Bloggers brunch

Je hebt mensen die niet ontbijten. Bed uit, douche in, hup naar het werk. Ik begrijp die mensen niet. Plunderen die stiekem de koelkast ’s nachts? Hebben die een geheime voorraad koekjes naast hun bed? Hoe hou je je suikerspiegel op peil zonder te eten ’s morgens?

 

Nu zijn energie opdoen en over het algemeen niet van je stokje gaan, niet de twee enige redenen waarom ik van ontbijten hou. Het is ook een rustmomentje voor het hectische van de dag, of dat probeer ik er toch van te maken. Als het kan, wil ik gerust ook langer aan de ontbijttafel blijven zitten. Nog een koffietje, misschien nog wat fruit, ik hou van het voedsel dat mijn metabolisme weer tot leven wekt.

 

Als ik een halve voormiddag mag blijven zitten, nog beter. Brunch is dan ook mijn aller- aller- favorietste maaltijd van de dag. Geen wonder dat ik al jaren de verjaardagsfuif achterwege laat maar vrienden en familie op zondagochtend uitnodig voor een festijn van quiche, koffiekoekjes, spek met ei, pannenkoeken, wafels, kraakverse pistoleetjes, fruit, koffie en smoothies.

 

En zo efficiënt: heb je meteen voor twee maaltijden gegeten! Ha!

 

Jep, ik hou van brunchen.

 

Dus toen er een uitnodiging kwam om samen met een aantal andere bloggers te gaan brunchen in het Leuvense, was ik erg enthousiast. Ook al voelde ik een tikje onzekerheid: ik, tussen de bloggers? Omdat een aantal bekenden en een klein aantal minder bekenden die schrijfseltjes van mij lezen? Ach kom, het was tenslotte een brunch, dus ik schreef me in.

 

Gisteren was het zo ver: 16 blogsters (want blijkbaar zijn het voornamelijk vrouwen die het internet beschrijven) kwamen samen in Mister Bean, in Kessel-Lo. Het bleek een gezellige zaak, waar kunst van beginnende artiesten de muren kleurt, alle stoelen uit een oud schoolgebouw ontvlucht lijken te zijn, en het servies een gouden randje had. Fijn!

Ik kende niemand persoonlijk, had van een aantal wel al wat stukjes gelezen. Dat was leuk, om die ook ‘in het echt’ te ontmoeten.

Het was een heel gevarieerd gezelschap, dames die al sinds de middeleeuwen van the world wide web bloggen, anderen die nog niet zo lang aan de slag waren. Enkelen die zich (bijna) professioneel toelegden op hun schrijven, of die het heel specifiek over een bepaald thema wilden hebben, zoals thee, ecologisch leven, veganistische recepten. En natuurlijk waren er ook die gewoon schrijven wat er in hun opkomt, die het niet zien zitten om op vaste dagen te bloggen, want oehh stress, en die zich vooral amuseren met die hersenkronkels eens neer te tikken. Het laat zich raden tot welke categorie ik mijzelf graag reken.

 

We werden vriendelijk onthaald met cava/fruitsap en kregen een bagel als brunch, die heerlijk was. Daarna waren er enkele dessertjes.

Toch een paar kleine bedenkingen:

1) 1 bagel, hoe smakelijk ook, vervangt voor mij geen ontbijt + middagmaal. Ook niet met een stukje cheesecake erbij.

2) Ik had speciaal voor het vertrek geen koffie gedronken, en vond het dan ook jammer dat we tot 13u hebben moeten wachten voor dat zwarte goud ook effectief geschonken werd. Er zijn al voor minder gewonden gevallen. Just sayin.

 

Maar ach… de gesprekken en het gezelschap maakten veel goed. Ik vond het erg interessant om de anderen te horen over hun aanpak, hun idee, en wat ze wilden bereiken. En wat was het verrassend om (af en toe) een blik van herkenning te krijgen, als ik zei dat ik schrijf op bostonbaby. Het begon ook echt te kriebelen om misschien toch net nog iets meer te gaan doen met die bostonbaby, de boel wat te structureren, er wat meer mee naar buiten te komen.

 

De tijd vloog voorbij.

 

Ik snap nu helemaal waarom ze op ‘Komen Eten’ quoteren op het eten enerzijds en sfeer en gezelligheid anderzijds.

 

Advertenties

Mijn bucket list: 40 before 40

Screen Shot 2017-07-27 at 13.58.54

Toevallig merkte ik dat mijn volgende post de 200ste zou zijn op deze blog. OK ja, er was helemaal niets toevallig aan, ik zag het cijfer 190 en ben sindsdien aan het brainstormen met mezelf over wat ik zou doen. Want een 200ste post, dat schrijf je niet elke dag. Ik wilde er graag iets van maken waar ik naar zou kunnen verwijzen later. Zo van ‘hey weet je nog wel, wat ik zei in mijn 200ste post?’.

 

Ik landde op een idee dat al even speelt. Ik heb het een paar keer gehad over bucket lists, lijstjes met ‘to do’s’ die alle kanten kunnen opgaan.

Ik had een bucket list gemaakt voor Boston, en heb ook een heel ander lijstje opgesteld, met dingen die ik net niet meer wilde doen (mijn f*ck it list).

 

Ik zou ook een hele bladzijde kunnen vullen met geweldige dingen die ik kan schrappen, zoals:

  • de Grand Canyon zien,
  • in Thailand op een olifant rijden,
  • de man van mijn leven ontmoeten,
  • mama worden,
  • wedding planner en ceremoniemeester zijn bij verschillende trouwfeesten (met als kers op de taart de eerste Belgische ‘Toast master’ op een huwelijk in Kopenhagen),
  • een eigen huis bouwen,
  • Oudjaar vieren in het buitenland (en veel meer dan dat),
  • duiken in een onderwaterreservaat, waar een zeeschildpad ons voorbij zwom
  • vlakbij een blauwe vinvis varen
  • IJsland bezoeken
  • Een diner van restaurantniveau koken voor >20 mensen
  • Met blote voeten over hete kolen lopen (1200 °C)

 

Been there, done that, loved it, got the t-shirt.

 

Maar er is zo veel dat ik nog zou willen doen. Dromen genoeg.

 

Toch heb ik een dubbel gevoel bij dit soort lijstjes. Enerzijds vind ik het goed om op te lijsten wat je wilt bereiken, ik geloof dat je het dan ook (sneller) omzet in daden.

Aan de andere kant vind ik dat we onszelf al zoveel druk opleggen van wat er allemaal moet.  Ook kan het behoorlijk vaag zijn, ooit wil ik dit of dat bereiken, maar als ik er vandaag geen zin kan het over dertig jaar ook nog wel.

 

Daarom stelde ik mijn lijstje op, maar hield ik rekening met drie dingen:

  • Het zijn dingen die ik graag zou doen, maar er is geen man/vrouw overboord als het niet of niet volledig lukt
  • Ik noteer zowel vrij eenvoudige doelen als meer uitdagende, zodat het niet te overweldigend wordt
  • Ik geef mezelf een deadline, maar wel een ruime, van een aantal jaar.

the-bucket-list-734593__340

Zo kwam ik bij onderstaande bucket list: mijn ’40 before 40’.

 

  1. Een pinguin aanraken
  2. Indoor skydiving
    skydiving-665030__340
  3. Een familieboom tot 5 generaties terug opstellen
  4. Op de radio komen
  5. Uit een kokosnoot drinken
  6. Ontbijten in bed
  7. (Goed) leren zwemmen
  8. Verzinnen en creëren van een eigen ijsroomsmaak
    strawberry-ice-cream-2239377__340
  9. Vrijwilligerswerk doen met kerstmis of oudjaar
  10. Stamceldonor worden
  11. Een EHBO-cursus volgen
  12. Een terugkerende column schrijven
  13. Naar Ibiza gaan
  14. De beiaard in Leuven beklimmen
  15. Onder de sterren slapen
  16. Op eigen kracht op de top van de Mont Ventoux geraken
  17. Een schattenjacht opstellen voor vrienden en familie
    cartography-2074079__340
  18. In een boomhut overnachten
  19. Iemand een taart in het gezicht gooien
  20. Deelnemen aan een color run*
  21. Zelf een peperkoeken huisje maken
  22. Onze 20 jaar samen vieren met een groot feest
  23. Kastanjes poffen
  24. Een helderziende bezoeken
  25. 40 snailmails sturen (= brieven of kaartjes)
  26. 40 films zien de Oscar voor beste film wonnen
  27. Op een podium staan
  28. Zangles volgen
  29. Leren mediteren
  30. Een blotevoetenpad bewandelen
  31. 40 random acts of kindness uitvoeren**
  32. De lijst met nieuwe ingrediënten optrekken naar 40 (zie posts over nummers 1-9 en 10-20)
  33. In een limo rijden
  34. Mijn streefgewicht halen
  35. Zeilen
  36. Een blog rond wetenschappen starten
  37. Meedoen in een toneelstuk
  38. Een regenboogcake maken
    cakes-2528177__340
  39. Onze huiselijke afvalberg met de helft verminderen
  40. Dit is een joker voor als ik iets tegenkom dat zo cool is dat ik het absoluut op mijn lijstje moet zetten.

 

Ik schat dat ik elke paar maanden een stand van zaken opmaak. Even kijken hoe het loopt, en waar ik actie wil ondernemen.

 

En, heb jij een bucket list? Of wat zou er zeker opstaan? 

 

 

*Een color run is een loopwedstrijd van 5 kilometer waarbij de deelnemers in witte t-shirts lopen, en elke kilometer een wolk van gekleurd poeder over zich heen krijgen. Het wordt ook wel de ‘happiest 5K’ genoemd.

 

** Een RAOK of random act of kindness is een onbaatzuchtige daad, waarbij je iets leuks/aardigs doet voor iemand anders, die je vaak niet eens kent, en die meestal niet weet dat het van jou komt.

Eerste dag effect

Ik las over het ‘eerste-nacht-effect’ op vakantie. Je denkt ‘eindelijk, eindelijk, relax, lekker slapen’ (of je bent ouder van een baby/peuter en je denkt, ‘lekker slapen, ik laat het lichtje in de keuken branden want ik kan hier nog niet blindelings een flesje maken om 4u ’s nachts’).

 

Blijkbaar is het wetenschappelijk bewezen dat je die eerste nacht in een vreemd bed vaak niet fantastisch slaapt. Als een vogel of een walvis blijft de helft van je brein actiever, om mogelijk gevaar op te sporen. Bij mij resulteerde het in elk geval in ingewikkelde en uitgebreide dromen, maar ik heb dan ook altijd al geweten dat ik een vogelbrein heb. Ik zou bijna zeggen, als een kip zonder kop, maar goed, die heeft dan weer net géén vogelbrein.

 

Ik heb echter nog nooit iets gelezen over het ‘eerste-dag-effect’. Die eerste keer ontbijten met het vers stokbrood dat man- en zoonlief zijn gaan kopen in alle vroegte, terwijl ik nog een klein beetje mocht verder slapen. Dat eerste kopje koffie op het terras.

IMG_0760

 

Het strand op wandelen met 15 kg peuter in de draagzak op je rug, dat gevoel de zee terug te zien, hallo, oude vriend. De lucht blauw met wolkjes, behalve waar de vliegers kleuren.

 

Mosselen gaan eten, natuur natuurlijk. Een blos op je neus voelen. Een dutje doen. De zeebries als haardroger gebruiken.

IMG_0770

’s Avonds knispert de vloer van je appartementje onder je blote voeten. Het universele gevoel: dit was een mooie dag.

IMG_0766

Jarig!

Vandaag vier ik een kleine verjaardag. Deze blog wordt twee jaar. YAAY! Twee jaar, 198 schrijfsels, ik moet toegeven dat ik dat nooit verwacht had. Ik vind het nog steeds wat gek om mezelf een ‘blogger’ te noemen.

A birthday cupcake with two lighted candles.

Twee jaar geleden stonden we vlak voor onze trans-Atlantische verhuis. Toen ik mijn hele huishouden kritisch bekeek (Meenemen? Stockeren? Weg doen?), en daar mijn eerste blogpost aan weet, wist ik nog niet dat we exact een jaar later opnieuw zouden binnen vallen. De tickets voor onze terugkeer werden namelijk pas later aangekocht. Maar exact een jaar na die eerst post kwamen we weer thuis. Met 11 koffers en trolleys en buggy en baby en jetlag. En een verhaal.

 

Soms wordt er gezegd: what a difference a year makes. Maar ook vandaag waren we aan het inpakken. Net als toen, mja, dat nu ook weer niet helemaal.

 

In 5 punten: een korte vergelijking tussen 22 juli 2016 en 22 juli 2017

 

Inpakken van kleren, babyspullen en elektronica

 

Inpakken van kleren, peuterspullen en elektronica
Het vliegtuig wacht niet De auto vertrekt wanneer wij vertrekken, anders is er iets ernstig mis

 

Als het niet in de koffers past, kan het niet mee (stressssss) Als het niet in de koffers past, past het misschien nog aan mijn voeten, of naast de kinderstoel (no stress)

 

De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten De frigo werd zo goed mogelijk leeggegeten, de rest gooien we desnoods binnen een week wel weg

 

We wisten waar we naar toe gingen, maar niet hoe we ons zouden voelen We wisten niet (helemaal) waar we naar toe gingen, maar wel dat we gaan relaxen
 

 

Het is een bijzonder jaar geweest sinds onze terugkeer naar België. Pittig, ook wel.

 

Maar vandaag hoeven we daar allemaal niet aan te denken. Vandaag kijken we vooruit.

Vandaag begint onze vakantie écht.

IMG_0758

Zomerreces

Nog één dagje werken en mijn zomervakantie staat voor de deur. Hoewel er morgen nog één en ander op het programma staat, ben ik er vrij rustig onder. De projecten lopen allemaal volgens schema, de grootste knelpunten werden de voorbije week weggewerkt en er werden afspraken gemaakt met een aantal collega’s voor die paar issues die in mijn verlof zullen opduiken.

 

We hebben er dit voorjaar wat over gepiekerd, over waar we heen zouden trekken en hoe lang. Maar uiteindelijk besloten we dat we met onze kleine man de laatste twee jaar voldoende kilometers hebben afgelegd. We gaan een weekje naar de zee, en ik kijk er enorm naar uit. De laatste weken kwamen we – meestal toevallig in het typische ‘en waar gaan jullie op congé’-praatje te weten dat echt behoorlijk wat van onze vrienden in de buurt gaan zitten aan zee. Dat is heel fijn, maar we beseffen heel goed dat we ook tijd voor ons drietjes nodig hebben.

 

Zowel manlief als ikzelf hebben ettelijke jeugdvakanties aan zee doorgebracht, en we hebben er allebei hele warme herinneringen aan, zelfs al liet de temperatuur te wensen over (hoewel, in mijn herinneringen is het echt overwegend zonnig, was er eind jaren ’80 – begin jaren ’90 toevallig geen rits van hete zomers?).

 

Daarna ben ik nog twee weken, en manlief één week thuis met zoonlief. Ook daar gaan we voor het ‘alles mag niets moet’ principe.

Natuurlijk staan er heel wat leuke dingen gepland, en natuurlijk is er weer een lijstje van dingen die ik deze zomer, en daarna, zou willen bereiken.

Maar manlief kwam met een interessante stelling: dat de zomermaanden een mooi moment zijn om te plannen voor ‘de tweede helft van het jaar’ maar ook, en zelfs misschien vooral, om samen te vatten wat je allemaal bereikt hebt in die eerste helft.

 

Dat staat dus als eerste op mijn ‘to do’-lijstje: opsommen wat er allemaal goed is gegaan de voorbije maanden.

 

Of nee, correctie! De eerste punten op mijn lijstje zijn: nu eerst lekker slapen, er morgen nog een lap op geven, en dan een mentale opruimactie om over al de rest na te denken.

quote

Nieuwe smaken #2

Het zijn drukke maanden geweest. Daardoor is mijn voornemen om elke week iets klaar te maken dat ik nooit eerder op het menu zette, een beetje op de achtergrond verdwenen. In momenten van stress keer je toch altijd terug naar de klassiekers, of tenminste gerechtjes die bewezen hebben smakelijk te zijn op minder dan 25 minuten.

 

Op zich is daar helemaal niets mis mee. Maar het doet me wel wat denken aan mijn tante en oom, die een ‘rotatie-menu’ van twee weken hebben. Elke veertien dagen eten  ze dus exact hetzelfde. Oh jee. Daar wil ik nog niet heen.

 

Misschien motiveert het me wel om nog eens te schrijven over de nieuwe ingrediënten die ik leerde kennen tijdens ons Amerikaans avontuur. Ik schreef over de eerste negen die moeilijk te vinden zijn in ons Belgenlandje (al heeft de Albert Heijn al voor wat soelaas gezorgd). Trouwens, hebben jullie al gezien dat broccolini nu wordt aangeprezen als nieuwe hippe groente in bepaalde supermarkten? En opeens merkte ik dat een kennis een grote pot met snijbiet in haar tuin had staan. Geweldig vind ik dat!

 

Er waren aan de andere kant ook heel wat ingrediënten die ik al kende van thuis, maar waar ik gewoon nog nooit mee gekookt had. Omdat ik niet wist wat ik ermee aan moest. Of omdat ik er een kindertrauma over had. Of omdat het me gewoon niet lekker leek.

 

Jammer genoeg moet ik nog steeds mijn gecrashte telefoon met al mijn foto’s van mijn Amerikaanse kooksessies binnenbrengen om alles te recupereren. Ik heb dus iets minder illustraties dan ik zou wensen.

 

Bij deze, het tweede lijstje van nieuwe smaken.

 

  1. Rode biet – Hoewel ik nog steeds niet helemaal verkocht ben aan die aardse smaak die rode biet draagt, en de vlekken die je niet van je vingers krijgt na het snijden, heb ik behoorlijk lekkere groentenchips gemaakt van die sneetjes. Ook op een pizza, in combinatie met pompoen, was het een topcombinatie.

 

  1. Rode kool – daar heb je hem, mijn kindertrauma. Om mij erover te zetten, heb ik de rode kool op totaal andere manieren klaargemaakt dan eenvoudigweg gestoofd met appeltjes. Ik heb er een hartige taart mee gemaakt, waarbij de rode kool werd gestoofd in balsamicoazijn, en ook rauw in een slaatje kon het me bekoren.

DSC_0621

 

  1. Spruitjes – Het is waarschijnlijk een cliché, maar het is kindertrauma nr. 2. Ik kon er echter niet buiten, want spruitjes zijn in Amerika waanzinnig populair. Ik maakte ze met puree en gehakt in een ovenschotel. Ik ben geen grote fan, maar kon er wel mee leven.

 

  1. Gele raap – opgepikt in een recept van Hello Fresh, vond ik gele raap een verfrissende toevoeging aan een slaatje met quinoa. Rauw of gekookt, allebei goed.

 

 

  1. Bok choy – of paksoi, zoals ik het hier vaker zie. Oosterse variant van kool (maar zonder de typische koolsmaak), en heel lekker in Koreaanse gerechten, met bijvoorbeeld wat gehakt en pikante saus.

 

  1. Polenta wel bekend vanuit de Italiaanse keuken, is polenta een soort griesmeel van maïs die los gekookt kan worden of kan samengedrukt worden en dan gebakken. Ik ben nog altijd op zoek naar een recept waar dit enigszins lekker wordt, eerlijk gezegd.

 

 

  1. Edamame – dolgelukkig was ik, toen ik merkte dat ze dit in de Albert Heijn verkochten. Deze groene verse sojabonen zijn fris, eiwitrijk en geven een lekkere bite aan een salade zonder te veel calorieën bij te dragen. Ook super bij onze Japanner, die ze gegrild en gezouten serveert.

 

  1. Cannellini bonen – Een niervormige soort witte bonen die ook heel populair is in de States. Ik gooide ze bij mijn chili en daar voelden ze zich thuis.

 

 

  1. Zwarte bonen – Had ik al vermeld dat ze nogal zot zijn van bonen in Boston? Zo veel soorten dat daar standaard werd aangeboden.

 

  1. Orzo – Ook wel Griekse pasta genoemd, terwijl het blijkbaar uit Italië komt. Platte, rijstvormige pastasoort die verder niet al te veel smaak heeft.

orzo-big

Hebben jullie ingrediënten die jullie pas recent zijn gaan gebruiken?

De collega’s

Ik verliet het restaurant waar we net een gezellige avond hadden doorgebracht met z’n zessen. Twee dames die ik nog dagelijks zie op kantoor, drie bij wie dat al even niet meer het geval is.

Ik heb al enkele jobs achter de rug, en bij elke job horen collega’s. Aangezien je die mensen gemiddeld meer ziet dan je halve trouwboek, is het niet meer dan normaal dat je daar een band mee opbouwt. Maar kijk, dat is elke keer toch héél anders gegaan.

 

planner

Mijn eerste job was een jaarcontract bij de federale overheid. Ik was 23 en de gemiddelde leeftijd van mijn collega’s was dubbel zo hoog. Uitspraken als ‘nog 11 jaar en ik mag met pensioen’ vrolijkten de koffiepauze op. Over het algemeen lieve mensen hoor, die mij aanraadden snel ander werk te zoeken. Dat heb ik dan ook gedaan.

 

Ik begon aan mijn onderzoek aan de universiteit, en daar werkten – buiten de professor – alleen mensen die ongeveer mijn leeftijd hadden. Toch was dit kleine team heel anders dan ikzelf; het was bijvoorbeeld perfect mogelijk twee weken op vakantie te vertrekken en bij terugkeer vroeg niemand hoe het geweest was. Er werd zelden samen gegeten. Pas jaren nadat ik daar vertrok, heb ik echt contact gekregen met twee collega’s van toen, die ik nu als vrienden beschouw.

 

Later had ik een job waar ik op het randje van een bore out belandde, maar de collega’s waren super. Alleen werkten we in een uithoek waar niemand echt in de buurt woonde, dus iets gaan drinken na de uren zat er helemaal niet in. Van de pakweg vijf mensen die ik toen als (bijna-) vrienden beschouwde, hoor ik er nu nog eentje geregeld. Maar da’s wel een ‘goeike’.

 

Dat is misschien wel de algemene les: waar ik werkte, had ik steeds een goeie ‘klik’ met een heel aantal mensen, maar eens je elkaar niet meer elke dag ziet, blijft er niet veel volk over. Een paar keer heb ik mij daar zwaar in vergist, dacht ik ‘wij spreken zeker nog af’ en verdwenen ze van de aardbol. Ik heb geleerd niet te veel te verwachten. Aan de andere kant mag ik niet klagen, en heb ik een handvol vrienden overgehouden aan mijn vroegere jobs.

 

Op dit moment zit ik, wat collega’s betreft, in een hele fijne situatie: het is echt een toffe bende die de leuke momenten samen viert, en elkaar steunt als het wat moeilijker gaat. Mensen die vertrekken, houden vaak toch nog contact, en melden dat ze onze hechte groep missen (of misschien horen wij dat gewoon graag, dat kan ook). Toen we een jaar in Boston woonden, kreeg ik geregeld een mailtje of een berichtje.

 

Eigenlijk is dat toch toevallig – dat je op je werk mensen tegenkomt met wie het klikt. Dat maakt de maandagochtend (en de dinsdagochtend, en de woensdag en de ….) in elk geval heel wat aangenamer!

quote

 

En jij, heb jij leuke collega’s? Zie je ze als echte vrienden?

 

(het idee van deze post kreeg ik van Samaja).

Tekst en uitleg #8

Ik vind het zelf opeens ongelooflijk verwarrend. Dat ik mijn vierde reeksje van de 1000 vragen van het magazine Flow wilde oplossen, maar dat dit toch al mijn 8ste Tekst en Uitleg rubriekje is.

Nu ja, het gaat dan ook om compleet random vragen, dus misschien maken de cijfertjes voor één keertje niet uit (moeilijk voor mij om aan te nemen, maar we probéren, écht!)

Daarom, deze week: Vragen 31 tot en met 40. Over telefoonverslavingen en centjes.

  1. Welk boek heb je het laatst gelezen?

‘Onvoorwaardelijk ouderschap’ van Alfie Kohn. Een boeiend pleidooi om je kinderen niet langer te straffen, maar ook niet te belonen. Ik geloof zelf niet zo in ‘in de hoek zetten’ bijvoorbeeld, maar dat je ook door complimentjes op een mooie tekening het zelfvertrouwen van een kind zou kunnen ondermijnen, is nog een moeilijke voor mij. Ik ben er nog niet helemaal uit wat ik ervan vind, en hoe ik het kan toepassen, maar ik heb het wel heel graag gelezen.

 

  1. Waarom heb je het kapsel dat je nu hebt?

Omdat er niets anders mee aan te vangen is. Ja, ik heb het geprobeerd, en neen, het viel niet mee. Er valt ook niet echt van ‘kapsel’ te spreken in het geval van een woeste krullenbos.

 

  1. Ben je verslaafd aan je telefoon?

Ik vrees het wel. Waarom kan dat ding ook zo veel?

 

  1. Hoeveel geld staat er nu op je bankrekening?

Dat weet ik niet precies, maar voldoende om aangenaam te leven.

 

  1. In welke winkel kom je graag?

In de Albert Heijn! Veel keuze, specialere producten, ik kom er heel graag. Zo jammer dat de twee dichtstbijzijnde winkels moesten sluiten.

  1. Welk drankje bestel je in een café?

Spuitwater of koffie – ik ben echt een seut wat dat betreft.

 

  1. Weet jij wanneer het tijd is om te vertrekken?

Ja, en dan ben ik nog anderhalf uur bezig om manlief dit ‘subtiel’ duidelijk te maken (wink wink hint hint nudge nudge).

 

  1. Als je voor jezelf zou beginnen, als wat zou dat dan zijn?

Als ik dat wist, kan ik je verzekeren dat ik het zou doen.

 

  1. Wil jij altijd winnen?

Als ik heel eerlijk ben, ben ik wel competitief ja. Daarom speel ik zelden mee met gezelschapspelletjes – ik kan er een behoorlijk slecht humeur van krijgen en dat wil ik mijn vrienden besparen. Het is gewoon in ieders voordeel dat ik en mijn slecht karakter niet mee speel.

 

  1. Ga je naar de kerk?

Nee, tenzij met Pasen of Kerst. Wat niet wilt zeggen dat ik nergens in geloof, maar dat was de vraag niet.

 

 

quote-Barry-Sanders-lets-just-win-it-and-go-home-31957

 

Shoe stories – part 2

In mijn vorige post had ik het al over mijn haat-liefde verhouding met schoenen.

 

Haat: je moet ze gaan kopen en liefst ook eerst passen en vaak gaan ze schuren – maar pas als je ze gekocht hebt, of anders zijn de hakken toch weer te hoog gegrepen voor mij. Of je neemt je normale maat, en dan blijkt dat je stiefzusterlijk bijna een paar tenen moet gaan afzetten om erin te kunnen.

Liefde: ze houden mijn voeten veilig, warm en droog. Ik apprecieer dat.

 

Ondanks het feit dat ik niet zo veel schoenen heb (ik denk zo’n 10 paar, sandalen, winterschoenen en sportschoenen inbegrepen), ligt er nu een paar in de koffer van mijn wagen. Daar zijn ze met een grote, welgemikte worp beland en ik ga ze doneren bij de eerste kans die ik krijg.

 

Waarom?

 

Daarvoor moet ik even wat teruggaan.

 

Het is niet zo dat ik van elk paar schoenen exact weet wanneer en waarom ik ze gekocht heb. Maar bij dit paar is dat wel het geval. In het najaar van 2010 had ik echt nood aan een nieuwe uitdaging. Ik wilde dan ook gaan solliciteren. En natuurlijk, wat doe je dan: you dress for success.

 

Een goede vriendin van mij ging met me mee, want zoals ik al bekend heb: shoppen en ik, dat gaat niet goed samen. En we kozen samen de perfecte sollicitatieschoenen: mooi afgewerkt, neutrale kleur, comfortabel, professionele look. Ik solliciteerde voor drie jobs en mocht op drie plaatsen beginnen.

 

Die vriendin meenemen was dus een goede zet geweest. Dat wist ik wel: we kenden elkaar van op de banken van de universiteit en ondertussen waren er al zo veel ladies nights, lunchkes, uitstapjes en slappe lach-momenten geweest.

 

Ik las ooit: als je langer dan 7 jaar bevriend bent, dan is dat een vriendschap voor het leven.

 

Maar niet alles wat je leest is waar … ze verhuisde wat verder weg. En langzaamaan werd contact houden steeds moeilijker. Het was altijd druk druk druk, we konden zelden afspreken. ‘De volgende zes maanden zit de agenda echt vol hoor’.

 

Ik brak er mijn hoofd over. Trok het me aan. Tot ik het losliet. Ik nam al die vrolijke avonden, die slappe lachjes, die fijne momenten, en legde ze tussen zuurvrij papier in een mooie doos. Die begroef ik ergens in een verre kamer van mijn hoofd. Ik wilde niet negeren dat we uiteindelijk meer dan 10 jaar goeie vrienden waren, maar ik hoefde er ook niet dagelijks aan herinnerd te worden.

 

Deze week trok ik die sollicitatieschoenen weer aan. Dat was jaren geleden. Ze lagen begraven onder een stapel kleren die ik had gestockeerd. Ik wandelde naar een afspraak, en toen ik daar vertrok, schoot er een pijnscheut door mijn teen. Buiten trok ik mijn linkerschoen uit, en ik had zin om ze uit te laten: mijn grote teen bloedde en mijn hiel had twee vierkante centimeter minder vel. Mijn beide voeten lagen gewoon open.

 

Ik dacht plots aan de hele geschiedenis van die marteltuigen, en strompelde naar de wagen.

 

Ik keilde de schoenen in de koffer, en besliste: genoeg is genoeg.

Iemand anders mag er een vrolijker verhaal mee schrijven.

Eentje met minder blaren. Op ziel en hiel.

 

IMG_0632

Shoe stories – part 1

shoes

 

Ik ben niet zo iemand die vaak binnen een traditioneel vakje past. Dat is helemaal niet erg, hoogstens zorg je voor wat gefronste wenkbrauwen, maar meer dan wat rimpels brengt dat ook niet met zich mee (en dan nog niet eens rimpels bij mij, dus al helemaal geen probleem).

 

Zo hou ik helemaal niet van shoppen. Not an addict. Neen, ik krijg er de kriebels van. Wat al helemaal vreselijk is: schoenen kopen.

 

Ik heb moeilijke voeten (breed, hoge wreef, halve maat verschil tussen beiden, gewoon algemeen een slecht karakter) en bovendien wil ik elegantie én comfort. Als ik dan eindelijk een mooi en lekker zittend paar gevonden heb, dan wil ik dat natuurlijk zo lang mogelijk houden.

 

Toch heb ik al een paar keer noodgedwongen stevig moeten snoeien in mijn – niet al te grote- collectie. Na mijn knie- en zeker mijn rugoperatie kon ik gewoonweg geen hakken meer aan die hoger zijn dan 3cm. Ja, ik heb het nog geprobeerd (hardleers enzo, fijn voor schoenen, minder voor mensen). Maar na drie dagen zeurende rugpijn denk je, nee bedankt. Dus adios hakjes…

 

Na de bevalling leken mijn voeten nog een maatje groter geworden. Dat blijkt niet zo uitzonderlijk te zijn, een gevolg van de ligamenten die wat soepeler worden, waardoor je iet of wat platvoeten krijgt. Heerlijk. Sayonara schoentjes die al wat niptjes waren.

 

Bij onze verhuis naar Boston namen we enkel onze koffers mee. Er moest dus een strenge selectie gemaakt worden. Op dat ogenblik had ik drie stapels: wat ik zou weggeven// wat ik zou meenemen// wat ik een jaar zou stockeren.

 

Stapel 1: check. Netjes afgeleverd voor de mensen die er misschien nog wat aan hebben.
Stapel 2: toen we terug naar België verhuisden, hadden we een meer dan acuut plaatsgebrek in onze bagage (voor het hele stressy verhaal, lees gerust hier). Ik heb dus heel wat schoenen op Amerikaanse bodem achtergelaten. Dus bye bye oude loopschoenen en sandaaltjes.

 

Stapel 3: een aantal schoenen hadden een jaar kelder niet zo goed verteerd. Ook daar zijn er weer heel wat gesneuveld. RIP pumps.

 

Als ik dus zeg dat ik zo goed als geen schoenen heb, dan is dat letterlijk zo. Het is echt geen uitspraak van iemand die daarna zuchtend in 120 paar kan gaan kijken wat er bij de outfit past.

 

Toch heb ik vandaag beslist nog een paar weg te geven. En wel nu onmiddellijk.

Waarom? Dat is best een lang verhaal. Zal ik dat volgende keer vertellen?

Microscopisch fijn #3

quote

 

Soms lopen dingen niet volgens plan. Soms is het iets van roeien en riemen. Of was het pompen en zuipen? Ik ben een beetje in de war (nochtans heb ik noch het één, noch het ander gedaan).

 

Maar net dan is het belangrijk om het fijne te blijven zien. En dat was er. Er waren zoveel mooie momenten de voorbije twee weken. We hebben veel vrienden teruggezien, en ook plannen gemaakt voor de vakantie. We hebben weer heel wat familietijd achter de rug, met een grote barbecue bij de ene familie en een doop bij de andere ‘kant’.

 

Van die grote evenementen kan ik enorm genieten, al kosten ze natuurlijk ook de nodige energie. De kleinere dingetjes kosten geen energie, maar geven een klein piekje in het geluksgevoel. Ik lijstte ze al een paar keer op (hier en hier) en wil er graag een traditie van maken.

 

Bij deze, een lijst van de microscopisch fijne dingetjes die mij blij maakten:

  • Buiten stappen na een avondvergadering en merken dat het nog licht is (21u30).
  • Zoonlief die erop staat dat we buiten op het terras eten
  • Nét thuis zijn wanneer het online bestelde pakje wordt geleverd
  • Een grote kom fruitsla, die ik niet zelf heb moeten snijden
  • Even checken of we nog goed zitten wat betreft energieleverancier, en zorgen dat we 300 euro zullen besparen volgend jaar
  • Op frisse lakens gaan liggen na die eerste koele(re) avond na een hittegolf
  • Op een familiefeest ontdekken dat de appelcake DE appelcake van mijn oma is, na 29 jaar zonder deze heerlijkheid
  • Het handgeschreven recept van die beroemde appelcake van mijn oma krijgen, schrijffoutjes en notities in een andere kleur incluis

 

Een glimlach kan ik niet onderdrukken als ik aan die momentjes denk.

Ik neem me voor geregeld zo’n boeketje samen te stellen.
Net door ze te plukken, zullen ze nooit verwelken.

 

Zondag zoondag #10: fier op jou

Lieve schat,

 

Ik moet je wat vertellen.

 

Misschien klinkt het wel heel logisch.

 

Misschien weet je het al lang.

 

Misschien is het niet cool dat ik het zeg.

 

Maar ik ben fier op jou.

 

Ik was al fier op jou van voor je werd geboren. Je denkt misschien: ‘toen had ik nog helemaal niets gedaan!’. Het tegendeel is waar. Elke dag dat je bij mij groeide, deed je oneindig veel dingen, dingen die wij ons niet meer kunnen voorstellen, zoals vingers maken en oren krijgen. En dus was ik zo fier op jou. Want oren maken, dat doe je niet elke week.

 

En sindsdien heb je zo ongelooflijk veel bijgeleerd. En al zo ongelooflijk veel gedaan op iets meer dan 2 jaar. Al volgen de mijlpalen elkaar iets minder snel op, vorige week kwam ik aan bij de crèche en zat je op een driewielertje. Ik had je nog nooit pedalen zien gebruiken. Maar daar ging je dan. Meer achteruit dan vooruit, maar wat was ik fier op jou.

 

En als je mij verrast, door plots de flamingo aan te duiden, of een ‘toala’ te benoemen, man wat ben ik dan fier op jou.

 

Soms zijn er dingen die niet zo vanzelfsprekend zijn voor jou. Zoals binnenkomen in een kamer vol mensen, ook al zijn dat je liefste familieleden. Dan ben je wat verlegen, en duik je onder in mijn armen. Maar als je dan na een half uurtje toch enkele stapjes waagt, of een high five geeft aan je opa, dan ben ik zo fier op jou.

 

En als je dan bij het afscheid kiest om tóch geen kus te geven, maar enkel wilt wuiven, dan ben ik ook fier op jou. Want jij mag kiezen wie jouw liefkozingen krijgt, en zéker wie niet. Ook al vind ik dat op dat moment misschien wat jammer, dat doet er helemaal niet toe.

 

Je zoekt je grenzen op, en dat betekent dat je test wat mag en wat niet. En nog eens test, en nog eens. Heel hard huilt als blijkt dat wij vinden dat eten op de grond gooien aan de andere kant van die grens ligt. Dat kan een tikje vermoeiend zijn, maar lieve schat, jij moet je wereld uittekenen op basis van behoorlijk weinig gegevens, en daar bewonder ik je voor.

Nu klinkt het misschien alsof ik applaudisseer voor elke boer, sta te springen bij iedere lach.

 

Laat ons zeggen dat ik een behoorlijk hoge basisdosis fierheid heb, die er altijd is – gewoon omdat ik je mama mag zijn, jij jij bent, met je ontwikkelende karakter, je flinke krullenbos en je liefde voor treinen.

 

Daarnaast piekt die fierheid geregeld, zoals vorige week met die driewieler, of dit weekend toen je een voorzichtig balspelletje begon met een neef die je eigenlijk helemaal niet kende.

 

Dus vergeef het je oude mama als ze in herhaling valt, elke avond als ze je in je bedje legt.

Ze meent het, wat ze zegt.