Thuis

Met de eerste zomerprik (tja, op één dag van 18°C naar 35° met 100% vochtigheid, dat kan prikken), arriveerden ook de vriendjes voor een lang weekend. Ze brachten de zon mee in hun handbagage, want ze zijn net als wij sinds een aantal maanden kustbewoners van de VS. Alleen is het een andere kust.

 

Toen kwamen wij tot het besef elkaar vorig jaar in juli voor het laatst gezien te hebben. Ook al voelde dat niet zo, ook al was het moeilijk te geloven, het bewijs liep joelend rond de koffers. Toen we zoveel maanden geleden in onze tuin thuis zaten te brunchen, lag hij nog niet mobiel te wezen en belletjes te blazen in een wippertje.

 

Het gesprek landde op het onderwerp dat me al even bezighoudt. Een woord dat sinds enkele maanden in mijn hoofd woont als een onvoorspelbaar insect. Het duikt op en slaat haakjes in mijn gedachten, sinds het mailtje van manlief: datum en vliegtuigplaatsen voor terugkeer vastgelegd. Of, zoals hij het zelf schreef: tickets richting ‘thuis’. ‘Thuis’. Hoeveel subtekst er alweer in zo’n kleine zwevende komma’s kan verborgen zitten.

 

Dus nadat enkele verduidelijkingen nodig bleken in onze gesprekken – bedoel je ‘thuis’ of ‘thuis thuis’? Hier thuis? Daar thuis? Allez ja, niet hier maar …– vroeg ik me af wat thuis definieert.

 

Letterlijk in het woordenboek: Je woning, waar je je goed voelt. Ook: het middelpunt van een huishouden, dierbare relaties en interesses, samen met het comfortabele en tevreden gevoel dat dit opwekt.

 

In de boutade van elke Belg: waar mijn Stella staat. Maar ik drink geen bier.

 

Voor één van de vriendjes: waar mijn spullen staan. Dus thuis is met de container aangekomen, in noppenfolie gewikkeld? Nee, … die dierbare relaties blijken toch te spelen ook. Het wordt al snel duidelijk dat het niet zo makkelijk te vatten is, en bovendien voor iedereen anders.

 

Oost, West, thuis best. Enkel West getest, dat helpt ook al niet. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Onzin, het klokje is van Ikea dus het tikt ontelbaar vaak hetzelfde. In het Engels dan: home is where the heart is.

 

Aha.

 

Voilà.

 

Vanaf half augustus is mijn thuis tussen pakweg 9 en 6 een crèche die De Bijtjes heet.

Advertenties

Gedeelde vreugde, gedeelde smart

Het is ongelooflijk dat op zo’n jonge leeftijd al heel wat karaktertrekken naar boven komen. Ja, mijnheertje heeft het graag precies zoals hij het wilt. Als hij applaus en aandacht krijgt, kan hij altijd een tikje meer, en met meer enthousiasme (echt, geen ideeeeee van wie hij dat heeft). Als iemand het waagt zijn aanwezigheid te negeren, zoals recent nog, gaat hij allerliefst lachen en houdt ie zijn hoofdje schuin: “Jij ook lachen?”.  Ik kan je niet vertellen wat voor persoon daar niét door smelt, want dat is ons tot vandaag nog nooit overkomen.

Hij blijkt best sociaal, en ook met delen heeft hij helemaal geen probleem.

Hij eet alleen groentenpuree als hij zelf ook een lepeltje krijgt om mee te prakken. Het in zijn eigen mond steken, gebeurt nog niet, maar er wordt wel geregeld een portie richting mama of papa gestoken. Met het hoofd een beetje schuin lijkt hij te zeggen: “Jij ook hapje?” – “Ja, mama ook een hapje” – Blijkt zo dat gepureerde bloemkool met vis nog best te eten is!

 

Ik poets zijn zes tanden en nadat hij even geduldig zijn mondje heeft opengehouden, neemt hij de tandenborstel beslist over en draait hem om, richting mijn lippen: “Jij ook poetsen?” “Ja, mama ook tandjes poetsen”.

tandenborstel 

 

Hij en zijn doekje zijn onafscheidelijk. Hij houdt het aan zijn neus, hij sabbelt er een beetje op, hij legt het op zijn hoofd als hij slaapt, het troost hem als hij overstuur is, kortom Doekje (de hoofdletter is verdiend) is een beste maatje. Maar als hij op mijn schoot zit, zal hij ook al eens een puntje stof mijn richting uitduwen: “Jij ook Doekje?” – “Ja, mama ook Doekje”. Na even ‘doen-alsof-ik-sabbel’, trekt hij het met een snok weg en kraait het uit van pret als ik dan keer op keer een gezicht vol ongeloof en grote ogen opzet.

 

We kregen drie weken lang bezoek van familie en daarna ook van vrienden. Het was fijn, het was gezellig, het was vakantie. Ons ventje maakte snel vriendjes, er werd heen en weer gekropen en aan het handje gestapt. Maar vorige vrijdag namen we afscheid van iedereen. En die namiddag had hij het moeilijk. Hij wilde geen dutje, hij wilde niet spelen, het voelde alsof er iets mis was. Hij jammerde wat en ik vroeg me af of hij het gezelschap miste.  Ik zong voor hem, we dansten rond, maar hij leek nog steeds wat triest. Ernstig hield hij zijn hoofd schuin.  *Zucht*. “Ja, schatje, mama ook”.

Op logement

Deze vakantie hebben we twee verblijfjes geboekt via Airbnb. Het concept is heel eenvoudig – iedereen die wat plaats vrij heeft, van een zolderkamertje tot een volledig kasteel, kan dat verhuren via Airbnb. Als huurder kan je dus in een draaiend huishouden terecht komen, of een heel appartement of huis voor jezelf vastleggen.

Omdat we met vier volwassenen en ons ventje op stap waren, kozen we voor de laatste optie. In Toronto huurden we een flatje en in Miller Lake, vlak aan een natuurpark in Ontario, huurden we een chalet. Beiden bleken op een fantastische locatie te liggen.

DSC_1107

A room with a view – Toronto

Het concept mag dan eenvoudig zijn, de etiquette heb ik nog niet volledig onder de knie. Het voelt alsof je iets boekt in een hotel, maar dat is natuurlijk niet zo. Het lijkt alsof je stiekem iemands huis hebt gekraakt. De koelkast van de Aziatische vrouw in Toronto stond vol met de vreemdste producten. In de badkamer stonden de gewone verzorgingsproducten, met daarnaast ons stapeltje handdoeken, en een zeepje in verpakking.

Nu is mijn vraag: waar ligt de grens? Ja, die handdoeken liggen klaar, en toiletpapier, dat moet logisch zijn, maar die tissues, mag ik er daar ook ééntje van? Is een oorwattenstaafje gebruiken erover? Of is het eerder not done om een beetje shampoo te lenen? (Al bedenk ik me net dat het best tricky wordt in dit geval terug te bezorgen wat ik leen. Dat wordt een raar pakje in de post).

Uit de voorraad pannen en potten konden we afleiden dat ze waarschijnlijk zelden of nooit kookt. Wij hebben wel een poging ondernomen met het aanwezige materiaal. Al snel ben je toch in de kast aan het snuffelen: is er nergens een snuifje zout? Een scheutje olijfolie zou handig zijn… maar we blijven bescheiden Belgen en de vrees om onbeleefd of lomp gevonden te worden, is reëel.

 

Al hebben we in de chalet wel iets van ons laten horen, toen bleek dat die helemaal niet gepoetst was. Anderhalf uur schrobben, frigo’s ontdoen van harig materiaal en dweilen voor je je er goed bij voelt de baby te laten rondkruipen, neen, dat is niet mijn gedroomd begin van een driedaagse. De eigenaar bleek niet meteen bereikbaar op zijn vier (4!) noodnummers, en verscheen twee uur later dan afgesproken.

 

In de chalet was het dan ook meteen duidelijk waar de grens lag; we wilden zelfs niets gebruiken van wat daar in de plakkerige kasten stond. Daarnaast hebben we wel een hele fijne tijd gehad, het gezelschap en een natuurgebied onder een sneeuwtapijt van 30 cm maken veel goed.

 

Maar Airbnb… de jury is onbeslist. Iedere wetenschapper weet dat je drie datapunten nodig hebt om een lijn te trekken, dus binnen enkele weken geven we het nog een kans (bij een tripje naar New York). Toch even dat etiquetteboek zoeken.