Vijf op vrijdag: ouderschap in quotes

We zijn ondertussen al aardig gevorderd met die 40 dagen bloggen, and so far so good! Voor onze volgende ‘Vijf op vrijdag’ spookte er al even iets door mijn hoofd: 5 quotes die ik met (pril) ouderschap verbind.

Er werkt weinig meer op de lachspieren dan zo’n citaat waarbij je denkt: It’s funny ‘cause it’s true! Al zijn er natuurlijk ook uitspraken die je even doen stilstaan, of misschien zelfs slikken. Nagels met koppen, in elk geval!

  1. quote 1

Voor een planner als ik was de onzekerheid van de bevalling, niet evident. Maar dat ik dat ventje eindelijk zou ontmoeten, maakte het allemaal wat makkelijker.

2. quote 2

Ook al is het echt een superkracht dat je een kindje op de wereld kan zetten, het maakt je toch ook heel kwetsbaar.

 

3. quote 4

Zeker in de babyfase kon een dag al eens lang duren- figuurlijk, maar ook letterlijk (ik was toch anderhalf keer langer wakker dan gewoonlijk). Toch gaat het tegelijk zo snel. Zou dat de ouderlijke relativiteitstheorie zijn? En nu we toch bij Einstein aankomen:

 

4. quote 3

Momenteel zijn onze verhaaltjes nog vooral kort en bondig, maar dat onze man uit zichzelf besloten heeft dat ‘in bedje blijven zitten en een boekje bestuderen’ een fijn tijdverdrijf is, kan ik alleen maar toejuichen. Ik kijk al uit naar meer verhaaltjestijd!

En dan  last but not least:

5. quote 5

Eentje die alle ouders niet mogen vergeten.

 

En dan nog een laatste, die niet in het lijstje past, omdat-ie alles overstijgt, als credo van elke jonge ouder, als troost in korte nachten, darmkrampjes, terrible two’s, en noem maar op, een mantra van mama en papa:

Screen Shot 2017-03-29 at 11.53.37

Advertenties

Tekst en uitleg #2

Vorige week begon ik aan het beantwoorden van een aantal willekeurig gekozen vragen- in dit geval geplukt van de website Mynd-  deze week de tweede reeks: van nummer 11 tot 20, uit ’48 vragen aan jezelf die je leven (kunnen) veranderen’.

11 Zou je bereid zijn om je levensverwachting met 10 jaar te laten dalen als je dan zeer aantrekkelijk of beroemd zou worden?

Zeker niet. En als ik 10 jaar langer gezond mag blijven, bij de mensen die ik graag zie, wil ik er gerust lelijker of minder beroemd (is dat nog mogelijk?) op worden.

 

12 Zou jij de wet breken om een geliefde te redden?

Natuurlijk! Zonder twijfelen ook. Wie zou dat nu niet doen?

 

13 Wat is iets waarvan je weet dat je het anders doet dan de meeste mensen?

Eens per jaar schrijf ik op wat ik wil bereiken op korte, middellange en lange termijn, en koppel ik hier acties aan. Manlief en ik trekken er een paar uur voor uit, waarin er verder geen afleidingen zijn (we gaan bijvoorbeeld in een brasserie zitten), en bespreken ons lijstje samen.

 

14 Hoe komt het dat de dingen die jou gelukkig maken niet iedereen gelukkig maken?

Omdat ik, in sommige gevallen, heb ondervonden wat het is als ze er niet meer zijn. Of als je iets niet meer kan.

 

 

15 Hou je vast aan iets dat je moet loslaten? Wat is het?

Het is misschien wel iemand. Ik heb veel geduld denk ik, maar vriendschap moet van twee kanten komen.

 

16 Als je niet aan een plek gebonden was, naar welk land zou je verhuizen?

Nu ons buitenlands avontuur zo goed is meegevallen, zijn er wel meer opties mogelijk geworden. Ergens anders gaan wonen, lijkt plots geen onoverkomelijke berg meer, maar een avontuur waar je zoveel van kan leren. Al is het wel zo handig dat je de taal spreekt. Dus dat beperkt de mogelijkheden toch al wat.

 

17 Als je de liftknop meer dan één keer induwt, geloof je dan écht dat de lift sneller komt?

Tuurlijk, dan weet de lift dat je het meent.

 

18 Wat wil je liever zijn: bezorgd en geniaal, of gelukkig maar dom?

Ik hoop dan zo geniaal te zijn, dat ik iets kan bedenken om mijn zorgen op te lossen.

 

19 Je moet kiezen: al je oude herinneringen verliezen, of nooit in staat zijn om nieuwe te maken?

Dit lijkt me een strikvraag. Aangezien al mijn nieuwe herinneringen, meteen ‘oud’ zullen zijn, zou ik die dan ook verliezen. Ik ga voor het houden van de oude herinneringen. Ze zijn met veel en ik hou eraan (zie hieronder).

 

20 Wat is je gelukkigste jeugdherinnering?

Ik heb veel fijne herinneringen, maar de zomervakanties in De Haan horen zeker bovenaan de lijst. In mijn hoofd altijd mooi weer, vriendinnetjes die komen logeren, grote golven die we bedwongen in onze opblaasboot en ijsjes met een bolletje pistache en een bolletje aardbei. Een gewéldige combinatie die ik sindsdien eigenlijk nooit meer heb gegeten.

 

*Note to self: Deze zomer aan zee dat ijsje eten.*

ijs

 

Cat people

Ik zat op de zetel en voelde me niet geweldig. En kijk, daar kreeg ik al gezelschap van één van onze pluizige vriendjes: Scotty. Hij vleide zich tegen me aan, en begon te spinnen. Wie beweert dat je geen vriendschap krijgt van katten, heeft er duidelijk nog nooit eentje in huis gehad.

 

Toen manlief en ik gingen samenwonen, was het snel duidelijk: van zodra we een tuin zouden hebben, wilden we twee katjes. Twee, want dan kunnen ze samen spelen, breken ze iets minder van je interieur af, én leren ze al snel dat krabben wel pijnlijk kan zijn (omdat ze met elkaar vechten om te spelen) – wat betekent dat katjes die niet alleen opgroeien, ook de menselijke inwoners van het huis minder vaak gaan krabben.

 

Dus toen ons huisje eindelijk gebouwd was, begonnen we onze zoektocht naar twee pluizige maatjes. Eerst had een collega een nestje met Scottish Fold katjes. Dat zijn van die ongelooflijk schattige beestjes waarbij de oortjes wat naar binnen zijn geplooid. Helaas, het nestje was niet echt gezond, en de beestjes overleefden het niet.

 

Een paar weken later was er weer ergens een nestje, van gewone stratiens deze keer. Eentje was een klein ros katertje, we noemden hem Scotty, een beetje naar de Scottisch Folds, een beetje omdat hij een rosse Schot had kunnen zijn, maar ook omdat dat gewoon een coole naam is voor een kat, toch? Het andere katje wilden we ‘Jake’ noemen, omdat het wel een leuke combo was; Scotty en Jake.

 

Maar Jake bleek een katinnetje, en werd dus algauw omgedoopt naar Jane.

 

Scotty en Jane.

P1110433

Bijna zeven jaar zijn ze nu, en ze zijn al een stuk rustiger dan die eerste jaren. Toch zijn het allebei top-killers, die geregeld muizen naar binnen slepen. Onvergetelijk was ook Scotty’s eerste rat – toen een beest dat niet eens zo veel kleiner was dan hijzelf, en de dikke duif die hij op één of andere manier toch door het kattenluik had weten trekken en die nog lééfde – gevolg: heel het huis vol pluimen en wij op vogeljacht.

 

Zo opvallend dat ze elk ook hun eigen karakter hebben, als zus en broer. Scotty is de grote man buitenshuis, maar heeft eigenlijk een klein hartje. Janie daarentegen, is een stuk kleiner dan haar kloeke broer, maar van niets of niemand bang. Een autodeur die openstaat op onze oprit? Je vindt waarschijnlijk een tijgertje aan je stuur. Nieuwe mensen op bezoek? Ze mogen opschuiven want Jane wilt op het goeie plekje in de zetel zitten.

 

Het zijn heel aanhankelijke dieren, die steeds enthousiast komen aanlopen als ze ons zien. Ik ben dol op mijn katten. Neen, ik zal ze nooit als mijn kinderen beschouwen, of mij de katten-mama noemen (help oh help) maar het zijn zeker vriendjes van ons.

 

Dus ik schrok toch wel stevig toen Scotty naast mij kwam zitten en ik een grote, opgezwollen, kale plek op zijn borst zag, met een open wonde erop. Dierenarts gebeld, afspraak gemaakt, Scotty met het nodige geworstel in het kooitje gekregen (op zo’n moment is het echt handig dat onze katten dus écht niet krabben, want 6 kilo kat in een kooi krijgen is geen sinecure), en hup, erheen.

 

En ja hoor, mijnheer had gevochten en de wonde was ontstoken. Gelukkig liet hij zich braaf behandelen – en is het siroopje met de ontstekingsremmer blijkbaar erg lekker als het op een stukje kippenwit wordt gesmeerd. De dierenarts zei nog dat hij geen lafaard was, want als ze tijdens een gevecht de aftocht blazen, dan hebben ze eerder wonden op hun achterlijf en staart.

 

Nou, nou.

 

Mijn grootste litteken staat op mijn rug…

 

Maar ik eet dan ook geen Friskies.

 

Over curves

Naar Kind en Gezin gisteren. Ergens jammer om een uur binnen te zitten, met dit heerlijke lenteweertje. Ik plukte ventje weg van de zandbak in de crèche – hallo, korrelig kusje – en we wandelden het lokaal binnen. De dames die de kindjes opmeten en wegen zaten liefelijk te glimlachen, maar het mocht niet baten: ons ventje had er al genoeg van voor het begon, en zette zijn keel open.

 

Ik had eigenlijk veel zin de boel de boel te laten. Hij eet goed, hij drinkt goed, hij speelt de hele dag en hij slaapt behoorlijk dus who cares waar hij op die curves zit, toch? Zijn pyjama is trouwens voor een gemiddelde 3-jarige gemaakt, dus ik maak me niet bepaald zorgen over ons ventje dat volgende week twee kaarsjes uitblaast.

 

Het compromis was dat ik mee met hem op de weegschaal ben gaan staan, en daarna ook nog even zonder hem. Dat we samen tegen de muur gingen leunen om hem even op te meten (die houten bak die hij al haat sinds hij 4 weken is, was echt geen optie, ook niet voor mij trouwens–  kan dat nu echt niet praktischer?).

 

Toen de dokter zes blokjes tevoorschijn toverde, was het ergste leed geleden. Met zijn vlugge vingertjes had hij, nadat hij eerst een perfect rijtje had gelegd, al snel een torentje gemaakt. En nog eens. En nog eens. En dan door mijn hand te bewegen als een klein marionetje dat stapelt, nog eens.

 

De dokter haalde een popje tevoorschijn. Hij vond het maar niks, duwde het weg. Ik besefte opeens dat wij geen enkele echte pop in huis hebben. Knuffelbeesten genoeg, maar niets dat op een pop lijkt. Is gewoon nooit in me opgekomen! Nu ja, hij heeft eigenlijk ook niet echt interesse in die knuffelbeesten, dus overschakelen op iets menselijker dan een blauwe dino in pluche, was geen logische stap voor mij.

 

Maar dus, die pop. Om lichaamsdelen op aan te duiden. Oh! Maar had dat dan gezegd! Dat is ons dagelijks spelletje voor het slapengaan! Waar is jouw neus? Waar is mama’s oor? En om de paar dagen komt er iets nieuws bij: kin, nek, arm, …

Nu is het zo dat als ons ventje geen zin heeft om mee te doen met dit lijstje, het het heel eenvoudig ‘nee’ klinkt. Wat doet de tijger? Nee. Wie is mijn beste vriend? Nee. Waar is je haar? Nee.

 

Stiekem vind ik dit geweldig. Hij zal wel meedoen als hij er zin in heeft. Als dat niet het geval is: ‘Brul jij maar lekker zelf, moeder, of zoek maar naar je eigen neus! I am not your trick pony!’.

 

Al was ik vandaag wel een tikje opgelucht dat hij uiteindelijk wel het spelletje begon mee te spelen.

Dat hij twee-woord-zinnetjes maakt, dat hij al maanden achteruit loopt, springt, hurkt, en danst, tja, dat moet mijnheer dokteur maar op mijn woord geloven.

 

Alles helemaal in orde met ons mannetje, zo blijkt. Hij ‘volgt zijn curve’.

 

Deze avond wiegde ik hem zachtjes, voor ik hem in bed legde. In plaats van zijn hoofd op mijn schouder te leggen, zoals gewoonlijk, zocht hij in het donker mijn neus en wreef er zijn neusje tegen. ‘Neuz neuz mama’ hoorde ik hem giechelen. Ik giechelde mee.

 

Schattig zijn volgt geen curve. Dat piekt, hors categorie.

Apen-Groeimeter-muursticker1

 

DZV: vierde week, tweede adem

Naar het schijnt duurt het minstens drie weken om een nieuwe gewoonte aan te kweken. In deze vierde week van Dagen Zonder Vlees zou één en ander dus wat vlotter mogen verlopen.

 

En ja, het weekmenu opstellen duurt nog altijd iets langer dan voordien, maar er is toch een kleine kentering te merken. Op restaurant even de kaart scannen naar de veggie mogelijkheden, gebeurt al met een zeker automatisme. Ik hoef het pakje gerookte hesp niet meer terug te leggen, nadat ik het onnadenkend uit de frigo haalde om een boterham te beleggen. De maaltijden deze week waren –bewust- eenvoudig en snel om te bereiden, én ze vielen goed in de smaak.

 

Dit alles maakt dat ik de vorige zeven dagen vijf dagen vegetarisch gegeten heb. Dit was mijn doelstelling van bij het begin dus: mission accomplished! Het weekend is ‘gesneuveld’ door een prachtige portie sushi op zaterdag… en een reepje spek op de zondagse brunch.

 

‘Dagen Zonder Vlees’ was een gespreksonderwerp op die brunch. Een nichtje ging er ook voor, en ging nog geen enkele dag voor de bijl – zélfs niet voor een krokant gebakken stukje varkensvlees. Ik had er wel bewondering voor, maar besefte des te meer dat ik na deze 40 dagen geen full time vegetariër zal worden. Of toch nog niet meteen.

 

Maar het dierenleed dat de voorbije dagen in het nieuws kwam, liet natuurlijk niemand onberoerd, en we waren het erover eens: als je dan toch vlees eet, kan je maar beter kwaliteitsvlees kopen, en moet het je dan ook wel enorm smaken. Ik besefte dat ik zelden van steak kan genieten en dat ik misschien liever een alternatief voorzie als manlief er voortaan zijn tanden wilt inzetten.

 

De resultaten van de vorige week waren als volgt:

Screen Shot 2017-03-26 at 19.09.37

 

Voor de volgende week heb ik het volgende op het menu gezet:

 

Maandag: Spinazie-kaasburger met bloemkoolsalade en krieltjes (ja, daar ben ik toch voor een burger gevallen, maar geef toe, deze klinkt toch niet slecht)

Dinsdag: Pasta met broccoli en pijnboompitten

Woensdag: Shakshuka. Shakwatte? Dit is een eenvoudig recept dat oorspronkelijk uit Jerusalem komt. Het is een pittig gerecht waar eieren worden gepocheerd in een sausje van tomaten, paprika, ajuin en kruiden. Ik leerde het kennen in de drie weken dat ik ooit de boxen van Hello Fresh probeerde.

Donderdag: pompoenspinazielasagne

Vrijdag: Chili sin carne

 

Ik moet nu wel toegeven dat ik mogelijk het menu ga aanpassen, nu ze temperaturen van rond de 20°C voorspellen. Ik sluit niet uit dat ik één en ander probeer om te toveren naar een salade-versie van het oorspronkelijk gerecht. En dan buiten op ons terras eten, terwijl het nog licht is ’s avonds. Wow. Ik kijk er al geweldig naar uit!

Zondag Zoondag #3

Peuterlog dd 26032017

  • Vandaag kwamen de nichtjes en de neefjes op bezoek. Ik heb hen duidelijk gemaakt dat mijn speelgoed alleen tijdelijk te leen was.
    .
  • Ik ben goed op dreef met mijn loopfietsje. Ik snap niet dat mama daarom zegt dat ik binnenkort het fietsje met twee wielen kan proberen. Waarom verlies ik er twee als het zo goed gaat?
    .
  • Mama wordt helemaal blij als ik haar een bloemetje geef. Nochtans groeien die gewoon in de tuin.
    .
  • Papa zei dat dat zonnehoedje cool is, maar ik twijfel nog.
    .
  • Als de zon schijnt, moet je wit spul op je gezicht smeren. Maar mama noemt mij ook een wittekop zonder! Moet verder onderzocht worden.
    .
  • Mama zei dat katjes niet op de fiets willen. Ik heb het voor de zekerheid toch geprobeerd met Scotty. Vandaag was-ie niet te overtuigen, maar misschien morgen? De aanhouder wint, toch?

 

DSC_2434

 

Vijf op vrijdag: wat ik wél kan

Het werd lente deze week. Officieel, meteorologisch, maar ook in het grasveld en de bermen. Ons kleine berkje in de voortuin heeft geïnvesteerd in nieuwe blaadjes. Het zonnetje liet zich al eens wat meer zien. ‘s Avonds gaan joggen lukt soms zonder extra lichtjes en fluovestje.

 

Op een vrijdag in de lente moet een mens gewoon eens zijn roze bril opzetten. Zichzelf een ‘speekmedaille’ geven. Een klein buigingske maken. En een lijstje van vijf dingen opstellen, die je wel goed kan. Grote dingen, kleine dingen, misschien op het eerste zicht alledaags, of net zot origineel, ik laat het aan anderen om te oordelen (al moet ik zeggen: nr. 5).

 

  1. Ik kan moeilijke dingen eenvoudig uitleggen. Ik heb dit ergens onderweg ontdekt, en later aan uitgebreide experimentatie onderworpen. De grootste proeven kwamen vaak van mijn lieve groottante, die, hoewel ze mij ooit belde om te vragen of ze de videocassette moest omdraaien en opnieuw insteken, mij plots een uitdaging kon toespelen als

 

“Wat is dat eigenlijk, DNA?”

“Seg, dat internet, hoe werkt dat precies?”

.

  1. Organiseren. Noem het, ik zal het op poten zetten. Ik maak de planning, ik regel de grote en de kleine issues, voorzie een back-up voor alles wat een naam heeft en ik denk aan het extraatje dat het af maakt. En ik maak een draaiboek zodat iedereen kan volgen (en weet waar-ie moet staan op het juiste moment). Ja, met een kleurcode. Duh.

 

  1. Ik kan een compliment oprecht aanvaarden. Nee, dat was niet altijd zo. Zo typisch Vlaams, zo typisch vrouw, of misschien gewoon zo typisch ik vroeger, om je na een compliment bijna te gaan verontschuldigen. Of je kan ook tussen de lijnen uitleggen waarom je dat niet verdient (‘Oh de trui is echt oud’ ‘Oh, maar nee, zo goed was dat niet hoor, kijk maar naar die’ En mijn favorietje: ‘Oh dat was eigenlijk per ongeluk gelukt’).Twee vliegen in één klap: je breekt jezelf nog wat af én je maakt de complimenteur onrechtstreeks uit voor een blinde onnozelaar, die niet doorheeft wat een loser jij eigenlijk wel bent.

    Doe ik niet meer aan mee. Ik geef oprechte complimentjes, en ik ontvang ze ook heel graag. Alsjeblieft, dankuwel.

.

 

  1. Kaartjes, tekstjes en gedichtjes schrijven – mits enige voorbereiding, maar soms ook ‘on the spot’ (bijvoorbeeld als de familieleden ‘geen inspiratie hadden’ en mij de opdracht geven twee minuten voor het feestvarken aankomt).Manlief vindt dit een geweldige eigenschap, aangezien hij één keer heeft geprobeerd onze vakantiekaartjes te schrijven. Toen vroeg een vriend of we toevallig de kaart ‘voor de bomma’ naar hem hadden gestuurd. Exit manlief als kaartjesschrijver. Hij heeft zoveel andere kwaliteiten.

 

.

  1. Ik kan me erbij neerleggen dat ik niet kan controleren wat andere mensen denken. Ik kan maar mijn best doen, ik wil uiteraard goed overkomen. Maar wie weet lijk ik voor die ene collega net iets te veel op die trut die vroeger bij haar in de klas zit. En krijg ik dat echt niet rechtgetrokken. Tja. Their loss.
    Je kan zelden voor iedereen goed doen. En weet je wat? Dat is helemaal niet erg.

 

 

Welke dingen kunnen jullie? Waar zijn jullie goed in? Komaan! In de lente mogen er dan pollen in de lucht hangen, niemand is allergisch aan een beetje ‘eigen stoef’!

 

quote

Nr. 6 en 7

 

Gastblog: Over studiekeuzes en schattige kinderen

40 dagen bloggen, dat is niet noodzakelijk: 40 dagen (zelf) schrijven. Vandaag laat ik gastblogger Kathleen aan het woord, die schrijft over haar studiekeuze. En over haar schattige dochters, omdat daar logischerwijze niet over te zwijgen valt.

 

En toen vroeg ze mij: “waarom heb je eigenlijk gekozen om psychologie te studeren?”. Dat vind ik nu eens een goede vraag. Ik ben klinisch psycholoog van opleiding, ik denk als een psycholoog, ik lees nog steeds veel over psychologische onderwerpen maar toch beoefen ik niet het beroep van een klinisch psycholoog. “Waarom dan niet als het je duidelijk interesseert?”, hoor ik je al denken. Wel ja dat is nog zo’n goede vraag.

Op mijn 16e wist ik al dat ik psychologie zou gaan studeren. Ik wilde niets liever dan mensen helpen en mezelf helemaal ten dienste van anderen stellen. Met een basis van Latijn en 8 uur wiskunde verklaarden mijn ouders mij voor gek. Waarom psychologie als je ook iets met je wiskunde kan gaan doen? Gelukkig was ik toen al heel koppig van aard en ging ik toch voor mijn eigen gedacht. Iets waar ik nu nog steeds geen spijt van heb eigenlijk.

Toen ik aan de studie begon op mijn 18e had ik überhaupt geen idee hoe het mijn levenskoers verder zou bepalen. Ik hechtte er ook niet zoveel belang aan want mijn papa studeerde Aardrijkskunde en staat nu zowat aan het hoofd van een bedrijf dat badkamermeubels verkoopt. Zolang je je maar amuseert, toch?

Gaandeweg  vroeg ik me af of ik toch niet beter iets meer technisch was gaan doen. Hoe meer je leert over hoe mensen denken en voelen, hoe meer je bij jezelf gaat kijken hoe dat dan bij jezelf zit. En dan kan je 2 dingen doen: jezelf helemaal afsluiten of er keihard tegenaan lopen, vallen en weer opstaan. Ik koos voor het laatste, al was dat zeker niet de makkelijkste weg. Ik puberde toen ik 21 jaar was en 3 jaar samen met mijn huidige man. Hoe hij dat heeft volgehouden weet ik niet maar onder al dat gerebelleer moet toch nog iets positief gezeten hebben. Thank god, want nu hebben we er 2 prachtige dochters aan over gehouden!

20170108_154714

Genoeg over mijn schattige kinderen, ik dwaal af. Psychologie dus. Aan het einde van mijn studie werd ik op stage gestuurd en werd ik daarenboven ook nog eens verondersteld een eindwerk te maken. Dat eindwerk interesseerde mij geen zier, ik wilde nog steeds mensen helpen. Dat bracht me op de jeugd- en kinderpsychiatrie, want dat wilde ik graag doen, met jongeren werken. Wat heb ik daar veel geleerd! De belangrijkste les was toch wel dat ik maar beter iets anders kon gaan doen dan psycholoogje spelen want al dat mensen helpen, ik werd er zelf bijna depressief van.

En die thesis waar ik zo tegenop zag, wel ja, dat was nu eens plezant werk se! De bocht was gemaakt, ik zei het veldwerk vaarwel en stortte mij in een doctoraat. Terwijl ik een jaar ervoor nog zou gezworen hebben dat ik nooit NOOIT van mijn leven een doctoraat zou maken, zo tussen 4 muren achter een pc op kantoor, vergeet het! Ik sta er dus zelf nog altijd van te kijken dat ik de voorbije 8 jaar ongeveer 70% van de tijd tussen 4 muren achter een pc heb doorgebracht. Het leven kan soms raar lopen.

Maar spijt heb ik niet nee. Psychologie is nog steeds mijn stokpaardje en al die lessen komen handig van pas bij de opvoeding van mijn 2 (super)schattige kinderen. Ik help nog steeds mensen, maar alleen als ik tijd heb. En wiskunde, ja dat doe ik ook nog. Als penningmeester bij de ouderraad. Als je mij dit had voorgelegd als 16 jarige had ik eens hard gelachen denk ik. Wat ik eruit heb geleerd? Het komt zoals het komt en als je iets ziet dat je wil moet je er gewoon voor gaan. Zo zie je maar dat het Latijn ook nog steeds van pas komt: carpe diem!

Meer lezen van Kathleen? Dat kan! Neem eens een kijkje op https://missesleeblog.wordpress.com

Tekst en uitleg #1

In de rubriek ‘Tekst en uitleg’ beantwoord ik enkele vragen die rondzweven op het internet. Vandaag is het een reeks van 10 uit “48 vragen aan jezelf die je leven (kunnen) veranderen”. Ik zocht de vragen (de tekst) en geef de uitleg die erbij hoort (see what I did there?).

 

Wie weet kan ik daarna evalueren of dat eerste reeksje al een impact heeft gehad!

 

1 Hoe oud zou je zijn als je je leeftijd niet wist?

Ik heb me tijdens mijn tienerjaren altijd ouder gevoeld dan ik was. Op mijn 20ste was het alsof mijn identiteitskaart mijn gevoel had ingehaald. Nu blijf ik 32.

 

2 Wat is erger: falen of nooit proberen?

Nooit proberen. Falen is natuurlijk ook niet leuk. Alleen kan je daar dan wel iets uit leren, wat bij ‘nooit proberen’ niet het geval is. Je leert helemaal niets, alleen dat je een bange muis bent.

 

3 Als het leven kort is, waarom doen we dan zoveel dingen die we niet willen?

Dat is een hele goede vraag. Ik denk dat we heel veel dingen doen die we niet echt willen, omdat we denken dat het verwacht wordt. Of we doen mee, omdat het een gewoonte is. Ik probeer hier zoveel mogelijk komaf mee te maken; ‘het hoort zo’ of ‘het is altijd zo geweest’ zijn geen overtuigende argumenten meer.

 

4 Als het straks allemaal is gezegd en gedaan, heb je dan meer gezegd of gedaan?

Aangezien een vrouw gemiddeld 20 000 woorden spreekt per dag, zal ik zeker meer gezegd hebben dan gedaan.

 

5 Wat zou je het liefst veranderen aan de wereld?

Dat mensen uitspraken doen, beslissing nemen en de wereld kunnen regeren zonder kennis van zaken. Alternatieve feiten, het moet echt niet gekker worden.

 

6 Als geluk een munteenheid was, wat voor soort werk zou jou dan rijk maken?

Ik weet niet zeker of die job bestaat. Of al bestaat.

 

7 Doe jij waar je in gelooft, of heb je je neergelegd bij wat je doet?

Ik denk niet dat ik iets zou kunnen doen, waar ik niet in geloof.

 

8 Stel dat de gemiddelde levensduur 40 jaar was, wat zou je dan veranderen aan je leven?

Ik zou meteen minder gaan werken.

 

9 Tot op welke hoogte heb je daadwerkelijk controle gehad over hoe je leven tot nu toe verliep?

Bij de citaten die mijn leven omschrijven, hoort zeker ‘If you want to make God laugh, tell him about your plans’. Hij heeft wat afgelachen, de voorbije jaren.

 

10 Wat vind je belangrijker: dingen goed doen, of goede dingen doen?

Ik hoop dat ik de goede dingen goed kan doen. Al klopt het natuurlijk ook dat als je dan eens zondigt, je dat maar meteen beter goed doet ook.

Hmmm…. ik voel me nog niet echt anders dan voordien.

quote

Gewoon eens dinsdag

Gisteren was het Internationale Dag van het Geluk. Het was ook de meteorologische start van de lente. De Dag van de Mus, en de Dag van de Francofonie, ah oui, merci.

 

Vandaag was het de Internationale Dag van het Bos. Ook de alleenstaande ouder mocht zijn/haar dag vieren. En het was de Dag tegen Racisme en Discriminatie.

 

Een mens zou zich gaan afvragen of het ook gewoon eens dinsdag mag zijn.

 

Want voor ons was het gewoon dinsdag.

Dinsdag. Met een ochtendspits die thuis al begon. Manlief moest vroeg weg, tandjes moesten gepoetst worden, maar dit was zéér tegen de zin van iedereen in huis die jonger is dan twee. Dit gold ook voor het feit dat sokken, schoenen, truien en een jas aan een lijfje gehangen moeten worden ‘s morgens. Het werd niet bepaald op gejuich onthaald. Nu ja, het was ook luid en met wat verbeelding (en het aanpassen van de eerste letter) klonk het als ‘JEEEEEEEEEEEEEEE’.

 

Het was een krachtoefening om dat ventje in zijn autostoel te krijgen. Gelukkig was het vooruitzicht met zijn vriendjes te kunnen spelen uiteindelijk voldoende om dat mooie lachje te zien (en ja, met gepoetste tandjes is dat nog een tikje mooier).

 

Daarna had ik nog 8 km te overbruggen naar mijn werk, waarvan 6 file bleken te zijn. Waarom? Omdat het spitsuur blijkbaar hét ideale moment is om de berm van de ring van Leuven te gaan snoeien, en daarvoor één rijstrook in te palmen. Ongetwijfeld iets met de lichtinval en de dauw, dat het zo vreselijk nodig maakt dat klusje ’s ochtends te klaren. En waarom kan opeens niemand meer rijden, laat staan ritsen op zo’n ogenblik?

 

Eindelijk op het werk – geen parkeerplaats meer vrij.

 

Ik dacht: als nu de koffie op blijkt te zijn, dan ga ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gillen.

 

Oh, ik ben nog wat vergeten.

Gisteren startte ook de ’10 Dagen zonder zagen’.

Hum.

Ik ga er gewoon niet aan beginnen, een mens moet zijn limieten kennen.

 

Heavy-Traffic

DZV: derde, uitdagende week

Thuis ben ik diegene die beslist wat er op tafel komt. Ik vraag zeker input aan manlief, maar uiteindelijk maak ik het boodschappenlijstje (opgesteld in de volgorde zoals het in de winkel ligt, indien nodig). Ik probeer de laatste drie weken echt recepten te vinden die gewoon lekker zijn en ‘volwaardig’, met andere woorden, waar je niet van denkt ‘dat had nu een lekker steakske nodig’.

 

Manlief engageerde zich niet voor DZV. Hij wilt gerust alle bloemkoolcurry’s en groentenburgers verdragen, hij vindt het zelfs lekker, maar zal het sneetje hesp op zijn boterham niet laten. Het klonk deze week wel eens: ‘anders eten we scampi’s bij die risotto’? ‘Het is precies al lang geleden dat we kip gegeten hebben’.

 

Hum ja schat, daar is een reden voor. Dagen Zonder Vlees, ja dan is er dus geen vlees – de naam is toch goed gekozen hé. Aan de ene kant: YES, het is dus lekker genoeg om hem te doen vergeten dat we vegetarisch eten. Aan de andere kant: DAMN, hij is elke vijf minuten vergeten dat we vegetarisch eten.

 

Maar als tijdelijke vegetariër stootte ik deze week al op enkele uitdagingen. Een restaurant zoeken om met de collega’s te gaan eten? Drie restaurants werden afgekeurd omdat er geen of amper vegetarische gerechten op de kaart stonden. Gaan lunchen in het zonnetje met een vriendin? Uit keuze-armoede gevraagd om het spek uit de speksalade te halen. Je krijgt er niets voor in de plaats en het gerecht kost nog exact even veel als met het spek. Ik voelde me een beetje bekocht, zoals wanneer mijn watertje even veel kost als een pint.

 

Op vrijdagavond aten we ossobuco met pasta, en door mijn ruime porties konden we er zaterdagmiddag nog eens van eten. Tja, dan kon ik zaterdag ook al schrappen als vleesloze dag. Ik troostte me met de gedachte dat minder voedselverspilling ook één van de uitdagingen was die je kon aangaan, naast minder vlees en vis eten. En dat is toch ook iets waar ik sterk naar wil streven.

Screen Shot 2017-03-19 at 21.33.17

Ergens vind ik het wel jammer, dat ik op de website van Dagen Zonder Vlees niet élke vleesloze maaltijd kan ingeven – het gaat per volledige dag. Mijn peuterbrein, compleet verslaafd aan stickers zoals ‘vleesvrije dag’, denkt dan al gauw: ik at vanmiddag al wat gehakt, de dag is al ‘verloren’ wegens niet volledig vleesvrij, dus geef mij dan maar wat salami op de boterham.

 

Hoe dan ook, dit is de stand na drie weken:

Screen Shot 2017-03-19 at 21.33.06

 

Ons weekmenu voor deze week ziet er als volgt uit:

Maandag: Pasta met gemengde champignons, spinazie en geitenkaas – vorige week enorm in de smaak gevallen van manlief én ventje (zie foto)

Dinsdag: Salade van vegetarische balletjes, boontjes, eitje en bieslookdressing

Woensdag: Risotto met vergeten groenten (in dit geval: koolrabi, groene kool en pastinaak)

Donderdag: Pompoensoep en broodjes met zelfgemaakte eiersalade

Vrijdag: Zelf belegde pizza’s met bloemkoolpizzabodem

Het zijn deze week eenvoudige, snelle maaltijden, en dat mag natuurlijk ook al eens. We zullen het ons in elk geval laten smaken!

DSC_2420

Pasta met spinazie, champignons en geitenkaas

 

Ne gelukkige

Je bent jarig vandaag

Vandaag is je dag

Ik heb bloemen gekocht

Ik heb aan je gedacht

 

Je kleinste schat tekende wild

Een krabbel met een grote K

Ik breng hem mee voor jou

Zijn liefste o-ma-ma

 

Heb ik al vaak genoeg gezegd

Dat ik je graag zie,

Zeker ook vandaag

Ik had zo graag

Zo graag

Zo graag

 

Die bloemen afgegeven

 

en niet neergelegd.

 

 

 

Zaterdag Plog

Ik heb een nieuw woord geleerd. Niet als ons ventje, die de vondsten tegenwoordig aan elkaar rijgt in een snel tempo. Maar het woord PLOG behoorde tot voor kort niet tot mijn vocabulaire.

Plog (photo-log) is een weblog die bestaat uit een fotoverzameling. Bloggers posten (ploggen) een blogpost met een verzameling foto’s van die dag, als een fotoverslag van wat ze hebben meegemaakt. Foto’s worden zo veel mogelijk ruw (dus niet bewerkt) geplaatst, zodat een plog een zo realistisch mogelijke weergave oplevert.

Zaterdag 18 maart in foto’s.

8u45. Ik gaf het flesje om zes uur vanmorgen (geen foto, nee), daarom mocht ik van manlief wat langer blijven liggen deze morgen. Die eerste blik naar buiten zorgt niet voor een zonnig gevoel, een lekker ontbijtje des te meer.

 

 

8u47. Ik ging even koffie halen. Opgestaan is plaats vergaan.

DSC_2432

9u30. Deze week was behoorlijk druk, het is bijgevolg niet gelukt om al een weekmenu op te stellen, met bijhorend boodschappenlijstje. Dat moet nu dus nog gebeuren, en voor Collect & Go is het natuurlijk te laat. Inspiratie voor originele, vegetarische recepten (derde week Dagen zonder Vlees) zoek ik online of in kookboekjes. (En ja, iemand had mijn notaboekje al wat opgevrolijkt met kleurtjes).

DSC_2433

11u. Fris gewassen. We besluiten dat manlief thuis blijft met ons ventje, die op tijd zijn bed in moet voor het middagdutje. Ik ga boodschappen doen, en krijg al gauw een smsje dat peutermans drie bordjes pasta op heeft, en al ligt te knorren.

colruyt

13u. We eten de restjes van de ossobuco met pasta van gisteren op. Het is heerlijk. Mijn schoonzusje komt langs, ze wilde graag wat brainstormen over het scenario van haar schooltoneelstuk. Hopelijk hebben mijn wilde ideeën haar wat vooruit geholpen.

15u. Iedereen wakker en fris. We rijden naar familie in Limburg, en niet in het beste weertje. Manlief valt na vijf minuten in slaap.

DSC_2435

16u30. Taart (of is dat vlaai in Limburg?)! En koffie! En goed gezelschap!

IMG_20170318_165938_240

19u30. Na een gezellige middag zijn we weer thuis. Ventje viel in slaap in de wagen, en was niet zo blij toen we hem wakker maakten (heel begrijpelijk, dat is toch het meest brakke gevoel ever). Nog even rustig worden met Dora.

DSC_2429

20u. Met hernieuwde energy wordt Scotty achtervolgd door ons ventje. Actiefoto in het speelhuisje. ‘This speelhuisje is not big enough for the both of us, Scotty’.

20u30. Een uurtje later dan gewoonlijk ligt de schoonste in huis alweer onder de wol. Ik ga dat snel ook doen, denk ik. Slaapwel!

 

Vijf op vrijdag: wat ik niet kan

Aaaaah Friday. My second favorite F-word. – dit staat op een onderzettertje dat ik ooit aan een collega cadeau deed. Het deed me aan haar denken, omdat we samen een mini-dansje durven te maken als de laatste dag van de werkweek aanbreekt.

Alleen heb ik vandaag een mooi aantal vergaderingen, en niet allemaal dicht bij huis, dus het zou kunnen dat de beruchte vrijdagnamiddagfile de start van mijn weekend een beetje uitstelt. Bovendien krijgen we vanavond bezoek, waar manlief en ik al lang naar uitkijken. Gelukkig staat het diner al netjes te pruttelen in mijn slow cooker: Jeroen Meus’ ossobuco. Hij haalt in het recept aan dat je er tijd voor moet maken, wel Jerre, wat dacht je van kalfsschenkel die zich 8 uur lang op 80°C alle smaken van de groentjes en de kruiden eigen heeft kunnen maken? Jep, over mijn slow cooker schrijf ik zeker binnenkort, want samengevat: zo’n ding is vreselijk handig. En de geur die je huis vult is gewoon geweldig – ik krijg nu al honger als ik er aan denk.

Maar goed, eventjes bij de les blijven: de vijf op vrijdag. Ik dacht, ik ben in een eerlijke bui, laat ik maar starten met vijf dingen die ik totaal niet kan. Dingen die voor een ander misschien helemaal vanzelfsprekend lijken, maar waarbij ik het gevoel heb dat ik de algemene cursus gemist heb, die blijkbaar alle andere mensen op deze wereld volgden. Stiekem, toen ik niet keek.

Vijf ‘gewone’ dingen die ik niet kan:

  1. Ik kan niet fluiten. Het is gewoon gênant. Om dit euvel enigszins te verdoezelen, zing ik dan maar de woorden ‘fwiet fwiet’. News flash: dat verdoezelt helemaal niets.

.

  1. Naaien/stikken: Ja, ik kan een knop aannaaien, maar of die er twee weken later nog aanhangt, valt zwaar te betwijfelen. Een scheur in een kledingstuk kan ik zeker maken, maar mag het daarna de verkleedkoffer in?

.

  1. Naar de koers kijken, zonder het op mijn zenuwen te krijgen en met iets anders te beginnen. Dit geldt ook voor darts, voetbal, snooker, voetbal (de lijst is niet compleet). Enige uitzondering is het WK voetbal, toen zat ik evengoed met strepen op mijn wang aan de buis gekluisterd.

.

  1. Iemand anders melk in mijn koffie laten schenken. Of voor iemand anders melk in de koffie doen. De gewenste hoeveelheid melk in je koffie is een belangrijke, persoonlijke en precieze aangelegenheid. Ik kan het echt niet hebben dat iemand mijn koffie verknalt door er te weinig, of godbetert, te véél in te doen. Ik zou dan ook nooit iemand een soortgelijk onrecht aandoen.

.

  1. Niet aan de melk ruiken voor ik hem in mijn koffie giet. Is totaal onmogelijk. Zelfs al doe ik zelf het flesje open, ik MOET gewoon effe checken.

energy

Lente

Gisteren zuchtte ik nog weemoedig over een sneeuwstorm in Boston. Vandaag bracht een heerlijk lentezonnetje de energie weer op peil.

 

Tijdens de middagpauze wandel ik over de Oude Markt en het lijkt wel een fast forward naar de zomer: jassen werden thuisgelaten, benen ontbloot, en terrasjes zijn druk bevolkt (de aula’s deze namiddag, daarentegen…). De sfeer is heerlijk, alsof iedereen collectief heeft besloten te vieren dat de winter alweer overwonnen is, dat er langere dagen aankomen, dat de vitamine D uit de lucht valt en niet in een potje zit.

 

Er werden veel pintjes verkocht vandaag. Studenten zitten op de trappen van de markt stukken pizza te eten, pastabekers of een hoorntje met drie bollen als lunch, want vandaag moet dat kunnen! Er klinkt wat muziek, ik denk dat er een soort optreden komt.

 

Ik wandel voorbij en kan niet anders dan glimlachen. Om de discussies of er al dan niet naar de les gegaan wordt. Om de iets te optimistische korte rokjes. Om de fietser die me bijna raakt omdat-ie één hand nodig heeft om zijn ijsje vast te houden. Om de jongen met het blauwe haar en de hot pants.

 

Die eerste écht zonnige dag van het jaar zou een vaste verlofdag moeten zijn, voor iedereen. Want lente in Leuven, da’s meer dan een mooie alliteratie.

 

leuven

Wicked storm

Vanmorgen kreeg een berichtje van de vriendin die een jaar geleden een heel fijn weekend bij ons in Boston doorbracht. De link die ze doorstuurde, verwees naar een krantenartikel waarin een grote storm in Massachusetts werd aangekondigd. Meer dan een halve meter sneeuw wordt er verwacht. En wij wandelden toen in een licht truitje over de Freedom Trail en maakten zonovergoten foto’s in de Harvard Yard.

 

‘Ik voel een blogje over het weer in Boston opkomen’, schreef iemand anders me, die de blizzard ook al aangekondigd had gezien. Er valt inderdaad wel iets te vertellen over dat weer in New England, dat in de tussenseizoenen zo verschrikkelijk variabel kan zijn, dat je gerust temperatuursprongen van 20°C op 2 dagen kan verwachten. Zoals toen mijn schoonouders ons kwamen bezoeken. Op vrijdag genoten we van een lentezon tijdens een wandeling, de jassen vakkundig onderin de buggy gepropt, de volgende dag vierden we de verjaardag van het kleine ventje met een matig weertje, en de dag daarop viel mijn ‘happy birthday’ voor het grote ventje stil omdat ik niet kon geloven dat er 20 cm sneeuw was gevallen.

 

Maar eigenlijk wilde ik helemaal niet over Boston schrijven, laat staan over het weer.

 

Vandaag was zo’n dag waarin je wat opgeslokt wordt door administratie, regeltjes, documenten. Ik probeerde me daardoor te worstelen én ondertussen goed gehumeurd te blijven – en niet evidente opdracht. Bij het zoveelste kopje koffie dat ik ging bijtanken, stond ik even in de keuken en keek door het raam.

 

En plots was het daar. Niet de tuin aan die keuken, met de hagen en het grasveld. Het verdween, het ritselde weg, zoals de vertrekuren op dat grote bord in de hal in de luchthaven van Zaventem – de bordjes kantelden en er verscheen iets anders. Daar was ons uitzicht, vanuit ons appartement. De treurwilgen die Grigg’s Park omranden, waar ons ventje zo vele uren heeft gespeeld. De elektriciteitsdraden die de eekhoorntjes laten oversteken, de palen staan scheef, maar dat lijkt niets uit te maken. De parking beneden aan ons gebouw. De rustige straat waar we pizza’s lieten leveren om ze in het park op te eten (want: “pizzas can’t be delivered to a park”. Dat weten we dan ook alweer). De daken van de appartementsgebouwen op Beacon street.

 

In de zon. Met herfstkleuren. Onder de sneeuw. Met nieuwe blaadjes.

 

Vandaag mis ik Boston, en mijn uitzicht. Sneeuwstorm en al.

unnamed-1

wicked

 

 

Leven in cijfers

Ik heb iets met cijfers. Ze blijven hangen. Ze haken zichzelf in mijn geheugen. (Huwelijks)verjaardagen, bepaalde data, ongemerkt planten ze zichzelf in mijn interne agenda. Ik kan ook echt het ‘mooie’ in een datum zien. Hmm, dat klinkt een beetje raar nu ik het zo schrijf. Misschien ligt mijn eigen verjaardag aan de basis, zoals ik al eerder omschreef.

 

Nu kwam ik toevallig bij een website uit die wat dat betreft helemaal mijn ding is. Het opzet is heel eenvoudig: je geeft je/een naam in, je geboortedatum, en je krijgt een reeks van cijfers, die bepaalde elementen van je leven omschrijven. Hoeveel dagen, weken, maanden verblijd je de wereld al met je gezelschap? Hoeveel kilo voedsel heb je al vermalen?

 

Kortom, totaal nutteloos en bijgevolg ook erg grappig.

 

Een paar cijfers over mezelf:

Screen Shot 2017-03-12 at 15.16.54

Slaap– Ik heb behoorlijk wat slaap nodig, dus deze cijfers mogen gerust naar boven worden afgerond. Met minder dan 7 uur, ben ik al wat uit mijn lood geslagen, na twee dagen met zes uur slaap, gaat het humeur er al wat onder lijden.

 

Voedsel – Wow. Nu ja, het valt niet te ontkennen: ik hou van eten. Het is zeker veel meer dan louter energie binnenhalen voor mij.

Screen Shot 2017-03-12 at 15.17.19

Tanden poetsen -27 108 keer, minstens! Ik kan echt niet tegen het gevoel van ‘vieze’ tanden, en zal nooit gaan slapen zonder poetsen. Ook al is het midden in de nacht, ook al ben ik doodop, even moeten die bijters geschrobd worden.

Screen Shot 2017-03-12 at 15.17.47

Haar– 222 inches, dat is 5,36 meter. Ik ga ervan uit dat ze hoofdhaar bedoelen. Ik ben er vrij zeker van dat mijn haar sneller groeit dan gemiddeld. Ik spaar ook steeds een jaar of twee, om dat mijn paardenstaart te doneren aan Kom Op Tegen Kanker. Die maken er pruiken van voor mensen die er nood aan hebben, maar het niet kunnen betalen. Ik moet wel elke keer een speciale enveloppe zoeken, die niet uit zijn voegen barst als die staart wordt opgestuurd.

Screen Shot 2017-03-12 at 15.18.03

Oepsie. Excuus.

Of zoals ze in Zweden zeggen: Pardon my Danish.

Ook eens proberen? Kijk op http://lifeinnumbers.co.uk

Dagen Zonder Vlees – Week 2

Ondertussen zijn we een kleine twee weken aan de slag met Dagen Zonder Vlees. De eerste week was geen algemeen succes. De voorbije dagen lukte het al beter, mits een strak gepland weekmenu (veggie lunches incluis), alle ingrediënten netjes in huis gehaald via Collect and Go, en een lunch buitenshuis die ik bewust in een vegetarisch restaurant liet doorgaan.

 

Het resultaat: de voorbije zeven dagen at ik er zes volledig vegetarisch. Ik kan mijn gegevens ingeven op de website van Dagen Zonder Vlees en krijg volgende tussenstand.

Screen Shot 2017-03-12 at 21.57.20

Wat nog belangrijker is, even egoïstisch gezegd, ik heb echt lékkere dingen gegeten en ook manlief heeft vaak mee gesmuld. De grootste triomf was ongetwijfeld de bloemkoolpizza: ik kocht een kant-en-klare bodem bij Albert Heijn, we maakten een sausje van tomatenblokjes uit blik en belegden onze pizza elk met groentjes en wat feta. Op 20 minuten hadden we een heerlijk maaltje, dat zelfs een scepticus als manlief helemaal overtuigde. Ik kreeg zelfs excuses voor de voorafgaande klaagzang (‘Gaat dat lekker zijn? Volgens mij heb ik daar niet mee gegeten. En daar zit bloemkool in?…’)

Het menu voor deze week ziet er als volgt uit:

 

Maandag: Falafel met groentenfrietjes, yoghurtsaus en pita

Dinsdag: Pasta met gemengde champignons en geitenkaas

Woensdag: Gevulde omelet voor manlief, ikzelf ga met een bende (ex-)collega’s eten in een vegetarisch restaurant

Donderdag: Pizza van tortilla, groentjes en feta

Vrijdag: Ossobuco met pasta

 

Voor iemand vraagt met welke geniale truc ik ossobuco omtover naar een vegetarische variant: op vrijdag krijgen we hoog bezoek en trek ik de jokerkaart. Met excuses aan het kalf wiens schenkels nu in mijn diepvriezer zitten, het was niet persoonlijk.

 

Nog een conclusie na twee weken?

 

Het vlees mis ik eigenlijk amper, en er zijn websites genoeg die receptjes aanbieden. Het enige waar ik soms wel wat tegenaan bots, is het feit dat wij ondertussen ook wat op de calorietjes letten. Noten, kaas, avocado, ze staan allemaal op mijn lijst van meest geliefde ingrediënten, maar light zijn ze niet te noemen. Ook wat betreft broodbeleg is het nog een beetje zoeken, aangezien een plak kaas – hoewel erg geapprecieerd – toch aanzienlijk minder goed is voor de lijn dan een sneetje filet de saxe.

 

Een prettige bijwerking van deze uitdaging is in elk geval dat ik al heel wat nieuwe dingen heb uitgeprobeerd, omdat je toch een beetje uit je comfortzone wordt gehaald. En, laat ons eerlijk zijn, samenleven met twee carnivoren, maakt het er niet gemakkelijker op. Nope, niet de katten.

quote

Zondag zoondag #2

Wie ons kent, weet dat wij geen mensen zijn van weinig woorden.

Ze zeggen wel eens ‘tegenpolen trekken elkaar aan’, maar zowel manlief als ikzelf leggen het heel graag uit. Het is dus niet zo dat ik een stille jongen heb gezocht, die alleen naar mij zou luisteren.

Ik weet eigenlijk niet zo heel veel van toen ik klein was maar ik weet wel dat ik behoorlijk snel aan het tetteren ben geslagen. In één van de weinige video’s die ik heb van die tijd, worden mijn zussen gedoopt. Ik weet dus precies hoe oud ik toen was, 2 jaar en 2 maanden. Je ziet de kerk, je ziet twee kindjes in witte kleedjes, de priester, die mijn grootnonkel was, die een potje water haalt, familie in jaren ’80 kleuren… en je hoort één iemand: een klein, schel stemmetje dat roept ‘Is dat panneke van mama, nonkel?’. ‘Is dat warm water?’.

Nu ik me iets verder ben gaan verdiepen in de taalontwikkeling van jonge kinderen, besef ik dat dit best aardige uitspraken zijn voor een tweejarige.

Ons ventje is nog niet meteen wat je zou noemen een vlotte babbelaar. Ik maak me daar ook geen zorgen over. Maar natuurlijk keken we een jaar geleden al uit naar wat zijn eerste woordje zou zijn. Hoeveel uren zou ik niet ‘ma-ma-ma-ma-ma’ en ‘pa-pa-pa’ voorgedaan hebben?

Maar beginnen met de belangrijke zaken in het leven, zijn eerste woordje was ‘bal’.

Er volgden er heel wat, maar ‘mama’… dat woord dat algemeen bij kinderen over de hele wereld zo bekend is, dat bleef zeldzaam. Soms eens een ‘ma’, daar moest ik het dan mee doen.

Misschien deed hij dat wel expres, die zoon van ons. Om het dan toch boven te halen en extra effect te creëren. Zoals die ene keer dat hij niet echt wilde gaan slapen, en maar bleef rechtstaan in zijn bedje. Hij sliep toen nog bij ons op de kamer. Ik kwam zelf ook naar bed, en na de zoveelste keer kusje geven, neerleggen, slaapwel zeggen, wilde ik het kordaat aanpakken. ‘Nu ga jij in jouw bed, en mama in haar bed, en we gaan allebei slaapjes doen’. Hup, lichtje uit.

En dan in het donker, voor het eerst, dat kleine stemmetje, glashelder, een beetje vragend maar vrolijk: ‘mama?’.

Hoe snel die bij ons in bed lag, helemaal bedolven onder een regen van kusjes? Lichtsnelheid, echt lichtsnelheid.

Nu heeft hij zijn repertoire aan woorden behoorlijk uitgebreid, maar ‘papa’ spant toch de kroon. Ik was soms ook ‘papa’ of hij riep gewoon ‘iets’ – een beetje te vergelijken als je iemand wilt wenken, maar de naam van de persoon in kwestie vergeten bent (en ‘dingske’ geen optie is): ‘Hey, euh… joehoe! Heeeeey’.

Waar is mama? Wijst mijn kant uit. Waar is de neus van mama? Neemt mijn neus vast. Ga dat maar aan mama geven. Ik krijg een half opgeknabbeld stukje brood.

Dus toen hij gisterenochtend naar mij kwam gestormd, op zijn eigen huppelende wijze, en MA-MAHH riep, huppelde er vanalles in mij. En toen hij dat nog een paar keer herhaalde toen we in de Ikea rondliepen, en ik weer in zijn vizier verscheen, kon mijn geluk niet op.

Ik weet wel, dat ik ooit, in een niet zo verre toekomst, waarschijnlijk eens zal wensen dat hij het niet kon zeggen. Bijvoorbeeld na een uur MAMAAAAAA MAMAMAMAMA gillen, of de vijfde keer midden in de nacht, ofzo.

Maar toch blijft het het mooiste woord ter wereld. En mijn ventje zegt het. Tegen mij.

Mama-1.0

Vier en geen

Om 40 dagen lang elke dag te schrijven, moet je al eens aan de inspiratieboom schudden. Maar als dat enkel een verdroogd blaadje oplevert, kunnen we ons gelukkig verdiepen in de lijst met 56 mogelijke onderwerpen, die Kathleen, de bedenker van de uitdaging, ons doorstuurde.

Voor vandaag koos ik deze:

 

Waarvoor kus je nog iedere dag uw twee pollekes? (Waarvoor ben je extreem dankbaar, met andere woorden).

 

Ik dacht meteen terug aan dat moment dat mijn leven op zijn kop stond. Letterlijk. Ik hing ondersteboven, en mijn autogordel deed zijn werk en tartte de zwaartekracht. Ik herinner me het gevoel glashelder, maar niet wat ik zag, dat kon ik niet thuisbrengen. Alsof mijn hersenen weigerden te registreren dat we net over de autostrade waren ‘gevlogen’ (dit is het woord dat getuigen later gebruikten) door overkop te gaan en vier of vijf keer in de lucht te tollen, om uiteindelijk op het dak van de auto te belanden. Over twee van de drie rijstroken op de autostrade.

Niet mijn beste parkeermanoeuvre.

Die films waarin dramatische gebeurtenissen in slow motion voorbij komen? Is ook echt zo. Dat overkop gaan duurde heel lang. Ik herinner me wat ik dacht, nl. ‘als ik gewoon mijn hoofd en nek heel kan houden, dan komt het goed’. Geluid was er niet, alleen een gevoel van ongeloof, dit kan niet waar zijn, dit gebeurt toch gewoon niet, zoiets?

Tien (of 1? Of 100?) seconden na de onzachte landing kwam het geluid met een schok terug.

Geroep. Getier. Gekrijs. Mijn schoonzusje op de achterbank. Zij is er nog, dacht ik, opgelucht. En de andere twee? Toch waren mijn eerste woorden ‘sorrysorrysorrysorry’ – ik zat immers achter het stuur. Mijn schuld dat we hier liggen. Hangen. Dat dit het einde van onze skivakantie is.

Daarna ‘is iedereen OK? Kan iedereen iets zeggen?’ Hoe kalm klonk ik, tenminste in mijn hoofd. Eerst iedereen horen, dat was prioriteit. ‘Hij bloedt, hij bloedt’ gilde de schoonzus, over de vriend die naast haar op de achterbank zat. ‘Ik ben OK’ hoorde ik hem zeggen, met vaste stem. Ik weet dat mijn schat op de passagiersstoel naast mij iets heeft geantwoord, maar hij weet het niet meer. Heb ik dan wel iets gevraagd? Twijfel. Voel ik me nog altijd wat schuldig over.

Er waren zo snel mensen aan onze wagen. Ze hielpen iedereen uit de auto. Door de ramen, of door de deur die toch nog opende. Ik zat er als laatste in. ‘Coupe le moteur’ riep iemand. Oh ja, we waren nog in Frankrijk. Waar? Geen idee. Op weg naar huis. Ergens.

Ik grabbelde naar waar de sleutels zouden moeten zitten. Niets. Nog eens proberen. Waar waren die krengen? ‘Je n’y arrive pas’ riep ik.

Kijk eens aan. Net gevlogen, en in perfect Frans antwoorden.

Ik ben er zelf uitgekropen. Dat betekent dat ik zelf mijn gordel heb losgemaakt, waarschijnlijk een beetje naar beneden ben ‘gevallen’ en gedraaid ben om uit dat raam te kruipen. Dat zal wel, maar dat weet ik niet meer.

‘Pas op, er ligt glas, pas op voor je handen’, zei iemand, ik denk in het Nederlands. Ik dacht ‘dat is wel het laatste van m’n zorgen, glas in mijn handen. Get me out of here, en waar is de rest?’

Mijn vingers deden raar. Verder leek ik geen pijn te hebben. Ik moest eerst iedereen gezien hebben, daar waren ze. Schat zei dat alles goed ging, hij had het alleen zo koud, die vriend bleek inderdaad aan zijn oog te bloeden, mijn schoonzus lag op de grond, ze had aangegeven rugpijn te hebben, en er werd geen risico genomen. Ik maakte me wat zorgen, maar iedereen was er. En ik maakte me al wat minder zorgen toen de verplegers haar broek wilden openknippen en zij reageerde met ‘NON! Ce sont mes jeans préférés’ (hey, je bent een fashionista of je bent het niet).

Het was niet mijn schuld. De oudere man die ons van rechts wilde voorbij steken, en hierbij onze voorste wielkas had geraakt, waardoor de wagen was beginnen zwalpen, stond opeens bij ons. Hij excuseerde zich, honderd keer. Hij had het niet eens gemerkt, had ons zien vliegen in de achteruitkijkspiegel. Ik knipperde met mijn ogen. Het was niet mijn schuld?

‘Dat ik niet had moeten overcorrigeren, dan waren we niet overkop gegaan’, zei ik tegen de ambulancier die ons later naar het ziekenhuis bracht (welk ziekenhuis? Ik heb het even moeten vragen – we waren in Metz). Ik was luidop aan het nadenken, terwijl ik ergens een rekkertje vond om mijn haar samen te houden – mijn haarspeld lag in het wrak.

Hij zei: Wat jij gedaan hebt, heeft er voor gezorgd dat iedereen OK is. Wat jij deed, was dus perfect.

Het was niet mijn schuld.

Toen de brandweer arriveerde, werden er meteen twee vragen gesteld:

“Combien de personnes dans la voiture?

Combien de déces?”

 

Ik kus na tien jaar nog altijd mijn pollekes.

Ik kus nog altijd mijn pollekes, dat ik ‘VIER EN GEEN’ kon zeggen.  VIER EN GEEN. VIER EN GEEN.

VIER EN GEEN.

Het klonk als gillen in mijn hoofd.

ski