappersbezoek, elke 4-6 weken, waarbij op bepaalde momenten drie mensen tegelijk aan mijn hoofd werkten. Daarna kon ik mijn haar niet wassen, en ook regen en vochtigheid in het algemeen was de vijand.

Het regende wel complimentjes. Maar elke keer iemand me zei hoeveel beter ik er nu wel uitzag, met steil haar, voelde het toch niet helemaal goed. Dit was ik niet, of niet helemaal.

Op mijn 16de had ik voldoende zelfvertrouwen bij elkaar gesprokkeld om me achter het credo ‘ze moeten me maar nemen zoals ik ben, en anders pech voor hen’ te scharen. Ik zwoer de kapper af, liet mijn haar langer groeien en liet het krullen zoals het wilde. Het was nog steeds weerbarstig en de speldjes vielen er nog steeds helemaal misvormd uit, maar dat kon me niet schelen. Ik vond een paar kapsels die lukten, en verder gaf ik het vechten op.

En de twintig jaar die daarop volgden, was ik de eerste om tegen te pruttelen als iemand orakelde dat mensen met steil haar krullen willen, en mensen met krullen steil haar. No way José! Nee, ik vond het grappig dat de paardenstaart die ik wilde schenken aan ‘Kom op Tegen Kanker’ niet in de voorbestemde enveloppe paste, ik was fier dat mijn trouwkapsel uniek was omdat mijn vriendin/kapster nog nooit iemand onder handen had genomen met zoveel haar, dat de dermatologe haar ogen uitkeek en ik glimlachte als de nieuwe collega na een tijdje onvermijdelijk iets zuchtte als: ‘Nog nooit iemand gezien met zo’n krullen’.

Dus ja, als dan blijkt dat je je krullen vaarwel moet zeggen, dan is dat een harde dobber. Je haar is een deel van je identiteit, en bij mij geldt dat misschien meer dan gemiddeld. Het is eng. Het is angstaanjagend. Het is een berg. Ook al weet je dat alles opnieuw zal groeien. Of neen, het kan ook dat je haar ‘anders’ terugkomt, steil bijvoorbeeld. Toen ze me dat zeiden, moest ik even grijnzen.

Mijn krullen, die plaats ruimen?

Don’t count on it.

Weerbarstig, weet je wel.

IMG_1579