Koppig zijn

Eén van mijn nieuwe collega’s heeft een blog. Nu ja, het is bijna grappig dat ik ‘nieuwe’ collega’s zeg. Zij werken daar immers gemiddeld ook al een jaar, en voor hen ben ìk de nieuwe eend in de bijt. Goed, maakt niet uit –  nieuw, oud, ancien, terug-van-weggeweest, allemaal toffe madammen, met wie ik altijd wel ergens een paar dingen gemeen heb.

 

Zo nu ook: vorige week las ik nog hoe Nele wel eens doktersadvies in de wind durft te slaan, om daarna natuurlijk zieker te worden, en te moeten toegeven dat die paar dagen thuis toch écht wel nodig zijn. En ja, ook dat hebben we  gemeen, ik pleit schuldig.

 

Terwijl ik iedereen aanmaan om naar je lichaam te luisteren, te doen wat de dokter zegt, niet te blijven doorgaan tot over die grens… knikte ik de voorbije weken bij de zoveelste ‘dat het toch wel zwaar moet zijn, zo opnieuw aan het werk’, ‘dat de combinatie peuter en meer dan full time werken wel pittig moet zijn’. ‘Ik ploeter me er wel door hoor’, dacht ik eigenlijk stiekem. ‘Komt allemaal goed. Ja, ik ben moe, ja, ik heb al een maand keelpijn en met momenten sputtert mijn maag tegen, maar wie heeft dat niet?’

 

En zo lag ik vorige week figuurlijk in de lappenmand (letterlijk waren het de katjes). Buikgriep? Beestjes uit de crèche? Voedselvergiftiging? Manlief was duidelijk: je blijft thuis én je rust. En zorg ervoor dat het huis NIET piekfijn in orde is straks.

 

Deze keer had ik weinig overtuiging nodig: ik sliep twee dagen de dag weg, en ook daarna bleef het energiepeil behoorlijk laag. Elke poging om hier en daar toch al eens op te ruimen, leek aanleiding te zijn voor een dutje.  Mijn lijf kent mijn hoofd langer dan vandaag (gelukkig maar): subtiele hints werken zelden, meteen de grove middelen inzetten.

 

Dus, spelende vrouw, wat hebben we nu geleerd deze week?

 

Koppig zijn mag, maar met mate.

Rusten als je ziek bent.

Slapen als je moe bent.

En weinig is zo zalig als ‘Maya de Bij’ kijken met je 18 maandertje die zich spontaan op je schoot nestelt, hoofdje tegen je schouder, handje om je vingers. Hij zucht eens alsof alles nu goed is.

En dat is het ook.

Advertenties

Hou(d)t

Om 7 uur liep de wekker af. En ik, ik was blij dat ik wakker werd. Betekende dat ik geslapen had. De waarschuwing van de fotograaf bleef in mijn achterhoofd hangen: wallen krijg je niet weg met Photoshop. Een boterhammetje met choco later – mocht wel na maanden van extra sporten en met de hele familie naar lagere cijfertjes op de weegschaal streven- stapte ik in de wervelwind van onze mooiste dag.

 

Ons verhaal begon meer dan een decennium daarvoor. Letterlijk in een andere eeuw, een ander millenium zelfs. Waarom dan nog trouwen, werd ons gevraagd. Dat maakt toch geen verschil meer uit?

 

Maar voor ons was dat wel het geval. Voor ons was dit na al die jaren, opnieuw kiezen voor elkaar.  Voor mij flakkert er nog steeds iets op, als ik hem ‘mijn man’ kan noemen. Een warm gevoel – iets dat klopt, dat juist is.

 

Plots is het vijf jaar later. Een houten bruiloft, is me verteld.

 

Ook die 15de oktober scheen de zon, was de lucht blauw en de herfst een prachtig decor. Tussen toen en nu ligt vijf jaar van alles wat ik in onze geloften heb aangehaald:

 

Lieve schat, ik wil je vrouw zijn. Ik beloof je trouw te blijven in goede en kwade dagen, in armoede en rijkdom, in ziekte en gezondheid.

We hebben ons deel gehad, van die ziekte en kwade dagen, van de harde noten om te kraken. Soms dachten we dat we zelf zouden kraken. Soms leek de hele boom op ons te regenen.  Soms voelden we ons ver weg van elkaar, samen op de zetel.

 

Maar de mooie dagen, de rijkdom van vrienden en familie en een gezonde prachtzoon, die waren en zijn er ook.

 

En dat maakt dat ik enkele weken geleden werd betoverd door één zin, omdat het exact was wat ik over die grote man van mij denk. Of liever: voel. Na 17 jaar samen, na 5 jaar man en vrouw

 

Lieve schat

 

Al mijn later is met jou.

img_6391

End of summer

Vorige week kreeg ik op de crèche het zomerhoedje van ons ventje mee naar huis. Het zomerhoedje dat we kregen van nieuwe vrienden in Boston.

Niet meer nodig.

Meer nog dan de kleur aan de bomen, het duister dat valt, de regen die koud werd, de hoest die blijft zitten…. deed dit hoedje me beseffen dat de zomer voorbij is.

dsc_1974