Wicked storm

Vanmorgen kreeg ik een berichtje van de vriendin die een jaar geleden een heel fijn weekend bij ons in Boston doorbracht. De link die ze doorstuurde, verwees naar een krantenartikel waarin een grote storm in Massachusetts werd aangekondigd.

Meer dan een halve meter sneeuw wordt er verwacht. En wij wandelden toen in een licht truitje over de Freedom Trail en maakten zonovergoten foto’s in de Harvard Yard.

‘Ik voel een blogje over het weer in Boston opkomen’, schreef iemand anders me, die de blizzard ook al aangekondigd had gezien.

Er valt inderdaad wel iets te vertellen over dat weer in New England, dat in de tussenseizoenen zo verschrikkelijk variabel kan zijn, dat je gerust temperatuursprongen van 20°C op 2 dagen kan verwachten.

Zoals toen mijn schoonouders ons kwamen bezoeken. Op vrijdag genoten we van een lentezon tijdens een wandeling, de jassen vakkundig onderin de buggy gepropt, de volgende dag vierden we de verjaardag van het kleine ventje met een matig weertje, en de dag daarop viel mijn ‘happy birthday’ voor het grote ventje stil omdat ik niet kon geloven dat er 20 cm sneeuw was gevallen.

Maar eigenlijk wilde ik helemaal niet over Boston schrijven, laat staan over het weer.

Vandaag was zo’n dag waarin je wat opgeslokt wordt door administratie, regeltjes, documenten. Ik probeerde me daardoor te worstelen én ondertussen goed gehumeurd te blijven – en niet evidente opdracht. Bij het zoveelste kopje koffie dat ik ging bijtanken, stond ik even in de keuken en keek door het raam.

En plots was het daar. Niet de tuin aan die keuken, met de hagen en het grasveld. Het verdween, het ritselde weg, zoals de vertrekuren op dat grote bord in de hal in de luchthaven van Zaventem – de bordjes kantelden en er verscheen iets anders.

Daar was ons uitzicht, vanuit ons appartement. De treurwilgen die Grigg’s Park omranden, waar ons ventje zo vele uren heeft gespeeld. De elektriciteitsdraden die de eekhoorntjes laten oversteken, de palen staan scheef, maar dat lijkt niets uit te maken.

De parking beneden aan ons gebouw. De rustige straat waar we pizza’s lieten leveren om ze in het park op te eten (want: “pizzas can’t be delivered to a park”. Dat weten we dan ook alweer). De daken van de appartementsgebouwen op Beacon street.

In de zon. Met herfstkleuren. Onder de sneeuw. Met nieuwe blaadjes.

Vandaag mis ik Boston, en mijn uitzicht. Sneeuwstorm en al.

sneeuwstorm

Sneeuw

Een tijdje terug las ik een artikel waarin de vraag werd gesteld waarom stormen en orkanen altijd vrouwennamen krijgen. Hier zijn ze er in elk geval van afgestapt, want vorig weekend maakten we kennis met Jonas, de sneeuwstorm die een groot deel van Midden- en Oost-Amerika van een wit tapijt voorzag.

Mensen werden opgeroepen hun generator in de aanslag te houden, voorraden in te slaan en vooral binnen te blijven. Boston lag gelukkig enkel op de grens van het sneeuwfront, bij ons begon het op zaterdagavond te sneeuwen en lag er zondag zo’n 15 cm te blinken onder een staalblauwe hemel met zonnetje.

Geen stormtaferelen dus zoals elders in de States, of zoals hier vorig jaar. Iedereen die we hierover al hoorden, spreekt van de ergste winter in 50 jaar.

Het begon te sneeuwen in januari/februari en elk weekend was er wel een storm, wat al snel opbouwde naar sneeuwhopen van anderhalve tot twee meter hoog. Mensen zijn echt getraumatiseerd, zijn waarschijnlijk nu nog in hun slaap aan het sneeuwscheppen (want: na elke sneeuwval heb je maar een beperkt aantal uren om de stoep vrij te maken… it’s the law).

De foto’s van vorige winter zijn behoorlijk hallucinant: mensen die in witte gangen lijken voort te bewegen, waarvan je alleen de bovenste helft, in een donzen jas geduffeld, boven de sneeuwmuur ziet uitkomen.

Mensen naast een witte berg, hun auto. Auto’s die moeten uitgegraven worden. Die mensen waren op weg naar hun werk. Want de stad valt niet stil omdat er een sneeuwvlok is gespot. Het openbaar vervoer blijft rijden, en het aantal sneeuwdagen voor scholen is in die drie maanden dat alles letterlijk ondergesneeuwd was, beperkt gebleven tot zes.  Dus die 15 cm dit weekend, met temperaturen die met het vriespunt flirten… tja, dat is bijna strandweer voor de inwoners van New England he.

Wij toch blij dat we ons ook al donzen jassen hebben aangeschaft. Ik had er namelijk coupons voor*.

*Hey niet lachen, de jas van manlief, 450 dollar zo maar even, heeft er nog 85 gekost!