Grote boodschap

Waarschuwing. Deze post gaat over een onsmakelijk onderwerp. Mogelijk is het iets waar je niet wilt over praten, of al helemaal niet over wilt lezen. Of misschien praat je er net dagelijks over, en dan heb je waarschijnlijk een baby/klein kindje.

 

Het gaat over ‘de grote boodschap’. Numero twee. De fax naar Darmstadt. Jawel.

 

Vóór de baby (je weet wel, BC) kwam dat onderwerp zelden of nooit op tafel ter sprake. Ik zou zeggen, gelukkig maar. Zolang alles OK was bij het regeren op de porseleinen troon, hoefden we het daar niet over te hebben. Maar opeens ben je verantwoordelijk voor het welzijn van een ander mensje, en is ‘bruintje uitlaten’ daar een cruciaal onderdeel van. Uiteraard niet zo gek, als je weet dat je gezondheid in grote mate afhangt van wat er in je darmen gebeurt.

Plots is hoe vaak ‘de rioolbelasting betaald wordt’, hoe veel en hoe het eruit ziet deel van de dagelijkse gesprekken. Of van de dagelijkse sms’jes, bijvoorbeeld naar manlief op het werk. Bepaalde emoticons, BC nooit eerder gebruikt, blijken nu onmisbaar!

 

Manlief: Hoe gaat het daar met ventje?

Ik: Goed! Flink gegeten en the 💩 has landed!

Manlief: Ah prima, want gisteren was 💩-loos he.

Ik: Nee klopt, maar nu was het 💩💩 💩!! Whoehoe!

 

Dus ja, het hoort erbij dat we de eerste weken wel eens opzij moesten duiken bij het vervangen van een luier (record gesteld op 1,5m ver, don’t ask). Dat je moet bijhouden hoe vaak er ‘gedownload’ wordt. Dat ik nu een uitgebreide kennis hebben van welke groenten en fruit naar de uitgang toe werken, of net niet. Dat ik het alleen als goed nieuws zie wanneer ventje opeens heel geconcentreerd in de verte staart, rimpeltjes trekt op zijn voorhoofd en knalrood wordt. Een goeie darmflora is veel waard en niet zomaar aan te schaffen met ecocheques. Poops, I did it again!

 

Maar echt, schatjelief… moet dat nu al-tijd tijdens het eten? Shit zeg.

Advertenties

Goede voornemens

Vanavond. Vanavond ga ik op tijd slapen. Echt. Ah, ik kijk er al naar uit.

Vergeet 1 januari, dit staat ongetwijfeld in de top 3 van dagelijkse mama (en waarschijnlijk ook papa)-voornemens, naast:

  • Ik ga gezonder eten
  • Ik ga weer meer sporten

 

En eigenlijk is het de makkelijkste om waar te maken. In theorie. Maar zoals we weten, is theorie en praktijk in theorie hetzelfde, maar zelden in de praktijk. Want ’s avonds gaat ventje op tijd zijn bedje in, na een flesje, een verhaaltje en een gedichtje (20u30 – 21u), en denk ik: fantastisch, nu kan ik nog snel de keuken opruimen, dan moet ik dat morgen niet doen. En dan hebben we nog een hele avond we-time. Heerlijk. Oh, weet je wat, ik dek ook nog even de ontbijttafel. Ach, ik doe dat afwasje nog wel. Oh, manlief is ondertussen nog iets administratief aan het afwerken. Dan nog wat ‘gezichtjes boeken’ en sociaal doen op andere media.  ‘Zullen we nog een serietje kijken, schat?’ Oh, Netflix speelt meteen ook de volgende aflevering, ach ja, …

 

En toen was het half 12. Véél te laat voor een langeslaper als ik. Véél te laat met een ventje dat wekker speelt om 5u30. Hoofdpijn. Nekpijn. Watten in mijn brein.

 

Maar vanavond. Vanavond ga ik op tijd slapen. Echt.

Talent

Talenten. Als er iets is waar anders mee omgegaan wordt in Amerika dan in Vlaanderen, dan zou ik zeggen: talenten. In Vlaanderen is ergens goed in zijn, iets dat je vooral niet te hard mag roepen. Stel je voor dat je zegt extreem goed te kunnen… voetballen/organiseren/koken/noem-maar-op. Dat kan toch helemaal niet? Tssss…Kan het bovenste knopje van je hemd nog dicht?

Zelfs op mijn cv, die er toch op gesteld is talenten ietwat te etaleren, is het allemaal tussen de lijnen door te lezen. Ik heb dit en dat gestudeerd, en ik heb zus en zo gedaan – dus je begrijpt nu toch zeker zonder dat ik het moet zeggen dat ik daar geen totale mislukkeling in ben?

 

In Amerika pakken ze dat anders aan. Als je ergens ook maar een béétje goed in bent, dan mag dat geweten zijn. Sterker nog, dan worden de superlatieven al snel boven gehaald. Amazing, wonderful, incredible, en ja hoor, ik zeg het over mezelf. Laat er in Amerika geen twijfel over bestaan:  WE ROCK!

 

De Amerikaanse aanpak is misschien wel wat extreem, van mij hoeven we onze talenten nog niet op t-shirts te drukken, en op je arm te tatoeëren, maar eerlijk zeggen waar je goed in bent, dat vind ik wel helemaal OK. In tegenstelling tot wijsheid, die mij duidelijk aan het overslaan is, komt dat soort kennis wel met de jaren. Ik wéét dat er een aantal dingen zijn waar ik goed in ben. Zijn er mensen beter? Ongetwijfeld. Véél mensen. Maar kan ik een moeilijk onderwerp eenvoudig aanbrengen? Kan ik meerdere projecten tegelijk aan? Kan ik op een meeslepende manier voorlezen? Heb ik, ondanks mijn totale a-muzikaliteit, wat ik zou omschrijven als een absoluut gehoor voor taal? Yes. All of the above.

 

De keerzijde is natuurlijk dat je ook beseft waar je NIET goed in bent (en de lijst is laaaaaang). Een kleine greep uit het aanbod: Ik kan niet zingen. Ik kan niet ja-knikken als ik ‘neen’ denk. Ik kan geen grote verhalen schrijven. Ik kan niet schilderen.

 

…Hoewel… een klein tafereeltje schetsen, niet met de grote borstel, maar met een klein penseeltje van taal – dat kan ik ook. Maar als het over de big stuff gaat, dan lijkt het plots niet meer te lukken. Ik vind de woorden niet, of liever, de woorden vinden mij niet meer. Mijn letters lijken niet te vatten wat ik voel. Het blijven gewoon letters, letterlijk, ze ademen niet wat ik over wil brengen.

 

Zo zit ik al een maand te kauwen op wat me nu elke dag blijft verbazen. En het lukt me niet, niet zoals ik het wil. Ik draai de woorden om en om, ik probeer ze te kneden, ik krijg het niet geschreven. Hoe hij eerst zijn angst overwon die hem meteen deed bukken en naar ons deed kruipen als we op een afstandje stonden. Hoe hij één voetje zette, nog eentje en zich dan naar ons toe liet vallen – van ondereeeeeeen! En hoe hij toen opeens, plots, bijna uit het niets, maar ook weer uit het alles van daarvoor, vijf stapjes zette, zes, tien, de keuken door. Zijn gezichtje, hoe hij straalde, hij wist perfect wat een mijlpaal hij hier verplaatste. Hij stapt, hij stapt, hij loopt, binnen de week crosste hij het appartement door, bochtjes pakken, dingen van de grond oprapen, zelfs al eens tegen een balletje schoppen, opeens leek de dam opengebarsten en al die nieuwe skills kwamen in één keer met een rotvaart mee.

 

Als de woorden je tekort schieten, kan je er altijd gaan lenen, gelukkig.

 

One small step for mankind, one giant leap for our kind little man.

 

Proficiat schatje.

 

Spijtig spijtig spijtig (2)

  • Dat ik nog steeds niet helemaal de vergelijking kan maken tussen Belgische en Amerikaanse melk. ‘Half and half‘, tot daar toe. Maar 2%, 1%, fat free, skimmed… ? (keuzestress)
  • Dat een maandabonnement voor de fitness 110 dollar kost. En zes weken persoonlijke begeleiding 525 (maar met de coupon nog maar 495!)
  • Dat kinderkledij hier steevast de schattigste opschriften heeft en dus enorm moeilijk te weerstaan is (“Mom’s cute. I’m cute. Dad’s lucky”).
  • Dat ik nu officieel geen enkel kledingstuk meer heb zonder hardnekkige vlekken. Ooit was het anders (wanneer beginnen de solden hier?)
  • Dat ik dacht dat die oudere man een oorapparaatje had, maar hij eigenlijk handsfree aan het bellen was (Tja. Ofwel praatte hij gewoon tegen zichzelf, ook een optie)
  • Dat ik niet terug naar België wil/graag terug naar België wil/nu nog niet naar België wil/ nu meteen naar België wil/ (Repeat)
  • Dat veel mensen best wel negatief doen over onze terugkeer: ‘Ai ai terug naar het gewone leven’, ‘dat zal afzien worden’, ‘het mooie liedje is gedaan’, ‘terug naar saai en koud Vlaanderen’ etc etc. Lighten up people! ( Kan je wennen aan wennen? Maar worst things have happened dan dat wij naar huis komen)
  • Dat nu wetenschappelijk is vastgesteld dat er géén manier is om de buggy de trappen af te krijgen zonder je onderrug op zijn minst aardig te verrekken ( Auw. En nog eens auw).
  • Dat een baby die op je lijf trommelt met een houten blokje het dichtste is dat ik al  geraakt ben bij een therapeutische massage (even m’n verbeeldingskracht gebruiken)
  • Dat de uitspraak ‘sleeping like a baby’ mij nog altijd luidop doet lachen (whoehhaha – daar ga ik weer).

Riing riiiing

“Ring Riiiiing. Ring Riiiiiiing. Ah, hallo! Ja, dag oma! Hoe gaat het? Ja, ons ventje is hier hoor. Oh, je wilt hem spreken? OK, hier komt ie. ’t Is voor jou, ’t is oma!”. Ik hou de plastieken hoorn in zijn richting. Het ding maakt een rammelend geluidje. Hij lacht breed, dit vindt hij echt geweldig. Hij neemt de hoorn over en houdt die aan mijn oor. Of aan mijn neus. Hoe het uitkomt.

telefoon fisher price.jpg

Dat speelgoed is al behoorlijk retro. Wij bellen tegenwoordig bijna alleen nog met Skype of Facetime. Of we sturen een Whatsapp’je. Of een facebookberichtje. Al die mogelijkheden tot communicatie maken over de plas zitten een stuk aangenamer. Het leek de voorbije negen maanden korter te maken. Ook al zijn we niet thuis, familie en vrienden kunnen ons ventje letterlijk zien opgroeien, want als hij het Skype-beltoontje hoort, is hij graag van de partij. Hij wilt steeds aan de gezichten komen, draait soms de Ipad om. Waar zitten ze nu? 

Wij vroegen ons af hoe dat zou gaan, nu de familie een paar weken niet meer op het schermpje te zien was, maar in 3D in onze woonkamer. Zou ons ventje hen herkennen? Zou hij het eng vinden? Uiteindelijk is het alsof je je favoriete filmster in het echt ontmoet!

 

Na een paar uur wennen ging het prima. Het bleek veel leuker om échte gezichten te kunnen aanraken, te knuffelen, samen rond te wandelen en verstoppertje te spelen. Omdraaien en nog steeds de persoon vinden!

 

Nu zit iedereen weer aan de andere kant van de oceaan, en van het scherm. We skypen. Ventje draait de Ipad om. Waar zitten ze nu? Spelen ze weer verstoppertje? Er is alleen het zilverkleurige materiaal van het toestel. En opeens lijken de volgende drie maanden lang. Langer. Dat heet metaalmoeheid denk ik.

Granola-la-la

Wat ik echt vakantie vind? Meer tijd doorbrengen met de mensen die je het liefste ziet, uiteraard maar ook: uitgebreid ontbijten. De tijd hebben om rustig je koffietje te drinken, misschien zelfs een pannenkoekje of een eitje te bakken, wat fruit erbij… zalig. Voor die dagen, maar ook voor de dagen dat het allemaal wat sneller moet, heb ik een receptje op punt gesteld: dat van chunky granola. Havermout is aan een opmars bezig, maar geef toe, het zijn vlokjes karton met een dikke nek. Vandaar een kleine tip om van havermout een lekker knapperig ontbijt te maken. Eenvoudig en ook helemaal naar eigen smaak aan te passen. Laat je niet afschrikken door de lijst ingrediënten – uiteindelijk is het enige ‘koken’ dat eraan te pas komt, alles bij elkaar smijten en in de oven zetten. Gemakkelijk én stukken goedkoper dan wat je in de winkel koopt!

Verwarm de oven voor op 160°C. Meng in een grote kom alle droge ingrediënten bij elkaar (zie hieronder).

In een pannetje of een microgolfpotje meng je ook de overige ingrediënten door elkaar, en je verwarmt deze tot alles begint te pruttelen/gesmolten is (–> alles behalve de microgolfpot, voor alle duidelijkheid. Aha, jaja, hier in Amerika kan een mens niet duidelijk genoeg zijn!).

Dan meng je de gesmolten ingrediënten bij de droge en meng je goed. Schud alles uit op een ovenplaat die je met bakpapier hebt bekleed.

Bak 25 min af op 160° en verlaag dan de temperatuur naar 100° C voor nog eens 10 min. Neem de eerste keer af en toe een kijkje, want elke oven is anders en je wilt niet dat je werk eindigt als een hoopje zwartgeblakerde grind.

 

Voor een portie waar je een weekje verder mee kan:

Droge ingrediënten

  • 315 g havermoutvlokken (geen instant)
  • 90 g geraspte kokos, liefst ongezoet
  • 75 g gehakte noten naar keuze
  • 75 g lijnzaad of andere zaden/pitten (aanrader: zonnebloempitten)

 

‘Natte’ ingrediënten

  • 60 g kokosolie (of een andere olie, maar ik vind deze wel lekker). Je kan ook boter gebruiken, maar dan wordt de granola korreliger, niet brokkelig.
  • 50 g pindakaas (als je daar niet van houdt, kan je ook gewoon 110 g olie in het totaal toevoegen)
  • 50 g honing of maple syrup (zoetebekken kunnen nog een eetlepel bruine suiker toevoegen. Of meer honing natuurlijk!)
  • beetje zout, en als je dat lekker vindt, een flink schepje kaneel (in mijn geval: check)
  • 60 ml melk

 

Belangrijk is de zoetstoffen niet helemaal weg te laten. Ze zorgen voor de brokkeligheid van de granola. Ik heb gehoord dat als je dat toch wilt proberen, je eiwit kan toevoegen voor meer ‘samenhang’, maar dat heb ik zelf nog niet getest. Voor het overige kan je zoveel weglaten of toevoegen als je wilt.DSC_1560

Laat na het bakken minstens een uur afkoelen in de oven – of de hele nacht als dat kan. Dan heb je een dikke granolakoek die je in stukjes kan breken.

 

 

 

 

Daarna kan je nog gedroogd fruit toevoegen, zoals rozijntjes, gedroogde besjes of banaanschijfjes, studentenhaver, stukjes chocolade… Luchtdicht bewaren. Naar het schijnt blijft het wel een week of twee goed, maar zo lang heeft de voorraad het nog niet overleefd bij mij! Heerlijk met yoghurt en vers fruit ’s morgens. Of gewoon als tussendoortje. Smakelijk!

Granola-detail

Spijtig spijtig spijtig (1)

  • Dat de vermelding ‘Gluten conscious cookie’ mij niet van de goede bedoelingen kan overtuigen (calorie conscious daarentegen…)
  • Dat ik het nog steeds een dom idee vind om elke douchekop vast te maken in de muur (en hoog te plaatsen)
  • Dat ik het niet kan laten foto’s te nemen van de mensen die in de plaatselijke koffiezaak in slaap vallen op hun tafeltje (in need of coffee duidelijk)
  • Dat ik drie weken niet ging joggen tijdens het bezoek van familie en vrienden, en mezelf nu vervloek –> bezoek = goed voor het hart, slecht voor de conditie
  • Dat de yogabroek het dichtste is dat ik bij de yoga geraakt ben tot nu toe (stilish wel hoor)
  • Dat Belgische chocolade lekkerder lijkt te smaken als je niet in België bent (FACT. Wetenschappelijk bewezen, n=1 en zelfevaluatie)
    mignonetten
  • Dat mijn haar kalkarm water niks vindt en dat PLUISFACTOR TIEN van kracht is sinds we hier zijn aangekomen (mijn mede-curlies weten wat ik bedoel) (Got my fluff on)
  • Dat de oudere man die ik mijn hulp aanbood in de winkel om iets van het hoge schap te nemen, daar bleek te werken als rekkenvuller (Oepsie)
  • Dat er wordt gevraagd of ik uit Duitsland kom, op een moment dat ik dacht m’n accent vrij goed weg te moffelen (ik zei zelfs ‘I live in Boawsten’ en al).
  • Dat ik nét iets te luid juichte toen er in Toronto ook een verschoningstafel was in de mannentoiletten. Want waarom zouden zij niet mogen delen in de vreugde? (Gedeelde fart is halve fart).

Gedeelde vreugde, gedeelde smart

Het is ongelooflijk dat op zo’n jonge leeftijd al heel wat karaktertrekken naar boven komen. Ja, mijnheertje heeft het graag precies zoals hij het wilt. Als hij applaus en aandacht krijgt, kan hij altijd een tikje meer, en met meer enthousiasme (echt, geen ideeeeee van wie hij dat heeft). Als iemand het waagt zijn aanwezigheid te negeren, zoals recent nog, gaat hij allerliefst lachen en houdt ie zijn hoofdje schuin: “Jij ook lachen?”.  Ik kan je niet vertellen wat voor persoon daar niét door smelt, want dat is ons tot vandaag nog nooit overkomen.

Hij blijkt best sociaal, en ook met delen heeft hij helemaal geen probleem.

Hij eet alleen groentenpuree als hij zelf ook een lepeltje krijgt om mee te prakken. Het in zijn eigen mond steken, gebeurt nog niet, maar er wordt wel geregeld een portie richting mama of papa gestoken. Met het hoofd een beetje schuin lijkt hij te zeggen: “Jij ook hapje?” – “Ja, mama ook een hapje” – Blijkt zo dat gepureerde bloemkool met vis nog best te eten is!

 

Ik poets zijn zes tanden en nadat hij even geduldig zijn mondje heeft opengehouden, neemt hij de tandenborstel beslist over en draait hem om, richting mijn lippen: “Jij ook poetsen?” “Ja, mama ook tandjes poetsen”.

tandenborstel 

 

Hij en zijn doekje zijn onafscheidelijk. Hij houdt het aan zijn neus, hij sabbelt er een beetje op, hij legt het op zijn hoofd als hij slaapt, het troost hem als hij overstuur is, kortom Doekje (de hoofdletter is verdiend) is een beste maatje. Maar als hij op mijn schoot zit, zal hij ook al eens een puntje stof mijn richting uitduwen: “Jij ook Doekje?” – “Ja, mama ook Doekje”. Na even ‘doen-alsof-ik-sabbel’, trekt hij het met een snok weg en kraait het uit van pret als ik dan keer op keer een gezicht vol ongeloof en grote ogen opzet.

 

We kregen drie weken lang bezoek van familie en daarna ook van vrienden. Het was fijn, het was gezellig, het was vakantie. Ons ventje maakte snel vriendjes, er werd heen en weer gekropen en aan het handje gestapt. Maar vorige vrijdag namen we afscheid van iedereen. En die namiddag had hij het moeilijk. Hij wilde geen dutje, hij wilde niet spelen, het voelde alsof er iets mis was. Hij jammerde wat en ik vroeg me af of hij het gezelschap miste.  Ik zong voor hem, we dansten rond, maar hij leek nog steeds wat triest. Ernstig hield hij zijn hoofd schuin.  *Zucht*. “Ja, schatje, mama ook”.