Het voordeel van routine

Ik had het in mijn agenda gezet, dus nu ging het zeker gebeuren. Het was gepland, dus er kon niets tussenkomen. Zo ongeveer om de vijf à zes dagen zou ik even in die creatieve vijver in mijn hoofd duiken om een postje op te diepen. Tijd genoeg om er voldoende zuurstof aan te geven, niet te lang zodat de wieren van vergeetachtigheid geen enkel klein ideetje kunnen verstikken.

limelife-planner

Ok, betrapt. Dit is niet mijn planner.

En dan… dan gaat manlief vijf dagen naar België, ben ik een dag out met maagpijn en zegt de babysitter de volgende dag af om dezelfde reden. (Gelukkig is ons ventje gespaard gebleven van het virus dat blijkbaar de ronde doet in Boston, maar we hebben de speelgroep op vrijdagochtend toch maar even overgeslagen).

Dan worden dutjes van anderhalf uur plots een hazeslaapje van 30 minuten, dan moet er elk uur van de nacht eventjes getroost worden (een minuutje maar, mama is hier, maar mama ligt weer even wakker), dan regent het na dagen van zon zodat we niet naar buiten kunnen – kortom, dan valt de routine in elkaar en komt er helemaal niets van mijn mooie plannen.

 

Hoe ik opeens besef dat routine best iets moois kan zijn! De gewone gang van alledag! Manlief was ook blij om weer thuis te zijn, weer ‘gewoon’.

 

Af en toe mag ‘gewoon’ gekruid worden met iets nieuws natuurlijk. Een nieuwe hobby, een nieuwe vriendschap, een nieuw recept. Of in het geval van manlief: een nieuwe titel, die van peter. Nu is het dus even wakker liggen omdat hij ligt te blinken van trots.

 

Ps- uiteraard blinkt hij ook van trots over onze happy baby. Maar aangezien ik dat zelf ook doe, merk ik daar minder van – misschien is het zoals look eten?

Advertenties

Ijs Ijs baby

In Ijsland hebben ze een gezegde.

‘Bevalt het weer je niet, wacht dan vijf minuten’.

Het had helemaal over Boston kunnen gaan. OK misschien is vijf minuten overdreven, maar ‘what a difference a day makes’.

Manlief geeft het liefst het voorbeeld van die ene week in de herfst dat hij élke werkdag een andere trui of jas aanhad. Omdat het weer elke dag zo grondig anders was. Ikzelf heb al verteld van de sneeuwstorm, vier dagen nadat ik op kerstavond mensen in sandalen en t-shirt zag winkelen.

Misschien moet ik eerst nog even vertellen dat manlief en ikzelf een paar weken geleden besloten de loopschoenen van onder het stof te halen om de conditie een schop onder de kont te geven. Het is niet de eerste keer dat ik besluit de winter door te joggen. Ik heb gejogd in regenvlagen waarbij ik na een half uur geen droge vezel meer aan m’n lijf had. Ik heb gejogd op een Finse piste omdat alle andere wegen een ijspiste waren geworden. Ik heb gejogd op een 1ste  januari terwijl ik zelf in een sneeuwmadammetje veranderde. Ik was van mening dat er geen slecht weer bestaat, alleen slechte/onaangepaste loopkledij.

 

En toen kwamen we naar Boston. En ging ik ‘Start to runnen’.

Dus goed, tijdens de vorige sneeuwstorm heb ik één dag gewacht met de training tot de voetpaden waren schoongemaakt. En ja, ik heb voor kerst een speciale muts gekregen die ook je mond en neus verbergt zodat ik geen ‘ice cream headache’ meer krijg (kan volgens mij ook dubbelen voor minder legale doeleinden). En verder wilde ik vooral niet flauw doen.

Tot vorige week. Manlief keek naar het weerbericht en zei: Oh wauw, zaterdag en zondag wordt het 14°. De lente komt eraan! En dan ik: euhm lieverd…. Dat weerbericht stelt ook dat het nu momenteel 39° is. Het is in Fahrenheit. Je weet wel… waar water bevriest op 32°? (Manlief heeft er drie lange verwonderde seconden over gedaan om daarna diep ohhh-owwww te zuchten.)

 

En inderdaad: oh owwww… zondagvoormiddag was het -23°C. Maar dat zegt niet alles. Boston staat ook bekend voor zijn hevige wind, die het allemaal nog wat frisser doet aanvoelen. Je wilt dus ook echt de wind chill factor kennen, hoe die -23° aanvoelt. Wel, dat was -42°C.

Screenshot_2016-02-14-07-49-14

Bij -42°C krijg je bizarre conversaties. Zoals: ‘ik ga mijn haar pas wassen nadat ik brood ben gaan kopen, want ik wil niet dat het bevriest’. En: ‘mijn neus doet pijn omdat mijn neusharen bevroren zijn’. En: ‘ik heb water in de lucht gegooid en het kwam als sneeuw naar beneden’ (daar hebben we jammer genoeg geen filmpje van).

 

Die dag heb ik besloten wat voor jogger ik ben. Ik wil geen watje zijn dat zeurt over het weer. Ik wil niet elke sneeuwvlok aanhalen als excuus om in de zetel te blijven zitten. En ik wil niet bibberen omwille van wat vrieskou. Maar mijn grens is -20°C. Dat dan weer wel.

 

Ps- Gisteren was het -10°C. Vandaag is het +12°C. Een verschil van 35 graden in twee dagen dus. Zwéten mensen, zwéten.

Smakelijke vrienden

Ik was eigenlijk een ander postje aan het schrijven. Over het Amerikaanse schoolsysteem. Hoe meer ik erover hoor, hoe meer het me verbaast. Dat tekstje komt er waarschijnlijk nog wel. Er is iets anders dat nu al een paar dagen in mijn hoofd ronddwarrelt. Het gaat, misschien niet verbazingwekkend, over eten.

Een week terug gingen manlief en ik uit eten om te vieren dat ik een (kort) tijdje geleden geboren ben. Vlakbij ons appartement is een Frans restaurant open gegaan, waarover ik niets dan goed las. De koks zijn echte Fransen en het menu was eveneens in het Frans opgesteld, met een Engelse verklaring van woorden als ‘terrine’, ‘tarte tatin’ en ‘île flottante’. Wij hebben het uitgetest en het was een verademing. Het brood was heerlijk! De wijn idem! Het hoofdgerecht werd niet op tafel gezet terwijl je net je vork neerlegde na het voorgerecht. Er werd niet raar gekeken toen manlief zijn biefstuk bijna rauw bestelde (en hij kreeg geen preek over mogelijke ziektes die voortkomen uit niet doorbakken voedsel….). De rekening werd je niet passief agressief opgedrongen. Het was duidelijk dat niet alleen de Franse gerechten, maar ook de Franse stijl van dineren was geïmporteerd en wij genoten met volle teugen (ook weer niet té volle teugen, want dat glas wijn was wel $15).

 

 

Het deed me opnieuw beseffen hoe wij (Belgen, Fransen, …en wel meer Europeanen) eten zien als zo veel meer dan brandstof. Hoe samen dineren niet alleen betekent dat je niet zelf hoeft te koken. En hoe veel lekkers herinneringen meebrengt aan bepaalde mensen.

 

Ik kan nu eenmaal geen cupcake eten zonder aan mijn schoonzusje-het-zelfverklaarde-cookiemonster te denken, al is het maar even. Kinderchocolade, tja, dat zijn mijn zussen. Manlief lacht elke keer om de ‘huisregel’ dat je die reepjes altijd in een even aantal moet eten (maar hij maakt er graag gebruik van als ik hem maar één reepje chocola breng- “hela, je kent de regels”). Gestoofd witloof, goh, dat is mijn vader, en wel omdat dat het enige is dat hij écht niet lust. Het moest in de keuken op het fornuis blijven staan, of de geur benam hem zijn eetlust. We gaven hem ooit een versierde wasknijper als vaderdagcadeau, maar het was zijn maat niet denk ik. Witloof met hesp in de oven, da’s mijn groottante, wiens legendarische saus ik nog steeds niet heb kunnen evenaren, en de wafeltjes waarvan ik er 12 000 moet gegeten heb en die ik nu nog met veel plezier maak, naar haar recept.

Courgettesoep en een broodje met kaas… – de vriendin die dit maakte bij gezellige onderonsjes tijdens de studententijd. Koffie(klasj) en belegde broodjes – de vriend die zijn krabsla zelf moet maken nu hij in Mexico woont. Pikante Tikka Massala saus – mijn lieve huisgenote en getuige die voor mij kookte toen ik dat zelf nog niet kon, en er zo voor zorgde dat ik geen 100 kg woog aan het einde van m’n studies. Maar die de hele pot spicy marinade voor een lichte saus aanzag waardoor we allebei vuur spuwden terwijl de tranen ons over de wangen rolden; van pittigheid én van het lachen.

Worteltjes… die zijn oranje. Geweldig, Ge-WEL-Dig ORANJE. Dat heb ik geleerd van zoonlief (nu zijn slabbertje, zijn lepeltje, en zijn bordje ook geweldig, geweldig oranje zijn gebleven).

Starbucks koffie met hele lange namen (skinny iced decaf caramel soy latte, bijvoorbeeld) doet me denken aan de ‘was-collega-werd-vriendin‘ die me een koffiekaart van Starbucks cadeau deed en me als eerste liet weten dat ze opnieuw zwanger was.

Chocolade met nootjes én rozijntjes – wat ik heerlijk vind – en witte paaseitjes met pistachevulling – de enige die altijd overblijven en die je dan opeet omdat er écht niks anders meer is; mijn moeder, eigenlijk niet eens zo’n zoetekauw.

En zo kan ik nog even doorgaan (ferrero rocher! matinnettekes! mignonetjes! chocomousse!). Allemaal zo’n fijne herinneringen, wie heeft er nog foto’s nodig? Al moet ik dringend vrienden maken over appels en rijstwafels. De weegschaal geeft niet om nostalgie.

Feest van het licht

Weet je waar ik niet goed tegen kan? Korte, donkere dagen. Het wordt pas echt erg eens dat winteruur is ingetreden. Het lijkt nog maar net licht en het wordt alweer donker. Help, ik heb de dag gemist! Ken je dat? Je zit in de zetel in je ogen te wrijven en denkt: ‘wow, nu is het echt al laat, tijd om te gaan slapen’ en dan kijk je op de klok en na twee-drie keer knipperen heb je door dat het toch al wel kwart over acht is.

 

Ik weet dat ik niet de enige ben. In het najaar gaan mensen in de aanval tegen SAD (seasonal affective disorder, ofte echt depri worden van het gebrek aan licht). Niet alleen door speciale daglichtlampen te kopen, maar ook hoe onze kalender eruit ziet:  het lijkt alsof de Amerikaanse feestdagen in het najaar zo gespreid zijn om die donkere dagen door te ploegen.

 

Oktober: Halloween op het einde van de maand is goed voor grappige en enge versiering die de hele maand opvrolijkt.

 

November: Thanksgiving op de vierde donderdag van de maand vraagt ook om de nodige tierelantijntjes die het huis gezellig aankleden. Kaarsjes, lichtjes, de open haard, vrienden en familie… alles om je aan te verwarmen.

 

December: In België komt eerst de Sint nog, hier is 1 december hét startsein voor kerstverlichting in alle maten en gewichten, opgeblazen en verlichte sneeuwmannen in de voortuin, rendier-standbeelden met oplichtende neuzen, en natuurlijk kerstbomen alom, blijkbaar speciaal gekweekt om niet te bezwijken onder het gewicht van een triljoen lampjes.

En dat was het najaar.

Maar dan? De kerstbomen liggen verder dood te gaan op straat, gestript van alle cadeauverpakking en feestgedruis. Slingers worden in een kluwen in een doos gepropt (uit elkaar halen is wel weer een zorg voor over 11 maanden).

Het nieuwe jaar mag dan beloftevol zijn, het is plots wel koud en donker.

Want de dagen zijn nog altijd te kort! En er is niets meer om naar uit te kijken. En ik heb post-kerstdagen-blues!

Gelukkig ligt de oplossing gewoon in onze almanak. Het feest van het licht. Begin februari. Hier heet de tweede dag van de tweede maand Groundhog day (te vertalen als bosmarmottendag). Op deze dag zou de bosmarmot volgens de folklore ontwaken uit zijn winterslaap en de snuit even buiten steken. Als de donsbal zijn eigen schaduw ziet, zal hij terugkeren naar zijn hol en duurt de winter nog zes weken. Mocht hij niet meteen terugkeren naar zijn hol, is het einde van de winter nabij.

bosmarmot

‘het wordt bewolkt met kans op regen’

 Die dag ligt exact 40 dagen na Kerstmis. In België is dat Maria-Lichtmis, feest van het licht. Traditioneel worden er kaarsen gewijd en een kaarsenprocessie gehouden, waarbij dames een kaarsenkroon dragen op het hoofd. Om Michael-Jackson-in-de-pepsi-reclame- achtige toestanden te vermijden, zou ik dat misschien even vergeten. In Leuven wordt de patroonheilige van de universiteit gevierd, met een stoet van de togati (hoofdzakelijk oudere mannen in een raar plunje en met een ongewone pots op het hoofd – gelijkenissen met de kerstman?).

Maar het is ook traditie dat er op lichtmis pannenkoeken gegeten worden. Vandaar het gezegde:

Er is geen vrouwtje nog zo arm, of ze maakt haar pannetje warm.

In Polen en in Guatemala wordt Kerstmis gevierd tot Maria-Lichtmis. De kerstbomen worden dus niet, zoals in de meeste andere landen, na 6 januari opgeruimd, maar pas op 2 februari. Ze hebben tenslotte zoveel jaar hun best gedaan om groot genoeg te worden, dan mogen ze toch nog een maandje langer de vreugde en hun naalden uitdelen?

Zou dat nu geen idee zijn tegen die winterdepressies in januari? En dan met z’n allen het pannenkoekenfeest vieren?

Ik heb daar meer dan dertig jaar ervaring in, dus ik beloof dat ik altijd het goeie voorbeeld zal geven.

pannenkoek

5 keer mythe of waarheid

Het lijkt alsof er met de kalender is geknoeid, maar toch is het zo: we wonen ondertussen al zes maanden in Boston.

Op zes maanden hebben we Boston en de Bostonianen net iets beter leren kennen. Al is er nog zo veel dat onontgonnen terrein blijft. Laat ons zeggen dat als je tijdens een vakantie bovenop de toeristische ijsberg staat, wij toch al eens ons hoofd onder water hebben gestoken om te kijken wat er onder het oppervlak leeft. Nu hebben we nog een half jaar om onze innerlijke pinguin aan te spreken, en het allemaal wat dieper te gaan onderzoeken.

Ik bedacht me deze week dat ik – en waarschijnlijk iedereen wel – vooraf een heel aantal ideeën had over Boston en Amerikanen in het algemeen. Enkele van die clichés (want dat zijn ze wel) bleken te kloppen. Bij anderen sloeg ik de bal dan weer enorm mis (een beetje zoals de Patriots die recent verloren van de Bronco’s en daardoor niet in de Super Bowl zullen spelen volgend weekend, Boston in rouw).

Bij deze een kort overzicht van een aantal clichés met de analyse: mythe of waarheid? Ik heb altijd al een mythbuster willen zijn!

 

  1. Amerikanen zijn erg oppervlakkig en het is moeilijk ze beter te leren kennen

 

Mythe of waarheid?

Dat eerste kan ik niet bevestigen of ontkennen. Ik vind het eerlijk gezegd wel heel leuk dat er in de winkel wordt gevraagd hoe het met mij gaat. Natuurlijk weet ik wel dat het die man of vrouw waarschijnlijk niet veel kan schelen, maar toch, het geeft een prettig gevoel. Idem voor de standaard ‘have a nice day’ als je vertrekt.

Het tweede blijkt dan wel weer te kloppen: het is erg moeilijk om als buitenstaander echt Amerikaanse vrienden te maken. Ik ontmoet nu elke week enkele andere mama’s en hun 2015 babies, en dat is heel gezellig. Maar er zijn er weinigen waarmee ik verder nog zou afspreken. Het zijn dus misschien niet de Amerikanen, dan wel de contacten, die oppervlakkig blijven. Nu ja, ik geef de moed zeker nog niet op!

 

  1. Amerikanen kunnen niet koken

 

Mythe of waarheid?

Zeker niet voor iedereen zo, maar ergens wel waar. Ze hebben ook gewoon een ander idee over koken. Een Amerikaan is al snel onder de indruk van een zelfgekookte maaltijd of zelfgemaakt gebak. Vooral als je verduidelijkt dat de Europese betekenis van ‘zelfgemaakt’ betekent dat er bloem, suiker en andere échte ingrediënten aan te pas komen. Want ‘zelfgemaakt’ kan hier evengoed betekenen dat je zelf het pakje deeg hebt opengeknipt en het zelf in de oven hebt gezet. Recepten die je op een pakje pasta vindt, bijvoorbeeld, zijn vaak niet meer dan: doe de pot saus open. Warm op. Kook de pasta. Bedelf onder een pond kaas. Smakelijk. Dat brengt ons bij nr. 3.

 

  1. Amerikanen eten enorm ongezond en zijn dan ook allemaal te dik

 

Mythe of waarheid?

Hier vallen twee groepen van mensen op, die eigenlijk lijnrecht tegenover elkaar staan. Ja, je hebt de chubbies die chips eten als middagmaal, bovenop een pizza en met een frisdrankje van een liter erbij. En ja, die mensen denken vaak nog dat ze goed bezig zijn, want chips = aardappel = groente en op die pizza ligt ook één olijf en olijfolie = gezond.

 

Er is ook enorm veel kant-en-klaar gemaakt. En gefrituurd. En met kaas, veeeeeel kaas.

 

Aan de andere kant is het aanbod aan ‘bijzondere’ voeding/recepten ook erg groot: vegetarisch, veganistisch, kosjer, glutenvrij en vooral ORGANISCH – je vindt het allemaal gemakkelijk terug. (Btw, ik besef dat glutenvrij zeker niet hoort bij de keuze-dieten, al denken sommigen hier dat gluten de duivel zijn en dat ze 126 gaan worden als ze die vermijden). Vaak komen mensen dan ook aan met een lijst van alles wat ze niet wensen te eten.

‘Gewoon gezond en gevarieerd’ eten, is blijkbaar niet zo een optie. Ofwel bij je bij team Donut ofwel bij team Don’t.

 Oh, en in Boston valt het aantal écht dikke mensen geweldig goed mee! Dat komt misschien door nr. 4…

 

  1. Boston is de meest Europese stad van Amerika

 

Mythe of waarheid?

Dat blijkt te kloppen. Het is de oudste stad van de VS en dat zie je vooral aan wijken zoals Little Italy, met kronkelige kleine straatjes en pleintjes en niet het klassieke dambordpatroon. Boston is ook een erg groene stad, met vele parken en grasvelden. Het is niet moeilijk je hier thuis te voelen – en veilig. Er wonen veel expats en je vangt gemiddeld een 5-tal talen op als je een half uurtje gaat wandelen.

 

  1. Amerikanen zijn behoorlijk wereldvreemd

 

Mythe of waarheid?

Mja, deze kunnen we vaak toch niet ontkennen…Is België een mooie stad? Spreken jullie dan Belgisch? – OK, we kunnen nog argumenteren dat België wel echt heel klein is, dus dat dat misschien geen verplichte leerstof is. Maar dit is een land waar Spaans de tweede taal is. En waar ze in de Spaanse les ‘happy birthday’ voor mij zingen = Feliz Compleaños. En de dame naast mij dan fluistert: oh jee, de lerares denkt dat je ‘Feliz’ heet.

Ohh well… ik heb al ergere bijnamen gehad!